CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

7. QuickScan ecologie

Raadsvergadering 2 december 2021, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen herbouwen schuur Imke Klaverpad 2 Bontebok5.361 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bontebok, Imke Klaverpad 2 QuickScan

JM ecologie b.v., 2021

QuickScan Bontebok, Imke Klaverpad 2 Ecologische beoordeling in het kader van de Wet Natuurbescherming Rapportnummer R21.083 Status 2.0 (definitief) Datum 20-07-2021 Opdrachtgever Bouwkundig bureau De Vries Hoofdweg 249 8475 CA Nijeholtpade Auteur Jessica Hovius Controle John Melis Voorpagina Overzicht plangebied Te citeren als Hovius, J., 2021. QuickScan Bontebok, Imke Klaverpad 2; Ecologische beoordeling in het kader van de Wet Natuurbescherming. Rapport R21.083 JM ecologie b.v., Gorredijk.

JM ecologie b.v. Wetterwille 9 8401 GB Gorredijk

Copyright © 2021 JM ecologie b.v.

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

Inhoud 1

Inleiding .............................................................................................................................................................. 2 1.1 Aanleiding.................................................................................................................................................... 2 1.2 Globale ligging ............................................................................................................................................. 2 1.3 Structuur natuurwetgeving in Nederland...................................................................................................... 3 1.4 Scope van de QuickScan ............................................................................................................................... 4 1.5 Werkwijze.................................................................................................................................................... 5

2

Beschrijving locatie en ingreep............................................................................................................................ 6 2.1 Locatie ......................................................................................................................................................... 6 2.2 Ingreep ........................................................................................................................................................ 7

3

Resultaten veldbezoek en bureaustudie ............................................................................................................. 9 3.1 Vogels.......................................................................................................................................................... 9 3.2 Vleermuizen................................................................................................................................................10 3.3 Overige zoogdieren .....................................................................................................................................11 3.4 Vlinders ......................................................................................................................................................12 3.5 Libellen .......................................................................................................................................................12 3.6 Reptielen ....................................................................................................................................................12 3.7 Amfibieën ...................................................................................................................................................13 3.8 Overige fauna

.............................................................................................................................................13 3.9 Vaatplanten ................................................................................................................................................13

4

Effecten en gevolgen ..........................................................................................................................................14 4.1 Overzicht beschermde soorten....................................................................................................................14 4.2 Effecten op de in het plangebied (mogelijk) aanwezige flora en fauna .........................................................14

5

Mitigerende maatregelen ..................................................................................................................................15 5.1 Algemene broedvogels; mitigatie ................................................................................................................15

6

Conclusie............................................................................................................................................................16

Geraadpleegde bronnen ............................................................................................................................................17

Bouwkundig bureau De Vries QuickScan Bontebok, Imke Klaverpad 2

1

Inleiding

1.1

Aanleiding In opdracht van Bouwkundig bureau De Vries heeft ecologisch adviesbureau JM ecologie b.v. een QuickScan uitgevoerd in Bontebok, gemeente Heerenveen, provincie Friesland. De opdrachtgever is voornemens een schuur te slopen en hiervoor in de plaats een nieuwe schuur te realiseren.

1.2

Globale ligging Het plangebied is gelegen ten zuiden van het dorp Bontebok. Bontebok ligt ten oosten van Heerenveen en ten zuidwesten van Gorredijk. De omgeving bestaat uit agrarische percelen, boerderijen, woonhuizen, sloten, bossen en houtwallen. De globale ligging van het plangebied is weergegeven in afbeelding 1.1.

Afbeelding 1.1. Globale ligging van het plangebied (rode stip) (Bron achtergrond: Esri).

Datum: 20 juli 2021 rapport: R21.083, versie 2.0

blad 2 van 17

Bouwkundig bureau De Vries QuickScan Bontebok, Imke Klaverpad 2

1.3

Structuur natuurwetgeving in Nederland De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, de bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wet natuurbescherming, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Dit betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving. Na de decentralisatie (2017) zijn enkele provincies andere namen gaan voeren voor de NNN. Decentralisatie Het bevoegd gezag is gedecentraliseerd naar de provincies. Het Rijk behoud echter het bevoegd gezag en de verantwoordelijkheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen voor handelingen en projecten in gebruik, beheer of aanleg door het rijk, zoals bijvoorbeeld hoofdwegen, spoorwegen, hoofdvaarwegen, waterkeringen, militaire terreinen, gastransportnet, hoogspanningsleidingen, delfstoffen, kustlijn, bepaalde visserij en bijvoorbeeld activiteiten Koninklijk Huis. Soortbescherming In de Wet natuurbescherming is soortbescherming opgedeeld in categorieën.

Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming. Het gaat om de volgende categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal aangewezen vogelsoorten, indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt. In aanvulling op de Vogelrichtlijn, geldt er voor een aantal vogelsoorten die jaarlijks naar hetzelfde nest terugkeren een jaarrond bescherming van de nesten. De meeste provincies en het Rijk hanteren de “Lijst met jaarrond beschermde nesten 2012”.

Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 tot en met 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Voor deze laatste categorie geldt alleen een jaarrond beschermde status indien ecologisch zwaarwegende omstandigheden dat rechtvaardigen. In de provincies Overijssel, Flevoland en Limburg geldt een aangepaste lijst jaarrond beschermde nesten, waarin een andere categorisering is aangebracht. Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden.

Datum: 20 juli 2021 rapport: R21.083, versie 2.0

blad 3 van 17

Bouwkundig bureau De Vries QuickScan Bontebok, Imke Klaverpad 2

Daarnaast geldt er een verbod om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Daarbij dient opgemerkt te worden dat een aantal vogelsoorten ook vallen onder artikel 3.5 en daarom niet verstoord mogen worden. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wet natuurbescherming. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren en opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend.

De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn. Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Indien bij het project-voornemen een of enkele gestelde verboden in artikel 3.1, 3,5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaats vindt. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie.

1.4

Scope van de QuickScan Deze QuickScan is opgesteld om de ecologische waarden van het plangebied te bepalen, en de, ten gevolge van de geplande bestemmingswijziging, eventuele strijdigheden met de Wet natuurbescherming (Wnb) in kaart te brengen, waaruit een advies zal volgen over hoe te handelen volgens deze wet. Er wordt in deze QuickScan niet ingegaan op raakvlakken met de gebiedsbescherming (Natura 2000, Natuurnetwerk Nederland en overige provinciaal beschermde gebieden) en bescherming Houtopstanden. Een initiatiefnemer is, vanuit de natuurwetgeving, bij ruimtelijke ingrepen (maar ook maatregelen en activiteiten) verplicht op de hoogte te zijn van mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het plangebied, zodat hiermee rekening kan worden gehouden. De consequenties van de beoogde ruimtelijke ingreep zijn getoetst aan de bepalingen van de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb). De natuur is onvoorspelbaar. Het veldbezoek beschrijft een momentopname. Indien de periode tussen veldbezoek en de invoer van de geplande verandering in het bestemmingsbesluit meerdere jaren wordt, dient overwogen te worden een herhaald veldbezoek te laten uitvoeren, hetgeen mogelijk tot gevolg heeft dat de QuickScan wordt herzien.

Datum: 20 juli 2021 rapport: R21.083, versie 2.0

blad 4 van 17

Bouwkundig bureau De Vries QuickScan Bontebok, Imke Klaverpad 2

1.5

Werkwijze Bureaustudie Voorafgaand aan het veldbezoek wordt de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten onderzocht door het raadplegen van online- en fysieke atlassen en databases, zoals bijvoorbeeld de NDFF. Het doel van de bureaustudie is het inschatten van de ligging van het projectgebied, de aanwezige habitattypes en de bekende beschermde soorten, alsmede het verkrijgen van inzicht in de kans dat beschermde soorten in een projectgebied aanwezig kunnen zijn. Veldbezoek Het veldbezoek is afgelegd door ecologen Jessica Hovius en Christopher Jans van JM ecologie b.v. op 11 mei 2021. Het bezoek is uitgevoerd van 14:00 tot 15:00 uur, bij 16⁰C en 1 Bft, op een half bewolkte en droge dag. Het doel van het veldbezoek is het inschatten van de aanwezige habitattypes en het verkrijgen van inzicht in het plangebied. Maatregel(en) en effecten De derde stap is de beschrijving van de geplande maatregel en de omstandigheden (planning, methode) waarin deze uitgevoerd gaat worden. Tezamen met het veldbezoek en de bureaustudie kunnen hieruit eventuele strijdigheden van de plannen met de betreffende natuurwetgeving opgespoord worden, en kunnen eventuele kennishiaten benoemd worden.

Hieraan worden conclusies verbonden en hieruit zal duidelijkheid ontstaan over de eventuele noodzaak tot het nemen van vervolgstappen, met als doel de wijziging conform de huidige Wet natuurbescherming te laten plaatvinden.

