1.4 Bijlage 4 Verordening op de gemeentelijke adviescommissie -Artikelsgewijze toelichting
Tekst van het document
Artikelsgewijze toelichting bij Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit Fryslân
Wettelijk kader De taken en bevoegdheden van de huidige monumenten- en welstandscommissies vervallen van rechtswege bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet (hierna: wet). Ter continuering van de advisering moet de gemeente een nieuwe gemeentelijke adviescommissie (hierna: commissie) instellen. Het Rijk legt daarbij enkele wettelijke regels op. De wettelijke taak van de commissie is het uitbrengen van advies over vergunningaanvragen met betrekking tot rijksmonumenten (uitgezonderd archeologische rijksmonumenten, zie artikel 17.9 van de wet) en over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een andere activiteit, in door de raad aangewezen gevallen of als het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) daartoe aanleiding ziet. Het college kan de commissie advies vragen over het ontwikkelen van beleid (artikel 17.9, tweede lid, in samenhang met artikel 16.15, tweede lid, van de wet en artikel 4.22 van het Omgevingsbesluit). Voorts zijn er wettelijke voorschriften die betrekking hebben op de samenstelling en de benoeming van de commissie en over de wijze waarop de adviezen tot stand komen. Onderstaande tabel geeft aan hoe de Verordening daarmee rekening houdt.
Onderwerp
Wettelijk kader
Uitwerking en/of aanvulling
Instelling en verplichte taak
De raad stelt een commissie in die in
Uitwerking: artikel 2, eerste lid
ieder geval tot taak heeft te adviseren
en tweede lid, onder a,
over de aanvragen om een
onderdeel 1 ̊ en artikel 3.
in de verordening
omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit, met betrekking tot een monument (artikel 17.9, eerste lid van de wet). Overige wettelijke taken
De commissie adviseert over een
Uitwerking en aanvulling: artikel
aanvraag om een
2, tweede lid, onder a,
omgevingsvergunning voor een andere
onderdelen 2 ̊ tot en met 4 ̊,
activiteit, in door de raad in het
onder tot en met h, en derde
omgevingsplan aangewezen gevallen
lid.
of als het college daartoe aanleiding ziet. Het college kan de commissie advies vragen over het ontwikkelen van beleid (artikel 17.9, tweede lid, in samenhang met artikel 16.15, tweede lid, van de wet en artikel 4.22 van het Omgevingsbesluit). Leden en benoemingstermijn
De raad stelt het aantal leden en de
Uitwerking: artikel 4, eerste lid,
benoemingstermijn vast (artikel 17.7,
en artikel 5, eerste en tweede
eerste lid, van de wet).
lid.
Artikelsgewijze toelichting bij Verordening op de gemeentelijke Adviescommissie omgevingskwaliteit Fryslân
Onderwerp
Wettelijk kader
Uitwerking en/of aanvulling
Benoeming en ontslag
De raad benoemt en ontslaat de leden
Uitwerking: artikel 5, eerste en
(artikel 17.7, tweede lid, van de wet).
vierde lid.
Onafhankelijkheid van het
De leden zijn geen lid van het
Aanvulling: artikel 4, zesde lid
bestuur
gemeentebestuur (artikel 17.8 van de
aanscherping van de
wet).
onafhankelijkheid: de leden zijn
in de verordening
niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur. Deskundigheid van de leden
Enkele leden zijn deskundig op het
Aanvulling: artikel 4, tweede tot
gebied van de monumentenzorg (artikel
en met vierde lid
17.9, eerste lid, van de wet).
(deskundigheid die in de commissie aanwezig is en “burgerleden”).
Betrokkenheid van de leden
Enkele leden die deskundig zijn op het
Aanvulling: artikel 9 (afdoening
bij de uitvoering van de
gebied van de monumentenzorg
door leden of subcommissies
verschillende adviestaken
worden in ieder geval betrokken bij de
onder verantwoordelijkheid van
advisering over een
de commissie)
rijksmonumentenactiviteit (artikel 17.9, eerste lid, van de wet). Uitgangspunten voor het
De commissie baseert haar advies op
Aanvulling: artikel 15, tweede
advies
de omgevingsvisie, het omgevingsplan
lid, onder a (jaarverslag over
en de beleidsregels over het uiterlijk
o.m. de wijze waarop
van bouwwerken – voorheen de
toepassing is gegeven aan de
welstandsnota – als bedoeld in artikel
wettelijke kaders).
