CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ontwerpbestemmingsplan

Raadsvergadering 25 april 2024, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Bestemmingsplan Burdinewei 2 Nes12.102 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan

Burdinewei 2 te Nes Heerenveen

DATUM IMRO IDN

01-12-2023 NL.IMRO.0074.BPBurdinewei2NE-OW01

PROJECT PROJECTLEIDER

Burdinewei 2 te Nes Gemeente Heerenveen

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Gemeente Heerenveen 20231289

AUTEUR STATUS

Gemeente Heerenveen ontwerp

Inhoudsopgave

Toelichting

4

Bijlagen toelichting

31

Bijlage 1

Watertoets

Regels Hoofdstuk 1

33 36

Inleidende regels

37

Artikel 1

Begrippen

37

Artikel 2

Wijze van meten

40

Bestemmingsregels

41

Artikel 3

Agrarisch - Paardenhouderij

41

Artikel 4

Waarde - Archeologie

43

Hoofdstuk 3

Algemene regels

45

Artikel 5

Anti-dubbeltelregel

45

Artikel 6

Algemene gebruiksregels

46

Artikel 7

Algemene afwijkingsregels

47

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

48

Artikel 8

Overgangsrecht

48

Artikel 9

Slotregel

49

Hoofdstuk 2

Verbeelding

3/52

51

Toelichting

4/52

Burdinewei 2 te Nes

blad 1 van 37 Gemeente Heerenveen

concept bestemmingsplan Burdinewei 2 te Nes Gemeente Heerenveen Projectnummer

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding Ligging plangebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer

3 3 4 4 5

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Planbeschrijving en -uitgangspunten Huidige situatie Toekomstige situatie

6 6 7

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3

Beleid Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

8 8 8 9

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10

Uitvoeringsaspecten Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodem Externe veiligheid Geluid (wegverkeerslawaai) Kabels en Leidingen Lucht Natuurtoets Water Besluit milieueffectrapportage

12 12 16 18 19 20 21 21 22 22 22

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

Juridische planopzet Inleiding Wijze van bestemmen

23 23 23

Hoofdstuk 6 6.1 6.2

Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

25 25 25

blad 2 van 37 Gemeente Heerenveen

concept bestemmingsplan Burdinewei 2 te Nes Gemeente Heerenveen Projectnummer

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding Aanleiding Aan de Burdinewei 2 te Nes staat een voormalige manege met één bedrijfswoning. Ook mogen op grond van het bestemmingsplan campers gestald worden op het terrein. De manege, de bijbehorende stallen en de gronden daaromheen zijn los verkocht van de (voormalige) bedrijfswoning. Het is de bedoeling om op omliggende gronden een kleinschalige paardenhouderij te starten binnen de regels van het geldende bestemmingsplan. De bedrijfswoning is los verkocht en zal niet langer functioneren als bedrijfswoning ten behoeve van de aanwezige bedrijfsmatige activiteiten. Om de bewoning door derden mogelijk te maken, wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de woning als plattelandswoning aan te merken. Dit houdt in dat de woning voor de toepassing van de milieuwetgeving een lager beschermingsniveau heeft dan een burgerwoning. Voor de aangrenzende paardenhouderij betekent dit dat het bedrijf niet wordt belemmerd in de bedrijfsvoering. Dit zou wel het geval kunnen zijn geweest als de woning als ‘normale’ burgerwoning zou worden aangemerkt. In de plattelandswoning moet wel sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefmilieu.

Figuur 1.1: Ligging plangebied (rode contour)

Dit bestemmingsplan geeft een juridisch-planologische regeling om de woning als plattelandswoning te kunnen gebruiken.

blad 3 van 37 Gemeente Heerenveen

concept bestemmingsplan Burdinewei 2 te Nes Gemeente Heerenveen Projectnummer

1.2

Ligging plangebied Het plangebied ligt ten oosten van de kern Nes aan de Burdinewei 2. Het plangebied bestaat uit de percelen die bekend staan als gemeente Akkrum sectie E nummer 19. Onderstaande figuur 1.2 geeft de begrenzing van het plangebied waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft weer.

Figuur 1.2: begrenzing plangebied (rode contour)

1.3

Geldend bestemmingsplan Het geldende bestemmingsplan van dit perceel is het bestemmingsplan "Buitengebied 2008" (vastgesteld door de gemeenteraad van Boarnsterhim1 op 10 maart 2009) en de tweede partiële herziening van dit bestemmingsplan (vastgesteld door de gemeenteraad van Boarnsterhim op 21 mei 2013). In het bestemmingsplan hebben de gronden de bestemming ‘Recreatie- en horecabedrijven (RH)’ met de aanduiding 'paardenbedrijf (pb)'. Ook mogen er campers gestald worden aan de noordwestkant van het perceel ter plaatse van de aanduiding. In figuur 1.3 is een uitsnede van de verbeelding ingevoegd.

1

Bij de gemeentelijke herindeling per 1 januari 2014 is de gemeente Boarnsterhim opgeheven. Sindsdien maken de dorpen Akkrum, Nes en Aldeboarn deel uit van de gemeente Heerenveen.

blad 4 van 37 Gemeente Heerenveen

concept bestemmingsplan Burdinewei 2 te Nes Gemeente Heerenveen Projectnummer

Figuur 1.3: uitsnede verbeelding (plangebied: rode contour)

1.4

Leeswijzer De toelichting is opgebouwd uit zes hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 de huidige en toekomstige situatie van het plangebied beschreven. In hoofdstuk 3 worden de relevante beleidskaders beschreven. De milieu- en omgevingsaspecten zijn in hoofdstuk 4 opgenomen. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de juridische planbeschrijving. In hoofdstuk 6 komt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan aan bod.

blad 5 van 37 Gemeente Heerenveen

concept bestemmingsplan Burdinewei 2 te Nes Gemeente Heerenveen Projectnummer

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving en -uitgangspunten Huidige situatie Het gehele terrein waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft bestaat uit een woongebouw en meerdere (grote) bedrijfsgebouwen/stallen en loodsen. Binnen het plangebied is één (voormalige) bedrijfswoning toegestaan en ook aanwezig. Op onderstaande figuur 2.1 is de betreffende (bedrijfs-)woning met een rood kader aangeduid. De woning is vanaf de Burdinewei goed zichtbaar (zie figuur 2.2). Deze woning wordt met dit bestemmingsplan aangewezen als plattelandswoning.