Datum: 20 juli 2021 rapport: R21.083, versie 2.0

blad 5 van 17

Bouwkundig bureau De Vries QuickScan Bontebok, Imke Klaverpad 2

2

Beschrijving locatie en ingreep

2.1

Locatie Het plangebied is gelegen ten zuiden van het dorp Bontebok in de gemeente Heerenveen, provincie Friesland. Het plangebied wordt omsloten door bosschages en een watergang. In de nabije omgeving zijn enkele vergelijkbare woningen aanwezig. De brede omgeving bestaat uit agrarische percelen, woonhuizen, boerderijen, watergangen, houtwallen en bosschages. Het plangebied zelf betreft een oude schuur met paardenstallen. Op het dak liggen golfplaten. Aan de binnenzijde van de schuur is te zien dat de schuur aan vervanging toe is. De zolderverdieping is niet meer toegankelijk doordat de vloer verrot is. Langs de noordzijde van de schuur ligt een paardenbak. De schuur is vanuit het woonhuis toegankelijk via een aangebouwd tussenstuk. Ten oosten en zuiden van de schuur is een weiland gelegen met daarin een schuilstal voor paarden. Langs de oost-, zuid- en westzijde van het plangebied loopt een watergang.

Afbeelding 2.1. Begrenzing van het plangebied (rood kader) (Bron achtergrond: Esri).

Datum: 20 juli 2021 rapport: R21.083, versie 2.0

blad 6 van 17

Bouwkundig bureau De Vries QuickScan Bontebok, Imke Klaverpad 2

2.2

Afbeelding 2.2. Te slopen schuur gezien vanaf zuiden.

Afbeelding 2.3. Binnenzijde schuur.

Afbeelding 2.4. Verbindingsstuk tussen huis en schuur.

Afbeelding 2.5. Te slopen schuur vanaf noorden.

Afbeelding 2.6. Binnenzijde schuur.

Afbeelding 2.7. Watergang zuidzijde plangebied.

Ingreep De huidige schuur met paardenstallen zal gesloopt worden. Hiervoor in de plaats zal op exact dezelfde locatie een nieuwe schuur met paardenstallen gerealiseerd worden. Ten behoeve van de werkzaamheden worden er geen bomen verwijderd of watergangen aangetast. Wel is het nodig om een fundering aan te leggen omdat deze bij de huidige schuur ontbreekt. De opdrachtgever is voornemens zo snel mogelijk te starten met de werkzaamheden.

Datum: 20 juli 2021 rapport: R21.083, versie 2.0

blad 7 van 17

Bouwkundig bureau De Vries QuickScan Bontebok, Imke Klaverpad 2

Afbeelding 2.8. Huidige situatie (Bron: Bouwkundig bureau De Vries).

Afbeelding 2.9. Nieuwe situatie (Bron: Bouwkundig bureau De Vries).

Datum: 20 juli 2021 rapport: R21.083, versie 2.0

blad 8 van 17

Bouwkundig bureau De Vries QuickScan Bontebok, Imke Klaverpad 2

3

Resultaten veldbezoek en bureaustudie Waargenomen soorten en verwachte soorten (op basis van de aanwezige habitat en de bekende verspreiding) worden samengenomen en hun gebruik van het plangebied wordt beschreven. Hierbij ligt de nadruk op beschermde soorten, maar er zullen ook algemene en lichter beschermde soorten betrokken worden indien waargenomen of van belang voor de ingreep.

3.1

Vogels Alle broedgevallen van vogels zijn beschermd. Van 16 vogelsoorten zijn ook de nesten, vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd. Dit zijn soorten die vallen in de categorie 1 t/m 4 van de aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten (2012). Deze soorten zijn: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw. Daarnaast zijn van 34 vogelsoorten de nesten jaarrond beschermd als hier een zwaarwegende ecologische reden voor is. Dit zijn soorten die vallen in de categorie 5 van de aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten (2012). Deze soorten zijn: blauwe reiger, boerenzwaluw, bonte vliegenvanger, boomklever, boomkruiper, bosuil, brilduiker, draaihals, eidereend, ekster, gekraagde roodstaart, glanskop, grauwe vliegenvanger, groene specht, grote bonte specht, hop, huiszwaluw, ijsvogel, kleine bonte specht, kleine vliegenvanger, koolmees, kortsnavelboomkruiper, oeverzwaluw, pimpelmees, raaf, ruigpootuil, spreeuw, tapuit, torenvalk, zeearend, zwarte kraai, zwarte mees, zwarte roodstaart en zwarte specht. Indien sprake is van een ecologisch zwaar wegende reden voor één of meerdere van deze soorten, dan worden deze hieronder behandeld onder ‘Jaarrond beschermd’.

