CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

4 Ecologische beoordeling

Raadsvergadering 18 september 2025, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Bindend advies over aanvraag omgevingsvergunning Heerenveen, Leeuwarderstraatweg (t.o. nr. 105)4.089 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2024

Ecologische beoordeling Omgevingswet

Een ecologische quickscan aangaande het initiatief Sinnefjild aan de Leeuwarderstraatweg te Heerenveen

Ecologische beoordeling Omgevingswet Een ecologische quickscan aangaande het initiatief Sinnefjild aan de Leeuwarderstraatweg te Heerenveen

Heerenveen, Februari 2024 In opdracht van: Sinnefjild Leeuwarderstraatweg B.V. Contactpersoon: Joshua van Middelkoop Tel: 06-36308871 Email: joshuavanmiddelkoop@gmail.com Uitvoering: Successie Natuurzaken Ds. v.d. Veenweg 5A 9264 TA Earnewald Tel.: 06-22600985 Email: info@successienatuurzaken.nl Contactpersoon: Dhr. Nico Minnema Auteur en veldwerkzaamheden: Dhr. Mark Wildschut (19 januari 2024) Tel.: 06-37290548 Email: wildschutmark@gmail.com Gecontroleerd door: Dhr. Jan Brandt Wiersma (Successie Natuurzaken) Omslagfoto: Impressie plangebied.

Inhoudsopgave Ecologische beoordeling Omgevingswet (2024) 1. Inleiding ........................................................................................................................................................................ 4 1.1

Aanleiding ............................................................................................................................................................ 4

1.2 Doel ........................................................................................................................................................................ 4 1.3 Gebied- en planbeschrijving ........................................................................................................................ 5 2. Onderzoeksmethodiek . ........................................................................................................................................ 7 3. Omgevingswet. ........................................................................................................................................................... 8 4. Toetsing beschermde natuurgebieden. ................................................................................................ 8 4.1 Effecten Natura 2000 gebied. ..................................................................................................................... 8 4.1.1 Meervleermuis ....................................................................................................................................... 9 4.1.1 Stikstofdepositie . .................................................................................................................................. 9 4.2 Effecten Natuurnetwerk Nederland .

....................................................................................................... 9 5. Toetsing Houtopstanden . .................................................................................................................................... 10 6. Toetsing Soortenbescherming (beschermde flora- en fauna) . ..................................................... 10 6.1 Flora ........................................................................................................................................................................ 10 6.2 Zoogdieren. .......................................................................................................................................................... 10 6.2.1 Grondgebonden zoogdieren. ........................................................................................................... 10 6.2.2 Vleermuizen. ............................................................................................................................................ 12 6.3 Broedvogels ......................................................................................................................................................... 12 6.3.1 Jaarrond beschermde nesten. ..........................................................................................................

12 6.3.2 Overige broedvogels (niet jaarrond beschermde nesten). ................................................. 12 6.4 Amfibieën en reptielen . ................................................................................................................................. 13 6.5 Vissen ..................................................................................................................................................................... 13 6.6 Ongewervelden ................................................................................................................................................. 13 7. Samenvatting en conclusie flora en fauna quickscan . ........................................................................ 14 8. Literatuurlijst .............................................................................................................................................................. 16

1. Inleiding 1.1

Aanleiding

Initiatiefnemer is voornemens een zonneweide te realiseren op een stuk grasland langs de Leeuwarderstraatweg te Heerenveen (figuur 1). Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op uitvoerbaarheid, onder meer in relatie tot de natuurwetgeving. In het kader van de vergunningsaanvraag is Successie Natuurzaken gevraagd een ecologische beoordeling uit te voeren om duidelijkheid te verschaffen of de geplande werkzaamheden al dan niet in strijd zijn met de Omgevingswet.

Figuur 1. Locatie van het plangebied (rode cirkel) en begrenzing van het plangebied (rode stippellijn). Bron: Googlemaps.