Figuur 2.1: Luchtfoto huidige situatie plangebied

Figuur 2.2: Zicht op bedrijfswoning in huidige situatie vanaf de Burdinewei (bron: google maps)

blad 6 van 37 Gemeente Heerenveen

concept bestemmingsplan Burdinewei 2 te Nes Gemeente Heerenveen Projectnummer

2.2

Toekomstige situatie Er wordt met dit bestemmingsplan een functiewijziging mogelijk gemaakt voor de bedrijfswoning. Doordat er geen binding meer met de manege is, is er feitelijk geen sprake meer van een bedrijfswoning. Het bestemmingsplan staat gebruik als burgerwoning echter niet toe. Vanuit planologisch oogpunt bestaat er echter geen bezwaar tegen dat deze ex-bedrijfswoning als burgerwoning wordt gebruikt, mits daarmee de bedrijfsvoering van de aangrenzende kleinschalige paardenhouderij niet wordt belemmerd. Daarom wordt de woning voorzien van de aanduiding 'plattelandswoning' zodat er ook op grond van dit bestemmingsplan gewoond mag worden en er geen gebruiksbeperkingen ontstaan voor het agrarisch bedrijf. Om een goed woon- en leefklimaat te kunnen garanderen zullen er wel aanpassingen worden gedaan in de bebouwingsmogelijkheden van zowel de paardenhouderij als de plattelandswoning. Middels toepassing van bebouwingsbegrenzing in de vorm van bouwvlakken wordt dit vastgelegd in de plankaart en bijbehorende bouwregels. Geen nieuwe of extra bedrijfswoning Het is niet gewenst dat er bij de kleinschalige paardenhouderij een nieuwe bedrijfswoning wordt gerealiseerd. In dit bestemmingsplan is de bouw daarvan daarom uitgesloten.

In artikel 1 is het begrip 'plattelandswoning' opgenomen en als volgt gedefinieerd: 'Een agrarische bedrijfswoning welke is gelegen binnen een agrarisch bestemmingsvlak welke gebruikt mag worden door een huishouden die geen binding hebben met het agrarisch bedrijf.'

blad 7 van 37 Gemeente Heerenveen

concept bestemmingsplan Burdinewei 2 te Nes Gemeente Heerenveen Projectnummer

Hoofdstuk 3

Beleid In dit hoofdstuk is kort en voor zover relevant het beleid beschreven dat van toepassing is voor het omzetten van een bedrijfswoning naar een plattelandswoning. Bij dit plan is er geen sprake van uitbreiding van bouwactiviteiten. Vanwege deze geringe impact is er geen directe relatie met beleidsdoelen van Rijk en/of provincie die specifiek voor dit gebied gelden. Onderstaand wordt kort ingegaan op de wettelijke regeling voor plattelandswoningen en de omgevingsvisie van de provincie en gemeente.

3.1

Rijksbeleid Wettelijke regeling voor de 'plattelandswoning' Op 1 januari 2013 is de wettelijke regeling voor de 'plattelandswoning' in werking getreden. De regeling komt erop neer dat het gemeentebestuur kan bepalen dat een bedrijfswoning behorend tot een landbouwinrichting, ondanks de agrarische bestemming door een derde (een burger) mag worden bewoond. Wanneer de Omgevingswet in werking treedt, blijft de rechtsfiguur plattelandswoning bestaan. Ook buiten de agrarische sector kan de regeling dan worden toegepast. Op grond van deze regeling is het voor een gemeente mogelijk om het gebruik van een agrarische bedrijfswoning als burgerwoning toe te staan. Hiermee wordt het mogelijk gemaakt dat een agrarische bedrijfswoning bewoond mag worden door iemand die geen functionele relatie heeft met het bijbehorende agrarische bedrijf. Indien het gemeentebestuur de bedrijfswoning als plattelandswoning kwalificeert, blijft de woning van rechtswege beschouwd als onderdeel uitmakend van de inrichting van het bijbehorende bedrijf. Dit betekent deze woning voor de toepassing van de milieuwetgeving niet wordt gezien als burgerwoning en niet hoeft te voldoen aan de eisen ten aanzien van geur en geluid. Voorwaarde is wel dat er in een plattelandswoning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Betekenis voor het plan In deze situatie wordt ter plaatse van de agrarische bedrijfswoning op het perceel de specifieke functieaanduiding 'plattelandswoning' toegekend. De woning is gerealiseerd voor de inwerkingtreding van de wettelijke regeling voor de 'plattelandswoning'. De Wet Milieubeheer regelt weliswaar dat voor deze woningen geen milieubescherming geldt, anders dan voor zover deze voor de agrarische bedrijfswoning van toepassing is. In hoofdstuk 4 wordt op het woon- en leefklimaat van de plattelandswoning ingegaan. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

3.2

Provinciaal beleid Omgevingsvisie "De romte diele" Het provinciale beleid is vastgelegd in de Omgevingsvisie "De romte diele". Op 23 september 2020 heeft de provincie Fryslân deze omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie schetst een toekomstbeeld van de Friese leefomgeving. Alle onderwerpen uit de fysieke leefomgeving, zoals als water, natuur, landschap en infrastructuur worden met elkaar verbonden. De visie sluit aan bij de doelen van de Omgevingswet; minder regels, ruimte voor maatwerk en initiatieven, meer samenhang in beleid. De provinciale ambities en doelen van de provincie voor de komende jaren zijn als volgt:  vitaal en veerkrachtig;  karakteristiek en gezond;  meebewegen en samenwerken. Naast deze ambities voor de lange termijn, heeft de provincie ook een viertal meer urgente

blad 8 van 37 Gemeente Heerenveen

concept bestemmingsplan Burdinewei 2 te Nes Gemeente Heerenveen Projectnummer

opgaven benoemd, die nu om acties en keuzes vragen: 1. Fryslân houdt de leefomgeving leefbaar, vitaal en bereikbaar; 2. Fryslân zet de energietransitie met kracht voort; 3. Fryslân wordt klimaat-adaptief ingericht; 4. Fryslân versterkt de biodiversiteit. Betekenis voor het plan Bij dit plan is er geen sprake van bouwactiviteiten, maar uitsluitend van een functieverruiming. De ambities en doelen vanuit de provinciale omgevingsvisie staan de ontwikkeling niet in de weg. Omgevingsverordening Naast de visie heeft de provincie tevens een geldende verordening (Verordening Romte) en een ontwerp omgevingsverordening 2021 (voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet). Betekenis voor het plan In beide verordeningen is het gebied aangewezen als agrarisch gebied en gelden er geen specifieke beschermingsregimes waarmee rekening gehouden moet worden. Er is geen sprake van bouwactiviteiten, maar uitsluitend van een functieverruiming. Ook provinciaal beleid geeft geen directe kaders waar rekening mee gehouden moet worden in dit bestemmingsplan.

3.3

Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie De gemeente heeft op 8 juli 2021 de Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin wordt de toekomstvisie ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen beschreven voor de gemeente. De Omgevingsvisie bevat het integrale gemeentelijke beleid op hoofdlijnen voor de fysieke leefomgeving. In de visie staan de ambities, kernopgaven en de uitgangspunten van het gemeentelijk beleid voor de fysieke leefomgeving. Kortom; wat wil de gemeente bereiken in 2040? En wat gaat de gemeente daar voor doen tot 2030? Kern van de visie "In 2040 is Heerenveen een gezonde, ondernemende en duurzame gemeente waar het prettig wonen, werken en recreëren is. We hebben ons onderscheidende profiel als (top)sportgemeente verder versterkt en verbreed. We koesteren de landschappelijke kwaliteit en diversiteit, de uitstekende bereikbaarheid en de (regionale) voorzieningen als reden om hier te wonen en te werken. En we zijn in 2040 een flink eind op weg om de gemeente samen met inwoners en bedrijven klimaatbestendig en klimaatneutraal te maken." Uit het ontstaan van het landschap, de ontginning van het landschap en de ontwikkeling daarna zijn de unieke kenmerken en waarden van Heerenveen ontstaan: het DNA. Een deel daarvan wordt als de basis gezien voor verdere ontwikkeling van Heerenveen en wil de gemeente doorgeven aan volgende generaties; dit zijn de kernkwaliteiten: 1.

