CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Beleidskader zonneparken 2022

Raadsvergadering 22 juni 2023, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Intrekken beleidskader zonneparken 201612.125 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3. Locaties die buiten het bestaand stedelijk gebied vallen maar waarbij geen sprake is van landbouwgrond of een natuurgebied (trede 3) zijn in beeld gebracht. Dit betreffen bijvoorbeeld zandwinplassen of locaties die onderdeel uitmaken van de grootschalige infrastructuur. Het krijgt de noemer “meervoudig ruimtegebruik”. Op deze locaties kan in potentie 12 miljoen kWh opgewerkt worden.

Figuur 13. Potentiële locaties voor zonne-energie binnen het stedelijk gebied (trede 2) bron: Overmorgen

In figuur 13 en 14 zijn de potentiële locaties voor trede 2 en trede 3 van de zonneladder weergegeven. De totale potentie voor de eerste drie treden van de zonneladder bedraagt ca. 86 mln. kWh.

Beleidskader zonneparken in Heerenveen

38

Benodigde zonneparken op landbouw en natuurgronden In figuur 15 is de huidige opwek, de projecten in ontwikkeling en de potentie van de eerste drie treden van de zonneladder weergegeven in relatie tot het energieverbruik in 2030. Hieruit blijkt dat, als de volledige potentie voor de eerste drie treden voor 2030 gerealiseerd wordt, nog ca. 33 miljoen kWh (33 hectare) aan duurzame elektriciteitsopwekking in het buitengebied (trede 4; landbouwgrond en natuurgebied) nodig is om in de ambitie te voorzien.

Figuur 14. Potentiële locaties voor zonne-energie meervoudig ruimtegebruik (trede 3) bron: Overmorgen

Figuur 15. Bestaande opwek, pijplijn en potentie in relatie tot de gemeentelijke ambitie in 2030

Beleidskader zonneparken in Heerenveen

39

De opgave voor 2050 is veel groter, namelijk nog eens 390 miljoen kWh (390 hectare). Omdat we niet weten hoe de energievraag zich echt zal ontwikkelen en technische en beleidsmatige ontwikkelingen over zo’n langere periode lastig te voorspellen zijn, is het onzeker of deze aanvullende opgave volledig bij zonneparken komt te liggen. In Tabel 3 is een gedetailleerd overzicht per dorp weergegeven van de huidige en toekomstige elektriciteitsvraag in 2030 en 2050. Per dorp zijn door adviesbureau Overmorgen de huidige duurzame opwek (zon en wind) en de projecten in de pijplijn weergegeven. De potentie op trede 1-3 geeft weer hoeveel duurzame opwek er op deze treden van de zonneladder verwacht wordt. De laatste twee kolommen geven aan hoeveel duurzame elektriciteit er nog in het buitengebied opgewekt moet worden om in de elektriciteitsvraag te voorzien. Hierbij valt op dat bij Heerenveen een forse opgave voor zonneparken in het buitengebied (trede 4) resteert. Voor de overige kernen in Heerenveen kan met de huidige opwek en de eerste drie treden van de zonneladder in grote mate voorzien worden in de ambitie. Tabel 4. Zonneladder per dorp in de gemeente Heerenveen 9

Bij de toepassing van de zonneladder kan tot 70% van de resterende behoefte voor het jaar 2030 meegenomen worden in de berekening. Voor dorpen die tegen Heerenveen aanliggen (Nieuweschoot en Oudeschoot) kan, mits de omgeving hier mee instemt, ook opgewekt worden om te voorzien in de energiebehoefte van de kern Heerenveen.

