CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Aanvraagformulier en bijlagen 2021-251 (anoniem)

Raadsvergadering 25 mei 2023, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen woningen Weversbuurt 6 en 6A in Katlijk20.533 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Publiceerbare aanvraag/melding omgevingsvergunning

Formulierversie 2020.01

Aanvraaggegevens Algemeen Aanvraagnummer

6103485

Aanvraagnaam

Aanvraag legaliseren appartementen Weversbuurt 6 K

Uw referentiecode

-

Ingediend op

21-05-2021

Soort procedure

Onbekend

Projectomschrijving

Reeds bestaande appartementen in woonboerderij legaliseren

Opmerking

n.v.t.

Gefaseerd

Nee

Blokkerende onderdelen weglaten

Ja

Kosten openbaar maken

Nee

Bijlagen die later komen

n.v.t.

Bijlagen n.v.t. of al bekend

n.v.t.

Geen

21 mei 2021

Bevoegd gezag

Datum aanvraag: 21 mei 2021

Naam:

Gemeente Heerenveen

Bezoekadres:

Crackstraat 2 8441 ES Heerenveen

Postadres:

Postbus 15000 8440 GA HEERENVEEN

Telefoonnummer:

0513-617617

Faxnummer:

0513-617475

E-mailadres:

vergunningen@heerenveen.nl

Website:

www.heerenveen.nl

Contactpersoon:

Dienst Publiek en Veiligheid

Aanvraagnummer: 6103485

Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen

Pagina 1 van 7

Overzicht bijgevoegde modulebladen

Aanvraaggegevens Locatie van de werkzaamheden Werkzaamheden en onderdelen Overig bouwwerk bouwen • Bouwen Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening • Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening Bijlagen

Datum aanvraag: 21 mei 2021

Aanvraagnummer: 6103485

Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen

Pagina 2 van 7

Locatie 1

Adres

Postcode

8455JA

Huisnummer

6

Huisletter

-

Huisnummertoevoeging

-

Straatnaam

Weversbuurt

Plaatsnaam

Katlijk

Geen

Gelden de werkzaamheden in deze aanvraag/melding voor meerdere adressen of percelen? 3

Ja Nee

Toelichting

Eventuele toelichting op locatie

Datum aanvraag: 21 mei 2021

Geen

Aanvraagnummer: 6103485

Bestaande woonboerderij

Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen

Pagina 3 van 7

Bouwen

Overig bouwwerk bouwen

1

De bouwwerkzaamheden

Wat is er op het bouwwerk van toepassing? Eventuele toelichting

Het wordt geheel vervangen Het wordt gedeeltelijk vervangen Het wordt nieuw geplaatst Legaliseren van 2 stuks reeds bestaande appartementen in woonboerderij.

Hebt u voor deze bouwwerkzaamheden al eerder een vergunning aangevraagd? 2

Plaats van het bouwwerk

Waar gaat u bouwen? 3

Ja Nee

Hoofdgebouw

Bruto vloeroppervlakte bouwwerk

Verandert de bruto vloeroppervlakte van het bouwwerk door de bouwwerkzaamheden? 4

Bruto inhoud bouwwerk

Verandert de bruto inhoud van het bouwwerk door de bouwwerkzaamheden? 5

7

Datum aanvraag: 21 mei 2021

Ja Nee

Oppervlakte bebouwd terrein

Verandert de bebouwde oppervlakte van het terrein na uitvoering van de bouwwerkzaamheden? 6

Ja Nee

Ja Nee

Seizoensgebonden en tijdelijke bouwwerken

Gaat het om een seizoensgebonden bouwwerk?

Ja Nee

Gaat het om een tijdelijk bouwwerk?

Ja Nee

Gebruik

Waar gebruikt u het bouwwerk en/ of terrein momenteel voor?

Wonen Overige gebruiksfuncties

Waar gaat u het bouwwerk voor gebruiken?

Wonen Overige gebruiksfuncties

Aanvraagnummer: 6103485

Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen

Pagina 4 van 7

8

Wat wordt de gebruiksoppervlakte van de woning in m2 na uitvoering van de bouwwerkzaamheden?

161

Wat wordt de vloeroppervlakte van het verblijfsgebied van de woning in m2 na uitvoering van de bouwwerkzaamheden?

90

Uiterlijk bouwwerk/welstand

Beschrijf van de onderstaande onderdelen de materialen en kleuren die u voor het bouwwerk gebruikt. U mag het veld leeg laten als u materialen en kleuren in de bijlagen vermeldt Onderdelen

Materiaal

Kleur

Gevels

bestaand

bestaand

- Plint gebouw

-

-

- Gevelbekleding

-

- Borstweringen

-

- Voegwerk

-

Kozijnen

hout

wit

- Ramen

hout

wit

- Deuren

hout

wit

- Luiken

-

-

Dakgoten en boeidelen

-

Dakbedekking

bestaand

Geen

-

Geen

Geen

-

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

bestaand

-

Geen

Mondeling toelichten

Ik wil mijn bouwplan mondeling toelichten voor de welstandscommissie/ stadsbouwmeester.

Datum aanvraag: 21 mei 2021

-

Geen

Vul hier overige onderdelen en bijbehorende materialen en kleuren in. 9

-

Geen

Geen

Aanvraagnummer: 6103485

Ja Nee

Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen

Pagina 5 van 7

Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening 1

Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening

Met welke regels voor ruimtelijke ordening zijn de voorgenomen werkzaamheden in strijd?

Datum aanvraag: 21 mei 2021

Bestemmingsplan Beheersverordening Exploitatieplan Regels op grond van de provinciale verordening Regels op grond van een AMvB Regels van het voorbereidingsbesluit

Beschrijf hoe en in welke mate de voorgenomen werkzaamheden in strijd zijn met de regels voor ruimtelijke ordening.

appartementen in voormalige bedrijfsruimte

Beschrijf het huidige gebruik van de gronden of het bouwwerk.

wonen

Beschrijf het beoogde gebruik van de gronden of het bouwwerk.

wonen

Beschrijf de gevolgen van het beoogde gebruik voor de ruimtelijke ordening.

geen gevolgen

Is het beoogde gebruik tijdelijk van aard?

Ja Nee

Hebt u een rapport nodig waarin de archeologische waarde van het terrein dat zal worden verstoord in voldoende mate is vastgelegd?

Ja Nee

Wordt er afgeweken van het exploitatieplan?

Ja Nee

Aanvraagnummer: 6103485

Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen

Pagina 6 van 7

Bijlagen Formele bijlagen Naam bijlage

Bestandsnaam

Type

Datum ingediend

20-43_01_pdf

20-43 01.pdf

Plattegronden, doorsneden en detailtekeningen bouwen complexere bouwwerken

21-05-2021

In behandeling

RO_Weversbuurt_6_Katlijk_pdf

RO Weversbuurt 6 Katlijk.pdf

Bestemmingsplan, beheersverordening en bouwverordening complexere bouwwerken

21-05-2021

In behandeling

21-05-2021

In behandeling

heid_Katlijk_toevoegen_t- Brandveiligheid Katlijk Anders wee_woningen_pdf toevoegen twee woningen.pdf

Datum aanvraag: 21 mei 2021

Aanvraagnummer: 6103485

Bevoegd gezag: Gemeente Heerenveen

Status document 21 mei 2021

21 mei 2021

21 mei 2021

Pagina 7 van 7

Bijlage bij OLO aanvraag 6103485 T.b.v. de familie

In de OLO aanvraag 6103485, welke bij de Gemeente Heerenveen geregistreerd staat onder nummer 2021-251 wordt het toestaan van reguliere bewoning in de huidige en al bestaande bedrijfswoning meegenomen in deze aanvraag.