Een landelijk onderscheidend profiel als (top)sportgemeente 2. De uitstekende (boven)regionale bereikbaarheid en daarbij behorend vestigingsklimaat 3. De nabijheid van regionale voorzieningen 4. Landschappelijke diversiteit 5. De historie van de (veen)ontginningsgeschiedenis 6. Een robuust groen- en blauw netwerk Vaak spelen meerdere opgaven in hetzelfde gebied en heeft het voordelen om deze in samenhang aan te pakken. De gemeente richt daarom de komende jaren op een aantal kernopgaven, waarin meerdere opgaven met elkaar samenhangen. Om de ambities in 2040 te kunnen verwezenlijken, kiest de gemeente ervoor om zich tot 2030 te richten op vier kernopgaven: Kernopgave 1: Werken aan Heerenveen als (boven)regionaal centrum voor (top)sport, werk

blad 9 van 37 Gemeente Heerenveen

concept bestemmingsplan Burdinewei 2 te Nes Gemeente Heerenveen Projectnummer

en voorzieningen We willen banenmotor voor de regio zijn en blijven. Niet groeien om het groeien, maar omdat we willen zorgen voor toekomstbestendige werkgelegenheid op basis van onze kracht. Om het (top)sportprofiel en de bijbehorende economische spin-off op lange termijn vast te houden, is het belangrijk dat (de gebieden rondom) Sportstad en Thialf aantrekkelijk zijn en goed blijven functioneren. Kernopgave 2: Bouwen aan toekomstbestendige woningen De kwaliteit van bestaande woningen wordt steeds belangrijker. Woningen die al zijn gebouwd moeten aan nieuwe behoeftes worden aangepast om langer mee te kunnen. Daarvoor moet worden geïnvesteerd in de verduurzaming van woningen, maar er kunnen ook aanpassingen nodig zijn om ze geschikt te maken voor zorg of voor andere doelgroepen. De komende jaren ligt de focus op vernieuwen, transformeren en verbeteren van het bestaande woningaanbod. Deze opgave pakken we samen met woningbouwcorporaties, particuliere verhuurders en particulieren op. Kernopgave 3: Zorgen voor gezonde, klimaatbestendige en leefbare wijken en dorpen De inrichting en het gebruik van de openbare ruimte draagt bij aan de gezondheid van onze inwoners en de leefbaarheid van onze dorpen. Dat is ons doel.

Dit doen we door bestaande milieuknelpunten op te lossen en door de mogelijkheden voor spelen, bewegen en ontmoeten nadrukkelijker mee te nemen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Door te investeren in een kwalitatief hoogwaardig fietsnetwerk, bieden we een gezond en milieuvriendelijk alternatief voor de auto. Kernopgave 4: Versterken van de kwaliteit en veerkracht van het landelijk gebied De kwaliteit en herkenbaarheid van de verschillende landschappen rondom Heerenveen vormt een belangrijke kwaliteit van de gemeente. Die wil de gemeente behouden en versterken. Tegelijkertijd kan het landschap niet bevriezen. Nieuwe maatschappelijke behoeftes op het gebied van landbouw, recreatie, energietransitie en de gevolgen van klimaatverandering zullen een plek in het landschap krijgen. Betekenis voor het plan Het plan betreft enkel een functieverruiming van een bestaande bedrijfswoning, binnen het bestaande ruimtebeslag. Hier is geen sprake van bouwactiviteiten. Het initiatief sluit aan bij kernopgave 4. Het plan voorziet in een verbetering van de kwaliteit van het landelijk gebied. De bedrijfswoning heeft namelijk al enige tijd geen binding meer met de bedrijfsvoering. De aanduiding als plattelandswoning zal ervoor zorgen dat de bedrijfswoning bewoond kan worden door derden.

Harmonisatie bestemmingsplannen Buitengebied (gemeentelijke herindeling 2014) In de beleidsnotitie Harmonisatie bestemmingsplannen buitengebied (gemeentelijke herindeling 2014) wordt onder andere het beleid ten aanzien de oppervlakte van woningen en bijgebouwen hierbij in het buitengebied herzien. Voor zowel woningen als de bijgebouwen hierbij geldt een maximale oppervlakte van 150 m2. Voorwaarde is dat bij toepassing hiervan geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld en de landschappelijke waarden. Betekenis voor het plan Het plan betreft enkel een functieverruiming van een bestaande bedrijfswoning welke groter is dan 150 m2, waarbij een bouwvlak strak om deze bestaande bedrijfswoning wordt geprojecteerd. De plattelandswoning kan hiermee niet worden uitgebreid ten opzichte van de huidige omvang en past hiermee binnen het harmonisatiebeleid van de gemeente.

blad 10 van 37 Gemeente Heerenveen

concept bestemmingsplan Burdinewei 2 te Nes Gemeente Heerenveen Projectnummer

Woonvisie gemeente Heerenveen 2015-2020 Het in werking treden van de gewijzigde Woningwet per 1 juli 2015 en ontwikkelingen op de woningmarkt vormden aanleiding voor het vaststellen van een woonvisie voor de periode tot 2020. In 2020 heeft de gemeenteraad besloten de woonvisie nog ten minste twee jaar te verlengen. In de visie staan vier thema's centraal:    

De match tussen vraag en aanbod: naar een optimale woningvoorraad; Goed wonen voor iedereen: betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen; Kwaliteit en verduurzaming: naar een duurzame woningvoorraad; Wonen, zorg en welzijn: aandacht voor vergrijzing en kwetsbare groepen.

Betekenis voor het plan Het plan betreft enkel een functieverruiming van een bestaande bedrijfswoning, binnen het bestaande ruimtebeslag. Hier is geen sprake van bouwactiviteiten. De aanduiding als plattelandswoning zal ervoor zorgen dat de bedrijfswoning bewoond kan worden door derden. De kwaliteit van de woning zal hierdoor een boost krijgen. Inzetten op kwaliteit is een belangrijke strategie om wonen in Heerenveen aantrekkelijk te laten zijn.

blad 11 van 37 Gemeente Heerenveen

concept bestemmingsplan Burdinewei 2 te Nes Gemeente Heerenveen Projectnummer

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten Bij het omzetten van een bestemming dient onderbouwd te worden aan de hand van een aantal omgevingsaspecten dat het plan inpasbaar is in de omgeving. Aan de hand van een aantal onderwerpen wordt in dit hoofdstuk onderbouwd dat dat het geval is.

