Begroting 2025-2028 OGMF
Tekst van het document
ONDERWIJSGROEP MIDDEN-FRIESLAND BEGROTING 2025-2028
Inhoudsopgave Inleiding ................................................................................................................................... 2 Uitgangspunten ...................................................................................................................... 3 Leerlingen ................................................................................................................................ 3 Rijksbekostiging ..................................................................................................................... 4 Interne allocatie middelen .................................................................................................. 4 Begroting 2025-2028 ............................................................................................................ 5 Baten ............................................................................................................................................ 6 Personele lasten .......................................................................................................................... 7 Investeringen en afschrijvingen ...............................................................................................
9 Huisvestingslasten .....................................................................................................................10 Overige instellingslasten ...........................................................................................................11 Conclusie ................................................................................................................................. 12 Vaststelling begroting 2025-2028 door het college van bestuur ............................. 13 Goedkeuring begroting 2025-2028 door de raad van toezicht ................................. 13
1
Inleiding
We kiezen ervoor het begrotingsproces te beginnen bij de vraag wat een locatie financieel nodig heeft om goed onderwijs te organiseren. We zijn samen verantwoordelijk voor de begroting en de taakstelling van OGMF. Op termijn past de ontwikkeling van het eigen vermogen bij het risicoprofiel van de stichting. We streven naar continuïteit: een organisatie met een gezond financieel huishoudboekje. We presenteren dit najaar, voor het eerst, een begroting voor het komende kalenderjaar en de drie volgende jaren. Dit geeft ons de kans om beleid op langere termijn af te wegen tegen de beschikbare middelen en om daar keuzes in te maken. In 2024 hebben we externe begrotingssoftware in gebruik genomen. Hierdoor hebben we meer inzicht in de beschikbare middelen op termijn en zijn de locatiedirecteuren beter in staat een eigen locatiebegroting te maken en beheren. Deze ontwikkeling was al ingezet bij de begroting 2024. Uit de begroting 2025-2028 blijkt dat er vanaf 2025 voor de OGMF een aantal uitdagingen liggen. Zoals ook uit vorige begrotingen bleek, heeft de groep de komende jaren te maken met een daling van het aantal leerlingen en dus van de baten. Daarnaast is schooljaar 2024-2025 het laatste jaar waarin de baten vanuit het Nationaal Programma Onderwijs mogen worden besteed. Ook het wegvallen van deze reserve zal vanaf 2025 gefaseerd tot aanpassing van de formatie moeten leiden.
In 2024 is het Lyceum teruggekeerd in de voormalige locatie Bornego. De benodigde investeringen hiervoor zijn meegenomen in de begroting. Voor komend jaar maken we ruimte in de begroting om beleidsrijk te investeren. De precieze invulling moet nog worden besproken, maar kent als belangrijk uitgangspunt onderwijsvernieuwing (speerpunt 1: Toekomstgericht en passend onderwijs uit het Koersplan). Enerzijds om scholen de kans te geven hun onderwijs verder te ontwikkelen en toekomstgericht te maken in tijden van krimp. Anderzijds om KiiM de kans te geven zich verder te ontwikkelen naar een zelfstandige locatie met een onderscheidend onderwijsaanbod. Ook vanuit werkdrukmiddelen wordt komend jaar beleidsrijk begroot (Speerpunt 2: voldoende goed en inzetbaar personeel). Tenslotte zetten we komend jaar in op een verdere ontwikkeling van de ondersteuning bij het onderwijs vanuit het Servicebureau (Speerpunt 5: Slimme en congruente bedrijfsvoering). Speciale aandacht dit jaar heeft een drietal herstelopdrachten naar aanleiding van onderzoek door de Inspectie, die lopen in 2024-2025 en mogelijk het jaar daarna.
