1. Raadsvoorstel Vvgb Schoterlandseweg 22 Katlijk
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Portefeuillehouder Dhr. J. van Veen Datum collegebesluit 02-02-2021 Opsteller dhr. mr. M.K. van Merode Registratie Agendapunt
Onderwerp Verklaring van geen bedenkingen Schoterlandseweg 22 te Katlijk Voorgesteld besluit 1. een (ontwerp)verklaring van geen bedenkingen af te geven voor het vernieuwen en vergroten van een woning met schuurgedeelte en 2 bijgebouwen in een woonzorgcomplex (o.a. gemeenschappelijke en kantoorruimtes, dagbesteding en spreekkamers) op de locatie Schoterlandseweg 22 te Katlijk; 2. deze verklaring als definitieve verklaring van geen bedenkingen aan te merken wanneer er geen zienswijzen over de ontwerpverklaring zijn ingediend. Inleiding Er is een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor het vernieuwen en vergroten van een woning met schuurgedeelte en 2 bijgebouwen in een woonzorgcomplex (o.a. gemeenschappelijke en kantoorruimtes, dagbesteding en spreekkamers) op de locatie Schoterlandseweg 22 te Katlijk. Het betreft hier de realisatie van een maatschappelijke voorziening. Het plangebied ligt in het lint van de Schoterlandseweg en is onderdeel van het buitengebied. Het plan is in strijd met het 'Bestemmingsplan Buitengebied 2007' en de 'Correctieve herziening bestemmingsplan Buitengebied 2007'. De vergunning moet worden geweigerd als vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 Wabo niet mogelijk is. In dit geval kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid die is opgenomen in artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3o Wabo.
Ons college is van mening, dat het aanvaardbaar is medewerking te verlenen aan het plan en toepassing te geven aan de afwijkingsbevoegdheid overeenkomstig de bepalingen in de Wabo. Uit artikel 2.27 Wabo en artikel 6.5 Bor volgt echter dat de vergunning alleen kan worden verleend nadat de gemeenteraad heeft verklaard dat hij daartegen geen bedenkingen heeft. De verklaring kan slechts (gemotiveerd) worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening.
Motivering Beoogd effect Het verkrijgen van de (ontwerp)verklaring van geen bedenkingen van de raad, zodat de besluitvormingsprocedure kan worden vervolgd. Argumenten Volgens het geldende bestemmingsplan heeft de grond van het plangebied de bestemming ‘Woondoeleinden V (voormalige boerderijpanden)’. De voor die bestemming aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor woonhuizen (al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep, dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, die zijn genoemd in bijlage 1) en aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen. Het gebruik van een woonhuis voor meer dan één woning is, evenals het gebruik van vrijstaande bijgebouwen ten behoeve van bewoning, niet toegestaan. Als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd. Per bestemmingsvlak is bovendien slechts één hoofdgebouw toegestaan. De afmetingen daarvan dienen de bestaande afmetingen te bedragen, zoals die voor de onderscheiden hoofdgebouwen zijn weergegeven in bijlage 6 bij het bestemmingsplan. De bestaande afmetingen mogen met ten hoogste 10% worden verlaagd, tenzij het de bestaande dakhelling betreft. Deze mag met ten hoogste 5o worden verlaagd dan wel verhoogd. Tot slot dient de afstand van het hoofdgebouw ten opzichte van de weg minstens de bestaande afstand te bedragen.
Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen dienen ten minste 1 m achter de naar de weg(en) gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw dan wel in of achter het verlengde daarvan te worden gebouwd. Verder dient de maximale afstand van een bijgebouw of een overkapping tot het dichtstbijzijnde punt van het hoofdgebouw ten hoogste 25 m te bedragen. Dit geldt overigens niet, als de afstand van ten minste één van de gevels van het bijgebouw tot de zijdelingse of achterwaartse perceelgrens minder bedraagt dan 3 m. In dat geval moet de maximale afstand ten hoogste 30 m bedragen. De gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij een hoofdgebouw behoort hoogstens 100 m2 te bedragen, tenzij de bestaande gezamenlijke oppervlakte meer bedraagt. Dan zal de gezamenlijke oppervlakte ten hoogste de bestaande gezamenlijke oppervlakte bedragen. De dakhelling en bouwhoogte van een aan- of uitbouw, bijgebouw of overkapping mogen ten minste 30 o respectievelijk ten hoogste 8 m bedragen. Ten slotte mag de goothoogte van bovenvermelde bouwwerken ten hoogste 4 meter bedragen, dan wel de bestaande goothoogte indien deze meer bedraagt. Strijdig gebruik In casu voorziet het plan in een maatschappelijke voorziening.
