Behandeling kaderstellend debat.docx
Tekst van het document
Behandeling kaderstellend debat bestaanszekerheid Op 3 april voeren we het kaderstellend debat bestaanszekerheid. In dit document staat de manier waarop we het debat gaan voeren in de commissievergadering. Als er nog vragen zijn, bel of mail gerust met de griffie. De behandeling van dit agendapunt in de commissievergadering van 3 april doen we in de volgende 9 stappen: 1. Iedere fractie kan maximaal 1 vraag stellen aan het college. 2. De wethouder beantwoordt de vragen en vertelt hoe de uitkomsten van dit debat verwerkt gaan worden, wanneer de raad de uitwerking kan bespreken. De wethouder gaat daarna van tafel. 3. De commissie bespreekt stelling 1: In plaats van een vast percentage (nu vaak 120%) trekken we de inkomensgrens op naar 150% van de geldende bijstandsnorm en daarbinnen werken we met een staffel. Vragen die helpen bij de voorbereiding van stelling 1: welke van de drie opties (kolom 1 in het document kaderstellend debat) vindt onze fractie een goed idee? En waarom dan? Welk voordeel weegt op tegen het nadeel? Welk voordeel weegt zwaarder? Welk nadeel weegt zwaarder? Waarom? De bespreking van stelling 1 doen we zo: iedere fractie heeft een woordvoerder die reageert op stelling 1 en andere fracties kan bevragen, bijvoorbeeld: waarom wil de fractie optie 1, 2 of 3 wel of niet? De voorzitter trekt een korte conclusie. 4.
De commissie bespreekt stelling 2: De zorgregelingen AV Frieso en de HZR vullen we aan met een compensatieregeling voor het eigen risico. Vragen die helpen bij de voorbereiding van stelling 2: vindt onze fractie dit wel of geen goed idee? En waarom dan? Welk voordeel weegt op tegen het nadeel? Welk nadeel weegt zwaarder? Welk voordeel weegt zwaarder? Waarom? De bespreking van stelling 2 doen we zo: iedere fractie heeft een woordvoerder die reageert op stelling 2 en andere fracties kan bevragen, bijvoorbeeld: waarom vindt de fractie de aanvullende compensatieregeling wel of niet nodig?
De voorzitter trekt een korte conclusie. 5. De commissie bespreekt stelling 3: Jongeren tot 27 jaar en nieuwkomers starten schuldenvrij mits ze voldaan aan bepaalde voorwaarden. Vragen die helpen bij de voorbereiding van stelling 3: vindt onze fractie dit wel of geen goed idee? En waarom dan? Welk voordeel weegt op tegen het nadeel? Welk nadeel weegt zwaarder? Welk voordeel weegt zwaarder? Waarom? Welke voorwaarden vindt onze fractie belangrijk? En waarom? De bespreking van stelling 3 doen we zo: iedere fractie heeft een woordvoerder die reageert op stelling 3 en andere fracties kan bevragen, bijvoorbeeld: waarom vindt de fractie de schuldenvrije start voor jongeren belangrijk? Waarom vindt de fractie een bepaalde voorwaarde belangrijk? De voorzitter trekt een korte conclusie. 6. De commissie bespreekt stelling 4: We gaan (nog) meer investeren in inwoners die niet direct aan het werk kunnen want werk is de beste vorm van armoedebestrijding.