Zo niet, dan worden deze soorten net als overige broedvogels behandeld onder ‘Algemene broedvogels’. Jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek is gezocht naar jaarrond beschermde nesten in en binnen de verstoringszone van het plangebied. In de te slopen schuur is één oud nest van de boerenzwaluw aangetroffen. Tijdens het veldbezoek zijn geen boerenzwaluwen waargenomen. Nesten van boerenzwaluwen vallen onder categorie 5 van jaarrond beschermde nesten. Deze nesten zijn alleen jaarrond beschermd indien er sprake is van ecologische zwaarwegende redenen. Doordat er meerdere geschikte nestgelegenheden aanwezig zijn in de omgeving van het plangebied in de vorm van boerderijen, en doordat het om één nest gaat, wordt dit nest niet als jaarrond beschermd nest beschouwd en valt daarom onder het beschermingsregime voor algemene broedvogels. In een straal van 75 meter zijn geen jaarrond beschermde nesten of geschikte holten waargenomen in bomen. Ook is het plangebied niet geschikt als mogelijke broedlocatie voor de huismus of de gierzwaluw doordat het plangebied te geïsoleerd gelegen is voor deze soorten. Tijdens het veldbezoek is uitvoerig gezocht naar sporen van de kerkuil in de vorm van krijtstrepen en braakballen, deze zijn niet aangetroffen waardoor de aanwezigheid van de kerkuil ook uitgesloten kan worden.

Algemene broedvogels Er is binnen het plangebied geschikt habitat aanwezig voor diverse soorten algemene broedvogels. In de bomen en struiken kunnen soorten als houtduif, merel en vink tot broeden komen. Langs de watergangen kunnen diverse watervogels als de wilde eend en meerkoet tot broeden komen en in het grasveld kunnen diverse grondbroeders als de scholekster tot broeden komen. In de schuur is één oud nest van de boerenzwaluw waargenomen (afbeelding 3.1).

Datum: 20 juli 2021 rapport: R21.083, versie 2.0

blad 9 van 17

Bouwkundig bureau De Vries QuickScan Bontebok, Imke Klaverpad 2

Afbeelding 3.1. Oud boerenzwaluwnest.

Consequenties van de ingreep op algemene broedvogels staan beschreven in paragraaf 4.2.

3.2

Vleermuizen Alle vleermuizen zijn zwaar beschermd (alle in Nederland voorkomende soorten staan vermeld in de Habitatrichtlijn). Vleermuizen kunnen een plangebied gebruiken als verblijfplaats, vaste vliegroute en/of foerageergebied. Verblijfplaatsen kunnen uitgesplitst worden in vier categorieën, te weten kraam-, zomer-, paar- en winterverblijven. Vleermuizen maken op verschillende manieren en in verschillende seizoenen gebruik van deze verblijfplaatsen. De eisen die vleermuizen stellen aan hun verblijfplaatsen zijn afhankelijk van de vleermuissoort en het gebruik van de verblijfplaats. Kraamverblijven worden in het voorjaar en de vroege zomer gebruikt door grote groepen drachtige vrouwtjes om hun jongen te baren en groot te brengen. Tegelijkertijd bevinden kleinere groepen mannetjes zich in de zomerverblijfplaatsen. Later in de zomer en in het najaar verplaatsen de mannetjes zich naar de paarverblijven, waaromheen ze een territorium bezetten en verdedigen tegen andere mannetjes. Binnen het territorium proberen de mannetjes langskomende vrouwtjes te lokken naar de paarverblijven, waar vervolgens de paring plaatsvindt. Het paarseizoen eindigt in de herfst, waarna de vleermuizen de winterverblijven opzoeken om te overwinteren. Sommige soorten migreren hiervoor over behoorlijke afstanden.

Vleermuizen gebruiken vliegroutes voor dagelijkse verplaatsingen tussen verblijfplaats en foerageergebieden en in het geval van migrerende soorten, voor de jaarlijkse trek van en naar de winterverblijven. Meestal maken vleermuizen langdurig gebruik van vaste routes die ze onthouden. Daarbij worden lijnvormige elementen zoals bomenrijen, dijken en watergangen gebruikt als vliegrouteondersteuning. Het onderbreken of verwijderen van deze elementen bij een (potentiële) vliegroute kan een negatief effect hebben op de mogelijkheid van vleermuizen om hun doel te bereiken. Ten slotte kunnen vleermuizen een plangebied gebruiken als foerageergebied. De vleermuizen komen via vaste routes naar het foerageergebied om daar in de buurt van bomen en water te jagen op vliegende insecten. Net zoals vaste vliegroutes die veelvuldig gebruikt worden, maken vleermuizen ook gebruik van vaste foerageergebieden. Het ongeschikt maken van een foerageergebied door bijvoorbeeld het kappen of verlichten van bomen of het dempen van waterpartijen, kan tot gevolg hebben dat vleermuizen geen toegang meer hebben tot voldoende voedsel. Verblijven De schuur is ongeschikt als verblijfplaats voor gebouwbewonende soorten doordat er geen spouwmuur aanwezig is en doordat er golfplaten op het dak liggen. Tevens zijn er zijn geen geschikte holten in bomen aangetroffen voor boombewonende vleermuissoorten.