T

brandcompartiment 30'wbdbo

5100+

1500+

2400+

P=0 3600

4213

3600

brandcompartiment 30'wbdbo

4213

DOORSNEDE BESTAANDE BOUW

brandcompartiment 3

1500+ kast cv

kast

kast

Ventilatie slaapkamer app. 2: VG2<15,4m2, benodigde min. capaciteit: 0,9x 15,5=14,0l/s Aanvoer van buiten via één stuks dakvenster 2,6l/s Rest aanvoer 14,0 -2,6= 11,4 l/s via rooster in balkondeur, 1x DucoLine 17ZR (min. 67cm) Alle afvoer 14,0l/s naar badkamer, spleet onder deur 2cm

keuken

x 30'wbdbo

t.

minerale wol Rc=2,60kW

kast

kast cv

badkamer

scheidingswand tot onderkant vlieringvloer laten doorlopen!

inloopkast

Ventilatie woonkamer/keuken app 2: VG=44m2, benodigde min. capaciteit: 7,0l/s Aanvoer van buiten 0,9x44=39,6l/s via roosters: DucoLine ZR17 totaal 2,32m te verdelen over de kozijnen. Deel afvoer onder deur naar toilet 7l/s spleet onder deur 1cm Rest afvoer via mech. ventilatie kanaal in keuken. Mech ventilatie moet in max stand kunnen afvoeren: 14,0+7,0+39,6 = 60,6l/s

1,0cm

x

857

1200

APPARTEMENT 1 woonkamer VG1=40m2

6185

5159

2450

t.

APPARTEMENT 1 slaapkamer VG2=15,4m2

brandcompartiment 2 30'wbdbo x

Ventilatie slaapkamer app. 1 VG2<15,4m2, benodigde min. capaciteit: 0,9x 154=14,0l/s Aanvoer van buiten via 2x dakvenster 5,2l/s Rest aanvoer 14,0 -5,2= 8,8 l/s via ventilatierooster in dak een extra rooster maken met doorvoer ø100mm toevoer realiseren onder bijv. ventilatiepan. Alle afvoer 14,0l/s naar badkamer, spleet onder deur 2cm

brandcompartiment 2

appartementscheidende wand verdieping wbdbo >60' Ilu lab +10dB Ilu;k>0dB

6185

x

t.

2,0cm

x

bestaande zoldervloer afdichting met schuimband

badkamer

30'wbdbo x

APPARTEMENT 2 slaapkamer VG 2=15,5m2

2,0cm

1,0cm 869

30'wbdbo x

brandcompartiment 3 6110

APPARTEMENT 2 woonkamer VG 1=44m2

brandcompartiment 1 6110

5465

keuken

Begane grondvloer Rc>3,0lW Gevels Rc> 5,0kW Vloer (5100+) Rc>4,5kW

x

appartementscheidende wand met dubbele rij staanders 38x 89 h.o.h. 60cm

t.

1500+

brandcompartiment 1

over bestaande houten vloer 2 lagen 10mm Fermacellplaat

afdichting met schuimband

brandcompartiment 30'wbdbo

Ventilatie woonkamer/keuken app 1: VG=40m2, benodigde min. capaciteit: 7,0l/s Aanvoer van buiten 0,9x40=36,0l/s via roosters: DucoLine ZR17 totaal 2,11m te verdelen over de kozijnen. Deel afvoer onder deur naar toilet 7l/s spleet onder deur 1cm Rest afvoer via mech. ventilatie kanaal in keuken. Mech ventilatie moet in max stand kunnen afvoeren: 14,0+7,0+36,0 = 57,0l/s

verdiepingsvloer

bestaande balklaag

appartementscheidende verdiepingsvloer wbdbo >60' I lu 0dB I co +5dB

i.h. werk te beoordelen indien nodig extra balkkonstruktie onder HSB-wand

PRINCIPEDETAILS

BESTAANDE WONING

ingang appartementen

plafond met plafondhangers

VERDIEPING NB. MAATVOERING IN WERK KONTROLEREN!

optische rookmelder 230V aan plafond overloop vlgs. bouwbesluit art. 2.146 lid 7 en vlgs. NEN 2555

ingang woning voorhuis

trap vlgs Bouwbesluit par. 2.5: - minimum breedte trap 0,85cm minimum vrije hoogte boven trap 2,30m max. hoogte trap 4,00m min. aantrede 0,22m max. optrede 0,185m min.breedte tredevlak 0,23m min. afstand van klimlijn tot zijkanten trap 0,30m

optische rookmelder 230V aan plafond gang en overloop vlgs. bouwbesluit art. 2.146 lid 7 en vlgs. NEN 2555

BEGANE GROND 2,0cm

plafond op 2400+ alle deuren met dagmaat 90cm!

wc: ventilatiekanaal ø100 wandtegels min. 1200+ ruimte onder deur min. 1cm! wc v.v. verlaagd plafond keuken: ventilatiekanaal min. ø125 indien samen met wasemkap, dan hierboven vewi-klep toepassen! = ventilatiekanaal

App. 1: GBO = 81 m2 VG = 45m2 App. 2: GBO = 80m2 VG = 45m2 dagmaat deurkozijnen m.u.v. meterkast minimaal 850x2100mm (eis vrije doorgang logiesfunctie , art 4.22 & 4.23 volgens Bouwbesluit 2012)

= vrije ruimte onder deur

OPBOUW BINNENWANDEN:

SITUATIE*

staanders 38x89 h.o.h. 600mm vulling steenwoldeken aan weerszijden 2x12,5mm gipsplaat

Kad. gemeente MILDAM Sectie N Nr. 217 Schaal ± 1: 1000

- vluchtdeur van binnenuit zonder sleutels te openen

* Aan de situatieschets mogen geen maten worden ontleend

OPBOUW BINNENWANDEN: staanders 38x89 h.o.h. 600mm vulling steenwoldeken aan weerszijden 2x12,5mm gipsplaat x

maximale opstand entreedeur 20mm!

badkamer: ventilatiekanaal ø125 wandtegels tot o.k. plafond (min. 2100+) ruimte onder deur min. 1,9cm!

vloerafscheiding vlgs Bouwbesluit par. 2.3 balustrade bovenkant min. 90cm+vloer en hekwerk met vertikale tussenruimten max.10cm

= x 30'wbdbo

zelfsluitende brandwerende deur wbdbo 30' met 9mm Nobrandaplaat op deurplaat aan gangzijde sponning verdiepen tot 25mm toepassen zg. 'vrijloopdeurdrangers' welke aangestuurd dienen te worden door rookmelder(s) e.e.a. volgens Bouwbesluit afd. 6.6

OP DRAAIRAMEN: 2 scharnieren met dievenklauwen 2 afsluitbare raamboompjes glaslatten aan buitenzijde geschroefd of gelijmd BUITENDEUREN 930x2300 v.v. min. 3 scharnieren, hoofdslot + 2 bijzetsloten of driepuntssluiting bijpassende sluitkommen en kasten glaslatten aan buitenzijde: geschroefd of gelijmd opstand max. 20mm bij toegangsdeur

indeling badkamer nader te bepalen! DUBBELE DEUREN zie buitendeuren, m.u.v. eis 20mm opstand

Inbraakwerendheid: Ramen, deuren en kozijnen in de uitwendige scheidingsconstructies , die volgens NEN5087 bereikbaar zijn voor inbraak, hebben een volgens NEN5096 bepaalde inbraakwerendheid die voldoet aan de in de norm aangegeven weerstandsklasse 2 EISEN t.a.v. brandveiligheid en rookproductie: begane grondvloer: gew. betonvloer, brandklasse B, rookklasse s2 verdiepingsvloer: houten balklaag, brandklasse D, rookklasse s2 trap, brandklasse D, rookklasse s2 dak: sporenkap met Rc>6,3kw, brandklasse D, rookklasse s2

BOUWONTWERPBURO ERIK DE BOER

brandcompartiment 1

werk

APPARTEMENTEN KATLIJK opdrachtgever Fam.

onderwerp

PLATTEGRONDEN t.b.v. aanvraag 'bouw' schaal 1: 100 datum 16nov2020/04dec2020/21mei2021 07feb2022/11mrt2022 werknummer

20-43

tek.nr

01

Bouwontwerpburo

email: BOUWONTWERPBURO STELT ZICH NIET AANSPRAKELIJK VOOR DE OP DEZE TEKENING VERMELDE KONSTRUKTIEVE AANNAME'S!