4.19 van de wet (artikel 17.9, derde lid, van de wet). Uitgangspunten bij
Bij een advies over een
Zie toelichting bij artikel 2,
rijksmonumenten
rijksmonumentenactiviteit neemt de
tweede lid, onder a, onderdeel
commissie voor zover van toepassing
1̊.
de volgende uitgangspunten in acht:
Aanvulling: artikel 15, tweede
Artikel 8.80 (beoordelingsregels
lid, onder a (jaarverslag over
rijksmonumentenactiviteit) van het
o.m. de wijze waarop
Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna:
toepassing is gegeven aan de
Bkl)
wettelijke kaders).
1. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als de activiteit in overeenstemming is met het belang van de monumentenzorg. 2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met de volgende beginselen:
Artikelsgewijze toelichting bij Verordening op de gemeentelijke Adviescommissie omgevingskwaliteit Fryslân
2/7
Onderwerp
Wettelijk kader
Uitwerking en/of aanvulling in de verordening
a. het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van monumenten en archeologische monumenten; b. het voorkomen van verplaatsing van monumenten of een deel daarvan, tenzij dit dringend is vereist is voor het behoud van die monumenten; c. het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging van die monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden; en d. het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ. (artikel 17.9, vierde lid, van de wet, in samenhang met artikel 5.22 van de wet en artikel 8.80 van het Bkl). Motiveringsplicht en
De adviezen van de commissie zijn
Uitwerking: artikel 8, eerste en
openbaarmaking
deugdelijk gemotiveerd en worden
tweede lid (openbaarheid),
schriftelijk openbaar gemaakt (artikel
artikel 8, tweede lid (motivering
17.9, vierde lid, van de wet).
van besluiten door het college) en artikel 12, tweede lid, onder f (de wijze waarop de adviezen openbaar worden gemaakt).
Openbaarheid van
De door de commissie gehouden
Uitwerking: Artikel 8 eerste en
vergaderen
vergaderingen zijn openbaar (artikel
tweede lid (de wijze waarop de
17.9, vijfde lid, van de wet).
agenda openbaar wordt gemaakt en belanghebbenden worden uitgenodigd; de regeling van het spreekrecht).
Jaarverslag
De commissie zendt de raad elk jaar
Uitwerking: artikel 15 (tijdstip
een verslag over de door haar verrichte
waarop het verslag wordt
werkzaamheden (artikel 17.9, zesde lid,
verzonden en de verplichte
van de wet).
onderwerpen in het verslag).
Artikelsgewijze toelichting bij Verordening op de gemeentelijke Adviescommissie omgevingskwaliteit Fryslân
3/7
Commentaar [SB1]: Wat mij betreft komt de deugdelijke motivering en het schriftelijk openbaar maken van de adviezen niet uit de verf in het VNG model. I.i.g. niet bij hier aangegeven artikel 8. Zou hier in het model nog een lid aan toevoegen.
Aanhef In de aanhef, na “gelet op”, dienen enkel die artikelen vermeld te worden waaraan in de verordening uitvoering gegeven wordt. Artikel 108 van de Gemeentewet geeft de algemene bevoegdheid van het gemeentebestuur tot regeling en bestuur. Artikel 149 van de Gemeentewet (“De raad maakt de verordeningen die hij in het belang van de gemeente nodig oordeelt”) is de (autonome) grondslag van de verordening op de gemeentelijke adviescommissie. Afdeling 17.2 van de wet regelt de instelling en benoeming van gemeentelijke adviesorganen op het gebied van de fysieke leefomgeving. Artikel 1. Definities Dit artikel geeft de definitie van een aantal in de Verordening veel gehanteerde begrippen. Artikel 2. Taak en werkzaamheden Eerste lid: Dit lid beschrijft de adviestaak in algemene zin: het adviseren van de raad en het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) op het gebied van de omgevingskwaliteit als bedoeld in artikel 1.3 van de wet. De commissie adviseert dus niet over andere aspecten van de fysieke leefomgeving, zoals een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Aan de commissie is ook een voorlichtende taak over de doelstelling van een goede omgevingskwaliteit en over de werkzaamheden van de commissie gegeven. Tweede lid: Hier zijn de taken van de commissie uitgewerkt in concrete werkzaamheden.
Daarbij is uitgegaan van een basispakket in de onderdelen a tot en met c aangevuld met de taken die specifiek op verzoek van het college verricht kunnen worden (onderdelen d tot en met h). Tweede lid, onder d: Dit onderdeel gaat over de opgavegerichte advisering in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave. Tweede lid, onder e: Dit onderdeel betreft de ontwerpgerichte advisering. Deze taak is soms ondergebracht bij een ambtelijk ontwerpteam, een kwaliteitsteam, regievoerder of supervisor voor de planontwikkeling in (delen van) de gemeente. Dit onderdeel biedt de mogelijkheid deze adviseurs in de commissie op te nemen. Dit gebeurt door benoeming van deze adviseurs als lid van de commissie. Tweede lid, onder f: Dit onderdeel heeft betrekking op vooroverleg bij een vergunningaanvraag. De gemeente kent een procedure voor het aanvragen van een beginseluitspraak omgevingsvergunning, waarin ook de gemeentelijke adviescommissie kan worden geraadpleegd (Omgevingstafel). Die praktijk kan op grond van dit onderdeel worden voortgezet. Het belang van een goed vooroverleg neemt toe, aangezien het vereiste van onlosmakelijke samenhang vanuit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet is overgenomen in de wet. De initiatiefnemer is er verantwoordelijk voor dat hij of zij voor alle activiteiten beschikt over de vereiste vergunningen.
