9 Beheerplan
Tekst van het document
Beheerplan Sinnefjild Leeuwarderstraatweg
Figuur 1 Impressie natuurinclusief zonnepark (bron: Profinrg.nl)
Inhoud
1. Inleiding ............................................................................................................................................... 2 1.1 Doel ............................................................................................................................................... 2 1.2 Plangebied ..................................................................................................................................... 2 2. Inrichtingsmaatregelen ....................................................................................................................... 3 2.1 Waterberging................................................................................................................................. 4 3. Beheermaatregelen ............................................................................................................................. 5 3.1 Beheer terrein met zonnetafels .................................................................................................... 5 3.2 Beheer ecologische zone westkant ............................................................................................... 6 3.3 Beheer ecologische zone zuidkant ................................................................................................
7 3.4 Beheer noord- en oostkant ........................................................................................................... 7 4.
Monitoring van de natuurwaarden ................................................................................................. 7
1
1. Inleiding Het voorliggende beheerplan heeft betrekking op het realiseren van een natuurinclusief zonnepark aan de Leeuwarderstraatweg in Heerenveen. Het landschappelijke inrichtingsplan, dat mede door middel van een participatietraject tot stand is gekomen, dient als uitgangspunt voor dit beheerplan. 1.1 Doel De maatregelen die in dit plan worden omschreven hebben tot doel de natuurwaarden van het gebied te verhogen en de landschappelijke inpasbaarheid te vergroten. De natuurwaarden zijn nu beperkt vanwege het landbouwkundige gebruik. In de huidige situatie vindt er jaarlijks veel bemesting en oevervegetatie-onderhoud plaats door de grondgebruiker van het land. Hierdoor is de bodem relatief voedselrijk en zijn de omstandigheden voor wilde planten en dieren niet optimaal en is de biodiversiteit gering. 1.2 Plangebied Het plangebied bevindt zich ten noorden van de kern Heerenveen en valt onder de gemeente Heerenveen. Gelegen tussen de A32 snelweg en de Leeuwarderstraatweg bevindt zich het plangebied op de drie aaneengesloten kadastrale percelen Tjalleberd K507, K539, en K540. Het gebied heeft een oppervlakte van circa 6,5 hectare. Het terrein wordt gekenmerkt als drassige landbouwgrond en wordt omringd door sloten. Een houtsingel, die parallel loopt aan de Leeuwarderstraatweg, separeert de weg t.o.v. het plangebied.
Aan de andere zijde van het projectgebied bevindt zich het bedrijventerrein Leeuwarderstraatweg, gesitueerd langs de Hearresleat. De projectlocatie is aan de noordelijke- en oostelijke zijde omsloten door (productie)bos.
Figuur 2 Ligging plangebied. Het plangebied is rood omlijnd.
2
2. Inrichtingsmaatregelen Het planvoornemen betreft een realisatie van een zonneweide waarbij plangebied bouwrijp gemaakt dient te worden. Het heeft een natuurinclusief ontwerp waarbij rekening wordt gehouden met ecologie en de kwaliteit van het landschap. Er worden maatregelen genomen die bijdragen aan de biodiversiteit in het gebied. De landschappelijke inpassing bestaat uit de volgende ingrepen: • • • • • • •
Het toepassen van brede randsloten t.b.v. waterberging, natuurwaarden en veiligheid. Aanleg van een ecologische zone langs de Leeuwarderstraatweg. Aanleg van natuurvriendelijke oevers. Aanleg van een wandelpad en een ecologische zone langs de zuidrand van het plangebied. Rechthoekige opstelling van de panelen, passend bij de verkavelingsstructuur. Ruime zuidgeoriënteerde opstelling van de zonnepanelen met daartussen en daaronder ruimte voor groen. Er worden, met uitzondering van een toegangshek, geen hekken toegepast.
Enkele (bestaande en nieuwe) sloten rondom het plangebied worden verbreed tot minimaal 5 meter. Aanvullend op de brede sloten wordt het zonnepark ingepast met een natte ecologische zone langs de Leeuwarderstraatweg.1 De hellingen van de oevers in de natte ecologische zone zullen variëren zodat kansen worden geboden voor diverse soorten beplantingen. Deze overgangszone zal een vrij ruig karakter krijgen met struweel en vrij ruige vegetatie. Geleidelijke overgangen van nat naar droog geeft de meeste kans op diverse soorten boven en onder het wateroppervlak. Dit betekent een meerwaarde voor de rijkdom in flora en fauna. Op zeer flauwe oevers en in plasdraszones zal veel rietvorming mogelijk zijn. Op plekken met steilere oevers wordt ruimte geboden voor inheemse struiken en bomen (o.a. grauwe wilg, els, krent, lijsterbes, vuilboom en vogelkers). Op deze manier ontstaat en gevarieerd beeld en een gevarieerd leefgebied. Ter hoogte van de woonarken worden ook groenblijvende struiken (hulst, wilde liguster) toegepast om het directe zicht op de zonnepanelen te verminderen en te verzachten. Aan de zuidkant van het plangebied wordt een brede ecologische zone aangelegd. De zone zal een vrij open karakter krijgen met hier en daar laag struweel. Langs de zuidrand van het plangebied, in de zuidelijke ecologische zone, wordt een wandelverbinding aangelegd met het bos van Staatsbosbeheer.