4.1

Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Het is verplicht om met nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden in de bodem. Op 16 januari 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Nederlandse parlement heeft dit verdrag in 1998 goedgekeurd. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Deze bescherming is in Nederland wettelijk verankerd in de Erfgoedwet. Op basis van deze wet zijn mogelijke (toevals-)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. In het kader van een goede ruimtelijke ordening in relatie tot de Erfgoedwet kan vooronderzoek naar mogelijke waarden nodig zijn zodat, waar nodig, die waarden veilig gesteld kunnen worden en/of het initiatief aangepast kan worden. Gemeenten stellen, ter bescherming van mogelijk voorkomende archeologische waarden, een eigen beleid op, waarbij de kans op het aantreffen van archeologische resten in de bodem is weergegeven in een archeologische verwachtingskaart.

Afhankelijk van de verwachtingswaarde stelt de gemeente Heerenveen voorwaarden voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek. Archeologie in Erfgoedverordening De gemeente is het bevoegd gezag voor beschermen van archeologische waarden. De bescherming kan worden neergelegd in een bestemmingsplan en in een (erfgoed)verordening. De gemeente hanteert het uitgangspunt dat voor zover het archeologisch beleid niet is verankerd in een bestemmingsplan, de vereiste bescherming wordt geregeld in de Erfgoedverordening. De Erfgoedverordening treedt terug indien een nieuw bestemmingsplan wordt vastgesteld dat volgens de Nota archeologiebeleid voorziet in de vereiste bescherming. Zoals aangegeven in figuur 4.1 is de locatie vanuit de archeologische verwachtingskaart gelegen voor de IJzertijd-middeleeuwen in een gebied dat is aangemerkt als ''karterend onderzoek 1 (middeleeuwen)".

blad 12 van 37 Gemeente Heerenveen

concept bestemmingsplan Burdinewei 2 te Nes Gemeente Heerenveen Projectnummer

Fig. 4.1: Uitsnede kaart FAMKE Ijzertijd - Middeleeuwen (bron: Provincie Fryslân)

Het beleid van de provincie is hierin als volgt: In deze gebieden kunnen zich archeologische resten bevinden uit de periode ijzertijd middeleeuwen. De provincie beveelt aan om bij ingrepen van meer dan 500m² een karterend archeologisch onderzoek uit te laten voeren. Dit archeologisch onderzoek moet bestaan uit minimaal zes boringen per hectare, met een minimum van zes boringen per plan, waarbij duidelijk wordt of er vindplaatsen in het plangebied aanwezig zijn. De resultaten van het karterend onderzoek kunnen ook uitwijzen dat de voorgenomen ingreep niet bezwaarlijk is, of met welke randvoorwaarden in het plan rekening dient te worden gehouden. Mocht het plangebied een bebouwde kom betreffen, dan dient in de onderzoeksstrategie rekening te worden gehouden met recente verstoringen die zich kunnen hebben voorgedaan. Worden er een of meerdere vindplaatsen worden aangetroffen, dan zal uit nader (waarderend) onderzoek moeten blijken hoe waardevol deze vindplaatsen zijn. De aard van dit waarderend (vervolg)onderzoek hangt af van het type aangetroffen vindplaats. Zoals aangegeven in figuur 4.2 is de locatie vanuit de archeologische verwachtingskaart voor de steentijd-bronstijd gelegen in een gebied dat is aangemerkt als ''karterend onderzoek 3 (steentijd)".

blad 13 van 37 Gemeente Heerenveen

concept bestemmingsplan Burdinewei 2 te Nes Gemeente Heerenveen Projectnummer

Fig. 4.2: Uitsnede kaart FAMKE Steentijd – Bronstijd (bron: Provincie Fryslân)

Het beleid van de provincie is hierin als volgt: In deze gebieden kunnen zich op enige diepte archeologische lagen bevinden uit de steentijd, die zijn afgedekt door een veen- of kleidek. Mochten zich hier archeologisch resten bevinden, dan zijn deze waarschijnlijk goed van kwaliteit. De provincie beveelt daarom aan om bij ingrepen van meer dan 5000m² een karterend (boor)onderzoek uit te laten voeren, waarbij minimaal drie boringen per hectare worden gezet, met een minimum van drie boringen voor gebieden kleiner dan een hectare. De resultaten van een dergelijk karterend booronderzoek kunnen inzicht geven aanwezigheid en diepte van een eventueel aanwezige podzolbodem, waarin zich archeologisch resten kunnen bevinden. Het booronderzoek dient zich vooral te richten op de aanwezigheid van podzol, de diepte en het reliëf van de zandlagen in de bodem. Bij aanwezigheid van een podzolbodem, bevelen wij aan het boorgrid te verdichten tot zes boringen per hectare (zie advies ‘karterend onderzoek 2'). De resultaten kunnen ook uitwijzen dat de voorgenomen ingreep niet bezwaarlijk is, of met welke randvoorwaarden in het plan rekening dient te worden gehouden. Cultuurhistorie Het cultuurhistorisch erfgoed van Nederland bestaat uit monumentale panden, historische zichtlijnen, kenmerkende landschappen en waardevolle lijn- en/of vlakelementen.

Het cultuurhistorisch erfgoed geeft een beeld van de geschiedenis van het landschap. Daarom is bescherming van deze elementen van belang. Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van ruimtelijke plannen. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. De cultuurhistorische waarden van een gebied zijn in kaart gebracht in de zogenaamde cultuurhistorische waardenkaart. Deze wordt door de provincies beheerd. Zoals te zien in de volgende figuur zijn nabij de locatie (zwarte punt) wel cultuurhistorisch waardevolle elementen gelegen. De locatie is aangemerkt als "boerderijplaats". De kenmerkende onderdelen van de boerderijplaats zijn: 

blad 14 van 37 Gemeente Heerenveen

het erf met de boerderij, de bijgebouwen, de omgrachting, de groenaanplant en de functioneel erbij horende aangrenzende (kleine) terreinen: boomgaard, moestuin en kalverenweide. De opbouw van het erf geeft informatie over de vorm en structuur van de plaats en zijn ontwikkeling in de tijd.

concept bestemmingsplan Burdinewei 2 te Nes Gemeente Heerenveen Projectnummer

de bodem waarop het erf gelegen is. Ze vormt het archeologische archief en biedt kennis over de geschiedenis van de boerderijplaatsen.

de ligging van de boerderijplaats. Deze die is ontstaan in een nauwe relatie met de omliggende verkaveling en infrastructuur in de ruimtelijke omgeving en verschaft ons kennis over de ontwikkeling van het cultuurlandschap.

