Bijlage 1 - Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2026-2030
Tekst van het document
Gladheidsbestrijding 2026-2030 Beleidsplan voor verkeersveiligheid en vlotte doorstroming in winterse omstandigheden
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2026-2030
Inhoudsopgave 1. Inleiding
3
2. Gladheidsbestrijding algemeen 2.1 Juridische aspecten 2.2 Aansprakelijkheid 2.3 Arbo-aspecten 2.4 Milieuaspecten/ schade
4 4 5 5 6
3. Optimalisatie gladheidsbestrijding gemeente Heerenveen 3.1 Gladheid meldsysteem 3.2 Werking meetstations 3.3 Strooimethode 3.4 Organisatie
7 7 7 8 8
4. Visie gladheidsbestrijding 4.1 Uitgangspunten gladheidsbestrijding gemeente Heerenveen 4.2 Richtlijn strooiactie 4.3 ‘Extreme’ weersomstandigheden 4.4 Particuliere terreinen 4.5 Leverantie van strooizout aan particulieren 4.6 Zoutbakken 4.7 Communicatie
9 9 10 10 12 12 12 12
5. Materiaal/ Materieel
14
6. Financiën 6.1 Uitbesteden of uitvoering in eigen beheer 6.2 Kosten
16 16 16
7. Samenvatting
18
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2026-2030
1 Inleiding De ontwikkelingen en veranderende inzichten op het gebied van mobiliteit in en rondom Heerenveen vragen om een herijking van de manier waarop de gemeente Heerenveen omgaat met gladheidsbestrijding. Daarbij staat het algemeen belang centraal: een goede bereikbaarheid, een veilige en vlotte doorstroming van het verkeer en een leefbare openbare ruimte. De gemeente Heerenveen is beheerder van alle openbare wegen, fiets- en voetpaden binnen de gemeentegrenzen. Uitzondering hierop vormen de rijks- en provinciale wegen; deze vallen onder het beheer van respectievelijk Rijkswaterstaat en de provincie. Op grond van de Wegenwet heeft de gemeente de zorgplicht om deze infrastructuur (ruim 1300 km) in een goede en veilige staat te houden. Gladheidsbestrijding maakt een belangrijk onderdeel uit van deze verantwoordelijkheid. Het gaat hierbij om een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting. Om deze taak zo zorgvuldig en doelmatig mogelijk uit te voeren, werkt de gemeente met een vastgesteld beleidsplan voor gladheidsbestrijding, dat jaarlijks wordt uitgewerkt in een uitvoeringsplan. Een doordacht beleidsplan is essentieel voor een effectieve aanpak van gladheidsbestrijding. Bij het opstellen hiervan wordt een zorgvuldige afweging gemaakt tussen de wensen en behoeften van weggebruikers enerzijds en de beschikbare capaciteit aan mensen en middelen anderzijds.
Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar de functie en het gebruik van wegen, fiets- en voetpaden binnen de totale verkeersstructuur van de gemeente. Dit betekent dat keuzes noodzakelijk zijn en dat niet altijd en overal gladheidsbestrijding kan worden toegepast, maar dat de inzet gericht is op locaties waar deze het meest bijdraagt aan veiligheid en bereikbaarheid. In dit beleidsplan zijn de algemene uitgangspunten voor de gladheidsbestrijding in de gemeente Heerenveen vastgelegd. Bij de totstandkoming is aangesloten bij landelijke richtlijnen, zoals de publicatie Leidraad Gladheidsbestrijding en de Richtlijn Organisatie en Bestrijding Wintergladheid 2024 van het CROW. Het CROW is het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer en vervoer en de openbare ruimte. Het CROW ontwikkelt landelijke richtlijnen voor genoemde beleidsvelden, zo ook voor de gladheidsbestrijding. Dit moet zorgen voor een integrale visie en een uniforme wijze van gladheidsbestrijding in Nederland. Het beleidsplan voor gladheidsbestrijding heeft een doorlooptijd van vijf jaar en wordt voorgelegd aan en vastgesteld door de gemeenteraad. Het beleid wordt jaarlijks vertaald naar een ‘Gladheidsbestrijdingsplan’, waarin de uitvoering van de gladheidsbestrijding wordt beschreven.
Evaluaties na elk winterseizoen, gebaseerd op ervaringen en resultaten, kunnen leiden tot aanpassingen in dit plan, zodat de uitvoering steeds beter aansluit bij de beleidsuitgangspunten. Het jaarlijks opgestelde gladheidsbestrijdingsplan wordt ter vaststelling aan het college voorgelegd. Daarnaast wordt op de gemeentelijke website onder het kopje ‘Glad op straat’ informatie verstrekt over hoe gladheidsbestrijding in de gemeente wordt uitgevoerd. Hier kunnen inwoners terugvinden welke wegen, fiets- en voetpaden wel of niet worden gestrooid tijdens de winterperiode. 3
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2026-2030
2 Gladheidsbestrijding algemeen In de winter verschijnen in het weerbericht regelmatig waarschuwingen voor gladheid door sneeuw, ijzel of bevriezing van natte wegen. Dit kan de veiligheid van weggebruikers beïnvloeden, het verkeer vertragen en de bereikbaarheid van bestemmingen bemoeilijken. Om deze redenen is het nodig om de gladheid op wegen, fiets- en voetpaden te bestrijden. Gladheidsbestrijding staat in Nederland op een hoog niveau. Door preventieve strooiacties wordt in veel gevallen voorkomen dat het glad wordt en als dat niet mogelijk is, zoals bij hevige sneeuwval, worden door curatieve acties de belangrijkste wegen snel sneeuwvrij gemaakt. Hierdoor kunnen weggebruikers bij winterse omstandigheden rekenen op redelijk tot goed begaanbare wegen. In Nederland zijn wegbeheerders verantwoordelijk voor gladheidsbestrijding. Dit geldt voor Rijkswaterstaat, provincies, waterschappen en gemeenten. Uiteraard hanteert Rijkswaterstaat voor autosnelwegen een ander beleid dan een gemeente met vooral lokaal verkeer. Toch zorgen preventieve strooiacties ervoor dat het wegennet tijdens gladheid zo veel mogelijk op een eenduidige en veilige manier berijdbaar blijft. De uitvoering van gladheidsbestrijding wordt vooral bepaald door de wettelijke kaders en de lokale omstandigheden.
