CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Aanvraagformulier en bijlagen 2023-088 (anoniem)

Raadsvergadering 25 mei 2023, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen beeldend kunstwerk op de locatie Anne Vondelinglaan nabij nummer 49 en 51 in Heerenveen27.404 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Publiceerbare aanvraag/melding omgevingsvergunning

Formulierversie 2020.01

Aanvraaggegevens Algemeen Aanvraagnummer

7615367

Aanvraagnaam

Butenkeamer

Uw referentiecode

1357

Ingediend op

23-02-2023

Soort procedure

Onbekend

Projectomschrijving

Overdekte buitenplaats in het nieuwbouwplan de Treffe te Heerenveen. Eea. is voorbesproken met .

Opmerking

-

Gefaseerd

Nee

Blokkerende onderdelen weglaten

Ja

Kosten openbaar maken

Nee

Bijlagen die later komen

- Constructieve gegevens - Ruimtelijke onderbouwing

Bijlagen n.v.t. of al bekend

Indien er aanvullende stukken gewenst zijn vernemen wij dat graag. We zullen ze dan aanvullend indienen.

23 februari 2023

Geen

Bevoegd gezag

Datum aanvraag: 23 februari 2023

Naam:

Gemeente Heerenveen

Bezoekadres:

Crackstraat 2 8441 ES Heerenveen

Postadres:

Postbus 15000 8440 GA HEERENVEEN

Telefoonnummer:

0513-617617

Faxnummer:

0513-617475

E-mailadres:

vergunningen@heerenveen.nl

Website:

www.heerenveen.nl

Contactpersoon:

Dienst Publiek en Veiligheid

Aanvraagnummer: 7615367

Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen

Pagina 1 van 7

Overzicht bijgevoegde modulebladen

Aanvraaggegevens Locatie van de werkzaamheden Werkzaamheden en onderdelen Overig bouwwerk bouwen 2 • Bouwen • Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening Bijlagen

Datum aanvraag: 23 februari 2023

Aanvraagnummer: 7615367

Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen

Pagina 2 van 7

Locatie 1

Kadastraal perceelnummer

Burgerlijke gemeente

Heerenveen

Kadastrale gemeente

Knijpe

Kadastrale sectie

E

Kadastraal perceelnummer

3180

Bouwplannaam

Butenkeamer

Bouwnummer

-

Geen

Gelden de werkzaamheden in deze aanvraag/melding voor meerdere adressen of percelen?

Datum aanvraag: 23 februari 2023

Aanvraagnummer: 7615367

Ja Nee

Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen

Pagina 3 van 7

Bouwen

Overig bouwwerk bouwen 2

1

De bouwwerkzaamheden

Wat is er op het bouwwerk van toepassing? Eventuele toelichting

Het wordt geheel vervangen Het wordt gedeeltelijk vervangen Het wordt nieuw geplaatst -

Geen

Hebt u voor deze bouwwerkzaamheden al eerder een vergunning aangevraagd? 2

Plaats van het bouwwerk

Waar gaat u bouwen? 3

Ja Nee

Terrein

Bruto vloeroppervlakte bouwwerk

Verandert de bruto vloeroppervlakte van het bouwwerk door de bouwwerkzaamheden? 4

Ja Nee

Bruto inhoud bouwwerk

Verandert de bruto inhoud van het bouwwerk door de bouwwerkzaamheden? 5

Ja Nee

Oppervlakte bebouwd terrein

Verandert de bebouwde oppervlakte van het terrein na uitvoering van de bouwwerkzaamheden? 6

7

Seizoensgebonden en tijdelijke bouwwerken

Gaat het om een seizoensgebonden bouwwerk?

Ja Nee

Gaat het om een tijdelijk bouwwerk?

Ja Nee

Gebruik

Waar gebruikt u het bouwwerk en/ of terrein momenteel voor? Geef aan waar u het bouwwerk en/ of terrein momenteel voor gebruikt. Waar gaat u het bouwwerk voor gebruiken? Datum aanvraag: 23 februari 2023

Ja Nee

Aanvraagnummer: 7615367

Wonen Overige gebruiksfuncties Nog geen gebruik, word openbaar gebied Wonen Overige gebruiksfuncties

Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen

Pagina 4 van 7

Geef aan waar u het bouwwerk voor gaat gebruiken. 8

Centrale (ontmoetings) plaats in de wijk

Gebruiksfuncties

In onderstaande tabel staan in de eerste kolom mogelijke gebruiksfuncties die in een bouwwerk kunnen voorkomen. Vul voor alle gebruiksfuncties die voor u van toepassing zijn het aantal personen, de totale gebruiksoppervlakte en de totale vloeroppervlakte van het verblijfsgebied in m2 in hele getallen in.

9

Gebruiksfunctie

Aantal personen

Gebruiksoppervlakte (m2)

Verblijfsoppervlakte (m2)

Bijeenkomst

-

-

-

Cel

-

Gezondheidszorg

-

Industrie

-

Kantoor

-

Logies

-

Onderwijs

-

Sport

-

Winkel

-

Overige gebruiksfuncties

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Uiterlijk bouwwerk/welstand

Beschrijf van de onderstaande onderdelen de materialen en kleuren die u voor het bouwwerk gebruikt. U mag het veld leeg laten als u materialen en kleuren in de bijlagen vermeldt Onderdelen

Materiaal

Kleur

Gevels

-

-

- Plint gebouw

-

- Gevelbekleding

-

- Borstweringen

-

- Voegwerk

-

Kozijnen

-

- Ramen

-

- Deuren

-

- Luiken

-

Dakgoten en boeidelen

-

Dakbedekking

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

-

Geen

Vul hier overige onderdelen en bijbehorende materialen en kleuren in.

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

-

Geen

10 Mondeling toelichten

Ik wil mijn bouwplan mondeling toelichten voor de welstandscommissie/ stadsbouwmeester.

Datum aanvraag: 23 februari 2023

Aanvraagnummer: 7615367

Ja Nee

Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen

Pagina 5 van 7

Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening Overig bouwwerk bouwen 2

1

Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening

Met welke regels voor ruimtelijke ordening zijn de voorgenomen werkzaamheden in strijd?

Datum aanvraag: 23 februari 2023

Bestemmingsplan Beheersverordening Exploitatieplan Regels op grond van de provinciale verordening Regels op grond van een AMvB Regels van het voorbereidingsbesluit

Beschrijf hoe en in welke mate de voorgenomen werkzaamheden in strijd zijn met de regels voor ruimtelijke ordening.

-

Beschrijf het huidige gebruik van de gronden of het bouwwerk.

Nog geen functie

Beschrijf het beoogde gebruik van de gronden of het bouwwerk.

Centrale (ontmoetings) plaats in de wijk

Beschrijf de gevolgen van het beoogde gebruik voor de ruimtelijke ordening.