Op basis van de stukken bij de aanvraag blijkt dat het te renoveren Moskoupleats is bedoeld voor volwassenen met een psychiatrische diagnose die vallen onder de Wet langdurige zorg (Wlz). De Wlz is gericht op mensen die hun leven lang permanent toezicht nodig hebben, of 24 uur per dag zorg in de nabijheid omdat zij niet in staat zijn voor zichzelf te zorgen. De cliënten zijn onvoldoende in staat zelf vorm en inhoud aan hun leven te geven, specifieker zelfstandig te functioneren. De doelgroep valt onder zorgzwaarte WLZ-GGZ 1 (Wonen met intensieve begeleiding) en WLZ-GGZ 2 (Wonen met intensieve begeleiding en verzorging). Een hogere zorgzwaarte zal niet worden geplaatst. Voor een uitgebreidere
2
duiding van de zorgzwaarte (en de cliënten) verwijzen wij naar de bijlagen ‘Antwoord_inzake_zorgprofielen.pdf’ en ‘Zorgprofielen_ggz_wonen_pdf.pdf’. Deze bijlagen maken ook integraal onderdeel uit van de (ontwerp)omgevingsvergunning. De bewoning maakt deel uit van een verplicht begeleiding- en, waar sprake is van behandeling, behandelingstraject. De Wlz gaat ervan uit dat slechts een klein percentage van de cliënten een beroep zal doen op behandeling zoals voorgeschreven binnen de GGZ. De therapie kan zowel op de eigen kamer als in de daarvoor bestemde gesprek/behandelkamer of therapie ruimte plaatsvinden. Hoewel er dagelijks therapie en begeleiding wordt aangeboden is dit niet gericht op zelfstandige bewoning. De cliënten blijven hun leven lang aangewezen op de zorg die hun ter plaatse aangeboden wordt. Er zal dan ook 24 uurszorg op locatie worden geboden. Cliënten moeten beschikken over voldoende groepsvaardigheid. Gedragsproblematiek met overlast voor cliënten, personeel en omwonenden wordt niet toegelaten binnen het woonzorgcomplex. Dit wordt geborgd op basis van het behandelplan. Het begeleidings- of behandelingstraject gebeurt op basis van een vast dagprogramma. Het individuele begeleidingsplan maakt daarvan deel uit. Om cliënten de begeleiding en ondersteuning te geven die zij nodig hebben vanuit hun hulpvraag is duidelijke dagelijkse structuur een vereiste.
De structuur van het dagprogramma is leidraad voor het individuele begeleidings-/behandelplan. Ook dagbesteding, die wordt aangeboden op de locatie zelf, is onderdeel van het verplicht dagprogramma. Zinvolle dagbesteding wordt geboden die past bij de hulpvraag van de cliënt en bij de omgeving van de boerderij. De dagbesteding is gericht op zingeving, vrijetijdsbesteding en een gezonde leefstijl, hetgeen bijdraagt aan de eigenwaarde van de cliënt. De dagbesteding is ook toegankelijk voor externe cliënten. Dit bevordert de interactie met de buitenwereld. Er zijn 4 dagbestedingsgroepen: (1) moestuin en boomgaard, (2) creatieve groep, (3) kleinvee en tuinonderhoud en (4) koken en bakken. Maximaal zijn er 6 cliënten op een groep. Elke groep heeft één begeleider. Ook vrijwilligers en stagiaires wordt de mogelijkheid geboden een bijdrage te leveren. Op de woongroep is daarnaast nog een medewerker aanwezig. Met 4 dagbestedingsgroepen zijn er derhalve 5 medewerkers op 24 cliënten. De precieze bezetting, alsmede de exacte uren van behandelaar en locatiemanager worden bepaald door de behoefte van de doelgroep, zoals vastgelegd in de individuele behandelplannen en kunnen c.q. moeten flexibel worden op- en afgeschaald. Tot het zorgpersoneel behoren een psychiater (hoofdbehandelaar), locatiemanager, woonbegeleiders, verpleegkundigen en werkbegeleiders.
