1n. 2200321_Brandveiligheidsconcept_Moskoupleats (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Brandbeveiligingsconcept Ten behoeve van: Verbouw woonboerderij Moskoupleats Schoterlandseweg 22 te Katlijk
Brandbeveiligingsconcept Ten behoeve van: Verbouw woonboerderij Moskoupleats Schoterlandseweg 22 te Katlijk
©2020, Adviesbureau Sijperda-Hardy b.v. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
2200321: Brandbeveiligingsconcept woonboerderij Schoterlandseweg 22 te Katlijk
pagina 1
Brandbeveiligingsconcept Verbouw woonboerderij tot zorgboerderij Schoterlandseweg 22 te Katlijk Projectnummer: Datum: Aangepast: Versie: Status:
2200321 3 september 2020
Adviseur:
Adviesbureau Sijperda-Hardy BV Postbus 23 8650 AA IJlst 0515 – 429 777
1 Definitief
Contactpersoon:
2200321: Brandbeveiligingsconcept woonboerderij Schoterlandseweg 22 te Katlijk
pagina 2
Inhoudsopgave 1.
INLEIDING ................................................................................................................................................ 4
2.
BEPERKING VAN UITBREIDING VAN BRAND ............................................................................................. 6 2.1. BRANDCOMPARTIMENTERING ....................................................................................................................... 6 2.2. SUB-BRANDCOMPARTIMENTERING ................................................................................................................. 7 2.3. WEERSTAND TEGEN BRANDDOORSLAG EN BRANDOVERSLAG (WBDBO) ................................................................ 8 2.4. INWENDIGE SCHEIDINGSCONSTRUCTIE ............................................................................................................ 8 2.4.1. Criteria brandwerendheid ............................................................................................................. 9 2.5. UITWENDIGE SCHEIDINGSCONSTRUCTIES ......................................................................................................... 9 2.5.1. Spiegelsymmetrisch .................................................................................................................... 10 2.5.2. Brandoverslag aansluiting bijgebouw met hoofdgebouw .......................................................... 10
3.
VLUCHTROUTES ..................................................................................................................................... 12 3.1. 3.2. 3.3. 3.4.
4.
STERKTE VAN BRAND ............................................................................................................................. 14 4.1. 4.2.
5.
LOOPAFSTAND VLUCHTROUTES .................................................................................................................... 12 TWEEDE VLUCHTROUTE ............................................................................................................................. 13 INRICHTING VLUCHTROUTES ........................................................................................................................ 13 DEUREN IN VLUCHTROUTES ........................................................................................................................ 13
VLUCHTROUTE ......................................................................................................................................... 14 BOUWCONSTRUCTIE.................................................................................................................................. 14
MATERIAALGEDRAG .............................................................................................................................. 15 5.1. BEPERKING VAN HET ONTSTAAN VAN EEN BRANDGEVAARLIJKE SITUATIE ............................................................... 15 5.1.1. Schacht, koker of kanaal ............................................................................................................. 15 5.1.2. Dak .............................................................................................................................................. 15 5.2. BRANDVOORTPLANTING EN ROOKDICHTHEID .................................................................................................. 16 5.2.1. Binnenoppervlak ......................................................................................................................... 16 5.2.2. Buitenoppervlak .......................................................................................................................... 16
6.
BRANDBEVEILIGINGSINSTALLATIE ......................................................................................................... 17 6.1. 6.2. 6.3.
7.
BESTRIJDEN VAN BRAND ....................................................................................................................... 18 7.1. 7.2. 7.3. 7.4. 7.5.
8.
NOODVERLICHTING ................................................................................................................................... 17 BRANDMELD- EN ONTRUIMINGSALARMINSTALLATIE......................................................................................... 17 VLUCHTROUTEAANDUIDING ........................................................................................................................ 17
BRANDSLANGHASPELS ............................................................................................................................... 18 BLUSTOESTELLEN ...................................................................................................................................... 18 BLUSWATERVOORZIENING .......................................................................................................................... 19 BRANDWEERINGANG ................................................................................................................................. 19 HULP BIJ ONTRUIMING VAN BRAND .............................................................................................................. 19
SAMENVATTING .................................................................................................................................... 20
BIJLAGE: TEKENINGEN MET BRANDVEILIGHEIDSVOORZIENINGEN ................................................................. 21
2200321: Brandbeveiligingsconcept woonboerderij Schoterlandseweg 22 te Katlijk
pagina 3
1.
