1.23 Hutton_2201350_voorlopig_funderingsadvies_Oudeschoot
Tekst van het document
projectnummer: 2201818, versie , 8 juni 2022
Nieuwbouw 3 woningen, Marktweg 46 te Oudeschoot
De terreinproeven en boringen met monsterneming moeten ten minste tot een diepte onder het aanlegniveau van de funderingssloof, -poer of -plaat hebben gereikt van driemaal de breedte van het bouwwerk onder het aanlegniveau, waarbij 25 m als maximum mag zijn aangehouden. De terreinproeven moeten zijn uitgevoerd op de omtrek van het bouwwerk.
Fundering op palen
Het geotechnisch onderzoek moet hebben bestaan uit een of meer proefbelastingen of terreinproeven, eventueel gecombineerd met boringen met monstername. Er moeten ten minste 2 terreinproeven (eventueel gecombineerd met boringen met monstername) zijn uitgevoerd die tot een diepte van 5 m onder het paalpuntniveau hebben gereikt. Bovendien moet een van de terreinproeven een diepte hebben bereikt van ten minste 10 × de kleinste dwarsafmeting van de paalvoet onder het paalpuntniveau. Voor bouwwerken hoger dan 70 m moeten de terreinproeven ten minste tot een diepte hebben gereikt van driemaal de breedte van het bouwwerk onder het paalpuntniveau, waarbij 25 m als maximum mag zijn aangehouden. Worden terreinzettingen verwacht van meer dan 0,1 m, die het gevolg zijn van recent of vroeger aangebrachte terreinbelastingen in de buurt van het op palen te funderen bouwwerk of door verlaging van de grondwaterstand, dan moet, ten behoeve van de bepaling van de grootte van de representatieve waarde van de maximale negatieve kleef (F nk;rep), één boring met ongeroerde monsters uit de cohesieve samendrukbare grondlagen beschikbaar zijn, waarvan de schuifweerstandseigenschappen zijn/worden bepaald.
Deze boring mag achterwege blijven als uit eerder onderzoek in de directe omgeving van het bouwproject betrouwbare gegevens met betrekking tot de schuifweerstandseigenschappen van de cohesieve samendrukbare grondlagen zijn verkregen, of als de samenstelling van de bodem en de grondeigenschappen aan tabel 2.b zijn ontleend. Als het geotechnisch onderzoek bestaat uit terreinproeven gelden de volgende voorwaarden: Voor de gemiddelde onderlinge afstand van de onderzoekspunten (agem), als functievan Rc;cal;gem (gemiddelde waarde van de maximumdraagkracht van de paal of palen onder het bouwwerk of deel van het bouwwerk, voor eenzelfde paalpuntniveau) en ∆R c;cal (is het verschil tussen de hoogste en de laagste waarde van de maximumdraagkracht van de paal of palen onder het bouwwerk of deel van het bouwwerk, voor eenzelfde paalpuntniveau): als ∆Rc;cal≤ 0,3 × Rc;cal;gem, dan is agem ≤ 25 m en wordt per terreinproef een oppervlakte bestreken van ten hoogste 25 m × 25 m; als ∆Rc;cal ≤ 0,4 × Rc;cal;gem, dan is agem ≤ 20 m en wordt per terreinproef een oppervlakte bestreken van ten hoogste 20 m × 20 m; als ∆Rc;cal ≤ 0,5 × Rc;cal;gem, dan is agem ≤ 15 m en wordt per terreinproef een oppervlakte bestreken van ten hoogste 15 m × 15 m; als ∆Rc;cal > 0,5 × Rc;cal;gem, dan is agem ≤ 15 m en wordt per terreinproef een oppervlakte bestreken van ten hoogste 15 m × 15 m.
Op basis van de resultaten van de terreinproeven moet worden beoordeeld of en hoe een verantwoord funderingsontwerp kan worden gemaakt voor de beoogde constructie. Het oppervlak waarbinnen de funderingselementen zijn geprojecteerd, moet volledig zijn afgedekt door de onder aangegeven gebieden met de plaatsen van de terreinproeven als middelpunt.