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning

KATLIJK – Weversbuurt 6-6a Toevoegen van twee wooneenheden en reguliere bewoning toestaan in de bedrijfswoning

Lies Siegersma Advies & Projecten

M: T:

Adviseur voor Ruimtelijke onderbouwing en bestemmingsplanprocedures, dorpsvisies, procedurebegeleiding vergunningen, gebiedsvisies en woningbouwprojecten

Lies Siegersma Advies&Projecten

Plannaam: Plantype: Bestemmingsplan: Datum:

Weversbuurt 6-6a, Katlijk Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning Toevoegen van twee wooneenheden en reguliere bewoning toestaan in de bedrijfswoning Buitengebied 2007 Oktober 2022

TOELICHTING INHOUDSOPGAVE

blz

OVERZICHTSKAART

2

1. INLEIDING 1. 1. Aanleiding 1. 2. Vigerende regeling 1. 3. Leeswijzer

2 3 3

2. PLANBESCHRIJVING 2. 1. Huidige situatie 2. 2. Beschrijving initiatief 2. 3. Ruimtelijke kwaliteit

4 5 6

3. BELEID 3. 1. Nationaal beleid 3. 2. Provinciaal beleid 3. 3. Gemeentelijk beleid 3.4. Conclusie

7 7 8 10

4. OMGEVINGSASPECTEN 4. 1. Milieuzonering 4. 2. Wegverkeerslawaai 4. 3. Water 4. 4. Bodem 4. 5. Archeologie 4. 6. Ecologie 4. 7. Externe veiligheid 4. 8. Luchtkwaliteit

10 10 11 11 12 13 14 14

5. JURIDISCHE VORMGEVING 5. 1. Procedure

14

6. UITVOERBAARHEID 6. 1. Economische uitvoerbaarheid 6. 2. Maatschappelijke uitvoerbaarheid

15 15

Bijlage Watertoets Verkennend Bodemonderzoek

Ruimtelijke onderbouwing Weversbuurt 6-6a te Katlijk

1

Lies Siegersma Advies&Projecten

OVERZICHTSKAART

Ligging plangebied in Buitengebied Heerenveen, Katlijk

1. INLEIDING 1.1. Aanleiding Het plangebied, Weversbuurt 6-6a te Katlijk, ligt in het buitengebied van de gemeente Heerenveen, ten noorden van het dorp Katlijk en ten oosten van het dorp Oranjewoud en nabij landschapspark Oranjewoud. De ligging van het perceel is op de overzichtskaart aangegeven. De locatie is gelegen in het geldende bestemmingsplan Buitengebied 2007 en heeft de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’. De bewoners/eigenaren van het pand Weversbuurt 6 -6a te Katlijk hebben twee appartementen gerealiseerd in de voormalige boerderij, welke voorheen is gebruikt voor een showroom en verkooppunt van keukens. Hiervoor is destijds geen vergunning aangevraagd en de bewoners willen nu graag de situatie legaliseren en hiervoor de benodigde omgevings-vergunningaanvraag indienen. Het betreft een voormalige karakteristieke boerderij welke op dit moment alleen wordt gebruikt voor een woonfunctie, maar wel een bestemming bedrijfsdoeleinden heeft. Het toevoegen van twee wooneenheden komt in dit specifieke geval het behoud van de karakteristieke boerderij tegemoet. Een ruimtelijke onderbouwing is vereist bij de procedure ‘activiteit handelen in strijd met ruimtelijke regels’ en deze onderbouwing is een uitwerking hiervan. In de voorliggende ruimtelijke onderbouwing zal worden aangetoond dat het gewenste gebruik vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

In de onderbouwing is rekening gehouden met onder meer: - nota's en visies op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau; - ecologische aspecten, flora en fauna; - economische uitvoerbaarheid.

Ruimtelijke onderbouwing Weversbuurt 6-6a te Katlijk

2

Lies Siegersma Advies&Projecten

1.2. Vigerende regeling Het plangebied wordt momenteel planologisch geregeld in bestemmingsplan ‘Buitengebied 2007 correctieve herziening 2007 (onherroepelijk d.d. 1 maart 2010).

Fragment bestemmingsplankaart Buitengebied gemeente Heerenveen 2007, Katlijk

1.3. Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie en de voorgestelde ontwikkelingen. In hoofdstuk 3 wordt het, voor het plan relevante, beleid op de verschillende niveaus beschreven. In hoofdstuk 4 worden de ontwikkelingen getoetst aan de omgevingsaspecten. Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 het juridische systeem toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt de uitvoerbaarheid van het plan behandeld.

Ruimtelijke onderbouwing Weversbuurt 6-6a te Katlijk

3

Lies Siegersma Advies&Projecten

2. PLANBESCHRIJVING 2.1. Huidige situatie Het plangebied ligt in het landelijk gebied tussen de dorpen Katlijk en Oranjewoud. Het perceel ligt aan de Weversbuurt te Katlijk, een oude verbindingsweg tussen de beide dorpen en nabij het Landschapspark Oranjewoud. Het plangebied bestaat uit het perceel kadastraal bekend gemeente Mildam, sectie N, nummer 217. Het perceel bevat ca. 7390 m² grondoppervlak.

Foto huidige boerderij in plangebied

Langs de Weversbuurt is sprake van lintbebouwing hoofdzakelijk gevormd door woningen en boerderijen. Het pand is een voormalige boerderij, die jaren geleden zijn functie als boerenbedrijf al heeft verloren en daarna dienst deed als bedrijf waar detailhandel werd gedreven. Nu functioneert de boerderij als woonruimte, bedrijfswoning met toevoeging van twee inpandige appartementen. De boerderij is hoogstwaarschijnlijk ergens rond 1920 gebouwd.

Luchtfoto Katlijk, Weversbuurt 6

2.2. Beschrijving initiatief

Ruimtelijke onderbouwing Weversbuurt 6-6a te Katlijk

4

Lies Siegersma Advies&Projecten

Bewoner/eigenaar van het pand heeft twee appartementen in de bestaande boerderij gerealiseerd. De boerderij is een karakteristieke boerderij met enorm veel ruimte, welke na het beëindigen van de detailhandel vraagt om een ander invulling en ten aanzien van de bruikbaarheid van het pand. Voor het behoud en gebruik van het pand is bewoning een goede en passende oplossing. Met dit initiatief wordt een verzoek gedaan tot het toestaan van reguliere bewoning in de bestaande bedrijfswoning. Hierdoor wordt het pand functioneel gebruikt en grotendeels verwarmd, wat op de lange termijn de onderhoudsstaat van het pand ten goede komt. Door de appartementen inpandig te realiseren blijft de oorspronkelijke karakteristieke vorm van de boerderij gehandhaafd. De overige bijgebouwen (voormalige bedrijfsgebouwen) worden gebruikt als berging en voor opslag van tuinmeubilair en -gereedschap/materiaal voor eigen gebruik. Tevens wordt de ruimte hobbymatig gebruikt, werkplaats voor repareren, klussen in/rondom huis en erf, en als dierenverblijf voor eigen kleinvee. Het perceel is voldoende groot dat parkeren op eigen perceel geen probleem is. De parkeervoorzieningen zijn zodanig nog aanwezig uit de tijd dat er detailhandel plaats vond.

Inrichtingsschets

In de boerderij komen 2 appartementen, voldoende slaapruimten met bijbehorend sanitair en in de bedrijfswoning reguliere bewoning toestaan. Aan het uiterlijk van de boerderij zullen geen verandering optreden, alle aanpassingen vinden intern plaats. Ook het aanzicht vanaf de straat zal niet wijzigen. De oorspronkelijke vormgeving blijft gehandhaafd.