De psychiater zal 16 uur per maand aanwezig zijn op locatie. Daarnaast zal hij op afroep en via video/camera ondersteuning bieden aan cliënten en het team. Multidisciplinair overleg vindt maandelijks plaats en wordt voorgezeten door de hoofdbehandelaar. De locatiemanager zal 32 uur per week op locatie zijn. Daarnaast is hij 4 uur beschikbaar voor andere relevante activiteiten ten behoeve van het dorp Katlijk. Woonbegeleiders zullen de ochtend-, de middag- de avond- en nachtdiensten invullen op de locatie. Per dienst zullen 2 geschoolde medewerkers ingezet worden op locatie. Verpleegkundigen zullen op locatie ingezet worden bij verpleegkundig handelingen, en voorbehouden handelingen. Inzet van deze verpleegkundigen hangt sterk af van de vraag naar deze verpleegkundezorg. De verwachte inzet zal zijn 24 uur per week. De manager en de verpleegkundigen nemen allen deel aan de 24 uurs bereikbaarheid diensten. De (sociale) veiligheid is geborgd door een goede en professionele zorg op de locatie te bieden. Cliënten mogen onder begeleiding of met toestemming het terrein verlaten.
3
Afstemmen op behoefte is hierin belangrijk. Tijdens de nachtelijke uren is de bebouwing ‘op slot’. De cliënten verblijven in en om het woonzorgcomplex met begeleiding die de gehele dag wordt geboden. Gelet het doel van de begeleiding en de mate van toezicht en begeleiding kan niet worden gesproken van nagenoeg zelfstandige bewoning die past binnen de bestemming ‘Woondoeleinden V (voormalige boerderijpanden)’. Er is sprake van bewoning met een overwegend verzorgend karakter. Onderhavige woonvorm verdraagt zich dus niet met de woonbestemming. Strijd met bouwregels Bij deze transformatie wordt de voormalige boerderij (het hoofdgebouw) grondig gerenoveerd. Van de bestaande afmetingen zal worden afgeweken, in die zin dat de goothoogte van het voor- en achterhuis na de verbouwing 4 m (was 3,2 m) respectievelijk 2,55 m (was 2,0 m) bedraagt. Aan de achterzijde van het hoofdgebouw wordt een dakkapel geplaatst. In het hoofdgebouw worden de zorgstudio’s (met eigen badkamer) gerealiseerd. Zij worden verdeeld over de drie bouwlagen van het hoofdgebouw. Op de begane grond komt verder een kantoor, spreekkamer en verblijf voor de slaapwacht. In het oostelijke bijgebouw (circa 175 m2), dat na verbouwing een bouwhoogte zal hebben van 10,4 m, komt een woon- en eetkamer, keuken, dagbestedingsruimte, bijkeuken en opslagruimte. Op de verdieping wordt een werkruimte gecreëerd.
Het kleinere bijgebouw ten westen van het hoofdgebouw (circa 18 m2) wordt ingericht als spreekkamer. Eerstgenoemd bijgebouw wordt via een transparante hal, voorzien van een plat dak, verbonden met het hoofdgebouw. Tot slot wordt het meest zuidelijk gelegen bijgebouw gesloopt. De realisatie van het woonzorgcomplex is op bovengenoemde, gecursiveerde punten in strijd met de geldende bestemmingsplan en de correctieve herziening daarvan. Het bestemmingsplan (en de correctieve herziening daarvan) noch de kruimelregeling (artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht) voorzien in de mogelijkheid om af te wijken van het bestemmingsplan ten behoeve van onderhavig project en daarmee de vernieuwing en vergroting van een woning met schuurgedeelte en 2 bijgebouwen in een woonzorgcomplex (o.a. gemeenschappelijke en kantoorruimtes, dagbesteding en spreekkamers) – een maatschappelijke voorziening – mogelijk te maken. 1.1. Het plan voldoet aan behoefte aan huisvesting voor cliënten met een Wlz-indicatie Aan huisvesting voor cliënten met een indicatie Wet langdurige zorg (Wlz) is een grote behoefte. GGZ Nederland heeft een derde van haar beddencapaciteit afgebouwd en ingezet op ambulante behandeling. Een deel van de cliënten kan in de thuissituatie begeleid worden door zorgverleners. Een aanzienlijk deel heeft echter een vraag naar zorg met een permanent karakter.
