CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording TV Wijzigen Algemene Plaatselijke Verordening (APV)

Raadsvergadering 11 juni 2026, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Wijzigen Algemene Plaatselijke Verordening (APV)1.306 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ID

Agendapunt

Onderwerp

Fractie

Vraag

Antwoord

136

Commissie Gezamenlijk 04-062026 10. Wijzigen Algemene Plaatselijke Verordening (APV) (AZ)

art. 4:9b verbod gebruik moeilijk inzamelbare materialen

VVD

In de APV zijn reeds bepalingen opgenomen over een opruimplicht (artikel 2:6) en een verbod op ballonnen (artikel 4:9a). 1. Waarom biedt dit beleid onvoldoende grondslag om handhavend op te treden? 2. Het begrip "moeilijk inzamelbare materialen" is subjectief. Een aantal wordt benoemd de rest wordt "ander feestmateriaal" genoemd. - Wie bepaald wat daaronder valt? - Hoe wordt dit gehandhaafd? 3. Het verbod geldt niet voor biologisch afbreekbaar materiaal, maar dit materiaal blijft soms wel weken in de omgeving zichtbaar. - Waarom deze uitzondering?

Zie bijlage voor beantwoording.

134

Commissie Gezamenlijk 04-062026 10. Wijzigen Algemene Plaatselijke Verordening (APV) (AZ)

art.2.30a aanwezigheid leidinggevende

VVD

1. In hoeveel gevallen is de afgelopen 3 jaar de toepassing van dit artikel gemist om goed uitvoering te geven aan toezicht en handhaving? 2. Wat gaat er mis als we dit artikel niet opnemen? 3. Is dit afgestemd met KHN en ondernemersverenigingen?

Voor de helderheid: bij bedrijven die alcohol verstrekken volgt de verplichting voor de aanwezigheid van de leidinggevende al rechtstreeks uit de Alcoholwet. Dit nieuwe artikel is van toepassing op horecabedrijven met een exploitatievergunning zonder alcoholverkoop. 1. Exacte aantallen zijn er niet, maar wel kan vanuit de uitvoeringspraktijk worden aangegeven dat de toezichthouder in de afgelopen jaren enkele situaties heeft aangetroffen waarin geen formeel aanspreekbare leidinggevende aanwezig was. Terwijl juist die leidinggevende bij de vergunningaanvraag wordt getoetst (VOG/Bibob).

2. Zonder dit artikel ontstaat een gat tussen de preventieve toets vooraf (wie mag leidinggeven) en de feitelijke situatie in de zaak (wie is er aanwezig). Daardoor kan iemand anders feitelijk de leiding hebben zonder toetsing, wat risico's geeft voor de openbare orde en ondermijning en het bemoeilijkt directe handhaving. 3. Ja, dit is afgestemd met de vertegenwoordiging van de horecabedrijven: de voorzitter van KHN, afdeling Heerenveen. 133

Commissie Gezamenlijk 04-062026 10. Wijzigen Algemene Plaatselijke Verordening (APV) (AZ)

Regulatie terrasvergunnin gen

D66

Hoe staat het met de regulatie van de terrasvergunningen? Deze vraag ziet met name op de periode na corona

Tijdens de coronaperiode is tijdelijk extra ruimte geboden aan horecaondernemers, onder andere door ruimere terrasmogelijkheden. Dit was bedoeld om ondernemers te ondersteunen in een uitzonderlijke situatie. Na corona is het tijdelijk verruimde regime beëindigd. De voorgestelde wijziging in dit artikel ziet trouwens specifiek op de mogelijkheid om ontheffing te verlenen van sluitingstijden (bijv. tijdens het WK voetbal binnenkort), niet op het meldingstelsel voor terrassen zelf.

132

Commissie Gezamenlijk 04-062026 10. Wijzigen Algemene Plaatselijke Verordening (APV) (AZ)

inleiding raadsvoorstel

VVD

1. Welke wijzigingen sluiten aan bij het landelijke VNG model en welke niet? 2.Wat is de reden om nog meer regels toe te voegen? 3. Is er een vergelijk gemaakt met andere gemeenten?

1. Een belangrijk deel van de voorgestelde wijzigingen sluit aan bij het landelijk model van de VNG. Dat geldt voor de voorgestelde wijzigingen bij de onderwerpen: heling van goederen, drugsoverlast (aansluiting op gewijzigde Opiumwet), gebiedsontzeggingen en de herstructurering van het hoofdstuk over sekswerk (deze laatste is grotendeels overgenomen uit recente landelijke modelbepalingen. Daarnaast zijn er enkele wijzigingen die voortkomen uit lokale uitvoeringspraktijk of beleidskeuzes. Het gaat dan om de verplichting tot aanwezigheid van een leidinggevende (art. 2:30a); het verbod op moeilijk inzamelbare materialen (art. 4:9b) en

de expliciete ontheffingsmogelijkheid voor sluitingstijden. Samengevat: de APV volgt waar mogelijk het VNG-model, maar bevat aanvullingen voor de lokale situatie en handhaafbaarheid. 2. De toevoeging van regels is geen doel op zich, maar vloeit voort uit de wens om de APV actueel en juridisch houdbaar te houden. En beter aan te laten sluiten bij nieuwe wetgeving, maatschappelijke ontwikkelingen en de dagelijkse uitvoeringspraktijk. In veel gevallen gaat het niet om 'meer regels', maar om regels duidelijker te maken en vast te leggen wat in de praktijk al gebeurt. En ook om beleid zo vast te leggen dat we er ook echt op kunnen handhaven. 3. Ja, bij de voorbereiding van de wijzigingen is gebruik gemaakt van het VNG-model, dat gebaseerd is op landelijke ontwikkelingen en breed wordt toegepast door gemeenten. Daarnaast kijken we ook naar ontwikkelingen/verordeningen in andere gemeenten. Maar tegelijkertijd blijft de de APV altijd een (dynamische) lokale verordening, waarbij keuzes worden gemaakt die passen bij de situatie in Heerenveen. 130

