Bijlage 1 - Ontwerp-omgevingsvergunning inclusief bijlagen
Tekst van het document
OMGEVINGSVERGUNNING
2021-579
Burgemeester en Wethouders hebben op 4 mei 2023 van Zonnepark Oudehaske B.V., Eekwal 6, 8011 LD te Zwolle een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen voor het realiseren van een zonnepark. De aanvraag betreft de Rijksweg nabij nummer 19 te Heerenveen, en is geregistreerd onder nummer 2021-579. Besluit Burgemeester en wethouders besluiten, gelet op artikel 2.1, 2.10, 2.12, 2.17 en 3.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht (Awb), de omgevingsvergunning te verlenen. De omgevingsvergunning wordt verleend onder de bepaling dat de gewaarmerkte stukken deel uitmaken van de vergunning. Op basis de onderzoeksresultaten en op basis van artikel 22.29, 22.30 en 22.31 (tijdelijk deel Omgevingsplan) en artikel 5.89g en 5.89j (Bkl) dat er geen aanvullend verkennend (water)bodemonderzoek naar bodemverontreiniging vereist is en dat er geen belemmeringen zijn voor de beoogde functie. De omgevingsvergunning wordt verleend voor de volgende activiteiten: Bouwen van een bouwwerk (artikel 2.1 lid 1 sub a Wabo); Handelen in strijd met regels RO (artikel 2.1 lid 1 sub c jo. artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3o Wabo); Voorschriften De realisatie van het project geschiedt overeenkomstig de ruimtelijke onderbouwing, inclusief bijlagen, opgenomen planomschrijving.
De houder van de vergunning dient, ten minste twee dagen voor aanvang, de afdeling handhaving op de hoogte te stellen van de start van de volgende werkzaamheden (indien van toepassing): • de start van de werkzaamheden (inclusief ontgravingwerkzaamheden); • de aanvang van heiwerkzaamheden; • de aanvang van grondverbeteringswerkzaamheden; • het storten van beton. Tevens dient de voltooiing van de werkzaamheden te worden doorgegeven. Bij voorkeur per mail via bouwmelding@heerenveen.nl of telefonisch op telefoonnummer 0513–617750. - Uiterlijk 3 weken voor aanvang van de desbetreffende werkzaamheden moeten de constructieve gegevens en bescheiden ingediend worden bij de afdeling Vergunningen. Uit deze gegevens en bescheiden moet blijken dat het bouwwerk voldoet aan de gestelde eisen in relatie tot: o belastingen en belastingscombinaties (sterkte, stijfheid en stabiliteit) van alle (te wijzigen) constructieve delen van het bouwwerk alsmede van het bouwwerk zelf; o de uiterste grenstoestand van de bouwconstructie en onderdelen van de bouwconstructie.
-
Minimaal 1 week voorafgaand aan de graafwerkzaamheden dient via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) een melding te worden gedaan (conform § 4.119 e.v. van het BAL). Indien er tijdens de (graaf)werkzaamheden toch een vermoeden van bodemverontreiniging wordt aangetroffen, dient de gemeente Heerenveen hiervan zo spoedig mogelijk in kennis te worden gesteld. Bij het graven, opslaan, terugplaatsen of afvoeren van grond moeten partijen grond en baggerspecie van verschillende kwaliteitsklassen gescheiden blijven (klasse Landbouw/natuur en Industrie). De indeling van partijen van verschillende kwaliteitsklassen volgt uit het voorafgaand (water)bodemonderzoek. Gescheiden ontgraven is van belang om vermenging van verschillende kwaliteiten grond en baggerspecie te voorkomen. In geval van de waterbodem van vak W1-vak 3 geldt dat dit niet op aangrenzend perceel mag worden gebracht en moet worden afgevoerd naar een daartoe erkende verwerker. De partijen van verschillende kwaliteitsklassen die bij het ontgraven gescheiden zijn, moeten ook bij de tijdelijke opslag gescheiden blijven. Bijvoorbeeld door tussen de partijen enige afstand te houden of een fysieke scheidingswand aan te brengen. Opslag op de ontgravingslocatie is toegestaan onder de regels van deze activiteit tijdens het uitvoeren van het werk tot uiterlijk 8 weken na de beëindiging daarvan.