Datum: 20 juli 2021 rapport: R21.083, versie 2.0

blad 10 van 17

Bouwkundig bureau De Vries QuickScan Bontebok, Imke Klaverpad 2

Vliegroutes In en rond het plangebied zijn diverse lijnvormige elementen die dienst kunnen doen als vliegrouteondersteuning voor vleermuizen. Zo kunnen de randen van de bosschages en houtwallen dienen als vliegroutes voor vleermuizen. Echter zijn er in de omgeving voldoende en minsten even geschikte lijnvormige elementen waardoor deze potentiële vliegroutes niet als essentieel worden aangemerkt. Foerageergebied De omgeving van het plangebied is geschikt als foerageergebied voor diverse soorten vleermuizen. Aangezien er in de omgeving van het plangebied genoeg minstens even geschikt foerageergebied aanwezig is, wordt het plangebied niet als essentieel foerageergebied beschouwd.

3.3

Overige zoogdieren Uit de bureaustudie blijkt dat er in een straal van 2,5 kilometer rond het plangebied verschillende waarnemingen bekend zijn van beschermde zoogdieren. Het gaat hier om de boommarter, damhert, das, eekhoorn en otter. Geschikt leefgebied voor de otter ontbreekt, door het gebrek aan geschikte watergangen. Boommarter De boommarter is een soort van een bosrijke omgeving. Verblijfplaatsen van de soort bevinden zich vaak in oude spechten- en inrottingsholten van bomen. De boommarter kan echter ook verblijfplaatsen hebben onder takkenhopen. Rustplaatsen bevinden zich ook op andere plekken, zoals in konijnen- en vossenholen en tussen boomwortels (Zoogdiervereniging, z.d.). In het plangebied zijn geen mogelijke rust- of verblijfplaatsen van de boommarter aangetroffen. Tijdens het veldbezoek is ook uitvoerig gezocht naar sporen van de boommarter, deze zijn niet aangetroffen. De aanwezigheid van de boommarter in en binnen de verstoringszone van het plangebied kan hiermee uitgesloten worden. Damhert Het damhert leeft bij voorkeur in loofbossen en gemengde bossen met een dichte ondergroei en voldoende grassen, maar ook in naaldbossen en randzones bij gras- en akkerlanden. Het damhert maakt geen gebruik van vaste verblijfplaatsen (Zoogdiervereniging z.d.).

Het plangebied vormt mogelijk een foerageergebied voor het damhert, echter is er in de omgeving voldoende en minsten even geschikt foerageerdgebied aanwezig waardoor essentieel leefgebied voor het damhert uitgesloten is. Das De das leeft bij voorkeur in kleinschalige landschappen met een afwisseling tussen open akkers en weides en voldoende dekking in de vorm van bosschages, houtwallen en heggen. Daarnaast kunnen meer natuurlijke terreinen zoals heidegebieden en rivierdalen functioneren als habitat voor de das. Belangrijk is daarbij dat er een goed vergraafbare bodem aanwezig is met een grondwaterstand van ten minste 1,5 meter onder het maaiveld. Dassen leven in familieverband in zogenaamde burchten, een stelsel van holen en gangen. Burchten bevinden zich op beschutte plaatsen zoals bosranden en houtwallen en houden niet van verstoring (Zoogdiervereniging, z.d.). De bosschages rondom het plangebied zijn geschikt als leefgebied voor de das. Op circa 1,5 kilometer ten zuiden van het plangebied zijn meerdere waarnemingen bekend van de das (NDFF, z.d.). Mogelijk is op die locatie een burcht aanwezig. In en binnen de verstoringszone van het plangebied is tijdens het veldbezoek gezocht naar mogelijke verblijfplaatsen van de das, deze zijn niet aangetroffen. Mogelijk wordt de directe omgeving van het plangebied gebruikt als foerageergebied door de das.

Echter is er voldoende en minstens even geschikt foerageergebied aanwezig. Door deze redenen is essentieel leefgebied van de das, in en binnen de verstoringszone, uitgesloten.

