1.2 Bijlage 2 ontwerp omgevingsvergunning
Tekst van het document
OMGEVINGSVERGUNNING
2021-328
Burgemeester en Wethouders hebben op 4 juni 2021 van Gemeente Heerenveen, Crackstraaat 2, 8441 ES in Heerenveen een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen voor het aanleggen van een parkeerterrein. De aanvraag betreft de locatie Jan Jonkmanweg naast nummer 29 De Knipe en is geregistreerd onder nummer 2021-328. Besluit Burgemeester en wethouders besluiten, gelet op artikel 2.1, 2.12 en 3.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht (Awb) de omgevingsvergunning te verlenen. De omgevingsvergunning wordt verleend onder de bepaling dat de gewaarmerkte stukken deel uitmaken van de vergunning. De omgevingsvergunning wordt verleend voor de volgende activiteiten: Handelen in strijd met regels RO (artikel 2.1 lid 1 sub c jo. artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3o Wabo). Werk- of werkzaamheden uitvoeren (artikel 2.1 lid 1 sub b Wabo). Voorwaarden De realisatie van het project geschiedt conform de ingediende situatietekeningen en ‘Ruimtelijke onderbouwing’ en overeenkomstig de hierin opgenomen planbeschrijving. Burgemeester en wethouders kunnen deze vergunning bij besluit intrekken in de gevallen, genoemd in artikel 2.33 lid 2 Wabo. Burgemeester en wethouders van Heerenveen. De gemeentesecretaris De burgemeester
Jeroen van Leeuwestijn
Tjeerd van der Zwan
Procedure De omgevingsvergunning is voorbereid volgens de uitgebreide voorbereidingsprocedure van §3.3 van de Wabo. De aanvraag heeft betrekking op de activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’, artikel 2.1 lid 1 sub c, en is beoordeeld aan artikel 2.12 van de Wabo. Tevens heeft de aanvraag betrekking op de activiteit ‘het uitvoeren van een werk of van werkzaamheden’, artikel 2.1 lid 1 sub b Wabo. Er is voldoende aannemelijk gemaakt dat de aanvraag voldoet aan de van toepassing zijnde regels en voorschriften, zodat de gevraagde omgevingsvergunning kan worden verleend. Ontvankelijkheid Na ontvangst van de aanvraag is deze aan de hand van de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) getoetst op ontvankelijkheid. De aanvraag bevat voldoende informatie voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook ontvankelijk en in behandeling genomen. Projectomschrijving Het plan omvat het aanleggen van een parkeerterrein op de locatie Jan Jonkmanweg naast nummer 29 in De Knipe. Het projectgebied valt binnen het bestemmingsplan “Buitengebied 2007” en heeft de bestemming ‘Agrarisch gebied 1’. Het plan past niet binnen het bestemmingsplan en is hiermee dan ook strijdig. Er kan alleen medewerking worden verleend als van het bestemmingsplan wordt afgeweken.
De aanvraag is voorzien van een ruimtelijke onderbouwing, waarin wordt ingegaan op de van toepassing zijnde wet- en regelgeving, beleidskaders en relevante ruimtelijke aspecten. De ruimtelijke onderbouwing maakt, evenals de overige bij de aanvraag behorende bijlagen, integraal onderdeel uit van dit besluit.
Zienswijzen Het voornemen om een omgevingsvergunning te verlenen voor de aangevraagde activiteiten is digitaal gepubliceerd in het Gemeenteblad en de Staatscourant van [dd-mm-jjjj]. Vervolgens hebben de ontwerp-omgevingsvergunning en (ontwerp)verklaring van geen bedenkingen en de daarbij behorende stukken met ingang van [dd-mm-jjjj]gedurende zes weken ter inzage gelegen en is een ieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen kenbaar te maken. Van deze mogelijkheid is [wel of niet] gebruik gemaakt. In het raadsbesluit van …..(kenmerk …..) staat onder beslispunt ….dat deze verklaring als definitieve verklaring van geen bedenkingen aangemerkt wordt wanneer er geen zienswijzen over de ontwerpverklaring zijn ingediend. Het aanvraagformulier en bijlagen maken onderdeel uit van dit besluit. Vooroverleg provincie Op grond van artikel 6.18 Besluit omgevingsrecht (Bor) is op de voorbereiding van een omgevingsvergunning die wordt verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3°, van de Wabo het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van Besluit ruimtelijke ordening (Bro) van toepassing. In dat verband hebben wij overleg gevoerd met afdeling Omgevingszaken.