Na deze termijn moet de grond in principe afgevoerd zijn. Afvoer kan plaatsvinden naar een toepassing elders (onder de regels voor het toepassen van grond en baggerspecie). Hiertoe dient mimimaal 1 week voorafgaand aan de toepassing (volgens artikel 4.1266 van het BAL) via het DSO een melding te worden gedaan. Het langer opslaan op dezelfde locatie onder de regels voor de activiteit graven is niet zonder meer mogelijk. Behalve als het bevoegd gezag via een maatwerkvoorschrift het opslaan gedurende een langere periode heeft toegestaan. Het langer opslaan van de grond kan mogelijk wel plaatsvinden onder de algemene rijksregels voor het opslaan van grond of baggerspecie uit § 4.122 van het Bal, waarbij er andere voorwaarden voor de opslag gelden. De initiatiefnemer kan er in dat geval voor kiezen om een melding te doen voor de activiteit opslaan van grond of baggerspecie. Na beëindiging van activiteiten zoals benoemd in hoofdstuk 3 en 4 van het Besluit activiteiten leefomgeving, moet een eindonderzoek worden verricht en ter beoordeling worden ingediend bij het bevoegd gezag (conform artikel 5.3 van Besluit activiteiten leefomgeving).
Specifieke voorschriften - Het is verboden het trottoir, de openbare weg, de groenstroken en andere gemeentelijke terreinen te gebruiken of te doen gebruiken voor het verrichten van werkzaamheden, het opslaan van bouwmaterialen en het plaatsen van bouwketen en opslagcontainers of -keten (Algemene plaatselijke verordening). Directe of indirecte schade aan openbare eigendommen, roerend of onroerend goed in beheer en/of eigendom van de gemeente Heerenveen ten gevolge van de
verrichtte (bouw)activiteiten, moet door en op kosten van de vergunninghouder worden hersteld. Herstel moet overeenkomstig de (technische) eisen van de gemeente Heerenveen binnen 2 weken na het ontstaan van de schade worden hersteld. U kunt hiervoor contact opnemen met de afdeling IBOR, telefoonnummer 0513 – 617 617. Indien de vergunninghouder de schade niet binnen de gestelde termijn en conform de vereisten herstelt, zal de gemeente Heerenveen de schade (laten) herstellen. De totale kosten van dit herstel worden op de vergunninghouder verhaald. Burgemeester en wethouders kunnen deze vergunning bij besluit intrekken in de gevallen, genoemd in artikel 2.33 lid 2 van de Wabo. Tevens kan op grond van artikel 5.19 lid 1 van de Wabo worden besloten tot intrekking van de omgevingsvergunning indien de hierboven vermelde voorschriften niet worden nageleefd. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Heerenveen. Namens dit college,
E. de Boer Teammanager keten Omgevingszaken | Domein Leefomgeving
Procedure De omgevingsvergunning is voorbereid volgens de uitgebreide voorbereidingsprocedure van §3.3 van de Wabo. De aanvraag heeft betrekking op de activiteit, het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, artikel 2.1 lid 1 sub c, en is beoordeeld aan § 2.3 van de Wabo. Er is voldoende aannemelijk gemaakt dat de aanvraag voldoet aan de van toepassing zijnde regels en voorschriften, zodat de gevraagde omgevingsvergunning kan worden verleend. Ontvankelijkheid Na ontvangst van de aanvraag is deze aan de hand van de Regeling omgevingsrecht (Mor) getoetst op ontvankelijkheid. De aanvraag bevat voldoende informatie voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook ontvankelijk en in behandeling genomen. Projectomschrijving Het besluit heeft betrekking op het realiseren van een zonnepark op de locatie aan de Rijksweg nabij nummer 19 te Heerenveen, kadastraal bekend Tjalleberd, sectie F, nummers
1954, 2009 en 2010. Door het zonnepark wordt elektriciteit opgewekt uit zonne-energie. Het zonnepark wordt geplaatst voor een periode van in beginsel 25 jaar. De gronden waarop het zonnepark wordt beoogd hebben een agrarische bestemming. De realisatie van het zonnepark past niet binnen het huidige planologische regime. Het plan is in strijd met de ‘Beheersverordening Joure, Langweer, Nijehaske, Oudehaske en het Buitengebied ’. De vergunning moet worden geweigerd als vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) niet mogelijk is. In dit geval kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid die is opgenomen in artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3° Wabo. De aanvraag is voorzien van een ruimtelijke onderbouwing, waarin wordt ingegaan op van toepassing zijnde wet- en regelgeving, beleidskaders en relevante ruimtelijke aspecten. De ruimtelijke onderbouwing maakt, evenals de overige bij de aanvraag behorende bijlagen, integraal onderdeel uit van dit besluit. Zienswijzen Het voornemen om een omgevingsvergunning te verlenen voor de aangevraagde activiteiten is digitaal gepubliceerd in het Gemeenteblad en de Staatscourant van (datum).