9

Rond Oranjewoud zijn zonneparken uitgesloten. Deze opgave landt bij Heerenveenh

Beleidskader zonneparken in Heerenveen

40

Bijlage 6. Richtlijnen voor landschappelijke inpassing In de gemeente zijn verschillende landschapstypen te onderscheiden. Per landschapstype zijn richtlijnen voor de landschappelijke inpassing van een zonnepark opgesteld. Inkomende initiatieven voor zonneparken worden hieraan getoetst. Landgoederen Door de bijzondere cultuurhistorische waarde van de ‘Buitens’ in het landgoederenlandschap (Oranjewoud) wordt dit landschap uitgesloten van de ontwikkeling van zonneparken. Om de zichtlijnen op het landgoederenlandschap te behouden worden zonneparken ook in de randzones rondom het gebied uitgesloten. Het gaat hier om de landschapstypen woudontginning en hoogveenontginning. Deze randzone is weergegeven op de kaart van Bijlage 1. Heideontginning Het landschap Heideontginning treffen we slechts op twee plekken aan in Heerenveen, namelijk: De Kiekenberg en het Schuregaasterveld. Beide zijn natuuren recreatiegebieden die geen aansluiting vinden bij andere dorpen. Vanwege de bijzondere natuur- en recreatiefunctie en relatief beperkte omvang sluiten we zonneparken in dit gebied uit. Figuur 16. Zonnepark geluidswal A32 (foto: Groendus)

Beleidskader zonneparken in Heerenveen

41

Beekdal Het beekdalgebied bevind zich in het zuiden van de gemeente rondom de Tjonger en in het noorden tussen Heerenveen-Akkrum-Aldeboarn. Door de hoge waardes van de kenmerkende openheid van dit landschap zijn we terughoudend met zonneparken in dit landschap. Toch kunnen we niet uitsluiten dat er in specifieke gevallen een zonnepark mogelijk wordt gemaakt. Kernkwaliteiten: Het beekdalgebied kenmerkt zich door de openheid en ruime zichtlijnen wat de beleefbaarheid van de beken benadrukt. Rond Akkrum is sprake van onregelmatige blokverkaveling en met verspreid liggende bebouwing op (voormalige) terpen. Deels met beschermde archeologische waarden. De gebieden kenmerken zich door de oude verbindingsroutes over zowel water als land. Langs de Tjonger vallen de natte natuurgebieden (Tjongerdellen) op. Ook bevinden zich stuweelbosjes langs de Tjonger. Het gebied is onderdeel van de Friese Waterlinie (cultuurhistorisch erfgoed). Waarbij ter plaatse van doorwaadbare plekken schansen waren gevormd (Schoterschans en Tolbrugschans). Door de aanwezigheid van doorlopende fietspaden en een bevaarbare waterverbinding heeft dit gebied een belangrijke functie op het gebied van recreatie en toerisme. Het beekdalgebied tussen Heerenveen, Akkrum en Aldeboarn kenmerkt zich door de klei-op-veen ondergrond.

De cultuurhistorische waarden van Middeleeuwse dijktrace’s, waaronder de Leppedyk en de Van Sminiawei, zijn nog goed zichtbaar in het landschap.

om recreatie op het gebied van cultuurhistorie, water en natuurbeleving verder te ontwikkelen. Langs de Tjonger liggen mogelijkheden om routegebonden recreatie verder te ontwikkelen en de (oorspronkelijke) beekloop beter herkenbaar en beleefbaar te maken. Daarbij ligt vanuit verschillende dorpen een wens om het fietspad langs de Tjonger te verlengen en te verbreden. Alle beekdalen gaan in de toekomst door klimaatverandering vaker een rol spelen bij het (tijdelijk) opvangen van water. Doel: Het vrijhouden van het zicht over de beekdalen. Het panelenveld wordt niet door beplanting aan het zicht onttrokken, omdat dit alleen mogelijk is door middel van een afscherming die tot boven de ooghoogte reikt, wat belemmerend werkt voor het vrije zicht over het landschap. Het toevoegen van een dijkje/grondwal kan helpen om het zonnepark uit het zich te houden. Een goed ontworpen, op de richting van het landschap afgestemd panelenveld kan het karakter van het landschap benadrukken en versterken. Panelen: Het veld is zichtbaar vanuit de omgeving, gewenst is een logisch, gestructureerd patroon van panelen aansluitend bij het landschap. De ondersteunende bouwwerken worden zo gepositioneerd dat zij zich voegen naar dit patroon. Het zonnepark kent lage panelen met behoud van de zichtlijnen vanaf de naastgelegen wegen.

Uitgangspunt is dat er vrij zicht over de beekdalen mogelijk blijft waarbij de horizon kan worden gezien.