In een reactie per brief d.d. 12 juli 2022 (kenmerk 02013008) is aangegeven dat kan worden ingestemd met de landschappelijke inpassingsplan dat is opgesteld, maar dit wel te borgen in de (ontwerp) omgevingsvergunning. Kennisgeving ontwerp omgevingsvergunning provincie Gelet op het bepaalde in artikel 6.12 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is de ontwerpomgevingsvergunning toegezonden aan Gedeputeerde Staten. Op …… is de kennisgeving naar de provinciale afdeling Omgevingszaken gestuurd om op het ontwerpbesluit te kunnen reageren. Er is geen reactie van de provincie gekomen.
Bijgevoegde documenten De volgende documenten behoren bij het besluit: - Aanvraagformulier, d.d. 06-07-2021; - Locatie_parkeerterrein_de_knipe20220608; - Parkeerterrein_Jan_Jonkmanweg_parkeer_18_plaatsen20220608; - participatie_-_brief_verenigingen; - De_Knipe_-_Parkeerterrein_naast_Jan_Jonkmanweg_29_ontwerp_1; - Raadsbesluit. - 02013008 advies vooroverleg omgevingsvergunning De Knipe - parkeerterrein naast Jan Jonkmanweg 29 Beroep Tegen het besluit kan door belanghebbenden beroep worden ingesteld bij de Rechtbank Noord-Nederland, Afdeling bestuursrecht, Postbus 150, 9700 AD Groningen. Deze mogelijkheid staat open voor belanghebbenden die over het ontwerpbesluit tijdig hun zienswijzen bij het college hebben ingebracht en die redelijkerwijs niet kan worden verweten dat zij geen of niet tijdig zienswijzen bij de gemeenteraad naar voren hebben gebracht. De beroepstermijn bedraagt zes weken en vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit ter inzage is gelegd. Het beroepschrift moet op grond van artikel 6:5 jo 7:1 van de Awb ondertekend zijn en moet ten minste bevatten de naam en het adres van de indiener, de dagtekening en een omschrijving van het besluit waartegen het beroep zich richt, alsmede de gronden van het beroep. Bij het beroepschrift dient zo mogelijk een afschrift van dit besluit te worden overgelegd.
Tevens kan de indiener van een beroepschrift aan de voorzieningenrechter van voornoemde rechtbank verzoeken om een voorlopige voorziening te treffen indien de indiener van het beroepschrift van mening is dat onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, vereist is. U kunt ook digitaal beroep instellen bij de genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de voorwaarden. Voor het instellen van beroep is een griffierecht verschuldigd. De griffier zendt hiervoor een rekening. Inwerkingtreding en geldigheid omgevingsvergunning De omgevingsvergunning treedt in werking met ingang van de dag na afloop van de termijn voor het indienen van een beroepschrift, tenzij ook een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend. Als binnen de termijn voor het indienen van een beroepschrift een verzoek om voorlopige voorziening is gevraagd treedt de omgevingsvergunning niet in werking voordat op dat verzoek is beslist.
Inhoudelijke beoordeling I.
Het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan
Aan het besluit liggen de volgende inhoudelijke overwegingen ten grondslag: In artikel 2.1 eerste lid onder c Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is bepaald dat het verboden is zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan. In artikel 2.12 eerste lid onder a 1°, 2° en 3° Wabo is aangegeven wanneer een omgevingsvergunning voor de activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c kan worden verleend. Het bestemmingsplan en de algemene afwijkingsregels bieden geen mogelijkheid om af te wijken. Medewerking kan hier alleen worden verleend met een zogenaamd project afwijkingsbesluit op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3° van de Wabo. Bestemmingsplan De gronden vallen binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Buitengebied 2007” (+ partiële en correctieve herziening) en zijn hierin bestemd als 'Agrarisch gebied 1’. De gronden zijn bestemd voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering. Het aanleggen van een parkeerterrein ten behoeve van de sportverenigingen is niet bij recht toegestaan. Het plan is dan ook strijdig met het bestemmingsplan.