-

Geen

Geen

Is het beoogde gebruik tijdelijk van aard?

Ja Nee

Hebt u een rapport nodig waarin de archeologische waarde van het terrein dat zal worden verstoord in voldoende mate is vastgelegd?

Ja Nee

Wordt er afgeweken van het exploitatieplan?

Ja Nee

Aanvraagnummer: 7615367

Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen

Pagina 6 van 7

Bijlagen Formele bijlagen

Datum aanvraag: 23 februari 2023

Naam bijlage

Bestandsnaam

7_Butenkeamer_Documentenlijst_230223_pdf

1357_Butenkeamer Plattegronden, Documentenlijst_230- doorsneden en 223.pdf detailtekeningen bouwen complexere bouwwerken

23-02-2023

In behandeling

1357_Butenkeamer_KMS_230223_pdf

1357_Butenkeamer KMS_230223.pdf

Plattegronden, doorsneden en detailtekeningen bouwen complexere bouwwerken

23-02-2023

In behandeling

onden_aanzichten_en_doorsnede_230223_pdf

1357_DO-02 Plattergronden aanzichten en doorsnede_230223.pdf

Plattegronden, doorsneden en detailtekeningen bouwen complexere bouwwerken

23-02-2023

In behandeling

ituatie_overzicht_schema- 1357_DO-01 tisch_230223_pdf Situatie overzicht schematisch_230223.pdf

Plattegronden, doorsneden en detailtekeningen bouwen complexere bouwwerken

23-02-2023

In behandeling

1357_DO-10_Details_230223_pdf

1357_DO-10 Details_230223-.pdf

Plattegronden, doorsneden en detailtekeningen bouwen complexere bouwwerken

23-02-2023

In behandeling

376168-T011-WR--U2-1_pdf

376168-T011-WR-U2-1-.pdf

Anders

23-02-2023

In behandeling

376168-T011-WR--U2-2_pdf

376168-T011-WR-U2-2-.pdf

Anders

23-02-2023

In behandeling

376168-T012-GR--U2-1_pdf

376168-T012-GR-U2-1-.pdf

Anders

23-02-2023

In behandeling

376168-T012-GR--U2-2_pdf

376168-T012-GR-U2-2-.pdf

Anders

23-02-2023

In behandeling

Aanvraagnummer: 7615367

Type

Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen

Datum ingediend

Status document 23 februari 2023

23 februari 2023

23 februari 2023

23 februari 2023

23 februari 2023

23 februari 2023

23 februari 2023

23 februari 2023

23 februari 2023

Pagina 7 van 7

Project omschrijving: Kunstwerk bedoeld als ontmoetingsplaats voor buurtbewoners.

omgevingsvergunning

Heerenveen, Buitenkamer D.Nieuwenhuisweg/ H.R. Holstweg Heerenveen

DATUM IMRO IDN

06-03-2023 NL.IMRO.0074.20230089-0001

PROJECT PROJECTLEIDER

Heerenveen Buitenkamer

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Slokker Vastgoed 20230089

AUTEUR STATUS

ontwerp

Inhoudsopgave

Ruimtelijke onderbouwing

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Ligging projectgebied

6

1.3

Planologische regeling

7

1.4

Procedure keuze

7

1.5

Leeswijzer

7

Huidige situatie en ontwikkelingen

8

2.1

Huidige situatie projectgebied

8

2.2

Beschrijving initiatief

9

Hoofdstuk 3

Beleidskader

14

3.1

Rijksbeleid

14

3.2

Provinciaal beleid

15

3.3

Gemeentelijk beleid

15

Planologische randvoorwaarden

17

4.1

MER-beoordeling

17

4.2

Milieuzonering

17

4.3

Ecologie

18

4.4

Geluid

19

4.5

Bodem

19

4.6

Water

19

4.7

Cultuurhistorie

21

4.8

Archeologie

21

4.9

Luchtkwaliteit

22

4.10

Externe veiligheid

22

4.11

Kabels en leidingen

23

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

24

5.1

Economische uitvoerbaarheid

24

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

24

Afweging en conclusie

25

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 6

3/47

Bijlagen bij ruimtelijke onderbouwing

27

Bijlage 1

Stikstofberekening

29

Bijlage 2

Watertoets

41

4/47

Ruimtelijke onderbouwing

5/47

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de oostkant van Heerenveen, ten oosten van de snelweg A32, is de woonwijk Skoatterwâld gerealiseerd. Nu het merendeel van de woningen is opgeleverd, wordt gewerkt aan de afronding van de woonwijk. Initiatiefnemer is voornemens om in de groenzone op de hoek van de H.R. Holstweg en de D. Nieuwenhuisweg te Heerenveen een kunstwerk van ruim 8 meter hoogte te realiseren. Dit kunstwerk is in samenspraak met omwonenden en de buurtraad tot stand gekomen. Het kunstwerk is een landmark in de omgeving en kan fungeren als ontmoetingsplaats voor de buurt. De realisatie van het kunstwerk is niet mogelijk op basis van de geldende planologische regeling, omdat hier geen bouwwerken van ruim 8 meter hoogte zijn toegestaan. De gemeente is voornemens om aan het bouwplan mee te werken door het verlenen van een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan. Bij het aanvragen van een dergelijke vergunning moet worden aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.

1.2

Ligging projectgebied

In figuur 1.1 is de globale ligging van het projectgebied weergegeven. Het kunstwerk wordt geplaatst op de hoek van de Domela Nieuwenhuisweg en de Henriette Roland Holstweg.

Figuur 1.1 Ligging projectgebied (Bron: Rho Basisviewer)

6/47

1.3

Planologische regeling

Het projectgebied is geregeld in het uitwerkingsplan 'Heerenveen – Skoatterwâld 2e en 3e fase (De Treffe)' dat is vastgesteld op 26 januari 2021. In dit bestemmingsplan geldt voor het projectgebied de bestemming 'Groen-Water'. Binnen deze bestemming is het niet mogelijk om een kunstwerk van ruim 8 meter hoogte op te richten. Met een omgevingsvergunning kan van het bestemmingsplan worden afgeweken. Daarom wordt voor de ontwikkeling een omgevingsvergunning aangevraagd voor de activiteit 'Handelen in strijd met de regels ruimtelijke ordening'.

1.4

Procedure keuze

Voor de aanvraag moet gebruik worden gemaakt van de uitgebreide Wabo procedure. De omgevingsvergunning voor het handelen in strijd met de regels ruimtelijke ordening kan worden verleend op basis van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3° van de Wabo. Omdat voor de omgevingsvergunning de uitgebreide procedure geldt, wordt de vergunning in principe binnen 26 weken verleend. Hiervoor moet wel gemotiveerd worden dat vanuit een goede ruimtelijke ordening medewerking kan worden verleend. Voor de ruimtelijke afweging hiervan is deze ruimtelijke onderbouwing opgesteld.