Zo is in de Wegenwet vastgelegd dat de wegbeheerder zorgplicht heeft voor het in goede en veilige staat houden van de wegen. Bij het uitvoeren van deze taak moet ook rekening worden gehouden met de veiligheid van medewerkers (Arbo) en met de mogelijke effecten van dooimiddelen op het milieu. Daarnaast spelen praktische en financiële randvoorwaarden een belangrijke rol. Het beschikbare budget, de inzetbare menskracht en keuzes over hoe deze middelen worden gebruikt, bijvoorbeeld of we ons voorbereiden op een extreme piek die eens in de zes jaar voorkomt, bepalen mede hoe de gladheidsbestrijding vorm krijgt.
2.1
Juridische aspecten
Steeds vaker krijgen gemeenten te maken met schadeclaims na winterse omstandigheden, zoals sneeuw, ijzel of bevroren wegen. Veel inwoners gaan ervan uit dat de wegbeheerder altijd aansprakelijk is voor de geleden schade, ongeacht het weer. Dit is echter niet helemaal juist. De gemeente is verantwoordelijk voor het onderhoud van de wegen, zoals vastgelegd in de Wegenwet. Dit betekent onder andere dat de gemeente ervoor moet zorgen dat de wegen in goede en veilige staat verkeren. Het bestrijden van gladheid maakt deel uit van deze zorgplicht (artikel 6:162 BW). Het gaat hierbij om een inspanningsverplichting: de gemeente moet zich inspannen om de wegen veilig te houden, maar kan geen absolute garantie geven. Deze verplichting geldt alleen voor de wegen die zijn opgenomen in het gladheidsbestrijdingsplan. Daarnaast mag van weggebruikers worden verwacht dat zij bij winterse omstandigheden extra oplettend en voorzichtig zijn. De zorgplicht betekent dus niet dat de veiligheid te allen tijde volledig gegarandeerd kan worden. Wel moet de gemeente kunnen aantonen dat zij haar verplichtingen serieus neemt. Hiervoor kan zij gebruikmaken van: 4
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2026-2030 • • • • • • •
Een door de gemeenteraad vastgesteld beleidsplan; Een door het college vastgesteld gladheidsbestrijdingsplan (uitvoeringsplan); Een adequaat meldsysteem voor gladheid; Een goede administratie van gereden routes en tijden; Het beschikbaar hebben van goed materieel; Consistentie in beleid en uitvoering; Duidelijke communicatie, bijvoorbeeld via de gemeentelijke website.
Met deze maatregelen vullen wij onze zorgplicht als wegbeheerder op een verantwoorde manier in. 2.2
Aansprakelijkheid
Ondanks vele inspanningen kan de wegbeheerder alsnog aansprakelijk gesteld worden voor geleden schade. Er zijn twee vormen van aansprakelijkheid waar wegbeheerders mee te maken kunnen krijgen: •
•
Risicoaansprakelijkheid = dit geldt bij gebreken aan de weg of de weguitrusting, zoals een gat in het asfalt. Als er een gebrek bestaat en dit verband houdt met de schade, kan de wegbeheerder aansprakelijk worden gesteld. Schuldaansprakelijkheid = dit betreft zaken en substanties op het wegdek, zoals sneeuw, ijzel of rijp. Bij deze vorm van aansprakelijkheid geldt dat de eiser moet aantonen dat de wegbeheerder tekort is geschoten in de zorgplicht.
