Bijlage 1 Nota van zienswijzen Jongbloed
Tekst van het document
Nota van zienswijzen – ontwerp bestemmingsplan Heerenveen, Heremaweg (Jongbloedlocatie) 15 april 2024
1. Inleiding Het ontwerp-bestemmingsplan “Heerenveen – Heremaweg (Jongbloedlocatie)” heeft betrekking op het bedrijfsterrein van uitgeverij en drukkerij Jongbloed aan de Marktweg in Heerenveen en voorziet in de transformatie van dit terrein in een woongebied. Dit bestemmingsplan is een aanvulling op het bestemmingsplan dat de gemeenteraad eerder heeft vastgesteld. Met beide bestemmingsplannen wordt het hele bedrijfsterrein veranderd in een woonfunctie. Het ontwerp-bestemmingsplan en een beeldkwaliteitsplan als onderdeel van de Welstandsnota 2016, hebben vanaf vrijdag 29 december 2023 tot en met donderdag 8 februari 2024 ter inzage gelegen. Tijdens deze periode bestond de mogelijkheid om schriftelijk of mondeling inspraakreacties in te dienen. Eén en ander is op de gebruikelijke wijze bekend gemaakt door middel van een publicatie in de Heerenveense Courant en in Gemeenteblad (digitaal) op 28 december 2023 alsmede op de website van de gemeente. Naar aanleiding daarvan is een schriftelijke zienswijze ontvangen van het college van Gedeputeerde Staten van Fryslân, postbus 20120, 8900 HM Leeuwarden. Deze brief is gedateerd 22 februari en verzonden op 26 februari 2024. Per e-mail gedateerd 12 februari 2024 heeft de provincie ambtelijk een afschrift van een zienswijze kenbaar gemaakt. Bij dit emailbericht is een getekende zienswijze gevoegd met als datum 7 februari 2024.
Vanwege de onjuiste adressering is deze zienswijze echter niet per post bij de gemeente binnengekomen. 2. Ontvankelijkheid Het ontwerp-bestemmingsplan is met ingang van vrijdag 29 december 2023 voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. Dat betekent dat een zienswijze uiterlijk 8 februari had moeten worden ingediend. De zienswijze van Gedeputeerde Staten is gedateerd 22 februari 2024, verzonden op 26 februari 2024 en volgens de registratie ontvangen op 27 februari 2024. De zienswijze is per email op 12 februari 2024 bij ons binnengekomen. Wij stellen vast dat zowel de zienswijze van 7 februari als de zienswijze van 22 februari 2024 niet binnen de gestelde termijn van zes weken bij de gemeente zijn binnengekomen. Op formele gronden is deze zienswijze daarom niet-ontvankelijk. Desalniettemin zien wij aanleiding om wel inhoudelijk op de zienswijze te reageren. Op grond van de Wet ruimtelijke ordening zijn wij verplicht om overleg te plegen met de provincie voorzover belangen van de provincie betrokken zijn. De provincie heeft niet eerder op het bestemmingsplan gereageerd en wij beschouwen deze zienswijze daarom mede als vooroverlegreactie. Een vooroverlegreactie is niet aan een termijn gebonden. 3.
Inhoud van de zienswijze In deze zienswijze hebben Gedeputeerde Staten naar voren gebracht dat het provinciaal belang bij dit bestemmingsplan betrokken is vanwege de mogelijk uitstoot van stikstof. Daarnaast is het voor de uitvoerbaarheid van het plan belangrijk dat ten
aanzien van de aspecten bodem en ontgrondingen de juiste conclusies worden getrokken. Stikstof De provincie geeft aan dat de invoergegevens van de stikstofberekening niet gespecificeerd zijn. De provincie vraagt daarom deze gegevens toe te voegen aan het plan en deze ter defintieve beoordeling naar de provincie te sturen. Bodem In de aanbevelingen van het verkennend bodemonderzoek is aangegeven dat er nader onderzoek nodig is om te beoordelen of er sprake is van te saneren bodemverontreiniging. De provincie vraagt hierover contact met de FUMO op te nemen. Ontgrondingen Bij de uitvoering van het plan wordt een waterpartij van 2.000m2 gegraven. Het kan zijn dat daarvoor een ongrondingenvergunning nodig is. De provincie vraagt om daarvoor contact met de FUMO op te nemen. 4. Reactie op deze zienswijze Stikstof In de fase van planvorming (en zelfs vaak ook nog in de fase van de aanvraag van een omgevingsvergunning bouwen) is er geen gedetailleerde informatie beschikbaar over de aard en inzet van mobiele werktuigen. Daarom is een inschatting gemaakt op basis van kengetallen per woning, inzet per dag en dieselgebruik per dag. In het bijbehorende memo is dit toegelicht. Met name het dieselverbruik per uur is aan de ruime kant (‘worst-case’) ingeschat en uiteindelijk de belangrijkste invoerparameter.
In het stadium van planvorming is een betere onderbouwing (in verband met het ontbreken van gegevens) niet mogelijk. Waar het in deze fase om gaat is om na te gaan of het plan niet op voorhand onuitvoerbaar is vanwege een te hoge stikstofuitstoot. Nu voor de belangrijkste invoerparameter (dieselgebruik) een ruime marge in acht is genomen en uit de AERIUS-berekening naar voren komt dat er de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar mag daarom de conclusie worden getrokken dat het plan op voorhand niet onuitvoerbaar is. Bodem De provincie wijst er terecht op dat er nog aanvullend bodemonderzoek moet worden uitgevoerd. Dit onderzoek is inmiddels uitgevoerd en zal in het bestemmingsplan worden verwerkt. Uit dit onderzoek komt naar voren dat er geen belemmeringen zijn voor de uitvoering van het bestemmingsplan. Ontgrondingenvergunning De provincie heeft er verder op gewezen dat er mogelijk een ontgrondingenvergunning nodig is. Wij nemen kennis van deze opmerking en zullen zodra het ontwerp voor de inrichting van het parkgebied voldoende helder is, hierover contact opnemen met het bevoegd gezag. Op voorhand zien wij geen aanleiding om het bestemmingsplan op dit onderdeel niet uitvoerbaar te achten.