Commissie Gezamenlijk 04-062026 10. Wijzigen Algemene Plaatselijke Verordening (APV) (AZ)

art. 2:28 exploitatie openbare inrichting

VVD

Bij de aanvraag om een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt een verklaring omtrent het gedrag overlegd van de exploitant en de leidinggevende. 1. welk maatschappelijk probleem lossen we hiermee op? 2. is dit afgestemd met de KHN en ondernemersverenigingen?

1. Met de verplichting om een verklaring omtrent het gedrag (VOG) te overleggen bij een aanvraag van een exploitatievergunning willen we voorkomen dat personen met een relevant strafrechtelijk verleden (bijvoorbeeld op het gebied van geweld, drugs of ondermijnende criminaliteit) een horecabedrijf exploiteren. Daarmee beperken we risico's voor de openbare orde en veiligheid. En versterken we het vertrouwen in de horecabranche en het lokale ondernemingsklimaat. Met deze wijziging leggen we duidelijk vast wat eigenlijk al gebeurt in de praktijk. Daardoor is beter geregeld waar iedereen aan

toe is, zowel ondernemers als de gemeente. 2. Ja, dit is afgestemd met de vertegenwoordiging van de horecabedrijven: de voorzitter van KHN, afdeling Heerenveen. De verplichting om een VOG in te leveren is trouwens vooral een kleine aanvulling op de aanvraag voor een vergunning. We leggen daarmee vast wat we in de praktijk al doen bij de beoordeling. Voor ondernemers betekent dit dus geen grote nieuwe verplichting, maar het formeel vastleggen van een controle die al gebruikelijk is. 121

Commissie Gezamenlijk 04-062026 10. Wijzigen Algemene Plaatselijke Verordening (APV) (AZ)

Verplichting aanwezigheid van leidinggevende in de horeca

D66

Er komt een verplichte aanwezigheid van een leidinggevende bij horecabedrijven tijdens openingsuren, wat is hiervoor de aanleiding?

Bij bedrijven die alcohol verstrekken volgt de verplichting voor de aanwezigheid van de leidinggevende al rechtstreeks uit de Alcoholwet. Dit nieuwe artikel is van toepassing op horecabedrijven met een exploitatievergunning zonder alcoholverkoop. De aanleiding is dat de toezichthouder in de afgelopen jaren enkele situaties heeft aangetroffen waarin geen formeel aanspreekbare leidinggevende aanwezig was. Terwijl juist die leidinggevende bij de vergunningaanvraag wordt getoetst (VOG/Bibob). Zonder dit artikel ontstaat een gat tussen de preventieve toets vooraf (wie mag leidinggeven) en de feitelijke situatie in de zaak (wie is er aanwezig). Daardoor kan iemand anders feitelijk de leiding hebben zonder toetsing, wat risico's geeft voor de openbare orde en ondermijning en het bemoeilijkt directe handhaving.

118

Commissie Gezamenlijk 04-062026 10. Wijzigen Algemene Plaatselijke Verordening (APV) (AZ)

Artikel 2:30a

HL

Artikel 2:30a betreft het opnemen van een verplichting tot aanwezigheid van een leidinggevende in horecabedrijven

De definitie van 'leidinggevende' is expliciet opgenomen in artikel 2:30a. Daarin is bepaald dat een leidinggevende een natuurlijk persoon is, die als zodanig is vermeld op de exploitatievergunning en/of alcoholvergunning en die feitelijk is belast met de dagelijkse leiding en het toezicht in het horecabedrijf.

Wat is de definitie van "leidinggevende?"

Wat betekent dit voor een horecabedrijf? Heeft dit artikel (verplichte aanwezigheid van een leidinggevende) betrekking op alle horecabedrijven in de gemeente Heerenveen?

Dit artikel betekent voor horecabedrijven dat zij ervoor moeten zorgen dat tijdens openingstijden altijd ten minste één leidinggevende aanwezig is. En dat deze persoon ook daadwerkelijk aanspreekbaar is voor toezichthouders, kan ingrijpen bij incidenten of overtredingen en verantwoordelijk is voor de naleving van regels. In de praktijk betekent dit dat we vastleggen wat al normaal goed ondernemerschap is, dat je bij het plannen van personeel altijd een leidinggevende moet inplannen en dat een horecazaak niet open mag zijn zonder iemand die verantwoordelijk is. Dit geldt voor ieder bedrijf in de gemeente Heerenveen die of een alcoholwetvergunning heeft of een exploitatievergunning (zonder alcoholverkoop).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=d8c8c33f-e47f-43b0-b354-648c330878b9