5.1 Bestuursovereenkomst 2001
Tekst van het document
I11HEERENVEEN
SKARSTERLM\1 JOURE
OVEREENKOMST TUSSEN DE GEMEENTE SKARSTERLAN EN GEMEENTE HEEREN VEEN INZAKE HET OPSTELLEN VAN EEN INTEGRALE VISIE
Inleiding
Het grondgebied van gemeente Skarsterlán en gemeente Heerenveen ligt in het hart van het door provincie Fryslán aangewezen economisch ontwikkelingsgebied langs de A7. Dit betekent dat het gebied zich in de ogen van de provincie goed leent voor een clustering van economische activiteiten zodat een economisch aantrekkelijk vestigingsklimaat ontstaat. Het Rijk ondersteunt deze ontwikkeling, mede in het kader van een economische structuurversterking in het noorden van het land (Kompas). Voor gemeente Skarsterlán en gemeente Heerenveen heeft het versterken van het vestigingsklimaat in de regio en een goede ruimtelijke ontwikkeling van de plaatsen Heerenveen, Joure en het tussengelegen gebied een hoge prioriteit. Het gebied rond de A7-zone maakt inmiddels een voorspoedige ontwikkeling door. Bedrijven vestigen zich graag in het centrale gebied van de A7. De Zuiderzeespoorlijn wordt bovendien mogelijk langs de A7 aangelegd. Vanwege de voorspoedige ontwikkelingen in de A7-zone zal het gebied langs de A7 tussen Joure en Heerenveen zonder sturing kunnen worden volgebouwd. Zowel gemeente Skarsterlán als gemeente Heerenveen beogen echter een goede sturing te geven aan de ontwikkeling van het gebied langs de A7. Om deze sturing te bewerkstelligen, werken de gemeenten Skarsterlán en Heerenveen reeds langere tijd samen.
De samenwerking tussen beide gemeenten heeft onder meer geresulteerd in de Gemeenschappelijke Regeling Bedrijvenparken A7 C.A. (1993). De doelstelling hiervan is dat beide gemeenten de ontwikkeling stimuleren en een optimale afstemming verzorgen van de in het werkingsgebied gelegen bedrijventerreinen. Ook bij de totstandkoming van het Kolpron-rapport (1999) hebben de gemeenten samengewerkt. De gemeenten delen de uitgangspunten van het rapport: • Beide gemeenten wensen het vestigingsmilieu verder te ontwikkelen door te voorzien in blijvende mogelijkheden voor gronduitgifte. . Beide gemeenten hebben het doel te komen tot een evenwichtige en op de markt en de omgeving gerichte ontwikkelingsvisie voor bedrijventerreinen in het hoogwaardige, het moderne en het traditionele segment. De bestaande segmentering zal worden voortgezet en versterkt. . De overeenkomst is een bevestiging en voortzetting van de huidige ruimtelijk-economische ontwikkelingen, op basis van de aanwezige kwaliteiten in het gebied, met het accent op economische structuurversterking.
GEMEENTE
SKARSTEREikN
HEEREN VEEN
JOURE
Voortbouwend op de Gemeenschappelijke Regeling en de uitgangspunten van het Kolpron-rapport sluiten gemeente Skarsterlán en gemeente Heerenveen hierbij een overeenkomst die nog een stap verder gaat. De overeenkomst heeft betrekking op: . Het gebied tussen de kernen Joure en Heerenveen. • Het gebied direct ten westen van de kern Heerenveen. . Het gebied direct ten westen van de kern Joure (Woudfennen). . In Heerenveen: het gebied ten noordwesten van het klaverblad tot aan de Leeuwarderstraatweg, het Noord-oost kwadrant van het klaverblad en het 'restpunt IBF.'