Fig. 4.3: Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart (Bron: Provincie Fryslân)

Gezien de locatie wel nabij cultuurhistorisch waardevolle elementen is gelegen mag de ontwikkeling niet van invloed zijn op de boerderij zelf. Het plan betreft uitsluitend een functiewijziging. Hiermee zullen er aan de boerderij geen wijzingen plaats vinden. Daarbij moet er voor bewerkingen in de bodem eerst een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Hiermee is voldoende geborgd dat de boerderijplaatsen in stand blijven. Dit plan heeft geen effecten op eventuele archeologische en/of cultuurhistorische waarden ter plaatse of in de omgeving. Het plan leidt immers niet tot het toevoegen of slopen van bebouwing. Het betreft uitsluitend de toevoeging van een functieaanduiding. Om de archeologische waarden te verwerken in het bestemmingsplan wordt de dubbelbestemming “waarde-archeologie” toegevoegd. Hier wordt het advies van de provincie Fryslân verwerkt om bij ingrepen van meer dan 500m² een karterend archeologisch onderzoek uit te laten voeren. De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen beperking voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Wanneer bij toekomstige werkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen, moet hiervan direct melding gemaakt worden bij de bevoegde overheid (gemeente Heerenveen). blad 15 van 37 Gemeente Heerenveen

concept bestemmingsplan Burdinewei 2 te Nes Gemeente Heerenveen Projectnummer

4.2

Bedrijven en milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. De woonfunctie doet geen onevenredige afbreuk aan de bedrijfsfuncties in de nabijheid van de woning. De dichtstbijzijnde bedrijfsactiviteit betreft de paardenhouderij op het perceel Burdinewei 2. De woning heeft in het verleden gefungeerd als bedrijfswoning bij deze inrichting. Op basis van de milieuwetgeving behoort de woning als plattelandswoning nog steeds tot de inrichting. De Wet Milieubeheer regelt dat voor plattelandswoningen op basis van het Activiteitenbesluit geen milieubescherming geldt, anders dan voor de zover deze voor de agrarische bedrijfswoning van toepassing is. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het voorts van belang om te motiveren of er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat wat betreft hinder ten opzichte van geluid, geur, lucht en gevaar van de paardenhouderij. Derhalve wordt hier een beoordeling gegeven.

Een paardenhouderij valt onder milieucategorie 3.1, waarbij, ten aanzien van geur, een richtafstand van 50 meter geldt. Voor stof en geluid geldt een afstand van 30 meter. In dit geval bedraagt de afstand tussen de woning en de grens van de inrichting van het bedrijf circa 13 meter. De afstand van de woning tot de gevel van de bestaande schuur bedraagt circa 15 meter. De afstand van het woongedeelte(bijkeuken) tot de gevel van de schuur is 23 meter. Hiertussen in bevindt zich een inpandige schuur. De afstand tussen de woning en het pad waarlangs het bedrijfsverkeer langs komt bedraagt minimaal 25 meter. Aan de richtafstanden wordt derhalve niet voldaan. Belangrijk hierbij is op te merken dat de milieuzonering uitgaat van de gemiddelde omvang van een gebruikelijke paardenhouderij. In dit geval gaat het om een zeer kleinschalige paardenhouderij met beperkte stalruimte. De systematiek van de VNG-basisbrochure biedt de ruimte om bij kleinschalige bedrijven die sterk afwijken van een gemiddelde omvang, één afstandscategorie lager aan te houden. In plaats van de afstanden die horen bij een bedrijf in categorie 3.1, mag dan worden uitgegaan van de afstanden die horen bij een bedrijf van categorie 2. Voor geur geldt dan een afstandsmaat van 30 meter en voor stof en geluid een afstand van 10 meter. In dit geval zou dan een afstand van 30 m aanvaardbaar zijn.

De bestaande stalruimte, waartoe de afstand 15 meter bedraagt, wordt binnen twee jaar gesloopt. Dit vanwege de zeer slechte staat, maar ook vanwege de aanwezigheid van asbest. De bouwmogelijkheden voor bedrijfsgebouwen ten behoeve van de manage worden middels inperking van het oorspronkelijke bouwvlak teruggebracht. Hierdoor kan de betreffende stal na sloop niet meer worden teruggebouwd op dezelfde locatie. Er is dus sprake van een tijdelijke situatie waarbij niet aan de afstanden kan worden voldaan. In de nieuwe situatie wordt de stalruimte dichter bij het manegegebouw voorzien op een afstand waarbij voldaan kan worden aan een richtafstand van 30 m. De beoordeling gaat uit van de planologisch maximaal mogelijke bedrijfssituatie. Dit houdt in dat er een beoordeling wordt gedaan op basis van de maximale omvang van de paardenhouderij op het perceel binnen de kaders van het bestemmingsplan. Eventuele toekomstige bedrijven die zich op het perceel willen vestigen en (mogelijk) uitbreiden dienen tevens te voldoen aan de eisen uit het Activiteitenbesluit. Indien in deze situatie sprake is van een onaanvaardbare milieusituatie kan bevoegd gezag in maatwerkvoorschriften aanvullende eisen stellen. Hierdoor zal er ook in eventuele toekomstige bedrijfssituaties sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de plattelandswoning.

Tot slot is bepaald dat de planologische status de basis is voor de milieutechnische toetsing.

blad 16 van 37 Gemeente Heerenveen

concept bestemmingsplan Burdinewei 2 te Nes Gemeente Heerenveen Projectnummer

In artikel 1.3c van het Activiteitenbesluit staat dat een bedrijfswoning, waar op grond van het bestemmingsplan bewoning door derden wordt toegelaten, op grond van het Activiteitenbesluit blijvend beschouwd wordt als onderdeel van de inrichting waartoe de bedrijfswoning behoort of ooit behoorde. Tevens regelt dit bestemmingsplan immers dat de bouwmogelijkheden van de paardenhouderij zijn ingeperkt, waardoor de bedrijfsfuncties niet verder kunnen worden uitgebreid in de richting van de woning dan in de huidige situatie het geval is. Hiermee zal er op basis van de planologische mogelijkheden geen verslechtering kunnen plaatsvinden ten opzichte van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning. Geluid De akoestisch relevante activiteiten zijn de transportbewegingen van en naar de inrichting. Op het perceel is de snelheid van de transportbewegingen, lager dan 15 km-uur en daarmee zeer laag. Het geluid die deze bewegingen veroorzaken is passend in het karakter van de omgeving en gebeurt slechts enkele malen per dag. De daadwerkelijke activiteiten van de paardenhouderij bevinden zich op een afstand van meer dan 30 meter van de woning. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat er zowel voldaan wordt aan de richtafstand van 30 meter voor een bedrijf in categorie 3.1 als de gereduceerde afstand van 10 meter voor een bedrijf uit categorie 2.

Hiermee wordt derhalve in voldoende mate aangetoond dat de bedrijfsactiviteiten van de paardenhouderij niet zodanig van aard en omvang zijn dat in de plattelandswoning onaanvaardbare geluidoverlast wordt ondervonden. Geur Het perceel van de toekomstige paardenhouderij zal enkele belangrijke wijzigingen van het perceel met zich meebrengen. Dit vanwege het feit dat de bestaande stallen, met uitzondering van het manege gebouw, vanwege de slechte staat waarin zij verkeren niet te behouden zijn. De twee kleine stallen worden daarom binnen twee jaar afgebroken en vervangen. Het is dan de bedoeling om een nieuwe stallingsruimte dichterbij het manegegebouw te realiseren op een afstand van meer dan 30 meter tot het woonhuis, hetgeen is vastgelegd in dit bestemmingsplan. Aan de richtafstand wordt daarmee voldaan, waardoor geen sprake zal zijn van onaanvaardbare geuroverlast. De plattelandswoning dient echter wel beschermd te worden tegen geur afkomstig van andere agrarische bedrijven. Hier gaat het kopje Bedrijvigheid in de omgeving nader op in. Daarnaast dient rekening gehouden te worden met de opslag van mest. Op basis van het Activiteitenbesluit geldt een afstand van 50 meter tot een geurgevoelig object dat buiten de bebouwde kom is gelegen, indien het een opslag van meer dan 3 kubieke meter betreft.