Er moeten terreinproeven zijn uitgevoerd op de omtrek van het bouwwerk waarbinnen funderingselementen zijn geprojecteerd. Bij rechthoekige bouwwerken met zijden met een lengte groter of gelijk aan agem moet ten minste één terreinproef nabij elke hoek zijn uitgevoerd. Bij rechthoekige bouwwerken waarvan de breedte van het grondoppervlak kleiner is dan 0,6 x a gem mogen de terreinproeven nabij de hoeken zijn vervangen door één terreinproef halverwege elke korte zijde. De afstand tussen deze aanvullende terreinproeven hangt, behalve van de praktische mogelijkheden, ook af van de aard en de omvang van het overgangsgebied. Het kan in bepaalde
projectnummer: 2201818, versie , 8 juni 2022
Nieuwbouw 3 woningen, Marktweg 46 te Oudeschoot
gevallen voor het ontwerp van de paalfundering en de keuze van het paaltype, nodig zijn lokaal het net van terreinproeven te verdichten. Wat als het grondonderzoek niet voldoet aan deze richtlijnen?
Indien het grondonderzoek niet voldoet aan de voornoemde richtlijnen, geldt dat: Een definitief advies slechts kan worden opgesteld nadat het gehele grondonderzoek is afgerond cf. deze onderzoeksrichtlijnen. Zo nodig andere onderzoeksmethoden moeten worden overwogen, zoals bv slagsonderingen, boorsonderingen, mechanische boringen. Bij de verdere verwerking van de resultaten van het funderingsadvies er rekening mee dient te worden gehouden dat de bodem op de bouwplaats kan afwijken van hetgeen is aangetroffen tijdens onderhavig onderzoek. De resultaten dienen derhalve met de nodige voorzichtigheid te worden gehanteerd. Afstand WKO-boringen tot fundering Bij de uitvoering van een mechanische boring direct naast een gebouw of constructie (zoals een viaduct, dijklichaam, spoor, weg, riolering, etc.) moet men rekening houden met mogelijke negatieve effecten op (de fundering van) deze bouwwerken of constructies als gevolg van de grondontspanning die de boring veroorzaakt. Deze grondontspanning ontstaat bij het plaatsen van een eventuele mantelbuis èn bij het boorproces. Schade aan gebouwen en constructies kan worden voorkomen, door de boring op veilige afstand hiervan te plaatsen. Conform de uitvoeringseisen uit SIKB Protocol 2101 “Mechanisch boren”, versie 4.0 d.d.
1 februari 2018 geldt dat, tenzij anders overeengekomen, een boring op een afstand van minimaal 10 x de boorgatdiameter van een bestaand gebouw of constructie dient te worden geplaatst en 15 x de boorgatdiameter van een bekend c.q. gepland gebouw of constructie. Grondwater Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden moet de bodem van de sleuf of de put droog zijn, tenzij speciale maatregelen zijn genomen om uitspoeling van beton of bindmiddelen te voorkomen. Wanneer de grondwaterstand te hoog is, kan mede afhankelijk van de waterdoorlatendheid van het toegepaste zand, de ondergrond en de gebruikte verdichtingsapparatuur, een "drijfzand"-situatie ontstaan. Een verlaging van de grondwaterstand is doorgaans middels een van de volgende drie bemalingsmethoden te realiseren: horizontale drains in en rond de bouwput korte (vacuüm)filters rondom de bouwput, h.o.h. 2 m geplaatst, met zuigleiding aan een zuigperspomp verbonden plaatsing van enige grote en diepe deepwell-pompputten met een flinke reikwijdte met betrekking tot de verlaging van de grondwaterstand. Van geval tot geval dient dit apart te worden bekeken of een bemalingsadvies is vereist.