Inleiding Adviesbureau Sijperda-Hardy heeft voor de verbouw van de woonboerderij aan de Schoterlandseweg 22 te Katlijk een brandveiligheidsscan uitgevoerd van de in het Bouwbesluit 2012 opgenomen voorschriften in het kader van brandveiligheid.
Situatie Het gebouw bestaan uit een hoofdgebouw met vier bouwlagen en een bijgebouw bestaande uit twee bouwlagen. De vierde bouwlaag is een niet toegankelijke zolder. De hoogste verblijfsvloer van het hoofdgebouw is gelegen op 6,1 meter boven het meetniveau. In het gebouw zijn o.a. de volgende ruimten aanwezig: 24 appartementen, woonkamer met dagbesteding, kantoorruimten, spreekkamer, slaapkamer en bergruimten. De gebruiksfunctie van het gebouw zijn: Groepszorgwoning met 24 uurszorg, Kantoorfunctie en Bijeenkomstfunctie.
2200321: Brandbeveiligingsconcept woonboerderij Schoterlandseweg 22 te Katlijk
pagina 4
Bij het onderzoek is uitgegaan van de tekeningen van Bouwbedrijf Stegeman BV te Peperga. De tekeningen zijn met de nodige brandveiligheidsvoorzieningen als bijlage aan de rapportage toegevoegd.
De in deze rapportage aangegeven wijzigingen c.q. aanvullingen dienen te worden verwerkt in de bij de bouwaanvraag in te dienen stukken. De rapportage kan daarbij als toelichting dienen. De verbouw/functiewijziging moet voldoen aan het bouwbesluit “verbouw”, dit betekent dat er voldaan moet worden aan het rechtens verkregen niveau. De verbouw is alleen van toepassing op die delen van het bouwwerk die ook daadwerkelijk fysiek worden gewijzigd. Rechtens verkregen niveau: Niveau dat het gevolg is van de toepassing op enig moment van de relevante op dat moment van toepassing zijnde technische voorschriften en dat niet lager ligt dan het niveau van de desbetreffende voorschriften voor een bestaand bouwwerk en niet hoger dan het niveau van de desbetreffende voorschriften voor een te bouwen bouwwerk. De brandwerendheid wordt getoetst aan het rechtens verkregen niveau, de overige onderdelen worden getoetst aan nieuwbouw niveau van het Bouwbesluit 2012.
2200321: Brandbeveiligingsconcept woonboerderij Schoterlandseweg 22 te Katlijk
pagina 5
2.
Beperking van uitbreiding van brand
2.1.
Brandcompartimentering Ter beperking van de uitbreiding van brand dient het gebouw conform afdeling 2.10 van het Bouwbesluit te worden opgedeeld in brandcompartimenten. Een brandcompartiment is als volgt gedefinieerd: Gedeelte van één of meer bouwwerken bestemd als maximaal uitbreidingsgebied van brand. Overeenkomstig het Bouwbesluit dient een gebouw opgedeeld te worden in brandcompartimenten met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 1.000 m². (Uitzonderingen hierop zijn een brandcompartiment van een industrie- en logiesfunctie). Daarnaast dienen stookruimten en technische ruimten met een gebruiksoppervlakte van meer dan 50 m² te worden uitgevoerd als brandcompartiment. Er is sprake van een stookruimte indien het gezamenlijke opgestelde nominale vermogen van de stooktoestellen in een ruimte meer dan 130 kW bedraagt. Woonfunctie In een brandcompartiment liggen niet-gemeenschappelijke ruimten van niet meer dan één woonfunctie en nevenfuncties daarvan. In de onderstaande schets is een praktische verdeling in brandcompartimenten schetsmatig aangegeven.
Begane grond
Eerste verdieping
2200321: Brandbeveiligingsconcept woonboerderij Schoterlandseweg 22 te Katlijk
pagina 6
Tweede verdieping
zolder
Tabel: overzicht brandcompartimenten Gebruiksoppervlakte (ca. m²) Brandcompartiment Begane 1e 2e grond Verdieping Verdieping BC1 230 190 95 BC2 335 250 180 BC3 200 120 De brandcompartimenten zijn kleiner dan 1.000m².
Zolder
Totaal
30 40 -
545 805 320
Er is in het hoofdgebouw gekozen voor deze verdeling om op de begane grond en de eerste verdieping horizontaal naar het veilige gebied van het naastgelegen brandcompartiment te kunnen vluchten. Dit betekent De indeling in brandcompartimenten is als volgt: Het hoofdgebouw wordt verticaal verdeelt in twee brandcompartimenten. De dagbesteding is gelegen in een brandcompartiment. Er is geen sprake van een stookruimte. De voorgestelde brandwerende scheidingen zijn op de tekeningen in de bijlage aangegeven.