Cliënten met een GGZ-achtergrond krijgen vanaf 1 januari 2021 toegang tot de Wlz. Deze groep krijgt vooralsnog zorg en ondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) of de Zorgverzekeringswet (Zvw). Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport schat op basis van onderzoek dat 10.000 cliënten een beroep zullen doen op de Wlz. Hiervoor dient in de komende jaren de nodige huisvesting te worden gerealiseerd. De realisatie van het woonzorgcomplex op onderhavige locatie is een eerste stap in die richting voor Noord-Nederland. 1.2. Het plan gaat niet ten koste van het wooncontingent Gelet op hetgeen hierboven is vermeld, dienen de 24 zorgstudio’s met bijbehorende voorzieningen te worden aangemerkt als maatschappelijke voorziening. In dat opzicht
4
tellen de zorgstudio’s niet mee voor het woningcontingent. De provincie deelt dit standpunt. 1.3. De Woonvisie gemeente Heerenveen 2015-2020 onderschrijft behoefte aan het plan Ondanks dat onderhavig plan geen betrekking heeft op het realiseren van nieuwe reguliere woningen, kan worden gesteld dat de Woonvisie gemeente Heerenveen 20152020 (Woonvisie), door de raad op 22 juni 2020 voor de periode van tenminste 2 jaar verlengd, de behoefte aan het plan onderschrijft. Daarin wordt namelijk – conform hetgeen onder 1.1 is vermeld – gesteld dat de transities in de zorg en ondersteuning sinds 1 januari 2015 als gevolg hebben dat inwoners langer in hun eigen leefomgeving zullen (moeten) blijven wonen en langer ondersteuning en zorg thuis moeten kunnen ontvangen. De vraag naar onder andere woon- en verblijfsvormen met 24-uurs aanwezige zorg voor mensen met een intensieve zorg vraag zal de komende jaren groeien. Bij het opstellen van de Woonvisie is de inwerkingtreding van de Wlz naast vergrijzing en de hogere levensverwachting als oorzaak hiervan niet voorzien. Vastgesteld is dat er in dit verband een opgave ligt om nieuwe woonvormen te faciliteren die bij kunnen dragen aan de nieuwe situatie op het gebied van wonen en zorg. Onderhavig initiatief kan hier ook toe worden gerekend. 1.4.
Het plan past binnen de Verordening Romte Fryslân 2014 In beginsel zijn nieuwe stedelijke functies in het landelijk gebied, waartoe ook het projectgebied behoort, niet toegestaan. Uitzondering is hier (onder andere) op gemaakt voor hergebruik van gebouwen voor wonen en zorg. Volgens de provincie draagt passend hergebruik bij aan het behoud van karakteristieke bebouwing en zorgt het voor nieuwe sociale en economische dragers in het landelijk gebied waarmee kapitaalvernietiging kan worden voorkomen. Enige aanvullende nieuwbouw kan worden toegestaan, mits deze qua omvang duidelijk ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en ingepast is in het landschap. Slechts de hal kwalificeert in onderhavige situatie als nieuwbouw. Deze voldoet aan de twee gestelde eisen. De provincie vindt de woonzorgfunctie belangrijk en kansrijk als nieuwe drager voor de plattelandseconomie en deze kan daarom zowel in het hoofdgebouw als in daartoe geschikte bijgebouwen ruimte krijgen. Voor het hergebruik, de verbouw en vervanging van bebouwing en aanvullende nieuwbouw moet door de gemeente worden geborgd dat bestaande karakteristieke en monumentale gebouwen behouden blijven, de plaatsing, omvang, vorm en het gebruik van gebouwen passen in de karakteristiek van de omgeving en geen beperkingen ontstaan voor de ontwikkeling van agrarische bedrijven in de omgeving.