De toetsing bestaat uit een onderzoek gebaseerd op het onderdeel soortbescherming. Hierbij ligt de focus op beschermde flora en fauna waarvan redelijkerwijze kan worden verwacht dat deze voor kunnen komen binnen de invloedsfeer van het plangebied. Aangaande aanwezige beschermde soorten wordt verder ingegaan op mogelijk negatieve effecten van het planvoornemen op deze soorten. Tevens wordt er een inschatting gemaakt van de eventuele effecten van het planvoornemen op beschermde natuurgebieden (waaronder Natura-2000 en EHS/NNN-gebieden) in de omgeving en beschermde houtopstanden. De voorliggende rapportage weergeeft de resultaten en het advies op basis van het uitgevoerde onderzoek.

1.2

Doel

Het doel van deze ecologische beoordeling is inzicht verschaffen van de mate waarin het planvoornemen van invloed is op de natuurwaarden van het plangebied en zijn “directe omgeving”. Deze kennis is de basis voor de aanbeveling over eventueel te nemen vervolgstappen om overtredingen onder de Omgevingswet te voorkomen. De ecologisch toetsing schept, voor zover mogelijk, duidelijkheid over de volgende vraagstellingen: 1.

Komen er binnen de invloedsfeer van het planvoornemen, onder de Omgevingswet, bescherm de soorten voor?

2.

Bevinden zich binnen de invloedssfeer van het planvoornemen beschermde natuurgebieden? Een ecologische quickscan aangaande het initiatief Sinnefjild aan de Leeuwarderstraatweg te Heerenveen

4

3.

Wat zijn de mogelijke effecten, zowel tijdens als na realisatie van het planvoornemen, op de eventueel aanwezige beschermde soorten en natuurgebieden?

4.

Middels welke vervolgstappen kunnen bij de realisatie van het plan eventuele overtredingen onder de Omgevingswet vermeden, dan wel verzacht worden?

Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan voor mitigatie en, indien noodzakelijk, aanvullend onderzoek. Voor het eventuele aanvullende inventarisatieonderzoek werkt Successie Natuurzaken volgens de daar voor lenende protocollen die door Netwerk Groene Bureaus, de Zoogdiervereniging en de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) zijn opgesteld en/of volgens de kennisdocumenten van Bij12. Wanneer negatieve effecten op beschermde soorten en/of - gebieden te verwachten zijn is ontheffing en compensatie mogelijk vereist

1.3

Gebied- en planbeschrijving

Het plangebied bevindt zich in provincie Fryslân ten noorden van Heerenveen en valt onder gemeente Heerenveen. Gelegen tussen de A32 snelweg en de Leeuwarderstraatweg bevindt zich het plangebied op de drie aaneengesloten percelen TLB00-K-507, TLB00-K-539 en TLB00-K-540 volgens de Kadastrale kaart. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 6,5 hectare. Het plangebied wordt gekenmerkt als laagwaardige landbouwgrond (grasland). De grond is niet geschikt voor gangbaar agrarisch gebruik. Gezien de lage ligging van de grond is het veelal te nat en wordt hierom ook al jaren niet meer agrarisch gebruikt. Echter vindt er jaarlijkse veel bemesting en oevervegetatie onderhoud plaats door de grondgebruiker van het land. Het plangebied wordt omringd door sloten, met tevens een sloot in het midden van het terrein. Een houtsingel, die parallel loopt aan de Leeuwarderstraatweg, separeert de weg t.o.v. het plangebied. Het plangebied ligt ten oosten van een bedrijventerrein met een verscheidenheid aan ondernemers, actief in verschillende branches. Daarnaast zijn er woonarken in het bedrijventerrein aanwezig, ter hoogte van de zuidzijde van het plangebied. Achter het bedrijventerrein ligt de watergang de Hearresleat. Een productiebos sluit aan de noord- en oostzijde het plangebied af van de A32 snelweg. Ten zuidoosten van het plangebied is een zonnepark aan de Omweg aanwezig (figuur 2 - 4).

Figuur 2. Het laaggelegen plangebied kijkend naar het zuiden. Inzet: sloot aan de noordoostzijde van het plangebied met links het productiebos, kijkend naar het zuiden. Een ecologische quickscan aangaande het initiatief Sinnefjild aan de Leeuwarderstraatweg te Heerenveen

5

Figuur 3. Het laaggelegen plangebied kijkend naar het noorden met links de houtsingel naast de Leeuwarderstraatweg. Inzet: slootgang in het midden van terrein met op de achtergrond het productiebos, kijkend naar het noorden.