Datum: 20 juli 2021 rapport: R21.083, versie 2.0

blad 11 van 17

Bouwkundig bureau De Vries QuickScan Bontebok, Imke Klaverpad 2

Eekhoorn Eekhoorns leven met name in bossen, maar ook in parken, tuinen en houtwallen in de buurt van bossen. De voorkeur gaat uit naar ouder bos met naaldbomen ouder dan 20 jaar en loofbomen ouder dan 40 tot 80 jaar. De eekhoorn maakt nesten in bomen als verblijfplaats maar soms worden ook boomholten gebruikt (Zoogdiervereniging, z.d.). Er zijn in en binnen de verstoringszone van het projectgebied geen nesten van de eekhoorn aangetroffen. Ook zijn er geen geschikte boomholten aanwezig. Een deel van het plangebied kan echter wel gebruikt worden als foerageergebied door de eekhoorn. Vanwege de kleine omvang hiervan en de aanwezigheid van voldoende even geschikt foerageergebied in de omgeving, is er echter geen sprake van een essentieel foerageergebied.

3.4

Vlinders Uit de bureaustudie blijkt dat er één beschermde vlindersoort in een straal van 2,5 kilometer rond het plangebied voorkomt. Het gaat hier om twee waarnemingen van de grote vos. Grote vos De grote vos leeft in vochtige, open bossen, bij bosranden, boomgaarden en locaties met grote vrijstaande bomen. De boomsoorten die de grote vos prefereert zijn de iep, zoete kers en sommige wilgensoorten (Vlinderstichting z.d.). De bosschages rondom het plangebied vormen mogenlijk geschikt habitat voor de grote vos. Echter zijn in het plangebied geen boomsoorten aanwezig die de grote vos prefereert. Hierdoor kan essentieel leefgebied van de grote vos uitgesloten worden.

3.5

Libellen Uit de bureaustudie blijkt dat er drie beschermde libellensoort in een straal van 2,5 kilometer rond het plangebied voorkomen. Het gaat hier om waarnemingen van de gevlekte witsnuitlibel, groene glazenmaker en de noordse winterjuffer. Gevlekte witsnuitlibel De gevlekte witsnuitlibel leeft in laagveenmoerassen en vegetatierijke vennen en duinplassen (Vlinderstichting, z.d.). Er zijn twee waarnemingen bekend van de gevlekte witsnuitlibel op circa 1,4 kilometer afstand van het plangebied (NDFF, z.d.). In en binnen de verstoringszone ontbreekt geschikt leefgebied doordat er geen geschikte waterpartijen aanwezig zijn. Essentieel leefgebied van de gevlekte witsnuitlibel in en binnen de verstoringszone van het plangebied uitgesloten worden. Groene glazenmaker De groene glazenmaker heeft als eis aan de leefomgeving dat er krabbenscheervelden aanwezig zijn (Vlinderstichting, z.d.). In het plangebied is geen krabbenscheer waargenomen. Hierdoor kan de aanwezigheid van de groene glazenmaker uitgesloten worden. Noordse winterjuffer Op een afstand van circa één kilometer van het plangebied zijn waarnemingen gedaan van de noordse winterjuffer (NDFF, z.d.). Deze soort heeft stilstaande wateren als eis aan het habitat (Vlinderstichting, z.d.). In het plangebied zijn geen stilstaand wateren aanwezig.

De aanwezigheid van de noordse winterjuffer in het plangebied kan daarmee worden uitgesloten.

3.6

Reptielen Uit de bureaustudie blijkt dat er in een straal van 2,5 kilometer rond het plangebied, waarnemingen bekend zijn van drie beschermde reptielensoorten; de adder, levendbarende hagedis en de ringslang. Adder Adders komen in Nederland voor op de hogere zandgronden. In de winter worden konijnenholen of holten tussen wortels van bomen gebruikt als winterverblijfplaats. Meestal zijn deze verblijfplaatsen

Datum: 20 juli 2021 rapport: R21.083, versie 2.0

blad 12 van 17

Bouwkundig bureau De Vries QuickScan Bontebok, Imke Klaverpad 2

gelegen op zuidhellingen die begroeid zijn met dichte, ondoordringbare vegetatie zoals bramenstruiken. Dit is gunstig in het voorjaar, omdat de adder dan op een veilige beschutte plek kunnen opwarmen in de zon. In de zomermaanden zijn adders erg actief en zijn maar kort op de favoriete zonplekken te vinden (RAVON, z.d.). In en binnen de verstoringszone ontbreekt geschikt leefgebied voor adders door het ontbreken van dicht begroeide zuidhellingen en rustplaatsen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen en essentieel leefgebied voor de adder in en binnen de verstoringszone van het plangebied kan hierdoor uitgesloten worden. Levendbarende hagedis De levendbarende hagedis prefereert heide en hoogveen als leefgebied. Daarnaast komt de soort voor in open bossen en ruige graslanden, en een beperkt deel in duingebied. Het is een vochtminnende soort die in voorgenoemde leefgebieden voorkomt op oevers en vochtigere delen (RAVON, z.d.). Er zijn meerdere waarnemingen van de levendbarende hagedis richting het oosten vanaf het plangebied. De dichtstbijzijnde waarneming ligt op circa 800 meter afstand van het plangebied. Het plangebied voldoet niet aan de bovengenoemde eisen die de levendbarende hagedis aan het leefgebied stelt. De aanwezigheid van essentieel leefgebied van de levendbarende hagedis is daarmee uitgesloten.