2
Uitgangspunten De algemene uitgangspunten voor de begroting zijn: • De ontwikkeling van het aantal leerlingen; • Een centrale afdracht van de locaties naar bovenschools als percentage van de rijksbijdragen op basis van werkelijke kosten; • De maand september 2024 als basis voor de formatie 2025; • Een verhouding 80/20 voor personeel/materieel ten opzichte van totale baten; • Besteding van basisbekostiging en structurele subsidies in het jaar waarvoor ze zijn toegekend. • Reserveringen in overleg met college van bestuur. • Besteding van bestemmingsreserves NPO en werkdrukmiddelen uiterlijk tot en met 2024-2025. Leerlingen De leerlingaantallen voor 2025 zijn geteld per 1 oktober 2024. De prognoses voor voor de jaren 2026 tot en met 2028 gaan uit van deze telling, waarbij rekening is gehouden met het reguliere doorstromen, doubleren en uitstromen van leerlingen. Organisatie/Jaar *
2024
2025
2026
2027
2028
14FW00-FeddeSchurer 14FW01-Buitenbaan 14FW02-KEI 25CV05-KEI 14FW05-Grou/Akkrum 14FW04-PleinJoure 25CV03-PleinJoure 14FWxx-KiiM ** 25CV00-Lyceum 25CV01-Junior 25CV02-Lyceum 26KP00-Compagnie OGMF
1045 566 315 155 253 342 228 0 613 507 195 178 4397
870 393 307 137 247 340 211 240 581 520 201 162 4209
790 368 298 134 226 343 210 287 581 520 200 162 4119
803 363 279 126 199 329 201 302 581 510 200 161 4054
823 379 255 115 199 324 198 311 581 500 200 151 4036
* Het jaar is het kalenderjaar van bekostiging op basis van teldatum 1 oktober t-1. ** Voor KiiM (14FWxx) is nog geen Brin-nummer bekend.
3
Rijksbekostiging De basisbekostiging en de structurele rijkssubsidies zijn in de begroting meegenomen voor de in 2024 geldende tarieven. Zie het volgende overzicht voor de verschillende categorieën en tarieven. Bekostiging/jaar
tarief per
2024
2025
2026
2027
2028
werkdrukmiddelen werkdrukmiddelen beroepsgericht onderwijs onder- en bovenbouw in vwo/havo/mavo/vmbo-gl PRO en bovenbouw vmbo (basis en kader) hoofdvestiging geïsoleerde vestiging nevenvestiging algemene overgangsregeling specifieke overgangsregeling strategisch personeelsbeleid en begeleiding aanpak verzuim ondersteuning LWOO en PRO SSG4 onderwijskansenscore voor vmbo, havo of vwo onderwijskansenscore voor praktijkonderwijs Arbeidsmarkttoelage VO - Arbeidsmarkttoelage nieuwkomer eerste categorie per kwartaal VO nieuwkomer tweede categorie per kwartaal VO
leerling 335,95 335,95 335,95 335,95 335,95 leerling 503,93 503,93 503,93 503,93 503,93 leerling 9.053,51 9.053,51 9.053,51 9.053,51 9.053,51 leerling 10.651,21 10.651,21 10.651,21 10.651,21 10.651,21 brin-nummer 262.435,96 262.435,96 262.435,96 262.435,96 262.435,96 brin-nummer 262.435,96 262.435,96 262.435,96 262.435,96 262.435,96 brin-nummer 131.217,98 131.217,98 131.217,98 131.217,98 131.217,98 leerling 40% 20% percentage 3% 3% 3% percentage 109,75 109,75 109,75 109,75 109,75 leerling 24,73 24,73 24,73 24,73 24,73 leerling 5.756,09 5.756,09 5.756,09 5.756,09 5.756,09 eenheid 2.047,47 2.047,47 2.047,47 2.047,47 2.047,47 eenheid 2.488,30 2.488,30 2.488,30 2.488,30 2.488,30 leerling 625,72 625,72 625,72 625,72 625,72 leerling 782,57 782,57 782,57 782,57 782,57 leerling 3.571,76 3.571,76 3.571,76 3.571,76 3.571,76 leerling 1.308,38 1.308,38 1.308,38 1.308,38 1.308,38
De algemene en specifieke overgangsregeling loopt binnen de begrotingsperiode af. Deze regeling compenseert in stappen het nadelige effect van de invoering van de vereenvoudigde basisbekostiging VO in 2022 ten opzichte van het bekostigingsstelsel tot 2022. Middelen worden toegekend op het niveau van het brin-nummer (bij voorbeeld 14FF00; zie overzicht op pagina 3). In verband met de ontwikkeling van KiiM is in de begroting een fictief nummer gebruikt in afwachting van de toekenning van het definitieve. Interne allocatie middelen Binnen de groep worden de huisvestingslasten, een deel van de overige instellingslasten en ook de personele lasten van het college van bestuur en het servicebureau centraal betaald en centraal geregistreerd in de financiële administratie. Dekking voor deze kosten komt uit de rijksbijdragen voor de gezamenlijke locaties door een afdracht vanuit de locaties. In de begroting 2025-2028 is deze afdracht bepaald op 17% van de rijksbijdragen. In 2025 onderzoeken we in hoeverre dit op termijn bovenschools kostendekkend is. Dit hangt samen met de intentie ook in dat jaar een aantal bovenschoolse kosten over te hevelen naar de locaties. Dat zullen we niet zomaar rekenkundig doen. Uiteindelijk is het de bedoeling de locaties te zien als een volwaardige resultaatverantwoordelijke eenheid, dit binnen de mogelijkheden van de samenwerking in de groep OGMF.