Bij gladheid speelt vooral de schuldaansprakelijkheid een rol. Voor de gemeente is het daarom belangrijk dat zij haar zorgplicht zorgvuldig invult, volgens de uitgangspunten van het beleidsplan en het gladheidsbestrijdingsplan. Goede communicatie is daarbij onmisbaar. Voorafgaand aan het winterseizoen maakt de gemeente duidelijk welke wegen worden gestrooid en welke niet. Deze informatie wordt op de gemeentelijke website gepubliceerd en jaarlijks geactualiseerd. Tijdens winterse omstandigheden communiceert de gemeente bovendien actief over strooiroutes via sociale media. 2.3
Arbo-aspecten
Gladheidsbestrijding vindt vaak plaats onder moeilijke omstandigheden: bij koude temperaturen, vaak ’s nachts en op gladde wegen. Het is daarom belangrijk dat het uitvoerende personeel kan vertrouwen op goed materieel en voldoende ondersteuning wanneer dat nodig is. De regels voor arbeidstijden en consignatie zijn vastgelegd in de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit. Deze regels bepalen onder andere de maximale werktijden per dag, week en maand, waarbij zowel reguliere werkzaamheden als uren voor gladheidsbestrijding worden meegenomen. Ook zijn er voorschriften voor de duur van consignatie. Voor werkzaamheden die specifiek gericht zijn op gladheidsbestrijding gelden echter enkele uitzonderingen. Zo zijn deze werkzaamheden vrijgesteld van het 5
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2026-2030 Arbeidstijdenbesluit. Het gebruik van een tachograaf is daarom niet verplicht en een extra chauffeursdiploma is, naast het ‘groot’ rijbewijs, niet nodig voor het besturen van strooiwagens van meer dan 7.500 kg. 2.4
Milieuaspecten/ schade
Gladheidsbestrijding door het strooien van zout heeft ook effecten op het milieu. Een deel van het zout komt terecht in de directe omgeving van de wegen en spoelt uiteindelijk door naar de bodem, het oppervlakte- of grondwater, en via de riolering naar de zuivering. De belangrijkste maatregel om zoutschade te beperken is het terugbrengen van het gebruik van strooizout. Daarom is de gemeente Heerenveen in 2006 al overgestapt op de methode van nat-zout strooien. In hoofdstuk 3.3 wordt hier uitgebreider op ingegaan. Deze methode gebruikt 30 tot 40% minder zout dan het traditionele droogstrooien. Daarnaast wordt in de gemeente Heerenveen gebruikgemaakt van volledig geautomatiseerde strooiunits. De routes zijn vooraf geprogrammeerd met de juiste dosering en breedte, zodat er geen onnodig extra zout wordt gestrooid. Ondanks deze inspanningen kan er nog steeds schade optreden aan vegetatie. Het is daarom belangrijk bij de inrichting van de openbare ruimte om rekening te houden met een aantal aanvullende aspecten: • Boom- groenbeplanting niet te dicht op de verharding plaatsen, • Zorgen, bij aanleg bermen, voor een goede waterdoorlatende grondstructuur, • Zorgen voor een goede afwatering, goten en kolken, bij aanleg verharding. In de diverse beleidsstukken wordt hier rekening mee gehouden.
Het strooien van zout heeft geen noemenswaardige invloeden op de verharding maar kan wel invloed hebben op beton- en staalconstructies van bruggen. Door zoutintreding kan er namelijk sprake zijn van corrosievorming (roesten) van het ijzerwerk in het beton en van overig ijzer/ staalconstructies aan civieltechnische kunstwerken. Omdat roestend ijzer uitzet, ontstaat er al snel schade aan de betonconstructie. Ditzelfde geldt voor het overige staalwerk aan civieltechnische kunstwerken zoals leuningen e.d. Daarom is het van belang om zorg te dragen voor een goede aanleg van het betonwerk met voldoende dekking op het ijzerwerk. Daarnaast moet zowel het betonwerk als het leuningwerk worden voorzien van een goede coating om indringen van dooizout te voorkomen.
6
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2026-2030
3 Optimalisatie gladheidsbestrijding Gemeente Heerenveen Al in 2006 is de gemeente Heerenveen overgegaan van een curatief naar een preventief strooibeleid. Curatief houdt in dat er pas gestrooid wordt als het al glad is. Preventief is juist het tegenovergestelde, er wordt gestrooid voordat het glad wordt. Ook Rijkswaterstaat, Provincie Fryslân en de omliggende gemeenten voeren een preventief strooibeleid. Met de keuze van een preventief strooibeleid ontstaat er een eenduidig “strooibeeld” op het wegennet waarbij de veiligheid van de weggebruiker voorop staat. Je voorkomt hiermee dat een weggebruiker geconfronteerd wordt met wisselende omstandigheden van gladheid. Om het preventieve strooibeleid goed uit te voeren, is ondersteuning van een weerbureau, gekoppeld aan een gladheid-meldsysteem, essentieel. Gemeente Heerenveen wordt hierbij ondersteund door een meteorologische dienst. 3.1
Gladheid-meldsysteem
Een gladheid-meldsysteem bestaat uit een netwerk van meetstations die gegevens verzamelen voor de meteorologische dienst. Op basis van deze informatie kan een betrouwbare voorspelling worden gedaan over wanneer preventief gestrooid moet worden. De meetstations zijn geplaatst op de plekken die het meest gevoelig zijn voor gladheid. Deze locaties zijn bepaald met een infraroodmeting, uitgevoerd tijdens een koude, heldere winternacht, omdat dan de verschillen in wegdektemperatuur het grootst zijn. Met een infraroodcamera wordt vanaf een voertuig elke vijf meter de temperatuur van het wegdek gemeten. Uit deze metingen kwamen de meest koude en gevoelige plekken naar voren. De laatste meting (2015) is vergeleken met metingen uit 2006 (Heerenveen) en 2010 (Boansterhim) en bleek vrijwel identiek. Voor de periode 20262030 is daarom geen nieuwe meting nodig. De “koude plekken” in de gemeente Heerenveen zijn: • Bornego, nabij kruising P.G. Otterweg (Luinjeberd) • Eerste Compagnonsweg, zuidzijde nabij Tweede Wijk (Bontebok) • Beetsterdyk, nabij gemeentegrens (Aldeboarn) Op deze plekken zijn de meetstations dan ook geplaatst. 3.2
Werking van de meetstations
De sensoren op de meetstations meten verschillende waarden, zoals temperatuur, vochtigheid, zoutgehalte op het wegdek en de temperatuur in de ondergrond. Deze gegevens worden verwerkt tot alarmeringsinformatie voor de strooileider. De actuele meetwaarden kunnen rechtstreeks via een computer met modem worden opgevraagd. 7
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2026-2030