Vervolgens hebben de ontwerp-omgevingsvergunning en de (ontwerp)verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad, gedurende zes weken ter inzage gelegen en is een ieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen kenbaar te maken. Van deze mogelijkheid is gebruik gemaakt. De ingebrachte zienswijzen hebben geen aanleiding gegeven het voorgenomen besluit te wijzigen. Milieueffectrapportage In onderdeel C en D van de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is aangegeven welke activiteiten in het kader van een ruimtelijk plan of besluit planm.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Voor activiteiten die voorkomen in onderdeel D en die onder de drempelwaarden vallen, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling doorlopen worden. Daarbij gaat het om de vraag of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De realisatie van de melkstal valt niet onder de activiteiten genoemd in onderdeel C en D van bovenvermelde bijlage. Dit betekent dat er geen (vormvrije) m.e.r. beoordeling doorlopen hoeft te worden.
Vooroverleg provincie Op grond van artikel 6.18 Besluit omgevingsrecht (Bor) is op de voorbereiding van een omgevingsvergunning die wordt verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3o, van de Wabo het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) van toepassing. Onderhavig plan is opgesteld met behulp van de methodie ‘Sinnetafel’. Kennisgeving ontwerp omgevingsvergunning provincie Gelet op het bepaalde in artikel 6.12 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is de ontwerpomgevingsvergunning toegezonden aan gedeputeerde staten. Op (datum) is de kennisgeving naar de provinciale afdeling Omgevingszaken gestuurd om op het ontwerpbesluit te kunnen reageren. In de reactie van (datum) heeft de provincie aangegeven dat er wel/geen zienswijze volgt voor de ontwerp-omgevingsvergunning.
Bijgevoegde documenten De volgende documenten behoren bij het besluit: 1. Aanvraagformulier, d.d. 31-12-2023 2. raadsbesluit, inclusief VVGB d.d. Bijlagen (i.s.m. Jan) - Bijlage 1A Inrichtings- en beheerplan - Bijlage 1B Inrichtings- en beheerplan - Ruimtelijke onderbouwing 2025 - Bijlage 2 Bodem vooronderzoek - Bijlage 3 Bodem verkennend onderzoek - Bijlage 4 Zonnepark Oudehaske aanvullende notitie bodem - Bijlage 5 RO Watercompensatie - Bijlage 6 Archeologisch onderzoek - Bijlage 7 Natuuronderzoek - Bijlage 8 Notitie stikstofdepositie - Bijlage 9 VVM - Bijlage 10 RO Brief TenneT - Funderingen en Bouwwerken - NL25-648800269-132928
d.d. 05-06-2025 d.d. 05-06-2025 d.d. 07-03-2025 d.d. 27-01-2025 d.d. 27-01-2025 d.d. 27-01-2025 d.d. 27-01-2025 d.d. 27-01-2025 d.d. 27-01-2025 d.d. 27-01-2025 d.d. 27-01-2025 d.d. 27-01-2025 d.d. 27-01-2025 d.d. 12-05-2025
Beroep Tegen het besluit kan door belanghebbenden beroep worden ingesteld bij de Rechtbank Noord-Nederland, Afdeling bestuursrecht, Postbus 150, 9700 AD Groningen. Deze mogelijkheid staat open voor belanghebbenden die over het ontwerpbesluit tijdig hun zienswijzen bij het college hebben ingebracht en die redelijkerwijs niet kan worden verweten dat zij geen of niet tijdig zienswijzen bij de gemeenteraad naar voren hebben gebracht. De beroepstermijn bedraagt zes weken en vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit ter inzage is gelegd. Het beroepschrift moet op grond van artikel 6:5 jo 7:1 van de Awb ondertekend zijn en moet ten minste bevatten de naam en het adres van de indiener, de dagtekening en een omschrijving van het besluit waartegen het beroep zich richt, alsmede de gronden van het beroep. Bij het beroepschrift dient zo mogelijk een afschrift van dit besluit te worden overgelegd. Tevens kan de indiener van een beroepschrift aan de voorzieningenrechter van voornoemde rechtbank verzoeken om een voorlopige voorziening te treffen indien de indiener van het beroepschrift van mening is dat onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, vereist is. U kunt ook digitaal beroep instellen bij de genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD).
Kijk op de genoemde site voor de voorwaarden. Voor het instellen van beroep is een griffierecht verschuldigd. De griffier zendt hiervoor een rekening. Inwerkingtreding en geldigheid omgevingsvergunning De omgevingsvergunning treedt in werking met ingang van de dag na afloop van de termijn voor het indienen van een beroepschrift, tenzij ook een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend. Als binnen de termijn voor het indienen van een beroepschrift een verzoek om voorlopige voorziening is gevraagd treedt de omgevingsvergunning niet in werking voordat op dat verzoek is beslist.