Vragen die helpen bij de voorbereiding van stelling 4: vindt onze fractie dit wel of geen goed idee? En waarom dan? Is werk de beste vorm van armoedebestrijding voor inwoners die niet direct aan het werk kunnen? Waarom wel of niet? Wat zijn de voordelen en wat zijn de nadelen en waarom? Welk voordeel weegt op tegen het nadeel? Welk nadeel weegt zwaarder? Welk voordeel weegt zwaarder? Waarom? De bespreking van stelling 4 doen we zo: iedere fractie heeft een woordvoerder die reageert op stelling 4 en andere fracties kan bevragen, bijvoorbeeld: waarom vindt de fractie iets een voordeel of een nadeel? Zou een nadeel eventueel een voordeel kunnen worden? De voorzitter trekt een korte conclusie. 7. De commissie bespreekt stelling 5: We maken beleid op de mogelijkheid om een uitstroompremie voor werk uit te keren van max € 2.000 per jaar. Vragen die helpen bij de voorbereiding van stelling 4: vindt onze fractie dit wel of geen goed idee? En waarom dan? Voordelen zijn bijvoorbeeld: 1. Stimulans om uit de bijstand te geraken: Een uitstroompremie kan een sterke stimulans zijn voor bijstandsgerechtigden om uit de bijstand te
geraken en weer aan het werk te gaan. Het kan voor hen een extra motivatie zijn om vacatures te zoeken en aan te nemen. 2. Financiële ondersteuning bij overgang: Een uitstroompremie kan de financiële lasten van de overgang van de bijstand naar werk verminderen, zoals bijvoorbeeld het kopen van werkkleding of een vervoersbewijs. Dit kan ervoor zorgen dat bijstandsgerechtigden zich meer op hun gemak voelen bij het aannemen van werk en het vergroten van hun kansen op de arbeidsmarkt. 3. Kosteneffectief: Een uitstroompremie kan kosteneffectief zijn voor de gemeente, omdat de kosten van de premie vaak worden gecompenseerd door de besparingen op uitkeringen voor bijstandsgerechtigden die weer aan het werk zijn gegaan. Wat zijn de voordelen en wat zijn de nadelen en waarom? Welk voordeel weegt op tegen het nadeel? Welk nadeel weegt zwaarder? Welk voordeel weegt zwaarder? Waarom? Nadelen zijn bijvoorbeeld: 1. Stigma vanuit de samenleving: Het bieden van een uitstroompremie kan leiden tot stigmatisering van bijstandsgerechtigden, omdat sommige mensen het idee kunnen krijgen dat zij alleen gemotiveerd worden door geld en niet door de wil om aan het werk te gaan. 2. Risico op verlies van andere voordelen: Sommige bijstandsgerechtigden kunnen door het aannemen van werk ook andere voordelen verliezen, zoals huurtoeslag of zorgtoeslag.
Dit kan ertoe leiden dat het extra inkomen dat zij verdienen, minder is dan zij hadden verwacht. 3. Potentieel misbruik van het systeem: Er bestaat een risico dat sommige bijstandsgerechtigden het systeem misbruiken om de uitstroompremie te krijgen, zonder daadwerkelijk van plan te zijn om hun situatie te verbeteren. Dit kan leiden tot verlies van middelen voor de gemeente en kan andere bijstandsgerechtigden benadelen die wel serieus zijn in hun zoektocht naar werk. Welk voordeel weegt op tegen het nadeel? Welk nadeel weegt zwaarder? Welk voordeel weegt zwaarder? Waarom? De bespreking van stelling 5 doen we zo: iedere fractie heeft een woordvoerder die reageert op stelling 5 en andere fracties kan bevragen, bijvoorbeeld: waarom vindt de fractie iets een voordeel of een nadeel? Zou een nadeel eventueel een voordeel kunnen worden? De voorzitter trekt een korte conclusie. 8. De commissie bespreekt de andere knoppen waaraan de raad kan draaien en die genoemd worden in het document op de pagina’s 4 en 5: Zijn er fracties die nog aan andere knoppen denken dan de besproken 5 stellingen?
Vragen die helpen bij de voorbereiding: Wil onze fractie nog iets anders inbrengen dan de vijf stellingen? Aanpassingen in het huidige beleid van bijvoorbeeld: Individuele inkomenstoeslag, Bijzondere bijstand, AV Frieso HZR – Heerenveen Zorgt, Regeling Witgoedwissel/Energiecoach, Energietoeslag, Kindfondsen/Participatiefonds, Geletterdheid, Schuldhulpverlening. De bespreking van deze andere knoppen doen we zo: iedere fractie heeft een woordvoerder die andere aanpassingen in het huidige beleid voorstelt en andere fracties kan bevragen, bijvoorbeeld: waarom vindt de fractie dat het Participatiefonds vervangen moet worden door het VolwassenenFonds? Wat zijn de gevolgen hiervan? De voorzitter trekt een korte conclusie. 9. De voorzitter sluit het debat af met een korte conclusie.