Door de meetwaarden te combineren met actuele lokale weersinformatie, kan een meteoroloog bepalen wanneer een strooiactie moet starten. Het systeem is bovendien zo geprogrammeerd dat bij een reële kans op gladheid de beheerder of coördinator minimaal twee uur van tevoren wordt gealarmeerd, zodat er tijdig preventief gestrooid kan worden. 3.3
Strooimethode
In de gemeente Heerenveen wordt gebruik gemaakt van de natstrooimethode. Hierbij wordt het strooizout gemengd met een zoutoplossing (natriumchloride) in een verhouding van 70% droog zout en 30% vloeistof, vlak voordat het wordt verspreid. Deze methode heeft meerdere voordelen: het zout hecht beter aan het wegdek, het verbruik is 30-40% lager dan bij droogstrooien en het dooiproces begint eerder omdat het zout al deels is opgelost. Alle strooiwagens zijn uitgerust met een boordcomputer die de strooibreedte en hoeveelheid regelt en registreert. Ook worden rij- en strooikilometers en de tijdsduur van de acties vastgelegd. Deze registratie is belangrijk om aan te tonen dat de gemeente haar inspanningsverplichting nakomt. 3.4
Organisatie
De gladheidsbestrijdingsdienst van gemeente Heerenveen is actief van 1 november tot 1 april. Het opstellen van het beleid en de uitvoering hiervan ligt bij het team Realisatie en Wijkbeheer. Gedurende deze periode zijn de meeste medewerkers van de buitendienst bereikbaar en inzetbaar voor de dienst gladheidsbestrijding De dienst is ingedeeld in drie teams, die volgens een rooster werken van één dag dienst gevolgd door twee dagen vrij. Met deze indeling kan de gemeente voldoen aan de voorgeschreven werk- en rusttijden. Naast eigen personeel wordt waar nodig ook personeel van ingehuurde loonbedrijven ingezet. Elk team wordt aangestuurd door een strooileider. De strooileider beslist wanneer en waar er gestrooid wordt, gebaseerd op de informatie van de meteorologische dienst. Daarnaast bewaakt de strooileider de werk- en rusttijden van het team en schakelt bij langdurige inzet indien nodig een andere ploeg in. Onder bepaalde weersomstandigheden kan het nodig zijn dat ook overdag wordt gestrooid. In dat geval onderbreken de aangewezen medewerkers hun reguliere werkzaamheden om de strooidienst uit te voeren.
8
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2026-2030
4 Visie gladheidsbestrijding Zoals eerder aangegeven is de wegbeheerder, in dit geval de gemeente Heerenveen, verantwoordelijk voor de gladheidsbestrijding op de gemeentelijke wegen. Een belangrijk doel van de visie op gladheidsbestrijding is dat wegbeheerders dezelfde uitgangspunten hanteren bij de uitvoering ervan. Deze uitgangspunten zijn: • •
De veiligheid van de weggebruiker staat altijd voorop. Preventieve maatregelen, zoals tijdig strooien, hebben prioriteit boven curatieve gladheidsbestrijding.
Door deze integrale aanpak ontstaat een meer uniform beeld van het te strooien wegennet, ook over de grenzen van verschillende wegbeheerders heen. Hierdoor worden weggebruikers minder vaak verrast, wat de verkeersveiligheid ten goede komt. Volgens het juridisch kader heeft de wegbeheerder een inspanningsverplichting, geen garantieverplichting voor absolute veiligheid. Het is dus niet realistisch om te verwachten dat een weg onder alle omstandigheden volledig aan alle eisen voldoet. Van weggebruikers mag worden verwacht dat zij bij winterse omstandigheden extra oplettend en voorzichtig zijn. Van de wegbeheerder mag verwacht worden dat deze zich zo goed als mogelijk inspant om de wegen begaanbaar te houden. 4.1
Uitgangspunten gladheidsbestrijding gemeente Heerenveen
Zoals eerder beschreven, wordt er al veel gedaan om gladheid zo effectief mogelijk te bestrijden, met de veiligheid van de weggebruiker als uitgangspunt. Binnen de zorgplicht van de wegbeheerders is er echter ruimte voor een selectief strooibeleid. Dit betekent dat het voor de gemeente Heerenveen, net als voor andere wegbeheerders, niet mogelijk is om alle wegen, fiets- en voetpaden te behandelen bij gladheid. Gemeente Heerenveen beheert een totaal areaal van ongeveer 1.300 kilometer verharding, verdeeld over 880 kilometer wegen, 120 kilometer fietspaden en 300 kilometer voetpaden. Met de integrale visie in het achterhoofd maken wegbeheerders hun keuzes op basis van de richtlijnen van het CROW. Daarbij wordt gebruikgemaakt van de indeling in categorieën zoals opgenomen in het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan (GVVP), zodat de inzet van strooiacties op een doordachte en verantwoorde manier gebeurt. De wegen en fietspaden in de gemeente Heerenveen zijn als volgt ingedeeld: •
Gebiedsontsluitingswegen A /stroomwegen
• • •
Gebiedsontsluitingswegen B Erftoegangswegen A Erftoegangswegen B
bv. Fok/ Schans, Kr. Poststraat, Weinmakker Haskeruitgang, De Zanden, Burgemeester Falkenaweg bv. Kattebos/ Vogelwijk, Sallandlaan en Bolster bv. doorgaande wegen in het buitengebied bv. alle overige woonstraten 9
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2026-2030 • •
Hoofdroute fietspaden Toeristische fietspaden
bv. langs Haskeruitgang/ Het Meer bv, Fuotpaden, Imke Klaverpad
Dit komt overeen met de richtlijnen welke zijn aangegeven door het CROW. Bij het opstellen van het jaarlijkse gladheidsbestrijdingsplan wordt nadrukkelijk gekeken naar de functie en het gebruik van wegen, fiets- en voetpaden binnen de totale verkeersstructuur van gemeente Heerenveen. Voor fiets- en voetpaden geldt dat alleen de doorgaande routes worden gestrooid, zoals schoolroutes en routes naar winkels en zorgcentra. Toeristische fietspaden en voetpaden in woonwijken worden daarom niet gestrooid. In totaal strooit de gemeente per keer ongeveer 380 kilometer aan wegen en 60 kilometer aan fietspaden. Voor de hoofdroute van de voetpaden is per wijk vastgesteld welke paden op werkdagen worden gestrooid. Gemiddeld gaat men uit van 20 strooibeurten per winterseizoen, gebaseerd op de ervaringen van de afgelopen vijf jaar. Hierbij wordt ongeveer 500 ton strooizout gebruikt, waarop het beschikbare budget is afgestemd. Het weer is echter altijd onvoorspelbaar. Zo kende de winter van 2026 veel sneeuwval en gladheid, terwijl de voorgaande winters relatief zacht waren met weinig of geen winterse neerslag. Extreme situaties vormen daarom een belangrijk onderdeel van de risicoinventarisatie (‘Naris’) en worden meegenomen bij de planning en uitvoering van de gladheidsbestrijding.