Dat onderhavig plan voldoet aan die voorwaarden, blijkt uit de ruimtelijke onderbouwing die integraal onderdeel uitmaakt van het (te nemen) besluit. Gelet op bovenstaande is het plan in overeenstemming met de provinciale verordening. 1.5. Het plan is stedenbouwkundig inpasbaar Het voorgestelde plan doet geen onevenredige afbreuk aan het straat- en bebouwingsbeeld. De ligging van het perceel op afstand van de direct belendende bebouwing en de situering van de boerderij op enige afstand van de weg maken dat het voorgestelde bouwplan acceptabel is. De hoogte van de goten van het voor- en achterhuis (4 m respectievelijk 2,55 m) doen geen afbreuk aan de karakteristiek van een dergelijke boerderijvorm. Het positieve advies van welstandscommissie Hûs en Hiem onderstreept dit. Het deel met het platte dak is het tussenlid tussen de boerderij en het bijgebouw. Het is wenselijk dat deze zo ondergeschikt mogelijk is. Het platte dak en het kleinschalige oppervlakte draagt bij aan deze gewenste ongeschiktheid. Doordat de boerderij ook na verbouwing daarvan fors hoger is dan het bijgebouw, blijft het
5
bijgebouw ondanks de overschrijding van de bij recht toegestane bouwhoogte nog voldoende ondergeschikt aan het hoofdgebouw. 1.6. Het plan zorgt voor behoud van karakteristieke onderdelen van het pand De stelpboerderij is in 1913 gebouwd en betreft een karakteristiek pand dat lokaal bekend is onder de naam ‘Moskoupleats’. Vanaf 1997 was er een woonvereniging gevestigd en waren er meerdere gezinnen woonachtig. Door omstandigheden is de boerderij grotendeels leeg komen te staan. De staat van onderhoud is zeer matig. Delen van de boerderij zijn vervallen of staan zelfs op instorten. Na de sloop blijven de gevels van het voorhuis en een gedeelte van een zijgevel van het schuurgedeelte staan. Zonder renovatie dreigen deze karakteristieke onderdelen van het gebouw verloren te gaan. Dankzij de nieuwe zorgfunctie kan de voormalige boerderij gerenoveerd worden. 1.7. Ruimtelijke onderbouwing De aanvraag is voorzien van een ruimtelijke onderbouwing, waarin wordt ingegaan op de van toepassing zijnde wet- en regelgeving, beleidskaders en relevante ruimtelijke aspecten. Er zijn wat ruimtelijke aspecten betreft geen belemmeringen. Er is sprake van een goede ruimtelijke ontwikkeling. De onderbouwing maakt integraal onderdeel uit van het (te nemen) besluit. Hierna zijn kort de verschillende ruimtelijke aspecten benoemd.
Achtereenvolgens komen aan de orde: archeologie, cultuurhistorie, waterhuishouding, bedrijven en milieuzonering, externe veiligheid, bodem, geluid, luchtkwaliteit en ecologie. Archeologie Uit de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) blijkt dat voor bodemingrepen die niet groter zijn dan 5000 m2 geen archeologisch onderzoek hoeft te worden uitgevoerd. Aangezien de ingreep binnen het projectgebied beperkt blijft tot de bouw van de hal (circa 20 m2) en de sloop van een bijgebouw (circa 30 m2), is een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. De meldingsplicht blijft overigens wel van kracht. Cultuurhistorie Het plan is getoetst aan de Cultuurhistorische Kaart Fryslân. Er is geen sprake van cultuurhistorische waarden binnen het projectgebied. Daarom vormt het aspect cultuurhistorie geen belemmering voor de ontwikkeling. Waterhuishouding Het bouwplan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap. In het kader van de normale procedure heeft het Wetterskip Fryslân een wateradvies opgesteld. Volgens dit advies zijn de aanwezige wateraspecten van invloed op het plan. In de ‘Leidraad Watertoets’ (te raadplegen op www.wetterskipfryslan.nl/watertoets) staan voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waarmee rekening moet worden gehouden en is informatie te vinden over de te nemen maatregelen.
Dit wateradvies is het uitgangspunt bij de realisatie van het project. De toename in verharding zal per saldo circa 20 m2 (bouw hal van circa 20 m2 plus aanleg 10 parkeerplaatsen van circa 30 m2 minus sloop bijgebouw van circa 30 m2) bedragen. Deze toename ligt ruim onder de compensatienorm voor locaties in het landelijk gebied. Voor de renovatie wordt gebruikgemaakt van duurzame en nietuitlogende materialen. Op die manier wordt voorkomen dat verontreinigende stoffen uitspoelen naar grond- of oppervlaktewater. Het plan heeft daarmee – kwantitatief en kwalitatief gezien – geen negatieve effecten op de lokale waterhuishouding.