De opslag van mest bevindt zich in de bestaande situatie al op een plaats die op ruim voldoende afstand is gelegen van de woning. Dat wijzigt in de toekomst niet. Lucht In paragraaf 4.7 wordt uitvoerig ingegaan op het aspect luchtkwaliteit. Geconcludeerd wordt dat er ter plekke sprake is van een goede luchtkwaliteit. Voor de beoogde paardenhouderij geldt dat er geen sprake is van grote aantallen vervoersbewegingen. Bovendien is de lucht in het plangebied en omgeving schoon te noemen. Ook ten aanzien van dit aspect is in voldoende mate een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen. Bedrijvigheid in de omgeving Overige (agrarische) bedrijvigheid ligt op voldoende afstand van de beoogde plattelandswoning. De ligging van deze bedrijven werkt daarom eveneens niet belemmerend voor het plan. De dichtstbijzijnde bedrijvigheid ligt op minimaal 175 meter afstand. Hier zijn bedrijven toegestaan tot hoogstens milieucategorie 3.2, waarvoor een richtafstand van 100 meter geldt. Aan de richtafstand wordt derhalve voldaan.

blad 17 van 37 Gemeente Heerenveen

concept bestemmingsplan Burdinewei 2 te Nes Gemeente Heerenveen Projectnummer

4.3

Bodem Het betreft hier een verblijfsruimte voor mensen, de bestemming wijzigt, echter er wordt niets veranderd aan de bestaande “woning” (geen bouw activiteiten), zodat mede op grond hiervan geen sprake is van een onderzoeksplicht. Wel is het bekend dat het hier vroeger, begin 20-eeuw agrarisch activiteiten hebben plaatsgevonden en later een manege gehuisvest is. Daarnaast blijkt uit het milieudossier dat er asbest is afgevoerd waarvan de exacte locatie niet geheel duidelijk is. Ook is het buitenterrein verhard met puin- en asfaltgranulaat. Het is niet bekend wat hiervan de kwaliteit is. Door dit alles is het voor het aspect bodem een “verdachte” locatie. Mocht er n.a.v. de bestemmingswijziging bouwactiviteiten gaan plaatsvinden (ook intern), dan zal er bodemonderzoek moeten plaatsvinden. Dit onderzoek moet ter plaatse van eventuele geplande nieuwbouw én ter plaatse van het terrein waarvan de functie wijzigt naar een meer gevoelige gebruik worden uitgevoerd (inpandige bestaande schuren/buitenterrein etc.). Geconcludeerd kan worden dat het aspect bodem geen belemmering is voor de bestemmingswijziging van bedrijfswoning naar ‘plattelandswoning’.

4.4

Externe veiligheid Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Voor inrichtingen (bedrijven) en transportroutes is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het relevante beleidskader, voor buisleidingen is dit het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het beleid voor transportmodaliteiten staat in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. In onderstaande alinea's worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) geeft voor een bepaalde plaats de kans om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR.

Binnen de 10-6/jaar-contour (die als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten aanwezig zijn of geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald voor het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1%-letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet 'op de kaart' worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.

blad 18 van 37 Gemeente Heerenveen

concept bestemmingsplan Burdinewei 2 te Nes Gemeente Heerenveen Projectnummer

Verantwoordingsplicht In het Bevi, het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag advies in te winnen bij de veiligheidsregio. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat berekend wordt door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten zoals risico reducerende maatregelen, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid van het incident. Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations voor besluiten met gevolgen voor de effecten van een ongeval Naast de grenswaarden genoemd in het Bevi en de daarbij behorende Revi dient ook rekening gehouden te worden met de Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations voor besluiten met gevolgen voor de effecten van een ongeval (hierna: de circulaire). Per 28 juni 2016 is de Circulaire in werking getreden.

In deze circulaire wordt het bevoegd gezag verzocht om naast het toepassen van het Bevi en de Revi aanvullend effectgericht beleid te voeren, waarmee voor belangrijke ongevalsscenario's de gevolgen van een ongeval bij een LPG-tankstation worden beperkt. Met de effectgerichte benadering wordt aangesloten bij de modernisering van het omgevingsveiligheidsbeleid, waarbij de effecten van ongevallen een rol zullen innemen naast de nu in het Bevi gehanteerde risicobenadering. Uit de risicokaart en het geldende bestemmingsplan blijkt dat in de omgeving op circa 230 meter ten zuidwesten van het plangebied een gasleiding gelegen is. Het plan ligt niet binnen de persoonsgebondenrisicocontour van deze leiding. De inventarisatieafstand van deze gasleiding bedraagt 70 meter. Er is geen overlap met het plangebied. Met dit plan wordt geen nieuw kwetsbaar object gerealiseerd. Het plan bestaat uit het toekennen van een specifieke functieaanduiding 'plattelandswoning' ter plaatse van de bestaande bedrijfswoning. Hierdoor is geen toename van het groepsrisico te verwachten, omdat zowel op basis van het vigerende bestemmingsplan als op basis van dit plan de woning bestemd is voor bewoning. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan.

4.5

Geluid (wegverkeerslawaai) Geluid is één van de factoren die de beleving van de leefomgeving in belangrijke mate bepaalt. Door de toename van het verkeer en de bedrijvigheid wordt de omgeving in steeds sterkere mate belast met geluid. Dit leidt tot steeds meer klachten. In een aantal gevallen wordt de gezondheid beïnvloed door geluid. Hoge geluidsniveaus kunnen het gehoor beschadigen en ook de verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. Door de toename van het geluid in de omgeving, wordt de behoefte aan stilte steeds meer als een noodzaak gevoeld.

blad 19 van 37 Gemeente Heerenveen

concept bestemmingsplan Burdinewei 2 te Nes Gemeente Heerenveen Projectnummer

Ten aanzien van geluidshinder is de Wet geluidhinder (Wgh) van kracht. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidshinder in de toekomst. Voor het onderhavige plan is alleen geluidshinder als gevolg van weg verkeerslawaai van belang. In de wet is bepaald dat elke weg in principe een zone heeft, waar aandacht aan geluidshinder moet worden besteed. De Wgh onderscheidt geluidsgevoelige objecten enerzijds en niet-geluidsgevoelige objecten anderzijds. De Wgh stelt dat op de gevels van geluidsgevoelige objecten voldaan moet worden aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Het plangebied ligt in de geluidzone van de Burdinewei. Hiervoor geldt een maximum snelheid van 60 km/uur. De weg heeft dus een geluidzone (250 meter) en het projectgebied ligt hier binnen. Op basis van art. 76 lid 3 Wgh hoeft de geluidsbelasting van een aanwezige weg (waar geen wijzigingen optreden) op bestaande woningen niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Hieronder valt het omzetten van een agrarische bedrijfswoning naar een (burger)woning.