Figuur 4. De Leeuwarderstraatweg met houtsingel en op de achtergrond het plangebied en omringende productiebos. Inzet: het plangebied kijkend naar het zuidoosten vanaf de Leeuwarderstraatweg.

Een ecologische quickscan aangaande het initiatief Sinnefjild aan de Leeuwarderstraatweg te Heerenveen

6

Planvoornemen Het planvoornemen betreft een realisatie van een zonneweide waarbij het plangebied bouwrijp gemaakt dient te worden en bovengrondse infrastructuur werkzaamheden plaatsvinden. Initiatiefnemer houdt in het ontwerp rekening met ecologie en de kwaliteit van het landschap. Men heeft de wens om de kracht van het huidige laaggelegen natte landschap te gebruiken voor behoud en versterken van biodiversiteit door zoal de zonneweide in te richten met kleine faunapassages, beschutte plekken en microbiotopen, takkenrillen, wortelkluiten, bijenhotel en reptielenhopen. Tevens wordt de zonneweide afgestemd ingericht op het karakter van het landschap. De middelste sloot in het plangebied dient gedempt te worden. De omringende sloten worden verbreed met natuurvriendelijke oevers (figuur 5). Overige landschappelijke elementen, het productiebos en de houtsingel langs de Leeuwarderstraatweg, worden niet aangetast. Men heeft de wens om de bouw te starten in 2026 met een bouw doorlooptijd van maximaal 6 maanden.

Figuur 5. Schets van het planvoornemen. Inzet: plangebied met de middelste sloot die gedempt dient te worden (rode pijn) en omringende sloten waarbij verbreding en natuurvriendelijke oevers plaatsvindt (rode stippellijn). Bron: Gemeentelijk beleidskader zonneparken in Heerenveen, bijlage 6, ‘richtlijnen voor landschappelijke inpassing’ (dec 2022).

2. Onderzoeksmethodiek In opdracht van de initiatiefnemer heeft Successie Natuurzaken middels een ecologische beoordeling het planvoornemen getoetst aan de Omgevingswet en overige gebiedsbescherming (provinciaal). De toetsing bestaat uit twee onderdelen: een deskresearch (o.a. raadpleging NDFF) en een veldbezoek. Middels een deskresearch wordt er onderzoek gedaan naar mogelijk aanwezige beschermde soorten in het plangebied. Tevens wordt duidelijk of het planvoornemen al dan niet binnen de invloedsfeer van een beschermd natuurgebieden vallen. Middels een veldbezoek (19-01-2024) is via een visuele inspectie een inschatting gemaakt of het plangebied en directe omgeving geschikt leefgebied is voor beschermde soorten en of de mogelijke effecten van het planvoornemen, negatief uit kunnen pakken op het leefgebied van deze soort(en).

Een ecologische quickscan aangaande het initiatief Sinnefjild aan de Leeuwarderstraatweg te Heerenveen

7

3. Omgevingswet De ecologische wet en regelgeving is in de Omgevingswet in grote lijnen onderverdeeld in Gebiedsbescherming (Natura 2000), Soortbescherming (beschermde flora en fauna) en beschermde houtopstanden. De Omgevingswet regelt onder meer activiteiten die met natuur te maken hebben. Deze natuuractiviteiten gaan over dieren en planten in het wild en gebieden waarin ze leven. Het doel van de regels is onder meer het beschermen van soorten en gebieden. Buiten de Omgevingswet worden een aantal (natuur)gebieden op provinciaal niveau beschermd. In het voorliggende rapport wordt het planvoornemen getoetst aan de genoemde onderdelen.

4. Toetsing beschermde natuurgebieden 4.1

Effecten Natura 2000 gebied

Het plangebied is geen onderdeel van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied is gelegen op ±3.1 kilometer van het plangebied (figuur 6). Het betreft Natura 2000-gebied de Deelen. In het kader van Natura 2000 zijn voor elk landschapstype zogenaamde ‘kernopgaven’ geformuleerd. De kernopgaven moeten leiden tot een duurzame bescherming van gebieden en een gunstige staat van instandhouding van specifieke habitattypen en soorten. Op basis van de afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied tot het plangebied zijn negatieve effecten (door externe werking) op de instandhoudingsdoelstellingen op voorhand uit te sluiten. Verstorende effecten die meer motivatie behoeven worden in de volgende paragrafen behandeld.