2.2.
Sub-brandcompartimentering Conform de eisen van het Bouwbesluit dient een brandcompartiment te worden opgedeeld in één of meer sub-brandcompartimenten of verkeersruimten waardoor een beschermde vluchtroute voert. Woonfunctie Bij specifieke woonvormen zijn binnen een woning meerdere beschermde subbrandcompartimenten noodzakelijk. Bij een woning voor zorg met een gebruiksoppervlakte
2200321: Brandbeveiligingsconcept woonboerderij Schoterlandseweg 22 te Katlijk
pagina 7
van meer dan 500 m² mag een niet-gemeenschappelijk beschermd sub-brandcompartiment niet groter zijn dan 100 m². Daarnaast dient een gezamenlijke verblijfsruimte als apart beschermd subbrandcompartiment te worden uitgevoerd, met een maximale oppervlakte van 500 m2. Dit betekent De appartementen, slaapkamer en woonkamer worden als een beschermd subbrandcompartiment, met een oppervlakte van maximaal 100 m², uitgevoerd. De trapopgang vanuit de woonkamer 0.35 wordt verplaatst naar hal 0.38. Ieder brandcompartiment is tevens een sub-brandcompartiment.
2.3.
Weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) Brandcompartiment In het algemeen moet tussen een brandcompartiment en een ruimte buiten dat brandcompartiment een brandwerendheid van minimaal 60 minuten worden gegarandeerd, tenzij de permanente vuurbelasting van het brandcompartiment minder is dan 500 MJ/m². Verbouw Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de bovengenoemde artikelen ook van toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau en een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van ten minste 30 minuten. Beschermd sub-brandcompartiment De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een beschermd sub-brandcompartiment naar een andere ruimte in het brandcompartiment is ten minste 30 minuten.
2.4.
Inwendige scheidingsconstructie Doorvoeringen in een brandwerende scheiding dienen te worden voorzien van een brandklep, een brandmanchet of gelijkwaardig alternatief. Deuren dienen een voldoende brandwerendheid te bezitten (ten minste gelijk aan de vereiste WBDBO) en moeten bovendien zelfsluitend zijn. De deuren van de techniekruimten zitten standaard dicht en worden alleen geopend voor controle of werkzaamheden. Deze deuren worden dan ook niet zelfsluitend uitgevoerd. Advies Voor het zelfsluitend uitvoeren van de deuren van de appartementen adviseren wij om hiervoor ‘vrijloopdrangers’ toe te passen. Deze deurdrangers gaan pas de deur sluiten bij een sturing door de brandmeldinstallatie. De deuren zijn in normale situaties dus niet zelfsluitend en kunnen in elke gewenste stand worden gezet. De zelfsluitende deuren zijn dan niet hinderlijk voor de bewoners.
2200321: Brandbeveiligingsconcept woonboerderij Schoterlandseweg 22 te Katlijk
pagina 8
Ramen in een inwendige brandscheiding dienen een voldoende brandwerendheid te bezitten (tenminste gelijk aan de vereiste WBDBO) en mogen niet geopend kunnen worden (uitvoeren met vaste beglazing). 2.4.1. Criteria brandwerendheid De brandwerendheid van een brandscheiding wordt beoordeeld aan de hand van een aantal criteria. Deze criteria zijn: R: brandwerendheid met betrekking tot bezwijken; E: vlamdichtheid betrokken op de afdichting; I: thermische isolatie betrokken op de temperatuur; W: thermische isolatie betrokken op de warmtestraling. Aan welke beoordelingscriteria een brandwerende scheidingswand moet voldoen, is afhankelijk van het soort constructiedeel (wand of bijvoorbeeld glas) en de ruimten waartussen de scheiding ligt. Een scheiding tussen twee sub-brandcompartimenten moet bijvoorbeeld aan andere criteria voldoen dan de scheiding tussen twee brandcompartimenten. Het gaat te ver om voor elk soort scheiding en constructiedeel de criteria te noemen waaraan moet worden voldaan. Een aantal veel voorkomende situaties is hieronder wel toegelicht. Voor een compleet overzicht wordt verwezen naar NEN 6069+A1: 2016. Soort scheiding Tussen brandcompartimenten onderling Tussen sub-brandcompartimenten onderling Tussen beschermde sub-brandcompartimenten onderling Vanuit een compartiment naar een extra beschermde vluchtroute
Criterium EI E EW EW en EI15
Voor deurconstructies (inclusief zij- en bovenlichten) in een compartimentscheiding geldt dat deze alleen aan het EW-criterium hoeven te voldoen. Hier zijn echter wel een paar uitzonderingen op: Deurconstructies met een breedte van meer dan 6 meter EI Zijlichten die breder zijn dan 1,5 meter EI.