De wandelstrook wordt van de zonneweide gescheiden met een brede sloot met natuurvriendelijke oevers en heeft hierdoor het karakter van een dijkje tussen water. Dieren zijn welkom op het zonnepark. Door faunapassages en het niet plaatsen van hekwerk wordt de barrièrewerking van het zonnepark voorkomen. Het maaiveld wordt ingezaaid met gevarieerd bloemen- en kruidenrijk grasmengsel zodat veel soorten vegetatie in het gebied worden geïntroduceerd. Dit betekent een verrijking van het gebied, omdat in de huidige situatie alleen sprake is een eenzijdig grasland.
1
Zie voor meer informatie: BügelHajema, ruimtelijke motivering BOPA Realisatie Sinnefjild Leeuwarderstraatweg, par. 2.3, bijlage 1 (Landschappelijk inrichtingsplan) en bijlage 2 (Dwarsprofielen). 3
De biodiversiteit kan eventueel verder worden behouden en versterkt door de zonneweide in te richten met bijvoorbeeld beschutte plekken en microbiotopen, takkenrillen, wortelkluiten, bijenhotel en reptielenhopen.
Figuur 3 Bloemen- en kruidenrijk grasmengsel tussen de zonnepanelen.
2.1 Waterberging De sloot midden in het gebied wordt gedempt. Langs de randen wordt voorzien in een forse hoeveelheid nieuwe wateroppervlakte. Per saldo neemt het oppervlak aan water toe. Daarnaast wordt in het plan voorzien in ruimte voor extra waterberging gedurende de exploitatieperiode van het zonnepark. Om dit mogelijk te maken wordt een aarden wal rondom het plangebied gemaakt. De bovenkant van deze grondwal komt 20 tot 30 centimeter hoger te liggen dan het maaiveld waarop de zonnepanelen staan. Dit valt dus bijna niet op. Maar hierdoor kan wel veel water worden vastgehouden bij stevige regenbuien. De lage grondwal wordt gecombineerd met het onderhoudspad. In de huidige tijd met steeds heftiger wordende buien, is de extra waterbuffer een toekomstgerichte bijdrage van het zonnepark aan de omgeving. De toepassing van waterberging zal bovendien een ecologische meerwaarde hebben, fluctuatie in waterpeil is een natuurlijk proces en bevorderlijk voor bepaalde soorten.2
2
Zie voor meer informatie: BügelHajema, ruimtelijke motivering BOPA Realisatie Sinnefjild Leeuwarderstraatweg, par. 2.3, bijlage 1 (Landschappelijk inrichtingsplan) en bijlage 2 (Dwarsprofielen). 4
Figuur 4 Impressie waterberging (bron: nederlandopgewekt.nl)
3. Beheermaatregelen Het beheer van het soortenrijke grasland zal op een natuurvriendelijke manier plaatsvinden. Dit betekent een verandering van agrarisch beheer met bemesting en onkruidbestrijding naar natuurvriendelijk verschralingsbeheer. In de onderstaande paragrafen worden de uitgangspunten voor het beheer per deelgebied toegelicht. 3.1 Beheer terrein met zonnetafels De oppervlakte van het deelgebied met zonnetafels en de groene tussenruimtes is ongeveer 5 hectare groot. Het is de bedoeling om hier een bloem- en kruidenrijk grasland te ontwikkelen, dat vele insectensoorten aantrekt, die op hun beurt als voedselbron voor vele soorten vogels dienen. Vanwege het landbouwkundig gebruik en de daarmee samenhangende bemesting is de voedselrijkdom relatief hoog. Om de bodem te verschralen en daarmee de kruidenrijkdom te bevorderen kan jaarlijks worden gemaaid, waarbij het maaisel wordt afgevoerd en/of kan extensief begrazingsbeheer met schapen plaatsvinden. Deze laatste beheervorm heeft de voorkeur omdat hierdoor meer structuur in de vegetatie ontstaat c.q. gehandhaafd blijft dan bij een maaibeheer. Bovendien is een begrazingsbeheer goedkoper dan maaien en afvoeren van het maaisel. Het is van belang om de begrazing in te zetten na de bloei en zaadzetting, zodat er voldoende bloeiende planten zijn die als voedselbron dienen voor insecten.