Figuur 6. Ligging plangebied (rode ster) t.o.v. Natura 2000 gebied (paars). Bron: Kaartenkijkdoos Fryslân.

Een ecologische quickscan aangaande het initiatief Sinnefjild aan de Leeuwarderstraatweg te Heerenveen

8

4.1.1

Meervleermuis De meervleermuis is een aangewezen habitatrichtlijnsoort in de Friese meren en houdt zich overdag schuil in beschermde verblijfplaatsen, die doorgaans plaats hebben in bebouwing. Het onderdeel verblijfplaatsen, vliegroute en/of foerageergebied van de meervleermuis wordt in deze rapportage onder het hoofdstuk ‘Toetsing Soortenbescherming (beschermde flora en fauna)’ samen met de andere in de omgeving voorkomende vleermuizen nader behandeld.

4.1.2 Stikstofdepositie Bij het planvoornemen worden machines gebruikt welke voor stikstofuitstoot zorgen. Er wordt geen verkeersaantrekkende werking verwacht in de nieuwe situatie ten opzicht van de huidige situatie. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied, Van Oordt’s Mersken, ligt op relatief grote afstand (± 10.3 km) van het plangebied. Gezien de relatief grote afstand wordt op voorhand verwacht dat effect rondom stikstofdepositie, met betrekking tot de realisatie fase en de beoogde situatie niet aan de orde is. Daarnaast wordt dit gebied in de huidige situatie veel bemest. De verwachting is dat met het aanleggen van de zonnepanelen, de stikstofuitstoof wordt verminderd t.a.v. de huidige situatie. Het wordt, indien nog niet bekend, wel aangeraden gemeente Heerenveen (contactpersoon vergunningaanvraag) te vragen of een stikstofcalculatie vereist is.

4.2

Effecten Natuurnetwerk Nederland

Een ingreep op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) moet worden getoetst op de wezenlijke kenmerken en waarden. Daarbij gaat het om de uitwisselingsmogelijkheden van het NNN (verbindende functie), de natuurlijke eenheid, aaneengesloten functie en om de kwaliteit van het NNN en het leefgebied van soorten. Het plangebied ligt buiten NNN-gebieden (figuur 7). Negatief effect omtrent NNN-gebieden is om deze reden niet aan de orde. .

Figuur 7. Ligging plangebied (rode stippellijn) t.o.v. NNN-gebied (groen). Bron: Atlasleefomgeving.nl

Overige provinciaal beschermde gebieden Het plangebied is niet aangewezen als weidevogelkans-, weidevogelkerngebied, ganzenrust- en foerageergebied (Bron: Kaartenkijkdoos Fryslân). Om deze redenen is negatief effect niet de orde.

Een ecologische quickscan aangaande het initiatief Sinnefjild aan de Leeuwarderstraatweg te Heerenveen

9

5. Toetsing beschermde Houtopstanden Als er een (deel van een) houtopstand wordt gekapt van meer dan 10 are (1000 m2) of een (deel van een) bomenrij van minimaal 20 bomen die binnen de ‘bebouwingscontour houtkap’ valt, kan er sprake zijn van een meld- en/of herplantingsplicht. Binnen het planvoornemen worden er geen bomen gekapt. Er is om deze reden geen sprake van een meld- en/of herplantingsplicht.

6. Toetsing Soortenbescherming (beschermde flora en fauna) In dit hoofdstuk wordt verder ingegaan op de effecten van het planvoornemen op beschermde soorten onder de categorie vogels, overige Europees beschermde soorten en nationaal beschermde soorten. Bij de toetsing soortenbescherming wordt getoetst of mogelijk aanwezige beschermde soorten binnen de invloedsfeer van het planvoornemen al dan niet hinder kunnen ondervinden van het plan.