2.5.
Uitwendige scheidingsconstructies De WBDBO-eis van de uitwendige scheidingsconstructies hoeft niet per se gerealiseerd te worden door voldoende brandwerende scheidingsconstructies toe te passen. Bij uitwendige scheidingsconstructies neemt de warmtestralingsflux vanuit een brandcompartiment af bij een toenemende afstand. Uiteindelijk zou deze afstandsbijdrage zo groot kunnen worden, dat deze geheel in de noodzakelijke WBDBO voorziet. Wanneer de noodzakelijke WBDBO
2200321: Brandbeveiligingsconcept woonboerderij Schoterlandseweg 22 te Katlijk
pagina 9
geheel bouwkundig in de scheidingsconstructie moet worden gerealiseerd, is een brandwerendheid van ten minste 60 minuten benodigd. Bij het bepalen van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een ruimte van een op een aangrenzend perceel gelegen gebouw wordt voor het op het andere perceel gelegen gebouw uitgegaan van een identiek maar spiegelsymmetrisch ten opzichte van de perceelsgrens gelegen gebouw. Indien het perceel grenst aan een openbare weg, openbaar water, openbaar groen, of een perceel dat niet is bestemd voor bebouwing of voor een speeltuin, een kampeerterrein of opslag van brandgevaarlijke stoffen of van brandbare niet milieugevaarlijke stoffen vindt deze spiegeling plaats ten opzichte van het hart van die weg, dat water, dat groen of dat perceel. 2.5.1. Spiegelsymmetrisch Het gebouw staat ruim op het perceel, zie onderstaande schets
De afstanden zijn voldoende om brandoverslag naar een gespiegeld gebouw t.o.v. de perceelgrenzen of hart openbare weg te voorkomen. 2.5.2. Brandoverslag aansluiting bijgebouw met hoofdgebouw Om brandoverslag tussen het hoofdgebouw en bijgebouw te voorkomen worden de volgende gedeelten 30 minuten brandwerend uitgevoerd: Voorgevel corridor, Plat dak corridor, Gevel keuken gericht naar hoofdgebouw en Gevel appartement gericht naar het bijgebouw. Voor een draaibaar constructie onderdeel in de externe brandscheiding geldt vanuit het bouwbesluit geen eis voor het zelfsluitend zijn van deze constructie. De deuren hoeven dus niet zelfsluitend te worden uitgevoerd.
2200321: Brandbeveiligingsconcept woonboerderij Schoterlandseweg 22 te Katlijk
pagina 10
Consequenties brandwerendheid eis: De onderlinge brandwerendheid tussen de brandcompartimenten wordt met 30 minuten brandwerendheid uitgevoerd. De onderlinge brandwerendheid tussen de beschermde sub-brandcompartimenten wordt met 30 minuten brandwerendheid uitgevoerd. Deuren in een interne brandwerende scheiding dienen zelfsluitend te zijn uitgevoerd. Alle doorvoering door wanden en vloeren, waar een WBDBO-eis voor geldt, dienen zodanig te worden uitgevoerd dat de brandwerendheid gewaarborgd is. Om brandoverslag tussen het hoofdgebouw en bijgebouw te voorkomen dienen de volgende gedeelten 30 minuten brandwerend te worden uitgevoerd: • Voorgevel corridor, • Plat dak corridor, • Gevel keuken gericht naar hoofdgebouw en • Gevel appartement gericht naar het bijgebouw.
2200321: Brandbeveiligingsconcept woonboerderij Schoterlandseweg 22 te Katlijk
pagina 11
3.
Vluchtroutes Een te bouwen bouwwerk heeft voldoende vluchtroutes waarlangs bij brand een veilige plaats kan worden bereikt. De brandcompartimenten worden elk als een sub-brandcompartiment aangemerkt en hebben diverse vluchtroutes naar naastgelegen brandcompartiment of direct naar het aansluitend terrein.
3.1.
