CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

1.2 Bijlage 2 - Duurzaam integraal huisvestingsplan

Raadsvergadering 12 mei 2022, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Integraal Huisvestingsplan Primair Onderwijs25.635 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

ADEQUAAT DUURZAAM INTEGRAAL DIHP 2023-2038 | gemeente Heerenveen duurzaam integraal huisvestingsplan voor het primair en speciaal onderwijs

Aldeboarn

Gersloot-polder

SKARSTERLAN Haskerdijken

Samenstelling Dit DIHP is opgesteld door adviesbureau De Mevrouwen en Okander in opdracht van de gemeente Heerenveen. Het is tot stand gekomen in samenspraak met de gemeente en de betrokken schoolbesturen.

Bronvermelding beeldmateriaal Foto’s: schoolbesturen

NOORDHEERENVEEN Gersloot

Terband Tjalleberd

Luinjeberd

Nieuwebrug

Jubbega Noord Haskerveen

HEERENVEEN Nijehaske

Het Meer

JUBBEGA De Knipe

Centrum

De Midden Greiden

Oudehorne

Bontebok

Skoatterwald

De Akkers

17 maart 2022

HOORNSTERZWAAG

Oranjewoud

ORANJEWOUD

De Heide

Mildam Oudeschoot

Nieuweschoot

Katlijk Nieuwehorne

Inhoudsopgave Voorwoord4

5. Scenario’s en meerjarenplanning

24

Samenvatting 

5

6. Financiën

27

1. Inleiding

7

1.1 Aanleiding 1.2 Duurzaam Integraal Huisvestingsplan (DIHP) 1.3 Totstandkoming DIHP 1.4 Burgerparticipatie 1.5 Urgentie 1.6 Reikwijdte DIHP

7 7 8 8 8 8

2. Wettelijk kader en gemeentelijke regelgeving 

9

2.1 Wettelijk kader  2.2 Status DIHP 2.3 Planningshorizon DIHP 2.4 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2.5 Stichtingsnorm en opheffingsnorm 2.6 Leegstand, medegebruik en verhuur 2.7 Bouwheerschap 2.8 Kwaliteitsniveau: ‘de Heerenveense lat’ 3. Beleidskader  3.1 Inleiding 3.2 Opgroeien en ontwikkelen 3.3 Kwaliteit van onderwijshuisvesting 3.4 Duurzaamheid 3.5 Buitenruimte 3.6 Vergroenen van pleinen 3.7 Voorzieningen bewegingsonderwijs 3.8 Bouwvormen 3.9 Resumé ‘de Heerenveense lat’ 4. Analyse huidige situatie 4.1 Onderwijslandschap (feiten) 4.2 Prognoses en ruimtebehoefte 4.3 Gebouwen in beeld

9 10 10 11 11 11 11 12 13 13 14 16 16 16 17 17 17 18 19 19 22 22

6.1 Kaders en uitgangspunten 6.2 Meerjaren investering 6.3 Looptijd DIHP

27 29 31

Bijlagen Bijlage 1 - factsheets gebouwen Bijlage 2 - totaaloverzicht gebouwen Bijlage 3 - totaaloverzicht prognoses, ruimtebehoefte en capaciteit Bijlage 4 - meerjarenprogramma DIHP 2023-2038 (uitgebreid overzicht) Bijlage 5 - overzicht lasten en dekking DHIP 2023-2038

Voorwoord “De Heerenveense Lat!”, zo gaan we het noemen!” De weg voorafgaand aan deze uitspraak is minstens zo belangrijk als de betekenis. In het voorjaar van 2021 schreef het college van Burgemeester en Wethouders een startnotitie met als doel te komen tot een Duurzaam Integraal Huisvestingsplan (DIHP) voor het primair en speciaal onderwijs. Deze doelstelling hebben alle zeven schoolbesturen samen met de gemeente met enthousiasme opgepakt. Basisscholen zijn een belangrijke plek voor de (talent)ontwikkeling van kinderen tussen 4 en 12 jaar. De toekomstige generatie wordt hier opgeleid, maar de school heeft een bredere functie. Vaak werken en leren er ook andere ‘bewoners’ zoals kinderopvang en organisaties die in de ondersteuning van leerlingen een belangrijke rol hebben. Daarnaast maken wijk- en dorpsbewoners soms gebruik van de locatie voor activiteiten. Zo dient de onderwijsvoorziening een breder doel. De gemeente Heerenveen onderkent het belang; een school is een belangrijke plek voor ontwikkeling, signalering en ontmoeting. Zulke belangrijke functies verdienen kwalitatief goede voorzieningen en faciliteiten. De gemeente Heerenveen is als lokale overheid verantwoordelijk voor de huisvesting van scholen voor primair, speciaal en voortgezet onderwijs. Ook schoolbesturen hebben hierin een belangrijke verantwoordelijkheid.