6.1

Flora

Er zijn tijdens het veldbezoek geen wettelijk beschermde plantensoorten aangetroffen. Het plangebied is stikstofrijk door de periodieke bemesting. Tevens vindt er periodieke oevervegetatie onderhoud plaatst langs de slootkanten. Op basis van de verspreidingsgegevens en het ter plaatse aanwezige habitat wordt er geen beschermde flora binnen het plangebied verwacht. Overtreding van een verbodsbepaling binnen de Omgevingswet op het onderdeel flora is daarmee uitgesloten.

6.2

Zoogdieren

6.2.1

Grondgebonden zoogdieren

In de ruime omgeving zijn waarnemingen bekend van diverse beschermde grondgebonden zoogdieren als de boommarter, kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) damhert, das en eekhoorn (Bron: NDFF). Op basis van verspreidingsgegevens, terreinkenmerken en de uitstralende effecten van de beoogde werkzaamheden die niet buiten het plangebied reiken wordt er op voorhand niet verwacht dat er negatieve effecten ontstaan voor de damhert, das en eekhoorn.

Boommarter Van de boommarter zijn waarnemingen bekend in en rondom het Oranjewoud (± 4km afstand t.o.v. plangebied). De boommarter is een soort die voorkomt in de nabijheid van bomen en bos, dan wel een goed ontwikkeld struweel. Hij kan grote afstanden afleggen (2 tot 7 kilometer). Het voedsel bestaat uit eieren, vogels, kleine zoogdieren en insecten. Het plangebied heeft een open grasland karakter met veelal dekking buiten de begrenzing van het plangebied. De aanwezige dekking buiten het plangebied bestaat uit het productiebos met begroeiing. Dit biedt voldoende beschutting voor de boommarter. Het plangebied is niet geschikt als potentiële vaste rust- en voortplantingsplaatsen. Daardoor zullen er door de werkzaamheden geen vaste verblijfplaatsen van deze soort verloren gaan worden. Tevens zijn er geen potentiële verblijfsplaatsen aangetroffen langs de randen (invloedsfeer) van het plangebied.

Kleine marterachtigen De bunzing, hermelijn en wezel hebben een voorkeur voor structuurrijk kleinschalig (cultuur)landschap waarin zij voldoende dekking vinden. Het leefgebied van kleine marterachtigen vervult de volgende ecologische functies: foerageergebied met voldoende dekking, verbindingen met andere leefgeEen ecologische quickscan aangaande het initiatief Sinnefjild aan de Leeuwarderstraatweg te Heerenveen

10

bieden en rust- en voortplantingsplaatsen. Dichtheden en populatieomvang van kleine marterachtigen is in Friesland vrijwel onbekend (Zoogdiervereniging, 2021). In de wijde omgeving zijn waarnemingen bekend van de bunzing, hermelijn en wezel (Bron: NDFF). Het plangebied bestaat uit laaggelegen nat open grasland welke intensief wordt beheerd (bemesting en maaien) en periodiek onderhoud plaatsvindt langs de slootkanten. In de bloeiperiode kan er hogere begroeiing aanwezig zijn, met name langs de sloten waardoor marters het plangebied kunnen gebruiken als potenciële verbindingszones en foerageergebied (figuur 8 - 11). Echter worden er geen vaste rust-/verblijfplaatsen verwacht binnen het plangebied gezien het intensieve beheer en het laaggelegen (natte) terrein. De dekking buiten de begrenzing van het plangebied kan wel dienen voor schuilmogelijkheden. Het planvoornemen is om het gebied op een zodanige manier in te richten dat het na de realisatie perspectief heeft om de verbindingszones en foerageergebieden te behouden. Hierdoor gaat er geen leefgebied verloren. Overtreding van een verbodsbepaling binnen de Omgevingswet op het onderdeel marterachtigen is daarmee uitgesloten.

Figuur 8 - 9. Noordoost- en noordwestzijde plangebied met het laaggelegen grasland en het productiebos buiten de begrenzing van het plangebied. Begroeiing langs de sloten kan dienen als verbindingszones en foerageergebied voor kleine marterachtigen.