Ruimtelijke onderbouwing Weversbuurt 6-6a te Katlijk

5

Lies Siegersma Advies&Projecten

Plattegrond begane grond

Plattegrond verdieping

Doorsnede

2.3. Ruimtelijke kwaliteit Een belangrijk uitgangspunt voor ruimtelijke ontwikkelingen is het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Belangrijk hierbij is dat de ruimtelijke ontwikkelingen ingepast worden in de bestaande landschappelijke en stedenbouwkundige structuren, waarbij de kernkwaliteiten in de omgeving herkenbaar blijven. Ook wordt ernaar gestreefd om cultuurhistorische kwaliteiten en waarden in stand te houden. Door het toevoegen van twee appartementen in de bestaande boerderij is er sprake van een goede en passende invulling, die juist instandhouding van de karakteristieke boerderij en het gebied betekent. Doordat er inpandig een aanpassing plaatsvindt blijft de huidige staat van het pand behouden en wordt er geen afbreuk gedaan aan de cultuurhistorische waarden in de omgeving.

Ruimtelijke onderbouwing Weversbuurt 6-6a te Katlijk

6

Lies Siegersma Advies&Projecten

3. BELEID

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en door vertaald in de verbeelding en in de regels.

3.1. Nationaal beleid De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die op 13 maart 2012 door de minister is vastgesteld, is de overkoepelende rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. Het rijksbeleid zoals opgenomen in de SVIR richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer, energie, natuur, waterveiligheid, milieukwaliteit en bescherming van het werelderfgoed. Het beleid met betrekking tot verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk, onder het motto 'decentraal wat kan, centraal wat moet', over aan provincies en gemeenten. Sturing op verstedelijking, waaronder afspraken over binnenstedelijk bouwen, rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering, heeft het Rijk grotendeels losgelaten. Er is enkel nog sprake van een 'ladder voor duurzame verstedelijking', die is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Dit project valt niet onder de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland, door middel van een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker vooropzet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt.

Om dit doel te bereiken, werkt het Rijk samen met andere overheden. In de SVIR zijn ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028 geformuleerd. In de realisatieparagraaf van de SVIR zijn per nationaal belang de instrumenten uitgewerkt die hiervoor worden ingezet. Eén van deze instrumenten is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het legaliseren van de twee wooneenheden oftewel het toevoegen van twee wooneenheden in de bestaande karakteristieke boerderij aan de Weversbuurt 6 in Katlijk is passend binnen de kaders van deze structuurvisie, omdat er geen fysieke uitbreiding zal plaatsvinden. In de omgeving komen diverse functies voor, waaronder maatschappelijke functies, recreatie, horeca en woonpercelen. De bestaande bebouwing die hier reeds aanwezig is wordt in voorliggend voornemen benut. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. De rijksbelangen (rijksbeleid) worden niet geschaad door het voorliggende plan zoals in deze onderbouwing beschreven ontwikkeling, toevoegen van twee wooneenheden aan in bestaande bebouwing.

3.2. Provinciaal beleid Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk (bestemmingsplan)beleid. Dit is onder meer neergelegd in het Streekplan Fryslân 2006 “Om de kwaliteit van de romte”, vastgesteld op 13 december 2006. De provincie Fryslân zet in op de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit bij veranderingen in het gebruik en de inrichting van de ruimte. Ruimtelijke kwaliteit dient zowel voor economische, sociale als culturele belangen en is daarmee voor alle functies in Fryslân essentieel. Met ruimtelijke kwaliteit wordt bedoeld dat in ruimtelijke plannen, in ontwerpen en in de uitvoering expliciet de gebruikswaarde, de belevingswaarde en de toekomstwaarde in stand worden gehouden en verder worden ontwikkeld. De ontwikkeling past binnen de uitgangspunten die het streekplan hanteert. De belangrijkste uitgangspunten van het provinciale beleid zijn vastgelegd in de Verordening Romte Fryslân. Hierin zijn voor de provinciale belangen regels opgenomen, waar in ruimtelijke plannen rekening mee gehouden moet worden

Ruimtelijke onderbouwing Weversbuurt 6-6a te Katlijk

7

Lies Siegersma Advies&Projecten

Verordening Romte Fryslân Op 25 juni 2014 is de Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld, deze is daarna een aantal keren partieel herzien. In deze verordening zijn regels opgenomen die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. Het plangebied ligt in het landelijke gebied. Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 1) De provincie is terughoudend met het toestaan van stedelijke functies in het landelijk gebied. Uitbreidingen aansluitend op bestaand bebouwd gebied zijn wel (onder voorwaarden) toegestaan. Over het algemeen geldt dat in een ruimtelijk plan voor het landelijk gebied geen bouwmogelijkheden en gebruiksmogelijkheden worden opgenomen voor nieuwe stedelijke functies (artikel 1.1.1 lid 1). In afwijking hiervan kunnen in een ruimtelijk plan nieuwe stedelijke functies worden toegestaan wanneer sprake is van hergebruik, verbouw of vervanging van vrijkomende gebouwen (artikel 1.2.1 lid 1). Hieraan worden volgende regels gesteld (artikel 1.2.1 lid 4): a. bestaande karakteristieke en monumentale gebouwen behouden blijven; b. de plaatsing, omvang, vorm en het gebruik van gebouwen passen in de karakteristiek van de omgeving; c. geen beperkingen ontstaan voor de ontwikkeling van agrarische bedrijven in de omgeving. In het projectgebied is sprake van een toevoeging van twee wooneenheden.

De gewenste ontwikkeling voldoet aan de regels die in artikel 1.2.1 lid 4 worden gesteld. Door behoud van de bestaande karakteristieke boerderij zonder toevoeging van bebouwing binnen het projectgebied. Hiermee is sprake van een zorgvuldig ruimtegebruik. Ontwerp omgevingsvisie 'De romte diele' Provincie Fryslân heeft een ontwerp omgevingsvisie opgesteld. In deze visie beschrijft de provincie het beleid zoals zij dat voor ogen heeft als de Omgevingswet in 2022 in werking treedt. De provincie heeft een viertal doelstellingen die ze als speerpunt wil behandelen. Een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân. Dat zijn de ambities van de provincie Fryslân voor de Friese leefomgeving. Met de leefomgeving bedoelt de provincie: de gedeelde ruimte waarin de mensen in de provincie samenleven. Fryslân is van alle mensen die er wonen, werken of te gast zijn. Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat het plan in overeenstemming is met de Verordening Romte Fryslân 2014

3.3. Gemeentelijk beleid Op gemeentelijk niveau zijn de volgende beleidsdocumenten relevant: de ontwerpomgevingsvisie, bestemmingsplan, welstand en notitie bedrijvigheid in het buitengebied. Hieronder wordt elk beleidsdocumenten nader besproken. Ontwerp-Omgevingsvisie In de ontwerp-Omgevingsvisie van de gemeente Heerenveen staan de toekomstige ontwikkelingen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Onderwerpen als wonen, landschap, verkeer, water, milieu, erfgoed, duurzame energie en gezondheid komen aan bod. Het gaat om een visie voor de lange termijn, uitlopend tot 2030-2040. De Omgevings-visie geldt straks voor de hele gemeente Heerenveen. In de Omgevingsvisie zijn per gebied kaders opgenomen voor (bouw)plannen die niet passen binnen het toekomstige Omgevingsplan (nu nog bestemmingsplan). Daarmee geeft de visie per gebied een eigen richting aan de bescherming en ontwikkeling van de leefomgeving. Een ontwerp-Omgevingsvisie Heerenveen heeft ter inzage gelegen en samen met een reactienota is de Omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad.