Daarom is dit DIHP in een gezamenlijk constructief en plezierig proces tot stand gekomen. Alle partijen zien het gezamenlijke belang van een toekomstbestendig DIHP. Een plan waarin gezamenlijke en heldere afspraken staan over de huisvestingsscenario’s, de planning en spreiding en de investeringen. Het DIHP heeft een scope van 16 jaren en heeft als doel:   

Toekomstbestendige huisvesting van onderwijsvoorzieningen. Een integrale benadering van huisvesting (vanuit inhoud en huisvesting). Een duurzaam gebouwenbestand.

Dit DIHP geeft een goed beeld van de ontwikkelingen en ambities die van invloed zijn op de onderwijshuisvesting. Naast inhoudelijke ambities, zoals de ontwikkeling van een goede doorgaande lijn tussen opvang en onderwijs, zijn er ook belangrijke ontwikkelingen zoals het wereldwijde klimaatakkoord dat als doel heeft om de wereld te verduurzamen. De voor Heerenveen relevante ontwikkelingen en ambities zijn vertaald in dit DIHP. Het is een herijking van het IHP uit 2016, dat een beleidsarme inhoud kende.

De Heerenveense lat leggen we hoog. Dat doen we voor onze huidige generatie en toekomstige generaties, die een goede leer-, leef- en werkomgeving verdienen. En voor onze wijken en dorpen, die mooie en passende voorzieningen verdienen. Schoolbesturen en gemeenten staan daarvoor samen aan de lat!

4

Samenvatting Met het huidige gebouwenbestand staan de gemeente en schoolbesturen voor zowel een vernieuwings- als een vervangingsopgave van de onderwijshuisvesting in Heerenveen. Onderwijshuisvesting is een belangrijke voorwaarde voor goed onderwijs. Om hier optimaal invulling aan te geven hebben gemeente en schoolbesturen besloten dit Duurzaam Integraal Huisvestingsplan 2023-2038 (DIHP) voor het primair en speciaal onderwijs op te stellen. Het DIHP bepaalt de kaders waarbinnen de komende 16 jaar wordt geïnvesteerd in de onderwijshuisvesting. De Heerenveense lat voor onderwijshuisvesting: adequaat, duurzaam en integraal ‘De Heerenveense lat’ vormt het uitgangspunt voor het huisvestingsprogramma in dit DIHP. Gezamenlijk wordt gewerkt aan passende, toekomstbestendige en duurzame voorzieningen waar de toekomstige generatie alle mogelijkheden krijgt om talenten te ontwikkelen, zelfredzaam te worden en plezier te beleven. Zorgen voor een gezonde leef-, leer- en werkomgeving is een verplichting voor gemeente en schoolbesturen samen. Met dit DIHP wordt ook geanticipeerd op wetgeving. Waar gebouwen nu bijna energieneutraal moeten zijn, kiest Heerenveen al voor energie neutrale gebouwen. Ook wordt ingestoken op een verdere intensivering van de samenwerking tussen onderwijs, opvang en ondersteuning. De doorgaande ontwikkeling is daarmee nog beter geborgd.

Hoewel het nog in de toekomst ligt verscholen, is ook deze beleidskeuze toekomstbestendig: een verdere integratie van onderwijs en opvang wordt de komende jaren verwacht. Meer uitdagende speel- en beweegruimten zorgen ervoor dat kinderen jong beginnen met spelen en bewegen en daar plezier in hebben. Schoolgebouwen zijn duurzaam en dragen bij aan een goed leefmilieu. Daarmee wordt bijgedragen aan de duurzaamheidsambitie van Heerenveen. ‘De Heerenveense Lat’:  Waarde(n)vol: voorzieningen dragen bij aan de ontwikkeling van het kind.  Adequaat: passend bij de functie, afgestemd op de behoefte.  Integraal: 0/2 – 3 jaar, onderwijs – opvang – ondersteuning.  Duurzaam: comfortabel, flexibel/aanpasbaar, ‘groen’.  Minimaal ENG: bij nieuwbouw (mogelijk NOM door eigen bijdrage van het schoolbestuur) en zo mogelijk ook bij renovatie. Schoolbesturen en gemeente hebben bepaald dat de VNG-normbedragen en sobere, doelmatige huisvesting niet passen bij de ambities en het kwaliteitsniveau dat samen wordt nagestreefd. Deze zijn door strengere bouweisen en hogere bouwkosten ook niet meer toereikend. ‘De Heerenveense Lat’ die samen is bepaald zorgt voor adequate, duurzame en integrale voorzieningen. Het financiële kader dat hierbij hoort is realistisch en sluit ook aan bij kengetallen en ervaringscijfers. Daarmee worden de VNG-normbedragen losgelaten en andere normen gehanteerd.

