1.26 Flora_en_fauna_Quickscan_Marktweg_46a
Tekst van het document
Opdrachtgever: W.M. Looman Adres: Oosterwijkweg 3 7021 MT Zelhem Contactpersoon: W.M. Looman Opdrachtnemer: Bossenbroek Fauna Contactpersoon: R. bossenbroek Tel: 0629234799 Uitvoer onderzoek: R. Bossenbroek/ Bossenbroek Fauna Projectcode: WB01-20/ Marktweg 46 a Datum: 17-05-2022 Status: definitief Auteur: R. Bossenbroek
Inhoudsopgave 1. Inleiding .................................................................................................................................................................................. 3 1.1 Aanleiding en vraag ......................................................................................................................................................... 3 1.2. Doel ................................................................................................................................................................................ 3 1.3. Leeswijzer ....................................................................................................................................................................... 4 2. Onderzoeksmethodiek ........................................................................................................................................................... 5 2.1. Algemene opzet en werkwijze ........................................................................................................................................ 5 2.2. Bronnenonderzoek ......................................................................................................................................................... 5 2.3.
Oriënterend terreinbezoek .............................................................................................................................................. 5 2.4. Volledigheid van het onderzoek ..................................................................................................................................... 6 2.5. Verantwoording .............................................................................................................................................................. 6 3. Wettelijk kader ........................................................................................................................................................................ 7 3.1. Algemeen ....................................................................................................................................................................... 7 3.2. Doelstelling van de Wnb ................................................................................................................................................. 7 3.3. Welke soorten worden beschermd? ............................................................................................................................... 8 3.4. Zorgplicht In de Wnb is ook een zorgplicht vastgelegd. .................................................................................................
8 3.5. De verbodsbepalingen .................................................................................................................................................... 9 3.6. Beschermingsregimes .................................................................................................................................................. 10 3.7. Natuurnetwerk Nederland (NNN) ................................................................................................................................. 10 3.8. Natura 2000 .................................................................................................................................................................. 11 4. Beschrijving locatie en ingreep ............................................................................................................................................. 12 4.1 Beschrijving locatie: ....................................................................................................................................................... 12 4.2 De werkzaamheden: ...................................................................................................................................................... 12 5.
Resultaten ............................................................................................................................................................................ 13 5.1. Veldbezoek ................................................................................................................................................................... 13 5.2. Flora ............................................................................................................................................................................. 13 5.3 Grondgebonden zoogdieren .......................................................................................................................................... 13 5.4. Vleermuizen .................................................................................................................................................................. 14 5.5. Vogels ........................................................................................................................................................................... 14 5.6. Amfibieën, reptielen en vissen ...................................................................................................................................... 15 5.7.
Dagvlinders, libellen en overige ongewervelden .......................................................................................................... 15 6. Toetsing aan de Wnb ........................................................................................................................................................... 16 7. Conclusies en aanbevelingen. ............................................................................................................................................. 17 7.1 Op basis van deze quickscan kan het volgende worden geconcludeerd: ..................................................................... 17 7.2 Op basis van deze quickscan wordt vrijblijvend het volgende geadviseerd: ................................................................. 19 8. Bronvermeldingen ................................................................................................................................................................ 20 8.1 Literatuur: ...................................................................................................................................................................... 20 8.2 Bronnen: ........................................................................................................................................................................ 20 9.
Bijlagen 1 Foto overzichten .................................................................................................................................................. 21
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en vraag
Aanleiding en vraag. Initiatiefnemer is in voornemens om de schuur aan de Marktweg 46a te Oudeschoot te slopen daarom heeft de heer W.M. Looman het ecologisch adviesbureau Bossenbroek Fauna uit Kampen verzocht deze quickscan uit te voeren. In deze rapportage wordt uiteengezet hoe de opdracht is uitgevoerd en wat de conclusies daarvan zijn. De quickscan flora & fauna is uitgevoerd op basis van de vraag: wat is het effect van de voorgenomen werkzaamheden op de eventueel aanwezig beschermde planten- en diersoorten?