Dit is geen eenvoudige taak en we nemen daar in 2025 ruim de tijd voor.
4
Separaat van de algemene interne allocatie zijn middelen toegevoegd vanuit de algemene reserve en de bestemmingsreserve NPO. Het college van bestuur heeft tot en met 2028 ruim 1 miljoen vrijgemaakt voor de ontwikkeling van KiiM. Naar aanleiding van recent overleg met de financiële commissie van de GMR wordt 200 duizend vrijgemaakt voor onderzoek naar: • ouderbetrokkenheid bij het begeleiden van leerlingen met huiswerk en (thuis) leren: • anders organiseren van onderwijs om kleine vakken aan te kunnen blijven bieden; • door ontwikkelen van een onderwijsconcept dat leerlingen verlengde ontwikkeltijd biedt om tot ontplooiing te komen en; • ontwikkelen van een sterke ondersteuningsstructuur in verband met achterstanden in basisvaardigheden. Onderzoek hiernaar moet nog dit schooljaar starten. Tenslotte is waar sprake is van inzet op basis van reserves in de begrotingen van locaties een bijdrage toegevoegd. Deze specifieke vormen van interne allocatie van middelen hebben voor de groep geen resultaateffect. In de jaarrekening zullen de bestedingen via de resultaatbestemming worden verwerkt in het eigen vermogen c.q. de bestemmingsreserves. Begroting 2025-2028 Als gevolg van de daling van het aantal leerlingen in 2025 tot en met 2027 nemen de rijksbijdragen af, van 47,1 naar 44,5 miljoen.
Mede daardoor ontstaat bij ongewijzigd personeelsbeleid cumulatief in 2028 een tekort van ruim 5,0 miljoen, beleidsmatig niet de beste manier om van het bovenmatig eigen vermogen af te komen. Tegelijk geeft het eigen vermogen ons wel de tijd om de bedrijfsvoering aan te passen aan de lagere inkomsten. De personele lasten in 2025 zijn deels het gevolg van de formatieve inzet in schooljaar 2024-2025. Ook ten opzichte van de beschikbare bekostiging is die inzet al te hoog, gezien de daling van het aantal leerlingen met 188. Vanwege de aanzienlijke bestemmingsreserve Nationaal Programma Onderwijs (NPO) die nog in 2024-2025 moet worden besteed accepteren we in 2025 deze boven formatie en de hogere kosten. Met ingang van schooljaar 2025-2026 rekenen we in de begroting met een jaarlijkse taakstelling ten einde in 2028 de balans tussen bekostiging en kosten te hebben hersteld. Voorlopig is in de begroting deze taakstelling uitgedrukt in de personele lasten, om twee redenen. Ten eerste liggen daar de beste mogelijkheden om te anticiperen op ontwikkelingen. Ten tweede blijkt uit analyse dat het aandeel personele kosten ten opzichte van de rijksbijdragen in 2025 uitkomt op 89%, natuurlijk maar niet alleen als gevolg van extra NPO-inzet.