Om gedegen met de financiële middelen voor onderwijshuisvesting om te gaan wordt de bestaande voorraad schoolgebouwen zo optimaal mogelijk ingezet. Einddoel is om binnen de doorlooptijd van het DIHP ervoor te zorgen dat alle onderwijshuisvesting aan de gezamenlijke ambities voldoet. Dit DIHP is beleidsrijk en ambitieus. Een groot deel van de gebouwen is 40 jaar of ouder en toe aan vernieuwing of vervanging. Met de duurzaamheidsambitie komen daar nog maatregelen voor de resterende gebouwen bij. Daarbij komt dat door het beleidsarme IHP uit 2016 sprake is van een in te halen achterstand. Tezamen levert dat een fors maatregelenpakket op voor de komende jaren.

Analyse onderwijshuisvesting Over het geheel bekeken dalen de leerlingaantallen de komende jaren licht (circa 1-2%). Kijkend naar de totaal beschikbare capaciteit aan onderwijshuisvesting is er sprake van overcapaciteit van circa 8-10%. De vergelijking betreft alleen de onderwijscapaciteit (dus exclusief medegebruik). In sommige gevallen wordt overcapaciteit ingezet voor huisvesting van andere maatschappelijke voorzieningen, zoals kinderopvang en wijkvoorzieningen. 2023

2026

2038

'23-'26

aantal leerlingen

4.372

4.321

4.293

-1,17%

-1,81%

ruimtetekort/overschot m2 bvo

2.777

3.059

3.240

8,78%

10,25%

leeftijd

scholen

0-25 jaar

12

25-40 jaar 40-50 jaar

% gymzalen

'23-'38

%

41%

8

50%

1

3%

1

6%

8

28%

3

19%

≥ 50 jaar

8

28%

4

25%

Totaal

29

100%

16

100%

16 van de 29 schoolgebouwen zijn 40 jaar of ouder (56%). Bij de gymzalen zijn dit 7 van de 16 gebouwen (44%). Uitvoeringsprogramma In het DIHP zijn de maatregelen opgenomen voor adequate, duurzame en integrale voorzieningen. Er zijn diverse maatregelen en scenario’s:  Aanpassingen: geschikt maken van bestaande onderwijshuisvesting (herschikking of uitbreiding binnen bestaande voorzieningen).  Uitbreiding: het uitbreiden van bestaande onderwijshuisvesting.  Renovatie: grootschalige, integrale aanpak van bestaande onderwijshuisvesting waarmee de levensduur verlengd wordt met tenminste 30 jaar, het gebouw weer voldoet aan de actuele functionele en technische kwaliteitseisen en ruimtelijk op maat wordt gemaakt.  Verduurzaming/optimalisatie: upgraden van bestaande onderwijshuisvesting qua duurzaamheid (optimalisatie van BENG naar ENG) en binnenklimaat.  Nieuwbouw: (vervangende) nieuwbouw op huidige of nieuwe locatie.  Afstoten: afstoten van bestaande onderwijshuisvesting. In het overzicht op de volgende pagina is het compacte uitvoeringsprogramma van het DIHP voor respectievelijk 2022, 2023-2026 (blok 1) en 2027-2038 (blok 2, 3 en 4) weergegeven. In bijlage 4 is een uitgebreider overzicht opgenomen. Financiën Het uitvoeringsprogramma uit dit DIHP komt uit op een investering van ruim € 57,5 miljoen voor de komende 16 jaar.

Met dit programma geeft de gemeente invulling aan haar zorgplicht en zorgt zij samen met de schoolbesturen voor adequate, duurzame en integrale huisvesting voor het onderwijs.