1.2. Doel
Het doel van het onderzoek, de ecologische quickscan, is het controleren en onderzoeken van de locatie op de aanwezigheid van via de Wnb beschermde diersoorten en het uitbrengen van advies ten aanzien van eventuele vervolgstappen. Het uitgevoerde onderzoek is samen te vatten in zes vragen: ✓ Welke beschermde soorten zoals genoemd in de Wnb zijn op de locatie aanwezig? ✓ Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze beschermde soorten? ✓ Worden bij uitvoer van de voorgenomen plannen verbodsbepalingen van de Wnb overtreden? ✓ Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? ✓ Is vervolgonderzoek noodzakelijk? ✓ Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wnb Aan te vragen bij de provincie?
1.3. Leeswijzer
In dit hoofdstuk is beschreven hoe dit onderzoek, het uitvoeren van een ecologisch onderzoek in het kader van soort- en gebiedsbescherming, tot stand is gekomen en werd de doelstelling vertaald naar onderzoeksvragen. In hoofdstuk 1 vinden we de inleiding, aanleiding, doel en de leeswijzer. In hoofdstuk 2 wordt de onderzoeksmethodiek besproken. In hoofdstuk 3 wordt het wettelijk kader uiteengezet. In hoofdstuk 4 volgt een algemene beschrijving van de onderzochte locatie en de voorgenomen ingrepen. In hoofdstuk 5 volgt de synthese van de resultaten en wordt een effectentoetsing uitgevoerd op beschermde soorten in het kader van de WNB. In hoofdstuk 6 volgt een effectentoetsing op de gebiedsbescherming Wnb. In hoofdstuk 7 volgen de conclusies en aanbevelingen met eventuele mitigerende maatregelen en wordt de eventuele noodzaak aangegeven tot vervolgonderzoek. Hierna volgen de geraadpleegde bronnen en bijlagen met een foto impressie van de onderzochte locatie.
2. Onderzoeksmethodiek 2.1. Algemene opzet en werkwijze
Dit onderzoek betreft een quickscan. Op basis van een grondig onderzoek is er op de locatie een inschatting gemaakt van de aanwezigheid of mogelijke aanwezigheid van beschermde planten en diersoorten en de mogelijke nadelige effecten van de voorgenomen ingreep op deze soorten. Deze inschatting is gemaakt op basis van parate veldkennis van de onderzoeker met betrekking tot beschermde planten- en diersoorten. Naar aanleiding van de bevindingen is een deskundigenoordeel gevormd van te verwachten negatieve effecten op de aanwezige en/of mogelijk aanwezige beschermde planten- en diersoorten. De mogelijk negatieve effecten zijn getoetst aan de Wnb.
2.2. Bronnenonderzoek
Het bronnenonderzoek wordt gebruikt als aanvulling op tijdens het veldonderzoek verzamelde waarnemingen en gaat uit van bestaande en beschikbare gegevens. Voor een actueel overzicht van beschermde planten- en diersoorten die in de regio voorkomen kunnen verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), internetmedia en diverse verspreidingsatlassen van relevante soortgroepen en verslagen van Particuliere Gegevens-beherende Organisaties (PGO’s) worden geraadpleegd.
2.3. Oriënterend terreinbezoek
Het bezoek vindt over het algemeen overdag plaats onder geschikte weercondities. Tijdens dit bezoek is op basis van de opdrachtgever aangeleverde gegevens zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde planten- en diersoorten, via zicht- en gehoorwaarnemingen, sporenonderzoek zoals de aanwezigheid van nesten, holen, uitwerpselen, uilenballen, veertjes, eischalen. Ook is de wijde omgeving van de te onderzoeken locatie of locaties bekeken en is er een inschatting gemaakt van hoe dieren deze en het omliggende terrein kunnen gebruiken als plaats om te foerageren, erlangs te trekken, er te rusten of het anderszins te benutten.