Opgaven: In het beekdal rond de Boarn en Heeresloot speelt de problematiek van de daling van de veenbodem. Het beekdal wordt meegenomen in het gebiedsproces dat is opgezet om deze problematiek aan te pakken. Langs de Boarn liggen mogelijkheden

Beleidskader zonneparken in Heerenveen

42

Randen: Geen hoge opgaande beplanting rondom (maximaal de hoogte van de panelen). Fysieke afscherming wordt waar dit kan gerealiseerd met een brede sloot, waardoor hekwerken niet nodig zijn. Beplanting: Inheems, passend in het landschap.

D. De ondersteunende bouwwerken vormen onderdeel van het patroon. E. De afscheiding wordt gevormd door een brede sloot van minimaal 5 meter, waardoor hekwerken die het open beeld verstoren worden voorkomen. F. Omdat het zonnepark in het zicht blijft, dient er een logisch, gestructureerd patroon van panelen te worden gemaakt. G. Langs de randen rekening houden met onderhoudsstroken van minimaal 5 meter voor de sloten.

Ondersteunende bouwwerken: Zo positioneren dat zij onderdeel zijn van het patroon in het panelenveld en niet storend zijn in het landschap. Bijvoorbeeld gelijkmatig verdeeld langs een rand. Bij eventueel aanwezige hoge opgaande beplanting kan de ondersteunende bebouwing hier langs worden geplaatst. Richtinggevende criteria voor zonneparken: Voor het Beekdal hanteren we de volgende richtinggevende criteria. In de schets komen de criteria door middel van de letteraanduiding terug. A. Het zonnepark ligt bij voorkeur nabij de kern. B. Het zonnepark wordt laag gehouden (ca. 1,5 meter) zodat de openheid van het landschap behouden blijft en zichtlijnen vanaf de naastgelegen wegen behouden blijven. C. Een dijkje of grondwal kan worden gebruikt om het zicht op het panelenveld te verzachten, maar moet laag genoeg blijven om het doorzicht over het panelenveld te behouden.

Beleidskader zonneparken in Heerenveen

43

Veenpolder en Veenweide Kernkwaliteiten: Het landschap kenmerkt zich door de grootschalige openheid en ruime zichtlijnen, met hier en daar ruilverkavelingsbosjes. Vanwege het open karakter willen we maatwerk toepassen bij zonnepark initiatieven. De dominante structuren in het veenweidegebied en de veenpolders (de belangrijkste bebouwingslinten, wegen en poldervaarten) zijn meestal oost-west georiënteerd. Haaks daarop staat het verkavelingspatroon dat bestaat uit langgerekte noordzuid lopende kavels die van elkaar gescheiden zijn door poldersloten. Het veenpoldergebied onderscheidt zich van het veenweidegebied door enkele ruilverkavelingsbossen. In de veenbodem is veel koolstof (CO2) vastgelegd. Door het hoge organisch stofgehalte is de bodem vruchtbaar en kan deze veel vocht vasthouden. Behoud van dit veenpakket is daarom wenselijk. Verschillende natte natuurgebieden en percelen met agrarisch natuurbeheer zijn aanwezig. De waterrijke omgeving kent deels bevaarbare waterverbindingen. Opgaven en koppelkansen: In het veenweide en –poldergebied liggen verschillende opgaven op het gebied van bodemdaling en waterberging. Door de oxidatie van het veen in het gebied ontstaan problemen met funderingen, verdichting van de bodem, uitstoot van CO2, vermindering van de landbouwopbrengst, aanpassingen in de waterhuishouding en terugloop van de biodiversiteit.

Door inwoners, boeren (Gebiedscollectief it Lege Midden) en Stichting Beekdallandschap Koningsdiep/ De Nije Boarn wordt gewerkt aan oplossingen voor deze problematiek.