5

Meerjarenprogramma DIHP 2022-2038

ssbo It Oerset

A

(v)so Duisterhoutschool

A

abn De Buitenkans

U

obs Albertine Agnesschool

vb

N

vb

N

vb

N

obs Het Vogelnest

BLOK 2

BLOK 4

N/R

Gymzaal MFA Us Kubus (Optimist)

O

Gymzaal MFC 't Facet

O

BLOK 2

V

Gymzaal MFA Aengwirden

O

Gymzaal Mildam

N

Gymzaal Aldeboarn (Obs de Boarne)

vb

N

R

Gymzaal De Ljepper (Obs Vogelnest)

vb

R

obs Ekke de Haanschool

vb

R

Gymzaal Van Maasdijkschool

vb

R

Gymzaal Schoterschans (naast MFA Skoatterhûs)

vb

R

O

V

Sportzaal MFA De Spil

O

V

Gymzaal Brede school Akkrum

O

V

vb

N

Gymzaal MFC De Akkers

cbs Mr. S. Wijbrandischool

vb

N

Gymzaal Ekke de Haan

obs Sevenaerschool

vb

N

Sporthal Sportcomplex Nieuwehorne

cbs De Hoeksteen

vb

R

obs Van Maasdijkschool

vb

R

obs It Bûtenplak

vb

RU

O

V

obs De Optimist

O

V

cbs De Burcht

O

V

obs Het Slingertouw

O

V

obs Skoatterwiis

O

V

sws De Feart

O

V

obs Akkrum

O

V

cbs Ds. Hasperschool

O

V

obs Route 0513

O

V

cbs Spring!

O

V

sws De Nijewier

O

ssbo It Oerset

O

V vergroenen pleinen

BLOK 2

BLOK 3

BLOK 2

BLOK 3

2038

BLOK 4

Toelichting

V

BLOK 1

R

BLOK 1

obs Compagnonsschool

scholen algemeen (PO+VO)

vb

2037

R

vb

rkbs Sint Jozefschool

2036

V vb

cbs Het Kompas

vb

2035

Gymzaal MFC De Kompenije/Expansiehal

vb

gbs Futura

2034

R V

obs De Boarne

RU

2033

V vb

O

cbs De Finne

N

BLOK 4 V

O

N

vb

2032

BLOK 3

Gymzaal MFC De Barte

vb

obs Tjongerschool

2031

2030

2029

2028

2027

BLOK 1

Gebouw

Gymzaal Wijkcentrum Kempenaer

U

2026

2025

2024

2023

2022

2038

2037

2036

2035

2034

2033

2032

BLOK 3

vb R

U

2031

2030

2029

2028

2027

2026

BLOK 1

Gebouw

cbs De Roerganger

2025

2024

2023

Gymzalen 2022

Scholen

BLOK 4

N

nieuwbouw

R

levensduurverlengende renovatie

A

aanpassing

U

uitbreiding

V

verduurzaming/optimalisatie binnenklimaat

vb

start voorbereiding

O

onderzoek

A

afstoten

6

1. Inleiding 1.1 Aanleiding

1

Vanaf 1997 is de gemeente Heerenveen verantwoordelijk voor de huisvesting van scholen voor primair, speciaal en voortgezet onderwijs. De gemeente ambieert een doelgericht, planmatig en samenhangend beleid op het gebied van onderwijshuisvesting. Ook schoolbesturen hebben een verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting (zie hoofdstuk 2, paragraaf 2.1). De gezamenlijke verantwoordelijkheid komt samen in dit Integraal Huisvestingplan (DIHP). Hiermee wordt invulling gegeven aan de zorgplicht van de gemeente. Bovenal gaat het om het creëren van duurzame gebouwen die bijdragen aan goede leer-, leef- en werkomgeving. Daarvoor zijn duurzame, inspirerende en functionele voorzieningen nodig met een goed binnenklimaat en een gezonde exploitatie. 1.2 Duurzaam Integraal Huisvestingsplan (DIHP) Een DIHP vormt het kader voor afspraken die gemeente en schoolbesturen maken over het investeringsplan voor nieuwe of vernieuwde huisvesting van scholen. Dit DIHP is de leidraad voor de uitvoering van het programma voor onderwijshuisvesting en dient meerdere doelen:  Het geeft zicht op omvang van de huisvestingsportefeuille en het meerjarig investeringsplan dat nodig is voor (ver)nieuwbouw en aanpassingen aan de onderwijshuisvesting.  Het bevestigt de plannen voor een langere termijn van 16 jaren (opgedeeld in blokken van 4 jaren) en legt de gestelde intenties vast.