Loopafstand vluchtroutes Op elk punt van een voor personen bestemd gedeelte van een vloer begint een vluchtroute die leidt naar het aansluitende terrein en vandaar naar de openbare weg. De gecorrigeerde loopafstand tussen een punt in een gebruiksgebied en een uitgang van het sub-brandcompartimentering waarin dat gebruiksgebied ligt, is niet groter dan 30 meter. In afwijking van het bovengenoemde, wordt bij een niet nader in te delen gebruiksgebied en bij een verblijfsruimte in plaats van de gecorrigeerde loopafstand uitgegaan van de loopafstand die niet groter is dan 30 meter. Aan de loopafstand tussen een punt in een gebruikersgebied en de en de toegang van het sub-brandcompartimentering, waarin het gebruiksgebied ligt, wordt een eis aan de loopafstand gesteld van 30 meter (werkelijke loopafstand). Woonfunctie De gecorrigeerde loopafstand tussen een punt in een gebruiksgebied en een uitgang van het sub-brandcompartiment waarin dat gebruiksgebied ligt, is niet groter dan 30 meter. Toets De langst gemeten loopafstand vanuit een verblijfsgebied bevindt zich op de 2e verdieping vanuit appartement 24 naar de uitgang naar BC2 op de 1e verdieping. De gemeten loopafstand bedraagt 25,3 meter, waarbij de afstand over de trap en in het appartement vermenigvuldigd is met factor 1,5, zie onderstaande schets met gemeten loopafstand.
Met de aanwezige uitgangen wordt er voldaan aan de loopafstanden.
2200321: Brandbeveiligingsconcept woonboerderij Schoterlandseweg 22 te Katlijk
pagina 12
3.2.
Tweede vluchtroute Door de verschillende onafhankelijke vluchtroutes, zijn er geen eisen aan de status van de vluchtroutes.
3.3.
Inrichting vluchtroutes Een vluchtroute heeft een vrije doorgang met een breedte van ten minste 0,85 m en een hoogte van ten minste de 2,3 meter.
3.4.
Deuren in vluchtroutes Een deur in een vluchtroute kan zonder gebruik te hoeven maken van een sleutel onmiddellijk over de tenminste vereiste breedte worden geopend. In afwijking hiervan kan een deur op een vluchtroute die begint in een ruimte voor het insluiten van personen als bedoeld in artikel 6.25, zevende lid Bouwbesluit, tijdens het vluchten met een sleutel over de ten minste vereiste breedte worden geopend, mits de inrichting, het gebruik en de organisatie zodanig zijn dat het in het met artikel 7.11 Bouwbesluit beoogde brandveiligheidsniveau is gewaarborgd. Een automatisch werkende deur en een voorziening voor toegangs- of uitgangscontrole in een vluchtroute mogen het vluchten niet belemmeren.
2200321: Brandbeveiligingsconcept woonboerderij Schoterlandseweg 22 te Katlijk
pagina 13
4.
Sterkte van brand Om gebruikers in de gelegenheid te stellen zich bij brand tijdig naar buiten te begeven en om de brandweer de gelegenheid te geven het gebouw te doorzoeken, worden in het Bouwbesluit eisen gesteld aan de sterkte van bouwconstructies. Het gaat dan om de brandwerendheid met betrekking tot bezwijken van: een vloer, trap of hellingbaan waarover of waaronder een vluchtroute voert buiten het sub-brandcompartiment met brand (buiten de brandruimte); een bouwconstructie van een aangrenzend brandcompartiment.
4.1.
Vluchtroute Een vluchtroute moet in geval van brand gedurende minimaal 30 minuten in stand worden gehouden. In verband met de indeling in brandcompartimenten wordt er voldaan aan de in stand houding van de vluchtroute gedurende de vereiste 30 minuten.
4.2.
Bouwconstructie De eisen die gelden voor de sterkte van de bouwconstructie zijn gerelateerd aan het hoogstgelegen verblijfsgebied, namelijk: minimaal 60 minuten bij gebouwen met een verblijfsgebied tot 7 meter; minimaal 90 minuten bij gebouwen met een verblijfsgebied tussen 7 en 13 meter; minimaal 120 minuten bij gebouwen waarin verblijfsgebieden liggen boven 13 meter. De minimaal vereiste tijdsduur voor de hoofddraagconstructie mag met 30 minuten worden verminderd als de permanente vuurbelasting niet groter is dan 500 MJ/m². De reductieregel is alleen toegestaan als de vloer van het hoogste verblijfsgebied niet hoger is gelegen dan 7 meter boven het meetniveau. Consequenties sterkte bouwconstructie; De hoogste verblijfsvloer is gelegen op 6,1 meter, dit betekent dat de bouwconstructie onder brandomstandigheden een sterkte van 60 minuten moet bezitten. De benodigde brandwerende voorzieningen aan de bouwconstructie dienen door de constructeur bepaald te worden.
2200321: Brandbeveiligingsconcept woonboerderij Schoterlandseweg 22 te Katlijk
pagina 14
5.