De noodzaak hiertoe kan onder meer afhankelijk zijn van de ligging van de bouwplaats (binnen of buiten beschermd gebied), het verwachte onttrekkingsdebiet/waterbezwaar (aanvraag vergunningen bij overschrijding vergunningsgrens) en invloed naar de omgeving (aanwezigheid van monumentale panden, of bomen). Ons bureau kan hieromtrent nader adviseren en desgewenst en indien van toepassing de (MER-) vergunnings- of meldingsprocedure verzorgen.
projectnummer: 2201818, versie , 8 juni 2022
Hutton Geotechniek Plotterweg 31 3821 BB Amersfoort
Tel: +31 (0)85 82 223 30 info@huttongeo.com www.huttongeo.com
GEOTECHNISCH GRONDONDERZOEK Marktweg 46 in Oudeschoot
Opdrachtgever Qbuz adviesbureau bouwconstructie B.V. Lochemseweg 33 7244 RR Barchem Uitgevoerd door Hutton Geotechniek Plotterweg 31 3821 BB Amersfoort +31 (0)85 82 222 30 info@huttongeo.com Status Definitief Datum 1 juni 2022 Projectnummer 2201350 Documentkenmerk 2201350/R01
Auteur de heer S. (Sam) Stins Handtekening:
datum: 1 juni 2022
Kwaliteitscontrole de heer ing. P.J.W. (Janwillem) van Vledder Handtekening:
datum: 1 juni 2022
Inhoudsopgave 1 2
3
Inleiding ..................................................................................................................... 1 Aanleiding en doel ................................................................................................. 1 Uitvoeringsdatum en onderzoeksopzet ...................................................................... 1 Uitvoeringsmethoden .................................................................................................. 2 Uitzetten met GPS ................................................................................................. 2 Sonderingen ......................................................................................................... 2 Geotechnische handboringen................................................................................... 2 Resultaten grondonderzoek ........................................................................................ 3 Bijzonderheden en afwijkingen ................................................................................ 3 Grondwaterstand................................................................................................... 3 Resultaten inmetingen met GPS .............................................................................. 3
Bijlagen: 1. Situatietekening 2. Sondeergrafieken 3. Boorprofiel 4. Coördinaten en NAP-hoogten 5. Veldwerkverslag 6. Kalibratierapporten 7. Hoofdgegevens ingezet sondeermaterieel 8. Foto’s
2201350/R01
1
Inleiding
In opdracht van Qbuz adviesbureau bouwconstructie B.V. is door Hutton Geotechniek een geotechnisch grondonderzoek uitgevoerd op de locatie Marktweg 46 in Oudeschoot.
Aanleiding en doel
Aanleiding tot het grondonderzoek is de bouw van drie woningen. Doel van het grondonderzoek is het in beeld brengen van de in-situ bodemeigenschappen. Op onderstaande luchtfoto wordt de globale ligging van de onderzoekslocatie geel omkaderd weergegeven.
Luchtfoto 1: globale ligging onderzoekslocatie (bron: Google Maps)
Het grondonderzoek is uitgevoerd en gebaseerd op de door de opdrachtgever verstrekte basisinformatie. Dit rapport bevat naast de inleiding: de uitvoeringsmethoden (hoofdstuk 2) en de resultaten van het grondonderzoek (hoofdstuk 3).
Uitvoeringsdatum en onderzoeksopzet
Het geotechnisch grondonderzoek is uitgevoerd door Sam Stins (senior sondeermeester) op 30 mei 2022. Voor het onderzoek zijn de volgende (veld)werkzaamheden uitgevoerd: Twee sonderingen (CPT) tot een diepte van maximaal 12,0 meter minus maaiveld (m -mv); Eén handboring (HB) tot een diepte van maximaal 3,0 m -mv. De sondeer- en boorlocatie(s) zijn weergegeven op de situatietekening in bijlage 1. In bijlage 8 zijn enkele foto’s opgenomen die zijn genomen tijdens het grondonderzoek van de onderzoekslocatie.
2201350/R01
1/3
2
Uitvoeringsmethoden
In dit hoofdstuk worden de tijdens het onderzoek gehanteerde normen en werkwijzen van de uitgevoerde werkzaamheden behandeld. Alle (veld)werkzaamheden worden uitgevoerd conform de desbetreffende NEN normen 1,2,3. Wanneer dit niet mogelijk is wordt de reden van afwijken in hoofdstuk 3 beschreven.