7

1.3 Totstandkoming DIHP Vanaf 2021 is door schoolbesturen en gemeente gewerkt aan de totstandkoming van dit document. Met een open vizier en op een plezierige en constructieve wijze. Vooraf was het doel te komen tot een beleidsrijk DIHP, gebaseerd op een door de gemeente en schoolbesturen gedeelde visie op thema’s als duurzaamheid, doorgaande ontwikkeling (opvang-onderwijs), kwaliteit van de huisvesting en financiële mogelijkheden. Gaandeweg het proces is de gemeenteraad geïnformeerd. De ingezette koers is vastgehouden met de gezamenlijke belangen als kompas en als einddoel een helder overzicht van de projecten en scenario’s voor de komende 16 jaren. 1.4 Burgerparticipatie Na vaststelling van het DIHP komt de fase van de uitvoering. Het spreekt voor zich dat bij de realisatie van projecten ook aandacht is voor medezeggenschap en burgerparticipatie. Immers, nieuwe of vernieuwde voorzieningen hebben een directe relatie met de (gebouwde) omgeving. 1.5 Urgentie In 2016 heeft de toenmalige gemeenteraad een IHP vastgesteld. Dit IHP was beleidsarm vanwege de financiële situatie waarin de gemeente verkeerde. Sindsdien spelen er allerlei ontwikkelingen die impact hebben op onderwijshuisvesting, zoals de sectorale routekaart verduurzaming schoolgebouwen (2020), het wereldwijde Klimaatakkoord (2019) en het Huisvestingsakkoord van de PO-raad, VO-raad en de VNG (2018).

Ook regionaal en lokaal spelen er ontwikkelingen die hun weerslag hebben op de onderwijshuisvesting, zoals de samenwerking tussen basisscholen, opvang en ondersteuning, krimp van aantal leerlingen, invoering van passend onderwijs en nieuw accommodatie- en speelbeleid van de gemeente. Alle ontwikkelingen beïnvloeden elkaar. Daarom is het noodzakelijk deze in samenhang te bekijken, te bespreken en gezamenlijk het resultaat vast te leggen. Dan is het voor alle partijen duidelijk wat het kader voor de komende jaren is. Einddoel is om binnen de doorlooptijd van het DIHP ervoor te zorgen dat alle onderwijshuisvesting aan de gestelde, gezamenlijke, ambities voldoet. Dit DIHP is beleidsrijk en ambitieus. Meer dan de helft van de gebouwen is 40 jaar of ouder en vereist binnen afzienbare termijn een aanpassing. Daarbij komt dat er door het beleidsarme IHP uit 2016 sprake is van een in te halen achterstand. Tezamen levert dat een fors maatregelenpakket op voor de komende jaren. 1.6 Reikwijdte DIHP Dit DIHP:  Gaat over het primair en speciaal onderwijs (PO en SO). Voor het voortgezet onderwijs (VO) is een apart IHP opgesteld in samenwerking met de VO-schoolbesturen.  Betreft ook de voorzieningen voor bewegingsonderwijs.  Betreft een planning voor 16 jaren opgedeeld in blokken van 4 jaren (corresponderend met collegeperioden).

Dit meerjarenperspectief en beleid loopt over college- en raadsperiodes heen. Voor zowel de gemeente als de schoolbesturen is het belangrijk om afspraken binnen dit meerjarenperspectief gestand te doen, omdat beiden hun financiële ‘huishouding’ hierop afstemmen.

8

2. Wettelijk kader en gemeentelijke regelgeving 2.1 Wettelijk kader

2

De gemeente heeft de wettelijke zorgplicht om te voorzien in adequate en voldoende huisvesting voor basis-, speciaal-, voortgezet- én bewegingsonderwijs. Deze zorgplicht is verankerd in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO), de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO) en de Wet op de Expertisecentra (WEC). In de meeste situaties ligt het juridische eigendom van schoolgebouwen bij de schoolbesturen. De gemeente heeft economisch claimrecht. Dat betekent dat bij beëindiging van onderwijsgebruik gebouw en terrein worden overgedragen aan de gemeente. In sommige gevallen ligt het eigendom bij een andere partij, bijvoorbeeld een woningcorporatie of bij de gemeente zelf. Dan is er meestal sprake van andere afspraken ten aanzien van gebruik, onderhoud, uitbreiding en vernieuwing. Om te kunnen voorzien in uitvoering van deze taken en verantwoordelijkheden, ontvangt de gemeente financiële middelen via de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De gemeente is vrij om de ontvangen middelen naar eigen inzicht te besteden en weegt daarvoor de investeringen in onderwijshuisvesting af tegen andere taken en verantwoordelijkheden. Schoolbesturen ontvangen financiële middelen van het ministerie van OCW als onderdeel van de lumpsum: het bedrag dat ze ontvangen voor personele en materiele kosten (de zogenaamde MI-vergoeding).