Er kan alleen medewerking worden verleend als van het bestemmingsplan wordt afgeweken, middels een uitgebreide procedure (op grond van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3° Wabo). Verklaring van geen bedenkingen De Wabo bepaalt in artikel 2.27 in samenhang met artikel 6.5 Bor dat, indien het voornemen bestaat om een omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van het geldende bestemmingsplan, de gemeenteraad vooraf hiervoor een zogenaamde verklaring van geen bedenkingen dient te verlenen. De verklaring kan slechts worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening. De gemeenteraad heeft op ….. een (ontwerp)verklaring van geen bedenkingen afgegeven voor dit project. Ruimtelijke aspecten De aanvraag is voorzien van een ruimtelijke onderbouwing, waarin verschillende ruimtelijke aspecten zijn benoemd. De aspecten zijn beoordeeld/afgewogen. 1. Archeologie De archeologische basis- en beleidsadvieskaart voor het grondgebied (FAMKE) geeft inzicht in de te verwachten archeologische waarden binnen het projectgebied. Op basis van het FAMKE geldt een archeologisch onderzoek plicht voor ruimtelijke ontwikkelingen met een minimale oppervlakte van 5.000 m². In dit geval wordt die grenswaarde niet overschreden. Archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk, het aspect archeologie vormt dan ook geen belemmering. 2.
Ecologie Gebiedsbescherming De locatie van het toekomstige parkeerterrein ligt niet in of nabij een Natura 2000-gebied en het maakt ook geen deel uit van Natuurnetwerk Nederland (NNN), de ecologische
hoofdstructuur in de provincie Friesland. De afstanden tot deze gebieden zijn dusdanig groot dat er geen negatieve effecten zullen optreden. Soortenbescherming De ontwikkeling betreft geen sloop-, dempings- en/of kapwerkzaamheden. Het projectgebied bevat geen specifieke habitateigenschappen die belangrijk zijn voor beschermde soorten. De kans op aanwezigheid van beschermde soorten is daarom nagenoeg nihil. 3. Bodem Een parkeerterrein is geen bodemgevoelige functie. Daarom is het niet noodzakelijk om voor dit project een bodemonderzoek uit te voeren. Het aspect bodem vormt op voorhand geen belemmering voor deze ontwikkeling. 4. Landschappelijke inpassing Het project ligt in het buitengebied en grenst direct aan bestaand stedelijk gebied. Langs de oostzijde van het te realiseren parkeerterrein, de zijde die naar het buitengebied gericht is, wordt een groenzone met houtsingel aangelegd. Daarmee wordt een goede landschappelijke overgang naar het buitengebied gerealiseerd, waarmee het parkeerterrein aan het zicht wordt onttrokken vanaf het buitengebied. Aan de achterzijde (noordoosten) van het parkeerterrein komt geen nieuwe houtsingel, maar wordt de bestaande boom voldoende geacht. In overleg met de bewoners van het naastgelegen perceel is tevens besloten om niet aan de zijde van het woonperceel een houtsingel te realiseren. 5.
Luchtkwaliteit De aan te leggen parkeerplaatsen (18 in totaal) voorziet in de reeds bestaande parkeerbehoefte. Het parkeerterrein zelf heeft daarmee geen verkeersaantrekkende werking. De aard en omvang van het plan zal dan ook niet in betekende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. 6. Geluid Gelet op de kleinschaligheid van het parkeerterrein vormt het aspect geluid geen belemmering voor het project. Voor wat betreft geluid geldt dat de Wet geluidhinder niet van toepassing is op het plan. De 18 parkeerplaatsen zorgen voor slechts een geringe verhoging van de etmaalintensiteit op het wegvak. Er zal geen toename zijn van 40%, zodat de toename van geluid door wegverkeer niet meer is dan 1,5 dB en daarmee als aanvaardbaar wordt gezien. 7. Bedrijven en milieuzonering Op basis van bedrijven en milieuzonering dienen (richt)afstanden in acht te worden gehouden bij een inpasbare oplossing. In het gebied is sprake van een menging van functies; het woongebied en het sportterrein grenzen aan elkaar en worden gescheiden door een doorgaande weg. Bovendien zal het parkeerterrein voornamelijk worden gebruikt ten behoeven van de sportvelden. Voor een parkeerplaats geldt op basis van de VNG-publicatie Bedijven en milieuzonering een richtafstand van 30 meter voor een rustige woonwijk.