Uitzetten met GPS
De onderzoekspunten zijn uitgezet ten opzichte van de stelsels van de Rijksdriehoeksmeting (RD) en het Normaal Amsterdams Peil (NAP). Bij het uitzetten is gebruik gemaakt van een GNSS RTK ontvanger (GPS- meetsysteem) met een maximale afwijking van 2 centimeter (cm) in RD en 5 cm in de hoogte meting (NAP). Het kalibratierapport van het meetsysteem is opgenomen in bijlage 6.
Sonderingen
De sonderingen zijn uitgevoerd als klasse 2 testtype TE1 (C2-TE1). De sonderingen zijn met een sondeer Track-Truck tot de gewenste einddiepte of tot maximaal 180 kN / 18 ton penetratiekracht uitgevoerd. Voor de specificaties van dit voertuig wordt verwezen naar bijlage 7. Bij elke sondering is de temperatuur (T), de penetratie lengte (l), conusweerstand (qc), de wrijvingsweerstand (fs) en de hellingshoek (α) continu gemeten (10 metingen per seconde) en opgeslagen. Voor een volledig overzicht van de gebruikte datalogger en sondeerconus (serienummer, oppervlakte, etc.) wordt verwezen naar bijlage 2 (sondeergrafieken) en bijlage 6 (de kalibratierapporten). Opgemerkt wordt dat Hutton Geotechniek gebruik maakt van een digitaal meetsysteem, waardoor periodieke kalibratie van de datalogger niet noodzakelijk is. Om deze reden is de kalibratierapportage van de datalogger niet opgenomen in bijlage 6. Toelichting interpretatie grondsoort Op basis van de conus- en wrijvingsweerstand wordt het wrijvingsgetal verkregen. Dit betreft een berekende waarde die wordt weergegeven in procenten. Het wrijvingsgetal geeft een indicatie van de laagopbouw en de aangetroffen grondsoort(en). Als indicatie kunnen voor normaal geconsolideerde grondlagen, onder de grondwaterstand, onderstaande percentages worden aangehouden. Wrijvingsgetal in %
Indicatie grondsoort
Wrijvingsgetal in %
0,2
—
0,6
Grind, grof zand
3,0
—
5,0
Indicatie grondsoort Klei
0,6
—
1,2
Zand
5,0
—
7,0
Potklei
1,2
—
4,0
Silt en löss
5,0
—
10,0
Veen
Tabel 1: Indicatie meest voorkomende grondsoorten in Nederland op basis van het wrijvingsgetal
Geotechnische handboringen
Voor de identificatie van de grond en het bepalen van de grondwaterstand is naast sondering CPT1 één handboring verricht tot een diepte van maximaal 3,0 m -mv. De handboring is uitgevoerd conform beschrijfkwaliteit B03. De opgeboorde grond is geïdentificeerd en verwerkt tot een boorprofiel (HB1) die is opgenomen in bijlage 3.
Elektrische sondering met en zonder waterspanningsmeting: NEN-EN-ISO 22476-1:2012/C1:2013. Boorwerkzaamheden: NEN-EN-ISO 22475-1:2006/C11:2010. 3 Identificatie en classificatie van grond: NEN-EN-ISO 14688-1:2019. 1 2
2201350/R01
2/3
3
Resultaten grondonderzoek Bijzonderheden en afwijkingen
Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden was er geen sprake van bijzonderheden en/of afwijkingen. Alle werkzaamheden (sonderingen en handboring) zijn tot de gewenste einddiepte van respectievelijk 12,0 m -mv (sonderingen) en 3,0 m -mv (handboring) uitgevoerd/verricht. Voor een volledig overzicht van alle veldwerkbevindingen en de eventueel geconstateerde bijzonderheden en/of afwijkingen, wordt verwezen naar het veldwerkverslag die is opgenomen in bijlage 5.
Grondwaterstand
Tijdens de veldwerkzaamheden is de grondwaterstand in één boorgat gepeild. De bepaalde grondwaterstand is opgenomen in onderstaande tabel. Grondwaterstand [m -mv] 2,50
Grondwaterstand gepeild in HB1
Tabel 2: In het veld gepeilde grondwaterstand
Opgemerkt wordt dat bovenstaande grondwaterstand slechts een momentopname is. De grondwaterstand kan sterk afhankelijk zijn van onder andere de in-situ bodemeigenschappen, de lokale omstandigheden en het seizoen.