9

Qua onderwijshuisvesting zijn de verantwoordelijkheden tussen gemeente en schoolbesturen verdeeld (deze verdeling is verankerd in de WPO, WVO en WEC). De verantwoordelijkheden zijn als volgt verdeeld:

Gemeente      

(Vervangende) nieuwbouw Eerste inrichting Uitbreiding Herstel constructiefouten Bewegingsonderwijs Herstel/vervanging bij bijzondere omstandigheden zoals schade

Schoolbestuur      

Vervanging eerste inrichting Binnenonderhoud Buitenonderhoud Aanpassingen Maarjarenonderhoudsplanningen (MJOP’s) Buitenruimte

Deze wettelijk geregelde verantwoordelijkheden vormen de basis voor de kwaliteit van de onderwijshuisvesting. De gemeente Heerenveen stelt zichzelf als doel om bij de uitvoering van dit DIHP ook haar bredere verantwoordelijkheid te koppelen aan onderwijshuisvesting. De gemeente is verantwoordelijk voor de leefbaarheid in wijken en dorpen. Er is een flinke ambitie voor verduurzaming van de samenleving. Sinds de decentralisatie is de gemeente medeverantwoordelijk voor de jeugdzorg en ligt ook hier een uitdagende opgave. Ook duurzaamheid van de (gebouwde) omgeving is een belangrijk onderwerp. Deze thema’s zijn ook voor de schoolbesturen van belang. Om te komen tot een toekomstbestendig, duurzaam en integraal pakket aan onderwijshuisvesting voeren gemeente en schoolbesturen regelmatig afstemmingsoverleg. De huisvesting staat dan ook regelmatig op de agenda van het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO). Dit wordt gedurende het kalenderjaar enkele keren georganiseerd om te komen tot afstemming en besluitvorming. Dit gaat niet alleen over onderwijshuisvesting maar ook over voor onderwijs relevante onderwerpen. 2.2 Status DIHP Waarom stelt de gemeente Heerenveen een DIHP op terwijl de wettelijke verantwoordelijkheden zijn geregeld? De juridische basis die geldt voor gemeente en schoolbesturen is een minimale basis.

Tijdens het ontwikkelen van dit DIHP hebben gemeente en schoolbesturen gezamenlijk een visie bepaald over de kwaliteit van de onderwijshuisvesting. Samen hebben ze dit ‘De Heerenveense Lat’ genoemd. Hierover later meer. Het kwaliteitsniveau waarnaar wordt gestreefd ligt hoger dan het wettelijke minimum dat ‘zorgplicht’ wordt genoemd. Het DIHP stelt daarmee ruimere kaders. Het heeft (nog) geen formele juridische rechtskracht, maar gemeente en schoolbesturen spannen zich in om de in het DIHP genoemde afspraken, scenario’s en planning te realiseren. De gemeenteraad stelt het DIHP als kaderstellend document vast. Het toekennen van een formele status aan het DIHP is opgenomen in een wetsvoorstel dat in de zomer van 2020 naar de Tweede Kamer is gestuurd. Het doel is te komen tot aangepaste wetgeving over de taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot

onderwijshuisvesting. Ook het onderwerp ‘renovatie van schoolgebouwen’ en een nuancering van het investeringsverbod (versoepelen investeringsmogelijkheden schoolbesturen in huisvesting) moet hierin een plek krijgen. De nieuwe wetgeving wordt in 2022/2023 verwacht. Als deze nieuwe wetgeving er is, moet het DIHP hierop worden geactualiseerd. Op dit moment kent de verordening renovatie niet als voorziening in de onderwijshuisvesting. Met de aanpassing van de WPO in 2015 is groot onderhoud een verantwoordelijkheid geworden van de schoolbesturen en ontvangen zij daarvoor een rijksvergoeding. Renovatie is een investering die tussen onderhoud en nieuwbouw is terechtgekomen. Het is nog een grijs gebied in de taakverdeling tussen gemeente en schoolbesturen en wettelijk niet verankerd. De PO-raad, VO-raad en de VNG zijn van mening dat renovatie wel een plek moet krijgen binnen de regelgeving en daarmee een prominente plek kan krijgen in de onderwijshuisvesting. Vooral uit het oogpunt van verduurzaming is renovatie vaak een goede oplossing. In de plannen zoals deze nu voorliggen in het wetsvoorstel, wordt uitgegaan van renovatie als volwaardig alternatief voor nieuwbouw. Gemeente Heerenveen en de schoolbesturen lopen met dit IHP vooruit op de gewijzigde wetgeving en bepalen hiermee het ambitieniveau en de afspraken die nodig zijn om dit gezamenlijke ambitieniveau te realiseren.