1.5

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de huidige situatie en de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt de ontwikkeling getoetst aan het, voor het project relevante, beleid op rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 worden de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het project besproken. Tot slot bevat hoofdstuk 6 een beknopte samenvatting en conclusie van de ruimtelijke onderbouwing.

7/47

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie en ontwikkelingen

Huidige situatie projectgebied

Het projectgebied ligt in de woonwijk Skoatterwâld, die is gelegen aan de oostzijde van Heerenveen. Het projectgebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de Domela Nieuwenhuisweg en aan de oostzijde door de sloot die parallel loopt aan de Henriette Roland Holstweg. Aan de westzijde is de Anne Vondelinglaan de begrenzing en aan de noordzijde grenst het projectgebied aan de nieuwbouw die ter plaatse wordt gerealiseerd. Omdat de woningbouw in dit deel nog niet is afgerond, ligt het perceel momenteel braak. De grond heeft in de huidige situatie dan ook geen functie. Een luchtfoto van de huidige situatie is weerggeeven in figuur 2.1. De locatie van het kunstwerk is daarop met een ster aangegeven. In figuur 2.2 is een luchtfoto opgenomen waarin de ligging van het projectgebied ten opzichte van de kadastrale percelen is weergegeven.

Figuur 2.1

8/47

Luchtfoto huidige situatie (Bron: GoogleMaps)

Figuur 2.2 Ligging plangebied ten opzichte van verkaveling (bron: Rho Basisviewer)

2.2

Beschrijving initiatief

Het oprichten van het kunstwerk is onderdeel van de inrichting van de openbare groenstrook. Het kunstwerk is een landmark in de omgeving en geschikt bedoeld als ontmoetingsplaats voor buurtbewoners. Het wordt geplaatst in de groenzone ten oosten van de woningen in het gebied tussen de Anne Vondelinglaan en de sloot langs de H.R. Holstweg. Aanleiding Het idee om een buurtontmoetingsplaats te realiseren in dit deel van Skoatterwald dateert al uit de aanbestedingsfase. Met een klein buurtcomité is vervolgens nagedacht over een mogelijke invulling. Hieruit is het huidige plan ontstaan; een bouwwerk dat qua vorm en constructie verwijst naar een schuur en waarbij de ontmoetingsfunctie voorop staat. Plaatsing Wat betreft de plaatsing van het kunstwerk is ervoor gekozen om deze in de nabijheid van de doorgaande weg (Domela Nieuwenhuisweg) door de wijk te realiseren zodat de ontmoetingsplek toegankelijk wordt voor zowel buurtbewoners die er vlakbij wonen en bewoners elders uit de wijk Skoatterwâld. Daarbij is het kunstwerk niet

9/47

direct langs de weg geplaatst om enige beslotenheid te creeren voor de gebruikers van de ontmoetingsplek maar toch zichtbaar vanaf de weg. De bomen tussen het kunstwerk en de Domela Nieuwenhuisweg zijn zodanig geplaatst dat er slechts enkele zichtlijnen vanaf de weg naar het kunstwerk zijn. Dit komt de veiligheid van langsrijdend verkeer ten goede. Verder is het kunstwerk in een 'kader' geplaatst; aan de oost- en zuidzijde worden lichte glooiingen in het landschap gecreeerd (waarvoor indien mogelijk grond uit de wijk wordt gebruikt). In deze ophogingen worden betonnen elementen geplaatst om op te verpozen. Het kunstwerk is vanaf de zuidzijde toegankelijk. Ook aan deze zijde wordt een lichte glooiing in het landschap aangelegd om de wijze waarop het kunstwerk wordt benaderd te sturen. In figuur 2.3 is de ligging van het kunstwerk ten opzichte van de omliggingende wegen en bebouwing weergegeven.

Figuur 2.3 Ligging kunstwerk Buitenkamer (bron: Heerenveen De Treffe - Butenkeamer (aanpassingen landschap) Baljon)

Uiterlijk Het kunstwerk heeft een oppervlakte van circa 95 m2 en een hoogte van ruim 8 meter. Qua materialisering is gekozen voor houten dakspanten. Deze worden schuin tegenover elkaar geplaatst waarmee een stabiele constructie ontstaat. Hiermee ontstaat een open constructie die door het gebruik van natuurlijke materialen en het realiseren van passende beplanting onderdeel wordt van het landschap. De ondergrond zal grotendeels bestaan uit gras en waar het toegangspad het kunstwerk raakt deels verharding. Onderstaande figuren bevatten een impressie van het te realiseren kunstwerk.

10/47

figuur 2.4 Impressie van het kunstwerk

figuur 2.5 Aanzicht voorzijde

11/47

figuur 2.6 Aanzicht rechterzijde Functie Het kunstwerk is een toevoeging aan de groenstrook en bovendien geschikt als ontmoetingsplek. De locatie en het kunstwerk lenen zich ook voor kleinschalige activiteiten zoals een toneelstuk of buurtfeest. Op het veldje rondom het kunstwerk is ruimte waar kinderen kunnen spelen en het 'kader' waarin het kunstwerk is geplaatst zorgt ervoor dat een bal niet zomaar de weg op rolt. Aan de westzijde ligt het kunstwerk redelijk dichtbij de woningen aldaar. Met de buurtbewoners is goed overleg geweest hoe ervoor gezorgd kan worden dat door de beplanting en ligging (ook hier een lichte glooiing in het landschap) een goede situatie ontstaat. Door de open constructie is het kunstwerk niet geschikt om langere tijd te verblijven waardoor het minder interessant is voor langdurig gebruik door hangjongeren en ouderen, maar juist uitermate geschikt is voor incidenteel gebruik. Verkeer en parkeren Het kunstwerk kan fungeren als ontmoetingsplek voor de buurtbewoners van dichtbij en van iets verder weg. De meeste mensen zullen hier dan ook lopend of per fiets komen. Aan de Anne Vondelinglaan wordt een aantal parkeerplaatsen gerealiseerd ten behoeve van bezoekersparkeren van de woningen. Deze kunnen incidenteel ook gebruikt worden voor bezoekers van het kunstwerk die van iets verder komen.