Aangezien er geen nieuw geluidgevoelig object wordt gerealiseerd, de bedrijfswoning niet wordt verbouwd en omdat zowel de Wet geluidhinder als de Wet milieubeheer geen bepalingen bevatten over het 'omzetten' van een bedrijfswoning naar een plattelandswoning, is er sprake van een bestaande situatie in de zin van de Wgh. Geconcludeerd wordt dat aspect geluid geen belemmering is voor de vaststelling van voorliggend plan.

4.6

Kabels en Leidingen Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. In het projectgebied is geen sprake van kabels of leidingen die een planologische zone hebben.

4.7

Luchtkwaliteit Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is enerzijds bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging. Anderzijds heeft de wet tot doel mogelijkheden te creëren voor ruimtelijke ontwikkeling, ondanks overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) van belang. Projecten die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan de luchtverontreiniging zijn op grond van de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden.

blad 20 van 37 Gemeente Heerenveen

concept bestemmingsplan Burdinewei 2 te Nes Gemeente Heerenveen Projectnummer

Omdat het plan voorziet in functiewijziging wordt geconcludeerd dat het Besluit NIBM van toepassing is. Het aantal verkeersbewegingen neemt hierdoor niet of nauwelijks toe. Daarnaast is sprake van een ontwikkeling in een landelijke omgeving. Uit de Grootschalige Concentratiekaarten Nederland blijkt dat in de omgeving van het beoogde initiatief de jaargemiddelde achtergrondconcentratie voor zwevende deeltjes (Pm10) in 2016 onder de 18 ug/m3 lag . Hierbij wordt de grenswaarde van 40 ug/m3 als jaargemiddelde concentratie niet overschreden. Er is hier sprake van een goede luchtkwaliteit. De Raad van State heeft bij uitspraak van 4 februari 2015 (201306630/5/R3) bepaald dat de luchtkwaliteitseisen ook gelden bij plattelandswoningen. Dit volgt uit de Europese Richtlijn voor luchtkwaliteit 2008/50/EG. De regels van titel 5.2 Wet milieubeheer zijn van toepassing en moeten getoetst worden. Dit betekent dat voor alle type woningen hetzelfde beschermingsniveau geldt en voor wat betreft luchtkwaliteit moet de plattelandswoning wel als reguliere woning worden beoordeeld. Vooral als het gaat om intensieve veehouderijbedrijven kan de luchtkwaliteit mogelijk problematisch zijn. Het agrarische bedrijf waar deze woning bij hoort betreft een paardenhouderij. In de landbouwsector is voornamelijk de emissie van fijn stof bepalend voor de luchtkwaliteit op de omgeving.

Emissies van de overige stoffen, waaraan volgens de Wet luchtkwaliteit getoetst moet worden, zijn verwaarloosbaar en voldoen aan de Wet luchtkwaliteit. Fijnstof komt voornamelijk vrij bij grootschalige verbrandingsprocessen of grote aantallen vervoersbewegingen. In onderhavige situatie is hier geen sprake van. Voor wat betreft de transportbewegingen van de paardenhouderij kan gesteld worden dat deze aantallen te verwaarlozen zijn. Van aantasting van de luchtkwaliteit door de paardenhouderij is geen sprake. Er is sprake van goede ruimtelijke ordening. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan.

4.8

Natuurtoets Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Deze zijn geregeld in de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming Gezien de functiewijziging kan worden gesteld dat dit project geen (significante) effecten op de natuurwaarden in de omgeving heeft. Er is feitelijk geen sprake van een wijziging in de praktijk. In de huidige - en gewenste situatie is sprake van het gebruiken van de woning ten behoeve van wonen. Deze functie wijzigt met dit project niet. Aangezien het gaat om de voortzetting van een paardenhouderij, dat is gevestigd op een locatie die is bestemd voor een paardenhouderij, en het omzetten van een bedrijfswoning naar een plattelandswoning zijn significante gevolgen voor beschermde natuurwaarden als gevolg van een toename in stikstofdepositie ook uitgesloten. Het project is daarom uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming. Soortenbescherming De gewenste situatie die de initiatiefnemers voor ogen hebben voorziet niet in het kappen van bomen, het dempen van sloten, en/of het slopen van gebouwen. De functie van de bedrijfswoning verandert niet door het toevoegen van de mogelijkheid om deze te gebruiken als plattelandswoning. Aantasting van beschermde soorten en strijdigheid met de Wet natuurbescherming wordt daardoor uitgesloten.

Voor alle soorten blijft de algemene zorgplicht van kracht. Bij verstoring van dieren moeten deze de gelegenheid krijgen te vluchten naar een nieuwe leefomgeving. Geconcludeerd kan worden dat het aspect natuur geen belemmering vormt voor onderhavig plan.

blad 21 van 37 Gemeente Heerenveen

concept bestemmingsplan Burdinewei 2 te Nes Gemeente Heerenveen Projectnummer

4.9

Water Vanwege het belang van het water in de ruimtelijke ordening, wordt van waterschappen een vroege en intensieve betrokkenheid bij het opstellen van ruimtelijke plannen verwacht. Bovendien is de watertoets een verplicht onderdeel in de ruimtelijke procedure geworden. Het project is via http://www.dewatertoets.nl/ aangemeld bij Wetterskip Fryslân (20191121-2-21856). Uitkomst van de watertoets (zie bijlage 1) is dat het plan geen invloed heeft op het watersysteem en de waterketen. Hierdoor kan de procedure geen waterschapsbelang worden gevolgd voor de watertoets. Geconcludeerd kan worden dat het aspect water geen belemmering is voor het bestemmingsplan.

4.10

Besluit milieueffectrapportage Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is de milieueffectrapportage ontwikkeld (zie met name hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer). Gemeenten dienen ook bij kleine bouwprojecten te beoordelen of een milieueffectrapportage (MER) nodig is, via een zogenaamde m.e.r.-beoordeling. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een MER nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een MER nodig. De m.e.r.-beoordelingsplicht treedt in werking wanneer er sprake is van stedelijke ontwikkelingsprojecten als genoemd bijlage onder D categorie 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Dit heeft betrekking op het aanleggen, wijzigen of uitbreiden van een stedelijk ontwikkelingsproject.

Omdat dit bestemmingsplan uitsluitend toeziet op de planologische transformatie van een bedrijfswoning naar een plattelandswoning, en er geen bebouwing toegevoegd, gewijzigd of uitgebreid wordt, is deze beoordelingsplicht niet aan de orde. Geconcludeerd kan worden dat er geen belemmering is voor het bestemmingsplan.

blad 22 van 37 Gemeente Heerenveen

concept bestemmingsplan Burdinewei 2 te Nes Gemeente Heerenveen Projectnummer

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische planopzet

Inleiding Dit hoofdstuk geeft inzicht in de wijze waarop de bestaande toestand en de beoogde ontwikkelingen zijn vertaald in juridisch bindende regels, met hieraan gekoppeld een verbeelding. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en de regels over de toegelaten gebouwen. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels evenals de functie van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen juridisch bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en soms voor de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Dit bestemmingsplan is opgesteld volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP). Deze SVBP maakt deel uit van een set Standaarden en Regels die ontwikkeld is voor bestemmingsplannen en hebben betrekking op zowel de verschijningsvorm als de technische uitvoering van het plan. De SVBP schrijft voor op welke wijze de verbeelding moet worden vervaardigd en aan welke eisen de regels moeten voldoen. Dit houdt in dat bijvoorbeeld de benaming van de bestemmingen en het kleurgebruik in deze Standaard is opgenomen. De SVBP is verplicht gesteld vanaf 1 januari 2010.