2.4. Volledigheid van het onderzoek
Gedurende het veldonderzoek wordt een inschatting van het onderzoeksgebied gemaakt, maar met een dergelijk veldonderzoek is het nooit zeker dat alle aanwezige soorten ook daadwerkelijk waargenomen worden. Een ervaren veldbioloog kan wel een goede inschatting maken van de kans dat beschermde soorten een plangebied benutten. Dit deskundigheidsoordeel komt tot stand aan de hand van parate kennis van beschermde planten- en diersoorten, hun habitatvoorkeur, ecologie en op basis van vooronderzoek met betrekking tot de te onderzoeken locatie of locaties.
2.5. Verantwoording
Uitvoer veldwerk: Bossenbroek Fauna Rapportage: Bossenbroek Fauna Fotografie: Bossenbroek Fauna, tenzij anders vermeld
3. Wettelijk kader 3.1. Algemeen
De bescherming van planten- en diersoorten is in Nederland geregeld in de Wet natuurbescherming (verder te noemen Wnb). Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden en beschermt ruim 900 soorten in Nederland in het wild voorkomende plantenen diersoorten. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet.
3.2. Doelstelling van de Wnb
✓ Het beschermen en ontwikkelen van de natuur; ✓ Het behouden en herstellen van biologische diversiteit; ✓ Het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur en het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen. De Wet natuurbescherming benoemt niet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten. Dit betekent in de praktijk dat het gaat om het effect van uw activiteiten op beschermde soorten. Heel vaak gaan activiteiten en werkzaamheden en de bescherming van soorten prima samen. Als u uw werk zo kunt inrichten dat u geen schade toebrengt aan beschermde soorten, dan hoeft u vooraf niets te regelen. Soms is het echter onvermijdelijk dat schade ontstaat aan beschermde dieren of planten. In die situaties is het nodig dat u vooraf bekijkt of hiervoor een vrijstelling geldt, of dat een ontheffing moet worden aangevraagd (‘nee-tenzij’-beginsel).
3.3. Welke soorten worden beschermd?
De Wnb kent drie categorieën van beschermde soorten: ✓ Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn; ✓ Soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn; ✓ Andere soorten waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven.
3.4. Zorgplicht In de Wnb is ook een zorgplicht vastgelegd.
Deze plicht geldt te allen tijde en houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze plicht geldt voor iedereen en voor alle planten en dieren, beschermd of niet. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, en ook voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd.
3.5. De verbodsbepalingen Beschermingsregimes Vogelrichtlijn 3.1 Wnb
Habitatrichtlijn 3.2 Wnb
Andere soorten 3.3 Wnb
Artikel 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Artikel 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.
Artikel 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.
Artikel 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
Artikel 3.5 lid 2 Het is verboden om dieren opzettelijk te verstoren
Artikel 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Artikel 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Artikel 3.5 lid 3 Het is verboden om eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
Artikel 3.10 lid 1c Het is verboden planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Artikel 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te verstoren, tenzij de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Artikel 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.
Artikel 3.5 lid 5 Het is verboden planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
3.6. Beschermingsregimes
De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn en een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn (beschermd). Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten (flora, fauna en avifauna) beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: ✓ Er mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. ✓ Er moet tegenover een afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. ✓ De ingreep mag geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. ✓ Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode.