Het is aan hem of haar om de verschillende eisen op elkaar af te stemmen. Vooral bij complexe projecten is vooroverleg van groot belang. Tweede lid, onder g: Gemeenten kunnen ervoor kiezen ook met betrekking tot het stellen van maatwerkvoorschriften advies te vragen. Dit in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed en werelderfgoed en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen.
Artikelsgewijze toelichting bij Verordening op de gemeentelijke Adviescommissie omgevingskwaliteit Fryslân
4/7
Tweede lid, onder h: Dit betreft de adviesvragen op grond van gemeentelijke verordeningen met regels over de fysieke leefomgeving die niet in het tijdelijke deel van het omgevingsplan zijn opgenomen. Het gaat bijvoorbeeld om de Ligplaatsenverordening of de regels over objecten in de openbare ruimte in de Algemene plaatselijke verordening. De gemeente kan deze regels tot het einde van de overgangsfase (2029) omzetten naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. Het college kan op grond van dit onderdeel ook hierover advies vragen aan de commissie, ook al zijn deze regels nog niet overgeheveld naar het omgevingsplan. Derde lid: Dit naar keuze op te nemen lid opent de mogelijkheid voor het benoemen van een stadsbouwmeester (zie hierboven de toelichting op artikel 1). Het takenpakket van de stadsbouwmeester wordt aangewezen in het benoemingsbesluit als lid van de commissie, onder verwijzing naar een of meer taken genoemd in het tweede lid. Artikel 4. Samenstelling Eerste lid: De raad stelt het aantal leden vast. Het is ook mogelijk om plaatsvervangers te benoemen, zodat de commissie ook kan functioneren wanneer één of meer vaste leden zijn verhinderd. Derde lid: Dit lid is opgenomen omdat ook burgerleden en hun plaatsvervangers benoemd kunnen worden. Vijfde lid: Dit lid ziet toe op de deskundigheidsgebieden die in de commissie vertegenwoordigd moeten zijn.
De vijf gebieden die in de Memorie van toelichting van de Omgevingswet zijn genoemd voor de advisering over rijksmonumenten zijn hier als basis opgenomen. Het is mogelijk dat één persoon meerdere disciplines in zich verenigt. De Handreiking Gemeentelijke Monumentencommissies legt er de nadruk op dat een duidelijk profiel van de commissieleden van belang is. Daar hoort ook het gewenste niveau van de deskundigen bij. “In aanmerking komen architectuur- en bouwhistorici, architecten, archeologen, stedenbouwkundigen, planologen, historisch geografen of landschapsarchitecten op HBO of WO-niveau. Architecten, stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten zijn bij voorkeur ingeschreven in het Register. De gemeente kan bijvoorbeeld als eis stellen dat aspirant-leden hun verdiensten op hun vakgebied hebben bewezen.” (Handreiking Gemeentelijke Monumentencommissies, 2009, p.17-18). Het gewenste profiel van de leden wordt niet opgenomen in de verordening. Dit kan worden uitgewerkt in het reglement van orde (artikel 12). Zesde lid: Dit lid geeft een aanscherping van de wettelijke eis van onafhankelijkheid ten opzichte van het gemeentebestuur. Artikel 17.8 van de wet stelt slechts als eis, dat de leden van het gemeentebestuur geen lid zijn van een gemeentelijk adviesorgaan.