Vanwege de buurtfunctie van het kunstwerk is het echter niet aannemelijk dat deze plaatsen structureel daarvoor worden gebruikt. Conclusie De aanleg van hoogwaardige groenstroken is onderdeel van het stedenbouwkundig plan voor dit deel van Skoatterwâld. De groenstrook is op deze plek uitermate geschikt voor het plaatsen van een kunstwerk omdat het zichtlocatie langs de doorgaande weg betreft. Daardoor is de plek makkelijk vindbaar als ontmoetingsplek voor bewoners van dichtbij en verderaf. Het realiseren van een ontmoetingsplek voor de buurt is vanaf het ontstaan van de woonwijk al voorzien. De uitwerking van de plannen is in samenspraak met een buurtcomite tot stand gekomen. Bij de plaatsing van het kunstwerk is de ligging ten opzichte van omringende wegen en aangrenzende woningen zorgvuldig afgewogen en afgestemd. Door de open constructie en het gebruik van natuurlijke

12/47

materialen, in combinatie met de aanplant van passende beplanting, is het kunstwerk ruimtelijk en maatschappelijk zorgvuldig ingepast.

13/47

Hoofdstuk 3

Beleidskader

In dit hoofdstuk worden relevante planologische beleidskaders op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau beschreven. Deze beleidskaders zijn richtinggevend voor het project.

3.1

Rijksbeleid

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 2. de economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 3. steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 4.

een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda. Voor Noord-Nederland is een omgevingsagenda opgesteld, waar Friesland onderdeel van uitmaakt. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden. Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. Conclusie Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI raakt de voorgenomen ontwikkeling geen rijksbelangen als opgenomen in de NOVI.

14/47

3.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Fryslân De provinciale Omgevingsvisie, De Romte Diele, is op 23 september 2020 door Provinciale Staten vastgesteld. Veel provinciaal beleid, programma's en projecten raken de Friese leefomgeving waarin mensen wonen, werken, zich verplaatsen, elkaar ontmoeten en recreëren. In de Omgevingsvisie staat waar de provincie met de leefomgeving van Fryslân naar toe wil: de ambitie en doelen voor de toekomst. Het is een visie voor de lange termijn op een tamelijk hoog abstractieniveau. Het is geen blauwdruk voor hoe Fryslân er over 20 à 30 jaar bij ligt. Wel geeft de visie de richting aan waar de provincie met allerlei partijen naar toe wil werken. Samen met verschillende organisaties, inwoners en ondernemers in Fryslân geeft de provincie nu invulling aan deze visie. Dit gebeurt in programma's, concrete projecten en initiatieven, en zo nodig ook in regels. In de visie is aangegeven wat de provincie doet om de huidige basiskwaliteiten van de Friese leefomgeving op orde te houden. Daarnaast wil de provincie extra inzetten op vier urgente, integrale opgaven: Fryslân vitaal, leefbaar en bereikbaar houden; Energietransitie met kracht voortzetten; Fryslân klimaatadaptief inrichten; Versterken biodiversiteit. De ontwikkeling in het projectgebied draagt bij aan een vitaal, leefbaar en bereikbaar Fryslan en is niet in strijd met het provinciaal beleid uit de omgevingsvisie.

Verordening Romte Fryslân 2014 In de Verordening Romte Fryslân 2014 is het provinciaal beleid vertaald naar regels voor ruimtelijke plannen. Ten aanzien van kunstwerken in een woonwijk bevat de Verordening geen specifieke regeling. Het project is dan ook niet in strijd met de Verordening Romte Fryslân 2014.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Ontwikkelingsstrategie Skoatterwâld Op 18 december 2017 stelde de gemeenteraad van Heerenveen een ontwikkelingsstrategie vast voor Skoatterwâld. De gemeenteraad constateerde dat na een dip in de woningbouw tijdens de crisis het bouwvolume weer aantrok. In Skoatterwâld waren in december 2017 circa 1.300 woningen gebouwd en konden nog circa 1.000 woningen worden gerealiseerd. Dit betekent dat in Skoatterwâld nog een groot aantal woningen kan worden gebouwd. De locaties voor deze woningen zijn voor een groot deel opgenomen in uit te werken bestemmingen. Dit betekent dat de gemeente ruim keus heeft uit locaties in Skoatterwâld, waarvoor uitwerkingen kunnen worden vastgesteld om aan de vraag naar nieuwe woningen te voldoen.

15/47

Het document Ontwikkelingsstrategie Skoatterwâld geeft een overzicht van de stand van zaken voor de ontwikkeling van Skoatterwâld. Zowel fase 1 als fase 2 waren in 2017 nagenoeg gerealiseerd. In de 3e fase van Skoatterwâld is de ontwikkeling goed zichtbaar. Ruim 100 woningen zijn gebouwd en worden bewoond. Een deel is nog in aanbouw. De start van de 3e fase kenmerkte zich door een fors accent op woningen in het lagere segment. Zowel rijwoningen in de koop als een flink aantal (beleggers)huurwoningen. De markt is vervolgens flink aangetrokken. Bij de start van de ontwikkeling van de 3e fase werd de keuze gemaakt om door te blijven gaan op een hoog kwaliteitsniveau. De kwaliteit van de hoofdstructuur en het groen in de lanen en singels speelt daarin een grote rol. Het stedenbouwkundig plan is van hoog kwaliteitsniveau. De realisatie van een kunstwerk in de groenzone op de hoek Domela Nieuwenhuislaan/ Henriette Roland Holstlaan draagt bij aan de belevingswaarde van het groen en de openbare ruimte. Kwaliteitsdocument Skoatterwâld De Eilanden Het kwaliteitsdocument Skoatterwâld De Eilanden (versie 12-03-2019) is opgesteld in het kader van de uitwerking van de 2e en 3e fase van de ontwikkeling van Skoatterwâld. Voor de openbare ruimte geldt als ambitie voor de uitstraling van het woongebied dat er sprake moet zijn van openheid, zichtlijnen en centrale ontmoetingsplekken.

Er worden daarbij geen specifieke uitspraken gedaan over kunstwerken in de openbare ruimte. Het kunstwerk heeft door het ontwerp een open karakter (doorkijk) en vormt een ontmoetingsplek. Het past daarmee binnen de ambities van het kwaliteitsdocument. 3.3.2 Omgevingsvisie Heerenveen 2040 Op 8 juli 2021 is de Omgevingsvisie Heerenveen 1.0 vastgesteld. Als kern van deze visie is verwoord: "In 2040 is Heerenveen een gezonde, ondernemende en duurzame gemeente waar het prettig wonen, werken en recreëren is. We hebben ons onderscheidende profiel als (top)sportgemeente verder versterkt en verbreed. We koesteren de landschappelijke kwaliteit en diversiteit, de uitstekende bereikbaarheid en de (regionale) voorzieningen als reden om hier te wonen en te werken. En we zijn in 2040 een flink eind op weg om de gemeente samen met inwoners en bedrijven klimaatbestendig en klimaatneutraal te maken." Ten aanzien van wonen wil Heerenveen in 2040 een aantrekkelijke woonplaats zijn door goede verbindingen, een divers landschap en de aanwezigheid van regionale voorzieningen. Het plaatsen van een kunstwerk als ontmoetingsplek voor buurtbewoners maakt onderdeel uit van de afronding van de bouwfase en de start van het woongebruik van de wijk. De afronding van de wijk Skoatterwâld staat in deze visie niet ter discussie. De ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie.