Om te laten zien welke afwegingen de gemeente maakt bij het vaststellen van de strooiroutes, worden hieronder de belangrijkste uitgangspunten overzichtelijk weergegeven: • • • •
• •
•
Alle gebiedsontsluitings- stroom(hoofd)wegen worden gestrooid. Buiten de bebouwde kom worden ook erftoegangswegen A gestrooid (verbindingswegen). Alle doorgaande fietspaden worden gestrooid, met uitzondering van toeristische fietspaden. Bij het strooien wordt extra aandacht besteed aan schoolroutes. Daarom zijn de ontsluitingsroutes van alle scholen opgenomen in het strooiplan. Dit houdt in dat ook woonstraten die scholen verbinden met de hoofdroutes worden gestrooid. Voor de periode 2026–2030 wordt bovendien rekening gehouden met aanvullende schoolroutes, dit als gevolg van tijdelijke schoollocaties tijdens nieuw- of verbouwwerkzaamheden. Routes naar zorginstellingen in de gemeente Heerenveen worden gestrooid. Voetpadenroutes worden door het wijkteam alleen op werkdagen gestrooid. Ook bij voetpaden wordt gekeken naar functie en gebruik. Alleen belangrijke, doorgaande, voetpaden zijn opgenomen als strooiroute. Denk hierbij aan routes naar winkel- zorgcentra. Elk wijkteam heeft een “prioriteitenroute voetpaden’. Indien er wegomleidingen zijn van wegen behorende tot de strooiroute, dan zal ook de omleidingsroute gestrooid worden.
10
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2026-2030 Reguliere woonstraten maar ook buitenwegen zijn dus niet opgenomen in de strooiroutes. De maximale tijdsduur van een strooiroute bedraagt, bij normale gladheid, 2,5 tot 3 uur. Gemiddeld is de lengte van een strooiroute ongeveer 35 km. Hierbij wordt de ‘leidraad gladheidsbestrijding’ van de CROW in acht genomen. 4.2
Richtlijn strooiactie
Een strooiactie vindt plaats op basis van weersverwachtingen gekoppeld aan de meetgegevens van de meldstations. Door deze gegevens te combineren kan de meteoroloog, tot 20 uur vooruit, een zeer nauwkeurige wegdekverwachting voor het strooigebied maken. In overleg met de strooileider wordt bepaald wanneer een strooiactie plaats vindt. Bij alarmerende weersverwachting (sneeuw, ijzel) wordt rechtstreeks, door een meteoroloog, contact opgenomen met de dienstdoende strooileider om eventuele acties te bepalen. Een strooiactie gaat als volgt: 1. Na bestuderen van gegevens, met advies van de meteoroloog, bepaalt de strooileider het tijdstip van de strooiactie. 2. Alle betrokken medewerkers worden telefonisch opgeroepen. Na oproep wordt de medewerker geacht binnen een half uur aanwezig te zijn. 3. De dosering wordt vastgesteld door de strooileider, afhankelijk van de weersomstandigheden. Als richtlijn wordt er met 10 gr/m2 gestrooid (70% zout/ 30% zoutoplossing) 4. De routes worden gestrooid zoals aangegeven in het gladheidsbestrijdingsplan. Afwijken van dit plan mag alleen plaatsvinden in opdracht van de strooileider. 5. De chauffeurs dienen na afloop van een strooiactie ervoor te zorgen dat de natzout tanks (van de units) gevuld worden. 6. De gegevens van de strooiactie dienen vastgelegd te worden in een logboek.