Figuur 10 - 11. Zuidwestzijde plangebied met het laaggelegen grasland en de houtsingel buiten de begrenzing van het plangebied. Begroeiing angs de sloten kunnen dienen als verbindingszones en foerageergebied voor kleine marterachtigen. Een ecologische quickscan aangaande het initiatief Sinnefjild aan de Leeuwarderstraatweg te Heerenveen

11

Nationaal beschermde soorten (met provinciale vrijstelling) In en direct rondom het plangebied komen naar alle waarschijnlijkheid verschillende grondgebonden zoogdiersoorten voor als diverse (woel)muizensoorten. Voor deze bovengenoemde soorten geldt een provinciale vrijstelling van bescherming. Wel dient men voor deze soorten rekening te houden met de zorgplicht.

6.2.2 Vleermuizen Alle 20 vleermuissoorten in Nederland zijn beschermd in de Omgevingswet. Hierbij gaat het om de bescherming van verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes en essentiële foerageergebieden. In de omgeving komen de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis, rosse vleermuis en watervleermuis voor. Tijdens het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde waarden van deze soorten.

Verblijfplaatsen Het plangebied betreft een grasland. Verblijfplaatsen in bebouwing is hiermee op voorhand uitgesloten. Er worden geen bomen aangetast in het planvoornemen. Daarmee is tevens directe aantasting/ verstoring van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen uitgesloten. Daarnaast zijn er in de directe omgeving (invloedsfeer) langs de randen van het productiebos geen potenciële verblijfsplaatsen aangetroffen. Foerageergebied en vliegroute Naar alle waarschijnlijkheid wordt er binnen en langs de randen van het plangebied door vleermuizen gefoerageerd. Het betreft echter geen essentieel foerageeergebied omdat er in de omgeving voldoende locaties met open structuur aanwezig zijn. De lijnvormige elementen van het productiebos en de houtsingel langs de Leeuwarderstraatweg in de directe omgeving van het plangebied worden door vleermuizen hoogstwaarschijnlijk gebruikt om te navigeren. Er worden geen bomen gekapt in het planvoornemen waardoor aantasting van potentiële vliegroutes op voorhand kan worden uitgesloten. Tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situtatie dient men rekening te houden met mogelijke lichtverstoring van vleermuizen (en andere nacht actieve/lichtgevoelige dieren zoals uilen). Door uitsluitend overdag te werken of vleermuisvriendelijke verlichting te gebruiken wordt verstoring van deze soorten voorkomen.

6.3

Broedvogels

Bij broedvogels wordt onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten en niet-jaarrond beschermde nesten.

6.3.1

Jaarrond beschermde nesten

Tijdens het veldbezoek zijn er twee paartjes buizerds roepend en foeragerend waargenomen in en rondom het plangebied. Op basis van gesprekken met omwonenden schijnen de buizerds het produtiebos gebruik te maken als nestplaatsen. Binnen de invloedsfeer van het plangebied zijn deze buizerdnesten of overige potentiële jaarrond beschermde nesten niet aangetroffen. Daarnaast blijft er voldoende foerageergebied over in de nieuwe situatie t.b.v. de functionaliteit van eventuele jaarrond beschermde nesten.

6.3.2 Overige broedvogels (niet jaarrond beschermde nesten) Tijdens het broedseizoen (grofweg 1 mrt. t/m aug.) kunnen er vogels in het productiebos, in het grasland en in de sloten broeden waarvan het nest niet jaarrond beschermd is. Voor soorten waarvan Een ecologische quickscan aangaande het initiatief Sinnefjild aan de Leeuwarderstraatweg te Heerenveen

12

het nest niet jaarrond beschermd is, dient men rekening te houden met het feit dat ieder nest, mits op dat moment in gebruik, beschermd is. Dit houdt in dat er geen wezenlijke verstoring mag plaatsvinden, waardoor de vogel het nest verlaat.