16/47

Hoofdstuk 4

Planologische randvoorwaarden

In onderstaande paragrafen wordt een overzicht gegeven van de relevante milieuaspecten. Milieuaspecten zijn een belangrijk onderdeel van de belangenafweging die ten grondslag ligt aan het project.

4.1

MER-beoordeling

In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Wanneer niet voldaan wordt aan de drempelwaarden moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten nagaan of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Daarbij lettend op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. De realisatie van een kunstwerk als deze is niet opgenomen in de bijlagen van het Besluit m.e.r. Dit project kan op zichzelf niet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject, omdat de omvang relatief beperkt is deel uitmaakt van de ontwikkeling van een woonwijk die al gerealiseerd is. Door de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten treden overigens geen belangrijke negatieve milieugevolgen op. Dit blijkt ook uit de beoordeling van de verschillende milieuaspecten zoals deze in de volgende paragrafen zijn opgenomen.

4.2

Milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering (2009). Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs uit te sluiten is. In de omgeving van het projectgebied overheerst de woonfunctie. Een kunstwerk is geen milieubelastende of milieugevoelige functie. Qua plaatsing ten opzichte van de aangrenzende woningen is nauw overleg geweest met de buurtbewoners en is door middel van passende beplanting gezorgd voor een goede afscheiding. Er is vanuit milieuzonering geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling.

17/47

4.3

Ecologie

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Dit is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europese regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Soortenbescherming De grond waarop het kunstwerk wordt gerealiseerd, ligt op dit moment braak. Voor de aanleg van het kunstwerk is het niet nodig om gebouwen te slopen, water te dempen en/of bomen te kappen. Gezien de huidige staat van het projectgebied is het niet de verwachting dat hier beschermde soorten aanwezig zijn. Het uitvoeren van een ecologisch onderzoek voor het project is dan ook niet nodig. Ten slotte is op basis van de Wnb altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving. Concreet betekent dit dat bij (ruimtelijke) ingrepen gezorgd moet worden dat dieren niet verstoord of gedood worden en dat planten niet zomaar verplant worden. Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld broedende vogels, de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren.

Gebiedsbescherming De bescherming van Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten is geregeld in de Wet natuurbescherming. Indien ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van de natuurwaarden binnen deze gebieden, moet een vergunning worden aangevraagd. Daarnaast moet rekening worden gehouden met het rijksbeleid voor de Natuur Netwerk Nederland (NNN) (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Wat betreft de gebiedsbescherming, maakt het projectgebied geen deel uit van een Natura 2000-gebied of een gebied dat onder het regime van het NatuurNetwerk Nederland (NNN) valt. Het project maakt geen nieuwe (grootschalige) ontwikkelingen mogelijk die negatieve gevolgen hebben voor Natura 2000- gebieden in de omgeving, Stikstofdepositie In Nederland staan veel Natura 2000-gebieden onder druk door een overbelasting van stikstofdepositie. Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn) in werking getreden. De Wsn en de Bsn regelen een vrijstelling voor de vergunningsplicht van artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Op 2 november 2022 is in de zaak van Porthos een uitspraak gedaan door de Afdeling Bestuursrechtspraak over deze partiële bouwvrijstelling. Uit deze uitspraak blijkt dat art. 2.9a van de Wnb en art. 2.5 Bnb in strijd is met art.

6 van de Habitatrichtlijn uit de Wet natuurbescherming. Er wordt daarom teruggegaan naar de situatie vóór 1 juli 2021 waarbij ook de aanlegfase van bouwprojecten moet worden doorgerekend voor stikstofdepositie om significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden te kunnen uitsluiten.

18/47

AERIUS Calculator Vanwege de buurtontmoetingsfunctie van het kunstwerk zal er in de gebruiksfase geen sprake zijn van een verkeersaantrekkende werking. Omdat de aanlegfase echter ook moet worden berekend, is met de nieuwe versie van de AERIUS Calculator (26 januari 2023) een stikstofberekening gemaakt van de stikstofdepostie voor de aanlegfase van het kunstwerk. Uit dit onderzoek blijkt dat voor de aanlegfase geen negatief planeffect berekend is in enig Natura 2000-gebied. De berekeningen leveren geen depositieresultaten op hoger dan 0,00 mol N/ha/jaar. Er is geen sprake van een relevant effect.

4.4

Geluid

Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die ''in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken'', een geluidzone. Bij ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones of bij bepaalde veranderingen aan de weg zelf (zoals het verhogen van de maximumsnelheid of het uitbreiden van het aantal rijstroken) moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. De 48 dB contour betreft de voorkeursgrenswaarde en de 53 dB contour betreft de maximaal vast te stellen hogere waarde voor nieuw te bouwen woningen in buitenstedelijk gebied of gelegen binnen de bebouwde kom en binnen de zone van een snel(auto)weg. Aangezien een kunstwerk geen geluidgevoelig object is, is het niet nodig om een akoestisch onderzoek uit te voeren. Vanuit geluid is er geen belemmering voor het realiseren van het kunstwerk.

4.5

Bodem

Op grond van het Bro moet in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening worden gehouden met de bodemgesteldheid in het projectgebied. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Het projectgebied is in het kader van de geldende bestemmingsplannen geschikt bevonden voor woningbouw. In dat kader zijn verschillende bodemonderzoeken uitgevoerd, waaruit is gebleken dat in algemene zin sprake is van slechts lichte overschrijdingen van de streefwaarden. Dat betekent dat de bodemkwaliteit toereikend is voor woningbouw, maar dat afgevoerde grond niet overal kan worden toegepast. Voor de realisatie van het kunstwerk is er vanuit bodem geen belemmering. Enerzijds omdat het geen gevoelige functie betreft en anderszijds omdat de grond geschikt is bevonden voor de woonfunctie, dus ook voor een recreatieve functie afdoende is. Vanuit bodem is er geen belemmering voor het realiseren van het kunstwerk.

4.6

Water

Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van de ontwikkeling in het projectgebied zijn op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit.

19/47

Het projectgebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap. De watertoets inclusief uitgangspuntennotitie is als bijlage 2 bij de toelichting toegevoegd. De uitkomst is dat de korte procedure moet worden gevolgd. Toename verharding Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. De ontwikkeling die met dit project mogelijk gemaakt wordt, voorziet niet in een toename aan verharding. Door de open constructie en de ondergrond van gras kan het water direct in de bodem worden opgenomen. Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Kansen moeten benut worden om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming.