Ruimtelijke onderbouwing Weversbuurt 6-6a te Katlijk

8

Lies Siegersma Advies&Projecten

Bestemmingsplan Het plangebied wordt momenteel planologisch geregeld in bestemmingsplan ‘Buitengebied 2007 correctieve herziening 2007 (onherroepelijk d.d. 1 maart 2010). De locatie heeft hierin de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’ met de aanduiding detailhandel. Het toevoegen van twee appartementen is voorstelbaar, omdat het een oorspronkelijke, karakteristieke boerderij betreft en deze invulling bijdraagt aan het behoud van de boerderij. Harmonisatie bestemminsplannen Buitengebied (gemeentelijke herindeling 2014) In de oude gemeenten (Boarnsterhim, Skarsterlân en Heerenveen) bestonden al in beperkte mate ruimte voor nevenfuncties bij het wonen. Er wordt in het nieuwe beleid voorgesteld om de mogelijkheden te continueren. Het betreft hier een beperkte ruimte welke in oppervlakten zijn begrensd en daarom geen afbreuk doen aan het karkater als woonhuis of uitstraling van de woonfunctie. Ten opzichte van de ‘reguliere’ woningen is voor nevenfuncties bij woonboerderijen meer ruimte. Ook speelt daarin de overweging mee dat het bieden van nevenfuncties een extra stimulans kan zijn om deze voor het landschap kenmerkende bebouwing te behouden. De ontwikkeling van twee wooneenheden in een bestaande boerderij waar de mogelijkheid van een nevenactiviteit wordt geboden, strookt met de mogelijkheden welke vanuit het harmonisatiebeleid zoals hierboven wordt beoogd.

Woonvisie Heerenveen 2015-2020 De woonvisie beschrijft het woonbeleid voor de periode 2015-2020 voor het gehele grondgebied van Heerenveen. De gemeenteraad heeft juni 2020 besloten in te stemmen met het verlengen van de woonvisie voor een periode van 2 jaar. Middels het ‘Addendum’ zijn er een aantal beleidsregels en een actueel woningbouwprogramma toegevoegd aan de woonvisie. Een van de zes beleidslijnen van het addendum is: Focus op kwaliteit. Er wordt vanaf 2020 meer gestuurd op kwaliteit. Een woning toevoegen aan bestaande bebouwing voor bewoning wordt gehonoreerd, wanneer er een duidelijke meerwaarde uit blijkt, door behoud van bestaande karakteristieken en tegengaan van verpaupering, maar ook het opknappen van de zogenaamde rotte kiezen. Welstand De ‘Welstandsnota 2016’ is vastgesteld door de gemeenteraad van Heerenveen op 21 december 2015. De Welstandsnota bevat een gebiedsindeling, waarbij aan ieder gebied een ander welstandsniveau is toegekend. Dit niveau is toegekend om basis van de mate waarin de ruimtelijke kwaliteit van het gebied wordt bepaald door de bebouwing (welstand gaat immers over bouwen). Het plangebied valt in het welstandsgebied ‘Buitengebied’. Er vinden alleen interne aanpassingen plaats en geen veranderingen aan de gevels. Welstandstoetsing is hier niet van toepassing.

Notitie Bedrijvigheid in het buitengebied In het gemeentelijk beleid was oorspronkelijk het uitgangspunt dat in het landelijk gebied alleen bedrijvigheid kon worden toegelaten die direct gerelateerd was aan de agrarische functie, de natuur en/of de recreatieve functie van het buitengebied. Andere bedrijvigheid moest een plek zoeken op de aangewezen plekken: op bedrijventerreinen of in de dorpen. Uitgezonderd van deze harde lijn zijn de van oudsher bestaande bedrijfslocaties en de (beperkte) mogelijkheden van bedrijfsvestiging in vrijkomende agrarische bedrijfspanden. In de notitie "Bedrijvigheid in het buitengebied" is dit beleid verruimd. Op grond van het in de notitie opgenomen beleid is het toegestaan bepaalde kleinschalige vormen van bedrijvigheid toe te staan bij woningen in daarvoor aangewezen (buiten de dorpen gelegen) dichte bebouwingslinten. Detailhandel mag uitsluitend plaatsvinden in de dorpen. Deze notitie bevat ook het gemeentelijk beleid ten aanzien van het hergebruik van vrijgekomen agrarisch bedrijven. Hergebruik van de bebouwing kan plaatsvinden door agrarische bedrijven, agrarisch aanverwante bedrijven (zoals stoeterijen of bepaalde vormen van niet-grondgebonden agrarische activiteiten als witlofteelt of het kweken van champignons), maneges of door niet-agrarische bedrijven.

Vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen kunnen bovendien worden benut voor de broedstooffunctie: startende bedrijfjes, die in de bestaande voormalige agrarische bedrijfsgebouwen bedrijfsactiviteiten kunnen ontwikkelen.

Ruimtelijke onderbouwing Weversbuurt 6-6a te Katlijk

9

Lies Siegersma Advies&Projecten

3.4. Conclusie Met het voorliggend planvoornemen wordt aangesloten bij het geldende beleid op gemeentelijk niveau. Het behoud van de kwaliteit van de leefomgeving is een belangrijk aspect, doordat er geen sprake is van uitbreiding en aanpassingen aan het huidige gebouw wordt de bestaande situatie behouden. Vanuit de notitie Bedrijvigheid in het buitengebied is er meer mogelijk met de combinatie wonen en bedrijvigheid aan huis. Dat was ook op dit perceel aan de orde, maar door het vervallen van de bedrijvigheid c.q. detailhandel is uitbreiding van wonen een oplossing voor het behoud van het karakteristieke pand. Tevens past deze ontwikkeling bij de woonvisie van de gemeente met de focus op kwaliteit. Met oog op het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat het planvoornemen uitvoerbaar is.

4. OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2007’ een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s milieuzonering, geluid, water, bodem, archeologie, ecologie, luchtkwaliteit, externe veiligheid.

4.1. Milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies(woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering. Een richtafstand is de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. De ontwikkeling betreft een uitbreiding van de woonfunctie oftewel uitbreiden met twee extra wooneenheden naast de bestaande bedrijfswoning voor de bestemming Bedrijfsdoeleinden. Er is geen sprake meer van activiteiten in de overige bedrijfsbebouwing, deze worden hobbymatig gebruikt, dierenverblijf en opslag. In de bijgebouwen worden tuinmeubilair, tuingereedschap/machines gestald voor eigen gebruik, zo ook eigen voertuigen (caravan, camper). Daarnaast wordt de ruimte gebruikt als werkplaats voor het uitvoeren van reparaties en klussen in en rondom huis/erf. De twee extra wooneenheden zijn hier goed inpasbaar, aangezien de functiewijziging plaatsvindt in een bestaand agrarisch buitengebied, waar al meerdere panden/boerderijen staan welke reeds een woonfunctie hebben en/of vervullen. Deze wijziging zal geen negatieve gevolgen hebben voor het plangebied.

Naast gelegen percelen hebben onderhand ook een woonfunctie met de aanduiding geen milieuhindergevoelige gebouwen toestaan. Er is geen sprake van bedrijven/bedrijvigheid in de nabijheid van het perceel welke van invloed kunnen zijn. In de beoogde situatie kan geconcludeerd worden dat het aspect milieuzonering de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg staat.

4.2. Wegverkeerslawaai Ten aanzien van geluidhinder is de Wet geluidhinder (Wgh) van kracht. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. Voor dit plan is alleen geluidshinder als gevolg van wegverkeerslawaai van belang. In de wet is bepaald dat elke weg in principe een zone heeft, waarbinnen aandacht aan geluidhinder moet worden besteed. Uitzonderingen vormen 30 km/uur gebieden en woonerven. De Wgh onderscheidt geluidsgevoelige objecten enerzijds en niet-geluidsgevoelige objecten anderzijds. De Wgh stelt dat op de gevels van geluidsgevoelige objecten voldaan moet worden aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Als hier niet aan kan worden voldaan, moet een hogere waarde worden vastgesteld. De Weversbuurt is ingericht als erftoegangsweg 60 km/uur

Ruimtelijke onderbouwing Weversbuurt 6-6a te Katlijk

10

Lies Siegersma Advies&Projecten

gebied en er is geen sprake van een hoge verkeersintensiteit. De twee toe te voegen wooneenheden worden gerealiseerd in het hoofdgebouw, waarbij de afstand tot deze weg niet verkleind wordt. Een woning is een geluidsgevoelige functie, maar voor de bestaande woning geldt ingevolge de Wgh geen onderzoeksplicht. Gelet op de ruime afstand tot de Weversbuurt (> 30 m) en het karakter van deze weg is het niet aannemelijk dat de maximale binnenwaarde van 33 dB wordt overschreden. Vanuit het aspect wegverkeerslawaai bestaat dan ook geen belemmeringen voor het toevoegen van twee wooneenheden aan de reeds bestaande woning.