Inhoudelijke beoordeling Aan het besluit liggen de volgende inhoudelijke overwegingen ten grondslag: -
Bouwen
Bouwbesluit: Er is voldoende aannemelijk gemaakt dat het bouwplan voldoet aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012. Bouwverordening: Er is voldoende aannemelijk gemaakt dat het bouwplan voldoet aan de voorschriften van de bouwverordening. Welstand: Adviescommissie Omgevingskwaliteit Heerenveen op 18 februari 2025 een advies heeft afgegeven, waarin zij stellen dat het hier betreffende bouwwerk, rekening houdend met de in de welstandsnota opgenomen criteria, voldoet aan redelijke eisen van welstand. Wij derhalve van mening zijn dat het uiterlijk en de plaatsing van het betreffende bouwwerk niet in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. -
Het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan
Bestemmingsplan: Het perceel is begrepen in de ‘Beheersverordening Joure, Langweer, Nijehaske, Oudehaske en het Buitengebied ’ waarin aan de gronden de bestemming ‘Agrarische gebied’ is toegekend. Voor het gebied gelden ook de facetbestemmingsplannen ‘Partiële herziening bestemmingsplannen kamerverhuur’ en ‘Partiële herziening bestemmingsplannen parkeren’. Deze bestemmingsplannen hebben echter geen raakvlakken met dit planvoornemen. De gronden waarop het zonnepark wordt beoogd hebben een agrarische bestemming. De realisatie van het zonnepark past niet binnen het huidige planologische regime. Indien sprake is van strijd met de regels wordt de aanvraag mede aangemerkt als een aanvraag om een vergunning voor de activiteit ‘het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan’, en wordt de vergunning slechts geweigerd indien vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 niet mogelijk is. Noch het bestemmingsplan, noch de kruimelregeling (artikel 4 Bijlage II van het Bor) voorziet in een afwijkingsbevoegdheid waarmee het plan kan worden gerealiseerd Het bestemmingsplan en de algemene afwijkingsregels bieden geen mogelijkheid om hiervan af te wijken. Medewerking kan worden verleend met een project afwijkingsbesluit op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3o van de Wabo.
Verklaring van geen bedenkingen gemeenteraad De Wabo bepaalt in artikel 2.27 in samenhang met artikel 6.5 Bor dat, indien het voornemen bestaat om een omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van het geldende bestemmingsplan, de gemeenteraad vooraf hiervoor een zogenaamde verklaring van geen bedenkingen dient te verlenen. De verklaring kan slechts worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening.
De gemeenteraad heeft op (datum) een (ontwerp)verklaring van geen bedenkingen afgegeven voor het realiseren van een zonnepark op de locatie aan de Rijksweg nabij nummer 19 te Heerenveen, kadastraal bekend Tjalleberd, sectie F, nummers 1954, 2009 en 2010. De onderbouwing maakt integraal onderdeel uit van het (te nemen) besluit. Hierna zijn kort de verschillende ruimtelijke aspecten benoemd, waarop de afweging is gebaseerd. Bodem Voor de aanleg van het zonnepark, zijn de onderstaande documenten aangeleverd en beoordeeld, te weten: - Vooronderzoek Zonneweide Oudehaske (Sweco, kenmerk: 367815, SWNL0255146, d.d. 17 januari 2020); - Verkennend bodemonderzoek weilandpercelen aan de Rijksweg te Oudehaske (Sweco, kenmerk: 376815, SWNL0258561, d.d. 23 maart 2020); - Notitie bodemonderzoek zonneweide Oudehaske (Sweco, kenmerk: 51025111, NL24648800269-111800, d.d. 19 november 2024); - Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Oudehaske (Sweco, kenmerk: 51025111, NL25-648800269-119242, d.d. onbekend); - Verkennend waterbodemonderzoek uitbreiding zonnepark Oudehaske (Sweco, NL25-648800269-132928, 51025111, d.d. 6 mei 2025). Uit de bovenstaande stukken blijkt dat ter plaatse van dam 2 en dam 4 sprake is van bijmenging met bodemvreemde materialen (baksteen, asfalt, glas en/of puin) en is in dam 4 sprake van een harde ondoordringbare onderlaag (niet verder onderzocht).