Bij de inrichting van het projectgebied wordt hierop geanticipeerd door weinig verhard oppervlak te realiseren (alleen het toegangspad is halfverharding) en het projectgebied groen in te richten. Door nú maatregelen te nemen, worden steden en dorpen mooier en wordt grote schade in de toekomst voorkomen. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen. Met voorgenoemd advies is bij de uitvoering van de plannen rekening gehouden. Afvalwater en regenwatersysteem Het uitgangspunt is om regenwater en rioolwater zoveel mogelijk gescheiden af te voeren. In dit geval is er geen sprake van de afvoer van rioolwater. Waterkwaliteit De bouwwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn om verontreiniging van het water te voorkomen. In dit geval zal gebruik worden gemaakt van milieuvriendelijke (bouw)materialen. Beheer en Onderhoud In het projectgebied is geen water aanwezig dat onderhouden dient te worden. Vervolg Waterwet: Voor alle ingrepen in de waterhuishouding moet een vergunning worden aangevraagd of een melding worden gedaan in het kader van de Waterwet. Dat is in dit geval niet aan de orde. Procedure: Het Waterschap is middels de watertoets op de hoogte gebracht van de gewenste ontwikkeling. De ruimtelijke onderbouwing wordt in het kader van het vooroverleg aan het waterschap voorgelegd.

Vanuit water is er geen belemmering voor de uitvoering van de ontwikkeling.

20/47

4.7

Cultuurhistorie

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrijving opgenomen moet worden van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. In het projectgebied bevinden zich geen cultuurhistorische objecten. Het kunstwerk wordt geplaatst binnen de stedenbouwkundige structuren van de wijk, die vooral tot uiting komen in door de wegen en waterlopen benadrukte noordwest-zuidoost gerichtheid van het gebied. Vanuit cultuurhistorie is er geen belemmering voor het realiseren van het kunstwerk.

4.8

Archeologie

In de Erfgoedwet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Voor Heerenveen wordt gebruik gemaakt van de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE). Overeenkomstig het advies op grond van FAMKE is in 2005 ten behoeve van het bestemmingsplan voor de 2e en 3e fase voor de uitbreiding van Skoatterwâld een inventariserend archeologisch veldonderzoek in het projectgebied verricht. De resultaten daarvan zijn opgenomen in het rapport “Heerenveen, Skoatterwâld; Een inventariserend Archeologisch Veldonderzoek 2005-03/7” (mei 2005). Het onderzoek heeft geresulteerd in het aangeven van enkele terreindelen, waarbinnen geldt dat het uitvoeren van werkzaamheden in de bodem ten behoeve van het bouwrijp maken van het terrein en/of de voorbereiding van de bouw van de woningen en andere bouwwerken, uitsluitend mag plaatsvinden onder archeologische begeleiding. De provincie Fryslân voert samen met de gemeente Heerenveen een archeologische verdiepingsslag uit op het grondgebied van de gemeente Heerenveen.

In dat kader zijn de resultaten van het eerder genoemde onderzoek voor Skoatterwâld nogmaals tegen het licht gehouden. De provincie is van mening dat uit het onderzoek geringe aanwijzingen voor de aanwezigheid van eventuele archeologische waarden naar voren komen. De provincie acht deze aanwijzingen te gering om archeologische begeleiding te adviseren. Met andere woorden: de provincie acht het niet nodig om regels te verbinden ter bescherming van de archeologie in het projectgebied. Onderzoek is hierdoor niet nodig. Het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voor dit project.

21/47

4.9

Luchtkwaliteit

In de Wet milieubeheer zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) van belang. Projecten die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan de luchtverontreiniging, zijn daarbij vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Dit geldt onder ander voor een woningbouwproject met minder dan 1.500 woningen. Dergelijke projecten mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden en dragen 'niet in betekende mate' bij aan de luchtverontreiniging. Bovendien is de lucht in Heerenveen schoon en worden geen grenswaarden overschreden. Daarnaast heeft in het kader van het geldende bestemmingsplan een luchtkwaliteitsonderzoek plaats gevonden. Uit het onderzoek blijkt dat de berekende jaargemiddelde concentraties voor de stoffen NO2, PM10, PM2,5, in de drie zichtjaren op alle onderzochte locaties aan de wettelijke grenswaarden voldoen. Bovendien heeft het realiseren van het kunstwerk vanwege de beperkte schaal geen invloed op de luchtkwaliteit in het projectgebied. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

4.10 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over “externe veiligheid” om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd.

Hieruit blijkt het volgende: Risicorelevante inrichtingen Uit de risicokaart blijkt dat het projectgebied niet binnen de invloedszone van risicovolle inrichtingen vallen. Vervoer gevaarlijke stoffen Ten westen van het projectgebied ligt de Rijksweg A32. Over deze weg vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. De A32 maakt deel uit van het Basisnet Weg. De PR-contour valt samen met het wegtracé (0 meter). Dit houdt in dat er langs de route geen plaatsgebonden risico-beperkingen gelden. Geconcludeerd kan worden dat het PR geen knelpunten vormt voor de ontwikkeling in het projectgebied.

22/47

In het Bevi staat dat wanneer een bestemmingsplan binnen een afstand van 200 meter van een transportroute is gelegen, het groepsrisico dient te worden verantwoord. In dit geval bevindt het projectgebied zich op een afstand van ruim 600 meter. Een verantwoording van het groepsrisico is daardoor niet nodig. Buisleidingen Er zijn geen buisleidingen in de omgeving van het projectgebied aanwezig die zijn aangewezen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt voor de ontwikkeling in het projectgebied dan ook geen beperkingen.

4.11 Kabels en leidingen Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. In of nabij het projectgebied lopen geen hoofdleidingen of -kabels. Ook liggen er geen relevante zones over het projectgebied.

23/47

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling. Deze is gedeeltelijk aangetoond in de voorgaande paragrafen. Ook spelen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid een rol.