Leeuwarden A3Z •s‘
L-
----------
Alenorkip
Jubbega
Skarsterkin
C
Vegellnsoord
......... , ..... Heerenveen gmnenirresser
Nieuwehorne
•
il
SKARSTERLAN
#HEEREN VEEN
JOURE
2
Overwegingen bij de overeenkomst
De voorliggende overeenkomst is tot stand gekomen op basis van bestuurlijk overleg tussen beide gemeenten. Vanuit het wederzijds begrip voor de uitgangssituatie, de ambities en de knelpunten is in gezamenlijk overleg een traject uitgewerkt dat in een tijdsbestek van 6 maanden moet leiden tot een integrale visie voor de hierboven genoemde gebieden. Tijdens de totstandkoming van de visie is een aantal fasen te onderscheiden, waarbij het resultaat van de ene fase bepalend is voor de aard, omvang en diepgang van de daaropvolgende fase(n). De fasen 1 en 2 zijn in onderling overleg vastgesteld. De fasen 3 tot en met 6 vormen de verder uitwerking waarop deze overeenkomst betrekking heeft. De volgende fasen zijn te onderscheiden: 0 Kaderstelling: beschrijving doelstelling en uitgangspunten in hoofdlijnen. Zoekgebieden: het definiëren van afgebakende gebieden en de functies die in deze gebieden een plaats moeten krijgen. CD Behoeftenramingen: bepaling van de kwantitatieve en kwalitatieve uitgangspunten behorende bij de functies die in de zoekgebieden een plaats moeten krijgen met als tijdshorizon 2015 en met een doorkijk naar de planhorizon van provincale- en rijksbeleid nota's zoals de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening. C) Realisatie functies in zoekgebieden: de uitkomsten van de behoeftenramingen zullen middels (deel)visies worden geconfronteerd met de zoekgebieden.
Mocht eventueel uit de vorige fase naar voren komen dat de zoekgebieden qua kwaliteit en omvang niet toereikend zijn voor het kunnen plaatsen van de noodzakelijk functies dan zullen de gemeenten Heerenveen en Skarsterlán gezamenlijk een inspanningsverplichting aangaan in het formuleren van het antwoord op de vragen of, en zo ja hoe de grenzen, zoals beschreven, kunnen worden aangepast. 0 Integrale visie: op basis van de resultaten van de voorgaande fasen wordt een integrale visie inclusief onderbouwing opgesteld. C) Onderzoek naar infrastructuur zal parallel aan fasen 3, 4 en 5 plaatsvinden.
GEMEENTE Il/il HEERENVEEN
SKARSTERLAN JOURE
2.1
Kaderstelling
In de eerste fase hebben gemeente Heerenveen en gemeente Skarsterlán kaders ten behoeve van de, onder paragraaf 1 genoemde gebieden opgesteld. . Binnen het stedelijke ontwikkelingsgebied Heerenveen-Joure is Heerenveen het stedelijk centrum en Joure het regionaal centrum. Hieruit wordt afgeleid dat het stedelijke ontwikkelingsgebied Heerenveen-Joure zich door middel van twee 'aparte cirkels' en niet in de vorm van 'één eclips' zal ontwikkelen; de kernen Joure en Heerenveen ontwikkelen zich dus niet tot één (type) kern. De hoofdlijnen van de ontwikkeling van beide gemeenten staan aangegeven op kaart 1. . Gemeente Skarsterlán en gemeente Heerenveen kiezen voor het op een bewuste manier invullen van de onder paragraaf 1 genoemde gebieden en niet voor het sluipenderwijs laten invullen van deze gebieden. Op die manier is de kans het grootst dat sterke en duurzame functies worden gecreëerd. • Gemeente Skarsterlán en gemeente Heerenveen hebben wederzijds begrip en respect voor de complementaire rollen die beide gemeenten vervullen. Gemeente Skarsterlán heeft een meer plattelands karakter, gemeente Heerenveen - met name de kern Heerenveen - een meer stedelijk karakter. . Gemeenten wensen loodrecht op de A7, tussen de kernen Joure en Heerenveen, een gebied te behouden dat als ecologische verbindingszone fungeert. Uitgangspunt is het behoud van de agrarische functie. .