5
Vanaf februari 2025 zullen we in het formatieproces starten met het toepassen van de taakstelling. Pas dan hebben we meer inzicht in de werkelijke aantallen leerlingen als ook de ontwikkeling op personeel gebied. Uiteraard nemen we dan ook de materiële kosten mee in de beoordeling. Cumulatief tot 2028 bedraagt de taakstelling in de begroting 4,9 miljoen, wat bij een gemiddelde loonsom van 100 duizend neerkomt op ongeveer 10% van het huidige personeelsbestand. De taakstelling is gebaseerd op het saldo baten en lasten voor financiële baten en lasten. Door onze huidige liquiditeit en de marktrente lopen de financiële baten op tot 1 miljoen, maar dat is uiteraard geen structurele bron van inkomsten en zeker niet een waarop de reguliere basisformatie en materiële lasten kunnen worden gebaseerd. 2025
2026
2027
2028
46.077
45.488
44.824
44.525
524
461
461
461
Overige baten
1.256
1.177
1.174
1.123
Totaal baten
47.857
47.126
46.458
46.109
Personeelslasten
40.305
38.421
36.930
35.982
Afschrijvingen
1.847
1.855
1.826
1.766
Huisvestingslasten
3.424
3.424
3.424
3.424
Overige lasten
5.352
5.186
5.160
5.253
Totaal lasten
50.928
48.886
47.340
46.425
Saldo baten en lasten
-3.072
-1.760
-882
-316
Financiële baten en lasten
1.000
900
800
700
-2.072
-860
-82
384
2025
2026
2027
2028
44.010.348 2.066.919 46.077.267
43.457.190 2.030.649 45.487.838
42.832.433 1.991.087 44.823.520
42.563.400 1.961.219 44.524.619
Baten Rijksbijdragen Overige overheidsbijdragen en subsidies
Lasten
Resultaat
Baten
Rijksbijdragen OCW Overige subsidies OCW Totaal
Onder de geoormerkte subsidies subsidies vallen de kosten voor Sterk Techniek Onderwijs en de subsidie Incidentele Middelen Leerlingdaling. De categorie niet-geoormerkte subsidies bestaat uit de subsidie voor werkdrukmiddelen en de subsidie voor strategische personeelsbeleid en verzuim. 6
Rijksbijdragen OCW Overige subsidies OCW Totaal
2025
2026
2027
2028
44.010.348 2.066.919 46.077.267
43.457.190 2.030.649 45.487.838
42.832.433 1.991.087 44.823.520
42.563.400 1.961.219 44.524.619
De overige gemeentelijke bijdragen bestaan uit de vrijval van investeringssubsidies van de gemeente Heerenveen voor de verbouwing van Compagnie en Lyceum, respectievelijk 1 miljoen en 6,9 miljoen. Deze subsidies vallen jaarlijks vrij in de baten naar rato van de jaarlijkse afschrijvingen. Beide investeringen hebben een resterende looptijd van 30 jaar.
Overige gemeentelijke bijdragen Overige overheidsbijdragen Totaal
2025
2026
2027
2028
369.051 155.000 524.051
341.051 120.000 461.051
341.051 120.000 461.051
341.051 120.000 461.051
De baten voor detachering betreffen het uitlenen van medewerkers die een aanstelling hebben bij OGMF aan de ISK-klassen.
Verhuur onroerende zaken Detachering personeel Ouderbijdragen Ouderbijdragen schoolreizen Overige baten Totaal
2025
2026
2027
2028
35.000 576.340 92.324 521.940 29.900 1.255.504
35.000 515.529 90.483 506.789 28.900 1.176.701
35.000 515.529 89.077 505.341 28.900 1.173.847
35.000 457.196 90.169 511.876 28.900 1.123.141
Personele lasten In de onderstaande specificatie van de personele lasten zijn de taakstellingen doorberekend. De voorziening voor levensfasebewust personeelsbeleid (LPB) is met 1,3 miljoen hierin de grootste post, met de voorziening voor de bijdrage aan toekomstige ww-lasten voor ex werknemers als tweede met 300K. De ervaring is dat met name de voorziening LPB jaarlijks stijgt door de hogere dotatie in vergelijking met de opname van uren. Nu de taakstelling is doorgerekend in de voorziening kan het zijn dat de ontwikkeling wordt beïnvloed door uitbetaling van uren bij uitstroom van werknemers of toename van ww. Hiermee is in de begroting geen rekening gehouden. Personeel niet in loondienst is voor het eerste jaar het gevolg van lopende interim contracten. Op langere termijn hebben we minder opgenomen al zijn we ons ervan bewust dat het tegenwoordig op de arbeidsmarkt zeer lastig is op directieniveau te werven. De grootste posten bij de overige personele lasten zijn de reiskosten woon-werk (500 duizend), arbo, ambulante begeleiding en bhv (230 duizend), verzekeringen (90 duizend) en consumpties en maaltijden tijdens werk (140 duizend).