Omdat hier sprake is van een gemengd gebied, kan de richtafstand worden bijgesteld tot 10 meter. De meest nabijgelegen woning op nummer 29 ligt op een afstand van 11 meter tot het projectgebied. Er is dus voldoende afstand tussen de parkeerplaats en de woning en daarmee op dit punt ruimtelijk aanvaardbaar.
8. Verkeer en parkeren Het parkeerterrein op zichzelf zorgt niet voor een extra verkeersgeneratie voor de omgeving, deze is reeds bestaand en wordt ten behoeve van het bestaande sportpark gerealiseerd. De afwikkeling vindt plaats via de Jan Jonkmanweg, op de Dominee Veenweg. In de huidige situatie wordt vaker langs de Jan Jonkmanweg geparkeerd, daarom wordt een extra voorziening gerealiseerd die voorziet in 18 parkeerplaatsen. 9. Water Het voornemen is door middel van de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij Wetterskip Fryslân. In dit landelijk gebied is geen watercompensatie noodzakelijk, omdat de verhardingsoppervlakte (600 m²) met niet meer dan 1.500 m² toeneemt. Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem dienen duurzame, niet-uitloogbare materialen te worden gebruikt, zowel in de bouw- als gebruiksfase. De ontwikkeling heeft geen invloed op de waterveiligheid in de omgeving, tevens is er geen sprake van een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen. 10. Externe veiligheid De ontwikkeling voorziet niet in de komst van een risicovolle activiteit richting de omgeving. Daarnaast blijkt dat in of nabij het projectgebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig zijn. Ook valt het projectgebied niet in het invloedsgebied van routen voor gevaarlijke stoffen of van buisleidingen. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen beperkingen. 11.
Vormvrije mer-beoordeling Het project valt niet binnen één van de activiteiten zoals opgenomen in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. Er is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject, daarom is er geen sprake van een m.e.r. (beoordelings-)plicht. II.
Het uitvoeren van werken of werkzaamheden
In artikel 2.1 eerste lid onder b Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is bepaald dat het verboden is zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan is bepaald. Bestemmingsplan De gronden vallen binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Buitengebied 2007” (+ partiële en correctieve herziening) en zijn hierin bestemd als 'Agrarisch gebied 1’. In het bestemmingplan staat (dat het verboden is zonder of in afwijking van een vergunning sloten/poelen en daarmee gelijk te stellen waterlopen en/of –partijen te dempen (artikel 4.4.1 lid h van het bestemmingsplan). De werkzaamheden voorzien hier in het deels dempen van een watergang. Volgens artikel 4.4.3 van het bestemmingsplan kan de vergunning slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden van het open landschap. Bij de afweging van de toelaatbaarheid van vergunningplichtige werken en werkzaamheden zal de landschaps- en beheersvisie uit het Landschapsbeleidsplan 2004, zoals opgenomen in een bijlage, onderdeel van het toetsingskader zijn. Het deels dempen van de watergang is noodzakelijk voor het aanleggen van het parkeerterrein.
Er is geen reden om de vergunning voor de activiteit ‘het uitvoeren van een werk of werkzaamheden’ te weigeren.
Voorschrift m.b.t. het aspect landschappelijke inpassing
Aan het besluit is het volgende voorschrift verbonden: 1. Het project dient te worden gerealiseerd conform het opgestelde inpassingsplan, conform tekening en opgenomen in de ruimtelijke onderbouwing.