Aileen wanneer sterke functies aan gebieden worden toegekend, zullen die functies houdbaar zijn. In dit opzicht zijn functionele grenzen sterker dan gemeentegrenzen. • Nadat het woongebied bij Skoatterwáld gerealiseerd is en is aangetoond dat verdere behoefte aan woningen bestaat, is gemeente Skarsterlán bereid mee te werken aan een correctie van de gemeentegrens aan de westzijde van Heerenveen (met uitsluiting van andere gemeentegrens correcties) om de totstandkoming van een woonlocatie aan die zijde mogelijk te maken. . Er wordt vooralsnog geen rekening gehouden met de consequenties van de aanleg van de Zuiderzeespoorlijn. Als meer duidelijkheid omtrent de komst is, dan zullen de consequenties op dat moment tussen gemeenten worden besproken. Onderschreven wordt dat er dan sprake is van een geheel andere uitgangssituatie met consequenties ten aanzien van de inhoud van deze overeenkomst. Anders is de situatie ten aanzien van de beschikbare ruimte. In dit kader wordt rekening gehouden met de reservering van het Voorkeurstracé aan de noordzijde van de A7.
(IQ
SKARSTETIIN
GEMEENTI:
HEERENVEEN
JOURE
2.2 Zoekgebieden Na vaststelling van de bovenstaande kaders zijn gemeente Heerenveen en gemeente Skarsterlán tot de conclusie gekomen dat meerdere deelgebieden in de in paragraaf 1 genoemde gebieden te onderscheiden zijn. De deelgebieden onderscheiden zich van elkaar door hun verschillende ontwikkelingsmogelijkheden. In fase 2 van de overeenkomst hebben gemeenten vastgesteld welke uiterste grenzen de deelgebieden bezitten. Gemeenten besloten tevens om de deelgebieden aan te duiden als 'zoekgebieden'. De term zoekgebied wordt benut, omdat in deze fase nog niet bepaald is in welke mate nieuwe functies in een deelgebied worden gerealiseerd. In de gebieden waarop deze overeenkomst van toepassing is, zijn de volgende zoekgebieden te onderscheiden (zie kaart 2): . Een gebied ten noorden van de A7 waar bedrijvigheid ontwikkeld kan worden. De Welleweg vormt de noordelijke begrenzing van dit gebied. Ten oosten en westen zijn de grenzen respectievelijk de spoorlijn en De Dolten. • Een gebied ten zuiden van de A7 waar bedrijvigheid met een hoogwaardig segment ontwikkeld wordt. De begrenzing van dit gebied is reeds in het Kolpron-rapport (1999) aangegeven. • Een gebied ten oosten van Joure waar uitbreiding van bedrijvigheid plaats kan vinden. De begrenzing van dit gebied vormen de Lange Ekers en de Flueskamp. .
Een gebied direct ten westen van Joure waar uitbreiding van bedrijvigheid plaats kan vinden (Woudfennen). Dit gebied wordt begrensd door de Afslag Joure West. • Een gebied aan de noordzijde van de A7 dat als ecologische verbindingszone dient. De grenzen van dit zoekgebied worden gevormd door De Dolten en de Flueskamp. . Een zoekgebied direct ten westen van Heerenveen, waar een woonlocatie tot stand kan worden gebracht indien na realisering van het woongebied bij Skoatterwáld blijkt dat nog verdere behoefte aan woningen bestaat. De begrenzing voor een eventuele gemeentegrens correctie voor het woongebied vormen de hoogspanningsleiding en de overgang van woongebied naar de groene zones voor wat betreft de noord- en zuidbegrenzing bij Nijehaske en Rottum. Het zoekgebied is zelf groter: het strekt zich uit tot een deel van het gebied ten westen van de hoogspanningsleidingen. In dit grotere zoekgebied kunnen functies zoals ontsluitingstructuur en aanvullende voorzieningen (landschappelijke inpassing) een plaats krijgen. Het noorden en zuiden van het zoekgebied worden begrensd door een groene ruimte rond de kernen Nijehaske, Oudehaske en Rottum. • Het gebied direct ten noordoosten van Heerenveen vormt een zoekgebied waar functies als wonen maar vooral werken een plaats dienen te krijgen.