5.1

Economische uitvoerbaarheid

Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het project is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de manier van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). De gronden zijn eigendom van de gemeente. De ontwikkeling vindt plaats binnen de kaders van de grondexploitatie Skoatterwâld. Er is tussen de gemeente en de ontwikkelaar een realisatieovereenkomst gesloten waarin de ontwikkeling en realisatie van een nader uit te werken 'Buurtschuur' is overeengekomen. Door middel van dit kunstwerk wordt uitvoering gegeven aan die afspraak. De kosten voor de ontwikkeling en realisatie van het kunstwerk, alsmede de gemeentelijke kosten zijn dus onderdeel van de totale ontwikkeling van de wijk Skoatterwald.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel om aan te tonen dat de beoogde ontwikkeling maatschappelijk draagvlak heeft en dat de procedures op een goede manier worden doorlopen. Participatie Het project is tot stand gekomen in nauw overleg met de gemeente en buurtbewoners. Ook zijn er gesprekken gevoerd met de drie kopers van de naastgelegen nieuwe woningen én met de wijkraad over de plannen voor de buitenkamer. Zij hebben de tekeningen gezien en zijn op de hoogte. Naar aanleiding van de uitkomst van die gesprekken zijn de plannen ook verfijnd. Er is daarmee een plan ontstaan wat in en door de buurt gedragen wordt. Procedure omgevingsvergunning Voor het aanvragen van de omgevingsvergunning, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan wordt de uitgebreide procedure uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) gevolgd. De procedure hiervoor is opgenomen in artikel 2.12 eerste lid sub a onder 3 van de Wabo. Binnen 6 maanden na ontvangst van de aanvraag moet het college van burgemeester en wethouders beslissen over het verlenen van de vergunning. Tijdens deze periode moet de aanvraag 6 weken ter visie worden gelegd, waarbij de mogelijkheid aan eenieder wordt geboden voor het indienen van zienswijzen. Na de bekendmaking van het besluit kan door belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend beroep worden ingesteld.

24/47

Hoofdstuk 6

Afweging en conclusie

Aanleiding Deze ruimtelijke motivering dient ter afweging voor het verlenen van een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo. Het gaat hierbij om de realisatie van een kunstwerk van 11 bij 15 meter met een hoogte van ruim negen meter. Afweging De ontwikkeling is gericht op het realiseren van een kunstwerk in een nieuwbouwwijk. Op basis van het geldende bestemmingsplan is een kunstwerk van deze omvang binnen de groenbestemming niet toegestaan. Het realiseren van een ontmoetingsplek voor de buurt is vanaf het ontstaan van de woonwijk al op deze locatie voorzien. De uitwerking van de plannen is in samenspraak met een buurtcomite tot stand gekomen. Bij de plaatsing van het kunstwerk is de ligging ten opzichte van omringende wegen en aangrenzende woningen zorgvuldig afgewogen en afgestemd. Door de open constructie en het gebruik van natuurlijke materialen, in combinatie met de aanplant van passende beplanting, is het kunstwerk ruimtelijk en maatschappelijk zorgvuldig ingepast. Het project is in overeenstemming met de relevante beleidsuitgangspunten op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau en veroorzaakt geen conflicten met de sectorale wet- en regelgeving. Conclusie Het verlenen van de omgevingsvergunning voor het project is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening.

25/47

26/47

Bijlagen bij ruimtelijke onderbouwing

27/47

28/47

Bijlage 1

29/47

Stikstofberekening

- MEMO Memo

DATUM KENMERK VAN

20 februari 2023 20230089

PROJECT OPDRACHTGEVER

Heerenveen – De Buitenkamer Slokker Vastgoed B.V.

BIJLAGE(N)

STIKSTOFEMISSIE EN DEPOSITIE INLEIDING In opdracht van Slokker Vastgoed B.V. is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de aanlegfase van een kunstwerk. In deze berekening is rekening gehouden met de inzet van dieselmaterieel en verkeersbewegingen als emissiebron. Het voornemen is om in de groenzone op de hoek van de H.R. Holstweg en de D. Nieuwenhuisweg te Heerenveen een kunstwerk van ruim 8 meter hoogte te realiseren. Omdat het kunstwerk geen extra verkeersbewegingen genereerd is alleen de aanlegfase van het project van belang.

WETTELIJK KADER Algemeen Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof wordt bij vrijwel ieder plan stilgestaan bij de mogelijke stikstofemissie en het effect daarvan op Natura 2000-gebieden. De vervallen Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) Op 2 november 2022 heeft de Raad van State een uitspraak gedaan over de bouwvrijstelling in relatie met stikstofdepositie die per 1 juli 2022 via de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn) in werking is getreden. De Wsn en de Bsn regelden een vrijstelling voor de vergunningsplicht van artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Met de uitspraak van 2 november 2022 komt deze bouwvrijstelling (zgn. aanlegfase) te vervallen. Voor ruimtelijke plannen en projecten dient daarom de aanleg- en exploitatiefase meegenomen te worden om te bepalen of er een stikstofdepositie is. In het voorliggende onderzoek zijn de aanleg- en exploitatiefase meegenomen in de berekening.

AERIUS CALCULATOR EN UITGANGSPUNTEN AERIUS Calculator, release 26 januari 2023 Met behulp van de nieuwste release van het rekenprogramma AERIUS Calculator (release 26 januari 2023) is gekeken naar de stikstofdepositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (automatische berekening). Vanuit de AERIUS Calculator is vervolgens een PDF-bestand met resultaten gegenereerd. In figuur 1 is het plangebied met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden weergegeven. De Natura 2000-gebieden die binnen 25 kilometer van het plangebied zijn gelegen betreffen de Deelen, het Sneekermeergebied, de Witte en Zwarte Brekken en Van Oordt’s Mersken. Hiervan betreft Van Oordt’s Mersken het enige stikstofgevoelige Natura 2000-gebied binnen 25 kilometer van het plangebied.

Figuur 1: plangebied met nabijgelegen Natura 2000-gebieden

Aanlegfase Om te verkennen welke effecten kunnen optreden tijdens de aanlegfase is een berekening uitgevoerd. Omdat er geen specificaties bekend zijn voor het in te zetten dieselmaterieel wordt uitgegaan van een worst-case scenario waarbij het dieselmaterieel gedurende zeven dagen 8 uur per dag wordt ingezet. De volgende uitgangspunten voor de aanlegfase zijn gehanteerd: 1. Voor de aanlegfase wordt uitgegaan van 35 verkeersbewegingen (zware motorvoertuigen) per jaar voor de aan- en afvoer van materiaal en machines. Dit betreft de aan- en afvoer van het dieselmaterieel en de aanvoer van het kunstwerk verspreid over zeven dagen. Voor het vervoer van personeel zijn er 28 verkeersbewegingen per etmaal. Hierbij wordt uitgegaan van twee lichte motorvoertuigen die personeel aan- en afvoeren ook verspreid over zeven dagen. 2. Voor de aanlegfase wordt uitgegaan van de inzet van een rupsgraafmachine en een telescoopkraan. Hierbij wordt worstcase uitgegaan van een inzet gedurende zeven 8-urige werkdagen. Tabel 1: Specificatie van het dieselmaterieel aanlegfase machine

klasse

Rupsgraafmachine Liebherr 926 Compact

stage IV, 75-560 kW

Telescoopkraan

stage IV, 75-560 kW

dieselverbruik

uren/dag

aantal dagen

totaal diesel-verbruik [liter]

14

8

7

784

12

8

7

[liter/uur]

Totaal

672 1.456

Omdat het materieel verspreid over het bouwterrein wordt ingezet is de emissie ingevoerd als vlakbron in het plangebied.