6.4

Amfibieën en reptielen

In de ruime omgeving (Nannewiid, Oranjewoud en De Deelen, ± 4km afstand t.o.v. het plangebied) zijn waarnemingen bekend van de ringslang (Bron: NDFF). De ringslang is gebonden aan waterrijke habitats. Deze liggen veelal op zandgronden en op de overgangen van zandgrond naar veen- en kleigronden. Het habitat van en direct rondom het plangebied wordt gekenmerkt als een groot, laag gelegen, natte oppervlakte. De ringslang vermijd dergelijke oppervlaktes, omdat de soort daar vaak niet alle stadia van zijn levenscyclus kan doorlopen. Met name de ontwikkeling van de eieren en de overwintering vormen in polders een probleem. Op basis van het aanwezige habitat binnen en direct rondom het plangebied, wordt niet verwacht dat er beschermde reptielen soorten (zoals de ringslang) aanwezig zijn. In de ruime omgeving zijn geen waarnemingen bekend van beschermde amfibieën (Bron: NDFF). Beschermde amfibieën worden op basis van verspreidingsgegevens en ter plaatse aanwezige habitat niet binnen de invloedsfeer van het planvoornemen verwacht. De sloten zijn geschikt leefgebied voor algemeen voorkomende amfibieën (b.v. bruine kikker, gewone pad). Voor deze soorten geldt een vrijstelling in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, onderhoud aan infrastructuur of ruimtelijke ontwikkelingen. Echter, te allen tijde is de Zorgplicht van kracht.

6.5

Vissen

In de ruime omgeving zijn er geen waarnemingen bekend van beschermde vissen (Bron: NDFF). Op basis van verspreidingsgegevens en het plaatselijke aanwezig habitat (ontbrekende sliblaag voor de grote modderkruiper) wordt er geen negatief effect op beschermde vissoorten verwacht. De sloten zijn geschikt leefgebied voor algemene zoetwatersoorten. Hiervoor geldt te alle tijden de Zorgplicht.

6.6

Ongewervelden

In en rond het plangebied komen geen wettelijk beschermde ongewervelden voor. Dit wordt geconcludeerd op basis van de verspreidingsgegevens en het ontbreken van kritische habitats in de directe omgeving. Voor beschermde libellen ontbreken kritische habitats als verlandende waterlopen met waardplanten als bijvoorbeeld de krabbescheer. Overtreding van een verbodsbepaling binnen de Omgevingswet op het onderdeel ongewervelden is daarmee uitgesloten.

Een ecologische quickscan aangaande het initiatief Sinnefjild aan de Leeuwarderstraatweg te Heerenveen

13

7. Samenvatting en conclusie flora en fauna quickscan De initiatiefnemer heeft de wens een zonneweide te realiseren, waarbij eerst het plangebied bouwrijp gemaakt dient te worden en daarna bovengrondse bouwwerkzaamheden plaatsvinden. Daarnaast dient de middelste sloot in het plangebied gedempt te worden en omringende sloten worden uitgebreid. Men heeft de wens om de bouw te starten in 2026 met een bouw doorlooptijd van maximaal 6 maanden. In het kader van de vergunningsaanvraag heeft Successie Natuurzaken een ecologische toetsing uitgevoerd om duidelijkheid te verschaffen of de geplande werkzaamheden al dan niet in strijd zijn met de Omgevingswet en provinciaal beschermde (natuur)gebieden. Gebiedsbescherming Het planvoornemen heeft geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt op relatief grote afstand tot stikstofgevoelige gebieden. Een toename van stikstofdepositie op kwetsbare gebieden wordt niet verwacht. Het wordt, indien nog niet bekend, wel aangeraden gemeente Heerenveen (contactpersoon vergunningaanvraag) te vragen of een stikstofcalculatie vereist is. Het plangebied ligt buiten NNN-gebieden en het planvoornemen leidt niet tot een vermindering van kwaliteit, oppervlakte of samenhang tussen onderlinge NNN-gebieden in de directe omgeving.

Ditzelfde geldt voor ganzenrust- en foerageergebied of weidevogelkans-/weidevogelkerngebied. Er wordt daarmee geen effect verwacht op provinciaal beschermde natuurgebieden.