5.1.1

Indeling van de regels De regels zijn ingedeeld in 4 hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels en bevat 2 artikelen. Het eerste artikel geeft een omschrijving van enkele in de regels gehanteerde begrippen. Het tweede artikel geeft aan hoe ten aanzien van maten, oppervlakte en inhoud gemeten moet worden. In hoofdstuk 2 worden de verschillende bestemmingen behandeld. Per bestemming wordt aangegeven welke doeleinden/functies zijn toegelaten op de gronden en wat en hoe er mag worden gebouwd. In hoofdstuk 3 worden de algemene regels behandeld. Dit zijn onder meer de afwijkingsmogelijkheden en algemene gebruiksregels. In hoofdstuk 4 worden de overgangs- en slotregels aangegeven.

5.2

Wijze van bestemmen

5.2.1

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Begripsbepaling In dit artikel is een aantal begrippen verklaard die gebruikt worden in de regels. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Wijze van meten In het artikel 'wijze van meten' is een regeling opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden.

blad 23 van 37 Gemeente Heerenveen

concept bestemmingsplan Burdinewei 2 te Nes Gemeente Heerenveen Projectnummer

5.2.2

Hoofdstuk 2 Bestemmingen Het is gewenst om de bestaande bestemmingen en aanduidingen in stand te houden en de gebruiksmogelijkheden van de bedrijfswoning aan Burdinewei 2 te verruimen, door deze woning tevens de aanduiding 'plattelandswoning' te geven. Dit zodat bewoning door derden (burgers), die geen binding hebben met het agrarische bedrijf ter plaatse, mogelijk is. Hierdoor ontstaat flexibiliteit qua gebruik van de woning. Er is in dit bestemmingsplan sprake van één bestemming. Artikel 3 Agrarisch – Paardenhouderij Het gehele perceel aan de Burdinewei 2 heeft deze bestemming gekregen. Daarbij is een paardenhouderij mogelijk gemaakt. Alle bouw- en gebruiksregels zijn overgenomen uit het geldende bestemmingsplan voor zover ze betrekking hebben op dit perceel. In dit bestemmingsplan is een functieaanduiding 'plattelandswoning' ter plaatse van de Burdinewei 2 toegevoegd zodat planologisch is geborgd dat de bedrijfswoning bewoond mag worden door personen die geen functionele binding meer hebben bij de paardenhouderij. Aan de begripsbepalingen is het begrip ‘plattelandswoning’ toegevoegd. Hiermee is duidelijk dat aangesloten wordt op de landelijke wet- en regelgeving omtrent plattelandswoningen. In de regels is tevens aangeven dat er maximaal één plattelandswoning aanwezig mag zijn. Deze plattelandswoning kan uiteraard nog steeds gebruikt worden als bedrijfswoning.

Dat wil dus zeggen dat het in de toekomst niet mogelijk is om een bedrijfswoning te realiseren bij de paardenhouderij. Artikel 4 Waarde – Archeologie Het gehele perceel aan de Burdinewei 2 heeft deze bestemming gekregen.

5.2.3

Hoofdstuk 3 Algemene regels In dit hoofdstuk worden, in aanvulling op de bestemmingsregels, aanvullende regels gesteld. Anti-dubbeltelregel Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat bepalingen om te voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. De redactie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening en overeenkomstig opgenomen. Algemene gebruiksregels Een aantal vormen van gebruik wordt in het algemeen in dit bestemmingsplan niet toegestaan. Welke dat zijn en hoe hiermee omgegaan wordt, staat opgenomen in dit artikel. Algemene afwijkingsregels In dit artikel is in aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen nog een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen.

5.2.4

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In de overgangsrechtregel is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het inwerking treden van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. De redactie is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen. In de 'slotregel' is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan aangehaald worden.

blad 24 van 37 Gemeente Heerenveen

concept bestemmingsplan Burdinewei 2 te Nes Gemeente Heerenveen Projectnummer

Hoofdstuk 6

6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid Het plan betreft een particulier initiatief, waarvan alle kosten en risico's voor rekening van de initiatiefnemer komen. De initiatiefnemer, die eigenaar van de betreffende woning en de gronden is, fungeert als financiële drager. Eventuele planschade komt eveneens voor rekening van de initiatiefnemer. Voor het overige zijn er geen gemeentelijke financiën met het plan gemoeid. Overeenkomstig de bepalingen in hoofdstuk 6 van de Wet ruimtelijke ordening is voor voorliggende ontwikkeling geen exploitatieplan noodzakelijk. Het kostenverhaal vindt immers plaats via leges.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid De maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan wordt getoetst met het opsturen van het plan naar de verschillende overlegpartners. Naast de overlegpartners is een ieder in de gelegenheid gesteld het plan te beoordelen. Onderstaand is aangegeven op welke manier de maatschappelijke uitvoerbaarheid precies getoetst is en op welke wijze dit heeft geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

6.2.1

Vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro Het voorontwerp bestemmingsplan is overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1.1. Bro aangeboden aan Rijk, provincie en Wetterskip Fryslan.

6.2.2

Inspraak voorontwerpbestemmingsplan Op grond van de gemeentelijke inspraakverordening wordt ten aanzien van dit bestemmingsplan geen inspraak verleend (geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd).

6.2.3

Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan PM

6.2.4

Vaststelling bestemmingsplan Het bestemmingsplan Burdinewei 2 te Nes is op PM vastgesteld.

blad 25 van 37 Gemeente Heerenveen

Heerenveen

bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.0074.BPBurdinewei2NE-OW01

29-11-2023

projectnummer:

01-12-2023

concept voorontwerp ontwerp vastgesteld

20231289 opdrachtleider:

30/52

Bijlagen toelichting

31/52

32/52

Bijlage 1

33/52

Watertoets

datum 21-11-2019 dossiercode 20191121-2-21856 Wateradvies geen waterschapsbelang Project: Nes - Burdinewei 2 Gemeente: Heerenveen Aanvrager: Jan - Jacob Posthumus Organisatie: Rho Adviseurs Geachte heer/mevrouw Jan - Jacob Posthumus, Voor het plan Nes - Burdinewei 2 heeft u een watertoets aangevraagd op www.dewatertoets.nl. Met de gegevens die u heeft opgegeven is bepaald dat het plan geen invloed heeft op het watersysteem en de waterketen. Hierdoor kan de procedure geen waterschapsbelang worden gevolgd voor de watertoets. Dit betekent dat u verder geen contact hoeft op te nemen met Wetterskip Fryslân. Deze uitkomst kunt u opnemen in de ruimtelijke onderbouwing van het plan. Mochten er desondanks vragen zijn, dan kunt u contact opnemen via onderstaande contactgegevens. Toename verharding Wij willen u verzoeken om in de waterparagraaf de volgende passage op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=8a10c3d7-9981-4728-b3f1-83c9b812cac1