3.7. Natuurnetwerk Nederland (NNN)
Het Natuurnetwerk Nederland, oftewel NNN (voorheen Ecologische Hoofdstructuur, EHS), is een netwerk van natuurgebieden waarin de natuur (planten en dieren) voorrang heeft en daarom wordt beschermd. Daarmee wordt voorkomen dat natuurgebieden geïsoleerd komen te liggen en dieren en planten uitsterven en dat de natuurgebieden zo hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur en het is daarom van belang dit netwerk te bespreken in het kader van natuurbescherming. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. Sinds 1990 zijn de provincies en het Rijk drukdoende met de aanleg van verbindingszones tussen verschillende natuurgebieden om zo een duurzaam, samenhangend netwerk van gebieden te creëren. De NNN heeft als doel van bestaande en nieuwe natuur een goed werkend netwerk te maken. Het behoud, herstel en de ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN is hierbij het uitgangspunt. Net als bij de Wnb geldt hier het ‘nee-tenzij’-beginsel. Dit is 1 oktober 2012
vastgelegd in het Besluit Algemene Regelingen Ruimtelijke Ordening (BARRO). Dit betekent dat er geen activiteiten plaats mogen vinden waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN in het geding komen, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang, tenzij er geen reële alternatieven zijn of tenzij negatieve effecten zo veel mogelijk beperkt worden en de overblijvende effecten worden gecompenseerd. Rijk en provincies hebben in 2011 met elkaar afgesproken dat natuurbeheer meer een regionale verantwoordelijkheid wordt. Dat is vastgelegd in het Natuurakkoord. Als gebiedsregisseurs van het landelijke gebied zetten de provincies zich in voor een versterking van de natuur. Zij dienen de begrenzing van het NNN vast te leggen in een provinciale verordening, waar ook de regels omtrent de inhoud van en de toelichting bij bestemmingsplannen in het belang van de realisatie, bescherming, instandhouding en verdere ontwikkeling van de beoogde natuurkwaliteit van het NNN worden beschreven. De provincies dienen hierbij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN vast te leggen. Dit zijn de huidige en potentiële waarden, gebaseerd op de natuurdoelen van het desbetreffende gebied. Per perceel worden deze doelen vaak in natuurdoeltypen en/of beheertypen vastgelegd.
Bij een aanvraag voor een ecologische quickscan en/of flora- en fauna-onderzoek gaat Bossenbroek Fauna dus ook altijd na of het plangebied binnen de begrenzingen van het NNN ligt en wat de effecten van de voorgenomen ingreep/activiteit zullen zijn. 3.8. Natura 2000
Bij een aanvraag voor een ecologische quickscan en/of flora- en fauna-onderzoek wordt ook onderzocht of het plangebied binnen de begrenzingen of directe invloedsfeer (minder dan 10 kilometer) van een N2000 gebied ligt en wat de effecten van de voorgenomen ingreep/activiteit op dat gebied zullen zijn. Er zijn in de buurt van het project verschillende natura 2000 gebieden de afstand licht gemiddeld op 20 kilometer: ➢ Rottige Meenthe & Brandemeer ➢ Deelen ➢ Sneekermeergebied ➢ Drents-Friese Wold & Leggelderveld ➢ Weerribben Het Natuur Netwerk Nederland bevindt zich op circa 183 met van het project.
4. Beschrijving locatie en ingreep 4.1 Beschrijving locatie:
Het gaat hier om een grote schuur die achter een huis staat. Het erf is te bereiken via een groot hek met op de grond klinkers. Op het erf is links en recht een border te vinden met wat struiken en planten. Deze klinkers lopen door tot de achterzijde van de schuur. Aan de Noordwestzijde liggen geen klinkers dit is open en hier groeien wat planten als Weegbree, Paarde bloem, Robertskruid en gras. De schuur bestaat uit een steens muur zonder spouw en isolatie met op het dak dakpannen. Onder deze dakpannen is een folie gespannen en daar onder zit het oude rieten dak. De Marktweg 46 heeft aan de straat kant veel bomen met gemeente perkjes en gazon.
4.2 De werkzaamheden:
De werkzaamheden zullen bestaan uit het slopen van de schuur. Dit zal doormiddel van een kraan gebeuren. Tevens zullen er containers worden gebracht om het afval en puin af te voeren. Na de sloop van de schuur zal er een woonhuis gerealiseerd worden. Fundering storten, metselen, materiaal rijden, afvalcontainers aanrijden, timmer en zaagwerkzaamheden.