Ringslang De ringslang is gebonden aan waterrijke leefgebieden die veelal op zandgronden en op de overgang van zandgrond naar veen- en kleigronden (RAVON, z.d.). Rond het plangebied zijn geen geschikte wateren aanwezig die voldoen aan de eisen van de ringslang. De aanwezigheid van essentieel leefgebied van de ringslang kan daarmee uitgesloten worden.

3.7

Amfibieën Uit de bureaustudie blijkt dat er in een straal van 2,5 kilometer rond het plangebied, drie waarnemingen bekend zijn van de heikikker. Heikikker In Nederland komt de heikikker voor op zandgronden, hoog- en laagvenen, heide, beekdalen, klei-opveen en komkleigebieden. De soort heeft een sterke voorkeur voor de landschapstypen heide, hoogveen, laagveen en halfnatuurlijk grasland (RAVON, z.d.). In en rond het plangebied ontbreekt het aan geschikt leefgebied voor de heikikker doordat er alleen bosschages of intensief beheerde agrarische percelen liggen. De aanwezigheid van de heikikker kan hiermee uitgesloten worden.

3.8

Overige fauna Overige beschermde diersoorten zoals vissen, kreeftachtigen en weekdieren zijn niet bekend in de omgeving van het plangebied en worden ook niet verwacht op basis van de aanwezige habitat en de bekende verspreidingsgegevens.

3.9

Vaatplanten De in Nederland beschermde vaatplanten stellen specifieke eisen aan hun groeiplaats, of komen slechts beperkt voor in Nederland. De meeste soorten groeien op voedselarme bodems en zijn niet te verwachten op stikstofrijke of bemeste bodems zoals landbouwgronden en de meeste wegbermen. Andere beschermde soorten groeien slechts in een specifieke biogeografische regio in Nederland, zoals in het rivierengebied of in het heuvelland van Zuid Limburg. Gezien de aanwezige habitats binnen het plangebied in combinatie met de bekende huidige verspreiding van beschermde plantensoorten, kan uitgesloten worden dat deze soorten aanwezig zijn binnen het plangebied.

Datum: 20 juli 2021 rapport: R21.083, versie 2.0

blad 13 van 17

Bouwkundig bureau De Vries QuickScan Bontebok, Imke Klaverpad 2

4

Effecten en gevolgen

4.1

Overzicht beschermde soorten In dit hoofdstuk wordt de geplande ingreep getoetst aan de aanwezige of verwachte beschermde soorten (zie hoofdstuk 3) binnen het plangebied, en de te verwachten risico’s voor deze soorten, bij uitvoer van de geplande werkzaamheden. In de Wet natuurbescherming zijn vooral vaste verblijfplaatsen (voortplantingslocaties zoals nesten, holen, kraamkolonies etc.) van belang, maar ook de functionele leefomgeving die de vaste verblijfplaatsen in stand houdt. Voor soorten die niet genoemd worden vanuit de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn of Wnb artikel 3.10 geldt de algemene vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Zelfs bij negatieve effecten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Ditzelfde geldt voor soorten van Wnb artikel 3.10, waarvoor een Provinciale vrijstelling is uitgegeven. Voor deze soorten geldt wel de zorgplicht, maar ze worden hieronder, ondanks eventueel voorkomen en eventueel te verwachten negatieve effecten, niet meegenomen. Soortgroep Algemene broedvogels Diverse soorten

Soort(en)

Bescherming 3.1

Aanwezig Potentieel

Tabel 4.1. Soort(groep)en van de Wet natuurbescherming waarvoor het effect van de maatregel bepaald moet worden.

4.2

Effecten op de in het plangebied (mogelijk) aanwezige flora en fauna Algemene broedvogels In het plangebied en binnen de verstoringszone hiervan kunnen meerdere algemene broedvogels tot broeden komen. Wanneer werkzaamheden in de buurt van in gebruik zijnde nesten worden uitgevoerd, kan verstoring optreden. Dit is in strijd met de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor de werkzaamheden niet uitgevoerd kunnen worden zonder dat de in paragraaf 5.1 genoemde vervolgstappen in acht worden genomen.