4.3. Water Vanwege het grotere belang van het water in de ruimtelijke ordening, wordt van waterschappen een vroege en intensieve betrokkenheid bij het opstellen van ruimtelijke plannen verwacht. Bovendien is de watertoets een verplicht onderdeel in de ruimtelijke procedure geworden. Er is in dit geval geen sprake van uitbreiding en verandering ten aanzien van de waterhuishouding. Een digitale watertoets is bijgevoegd als bijlage en hieruit blijkt dat er geen waterschapbelang is.

4.4. Bodem Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het projectgebied. Bij functie/gebruikswijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik. Met deze aanvraag worden er twee inpandige woningen aan het hoofdgebouw toegevoegd. Een woning is een bodemgevoelige functie. Om de kwaliteit van de bodem inzichtelijk te maken is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, waarvan de resultaten zijn opgenomen in een bijgevoegde bijlage ‘Verkennend Bodemonderzoek dd. 2 maart 2022 door Klijn bodemonderzoek’.

Het onderzoek heeft alleen buiten de bebouwing plaatsgevonden, gezien het feit het niet wenselijk was om inpandig ter plaatse van de te legaliseren appartementen te boren. Het onderzoek heeft betrekking op een gedeelte van het gehele perceel en wel op een gedeelte van de voormalige schuur welke momenteel in gebruik is als wooneenheid. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van ca. 266 m2. In het uitgevoerde bodemonderzoek is door middel van de bemonstering en analyse van grond en grondwater de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgesteld. In overleg met de gemeente Heerenveen is overeengekomen niet inpandig ter plaatse van de wooneenheden te boren. De boringen zijn derhalve buiten het woongedeelte uitgevoerd. Van de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie is het volgende beeld verkregen. Zintuiglijk zijn er geen verontreinigingen waargenomen. Op basis van de historie van het perceel en het uitgevoerde vooronderzoek wordt geconcludeerd dat onderhavige locatie als een niet verdachte locatie voor de aanwezigheid van asbest kan worden beschouwd. Deze conclusie wordt bevestigd doordat tijdens de boorwerkzaamheden op of in de bodem op basis van zintuiglijke waarnemingen geen asbestverdacht materiaal is geconstateerd. Analytisch zijn in grondmengmonster MM1, MM2 en het grondwater licht verhoogde gehalten aan zink en lood geconstateerd.

De geconstateerde verhoogde gehalten liggen onder de indexwaarde van 0,5 en/of interventie- waarde en vormen géén aanleiding tot het instellen van een nader bodemonderzoek. Op basis van de onderzoeksresultaten bestaan er, vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien, geen belemmeringen ten aanzien van het gebruik van het terrein, geplande functie/gebruikswijzigingen en de afgifte van een omgevingsvergunning ten behoeve van de geplande bouwactiviteiten op het terrein. Het aspect bodem staat de beoogde ontwikkeling, waarbij geen bouw- of graafwerkzaamheden plaatsvinden, niet in de weg.

Ruimtelijke onderbouwing Weversbuurt 6-6a te Katlijk

11

Lies Siegersma Advies&Projecten

4.5. Archeologie Op 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) van kracht geworden. Deze wet, een wijziging op de Monumentenwet 1988, regelt de omgang met het archeologisch erfgoed. Nieuw in de wet is dat gemeenten een archeologische zorgplicht krijgen en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Er wordt voor de toetsing aan de archeologische waarden gebruik gemaakt van de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) van de provincie Friesland. De FAMKE bestaat uit twee advieskaarten, één voor de periode steentijdperk – bronstijd en één voor de periode ijzertijd – middeleeuwen. Voor deze indeling in twee perioden is gekozen omdat de adviezen voor mogelijke vindplaatsen uit de steentijd vaak verschillen van die van voor mogelijk jongere vindplaatsen. Voor het projectgebied geldt respectievelijk het advies ‘Quickscan’ en ‘Karterend onderzoek 3’.

Uitsneden advieskaarten FAMKE ter plaatse van het projectgebied (Bron: provincie Friesland)

Steentijd-Bronstijd Voor het projectgebied geldt op basis van de FAMKE-kaart voor de periode ‘Steentijd – Bronstijd’ het advies: ‘Quickscan’. Van deze gebieden wordt vermoed dat eventuele aanwezige archeologische resten al ernstig verstoord zijn, maar dit is niet met zekerheid te zeggen. De provincie beveelt daarom aan om bij ingrepen van meer dan 5.000 m² een Quickscan te verrichten. Een Quickscan is een extensief booronderzoek waarmee duidelijk gemaakt wordt of het steentijd bodemarchief intact is. In voorliggend geval zullen de bodemingrepen die worden verricht ten behoeve van voorliggende ontwikkeling ruim onder de 5.000 m2 blijven. Een dergelijke Quickscan wordt in voorliggend geval dan ook niet noodzakelijk geacht.

Ruimtelijke onderbouwing Weversbuurt 6-6a te Katlijk

12

Lies Siegersma Advies&Projecten

Uitsneden advieskaarten FAMKE ter plaatse van het projectgebied (Bron: provincie Friesland)

IJzertijd-Middeleeuwen Voor het projectgebied geldt op basis van de FAMKE-kaart voor de periode ‘IJzertijd – Middeleeuwen’ het advies: ‘Karterend onderzoek 3’. In deze gebieden kunnen zich archeologische resten bevinden uit de periode ijzertijd middeleeuwen. Het gaat hier dan met name om vroeg en vol-middeleeuwse veenontginningen. Daarbij bestaat de kans dat er zich huisterpjes uit deze tijd in het projectgebied bevinden. Ook de wat oudere boerderijen kunnen archeologische sporen of resten afdekken, hoewel de veengronden eromheen al afgegraven zijn. De provincie beveelt aan om bij ingrepen van meer 5.00 0m² een historisch en karterend onderzoek te verrichten, waarbij speciale aandacht moet worden besteed aan eventuele Romeinse sporen en/of vroegmiddeleeuwse ontginningen. In voorliggend geval zullen de bodemingrepen die worden verricht ten behoeve van voorliggende ontwikkeling eveneens ruim onder de 5.000 m2 blijven. Een historisch en karterend onderzoek worden in voorliggend geval dan ook niet noodzakelijk geacht. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ingreep kan worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek. In dit geval wordt er niet in de bodem ingegrepen, maar wordt de functiewijziging beperkt tot de bestaande bebouwing. Hierdoor kan een archeologisch vooronderzoek en een QuickScan achterwege blijven.

4.6. Ecologie Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. In Nederland staan veel Natura 2000-gebieden onder druk door een overbelasting van stikstofdepositie. In het Programma Aanpak Stikstof (PAS) zijn alle Natura 2000-gebieden opgenomen waar ten minste één stikstofgevoelig habitat voorkomt dat te maken heeft met overbelasting door stikstof. Ook kleinschalige initiatieven kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie en moeten om die reden daarop worden beoordeeld. Voor kleine plannen waarvan op voorhand (en goed gemotiveerd) kan worden onderbouwd dat deze - vanwege bijvoorbeeld de grote afstand tot Natura 2000-gebieden - geen negatieve gevolgen kunnen hebben voor de relevante Natura 2000-gebieden, kan een passende beoordeling van de stikstofdepositie achterwege blijven. Hiermee geeft het ministerie ruimte voor een kwalitatieve onderbouwing voor kleine projecten waarvan op voorhand met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid geen (significant) negatief effect is op de stikstofdepositie op Natura 2000gebieden.