5. Resultaten In dit hoofdstuk zijn de (potentiële) aan- of afwezigheid van de onderzochte plant- en diersoorten in het onderzoeksgebied onderbouwd. De relevante soorten zijn nader toegelicht. 5.1. Veldbezoek
Tijdens het veldbezoek is voor zover mogelijk een inventarisatie uitgevoerd van de beschermde soorten binnen de Wnb met de nadruk op de niet vrijgestelde beschermde soorten. In onderstaande tabel zijn het tijdstip en de waarnemings-condities van het uitgevoerde veldbezoek weergegeven. Waarnemingscondities veldbezoek Datum
Begintijd
Eindtijd
Weersomstandigheden
16-05-2022
14:00
16:00
Droog zon 19 graden
5.2. Flora
Er zijn tijdens dit veldbezoek geen beschermde planten aangetroffen. Gewoonweg niet omdat het terreintype niet geschikt is voor deze flora. Waarom is het niet geschikt; het gaat hier voornamelijk om bomen, struiken en algemeen voorkomende planten. Overigens is op deze locatie geen terreintype aangetroffen voor deze flora. Effectenbeoordeling: Door de voorgenomen plannen zullen er geen beschermde plantensoorten worden verwijderd of vernield. 5.3 Grondgebonden zoogdieren
Door de geplande ingreep zullen geen beschermde grondgebonden zoogdieren verstoord worden en zullen vaste voortplantings- en rustplaatsen niet worden verwijderd. Dit omdat de werkzaamheden niet bestaan uit kappen van bomen en of struweel. Voor de grondgebonden zoogdieren is dit terreintype niet geschikt bevonden. In de schuur zijn geen gaten of kieren ontdekt waar deze soorten zich schuil zouden kunnen houden overigens gaat hun voorkeur dan eerder uit naar een boomsingel of oude schuur bij boerderijen. Bij dit project is geen sprake van het verwijderen/kappen van bos, houtopstand of houtwal waar deze dieren gebruik van zouden kunnen maken.
Effectenbeoordeling: Door de geplande ingreep zullen geen beschermde grondgebonden zoogdieren verstoord worden en zullen vaste voortplantings- en rustplaatsen niet worden verwijderd.
5.4. Vleermuizen
Tijdens de quickscan werden geen sporen van vleermuizen aangetroffen. Er is verder geen gericht onderzoek naar het voorkomen van deze soorten verricht. De reden hiervoor is dat op basis van een visuele inspectie kon worden volstaan met de constatering dat er vanwege de geplande ingreep geen belangrijk habitat voor beschermde vleermuissoorten zal worden aangetast. Effectenbeoordeling: Door de geplande ingreep kunnen we vaststellen dat de vaste verblijfplaatsen van vleermuizen niet verwijderd gaan worden. Foerageermogelijkheden en vliegroutes van vleermuizen worden niet aangetast. Tijdens dit project worden geen bomen gekapt of spouwmuren gesloopt waardoor er direct of indirect gevolgen zouden kunnen ontstaan voor vleermuizen.
5.5. Vogels
Door de geplande ingreep zullen geen jaarrond beschermde nestplaatsen verloren of verwijderd worden. Ook is er geen sprake van directe dood voor de vogels ten aanzien van de geplande werkzaamheden. Een vervolgonderzoek zal dan ook uitblijven. Tevens zijn er tijdens het veldbezoek geen nestwaarnemingen gedaan of huismussen waargenomen die nestgedrag vertoonde. Effectenbeoordeling: Door de geplande ingreep zullen geen jaarrond beschermde nestplaatsen verloren of verwijderd gaan worden.
5.6. Amfibieën, reptielen en vissen
Tijdens de quickscan werden geen soorten amfibieën, reptielen of vissen aangetroffen. Er is verder geen gericht onderzoek naar het voorkomen van deze soortgroepen verricht. De reden hiervoor is dat op basis van een visuele inspectie kon worden volstaan. Effectenbeoordeling: Vanwege de geplande ingreep zal er geen belangrijk biotoop of habitat voor streng beschermde soorten worden aangetast.
