1.2 bijlage 2 Overzicht te wijzigen artikelen APV juli 2022
Tekst van het document
Toelichting op de wijzigingen APV juli 2022
Colorverbod Vorig jaar is het zogenaamde colorverbod opgenomen in de APV. Het gaat om het verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties, zoals het logo van een verboden motorclub. De Hoge Raad heeft dit colorverbod echter recent onverbindend verklaard. Gemeenten moeten dit verbod nu uit de APV schrappen. De Hoge Raad oordeelde op 24 december 2021 dat artikel 2:50a van de APV in strijd is met het grondrecht op vrijheid van meningsuiting (artikel 7, lid 3, van de Grondwet). Daarop kan alleen bij wet in formele zin uitzondering worden gemaakt, niet in een wet in materiële zin, zoals de APV. De Hoge Raad verklaart artikel 2:50a APV onverbindend. In onze APV staat het colorverbod in het tweede (en derde) lid van artikel 2:25a (evenementen) en artikel 2:50a (Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties). De APV wordt aangepast door de doorgehaalde tekst in de betreffende artikelen te verwijderen: Artikel 2:25a Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3.
Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.
Woonoverlast In artikel 2:79 van de APV is een zorgplicht opgenomen voor gebruikers en verhuurders van woningen om geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden te veroorzaken. De burgemeester kan op grond hiervan gedragsaanwijzingen geven aan overlastgevers in zowel huur- als koopwoningen en aan verhuurders. Tot 1 januari 2021 was de gedragsaanwijzing aan verhuurders alleen mogelijk als de persoon die overlast gaf niet als ingezetene in de desbetreffende gemeente stond ingeschreven. Met de inwerkingtreding van de Wet toeristische verhuur van woonruimte (Stb. 2020, 460) op 1 januari 2021 is die beperking vervallen. In verband hiermee is artikel 2:79 aangepast. Om woonoverlast beter tegen te gaan, geldt de zorgplicht voortaan in alle gevallen voor verhuurders van woonruimten. Dat betekent dat verhuurders zorgdragen dat de woningen die zij verhuren geen
ernstige en herhaaldelijke hinder veroorzaken. Als de verhuurder zich niet of op een verkeerde manier inzet tegen ernstige en herhaaldelijke hinder, kan de burgemeester direct een verhuurder aanspreken en hoeft de burgemeester daarvoor niet eerst de huurder te hebben aangesproken. Dit is wenselijk wanneer verschillende huurders van dezelfde verhuurder hinder hebben veroorzaakt. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn in panden waar meerdere huurders wonen of waar huurders snel wisselen. De burgemeester kan dan dus – als ultimum remedium – direct aan een verhuurder een last onder bestuursdwang of dwangsom opleggen. De APV wordt aangepast door de doorgehaalde tekst in het volgende artikel te verwijderen: Artikel 2:79
Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2. De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke: a. geluid- of geurhinder; b. hinder van dieren; c. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn; d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; e. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.
Alcoholwet De Drank- en Horecawet is per 1 juli 2021 gewijzigd. De wet wordt voortaan aangeduid als Alcoholwet. In de volgende artikelen van de APV is ‘Drank- en horecawet’ vervangen door ‘Alcoholwet’: -
2:24 lid 1 sub d 2:28 lid 1 2:29 lid 1, 2, 4 en 5 2:29a lid 2 Afdeling 5 (titel) 2:34a 2:48 lid 2 sub a en b 3:5 lid 2 sub c
Onvolkomenheid in artikel 2:78 (gebiedsontzeggingen) In het vorig jaar gewijzigde artikel 2:78 is in lid 1 de ‘2’ (van 72 uur) weggevallen. De APV wordt aangepast door het cijfer ‘2’ na het cijfer ‘7’ toe te voegen in lid 1: Artikel 2:78
Gebiedsontzeggingen
1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 72 uur, al dan niet aaneengesloten, niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 2. ….
3. …. 4. ….