Resultaten inmetingen met GPS
Het uitzetbestand is in het veld gecontroleerd en de onderzoekspunten zijn nadien definitief ingemeten. Daarnaast zijn twee aanvullende punten ingemeten (hart van de weg en het vloerpeil van een nabijgelegen gebouw). Het gebruikte meetsysteem heeft eveneens een maximale afwijking van 2 centimeter (cm) in RD en 5 cm in de hoogte meting (NAP). De coördinaten en NAP-hoogten van de onderzoekspunten zijn opgenomen in bijlage 4.
2201350/R01
3/3
Bijlage 1
Situatietekening
2201350/R01
Legenda Sondering Dorpel Hart van de weg Onderzoekslocatie
Geotechnisch grondonderzoek Marktweg 46 Oudeschoot Opdrachtgever
Qbuz adviesbureau bouwconstructie
Projectnummer
2201350
Schaal
1:250
Tekenaar
J. van Vledder
Bijlage
1
Datum
31-05-2022
Formaat
A3
Bijlage 2
Sondeergrafieken
2201350/R01
Conusweerstand (qc) in MPa 2
2
4
6
8
10
Wrijvingsgetal (Rf=fs/qc) in % 12 M.V. :
14 16 18 1.85 m NAP
20
10
8
6
4
2
1
0
-1
Diepte in m ten opzichte van referentieniveau (NAP)
-2
-3
-4
55.3 ->
-5
46.1 -> -6
30.2 -> -7
34.7 -> 39 ->
-8
57.5 -> 38.3 ->
-9
-10
-11
-12
-13
-14
-15
-16
-17
-18
-19
-20
-21
-22 225 15
cm² cm²
0.10 0.20 Wrijvingsweerstand (fs) in MPa
0.30
0.40
0.50
Test according ISO 22476-1 Project
:
Lokatie
:
Positie
Marktweg 46 Oudeschoot : 193065.3137, 550029.6416 RD
Datum
:
Conusnr.
:
Projectnr.
:
2201350
Sondeernr.
:
1
30-5-2022 DP15-CFPTxy.71151
1/1
Conusweerstand (qc) in MPa 2
2
4
6
8
10
Wrijvingsgetal (Rf=fs/qc) in % 12 M.V. :
14 16 18 1.79 m NAP
20
10
8
6
4
2
1
0
-1
Diepte in m ten opzichte van referentieniveau (NAP)
-2
-3
-4
-5
39.3 ->
-6
-7
-8
45.5 -> 52.7 ->
-9
47.7 -> 40.3 ->
-10
28.9 ->
-11
-12
-13
-14
-15
-16
-17
-18
-19
-20
-21
-22 225 15
cm² cm²
0.10 0.20 Wrijvingsweerstand (fs) in MPa
0.30
0.40
0.50
Test according ISO 22476-1 Project
:
Lokatie
:
Positie
Marktweg 46 Oudeschoot : 193075.3734, 550036.5917 RD
Datum
:
Conusnr.
:
Projectnr.
:
2201350
Sondeernr.