Ruimtelijke onderbouwing Weversbuurt 6-6a te Katlijk

13

Lies Siegersma Advies&Projecten

De locatie ligt niet in of nabij een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn De Deelen en Van Oordt’s Mersken en liggen op meer dan 18 kilometer. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied kunnen directe effecten zoals verstoring (door licht of geluid) of verdroging (door het onttrekken van water) worden uitgesloten en is er geen sprake van areaalverlies. Het onderhavige planvoornemen voorziet in een gebruikswijziging van een bestaand bebouwd perceel in het buitengebied van Heerenveen. Op het perceel Weversbuurt 6 wordt alleen gebruik gemaakt van de woonfunctie en worden geen andere activiteiten uitgeoefend. De bewoning vindt plaats in de bestaande bebouwing. Er worden twee wooneenheden in de bestaande bebouwing toegevoegd. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling kan geconcludeerd worden dat de afstand dusdanig groot is dat geen negatieve effecten zullen optreden.

4.7. Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. In of nabij het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen gevestigd. Ook valt het plangebied niet binnen een invloed gebied van een route voor gevaarlijke stoffen of binnen het inventarisatiegebied van buisleidingen. Het aspect externe veiligheid vormt voor de voorgestane ontwikkelingen geen beperkingen en aanvullend onderzoek kan achterwege blijven.

4.8. Luchtkwaliteit Een onderdeel van de Wet Milieubeheer betreft luchtkwaliteit. Op grond van de algemene maatregel van bestuur ‘niet in betekenende mate’(NIMB) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmering voor projecten die niet in betekende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. Er worden in dit geval 2 wooneenheden toegevoegd. Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Er wordt aan de regels van de Wet Milieubeheer en Wet Luchtkwaliteit voldaan.

5. JURIDISCHE VORMGEVING Een bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2008. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De regels van het bestemmingsplan “Buitengebied 2007” zijn opgesteld conform deze standaarden, met inachtneming van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. Middels een Wabo procedure wordt de bestemming gewijzigd. Voor dit onderhavige project is ervoor gekozen om door middel van een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan (hierna omgevingsvergunning) als bedoeld in artikel 2.12, lid a, onder 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De omgevingsvergunning bestaat in ieder geval uit een goede ruimtelijke onderbouwing en uit een verbeelding die het mogelijk maakt om in een digitale omgeving de plannen weer te geven en de locatie vast te leggen.

5.1. Procedure In artikel 3.10 Wabo is bepaald dat voor de in deze ruimtelijke onderbouwing bedoelde Omgevingsvergunning de uitgebreide voorbereidingsprocedure als beschreven in dit artikel van toepassing is. Na aankondiging in de Staatscourant en in één of meer plaatselijke dag, nieuws- of huis-aan-huisbladen, wordt de ontwerp-omgevingsvergunning gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kan eenieder zienswijzen omtrent het ontwerp naar voren brengen. Deze procedure is vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht, afdeling 3.4. Tevens draagt het bevoegd gezag zorg voor het verkrijgen van de verklaring van geen bedenking van de gemeenteraad door het toezenden van alle benodigde stukken (artikel

Ruimtelijke onderbouwing Weversbuurt 6-6a te Katlijk

14

Lies Siegersma Advies&Projecten

3.11 Wabo). De beslistermijn op de ontwerp-omgevingsvergunning van 6 maanden begint te lopen op de dag ná de dag van ontvangst van de aanvraag (artikel 3.12, lid 7 Wabo). De beslistermijn van 6 maanden mag eenmaal verlengd worden, met ten hoogste 6 weken (artikel 3.12, lid 8 Wabo). Na de vaststelling van de omgevingsvergunning maakt het bevoegd gezag het vaststellingsbesluit bekend. De mededeling van het definitieve besluit wordt tevens langs elektronische weg gedaan en beschikbaar gesteld (artikel 6.14 Bor). Op de ontwerpomgevingsvergunning moet tevens het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Wet ruimtelijke ordening worden gevoerd (artikel 6.18 Bor). Indien door Gedeputeerde Staten of de inspecteur een zienswijze is ingediend en deze zienswijze niet volledig is overgenomen, wordt het vaststellingsbesluit na 6 weken na de vaststelling van de omgevingsvergunning bekendgemaakt. Uiterlijk 6 weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit kan er beroep worden ingesteld bij de sector bestuursrecht van de rechtbank en eventueel hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

6. UITVOERBAARHEID Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid aspecten van een wijziging van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

6.1. Economische uitvoerbaarheid De ontwikkeling betreft een particulier initiatief, waarmee de gemeente geen directe financiële bemoeienis heeft. De kosten die met het voorliggend wijzigingsplan samenhangen, waaronder kosten voor eventuele planschade, komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. De initiatiefnemer draagt de kosten die dit project met zich meebrengt. Voor het voorliggend wijzigingsplan hoeft derhalve geen exploitatieplan te worden opgesteld. Voorliggend plan mag economisch uitvoerbaar worden geacht.

6.2. Maatschappelijke uitvoerbaarheid De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel om aan te tonen dat de beoogde ontwikkeling maatschappelijk draagvlak heeft en dat de procedures op een goede manier worden doorlopen.

Ruimtelijke onderbouwing Weversbuurt 6-6a te Katlijk

15

RAPPORT Verkennend bodemonderzoek Weversbuurt 6 te Katlijk

Opdrachtgever

:

Bouwontwerpburo

Projectnummer

:

22KL040

Datum

:

2 maart 2022

Auteur

:

ing.

Paraaf

:

Projectleider

:

Paraaf

:

ing.

Klijn Bodemonderzoek B.V. EG-Weg 1, 9636 HX Zuidbroek Telefoon 0598 – 23 20 35 Email info@klijnbodemonderzoek.nl Internet www.klijnbodemonderzoek.nl

2 INHOUD 1.

Rapport 22KL040 BLAD

1.1. 1.2.

INLEIDING Algemeen Opbouw

3 3 3

2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6. 2.7. 2.8. 2.9. 2.10.

VOORONDERZOEK Algemeen Ligging onderzoekslocatie Historisch en huidig gebruik Belendende percelen en omgeving onderzoekslocatie Bodemonderzoek Bodemkwaliteitskaart Toekomstig gebruik van het terrein Financieel/juridisch Regionale opbouw en geohydrologie Onderzoekshypothese

3 3 4 5 6 6 6 6 6 6 7

ONDERZOEKSPROGRAMMA

7

4.1. 4.2.

BODEMGEGEVENS Bodemgesteldheid en zintuiglijke waarnemingen Samenstelling grondmengmonsters

8 8 8

5.1. 5.2. 5.3. 5.4.

RESULTATEN METINGEN EN CHEMISCHE ANALYSES Meetgegevens grondwater Toetsingskader Analyseresultaten Toelichting analyseresultaten

9 9 9 10 11

6.1. 6.2. 6.3.

SAMENVATTING EN CONCLUSIES Samenvatting Conclusies en aanbevelingen Slotopmerking

12 12 12 13

2.

3. 4.

5.

6.

BIJLAGEN 1

Ligging van de locatie en kadastrale kaart

2

Boorprofielen en legenda

3

Analyserapporten

4

Toetsingstabellen

5

Overzicht posities monsternamepunten

6

Foto's

3

Rapport 22KL040

1.

INLEIDING

1.1.