Beleidskader zonneparken in Heerenveen

Doel: Het behouden van het open, vlakke landschap door het zicht over het veld vrij te houden. Het panelenveld wordt niet aan het zicht onttrokken, omdat dit alleen mogelijk is door middel van een afscherming die tot boven de ooghoogte reikt, wat belemmerend werkt voor het vrije zicht over het landschap. Het toevoegen van een dijkje/grondwal kan helpen om het zonnepark uit het zich te houden. Een goed ontworpen, op de richting van het landschap afgestemd panelenveld kan het karakter van het landschap benadrukken en versterken. De bestaande ruilverkavelingsbossen van het Veenpolder kunnen gebruikt worden voor de landschappelijke inpassing. Panelen: Het veld is zichtbaar vanuit de omgeving, gewenst is een logisch, gestructureerd patroon van panelen aansluitend op het landschap. De ondersteunende bouwwerken worden zo gepositioneerd dat zij zich voegen naar dit patroon. Het zonnepark kent lage panelen met behoud van de zichtlijnen vanaf de naastgelegen wegen. Wanneer de waarnemer hoger staat, bijvoorbeeld doordat de wegen langs het veld hoger liggen dan de polder waar de panelen staan, kunnen de panelen hoger worden. Uitgangspunt is dat er vrij zicht over het veld mogelijk blijft waarbij de horizon kan worden gezien. Randen: Geen hoge opgaande beplanting rondom (maximaal de hoogte van de panelen).

Fysieke afscherming kan bijvoorbeeld met een minimaal 5 meter brede sloot worden gecreëerd. Indien dit niet mogelijk is zijn hekwerken van maximaal 1,80 meter toegestaan.

44

Beplanting: Inheems, passend bij het landschap. Ondersteunende bouwwerken: Zo positioneren dat zij onderdeel zijn van het patroon in het panelenveld en niet storend zijn in het landschap. Bijvoorbeeld gelijkmatig verdeeld langs een rand. Bij eventueel aanwezige hoge opgaande beplanting kan de ondersteunende bebouwing hier langs worden geplaatst. Richtinggevende criteria voor zonneparken: Voor de Veenpolder en Veenweide hanteren we de volgende richtinggevende criteria. In de schets komen de criteria door middel van de letteraanduiding terug. A. Het zonnepark ligt bij voorkeur nabij de kern. B. Het zonnepark wordt laag gehouden zodat de openheid van het landschap en zichtlijnen behouden blijven. C. Omdat het zonnepark in het zicht blijft, dient er een logisch, gestructureerd patroon van panelen te worden gemaakt passend bij het landschapspatroon. D. De ondersteunende bouwwerken vormen onderdeel van het patroon. E. De afscheiding wordt waar mogelijk gevormd door een brede sloot van minimaal 5 meter, waardoor hekwerken die het beeld verstoren niet nodig zijn. F. Langs de randen rekening houden met onderhoudsstroken van minimaal 5 meter voor de sloten.

Beleidskader zonneparken in Heerenveen

45

Hoogveenontginning Kernkwaliteiten: De kamerstructuur van dit landschap maakt het geschikt om zonneparken te realiseren. We willen deze ontwikkeling stimuleren maar dit betekent niet dat ieder initiatief geschikt is. Ontwikkelingen in dit gebied vragen om een lokale afweging. Het landschap van dit langgerekte gebied is gevormd door grootschalige commerciële turfwinning. Op deze plek lag een nooit ontgonnen uitgestrekt hoogveengebied. Het resultaat was een rechtlijnig exploitatielandschap, dat eeuwenlang in dienst stond van de turfwinning. De hoofdstructuur van het gebied is de kilometerslange lintbebouwing aan weerszijden van de Compagnonsvaart, grotendeels geaccentueerd door een laanbeplanting. Sloten voor de afwatering en de afvoer van turf, de ‘wijken’, liggen op gelijke afstand van elkaar dwars op de vaart. Door de aanwezigheid van elzensingels langs de wijken ontstaat een halfbesloten landschap. Deze systematische ordening van het landschap geeft het een heldere en herkenbare structuur. Opgaven en koppelkansen: Specifiek voor dit gebied zijn er mogelijkheden voor de ontwikkeling van toerisme en recreatie, gericht op de ontdekking van het landschap en de historie van veenontginning.

Panelen: Gewenst is een logisch, gestructureerd patroon van panelen, waarbij de randen van de panelenvelden zijn afgestemd op de lijnen in het landschap. Panelen mogen tot circa 3 meter hoog worden gepositioneerd. Randen: Rondom singels met eventueel onderbegroeiing waardoor panelen volledig aan het zicht worden onttrokken. Hekken toepassen ingepast in de beplanting, dus uit het zicht. Delen van het zonnepark mogen in het zicht blijven daar waar het landschap dat toelaat of dit past bij de landschappelijke structuren. Beplanting Inheems, passend bij landschap. Ondersteunende bouwwerken: Worden in de kamerstructuur geplaatst, afgestemd op het patroon van het panelenveld.