7
Daarnaast zijn er veel kleinere kosten. Voor deze categorie zullen we moeten zien of de bijdrage aan de taakstelling verder kan gaan dan de som van de kleine delen. Op het gebied van HRM wordt geld vrijgemaakt voor onderzoek naar de functiewaardering LC en LD en duurzame inzetbaarheid. Voor zover mogelijk was is op de locaties ook geanticipeerd op doorstroming van docenten van LB, LC en LD. 2025
2026
2027
2028
Brutoloon Sociale premies Pensioenpremies Totale Loonkosten
28.421.488 3.513.129 4.027.143 35.961.760
27.389.893 3.347.491 3.807.335 34.544.720
26.626.924 3.217.943 3.644.373 33.489.240
26.006.898 3.119.282 3.528.453 32.654.633
Dotaties personele voorzieningen Personeel niet in loondienst Scholing Overige personele lasten Totaal overige personeelslasten Af: Uitkeringen Totaal
1.649.123 810.778 479.870 1.503.525 4.443.297 -100.000 40.305.057
1.591.251 468.350 459.800 1.456.689 3.976.090 -100.000 38.420.810
1.524.252 221.585 440.440 1.354.339 3.540.615 -100.000 36.929.856
1.474.003 213.400 425.920 1.313.826 3.427.149 -100.000 35.981.782
fte’s Onderstaand overzicht geeft een beeld van het aantal fte’s per locatie. Het bleek niet mogelijk per locatie per jaar te bepalen hoe de formatie zich ontwikkelt in het licht van de taakstelling. Een integrale toepassing van het percentage doet geen recht aan de specifieke situatie per locatie en zou een onjuist beeld geven. Daarom geven we in het volgend overzicht de formatie in 2025 per locatie en totaal, en in de volgende jaren de aanpassing op niveau OGMF volgens de taakstelling.
Sevenwolden Campus Grou KiiM Lyceum/Junior/Mavo Praktijkschool Compagnie KEI College Plein Joure Bovenschools (ISK) College van Bestuur Servicebureau Totaal
2025
2026
2027
2028
98,3 20,1 24,2 104,4 26,6 57,8 41,9 4,8 2,0 32,9 413,1
400,7
388,1
371,8
8
Investeringen en afschrijvingen In 2025 tot en met 2028 is ruim 14 miljoen euro aan investeringen opgenomen. De investeringen in 2025 zijn door de directeuren opgevoerd en hebben in deze begroting de status van een aanvraag. In 2025 wordt de aanvraag door het college van bestuur beoordeeld en toegekend. De investeringen in de jaren 2026-2028 zijn automatische vervangingen die jaarlijks in de volgende versie van de begroting worden geconcretiseerd. Zie onderstaand overzicht voor de verdeling over de categorieën. Dit is inclusief de investering in gebouwen (7,3 miljoen) en overige inventaris (1,7 miljoen) door de renovatie van het Lyceum. Deze is eind 2024 geactiveerd, maar meegenomen in het overzicht vanwege de forse impact op de afschrijvingen. De verbouwingen bestaan voor 280 duizend uit de aanschaf van Ledlampen in het kader van verduurzaming en voor 170 duizend uit de reparatie van het dak in Joure. Dit is geen onderdeel in de voorziening groot onderhoud. De audiovisuele middelen zijn ter vervanging van afgeschreven activa, met als grootste post 300 duizend in Fedde Schurer. De post computer hardware en devices bestaat voor 1 miljoen uit vervanging van devices voor personeel en leerlingen en voor 70 duizend uit vervanging van ICT-infrastructuur op de locaties.