Dit gebied ligt in gemeente Heerenveen en betreft het gebied ten noordwesten van het klaverblad tot aan de Leeuwarderstraatweg, het Noord oost kwadrant van het klaverblad en het 'restpunt IBF'. . Naast de terreinen waarvan al bekend is welke categorie van bedrijvigheid wordt voorgestaan zullen de categorieën voor de overige gebieden in het uit te voeren onderzoek worden bepaald. . Als blijkt dat niet alle functies in de zoekgebieden kunnen worden gerealiseerd, zullen gemeente Skarsterlán en gemeente Heerenveen gezamenlijk een inspanningsverplichting aangaan in het formuleren van het antwoord op de vragen of en zo ja hoe de grenzen, zoals hierboven beschreven kunnen worden aangepast. Bij deze eventuele aanpassingen zullen de uitgangspunten zoals beschreven onder 2.1 in acht worden genomen. Tot afwijking of aanpassing van de zoekgebieden kan alleen worden besloten door de betreffende gemeenteraad.
HEERENVEEN
SKARST JOURE
2.3 Behoeftenramingen De eerste fase in de behoeftenramingen zal het gezamenlijk vaststellen zijn van de kwantitatieve en kwalitatieve behoeften/uitgangspunten met betrekking tot woningen en bedrijventerreinen binnen Joure en Heerenveen. De behoeftenramingen worden voor verschillende periodes tot en met 2015 opgesteld. De behoeftenramingen bevatten een doorkijk naar de planhorizon van provinciale- en rijksbeleid nota's zoals de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening. 2.4
Realisatie functies in zoekgebieden
De resultaten van de behoeftenramingen worden in deze fase vertaald naar de zoekgebieden en monden uit in een beschrijving en schets per zoekgebied.
2.5
Uitwerking in integrale visie
Op basis van de resultaten uit 2.4 zal een integrale visie inclusief onderbouwing worden opgesteld.
2.6 Infrastructuur Onderzoek naar infrastructuur zal parallel aan fasen 3, 4 en 5 plaatsvinden. In elk geval wordt aandacht besteed aan: •
.
Hoe de ontsluiting in de zone van de A32 tot en met knooppunt Joure het beste kan worden ingevuld, rekening houdend met de voorgestane ruimtelijke ontwikkelingen. Van groot belang is de oplossing van het knelpunt knooppunt Joure waarbij een optimale en directe ontsluiting ter plaatse van de Geert Knolweg (Joure) wordt gegarandeerd. Gezien het feit dat een eventueel Zuiderzeelijn station qua mogelijkheden en beperkingen van grote invloed is op de infrastructuur zal in dit onderdeel rekening worden gehouden met een 'voorkeursstation' in de vorm van een kruisstation in Heerenveen.
SKARSTERLAN
/ HEERENVEEN
JOURE
3
Organisatie en planning
Gemeenten komen overeen binnen een periode van zes maanden alle uitstaande punten uit te werken. De activiteiten worden vanuit een extern ondersteunend projectmanagement en met behulp van externe inhoudelijke capaciteit, doch in nauw contact met gemeente Heerenveen en Skarsterlán uitgevoerd. In de uitwerking van de overeenkomst zullen provincie Fryslán en Rijkswaterstaat Directie Noord-Nederland een meedenkende en reflecterende rol krijgen. Na zes maanden dient een visie gereed te zijn met daarin duidelijkheid omtrent: . De omvang en kwaliteiten van functies die zullen worden gerealiseerd. . De omvang en begrenzing van de gebieden waarin deze functies worden gerealiseerd. Gemeente Heerenveen en gemeente Skarsterlán zijn het eens dat de ontwikkeling van het bedrijven-terrein 'A7-zuid', zoals deze in de Kolpron-studie is aangegeven, onmiddellijk na het sluiten van de overeenkomst kan beginnen.
li
/1 NEU?' ''''l i GLIWELN JE I'l
SKARST JOURE
4
Ondergetekenden
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen, ten deze vertegenwoordigd door de burgemeester de heer drs. P.M.M. de Jonge, en Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Skarsterlán, ten deze vertegenwoordigd door de burgemeester de heer G.J. Kuiper Verklaren zich door ondertekening op 23 mei 2000 akkoord met deze ontwikkelingsovereenkomst. De overeenkomst wordt gesloten onder het uitdrukkelijke voorbehoud dat de gemeenteraden van beide gemeenten hun goedkeuring aan deze overeenkomst geven.
HEEREN VEEN
SKARSTERVA'N JOURE
G.J. Kuiper