Doel: Zonneparken inpassen in de kamerstructuur van het landschap, waarbij de boomsingels kunnen worden ingezet om hekwerken in te passen en de panelenvelden aan het zicht te onttrekken.

Beleidskader zonneparken in Heerenveen

46

Richtinggevende criteria voor zonneparken: Voor de Hoogveenontginning hanteren we de volgende richtinggevende criteria. In de schets komen de criteria door middel van de letteraanduiding terug. A. Het zonnepark ligt bij voorkeur nabij de kern. B. De bestaande boomsingels zorgen voor de landschappelijke inpassing. C. De hekwerken kunnen worden ingepast in de beplanting en maken onderdeel uit van landschappelijke inpassing van het plan waardoor ze aan het zicht worden onttrokken. D. Hekwerken die niet in de beplanting kunnen worden opgenomen, kunnen worden aangekleed met inheemse hagen en/of klimmers. E. Rekening houden met de afstand tot de boomsingels in verband met de slagschaduwen. F. Geen zonneparken plaatsen waar vrij zicht is op het landgoederenlandschap.

Beleidskader zonneparken in Heerenveen

47

Woudontginningen Kernkwaliteiten: De woudontginning is ontstaan op een kilometerslange van oost naar west lopende dekzandrug. Typerend voor woudontginningen is het voorkomen van twee parallelle wegen. De Schoterlandseweg is de ’binnenweg’, het oudste bebouwingslint, bestaande uit veelal verspreid liggende percelen met agrarische en woonfuncties, over het hoogste deel van de dekzandrug. De Buitenweg loopt op de overgang van rug naar beekdal. Dwars op de wegen zijn, veelal smalle, kavels uitgezet, van elkaar gescheiden door singels, houtwallen en bosstroken van verschillende breedtes, lengtes en dichtheden. Langs de wegen is zo een kleinschalig en besloten coulisselandschap ontstaan met afwisselend lintbebouwing en hooivelden, heidevelden en bos. Karakteristiek voor deze streek zijn woudhuisjes en kleine boerderijtjes. Verder veel vrijstaande woonhuizen, vaak georiënteerd op de openbare weg. Het gebied kent een groot waterbergend vermogen door de hoger gelegen zandgrond. Het gebied kent een fijnmazige structuur voor langzaam verkeer, deels zandpaden en onverharde paden. In dit gebied willen we maatwerk leveren. Er is speciale aandacht voor het zicht op de beekdalen en de landgoederen.

Doel: Zonneparken inpassen in de kamerstructuur van het landschap, waarbij de boomsingels kunnen worden ingezet om hekwerken in te passen en de panelenvelden aan het zicht te onttrekken. Daar waar een open zicht op het beekdal is vanaf het lint moet dit zicht open worden gehouden.

Opgaven: Als gevolg van klimaatverandering en bodemdaling in het veengebied, kan de verdroging in hoger gelegen zandgebieden toenemen. Daarom is het belangrijk om in dit deelgebied zoveel mogelijk water vast te houden in de bodem. Daarnaast is het gebied geliefd bij inwoners en recreanten. Beheer van dit kenmerkende landschap is een belangrijke opgave.

Beplanting Inheems, passend bij landschap.

Beleidskader zonneparken in Heerenveen

Panelen: Gewenst is een logisch, gestructureerd patroon van panelen, waarbij de randen van de panelenvelden zijn afgestemd op de lijnen in het landschap. Panelen mogen tot circa 3 meter hoog worden gepositioneerd. Randen: Rondom singels met eventueel onderbegroeiing waardoor panelen volledig aan het zicht worden onttrokken. Hekken toepassen ingepast in de singels, dus uit het zicht. Delen van het zonnepark mogen in het zicht blijven daar waar het landschap dat toelaat of dit past bij de landschappelijke structuren.

Ondersteunende bouwwerken: Worden in de kamerstructuur geplaatst, afgestemd op het patroon van het panelenveld.