Houtopstanden Er is geen sprake van een meld en/of herplantingsplicht omtrent houtopstanden. Soortenbescherming Het planvoornemen is getoetst aan Europees en nationaal beschermde soorten. Op basis van de ter plaatse aanwezige omstandigheden en verspreidingsgegevens wordt niet verwacht dat het planvoornemen tot een overtreding van een verbodsbepaling zal leiden omtrent beschermde ongewervelden, vissen, amfibieën, reptielen en flora. Zoogdieren Tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situtatie dient men rekening te houden met mogelijke lichtverstoring van vleermuizen (en andere nacht actieve/lichtgevoelige dieren zoals uilen) richting de lijnvormige elementen in de vorm van de sloten, het productiebos en straatelementen. Door uitsluitend overdag te werken of vleermuisvriendelijke verlichting te gebruiken wordt verstoring van deze soorten voorkomen. Broedvogels Tijdens het broedseizoen (grofweg 1 mrt. t/m aug.) kunnen er vogels in het productiebos, in het grasland en in de sloten broeden waarvan het nest niet jaarrond beschermd is. Voor deze soorten dient men rekening te houden met het feit dat ieder nest, mits op dat moment in gebruik, beschermd is. Dit houdt in dat er geen wezenlijke verstoring mag plaatsvinden, waardoor de vogel het nest verlaat. Bij voorkeur wordt er buiten het vogelbroedseizoen gewerkt dan wel voorafgaand aan het vogelbroedseizoen gestart.

Indien men voornemens is binnen het vogelbroedseizoen te starten met de werkzaamheden, dan wordt aangeraden het plangebied vooraf te checken op (potentiële) broedgevallen door een deskundig ecoloog.

Een ecologische quickscan aangaande het initiatief Sinnefjild aan de Leeuwarderstraatweg te Heerenveen

14

Zorgplicht/algemene(re) voorkomende soorten met vrijstelling Binnen het plangebied komen diverse algemene(re) soorten voor waarvoor te allen tijde de Zorgplicht geldt. Dit houdt in dat men tracht schade aan wilde planten en dieren zo veel mogelijk te voorkomen Dit houdt in dat men tracht schade aan wilde planten en dieren zo veel mogelijk te voorkomen. Dit kan door een werkwijze te hanteren waarbij dieren kunnen ontsnappen en/of deze te verplaatsen naar een geschikt biotoop. In de sloten binnen het plangebied komen diverse vrijgestelde amfibiesoorten voor zoals de bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander. Daarnaast zijn waarschijnlijk algemene vissoorten zoals blankvoorn, baars, karper en snoek aanwezig. Bovengenoemde soorten zijn beschermd onder de zorgplicht en mogen niet opzettelijk gedood worden waardoor de volgende mitigerende maatregelen worden aangeraden: • • •

De sloten dienen niet gedempt of uitgebreid te worden bij temperaturen onder het vriespunt. Bij het droogleggen van een deel van een sloot dienen alle amfibieën en vissen een vlucht mogelijkheid richting een ander deel van de watergang te hebben. Bij het droogleggen van een complete sloot dient eecologische begeleiding aanwezig te zijn. Wanneer het waterpeil laag genoeg is zal de ecoloog de sloot afvissen en de gevangen amfibieën en vissen overbrengen naar een geschikte watergang of waterpartij welke onaangetast blijft nabij het plangebied.

Een ecologische quickscan aangaande het initiatief Sinnefjild aan de Leeuwarderstraatweg te Heerenveen

15

8. Literatuurlijst Informatiepunt Leefomgeving, Activiteiten Natuur. [Online]. Beschikbaar op https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/activiteiten-natuur/ https://www.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=14fdb7eae5844c479140f89c88abddd3 (Kaartenkijkdoos provincie Fryslân) https://www.natura2000.nl/gebieden/friesland/van-oordts-mersken/van-oordts-mersken-doelstelling https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten Zoogdiervereniging, 2021. Staat van instandhouding Fryslân Beoordeling bunzing, hermelijn, wezel. [Online] Beschikbaar op https://www.zoogdiervereniging.nl/~zoogdier/sites/default/files/2022-02/ SVI%20Friesland%20kleine%20marters.pdf

BIJ12 rapporten: Diverse soorten Geraadpleegde websites: ndff-ecogrid.nl Waarnemingen.nl Google.maps.nl Zoogdiervereniging.nl Verspreidingsatlas.nl

Een ecologische quickscan aangaande het initiatief Sinnefjild aan de Leeuwarderstraatweg te Heerenveen

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=b0b2213f-73a2-4a39-8a9a-f7b1c63d5c10