Verwijderen artikel 2.1b (verblijfsontzeggingen) Artikel 2.1b (verblijfsontzeggingen) kan vervallen, omdat artikel 2:78 (gebiedsontzeggingen) hetzelfde regelt. Artikel 2:78 is in 2014 in de modelverordening van de VNG gekomen. Toen is abusievelijk artikel 2.1b niet verwijderd in onze APV. De modelverordening kent dit artikel niet (meer). De APV wordt aangepast door de volgende doorgehaalde tekst te verwijderen: Artikel 2.1b Verblijfsontzeggingen 1. Het is degene aan wie dit door of namens de burgemeester in het belang van de openbare orde of zedelijkheid is bekendgemaakt, verboden zich anders dan in een openbaar middel van vervoer te bevinden op of aan de door de burgemeester aangewezen wegen en plaatsen, gedurende de uren daarbij genoemd. Dit verbod geldt gedurende de in de bekendmaking genoemde periode van ten hoogste twaalf weken (verblijfsontzegging). 2. Een ieder aan wie een verblijfsontzegging is opgelegd , is verplicht, op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van de politie, zich te verwijderen van de gebieden als vermeld in de verblijfsontzegging. 3. De burgemeester beperkt het in het eerste lid gestelde verbod, indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.
Regels carbidschieten niet aanpassen De regels voor het carbidschieten tijdens de jaarwisseling zijn vastgelegd in artikel 2:73a van onze APV. Op enkele uitzonderingen na bevatten de APV's van alle 18 gemeenten in Fryslân vergelijkbare voorschriften. De belangrijkste verschillen per gemeenten zitten in de wijze van aanmelden (vergunning of melding) en de tijdstippen waarop carbid mag worden geschoten. Eind vorig jaar is regionaal voorgesteld om de APV/beleidsregels te harmoniseren, zodat een eenduidig toezicht en handhavingskader kan worden gecreëerd. Op bestuurlijk niveau is in Fryslân het commitment afgesproken om of vanuit de APV-regelgeving of vanuit beleidsregels op lokaal niveau uniformering aan te brengen op de volgende twee onderwerpen: - Eindtijd carbidschieten: wordt gesteld op zonderondergang (17.00/18.00 uur) - Grootte carbidbus: wordt gesteld op maximaal 50 liter. Een organisator is primair verantwoordelijk voor het handhaven van de orde, veiligheid en gezondheid. Handhaving van en toezicht op de voorwaarden is aan de gemeente. In Heerenveen geldt bij carbidschieten een eindtijd van 02.00 uur op 1 januari en de inhoud van de (melk)bus/carbidbus mag maximaal 60 liter bedragen. De ervaring leert dat deze voorschriften de afgelopen jaren nooit tot problemen of klachten hebben geleid in onze gemeente.
Het verschil in inhoud tussen een 50 of 60 liter carbidbus is in de praktijk bovendien ook nauwelijks te zien (of te horen). Wij stellen dan ook voor om de bestaande voorschriften in onze APV te handhaven: Artikel 2:73a Carbidschieten 1. Carbidschieten is verboden. 2. Het verbod geldt niet na melding aan het college uiterlijk 10 werkdagen voor het carbidschieten en onder de volgende voorwaarden: a. Carbidschieten mag uitsluiten op 31 december vanaf 10.00 uur tot de daaropvolgende 1 januari tot 2.00 uur;
b. c. d. e.
f. g. h. i. j.
Degene die carbidschiet moet tenminste de leeftijd van 16 jaar hebben; De plaats van het afschieten is tenminste op 50 meter afstand van de omliggende bebouwing; De inhoud van de (melk)bus mag maximaal 60 liter bedragen; Het voorwerp waarin het carbidgas wordt gevormd, moet worden afgesloten met zacht materiaal (zoals een voetbal of plastic zak), het is verboden om harde voorwerpen zoals een deksel van een melkbus als afsluiter te gebruiken; toeschouwers moeten op een afstand van tenminste 10 meter van bedoeld voorwerp worden gehouden door een duidelijk afzetting (zoals linten of hekwerken); er mag niet worden geschoten in de richting van personen, dieren of nabij gelegen gebouwen; degene die carbid afschieten dienen uitdrukkelijk toestemming te hebben van de rechthebbende op het terrein waarop het carbidschieten zal plaatsvinden; het carbidgas moet op veilige wijze worden ontstoken (niet veilig is een directe ontsteking met een aansteker) en; afval veroorzaakt door het carbidschieten dient na afloop te worden opgeruimd.