:
2
30-5-2022 DP15-CFPTxy.71151
1/1
Bijlage 3
Boorprofiel
2201350/R01
H B1
klinker / cm t ov NAP
0
0
afgeleid, niet organisch, t b: geen, ant ropogeen, qm 5 -10 50
100
150
200
ZAND, kleur: wit , afgeleid, niet organisch, t b: geen, zandMediaan: m iddelgrof 200-630, ant ropogeen, qm 5
-20
ZAND, m et silt , kleur: st andaard geel, afgeleid, niet organisch, t b: geen, zandMediaan: m iddelgrof 200630, ant ropogeen, qm 5, puin -40
ZAND, m et silt , kleur: st andaard bruin, afgeleid, zwak organisch, t b: geen, zandMediaan: m iddelgrof 200630, ant ropogeen, qm 5 -170
250
ZAND, m et silt , kleur: st andaard geel, afgeleid, niet organisch, t b: geen, zandMediaan: m iddelgrof 200630, ant ropogeen, qm 5
300 t ype dat um boorm eest er beschrijflocat ie beschrijfprocedure beschrijfkwalit eit boorprocedure t ype m aaiveld bem onst eringsprocedure t ijdelijke verbuizing
-300
g r on d b or in g 3 0 -0 5 -2 0 2 2 Sa m St in s ve ld iso1 4 6 8 8 d 1 v2 0 1 9 c2 0 2 0 k la sse 3 sik b 2 0 0 1 va n a f v6 . 0 g r a sla n d iso2 2 4 7 5 d 1 v2 0 0 6 nee
PEILBUIS
BORIN G
num m er
bodem m onst er, geroerd
casing
bodem laag
bent oniet
grondwat erst and t ijdens boren
bodem m onst er, ongeroerd
filt ergrind
bodem laag filt ert raject grondwat erst and
GRON D SOORTEN
OLIE OP W ATER REACTIE
KEIEN/KEITJES, keiig
GRIND, grindig
ZAND, zandig
Geen
Zwak
Mat ig
St erk
Uit erst
GEUR IN TEN SITEIT
KLEI, kleiig
SILT, silt ig
Geen Zeer zwak
Zwak
Mat ig
St erk
Zeer st erk
VEEN, hum eus
M ATE V AN BIJM EN GIN G
GRAD ATIE Z AN D
zwak (20%)
grof (0,63-2m m ) m iddelgrof (0,2-0,63m m ) fijn (0,063-0,2 m m )
st erk (40%)
V ERH ARD IN GEN
GRAD ATIE GRIN D
asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag
f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )
OV ERIG
BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG
bodem vreem de best andsdelen aanwezig
pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er t b = t ert iaire best anddelen di = disperse inhom ogenit eit cf = consist ent ie fijn
wat er
diept e aanduidingen links op de y-as zijn in cm onder m aaiveld diept e aanduidingen recht s van het profiel zijn in cm boven NAP
Bijlage 4
Coördinaten en NAP-hoogten
2201350/R01
Sondering (CPT)
X-coördinaat
Y-coördinaat
NAP-hoogte (maaiveld)
CPT1
193065,31
550029,64
1,85
CPT2
193075,37
550036,59
1,79
193065,31
550029,64
1,85
Vloerpeil (VP)
193072,19
550037,72
1,87
Hart van de weg (HW)
193030,99
550035,56
1,68
Handboring (HB) HB1 Aanvullend ingemeten punten
2201350/R01
Bijlage 5
Veldwerkverslag
2201350/R01
Verantwoordelijk veldwerker (VW): Datum ondertekening: Ondertekening verantwoordelijke VW: Onderzoekspunt 1 2 HB1
Datum uitvoering 30-5-2022 30-5-2022 30-5-2022
Machine
Type maaiveld
HGNLCPT1 HGNLCPT1 NVT
Klinker Klinker Klinker
Projectnummer: Datum uitvoering Projectnaam: Marktweg 46 in Oudeschoot Opdrachtegever: Qbuz adviesbureau bouwconstructie B.V.
Voorboordiepte (m -mv) NVT NVT NVT
Serie nr. datalogger 3147 3147 NVT
SST 30-5-2022
Verantwoordelijk eindcontrole veldwe Datum controle:
SST
Ondertekening verantwoordelijke PL:
Meetinstrument
Kalibratiedatum
Testtype
1: DP15-CFPTxy.71151 1: DP15-CFPTxy.71151 Edelman+zuigerboor
10-3-2022 10-3-2022 NVT
C2-TE1 C2-TE1 HB
Behaalde (filter)diepte van tot 0,00 11,07 0,00 12,13 0,00 3,00
JVL 1-6-2022 JVL Reden gestaakt Gestaakt max. penetratiekracht Einddiepte bereikt Einddiepte bereikt
Vanwege de digitale werkwijze bij Hutton Geotechniek is het veldwerkformulieren met initialen ondertekend en niet met een natte handtekening.