Datum: 20 juli 2021 rapport: R21.083, versie 2.0

blad 14 van 17

Bouwkundig bureau De Vries QuickScan Bontebok, Imke Klaverpad 2

5

Mitigerende maatregelen In dit hoofdstuk worden de vervolgmaatregelen beschreven voor de soorten waarvan in hoofdstuk 4 is bepaald dat deze mogelijk een effect bemerken van de geplande ingreep. Deze vervolgmaatregel kan bestaan uit het uitvoeren van nader onderzoek om de aanwezigheid te bevestigen of uit te sluiten. Maar de vervolgmaatregel kan ook aangeven dat er een aanvraag voor een ontheffing op de verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming benodigd is. Er kan ook een lijst met mitigerende maatregelen staan aangegeven, waarbij de ingreep uitgevoerd kan worden zonder een ontheffing. Indien de ingreep zonder enig nader onderzoek, mitigatie of ontheffingsaanvraag uitgevoerd kan worden, wordt dat in dit hoofdstuk vermeld. Soortgroep Algemene broedvogels

Soort(en) Diverse soorten

Bescherming 3.1

Aanwezig Potentieel

Vervolgactie Mitigatie

Tabel 5.1. Soort(groep)en van de Wet natuurbescherming waarvoor een vervolgactie benodigd is.

5.1

Algemene broedvogels; mitigatie Alle inheemse broedvogels zijn tijdens het broeden wettelijk beschermd volgens de Vogelrichtlijn. Als er ten tijde van de beoogde start van de werkzaamheden vogels in, of binnen de verstoringszone van het plangebied broeden, kunnen de werkzaamheden ter plaatse geen doorgang vinden totdat de jongen zijn uitgevlogen. Het is niet mogelijk om een ontheffing te verkrijgen voor het verstoren en verjagen van broedende vogels. Het verdient daarom de aanbeveling om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Een wettelijk vastgestelde periode voor het broedseizoen bestaat niet, bepalend is of broedgevallen aanwezig zijn. Indicatieve datumgrenzen zijn 15 maart tot 15 juli, maar er bestaan, afhankelijk van het weer en de vogelsoort, vele uitzonderingen op deze regel. Door de vele bomen en struiken die rond de te slopen schuur staan is het niet mogelijk om de verstoringszone broedvogelvrij te houden. Het verdient daarom de voorkeur om buiten het broedseizoen van vogels te werken.

Indien de werkzaamheden starten te midden van het broedseizoen:  Het plan- en verstoringsgebied dient eerst door een ter zake kundige ecoloog gecontroleerd te worden op aanwezigheid van broedvogels;  Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plan- of verstoringsgebied, worden door de ter zake kundige ecoloog specifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt (een deel van) het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot alle nesten, vanuit eigen beweging van de vogels, niet meer in gebruik zijn.

Datum: 20 juli 2021 rapport: R21.083, versie 2.0

blad 15 van 17

Bouwkundig bureau De Vries QuickScan Bontebok, Imke Klaverpad 2

6

Conclusie In opdracht van Bouwkundig bureau De Vries heeft ecologisch adviesbureau JM ecologie b.v. een QuickScan uitgevoerd aan het Imke Klaverpad 2 in Bontebok, gemeente Heerenveen, provincie Friesland. De opdrachtgever is voornemens een schuur met paardenstallen te slopen en op exact dezelfde locatie een nieuwe schuur te herbouwen. De QuickScan is uitgevoerd om eventuele strijdigheden van de beoogde werkzaamheden en de toekomstige situatie met de Wet natuurbescherming (Wnb) op te sporen. Uit de QuickScan is gebleken dat er mogelijk algemene broedvogels binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn. Om overtredingen op de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen voor algemene broedvogels enkele mitigerende maatregelen genomen te worden.

Gorredijk, juli 2021 JM ecologie b.v.

Datum: 20 juli 2021 rapport: R21.083, versie 2.0

blad 16 van 17

Bouwkundig bureau De Vries QuickScan Bontebok, Imke Klaverpad 2

Geraadpleegde bronnen        

Nationale Database Flora- en Fauna (NDFF), geraadpleegd op 11 mei 2021. BIJ12, 2017. Kennisdocumenten. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging, 2021. Vleermuisprotocol 2021.\ Ravon (z.d.). Informatiepagina soorten. Geraadpleegd van https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie Vlinderstichting (z.d.). Informatiepagina libellensoorten. Geraadpleegd van https://www.vlinderstichting.nl/libellen/overzicht-libellen Vlinderstichting (z.d.). Informatiepagina vlindersoorten. Geraadpleegd van https://www.vlinderstichting.nl/vlinders Zoogdiervereniging (z.d.). Informatiepagina soorten. Geraadpleegd van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten

Datum: 20 juli 2021 rapport: R21.083, versie 2.0

blad 17 van 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=59e47631-3f5b-42f4-8a90-e89961dd563b