6
Bedrijven en milieuzonering Milieuhindergevoelige functies in en in de directe omgeving van het plangebied mogen niet negatief worden beïnvloed door de ontwikkelingen die met een plan mogelijk worden gemaakt. Op basis van de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering (editie 2009) gelden voor voorzieningen binnen de ‘gezondheids- en welzijnszorg’ richtafstanden die variëren van 10-30 m. De dichtstbijzijnde woning ligt op circa 75 m afstand. Er kan van worden uitgegaan dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij omliggende woningen. Als door een plan nieuwe milieuhindergevoelige functies mogelijk worden gemaakt, dient anderzijds te worden aangetoond dat deze niet worden gerealiseerd binnen de hinderzone van omliggende bedrijven. De zorgactiviteiten zijn hindergevoelig. Zij leggen echter geen beperkingen op aan omliggende bedrijven. Het dichtstbijzijnde bedrijf is het garagebedrijf aan de Schoterlandseweg 8. Vanwege geluidhinder geldt hiervoor een richtafstand van 30 m vanwege geluidhinder. Het plangebied ligt op een afstand van circa 300 m. Het plan levert dan ook geen beperking op voor de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven. Externe veiligheid Uit de provinciale risicokaart blijkt dat het plangebied niet binnen de risicoafstanden van gevaarlijke inrichtingen, transportroutes voor vervoer van gevaarlijke stoffen en aardgastransportleidingen valt.
Daarnaast worden in het gebied zelf geen risicovolle functies mogelijk gemaakt. Het aspect externe veiligheid vormt daarom geen belemmering voor onderhavig project. Bodem Ter plaatse van de locatie is een verkennend bodem- en asbestonderzoek (Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Projectnummer 180592, d.d. 30 november 2018) uitgevoerd. Het bodemonderzoek is rondom de beoogde inpandige verbouwing uitgevoerd. Gelet op de onderzoeksresultaten kan gesteld worden dat (behoudens de beoogde inpandige verbouwing) er geen sprake is van of vermoeden bestaat op de aanwezigheid van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Aangezien inpandig bedrijfsmatige (mogelijk bodembedreigende) activiteiten hebben plaatsgevonden, moet inpandig (ter plaatse van de geplande inpandige verbouwingen) nog onderzoek worden verricht. Met het oog daarop is aan de (ontwerp)omgevingsvergunning een voorschrift verbonden. Dit voorschrift bepaalt dat de vergunning slechts in werking treedt, nadat uit het aanvullend verkennend en/of nader bodemonderzoek (uitgevoerd door een daartoe erkend bedrijf) tot genoegdoening van het bevoegd gezag blijkt dat inpandig niet sprake is van (een indicatie voor) een geval van bodemverontreiniging. Geluid Het plangebied heeft de bestemming ‘Woondoeleinden V’. De bebouwing binnen het plangebied werd tot enkele jaren geleden benut door een woonvereniging.
Tot 1 september 2020 werd zelfs het hoofdgebouw nog bewoond. De zorgappartementen worden gerealiseerd in het hoofdgebouw. Hierbij wordt de afstand tot de Schoterlandseweg niet verkleind. In overeenstemming met artikel 76 lid 3 Wet geluidhinder zijn bestaande woningen uitgesloten van akoestisch onderzoek. Gelet op de ruime afstand tot de Schoterlandseweg (> 30 m) en het karakter van deze weg is het niet aannemelijk dat de maximale binnenwaarde van 33 dB wordt overschreden.