De strooileider kan dit doen door de gegevens uit te lezen, uit de computer van de strooiwagen, met behulp van een computerprogramma. Belangrijke fouten, afwijkingen moeten zo spoedig mogelijk bij de gladheidscoördinator worden gemeld. 7. Het is de taak van de strooileiders om de zout- en vloeistofvoorraad op peil te houden. 4.3
‘Extreme’ weersomstandigheden
Naast de reguliere gladheidsbestrijding kunnen zich ook extreme winterse omstandigheden voordoen, zoals hevige en langdurige sneeuwval of ijzel. In die situaties voorziet het beleidsplan in extra maatregelen: •
•
Wanneer er sprake is van extreme winterse omstandigheden worden gladheid, sneeuw en ijzel bestreden op alle wegen en fiets- en voetpaden. Daarbij geldt dat de routes zoals vastgelegd in het gladheidsbestrijdingsplan wel eerst ‘schoon’ moeten zijn. Bij sneeuwval wordt eerst geschoven en pas gestrooid zodra de weg zoveel mogelijk schoon is gemaakt. Bij hevige en langdurige sneeuwval, meer dan 5 cm, zullen loonbedrijven ingeschakeld worden op de routes zoals aangegeven in het 11
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2026-2030
•
•
•
4.4
gladheidsbestrijdingsplan. Met deze ondersteuning kan de bereikbaarheid beter gegarandeerd worden Bij extreme sneeuwval, 10 cm en meer, zullen er extra sneeuwruim acties uitgevoerd worden om ‘winkelgebieden’, vrij te maken van sneeuw uit het oogpunt van economisch belang. Indien er buiten de routes sneeuw geruimd moet worden zal er assistentie gevraagd worden van loonbedrijven. Jaarlijks ontvangen deze bedrijven een brief met de afspraken over eenheidsprijzen voor inhuur van materieel en personeel, zodat de samenwerking eerlijk en duidelijk verloopt. De gemeente is verdeeld in vakken, waarbij ieder loonbedrijf in een specifiek vak actief is. Indien nodig wordt extra materieel ingezet, bijvoorbeeld om hulpdiensten te ondersteunen bij hun werkzaamheden. Particuliere terreinen
Gemeente Heerenveen strooit geen particuliere terreinen. Elk winterseizoen krijgt de gemeente Heerenveen wel enkele verzoeken van particuliere bedrijven of zorginstellingen om de gladheidsbestrijding op hun terrein te verzorgen. Maar omdat wij al onze capaciteit meer dan nodig hebben op de vastgestelde routes, en voor mogelijke strooiacties in de wijken, kunnen wij niet aan deze verzoeken voldoen. Daarnaast zijn er ook particuliere bedrijven in de gemeente Heerenveen die deze diensten kunnen verzorgen. Deze bedrijven kunnen ook beter inspelen op de specifieke wensen van de aanvrager. 4.5
Leverantie van strooizout aan particulieren
Een andere terugkerende vraag van inwoners is of de gemeente strooizout verstrekt. De gemeente verstrekt geen strooizout aan particulieren. Volgens de Wet Markt en Overheid is het niet toegestaan om het gratis beschikbaar te stellen, omdat dit zou leiden tot oneerlijke concurrentie met de particuliere markt, zoals bouwmarkten, die strooizout verkopen. 4.6 Zoutbakken Parallel aan de vraag voor het leveren van strooizout aan inwoners van de gemeente Heerenveen, komen er ook vragen binnen bij de gemeente om zoutbakken te plaatsen. Het gaat dan om zoutbakken in woonstraten, woonwijk, om bewoners de mogelijkheid te geven om de gladheid, op gemeentelijke voetpaden, in woonstraten te bestrijden. Dit komt mede voort uit het feit dat de gemeente Heerenveen bewoners vraagt bij gladheid en sneeuwval de stoep rondom de eigen woning schoon te maken. Dergelijke initiatieven kunnen mogelijk van meerwaarde zijn. Er zijn nog wel een aantal zaken die uitgezocht moeten worden. In het Gladheidsbestrijdingsplan, wat het college jaarlijks vaststelt, zal verdere uitwerking worden gegeven aan mogelijke pilots. Hierin kijken we ook naar vragen en invulling zoals kosten, verantwoordelijkheden, aansprakelijkheid. Dit doen we in samenwerking met wijken en dorpen. 4.7
Communicatie
Voorafgaand aan het winterseizoen worden inwoners van gemeente Heerenveen geïnformeerd over de gladheidsbestrijding. De belangrijkste informatie is te vinden op de 12
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2026-2030 gemeentelijke website. Op de pagina ‘Glad op straat’ kunnen inwoners zien welke strooiroutes worden gevolgd en wat de gemeente wel en niet doet om gladheid te bestrijden. Op deze manier krijgen inwoners op een eenvoudige manier inzicht in welke wegen, fietspaden en voetpaden gestrooid worden. Daarnaast maakt de gemeente, indien nodig, gebruik van sociale media om inwoners te informeren. Dit gebeurt vooral tijdens het winterseizoen wanneer er bijzondere omstandigheden optreden. Daarnaast is het KCC voorbereid op gladheid. Zij kunnen daardoor snel en volledig vragen beantwoorden van inwoners die vragen hebben of gevaarlijke situaties doorgeven. Ook onze Fixi-app is specifiek ingericht op vragen met betrekking tot gladheid, zodat meldingen snel en adequaat kunnen worden afgedaan.