2/3

RESULTATEN EN CONCLUSIE In het bijgevoegde PDF-bestand is de ligging van de bronnen en het resultaat weergegeven. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. De aanlegfase is worst-case in één berekening opgenomen. Voor dit plan geldt geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb).

3/3

BIJLAGE 1 AERIUS-BEREKENING AANLEG- EN EXPLOITATIEFASE

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Totale emissie

Situatie 1 - Beoogd

Resultaten

Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

RqcDiDdLKcit (20 februari 2023)

Rho Adviseurs De Buitenkamer, - Heerenveen Heerenveen - De Buitenkamer Worst-case berekening aanlegfase standbeeld RqcDiDdLKcit 20 februari 2023, 11:10 Wnb-rekengrid Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

2023 -

0,4 kg/j

48,7 kg/j

2/6

Projectberekening

Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Dieselmaterieel  Verkeersnetwerk

RqcDiDdLKcit (20 februari 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,3 kg/j 2,8 g/j

48,6 kg/j 0,1 kg/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

RqcDiDdLKcit (20 februari 2023)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RqcDiDdLKcit (20 februari 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

5/6

Projectberekening

Situatie 1, Rekenjaar 2023 1

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte Naam

Dieselmaterieel X:192594,94 Y:552993,45 0,17 ha

NOₓ NH₃

Stageklasse

Rupsgraafmachine Liebherr Stage-IV, 2014-2018, 75-560 926 Compact kW, diesel, SCR: ja Telescoopkraan

2

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue Stof Emissie verbruik

784 l/j 672 l/j

Rijroute aanlegfase X:192204,18 Y:552791,39 893,88 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Max. snelheid

56 u/j

0 l/j

NOₓ NH₃

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

48,6 kg/j 0,3 kg/j

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

56 u/j

0 l/j

NOₓ NH₃

26,2 kg/j 0,2 kg/j 22,5 kg/j 0,2 kg/j

Links Rechts NOₓ 0,1 kg/j Type scherm - NO₂ 35,3 g/j Hoogte - NH₃ 2,8 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigen

28 p/jaar 0 p/jaar 35 p/jaar 0 p/jaar

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230126_290cbff6e8 Database versie 2022_290cbff6e8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RqcDiDdLKcit (20 februari 2023)

6/6

40/47

Bijlage 2

41/47

Watertoets

Aanvraagformulier Aanvraag ingediend op 02-02-2023 12:16

Korte procedure in Wetterskip Fryslan ALGEMENE INFORMATIE e-mail: aanvraagnummer: 00010215 naam aanvraag: Korte procedure bevoegd gezag: Wetters kip Frys lan

OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE

02-02-2023

P agina 1 van 6

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE AANVRAAG 1.

Wat is uw naam?

2.

Wat is uw emailadres ?

3.

Wat is uw telefoonnummer?

4.

Doet u een aanvraag namens uzelf? Nee

5.

Namens wie vraagt u een watertoets aan? Slokker Vas tgoed

6.

Wat is het emailadres van de initiatiefnemer?

7.

Wat is het telefoonnummer van de initiatiefnemer?

8.

In welke gemeente ligt het plan? Heerenveen

9.

Is er contact gewees t met de gemeente? Ja

10.

Geef hier de naam van de contactpers oon van de gemeente.

11.

Wat is het emailadres van de contactpers oon?

12.

Wat is de naam van het plan? Heerenveen Buitenkamer D. Nieuwenhuis weg/ H.R. Hols tweg

13.

Geef een korte oms chrijving van het plan. oprichten kuns twerk in woonwijk.

14.

Wat is het adres van het plan? Hoek H.R.Hols tweg / D. Nieuwenhuis weg

02-02-2023

P agina 2 van 6

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier 15.

Wilt u een bijlage toevoegen van het plan? Ja

16.

Voeg een bijlage toe. bes tands naam: DO-01_19341.pdf

17.

Wilt u nog een bijlage toevoegen? Nee

02-02-2023

P agina 3 van 6

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN IN DE CHECK IS ONDERSTAANDE NODIG: 1.

Korte procedure

DETAILS 1.

Korte procedure Voor je plan moet je de korte procedure met advies volgen. We verzoeken je het plan kenbaar te maken bij Wetters kip Frys lân via de knop ‘Direct aanvragen’.

Wat moet ik doen? Wij vragen je om het plan bij ons kenbaar te maken. Dit kun je doen via de knop ‘Direct aanvragen’ in het overzicht, in te loggen en hiermee de procedure af te ronden. Uit de door jou ingevulde gegevens blijkt dat je plan mogelijk invloed heeft op het water of de wateras pecten (zoals dijken, gemalen, s tuwen of pers leidingen) in de omgeving. Onder ‘details ’ van de s amenvatting aanvraag s taat aangegeven waar je per onderdeel rekening mee moet houden. Dit moet je verwerken in je ruimtelijk plan of bes luit in de waterparagraaf. Daarnaas t moet je in je plan een onderdeel opnemen over de ‘toename verharding’. Kijk bij ‘Achtergrondinformatie’ wat wij van je verwachten.

Waar moet ik op letten? Voor s ommige werkzaamheden heb je een watervergunning nodig. Bijvoorbeeld als je een s loot wilt dempen, afvalwater wilt lozen op oppervlaktewater of grondwater wilt onttrekken. Soms is het doen van een melding voldoende. Via Omgevings loket online www.omgevings loket.nl kun je nagaan of je een watervergunning nodig hebt of een melding moet doen (vergunningcheck). Je kunt hier ook meteen de vergunning aanvragen of de melding doen.

Achtergrondinformatie Watertoets De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt bes teed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werken we met de Leidraad Watertoets . Hierin s taat voor alle 02-02-2023

P agina 4 van 6

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier wateras pecten uitgangs punten oms chreven waar je rekening mee moet houden. Ook is er informatie te vinden over de te nemen maatregelen. Je kunt de leidraad vinden via deze link: www.wetters kipfrys lan.nl/vergunningen-wetten-enregels /online-watertoets -voor-nieuwe-plannen

Toename verharding Wij willen je verzoeken om in de waterparagraaf de volgende pas s age op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een vers nelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze vers nelde afvoer te compens eren om de waterberging in een gebied in s tand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel pas t binnen het bes temmings plan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompens eerd is . Het is niet toeges taan zonder watervergunning neers lag vers neld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in s tedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijs telling van de vergunnings plicht wanneer wordt voldaan aan de compens atieregels genoemd in dit wateradvies . De mees t voorkomende manier van compens eren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren wij de volgende compens atienorm: Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Fries e boezem; Polder 10%, Vrij afs tromend, alternatieve maatregelen. Uiteraard is het toepas s en van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan hier vermeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=581caa06-12c5-4f56-9655-3e57911e0de5