7
De zorgfunctie leidt tot een beperkte verkeersaantrekkende werking. Er is sprake van circa 20 extra voertuigbewegingen per etmaal. Indirecte hinder is daarmee – mede gelet op de verwachte verkeersintensiteiten ter plekke – redelijkerwijs uit te sluiten. Luchtkwaliteit De renovatie tot zorgappartementen levert een beperkte verkeersaantrekkende werking op (20 extra voertuigbewegingen per etmaal) en is daarmee niet van invloed op de luchtkwaliteit. Krachtens de Wet milieubeheer is sprake van een project dat ‘niet in betekende mate’ (NIBM-project) bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. De op pagina 19 van de ruimtelijke onderbouwing weergegeven berekening bevestigt dit. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Ecologie Het plan ligt niet binnen de begrenzing van een Natura 2000-gebied. Gezien de werkzaamheden en de ligging buiten Natura 2000-gebieden zijn er geen significant negatieve effecten te verwachten op Natura 2000-gebieden. Voor het onderdeel stikstof is een berekening uitgevoerd voor zowel de aanleg- als gebruiksfase. Hieruit blijkt dat er geen stikstofuitstoot boven de 0,00 mol/ha/j uitkomt. Het projectgebied wordt omringd door het Natuurnetwerk Nederland (NNN). In dit opzicht dient rekening te worden gehouden met de externe werking van het project. Onderzocht is daarom of onderhavig plan effect heeft op de natuurdoelen van het omliggende NNN.
De toename aan verkeersbewegingen is beperkt van omvang. Deze valt weg in het heersende verkeersbeeld van de provinciale weg. Een effect op de kenmerken van de NNN is hiermee uit te sluiten. Het effect van menselijke aanwezigheid op dieren kan worden opgeheven door de menselijke aanwezigheid aan de omgeving te onttrekken. Hiertoe dient hoge(re) beplanting te worden gerealiseerd langs de randen van het terrein. Een verstorend effect kan zo worden uitgesloten. Om verstoring door licht te voorkomen mogen de randen van het terrein niet worden verlicht. Het centrale deel van het plangebied mag enkel worden verlicht met een dynamisch systeem waarbij het licht enkel brandt bij passage en dan binnen een minuut weer dooft. Tevens dienen de gebruikte lichtbronnen aan gebouwen zo te worden afgeschermd dat zij alleen naar beneden stralen. Een verstorend effect door geluid kan tot slot worden uitgesloten door aanvullende hoge(re) en dichte beplanting te realiseren langs de randen van het terrein. De aangelegen provinciale weg zorgt overigens ook voor de nodige geluidbelasting op de omgeving. De lokale fauna is om die reden ook in bepaalde mate gewend aan geluidsverstoring. Bovenvermelde maatregelen zijn uitgewerkt in een maatregelenplan (zie p. 5-6 van het Memo effectbeoordeling NNN). Om de uitvoering van dat plan te borgen zijn voorschriften aan de omgevingsvergunning verbonden.
Uit de ecologische onderzoeken blijkt dat in de woonboerderij een nestplaats van de kerkuil aanwezig is. In de te vervangen gebouwen zijn daarnaast twee verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Een derde verblijfplaats bevindt zich in één van de als tijdelijke voorziening geplaatste kasten op het terrein. Met de uit te voeren werkzaamheden zouden de nestplaats van de kerkuil en twee verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis (permanent) verloren gaan. Op grond van artikel 2.27, eerste lid, van de Wabo en artikel 6.10A van het Bor kan pas een omgevingsvergunning worden afgegeven, nadat Gedeputeerde Staten van de Provincie Fryslân hebben verklaard dat zij daartegen geen bedenkingen hebben. Op 5 november 2020 heeft GS besloten voornemens te zijn om te verklaren dat er, gelet op het betrokken belang van bescherming en landschap en veiligheid als geregeld in de Wet natuurbescherming
8
(Wnb), geen bedenkingen zijn tegen het verlenen van de gevraagde omgevingsvergunning. In de (ontwerp)verklaring van geen bedenkingen heeft GS voorschriften opgenomen. Deze voorschriften zijn conform artikel 2.27 van de Wabo onverkort in de omgevingsvergunning opgenomen. Zonder deze voorschriften kan de vergunning niet worden verleend. Deze (ontwerp)verklaring van geen bedenkingen wordt geacht definitief te zijn, indien daartegen geen zienswijzen/adviezen zijn ingediend. Tot slot heeft initiatiefnemer in alle gevallen te maken met de algemene zorgplicht voor in het wild levende dieren, zoals verwoord in artikel 1.11 van de Wnb. Risico’s of kanttekeningen Op voorhand hebben omwonenden hun bezwaren geuit tegen het plan. Het ligt derhalve in de lijn der verwachting dat omwonenden in de zienswijzefase een zienswijze indienen. Initiatiefnemer heeft (in het kader van de conceptaanvraag) voor het eerst zijn planvoornemen aan de buurtbewoners gepresenteerd op maandag 4 november 2019 in de Thomaskerk te Katlijk. Begin oktober 2020 is een kleine afvaardiging van Plaatselijk Belang Katlijk (of andere direct belanghebbenden) uitgenodigd voor een locatiebezoek te Ermelo om een beeld te krijgen van hetgeen zij qua doelgroep en werkwijze kan verwachten op onderhavige locatie. Deze uitnodiging is afgeslagen.