Daarmee is naar het oordeel van de wetgever voldoende verzekerd dat de commissie niet door bestuurlijke belangen wordt geleid. Hoofdzaak is dat de samenstelling van de commissie zodanig dient te zijn dat een onafhankelijk en deskundig oordeel kan worden gevormd. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om ervoor te zorgen dat deskundigheid in de commissie voorhanden is. Door dit lid op te nemen, kunnen geen gemeenteambtenaren als lid benoemd worden. Artikel 5. Benoeming Eerste tot en met derde lid: Deze leden hebben betrekking op de benoemingstermijn als bedoeld in artikel 17.7, eerste lid, van de wet. Het eerste lid regelt de benoeming voor de eerste termijn. Het tweede lid ziet toe op de herbenoeming. Gebruikelijk is een benoemingstermijn van drie jaar met
Artikelsgewijze toelichting bij Verordening op de gemeentelijke Adviescommissie omgevingskwaliteit Fryslân
5/7
Commentaar [SB2]: Bij andere gemeenten zie je ook vaak het aandachtsgebied archeologie genoemd worden. Deze heb ik niet aangevuld omdat ik dit kennisveld niet terug zie bij de huidige leden. Volgens mij is dat een terrein waar hûs en hiem ook niet actief in is.
eenmalige mogelijkheid voor herbenoeming. De regels voor de herbenoeming zijn logischerwijs alleen van toepassing op de leden, niet op hun plaatsvervangers. In het derde lid is de mogelijkheid opgenomen om leden een aantal jaar na hun aftreden opnieuw te benoemen. Ook hier is een termijn van drie jaar aangehouden. Vierde lid: Dit lid geeft aan op welke gronden leden geschorst of ontslagen kunnen worden en de rol van het college en raad daarbij. Artikel 6. Ondersteuning van de commissie Dit artikel regelt de ondersteuning van de commissie. Wij hebben ervoor gekozen de ondersteuning te laten verzorgen door hûs en hiem. Artikel 8. Beraadslaging en standpuntbepaling Tweede en derde lid: Met betrekking tot de openbaarheid van vergaderingen dient een onderscheid te worden gemaakt tussen openbaarheid voor enerzijds de aanvrager van de omgevingsvergunning en anderzijds andere belanghebbenden. Uit artikel 4:7 van de Algemene wet bestuursrecht volgt de beperkte verplichting dat de mogelijkheid tot toelichting van een plan ten overstaan van de commissie dient te worden geboden aan de aanvrager van de omgevingsvergunning. Er zijn daarnaast situaties denkbaar dat het waardevol is om ook belanghebbenden over het plan te horen. Deze mogelijkheid hebben wij opgenomen. Artikel 9.
Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie In grotere gemeenten kan een gebiedsgerichte taakverdeling zinvol zijn. Ook is een aparte subcommissie met betrekking tot cultureel erfgoed denkbaar. Bij alle varianten geldt de wettelijke eis dat enkele leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit (artikel 17.9, eerste lid, van de wet). Artikel 10. Adviseurs Tweede lid: Dit lid geeft de commissie de bevoegdheid zich ten behoeve van de advisering te laten voorlichten door externe deskundigen. Deze andere personen kunnen worden aangewezen door het college. Artikel 11. Verwerking van het advies Eerste lid: Dit lid ziet toe op het vragen van een second opinion aan een gemeentelijke adviescommissie van een andere gemeente in geval het college zich niet kan verenigen met het advies van de commissie. Artikel 12. Reglement van orde Tweede lid: In de praktijk blijken er grote verschillen in werkwijze tussen de organisaties op het gebied van omgevingskwaliteit. Het tweede lid geeft aan welke onderwerpen in ieder geval in het reglement van orde aan de orde komen. Dit artikel moet worden afgestemd op de taken die aan de commissie wordt toebedeeld. Artikel 15.
Jaarverslag Het jaarverslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet kan voor de raad aanleiding zijn voor bijstelling van het gemeentelijk beleid. Om die reden is het zinvol te streven naar het uitbrengen van het jaarverslag tijdig vóór de beleids- en begrotingscyclus in de gemeente.
Artikelsgewijze toelichting bij Verordening op de gemeentelijke Adviescommissie omgevingskwaliteit Fryslân
6/7
Artikel 16. Overgangsrecht Eerste lid: Gemeenten kunnen ervoor kiezen dit lid niet over te nemen. Benoeming van de leden van de nieuwe commissie gebeurt in dat geval in een apart benoemingsbesluit. Artikel 17. Vervallen oude regeling Eerste lid: De Bouwverordening vervalt van rechtswege bij het inwerking treden van de wet. Gemeenten kunnen er ook voor kiezen deze als geheel in te trekken. Dat geldt niet voor de Erfgoedverordening. Alleen de bepalingen met betrekking tot de monumentencommissie vervallen. Tweede lid: Voor zover er door de gemeente afzonderlijke verordeningen op de monumenten- of welstandscommissies zijn ingesteld, dienen ook deze te worden ingetrokken. De Bouwverordening en de Erfgoedverordening enerzijds en de afzonderlijke verordeningen anderzijds bevatten veelal kruisverwijzingen. Daarom is het nodig om ook het eerste lid op te nemen.
Artikelsgewijze toelichting bij Verordening op de gemeentelijke Adviescommissie omgevingskwaliteit Fryslân
7/7