2.3 Planningshorizon DIHP Besluiten over vastgoed worden voor een lange periode genomen. Daarbij past een meerjarig investeringsprogramma. Gekozen is voor een periode van 16 jaren: 2023-2038. Dit biedt gemeente én schoolbesturen de kans om structureel rekening te houden met de gevraagde investeringen over een langere periode.  Het stelt gemeenten (en schoolbesturen) in staat om tijdig middelen te reserveren voor het vastgoed.  Het geeft partijen de mogelijkheid om tijdig te kunnen anticiperen op maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen.  Het vormt voor schoolbesturen een strategische onderlegger voor sturing op zaken als de exploitatie, onderwijskundige vernieuwingen, onderhoud en aanpassingen in het gebouw.  Het biedt de mogelijkheid om te anticiperen op de klimaatdoelstellingen uit het Akkoord van Parijs. Als partners het eens zijn over de inhoud, de planning en financiële consequenties die daaraan gekoppeld worden, kunnen middelen gereserveerd worden en zijn de investeringen verantwoord om te doen. Beoogd wordt om via de meerjarenbegroting van de gemeente telkens voor een periode van vier jaren budgetten te ramen. Tegelijkertijd blijft wel de ‘intentie’ bestaan om tot totale planuitvoering te komen, zodat schoolbesturen en gemeente in staat zijn tijdig te anticiperen op deze projecten.

Afgesproken wordt het uitvoeringsprogramma jaarlijks te actualiseren en tijdens een regulier OOGO weer vast te stellen. Zo komen partijen tot een actueel programma. De prognoses van leerlingenaantallen worden eens per twee jaar geactualiseerd. Het beste tijdstip voor beide is aan het einde van een kalenderjaar. Dan zijn de actuele gegevens van de teldatum 1 oktober van de afzonderlijke scholen ook bekend en kan daar rekening mee worden gehouden bij het uitvoeringsplan. Het DIHP wordt vierjaarlijks herijkt.

10

2.4 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Op basis van artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 102 van de WPO, artikel 100 van de WEC en artikel 76m van de WVO stelt de gemeente de ‘verordening voorzieningen huisvesting onderwijs’ vast. Dit is het minimale basiskader voor onderwijshuisvesting, waarin onder andere normafmetingen en normbedragen voor nieuwbouw, vervangende nieuwbouw, uitbreiding, herstel en eerste inrichting is vastgelegd. Hiervan kan worden afgeweken door in het DIHP aanvullend gemeentelijk beleid vast te stellen bijvoorbeeld ten aanzien van de bedragen waarmee wordt gerekend. De verordening van de gemeente wordt geactualiseerd en – waar mogelijk en nodig – afgestemd op het DIHP. Daarmee vormen beide documenten gezamenlijk het kader voor de onderwijshuisvesting in de gemeente Heerenveen voor de komende jaren. In de verordening staan kaders en regelingen voor situaties waarin het DIHP niet voorziet. 2.5 Stichtingsnorm en opheffingsnorm In het onderwijs wordt gerekend met normen voor het stichten, in standhouden en opheffen van scholen. Deze normen worden door het Rijk bepaald. Een school met een leerlingenaantal dat drie jaar op rij onder de opheffingsnorm valt, verliest haar bekostiging. De opheffingsnorm kan door allerlei aanvullende maatregelen worden opgerekt. Dat kan door de kleine scholentoeslag en de gemiddelde schoolgrootte berekening.