Begin november 2020 hebben buurtbewoners binnen een omtrek van circa 2 km van het projectgebied een informatiefolder van initiatiefnemer ontvangen. Deze folder is tevens op de website van Plaatselijk Belang Katlijk geplaatst. Hierop heeft initiatiefnemer louter positieve reacties ontvangen. Zoals in de folder toegezegd zal nog een (digitale) informatiebijeenkomst plaatsvinden. Deze is ingepland op 9 februari 2021. Initiatiefnemer steunt de lokale economie. Initiatiefnemer voert namelijk gesprekken met lokale aannemers om tot realisatie van het initiatief te komen. Met een van die aannemers verkeren de gesprekken in een vergaand stadium. Communicatie en participatie Na het afgeven van de (ontwerp)verklaring van geen bedenkingen wordt deze, tezamen met de ontwerpomgevingsvergunning en bijlagen gedurende een termijn van zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn is er gelegenheid voor eenieder zijn zienswijze te geven op het plan. Eventuele zienswijzen worden betrokken bij de definitieve besluitvorming. Boodschap
Doelgroep
Via welk middel
Wanneer
Digitaal/Omgevingsloket
Door wie Afdeling
Kennisgeving besluit gemeenteraad Kennisgeving besluit gemeenteraad
Aanvrager
Omwonenden/ Plaatselijk belang
Schriftelijk
Afdeling
Na besluit gemeenteraad
Na besluit gemeenteraad
9
Financiën Alle kosten van de planvorming en de realisatie naar aanleiding van dit plan zijn voor rekening van de aanvrager. Een planschadeovereenkomst, waarin het aspect planschade is geregeld, is ondertekend. Bijlagen 1. brief duiding zorgzwaarte; 2. zorgprofielen GGZ Wonen; 3. aanvraagformulier en bijlagen; 4. ontwerpomgevingsvergunning; 5. brief van It Fryske Gea en reactie van het college daarop; 6. (ontwerp)verklaring van geen bedenkingen gedeputeerde staten; 7. (concept)brief aanvrager; 8. (concept)brief omwonenden en plaatselijk belang. Het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen, de secretaris,
de burgemeester,
de heer J. van Leeuwestijn
de heer T.J. van der Zwan
10
Registratie
Onderwerp Verklaring van geen bedenkingen Schoterlandseweg 22 te Katlijk De raad van de gemeente Heerenveen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 2 februari 2021; gelet op, artikel 2.27 Wabo, juncto artikel 3.11 Wabo, juncto artikel 6.5 Bor, overwegende dat, – aanvrager een aanvraag heeft ingediend voor een omgevingsvergunning voor het vernieuwen en vergroten van een woning met schuurgedeelte en 2 bijgebouwen in een woonzorgcomplex (o.a. gemeenschappelijke en kantoorruimtes, dagbesteding en spreekkamers) op de locatie Schoterlandseweg 22 te Katlijk, – dat het plan in strijd is met de geldende bestemmingsplannen ‘Bestemmingsplan Buitengebied 2007’ en de ‘Correctieve herziening bestemmingsplan Buitengebied 2007’, – dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en het besluit is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing, Besluit 1. een (ontwerp)verklaring van geen bedenkingen af te geven voor het vernieuwen en vergroten van een woning met schuurgedeelte en 2 bijgebouwen in een woonzorgcomplex (o.a. gemeenschappelijke en kantoorruimtes, dagbesteding en spreekkamers) op de locatie Schoterlandseweg 22 te Katlijk; 2. deze verklaring als definitieve verklaring van geen bedenkingen aan te merken wanneer er geen zienswijzen over de ontwerpverklaring zijn ingediend.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 maart 2021 de griffier,
de voorzitter,
mevrouw L. Roest-Jonkers
de heer T.J. van der Zwan
11