Grondwaterstand (m -mv) 2,5
Opmerkingen/afwijkingen op norm -
versie v1.7 25-4-2022 All rights reserved by Hutton Geotechniek ©
Bijlage 6
Kalibratierapporten
2201350/R01
Gouda Geo-Equipment B.V. Satellietbaan 8 2181 MH Hillegom The Netherlands Tel. + 31 (0)715.318.475 E-mail: info@gouda-geo.com
Certificate of Calibration Certificate No. CMI 22.03.4491 Instrument Instrument Type: Manufacturer: Model No.: Serial No.: Cone area factor:
Electrical Subtraction Cone Gouda Geo-Equipment B.V DP15-CFPTxy 71151 0,75
Calibration Result: Certified Date Calibrated: Next Due Date:
Used Calibration Procedure: GGECP004, ISO22476
10-3-2022 10-9-2022
Location: Hillegom (The Netherlands) Customer Hutton Geo B.V.
Calibration Instruments Instrument Type: CPT Logger Manufacturer: Gouda Geo Equipment Model No.: A Serial No.: 3129 Accuracy: 0.01% + 2 Counts Date Calibrated: 20 December, 2021 Next Due Date: 20 June, 2022 Calibrated By: Manufacturer Traceability: CMI 21.12.4333
Instrument Type: CPT Logger Manufacturer: Gouda Geo Equipment Model No.: A Serial No.: 3010 Accuracy: 0.01% + 2 Counts Date Calibrated: 20 December, 2021 Next Due Date: 20 June, 2022 Calibrated By: Manufacturer Traceability: CMI 21.12.4332
Calibration Conditions Environmental conditions whilst performing the calibration:
Instrument Type: Load-cell + amplifier Manufacturer: Futek Model No.: LCF500 + IAA100 Serial No.: 668966 + 695054 Accuracy: 0.1% Date Calibrated: 16 June, 2021 Next Due Date: 16 June, 2022 Calibrated By: Futek Traceability: 2106160027
Ambient Temperature: Relative Humidity:
21.7 ºC 23.2 %
Condition of Calibrated Apparatus when Received: Fair Measurement Parameters zero value
255 mV
zero value
266 mV
Full scale
4147 @ 150 kN
Full scale
4145 @ 150 kN
5000
5000
4500
4500
y = 27.645037x + 273.073293 R² = 0.999967
4000
y = 27.6366x + 278.5329 R² = 0.9999
4000
3500
3000
3000
2500
2500
qc [mV]
fs + qc [mV]
3500
2000
1500
1000
500
2000
1500
1000
500
0
0 0
20
40
60
80 Force [kN]
100
120
140
160
0
20
40
60
80
100
120
140
Force [kN]
Remarks Data "As Received" = "As Left" unless otherwise noted. Calibration data for this item was derived from one or more of the following sources: the Nederlands Meetinstituut (NMI) or other national laboratory, a natural physical constant, or a ratio technique. The data is on file at the NMI. This calibration is compliant with Gouda Geo-Equipment's internal quality system, internal calibration procedure and meets the requirements of standard ISO22476. The Calibration Interval will vary from customer use and different conditions. All calibrations are verified at a moment in time; and confirmed within controlled temperature and humidity specified standards. Gouda Geo-Equipment is not responsible for future calibrations. Improper use of the apparatus (e.g. dropping) may cause loss of calibration. Calibration performed by:
Approved by:
Vincent Vermeer (Engineer)
Rogier Tijm (Senior Engineer)
This report shall not be reproduced or duplicated by any means, except in full, without the written approval of Gouda Geo-Equipment B.V.