Materiaalgedrag
5.1.
Beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie Een te bouwen bouwwerk is zodanig dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie voldoende wordt beperkt.
5.1.1. Schacht, koker of kanaal Materiaal toegepast aan de binnenzijde van een schacht, een koker of een kanaal grenzend aan meer dan een brandcompartiment of sub-brandcompartiment met een inwendige doorsnede groter dan 0,015 m², voldoet over een dikte van ten minste 0,01 m, gemeten loodrecht op de binnenzijde, aan brandklasse A2, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. In dat geval dient het toegepaste materiaal aan de binnenzijde van de schacht, koker of het kanaal te voldoen aan brandklasse A2 (bepaald overeenkomstig NEN-EN 13501-1) over een dikte van ten minste 10 mm, gemeten loodrecht op de binnenzijde van de schacht. Dit geldt niet indien de schacht, de koker of het kanaal ligt in (en uitsluitend is bestemd voor) één of meer boven elkaar gelegen toiletruimten of badruimten en ten hoogste 5% van de totale oppervlakte. De leidingschachten in het plan, welke grenzen aan meerdere brandcompartimenten, worden zodanig uitgevoerd dat aan bovenstaande eisen wordt voldaan (brandklasse A2). 5.1.2. Dak De bovenzijde van een dak van een bouwwerk is, bepaald volgens NEN 6063, niet brandgevaarlijk. Dit geldt niet indien het bouwwerk geen voor personen bestemde vloer heeft die hoger ligt dan 5 m boven het meetniveau, en de brandgevaarlijke delen van het dak ten minste 15 m vanaf de perceelsgrens liggen.
Indien het perceel waarop het bouwwerk ligt, grenst aan een openbare weg, openbaar water, openbaar groen, of een perceel dat niet is bestemd voor bebouwing of voor een speeltuin, een kampeerterrein of opslag van brandgevaarlijke stoffen of van brandbare niet milieugevaarlijke stoffen wordt die afstand aangehouden tot het hart van de weg, dat water, dat groen of dat perceel. De daken worden niet-brandgevaarlijk uitgevoerd, conform NEN 6063. Door middel van kwaliteitsverklaringen dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan voornoemde eis.
2200321: Brandbeveiligingsconcept woonboerderij Schoterlandseweg 22 te Katlijk
pagina 15
5.2.
Brandvoortplanting en rookdichtheid
5.2.1. Binnenoppervlak Voor de zijden van de constructieonderdelen, die niet grenzen aan de buitenlucht, geldt dat ze dienen te voldoen aan: Wanden en plafonds (inclusief ramen, deuren en kozijnen): brandklasse D of beter en rookklasse s2 (beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1). Beloopbaar vlak (vloeren en trappen): brandklasse Dfl en rookklasse s1fl (beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1). Ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de constructieonderdelen van elke afzonderlijke ruimte, hoeft niet aan de eisen met betrekking tot de brandvoortplanting en rookdichtheid te voldoen. Door middel van kwaliteitsverklaringen dient te worden aangetoond dat de toegepaste materialen voldoen aan de eisen met betrekking tot de brandvoortplantingsklassen en rookdichtheid. 5.2.2. Buitenoppervlak Een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de buitenlucht voldoet aan brandklasse D, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. Een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de buitenlucht, van een bouwwerk waarvan een voor personen bestemde vloer ten minste 5 m boven het meetniveau ligt, voldoet vanaf het aansluitende terrein tot een hoogte van ten minste 2,5 m aan brandklasse B, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. Het bovengenoemde is niet van toepassing op de bovenzijde van een dak.
In afwijking van het boven gestelde voldoet een deur, een raam, een kozijn en een daaraan gelijk te stellen constructieonderdeel aan brandklasse D, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. Ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de constructieonderdelen van elke afzonderlijke ruimte hoeft niet aan de eisen met betrekking tot de brandklasse te voldoen. Conclusie: De eerste 2,5 meter vanaf het aansluitend terrein dient te voldoen aan brandklasse B conform de NEN-EN 13501-1. Voor de kozijnen en ramen geldt een uitzondering, deze mogen voldoen aan brandklasse D.
2200321: Brandbeveiligingsconcept woonboerderij Schoterlandseweg 22 te Katlijk
pagina 16
6. 6.1.
Brandbeveiligingsinstallatie Noodverlichting Er is geen eis voor de aanwezigheid van noodverlichting. Voor de oriëntatie wordt geadviseerd om de gezamenlijke vluchtwegen te voorzien van noodverlichting.
6.2.
Brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie Er is op basis van artikel 6.20 en de bijbehorende bijlage 1 in het gebouw een gecertificeerde brandmeldinstallatie met volledige bewaking en doormelding naar de meldkamer van de brandweer vereist. De brandmeldinstallatie dient te voldoen aan de eisen die worden gesteld in de NEN 2535:2017. Naast doormelding naar de regionale alarmcentrale van de brandweer (RAC), dient ook doormelding naar een zusterpost plaats te vinden. De doormelding naar de zusterpost is een melding naar de telefoon van het een aanwezige personeel dat 24 uur per dag aanwezig is. De brandmeld- & ontruimingsalarminstallatie dient te zijn voorzien van een geldig inspectiecertificaat dat is afgegeven op grond van het CCV-inspectieschema Brandbeveiligingssystemen. De ontruimingsalarminstallatie dient te voldoen aan de eisen die worden gesteld in de NEN 2575: 2012. Het beheer en de controle van een bij of krachtens de wet voorgeschreven brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie voldoen aan NEN 2654-1 en NEN 2654-2.
6.3.
Vluchtrouteaanduiding Woonfunctie Overeenkomstig het Bouwbesluit is in een woonfunctie geen vluchtrouteaanduiding vereist. Bijeenkomst- en kantoorfunctie Overeenkomstig het Bouwbesluit dient dit gebouwdeel (alle ruimten waardoor een verkeersruimte voert en ruimten voor meer dan 50 personen) te worden voorzien van vluchtrouteaanduiding conform NEN 3011. De vluchtrouteaanduiding dient aangebracht te worden op een duidelijk waarneembare plaats. De vluchtrouteaanduiding is in de bijlage op de tekening aangegeven.
2200321: Brandbeveiligingsconcept woonboerderij Schoterlandseweg 22 te Katlijk
pagina 17
7.
Bestrijden van brand Een bouwwerk heeft zodanige voorzieningen voor de bestrijding van brand, dat brand binnen redelijke tijd kan worden bestreden.
7.1.
Brandslanghaspels Het gebouw dient conform het Bouwbesluit te worden voorzien van brandslanghaspels. Het aantal brandslanghaspels dient overeenkomstig artikel 6.28 van het Bouwbesluit zodanig te zijn, dat er een dekkend patroon wordt verkregen. Dit betekent dat de gecorrigeerde loopafstand tussen een brandslanghaspel en elk punt van de vloer van een gebruiksfunctie niet groter is dan de lengte van de brandslang (maximaal 30 meter), vermeerderd met een worplengte van 5 meter. Een brandslanghaspel: a. heeft een slang met een lengte van niet meer dan 30 m; b. is aangesloten op een voorziening voor drinkwater als bedoeld in artikel 6.12, die bij het mondstuk een statische druk geeft van niet minder dan 100 kPa en een capaciteit heeft van 1,3 m³/h bij gelijktijdig gebruik van twee brandslanghaspels, en c. ligt niet in een ruimte met een trap waarover een beschermde vluchtroute voert. Op de plattegrondtekeningen, die als bijlage is toegevoegd, zijn de brandslanghaspels met 20 meter slanglengte weergegeven, hiermee wordt een dekkend patroon verkregen.
7.2.
Blustoestellen Voor zover daarin niet reeds voldoende door de aanwezigheid van brandslanghaspels is voorzien, is een gebouw voorzien van voldoende draagbare of verrijdbare blustoestellen om een beginnende brand zo snel mogelijk door in het gebouw aanwezige personen te laten bestrijden. In de volgende ruimten dient er een handbrandblusser met een inhoud van ten minste 6 kg, geschikt voor de brandklassen A en B worden aangebracht: Kantoor 1.25, Techniekruimte 1.05, Berging 2.05 en Hal 2.02. In de keuken van de horeca dient er een handbrandblusser met een inhoud van ten minste 6 kg, geschikt voor de brandklasse F (vetbrand) worden aangebracht. Op de tekeningen in de bijlage is een voorstel voor locatie van de handbrandblussers weergegeven.
2200321: Brandbeveiligingsconcept woonboerderij Schoterlandseweg 22 te Katlijk
pagina 18
7.3.
Bluswatervoorziening In de nabijheid van het complex dienen bluswatervoorziening (brandkraan) aanwezig te zijn.
In de bovenstaande schets zijn de aanwezige brandkranen weergegeven.
7.4.
Brandweeringang De hal 0.01 wordt als brandweeringang aangemerkt. In een bouwwerk met een brandmeldinstallatie met doormelding wordt een brandweeringang bij een brandmelding automatisch ontsloten door een sturing vanuit de brandmeldinstallatie.