5.7. Dagvlinders, libellen en overige ongewervelden
Tijdens de quickscan werden een paar soorten dagvlinders aangetroffen. Er is verder geen gericht onderzoek naar het voorkomen van deze soortgroepen verricht. De reden hiervoor is dat op basis van een visuele inspectie kon worden volstaan met de constatering dat er vanwege de geplande ingreep geen belangrijk biotoop voor streng beschermde insectensoorten zal worden aangetast. Effectenbeoordeling: Vanwege de geplande ingreep zal er geen belangrijk biotoop of habitat voor streng beschermde soorten worden aangetast.
6. Toetsing aan de Wnb Welke verbodsbepalingen kunnen worden overtreden? Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn 3.1 Artikel 3.1. Lid 2 ‘het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen’ en lid 4 en 5 ‘het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort’ ➢ Dit is niet van toepassing er zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn 3.2 ➢ Dit is niet van toepassing op basis van deze quickscan kan worden uitgesloten dat er vaste verblijfplaatsen van vleermuizen verwijderd gaan worden. ➢ Er zal geen belangrijk of onmisbaar foerageerbiotoop worden aangetast en zullen er geen belangrijke vliegroutes worden aangetast of doorsneden. ➢ Beschermingsregie andere soorten 3.3 Artikel 3.10 lid 1b ‘het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Dit is mogelijk. Er zullen vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk beschadigd of vernield worden.
➢ Natuur Netwerk Nederland (NNN) en Natura 2000 (N2000) Er zijn in de buurt van het project verschillende natura 2000 gebieden de afstand licht gemiddeld op 20 kilometer: ➢ Rottige Meenthe & Brandemeer ➢ Deelen ➢ Sneekermeergebied ➢ Drents-Friese Wold & Leggelderveld ➢ Weerribben Het Natuur Netwerk Nederland bevindt zich op circa 183 met van het project
7. Conclusies en aanbevelingen. 7.1 Op basis van deze quickscan kan het volgende worden geconcludeerd:
Het volgende kan worden geconcludeerd met betrekking op de volgende soorten beschreven hieronder: Zoogdieren vleermuizen Deze locatie is niet geschikt bevonden voor winter, paarverblijf, zomer of kolonieverblijf. Dit komt omdat de woning bestaat uit een steens muur met dakpannen die goed aansluiten op elkaar op het dak liggen. De vleermuizen kunnen hierdoor niet onder de pannen komen tevens is het gebouw bij de dakgoot te laag en zijn er geen mogelijkheden gevonden waar vleermuizen gebruik van zouden kunnen maken. Door de geplande ingreep zal er geen significante verandering plaatsvinden die een belangrijk biotoop, habitat, vliegroute of foerageerroute doorkruisen/verwijderen. Er is geen vervolgonderzoek nodig. Vogels Op de onderzochte locatie zijn geen huismussen, gierzwaluwen aangetroffen met een jaarrond beschermd nest. Dit veldbezoek heeft plaatsgevonden binnen het broedseizoen van deze soorten. Echter is op de locatie wel een broedpaar spreeuwen aangetroffen deze maken gebruik van een dakvorst die wat open staat zie foto’s in bijlage. De werkzaamheden die gepland staan zullen ervoor zorgen dat deze dieren verwijderd of gedood worden.
Vissen, reptielen, amfibieën en ongewervelden Hier is verder geen gericht onderzoek naar gedaan omdat de werkzaamheden geen significante veranderingen met zich mee brengen. Voor deze soorten er is geen vervolgonderzoek nodig.
Grondgebonden zoogdieren Marterachtigen zoals bijvoorbeeld steenmarter, hermelijn, wezel en bunzing. Van deze soorten zijn geen sporen aangetroffen zullen de locatie naar inschatting niet gebruiken als leefgebied. Tijdens de werkzaamheden zullen geen biotopen of leefgebieden van deze soorten worden aangetast. Dit omdat er geen houtwallen, bomen of struiken verwijderd zullen worden maar ook omdat er geen sporen aangetroffen zijn op het project die verwijzen naar een mogelijk nest of hol van deze soorten. Er is geen vervolgonderzoek nodig.