Gebouwen (40jr) Huishoudeljike apparatuur (15jr) Overig inventaris (10jr) Verbouwingen (10jr) Terreinen Audiovisuele middelen (5jr) Kantoormeubilair (10jr) Inrichting vaklokalen (10jr) Schoolmeubilair (15jr) Computer hardware (4jr) en devices pers.(3jr) Totaal
Investering
2025
2026
2027
2028
7.381.000 42.500 2.253.900 550.000 180.000 512.500 226.750 825.850 812.000 1.319.000 14.103.500
7.381.000 20.500 1.865.900 550.000 180.000 354.500 209.750 254.850 414.000 200.000 11.430.500
0 4.000 346.000 0 0 41.000 0 467.000 204.000 86.000 1.148.000
0 0 42.000 0 0 112.000 17.000 36.000 123.000 813.000 1.143.000
0 18.000 0 0 0 5.000 0 68.000 71.000 220.000 382.000
Voor de bestaande investeringen en de begrote nieuwe en vervangingsinvesteringen ligt de jaarlijkse afschrijving tussen de 1,8 en 1,9 miljoen. Zie het volgende overzicht.
Gebouwen en terreinen Verbouwingen Kantoormeubilair 10 jr Schoolmeubilair 15 jr Inrichting vaklokalen 10 jr Overig inventaris 10 jr Huishoudeljike apparatuur (15jr) Computer hardware (4jr) en devices pers.(3jr) Audiovisuele middelen (5jr) Vervoersmiddelen Totaal
2025
2026
2027
2028
396.321 327.253 88.934 95.054 147.059 292.296 18.273 398.348 82.378 1.494 1.847.409
396.988 352.253 91.337 101.616 143.823 292.271 18.512 352.462 104.119 1.494 1.854.875
395.791 337.922 90.749 108.387 162.762 296.965 17.508 314.131 100.743 1.494 1.826.452
383.807 317.629 90.363 107.579 151.798 293.103 8.670 304.145 107.013 1.494 1.765.601
9
Huisvestingslasten De meeste huisvestingslasten zijn constant begroot in de lijn van de begroting en de werkelijke kosten in 2024. De schoonmaakkosten zijn met 85 duizend verhoogd in verband met hogere onderhoudskosten voor vloeren. Als gevolg van de investeringen in Ledverlichting in 2025 en 2026 (zie tweede alinea pagina 9) verwachten we op termijn lagere kosten voor elektriciteit. Daarvoor is in de begroting nog geen aanname gedaan.
Huur Verzekeringen Klein onderhoud en exploitatie Energie en water Schoonmaakkosten Heffingen Dotatie voorziening onderhoud gebouwen Overige Totaal
2025
2026
2027
2028
151.500 35.000 451.800 870.000 990.000 60.000 786.000 80.000 3.424.300
151.500 35.000 451.800 870.000 990.000 60.000 786.000 80.000 3.424.300
151.500 35.000 451.800 870.000 990.000 60.000 786.000 80.000 3.424.300
151.500 35.000 451.800 870.000 990.000 60.000 786.000 80.000 3.424.300
Verduurzaming Verduurzaming staat de komende jaren steeds hoger op de agenda. In 2025 wordt flink geïnvesteerd in Ledverlichting (280 duizend) bij Fedde Schurer, Junior en KEI College, en is dat bij Lyceum al gebeurd. Verder is de reguliere vervanging van cv-installaties en dergelijke al aanzienlijk zuiniger. Het plaatsen van zonnepanelen is een optie, maar wordt enigszins beperkt door de mogelijkheden van terug leveren van stroom. Groot onderhoud Om verschillende redenen is de dotatie voor de voorziening groot onderhoud (786 duizend) overgenomen uit de begrotingen 2023 en 2024. Als gevolg van de in de afgelopen jaren gefaseerde toepassing van de componentenmethode voor de bepaling van de voorziening is voor een aantal locaties de voorziening opnieuw berekend c.q. geschat. Door renovatie van Lyceum in 2024 kan de voorziening voor deze locatie pas berekend worden na een technisch onderzoek, dat in 2025 plaats vindt. En dan lopen er gesprekken met de Gemeente Heerenveen over de locaties Buitenbaan en Beugel, waarvoor in het meerjarig onderhoudsplan (MJOP) stopjaren zijn ingevoerd. Zie het volgend overzicht van de voorziening ultimo 2023. De stand ultimo 2024 wordt berekend in de jaarrekening 2024. In het MJOP zijn de geplande uitgaven voor 2025 begroot op 640 duizend. Een aantal uitgaven die waren gepland voor 2024 worden doorgeschoven.