7.5.
Hulp bij ontruiming van brand In een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie, in een bouwwerk met een vergunning voor brandveilig gebruik en in een bouwwerk waarvoor een gebruiksmelding is gedaan, zijn voldoende personen aangewezen om de ontruiming bij brand voldoende snel te laten verlopen. Het verticaal verdelen in brandcompartimenten is een onderdeel dat bij de ontruiming een belangrijk onderdeel is. Dit zal in de oefeningen en opstellen van het ontruimingsplan behandeld moeten worden.
2200321: Brandbeveiligingsconcept woonboerderij Schoterlandseweg 22 te Katlijk
pagina 19
8.
Samenvatting Het gebouw wordt opgedeeld in drie brandcompartimenten, waarmee er wordt voldaan aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012. Voor de brandscheidingen wordt uitgegaan van een WBDBO-eis van ten minste 30 minuten. Een brandcompartiment is tevens een sub-brandcompartiment. De appartementen en de woonkamer worden als een beschermd subbrandcompartiment uitgevoerd. De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een beschermd sub-brandcompartiment naar een andere ruimte in het brandcompartiment is ten minste 30 minuten. In hoofdstuk 2 zijn er aandachtspunten aangegeven om branddoorslag en brandoverslag te voorkomen. Vanuit een brandcompartiment kan er naar de 2 onafhankelijke vluchtroutes van het gebouw worden gevlucht. Binnen het gebouw wordt voldaan aan de toelaatbare loopafstanden conform de voorschriften van het Bouwbesluit 2012. De deuren gelegen in de vluchtroute moeten worden voorzien van een loopslot (een knopcilinder is ook toegestaan). Indien vluchtdeuren niet door de bewoners kunnen worden geopend, dan dienen deze deuren te worden aangesloten op de brandmeldinstallatie, zodat bij een calamiteit de deur wordt ontgrendeld. De hoofddraagconstructie dient minimaal een sterkte van 60 minuten onder brandomstandigheden te bezitten. In hoofdstuk 5 zijn de eisen met betrekking tot de materialisatie en brandgedrag weergegeven.
De woonkamers en woon-slaapkamers worden voorzien van een woningsprinkler. Het gebouw dient te worden voorzien van de volgende brandveiligheidsinstallaties (zie hoofdstuk 6 en 7 voor de specifieke voorschriften): • Brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie • Brandslanghaspels. • Vluchtrouteaanduiding (m.u.v. woongedeelte). Met betrekking tot de bluswatervoorziening en brandweeringangen dient uitgegaan te worden van het gestelde in hoofdstuk 7. Dit betekent dat als de aandachtspunten genoemd in de rapportage worden aangepast en/of uitgevoerd, er wordt voldaan aan het Bouwbesluit.
2200321: Brandbeveiligingsconcept woonboerderij Schoterlandseweg 22 te Katlijk
pagina 20
Bijlage: Tekeningen met brandveiligheidsvoorzieningen
2200321: Brandbeveiligingsconcept woonboerderij Schoterlandseweg 22 te Katlijk
pagina 21
Bijlage: Brandveiligheidsconcept
Trapopgang wordt verplaatst naar hal 0.38 Trap wordt verplaatst naar hal 0.38
0.21 Appartement 11 27m²
Brandcompartimentering Brandcompartimentering
30 minuten wbdbo (weerstand branddoorslag en brandoverslag) Brandwerende en zelfsluitende deur Brandslanhaspel met 20 meter slanglengte Handbrandblusser met een inhoud van ten minste 6 kg, geschikt voor de brandklasse F. Handbrandblusser met een inhoud van ten minste 6 kg, geschikt voor de brandklassen A en B. Brandmeldpaneel Brandweeringang Vluchtrouteaanduiding conform de NEN3011 Deur in de vluchtrichting te openen zonder gebruik te maken van een los voorwerp. Een automatisch werkende deur en een voorziening voor toegangs- of uitgangscontrole in een vluchtroute mogen het vluchten niet belemmeren.
Bijlage: Brandveiligheidsconcept
Brandcompartimentering
Brandcompartimentering
Bijlage: Brandveiligheidsconcept
Bijlage: Brandveiligheidsconcept
Bijlage: Brandveiligheidsconcept
Zijgevel keuken 30 minuten brandwerend uitvoeren om brandoverslag te voorkomen. Geveldeel 30 minuten brandwerend uitvoeren om brandoverslag te voorkomen.
Eegracht 12 8651 EG IJlst
Postbus 23 8650 AA IJlst
T (0515) 429777 F (0515) 429778