48

Richtinggevende criteria voor zonneparken: Voor de Woudontginningen hanteren we de volgende richtinggevende criteria. In de schets komen de criteria door middel van de letteraanduiding terug. A. Het zonnepark ligt bij voorkeur nabij de kern. B. De bestaande boomsingels en nieuw aan te brengen boomsingels zorgen voor de landschappelijke inpassing. C. De hekwerken kunnen worden ingepast in de beplanting en maken onderdeel van de landschappelijke inpassing van het plan waardoor ze aan het zicht worden onttrokken. D. Hekwerken die niet in de beplanting kunnen worden opgenomen, kunnen worden aangekleed met inheemse hagen en/of klimmers. E. Rekening houden met de afstand tot de boomsingels in verband met de slagschaduwen. F. Geen zonnepark plaatsen waar vrij zicht is op het beekdal. G. Geen zonneparken plaatsen waar vrij zicht is op het landgoederenlandschap.

Beleidskader zonneparken in Heerenveen

49

Infrastructuur en Hoofdassen Kernkwaliteiten: Het landschap van de snelweg kent een eigen langgerekte structuur die de andere historisch-culturele en natuurlijke landschappen doorsnijdt. Dit biedt mogelijkheden voor zonneparken die aansluiten bij de infrastructuur en hoofdassen. We willen deze ontwikkeling daarom stimuleren maar dit betekent niet dat ieder initiatief geschikt is. Ontwikkelingen in dit gebied vragen om een lokale afweging. Opgaven: De komende jaren wordt er gewerkt aan de A32 bij Heerenveen. In 2020/21 werd gewerkt aan de afrit naar het centrum van Heerenveen. In 2022/23 wordt de afrit naar Oranjewoud en Skoatterwald vernieuwd, om de doorstroming in het gebied te verbeteren. Doel: Panelen worden onderdeel van het landschap. Dit kan door panelen direct te koppelen aan de snelweg en de maat, schaal en richting van de snelweg te benadrukken.

Panelen: De plaatsing van panelen kan op twee manieren worden benaderd. Zij kunnen in lange, begeleidende lijnen langs de snelweg worden geplaatst, waarbij zij worden opgenomen in snelwegelementen zoals geluidsschermen of geluidswallen. Of zij worden geplaatst op plekken aan de snelweg zoals de knooppunten, nabij de tankstations of in de oksels van op- en afritten, waarbij de (plaatsingen van de) panelen een meer sculpturale of iconische opzet kennen. Uitgangspunt is in alle gevallen, dat de zonnepanelen niet het vrije zicht van de automobilist mogen verstoren of andere negatieve effecten mogen hebben op het gebruik, het onderhoud en de veiligheid van de snelweg. In alle gevallen maken de zonnepanelen deel uit van de infrastructuur en wordt er bij het ontwerp rekening gehouden met de kwaliteit van het landschap waar de infrastructuur zich bevindt. Randen: Geen hoge opgaande beplanting rondom (maximaal de hoogte van de panelen). Fysieke afscherming kan bijvoorbeeld met een brede sloot worden gecreëerd. Indien dit niet mogelijk is zijn hekwerken toegestaan. Beplanting: Inheems, passend bij landschap. Ondersteunende bouwwerken: Voor de ondersteunende bouwwerken geldt dat zij op dezelfde wijze als de panelen worden ingepast in het snelweglandschap: afgestemd op de aard van de snelweg, zonder negatieve effecten op het gebruik, het onderhoud en de veiligheid van de snelweg.

Beleidskader zonneparken in Heerenveen

50

Richtinggevende criteria voor zonneparken: Voor Infrastructuur en Hoofdassen hanteren we de volgende richtinggevende criteria. In de schets komen de criteria door middel van de letteraanduiding terug. A. Ook zonneparken langs de snelwegen liggen nabij een kern. B. Zonnepanelen kunnen worden ingezet als aankleding van de knooppunten, waarbij bijzondere oplossingen denkbaar zijn. C. Zonneparken worden zo geplaatst dat zij de maat, schaal en richting van de snelweg benadrukken, bijvoorbeeld door zonneparken in te zetten als geluidsschermen. D. De zonneparken worden geplaatst met respect voor het landschapstype waarin zij liggen.

Beleidskader zonneparken in Heerenveen

51

eenvooreengroener.nl/zonnepark

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=08017408-bc85-49da-b219-a8b78c7307f8