Verder zijn in de voormalige watergangen (S1 en S3) enkele zwakke bijmenging met slib waargenomen. In dam 2 en dam 4 zijn, op puin na, geen asbestverdachte materialen waargenomen en is analytisch geen asbest aangetoond. In de ondergrond van dam 5 zijn licht verhoogde gehalten met molybdeen en nikkel aangetoond (klasse Industrie). In de ondergrond van dam 7 is maximaal een licht verhoogd gehalte met PAK aangetoond (klasse Landbouw/natuur). In de voormalige watergangen, met daarin bijmengingen met slib (S1 en S3) zijn eveneens licht verhoogde gehalten met molybdeen en nikkel aangetoond (klasse Landbouw/natuur). In de te dempen watergangen zijn in de waterbodem op een matig verontreinigde/niet toepasbare sliblaag na in vak W1-vak 3, geen verhoogde gehalten aangetoond (klasse Landbouw/natuur en verspreidbaar op aangrenzend perceel). Het grondwater is bij de bovenstaande onderzoeken, gezien de voorgenomen werkzaamheden, niet onderzocht. Gezien bovenstaande onderzoeksresultaten kan gesteld worden dat er geen sprake danwel vermoeden bestaat op de aanwezigheid van een geval van ernstige bodemverontreiniging danwel een bodemkwaliteit welke de maximaal toelaatbare kwaliteit (Interventiewaarde) overschrijdt en dat de locatie geschikt is voor de beoogde functie. Water Voor het project is een watertoets doorlopen.
Het Wetterskip is op de hoogte van het project en heeft randvoorwaarden aangegeven. Het ontwerp voldoet aan deze randvoorwaarden. Er
zal tijdig een watervergunning bij het Wetterskip worden aangevraagd. Gelet op het voorgaande is het project op ohet onderdeel water uitvoerbaar. Archeologie Er is een archeologische veldonderzoek uitgevoerd. Tijdens het verkennend booronderzoek is aangetoond dat het veen volledig is ontgonnen. Ook het onderliggende dekzand is verstoord geraakt. De top van het dekzand, het maaiveld uit de Steentijd, is niet meer intact. Bovendien zijn er geen aanwijzingen voor podzolbodems waargenomen. Ook zijn er geen archeologische indicatoren aangetroffen. Het project wordt uitgevoerd conform wetgeving en beleid voor archeologie. Er zijn geen archeologisch waarden aangetroffen. Natuur Gebiedsbescherming Dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden De Deelen (op ca. 4,6 km afstand) en Sneekermeergebied (op circa 5,3 km afstand) zijn Vogelrichtlijngebieden. Het dichtstbijzijnde Habitatrichtlijngebied is Rottige Meenthe & Brandemeer (op circa 10,5 km). Dit zijn dusdanige afstanden van het plangebied dat geen verstoring door licht, geluid of beweging zal plaatsvinden. Om negatieve effecten van deze stikstofdepositie uit te kunnen sluiten, is een berekening met de Aerius calculator uitgevoerd (zie bijlage 8). Uit de Aerius-berekening blijkt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jr. Er is geen effect op Natura 2000 door stikstofdepositie.
Het plangebied valt buiten de begrenzing van NNN/EHS. Het zonnepark heeft geen effecten op het ecologisch functioneren van het Natuur buiten EHS-gebied. Soortenbescherming Het project zal worden uitgevoerd conform wetgeving en beleid voor natuur. Zowel ten aanzien van gebiedsbescherming als ten aanzien van soortenbescherming zijn er geen belemmeringen. Verkeer In de aanlegfase zal een geringe en incidentele verhoogde verkeerstoename plaatsvinden voor de aanleg van de zonnepanelen. In de gebruiksfase zal er (bijna) geen sprake zijn van een toename van verkeer, enkel ten behoeve van het onderhoud van de panelen. De Rijkswegen en lokale wegen kunnen de verkeersintensiteit (in aanleg- en gebruiksfase) goed aan. Geluid Binnen het plangebied wordt geen geluidgevoelige bebouwing opgericht. Akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai (of spoorweglawaai) is niet aan de orde. Het project leidt niet tot een relevante geluidbelasting op de omgeving. Luchtkwaliteit Het zonnepark leidt niet tot een substantiële verkeersaantrekkende werking en is daarmee niet van invloed op de luchtkwaliteit. Op grond van de Wm is hier sprake van een project dat 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Licht De beoogde installatie produceert geen licht.
Door toepassing van een anti-reflectie laag op de zonnepanelen zal er bovendien niet of nauwelijks sprake zijn lichtweerkaatsing naar de (directe) omgeving.
Externe veiligheid Het project heeft geen gevolgen voor risicovolle inrichtingen of transportroutes. Milieuzonering Er wordt voldoende afstand aangehouden tot milieugevoelige bestemmingen. Kabels en leidingen Over de uitvoering van het project zijn gedetailleerde afspraken gemaakt met netbeheerder.