160
Gouda Geo-Equipment B.V. Satellietbaan 8 2181 MH Hillegom The Netherlands Tel. + 31 (0)715.318.475 E-mail: info@gouda-geo.com
Certificate of Calibration Certificate No. CMI 22.03.4491 Instrument Instrument Type: Manufacturer: Model No.: Serial No.: Cone area factor:
Calibration Result: Certified
Electrical Subtraction Cone Gouda Geo-Equipment B.V DP15-CFPTxy 71151 0,75
Date Calibrated: Next Due Date:
Used Calibration Procedure: GGECP004, ISO22476
10-3-2022 10-9-2022
Location: Hillegom (The Netherlands)
Calibration Instruments Instrument Type: HP Kalibrator Manufacturer: Keller Druckmesstechnik Model No.: HPX - 200bar - 80139.31 Serial No.: 10311 Date Calibrated: 19 May, 2021 Next Due Date: 19 May, 2022 Calibrated By: Manufacturer Pore pressure
Pore Pressure 3500
y = 81.901x R² = 1
3000
U2 output [mV]
AMB =+/-1Bar = 361 Mv U2 [bar] U2 [mV] 1 77 5 408 10 822 15 1230 1639 20 25 2045 30 2457 35 2862 40 3280
2500 2000 1500 1000 500 0 0
5
10
15
20
25
30
35
40
Pre pressure [Bar]
Calibration performed by:
Approved by:
Vincent Vermeer (Engineer)
Rogier Tijm (Senior Engineer)
This report shall not be reproduced or duplicated by any means, except in full, without the written approval of Gouda Geo-Equipment B.V.
45
Gouda Geo-Equipment B.V. Satellietbaan 8 2181 MH Hillegom The Netherlands Tel. + 31 (0)715.318.475 E-mail: info@gouda-geo.com
Certificate of Calibration Certificate No. CMI 22.03.4491 Instrument Instrument Type: Manufacturer: Model No.: Serial No.: Cone area factor:
Electrical Subtraction Cone Gouda Geo-Equipment B.V DP15-CFPTxy 71151 0,75
Calibration Result: Certified Date Calibrated: Next Due Date:
Used Calibration Procedure: GGECP004, ISO22476
10-3-2022 10-9-2022
Location: Hillegom (The Netherlands) Inclinometer
Degrees Ix [mV] 20 2940 19 2900 18 2856 17 2817 16 2778 15 2734 14 2695 13 2646 12 2608 11 2558 10 2515 9 2471 8 2432 7 2383 6 2339 5 2295 4 2251 3 2207 2 2163 1 2127 0 2080 -1 2037 -2 1987 -3 1944 -4 1900 -5 1856 -6 1822 -7 1773 -8 1734 -9 1685 -10 1641 -11 1597 -12 1558 -13 1519 -14 1475 -15 1436 -16 1387 -17 1348 -18 1299 -19 1260 -20 1222
Degrees Iy [mV] 20 3388 19 3339 18 3296 17 3246 16 3203 15 3149 14 3115 13 3071 12 3022 11 2973 10 2925 9 2881 8 2827 7 2793 6 2739 5 2695 4 2641 3 2593 2 2544 1 2490 0 2456 -1 2403 -2 2358 -3 2305 -4 2256 -5 2207 -6 2168 -7 2119 -8 2071 -9 2022 -10 1973 -11 1929 -12 1875 -13 1841 -14 1788 -15 1744 -16 1695 -17 1646 -18 1602 -19 1553 -20 1519
Calibration performed by:
Approved by:
Vincent Vermeer (Engineer)
Rogier Tijm (Senior Engineer)
This report shall not be reproduced or duplicated by any means, except in full, without the written approval of Gouda Geo-Equipment B.V.
Calibration Certificate This GNSS receiver is calibrated in accordance with ISO 17123-8:2015 and fully complies with the product specifications as specified by the manufacturer. Our service center is fully accredited by Stonex Srl. The reference points used for the GNSS calibration procedure are periodically checked according to our quality management system.
Instrument Manufacturer Type Serial Number
: Stonex Srl. : S9III Plus GNSS : STNS95113023
Environmental conditions Temperature in °C Pressure in hPa
: 6.6 : 1039
Receiver Signal Reacquisition RTK Signal Initialization Initial Capture Time
:<1s : < 10 s : < 15 s
Accuracy specifications Fixed RTK horizontal Fixed RTK vertical Static horizontal Static vertical
: 10 mm + 1 ppm RMS : 20 mm + 1 ppm RMS : 3.0 mm + 0.5 ppm RMS : 5.0 mm + 0.8 ppm RMS
Calibration date Recalibration date Calibrated by
: 13-01-2022 : 13-01-2023 : Albert Meijer Service Engineer
Bijlage 7
Hoofdgegevens ingezet sondeermaterieel
2201350/R01
Bijlage 8
Foto’s
2201350/R01
Foto 1.
Foto 2.
2201350/R01