13
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2026-2030
5 Materiaal/ materieel Het team Realisatie en Wijkbeheer kan worden gezien als een dynamisch ‘bedrijf’ dat zorgdraagt voor het onderhoud van de openbare ruimte in brede zin. Voor een goede en efficiënte uitvoering van het onderhoud is een goed uitgerust machinepark onmisbaar. Het wagenpark en al het klein materieel zijn afgestemd op de uit te voeren werkzaamheden, waarbij ook is gekeken naar mogelijke dubbelfuncties van het materieel. Dit geldt zowel voor het dagelijkse onderhoud als voor de inzet bij gladheidsbestrijding. Op deze manier wordt het beschikbare materieel het hele jaar door optimaal benut. Daarnaast is er voldoende capaciteit voor de opslag van strooizout en alle strooiunits, zodat het team adequaat kan inspelen op winterse omstandigheden. Strooiunits De gemeente Heerenveen beschikt over 13 strooiunits. • •
5 opzetstrooiers 8 aanhangstrooiers
De inhoud van de strooiers lopen uiteen van 1m3 tot 5m3. De grote units worden ingezet op stroom- en ontsluitingswegen. Het kleine materieel wordt vooral ingezet op fietspaden en erftoegangswegen. Alle strooiunits zijn voorzien van een boordcomputer waarmee de strooibreedte en hoeveelheid worden bepaald. De boordcomputer registreert ook de genoemde handelingen alsmede de rij- en strooikilometers en de tijdsduur. Met het doorvoeren van deze optimalisatie en het feit dat er ‘nat’ gestrooid wordt kan er efficiënter en milieubewuster gestrooid worden. Dit levert natuurlijk ook een besparing in het zout verbruik op. Sneeuwploegen Voor elke strooiunit beschikt de gemeente ook over een sneeuwploeg, in de volksmond vaak een sneeuwschuiver genoemd. De breedte van de sneeuwploegen is afgestemd op de grote strooiunits. Bij (redelijke) sneeuwval is het vaak nodig om extra inzet in te huren, bijvoorbeeld via loonbedrijven, om te kunnen voldoen aan de tijdsnorm per route. Hoewel een strooiunit in staat is om tot 8 meter breed te strooien, wordt de breedte bij het schuiven beperkt tot maximaal 2,5 meter. Hierdoor is per weg meer inzet nodig om de routes zo snel mogelijk sneeuwvrij te krijgen. Fietspaden Ook alle strooiunits op de fietspaden zijn voorzien van een sneeuwploeg. Toch is het moeilijker om fietspaden volledig sneeuwvrij te krijgen.
Het dooiproces werkt sneller op druk gebruikte paden; hoe meer er gebruik van wordt gemaakt, hoe sneller het fietspad 14
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2026-2030 schoon is. Daarom zijn wegen vaak eerder sneeuwvrij dan fietspaden. Om het proces bij sneeuwval te versnellen, kan waar nodig gebruik worden gemaakt van borstels. Hier wordt in het hoofdstuk over ‘aanvullingen’ verder op ingegaan. Opslagtank De gemeente Heerenveen beschikt zelf over een menginstallatie en opslagtank voor “pekelwater”. Hierbij wordt zout opgelost in water om als ‘natte’ component te dienen bij het strooien. Opslagloods voor zout Gemeente Heerenveen beschikt over een opslagcapaciteit van ongeveer 500 ton strooizout. Met deze capaciteit is er voldoende zout voorhanden om in een ‘normale’ winter de gladheid te bestrijden.
Opslagloods materieel De strooiunits en sneeuwploegen staan gedurende de winterperiode 24 uur per dag gebruiksklaar. Voor een goed beheer/ onderhoud is het van belang dat het materieel ‘onder dak staat’. De gemeente Heerenveen heeft daarom ook een aparte loods voor al het materieel van de strooidienst. Wegenzout Er is sprake van twee soorten strooizout op de wegen: steenzout en vacuümzout. Steenzout wordt gewonnen volgens traditionele mijnbouw. Vacuümzout wordt gewonnen door ‘oplosmijnbouw’. Hierbij worden onderaardse zoutlagen opgelost en als pekel naar de oppervlakte gepompt. Op dit moment gebruikt de gemeente Heerenveen (fijn) steenzout.
15
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2026-2030
6 Financiën 6.1
Uitbesteden of uitvoering in eigen beheer
Voordat wordt ingegaan op de kosten van gladheidsbestrijding en het benodigde budget, is het belangrijk om de vraag te beantwoorden: wordt de gladheidsbestrijding in eigen beheer uitgevoerd of uitbesteed? Deze vraag speelt vaak bij taken die niet het hele jaar door plaatsvinden. Uitbesteden van werkzaamheden, zoals gladheidsbestrijding, kan overwogen worden wanneer: • •
De organisatie niet over voldoende eigen personeel of materieel beschikt; Verwacht wordt dat uitbesteding de taken efficiënter en tegen lagere kosten kan uitvoeren.