Flora Hier is verder geen gericht onderzoek naar verricht omdat de werkzaamheden geen significante veranderingen met zich meebrengen voor deze soorten. Ook is het terrein niet geschikt bevonden omdat het hier om een aangelegde tuin gaat waar veel tuinonderhoud gepleegd wordt doormiddel van schoffelen, onkruid wieden. Door deze handelingen is de locatie ongeschikt voor deze flora. Er is geen vervolgonderzoek nodig.
7.2 Op basis van deze quickscan wordt vrijblijvend het volgende geadviseerd:
Houdt u aan de zorgplicht. Deze plicht geldt te allen tijde en houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze plicht geldt voor iedereen en voor alle planten en dieren, beschermd of niet. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, en ook voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Tevens adviseer ik te werken buiten het broedseizoen van algemene broedvogels. Spreeuwen zijn een van de meest voorkomende broedvogels van Nederland. Broedt van half april tot in juni. Heeft één, soms twee legsels met gewoonlijk 4-6 eieren. Broedduur: 11-13 dagen. Is geen koloniebroeder, maar broedt wel graag met meerdere soortgenoten bij elkaar in de buurt. De jongen zitten 19-24 dagen in het nest. Als ze zijn uitgevlogen, worden ze nog zo'n 4-5 dagen gevoerd. Voorheen was er voor een éénmalige sloop van een woning of bouwwerk een stikstof depositie berekening benodigd echter is er wat veranderd in de wet. Per één juli 2021 zijn er enkele maatregelen met betrekking tot stikstofreductie en natuurverbeteringen van kracht.
Hierdoor is er sprake van een partiële vrijstelling voor de Natura 2000 vergunningsverplichting: voor de bouwfase hoeft er geen stikstof depositie berekening meer aangeleverd te worden. De Aerius berekeningen die hiervoor vereist waren zijn dus niet meer nodig. De vrijstelling omvat de werkzaamheden en gevolgen van bouw- en/of sloopactiviteiten Zoals: 1. De aan- en afvoer van bouwmaterialen en bouw- en sloopafval. 2. Transport van werknemers en werktuigen van en naar de bouwplaats. 3. Emissies van werktuigen op de bouw- sloop plaats. 4. Eventuele omrijdt of omvaar effecten. De vrijstelling geldt enkel tijdens de bouw-, sloop- en aanlegfase (tijdelijke werkzaamheden) en niet voor structurele stikstofemissies tijdens het gebruik van het project.
8. Bronvermeldingen 8.1 Literatuur:
Bij12 gewone dwergvleermuis Bij12 gierzwaluw Bij 12 huismus
8.2 Bronnen:
NDFF Waarneming.nl Synbiosys.alterra.nl Natuur regels Bij12 Natura 2000 RVO.nl Verspreiding ’s Atlas Sovon.nl Ravon.nl
9. Bijlagen 1 Foto overzichten Bijlage 1: Foto’s OP de Foto’s hieronder wordt de schuur weergegeven en het onderzochte terrein.
Op de foto’s onder en boven is goed te zien dat de dakpannen goed aansluiten. Er zijn geen kieren of gaten aangetroffen waar de huismus of gierzwaluw gebruik van zou kunnen maken.
Op de foto’s onder en boven is te zien dat de gaten en kieren van de schuur zijn afgesloten doormiddel van purschuim. Hierdoor acht ik de kans klein dat er vleermuizen gebruik maken van de schuur tevens is de schuur te laag aan de randen. Vleermuizen hebben namelijk een vrijeval van ongeveer drie meter nodig om het verblijf veilig te verlaten.
Op deze foto wordt een nestlocatie aangegeven van de spreeuw die is aangetroffen. Deze spreeuw heeft zijn nest onder de dakvorst. Op het dak zijn verder geen locaties aanwezig waar dit mogelijk is.