In 2025 worden de aanvragen afzonderlijk beoordeeld.
10
Lyceum Junior Beugel
Kingweg 10 Kingweg 8 Schans 100 Schans 100 Schans 100 Grouw Buitenbaan 5 Buitenbaan 5 Buitenbaan 3 Pasteurweg 1-3 Totaal
Bouwstelloods Hoofdgebouw Sportgebouw Verzorgingslokaal Compagnie Keicollege Hoofdvestiging Tijdelijke huisvesting LO-berging
Bijgebouw
Eindstand 2023 1.579.000 987.921 128.585 699.000 0 0 58.976 2.205.578 1.924.906 40.103 18.667 1.747.068 0 0
Stopjaar 2024 Stopjaar 2024 Stopjaar 2024 Stopjaar 2032
Stopjaar 2031
Stopjaar 2025 Stopjaar 2025
Stichting Joure
1.725.012 11.116.839
Overige instellingslasten De overige instellingslasten bestaan uit een groot aantal kleinere posten en een aantal van materiële omvang. De belangrijkste in die laatste groep en mogelijk ook de post waarop de komende jaren kan worden gestuurd zijn de leermiddelen en de schoolboeken. De grote afhankelijkheid van de marktsituatie helpt daarbij niet, echter zijn er mogelijkheden in het kader van het aanbestedingsbeleid. Bij de categorie administratie en beheer zijn ICT-kosten voor licenties, abonnementen, contracten en advisering met 900 duizend de grootste post. Van materiële omvang zijn verder PR en communicatie (140 duizend), kopieerkosten en drukwerk (230 duizend) en contributies en lidmaatschappen (180 duizend).
Administratie en beheer Inventaris en apparatuur Leermiddelen en schoolboeken Schoolreizen Wervingskosten PR en leerlinginformatie Representatiekosten/bestuurskosten Overige Totaal
2025
2026
2027
2028
1.721.000 230.905 2.046.292 611.175 137.100 50.000 555.246 5.351.718
1.712.200 220.500 1.955.565 596.235 129.100 50.000 522.308 5.185.908
1.712.200 220.500 1.931.965 595.425 129.100 50.000 520.558 5.159.748
1.712.200 220.500 1.957.230 604.845 129.100 50.000 578.968 5.252.843
11
Conclusie Het vermogen van OGMF bedroeg ultimo 2023 20,3 miljoen. De uitkomst van de rekentool van de Inspectie is een bovenmatig eigen vermogen van 5,7 miljoen. Dit vraagt wel enige nuance. De tool is een universeel rekenmodel dat uitgaat van de aanschafwaarde van de gebouwen, de boekwaarde en de totale baten en van een benodigde risicobuffer. Wij hebben nog niet bepaald welke risicobuffer passend is voor OGMF. In dat verband houden we rekening met het feit dat we de komende vier jaar geconfronteerd worden met een krimp van het aantal leerlingen en bijbehorende afname van de inkomsten. In de continuïteitsparagraaf in de jaarrekening 2024 actualiseren wij de balans in meerjarig perspectief. Daarin laten we zien hoe we komen tot afbouw van eigen vermogen. Ultimo 2023 geven ook de kengetallen voor liquiditeit, solvabiliteit en weerstandsvermogen het signaal af dat past bij een vermogen dat deels bovenmatig is. In de voorliggende begroting laten we zien hoe we op een beleidsmatige wijze voldoen aan de doelstellingen voor het onderwijs en de continuïteit in brede zin.
12
Vaststelling begroting 2025-2028 door het college van bestuur
De heer M. Sprenger:
Goedkeuring begroting 2025-2028 door de raad van toezicht
Mevrouw M. Andreae:
De heer A.J. de Vries:
De heer P. Ketting:
Mevrouw L. Woldendorp:
De heer A. Wessels:
College van bestuur en raad van toezicht OGMF, 11 december 2024 te Heerenveen
13