Door het terrein op te delen in een aantal compartimenten, die met tijdelijke flexnetten worden afgezet, en over deze delen de begrazing te laten rouleren (drukbegrazing) kan eventuele verruiging van o.a. akkerdistel, brandnetel, braam en wilgenopslag gericht worden aangepakt.
5
Figuur 5 Impressie van schapen die periodiek in het plangebied grazen.
3.2 Beheer ecologische zone westkant Deze zone kenmerkt zich door de geleidelijke overgang van nat naar droog. Het is de bedoeling dat deze zone een vrij ruige begroeiing krijgt die niet al te hoog wordt. Dit zal spontaan ontstaan door vestiging van oevervegetatie in het natte deel tot opslag van struweel op de hogere delen. Het beheer zal terughoudend van aard zijn. Hooguit het tegengaan van invasieve soorten en het voorkomen van te hoge bomen en/of struweel. De zone ter hoogte van de woonarken zal intensiever worden ingeplant met struiken. De struiken worden vervangen als deze niet aanslaan (inboet). Dat zal vooral in de eerste twee jaren na aanplant het geval zijn. Later worden deze struiken, indien nodig, zodanig gesnoeid, dat de functie van de struiken behouden blijft; namelijk het verminderen en verzachten van het zicht op de zonneweide.
Figuur 6 Impressie zonneweide vanaf de overzijde van de Leeuwarderstraatweg, met struikgewas in de ecologische zone aan de westkant.
6
3.3 Beheer ecologische zone zuidkant Deze zone krijgt een vrij open karakter met hier en daar wat inheemse struiken en verder een redelijk ruige vegetatie. Het beheer zal ook hier terughoudend zijn, zodat een natuurlijke vegetatie ontstaat. Hooguit zullen invasieve exoten worden bestreden. Verder zal het beheer zich richten op het begaanbaar houden van het wandelpad. 3.4 Beheer noord- en oostkant Deze randen bestaan uit een sloot met daarnaast een lage grondwal ten behoeve van waterberging. Als het voor de waterafvoer noodzakelijk is, zal de sloot worden gehekkeld. Het eventueel maaien van de grondwal beperkt zich tot het toegankelijk houden voor machinaal onderhoud van de sloot. Dit ter voorkoming van spontane opslag van struweel en dergelijke. 4. Monitoring van de natuurwaarden Door het uitvoeren van monitoring wordt antwoord gegeven op de vraag of de inzet van het beheer tot de gewenste resultaten leidt. Monitoring houdt in dat met regelmaat, bijvoorbeeld elke drie tot zes jaar, een inventarisatie wordt gedaan naar de aanwezige flora en fauna. Door terug te koppelen aan het streefbeeld, kan worden bepaald of het streefbeeld is bereikt of met de gekozen beheerwijze in de toekomst wordt behaald.
Eventueel kan het beheer worden bijgesteld; eenmalig door bijvoorbeeld ongewenste soorten te verwijderen zodat andere, gewenste soorten meer ruimte krijgen, of worden geoptimaliseerd zodat de vegetatie zich verder kan ontwikkelen. Hoe meer informatie wordt verkregen, des te beter de ontwikkeling en het beheer van de vegetatie kan worden geëvalueerd en kan worden bijgesteld om de juiste keuzes te kunnen maken en gesignaleerde effecten en ontwikkelingen te kunnen verklaren en onderbouwen. De ecologische nulmeting is uitgevoerd in het kader van de uitvoerbaarheid van dit plan. 3 Geadviseerd wordt om na het eerste exploitatiejaar van de zonneweide een monitoring uit te voeren en daarna om de drie tot vijf jaar en daarbij met name te kijken naar: •
Structuurelementen - bepaling bedekking
•
Planten - inventarisatie kwalificerende soorten
•
Dagvlinders - inventarisatie kwalificerende soorten
•
Vogels - inventarisatie kwalificerende soorten
•
Ruimtelijke condities - GIS-analyse en veldwaarneming
Datum: 24-07-2024
3 De resultaten hiervan zijn beschreven in: BügelHajema, ruimtelijke motivering BOPA Realisatie Sinnefjild
Leeuwarderstraatweg, par. 4.3 & Successie Natuurzaken (2024), Ecologische beoordeling aangaande Sinnefjild aan de Leeuwarderstraatweg te Heerenveen.
7