Algemeen In opdracht van Bouwontwerpburo is door Klijn Bodemonderzoek B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Weversbuurt 6 te Katlijk. De aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek vormt de aanvraag van een functie/bestemmingswijziging van het perceel. Omdat er momenteel woningen/appartementen zijn gerealiseerd wordt inpandig boorwerk op deze plekken niet reëel geacht. Er dient in dit verband volgens de gemeente Heerenveen rondom de te legaliseren appartementen (in schuur en/of deel en in de tuin) onderzoek te worden verricht. Het onderhavig onderzoek heeft alleen buiten de bebouwing plaatsgevonden gezien het feit het niet wenselijk was om inpandig ter plaatse van de schuur te boren. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het verkrijgen van een indicatie van de kwaliteit van de grond en het ondiepe grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie. Klijn Bodemonderzoek B.V. is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het uitvoeren van milieukundig bodemonderzoek, inclusief partijkeuringen conform het Besluit Bodemkwaliteit en tevens volgens de “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000, protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018”. Met betrekking tot onderhavig onderzoek verklaart Klijn Bodemonderzoek B.V.

op geen enkele wijze in organisatorische, financiële of personele zin, betrokkenheid te hebben met de activiteiten van de opdrachtgever. De achterliggende gedachte hierbij is dat er geen “eigen” grond wordt onderzocht.

1.2.

Opbouw In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde:  vooronderzoek  onderzoeksprogramma  bodemgegevens  metingen en chemische analyses  samenvatting, toetsing van de gekozen onderzoekshypothese, conclusies en aanbevelingen

(hoofdstuk 2); (hoofdstuk 3); (hoofdstuk 4); (hoofdstuk 5); (hoofdstuk 6).

2.

VOORONDERZOEK

2.1.

Algemeen Ten behoeve van het bodemonderzoek is een standaard vooronderzoek conform de NEN 5725 (2017) ‘Uitvoeren van een milieuhygiënisch vooronderzoek’ uitgevoerd. In het vooronderzoek wordt informatie verzameld over het vroegere en huidige gebruik van het terrein. Het onderzoek is gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. Evenals het verzamelen van informatie over het toekomstige gebruik, bodemopbouw, geohydrologie en financieel/juridische aspecten. Op basis van de verzamelde gegevens kan een totaalbeeld worden gevormd en conclusies worden getrokken over de afbakening van het geografische besluitvormingsgebied, de afbakening van de onderzoekslocatie voor het bodemonderzoek, de onderverdeling van de onderzoekslocatie voor het bodemonderzoek in deellocaties en de te hanteren onderzoekshypothese per deellocatie.

4

Rapport 22KL040

De verzamelde informatie is opgesplitst in de volgende categorieën: o ligging onderzoekslocatie (paragraaf 2.2) o historisch en huidig gebruik (paragraaf 2.3) o belendende percelen en omgeving onderzoekslocatie (2.4) o bodemonderzoek (2.5) o bodemkwaliteitskaart (2.6) o toekomstig gebruik (2.7) o financieel/juridisch (2.8) o bodemopbouw en geohydrologie (2.9) o onderzoekshypothese (2.10) Ter verkrijging van de benodigde informatie zijn onderstaande bronnen geraadpleegd:  Locatie-inspectie (d.d. 14 februari 2022);  Informatie opdrachtgever;  Gemeente Heerenveen (d.d. 10 februari 2022);  Internetsite bodeminformatie (https://bodemloket.nl);  Internetsite Dinoloket (https://dinoloket.nl);  Internetsite Basisregistratie Adressen en Gebouwen (https://bagviewer.kadaster.nl);  Luchtfoto Google Earth;  Grondwaterkaart van Nederland;  Topografische Atlas van Nederland (2002);  Internetsite Tijdreis, historisch kaartmateriaal van ca. 1815 tot heden (https://topotijdreis.nl);  Kadastrale kaart. Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden zijn bovenstaande bronnen geraadpleegd en is door Klijn Bodemonderzoek een locatie-inspectie uitgevoerd. Tijdens de locatie-inspectie is onder andere gelet op verdachte plekken (zoals verkleuringen, brandplekken, olieopslag etc.), asbest op of in de bodem, asbestbeschoeiingen, verzakkingen en ophogingen. 2.2.

Ligging onderzoekslocatie Het perceel ligt aan de Weversbuurt 6 te Katlijk en is kadastraal bekend als Gemeente Mildam, sectie N, nr. 217. De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van het kadastrale perceel en heeft een oppervlakte van 266 m2. De locatie bevindt zich aan de noordzijde van de dorpskern buiten de bebouwde kom van Katlijk. In figuur 1 is een luchtfoto te zien van de onderzoekslocatie en directe omgeving.

5

Rapport 22KL040

Figuur 1: Luchtfoto onderzoekslocatie en omgeving

De omgeving van de onderzoekslocatie betreft voornamelijk bouw- en /of weilanden (agrarisch gebied). Voor een topografisch overzicht van de locatie en omgeving verwijzen wij naar de tekening in bijlage 1, een tekening van de locatie is weergegeven in bijlage 5. 2.3.

Historisch en huidig gebruik De gehele kadastrale locatie heeft een oppervlakte van circa 7.390 m². Het terrein is momenteel bebouwd met een boerderij en diverse bijgebouwen. De boerderij is volgens de internetsite Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) gerealiseerd in 1920, de bijgebouwen zijn gerealiseerd in 1981 en 2010. Het onderzoek heeft betrekking op een gedeelte van het gehele perceel en wel op een gedeelte van de schuur welke momenteel in gebruik is als wooneenheid. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 266 m². Uit milieudossier blijkt dat de bedrijfsmatige activiteiten omstreeks 1980 zijn beëindigd. Het bedrijf valt vanaf 1991 onder het besluit van de detailhandel en staat bekend als een interieurboerderij. De bijgebouwen zijn bekleed middels golfplaten, de boerderij is bekleed middels dakpannen en gedeeltelijk bitumen. Naast de boerderij (zuidwest) bevindt zich de inrit welke is verhard middels grind. Het overige onbebouwde gebied is in gebruik als tuin of als grasland. De onderzoekslocatie is gelegen aan de noordoostzijde van de boerderij. Hier bevinden zich twee appartementen welke reeds worden bewoond. Uit historisch kaart materiaal blijkt op de locatie in het verleden twee watergangen hebben gelopen, waarvan de watergang aan de westzijde van de boerderij omstreeks 1970 is gedempt.

De watergang aan de oostzijde van de boerderij is gedempt omstreeks 1982. Omdat de watergang aan de oostzijde op geruime afstand van onderhavige onderzoekslocatie is gelegen, wordt niet verwacht dat de demping invloed heeft gehad op de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Uit de informatie, welke is verkregen uit het historisch onderzoek conform NEN 5725, is tevens gebleken dat over de aanwezigheid van onder- of bovengrondse opslagtanks of in het verleden uitgevoerde dempingen geen gegevens bekend zijn. Tevens is niet bekend of op de onderzoekslocatie in het verleden een bodemonderzoek is uitgevoerd.

6 2.4.

Rapport 22KL040

Belendende percelen en omgeving onderzoekslocatie De directe omgeving van de onderzoekslocatie bestaat uit: - Noordzijde: schuur - Oostzijde: tuin - Zuidzijde: Weversbuurt - Westzijde: woning met tuin De activiteiten die plaatsvinden en/of plaats hebben gevonden op de belendende percelen worden weergegeven in tabel 1. Tabel 1: Activiteiten die plaatsvinden / plaats hebben gevonden op de belendende percelen Adres

Historische activiteit

Periode

Weversbuurt 8

Bovengrondse dieseltank

onbekend-2017

Vooralsnog wordt niet verwacht dat de activiteiten van de belendende percelen een nadelige invloed hebben gehad op de bodemkwaliteit van onderhavige onderzoekslocatie. 2.5.

Bodemonderzoek Voor zover bekend is er niet eerder een bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de onderzoekslocatie en/of directe omgeving.

2.6.

Bodemkwaliteitskaart Uit gemeentelijke informatie is gebleken dat de bovengenoemde locatie binnen zone 1 van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart ligt. In deze zone worden in de boven- en ondergrond geen verhoogde aangetroffen boven de achtergrondaarden. Op basis van de 95-percentielwaarden kunnen in de boven- en ondergrond maximaal industriewaarden worden verwacht.

2.7.

Toekomstig gebruik van het terrein De bestemming van de onderzoekslocatie is onlangs gewijzigd van een bedrijfsmatige naar een woonbestemming.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=e7f6d2d9-0661-4d41-b258-593425d6e528