Het team Realisatie en Wijkbeheer functioneert als een dynamisch ‘bedrijf’ dat verantwoordelijk is voor het onderhoud van de openbare ruimte in brede zin. Voor een goede uitvoering van het onderhoud is een goed uitgerust machinepark onmisbaar. Het wagenpark en al het klein materieel zijn afgestemd op de werkzaamheden, waarbij ook is gekeken naar dubbelfuncties: zowel voor het dagelijkse onderhoud als voor de inzet bij gladheidsbestrijding. Zo wordt het materieel het hele jaar door optimaal benut. Met deze middelen is uitvoering van gladheidsbestrijding in eigen beheer dan ook het meest efficiënt. Uitbesteden van de gladheidsbestrijding is in de huidige situatie minder efficiënt en kostbaarder. Hiervoor zou een volledig wagenpark en personeel moeten worden ingehuurd, terwijl het eigen materieel in de winterperiode deels stil staat. Bovendien blijft de gemeente ook bij uitbesteding verantwoordelijk voor het beleid en de correcte uitvoering van het gladheidsbestrijdingsplan. 6.2
Kosten
De kosten voor de gladheidsbestrijding zijn onder te verdelen in vaste en variabele kosten. De vaste kosten omvatten de kapitaalslasten voor het materieel (afschrijving), loods zoutopslag, menginstallatie en een overeenkomst met een weerbureau voor meteorologische ondersteuning. De variabele kosten omvatten de inzet van manuren (personeelskosten), welke ondergebracht zijn bij het Team Realisatie en Wijkbeheer, de inkoop van strooizout en inhuur van loonbedrijven bij mogelijke “extreme” weersomstandigheden. Voor de opzet van de kosten wordt in de gemeentelijke begroting uitgegaan van 20 strooibeurten per winterseizoen buiten de reguliere werktijden. De totale kosten, uitgaande van 20 strooibeurten, per winterseizoen, buiten de reguliere werktijden bedragen: 16
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2026-2030 • • • • •
Personeelskosten afdeling Realisatie incl. inhuur personeel/ overige kosten Brandstofkosten Inkoop strooizout 500 ton/ extra inhuur Kapitaalslast/ afschrijving materiaal/ materieel Strooiplan/ abonnementen / onderhoudscontract
€ 172.983 € 2.644 € 64.754 € 22.216 € 32.603 295.200
De genoemde kosten voor gladheidsbestrijding hebben betrekking op een boekjaar, zoals gebruikelijk in een gemeentebegroting. Een strooiseizoen loopt echter van 1 november tot 1 april en bestrijkt daardoor twee boekjaren. In de begroting zijn de kostenposten voor gladheidsbestrijding overzichtelijk opgenomen. Het is duidelijk dat bij hevige sneeuwval of andere extreme weersomstandigheden het beschikbare budget onvoldoende is. Mocht zo’n situatie zich voordoen, dan worden de extra kosten achteraf inzichtelijk gemaakt en verantwoord. Deze benadering kan worden gezien als een beheersbaar en verantwoord risico en is al zodanig ook opgenomen in de risicoparagraaf van het weerstandsvermogen.
17
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2026-2030
7 Samenvatting In dit beleidsplan geeft de gemeente haar visie en werkwijze voor gladheidsbestrijding weer. Vanuit het wettelijk kader heeft de gemeente een zorgplicht om gladheid te bestrijden. Deze zorgplicht betreft een inspanningsverplichting, wat betekent dat de gemeente zich moet inspannen om de wegen veilig te houden, maar niet verplicht is om alle wegen, fiets- en voetpaden volledig te strooien. Het gaat dus niet om een garantie: weggebruikers kunnen bij winterse omstandigheden niet verwachten dat een weg, fietspad of voetpad overal aan alle eisen voldoet. Om invulling te geven aan deze zorgplicht en gladheid op gemeentelijke wegen, fiets- en voetpaden effectief te bestrijden, hanteert de gemeente de volgende uitgangspunten: • • •
• •
•
• • • •
• • •
De gemeente Heerenveen neemt haar verantwoordelijkheid om te voldoen aan de inspanningsverplichting (zorgplicht) om de gladheid te bestrijden. De gemeente Heerenveen richt zich bij de gladheidsbestrijding op het algemeen belang ten aanzien van bereikbaarheid, doorstroming, veiligheid, en leefbaarheid. Volgend uit het beleidsplan wordt er jaarlijks een gladheidsbestrijdingsplan opgesteld met daarin alle uitgangspunten voor een goede organisatie en uitvoering van de gladheidsbestrijding. Dit gladheidsbestrijdingsplan wordt vastgesteld door het college en te informatie aangeboden aan de raad. De gemeente Heerenveen bestrijdt de gladheid op vastgestelde routes; hierbij wordt gekeken naar de functie en gebruik van de gemeentelijke wegen. Gemeente Heerenveen voert een preventief strooibeleid. Dit wil zeggen dat er gestrooid wordt voordat het daadwerkelijk glad wordt. Bij sneeuwval en ijzel wordt de gladheid ook curatief bestreden. Voor een goede uitvoering van het preventieve strooibeleid wordt de gemeente Heerenveen ondersteund door een meteorologische dienst die gebruik maakt van de gemeentelijke meetstations. De gemeente Heerenveen bestrijdt de gladheid met eigen personeel en materieel. De gladheidsbestrijding van de gemeente Heerenveen is actief van 1 november tot 1 april het jaar daaropvolgend. De uitvoerende dienst voor de gladheidsbestrijding is ingedeeld in 3 teams.
Met deze indeling voldoet de gemeente aan de voorgeschreven werk- en rusttijden. Bij sneeuwval of ijzel worden ook wegen, fiets- en voetpaden gestrooid die niet in het vastgestelde gladheidsbestrijdingsplan zijn opgenomen. Dit gebeurt alleen wanneer de vaste strooiroutes eerst zoveel mogelijk sneeuw- en ijsvrij zijn gemaakt. De gemeente levert geen strooizout aan particulieren en strooit ook geen terreinen van derden. De gemeente verkent in het gladheidsbestrijdingsplan de mogelijkheden om uitvoering te geven aan een pilot voor het plaatsen van zoutbakken. Gemeente Heerenveen volgt in haar beleid en gladheidsbestrijdingsplan de uitgangspunten van de CROW zoals publicatie Leidraad Gladheidsbestrijding en de Richtlijn Organisatie en Bestrijding Wintergladheid 2024
18