Met de gemiddelde schoolgrootte heeft een schoolbestuur mogelijkheden om scholen in stand te kunnen houden ondanks de geldende opheffingsnormen. Instandhouding of opheffen van scholen is aan het schoolbestuur zelf. Hier heeft de gemeente als lokale overheid geen zeggenschap over. De landelijke opheffingsnorm voor een school voor primair onderwijs bedraagt 23 leerlingen. Als een school daar gedurende 3 jaar achtereen op 1 oktober onder zit dan vervalt de financiering vanuit het Rijk. De gemeentelijke opheffingsnorm voor Heerenveen bedraagt 67 leerlingen. Deze norm wordt iedere 5 jaar conform de Wet op Primair Onderwijs (WPO) aangepast op basis van CBS-gegevens. De norm is gebaseerd op het aantal inwoners en de leerlingdichtheid. In de gemeente Heerenveen is de stichtingsnorm voor het starten van een nieuwe school 200 leerlingen. Schoolbesturen zijn zelf verantwoordelijk voor het stichten, samenvoegen en/of sluiten van basisscholen. Daar gaat de gemeente niet over. De gemeente heeft wel een wettelijke zorgplicht om te voorzien in voldoende openbaar onderwijs voor de inwoners. 2.6 Leegstand, medegebruik en verhuur Schoolbesturen en gemeente willen op een slimme, pragmatische manier omgaan met leegstand, medegebruik en verhuur. Altijd ten dienste van het onderwijs. Naast onderwijs zijn (kinder)opvang en ondersteuning belangrijke functies.

Die zorgen voor een rijk pallet aan activiteiten waarmee de ontwikkeling van kinderen op een goede manier wordt gefaciliteerd, passend bij wat een kind nodig heeft. Vanuit dit oogpunt is het volgende afgesproken over leegstand, medegebruik en verhuur. Als gevolg van de demografische ontwikkeling en de wijziging van de samenstelling van wijken en dorpen, hebben sommige scholen te maken met (normatieve) leegstand. Leegstand kost geld omdat deze vierkante meters wel moeten worden onderhouden en geëxploiteerd. Als er bij nabijgelegen scholen sprake is van een tijdelijk tekort aan ruimte,

kunnen zij worden doorverwezen naar deze leegstand. Voor scholen is dit vaak niet wenselijk. Immers, een school wordt dan verdeeld over meerdere locaties wat ten koste gaat van onderwijstijd en teambinding. Ook heeft het organisatorisch en financieel impact. Schoolbesturen in Heerenveen kiezen liever voor het in medegebruik geven of verhuren van de leegstand aan een maatschappelijke partij die het onderwijs, de kinderen en/of de omgeving (wijk/dorp) ondersteunt. Gemeente en schoolbesturen zijn het erover eens dat leegstand zoveel mogelijk wordt beperkt en wordt ingevuld door multifunctioneel gebruik ten dienste van of aanvullend op onderwijs. Soms zijn er ook onderwijsinhoudelijke argumenten die maken dat een school zelf gebruik maakt van normatieve leegstand. Bij medegebruik gaat het om het gebruik van een onderwijsgebouw (juridisch eigendom van het schoolbestuur) door derden, voor educatieve doeleinden of gebruik ten behoeve van culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden. Dit kan gebeuren zowel onder als na schooltijd. Voor het medegebruik wordt een gebruiksvergoeding in rekening gebracht bij de gebruiker ter dekking van de exploitatielasten. Het schoolbestuur heeft de plicht om medegebruik richting de gemeente te melden. Steeds vaker maken kinderopvangorganisaties gebruik van ruimte in basisscholen.

Hierdoor ontstaat een kindcentrum met een doorgaande ontwikkelingslijn voor kinderen van 0 of 2 jaar tot 13 jaar. Ook de schoolbesturen in de gemeente Heerenveen werken op veel locaties (steeds intensiever) samen met opvangorganisaties. Hierover staat meer in het volgende hoofdstuk. Aangezien kinderopvang een commerciële activiteit is, kan de ruimte niet in (mede)gebruik worden gegeven aan een kinderopvangorganisatie. Er is in dit geval sprake van verhuur. Dit is, net als bij medegebruik, toegestaan als de functie ten dienste staat van of zich verdraagt met het onderwijs. Hiervoor geldt een meldingsplicht en vereist goedkeuring van de gemeente. Voor commerciële verhuur geldt de wet Markt en Overheid. Dit betekent dat, ter voorkoming van staatsteun en oneerlijke concurrentie, voor de verhuur marktconforme huurprijzen (moeten) worden gerekend. 2.7 Bouwheerschap Het bouwheerschap is opgenomen in artikel 103 WPO, 101 WEC en 76n WVO. In lid 1 staat dat het bouwheerschap wordt neergelegd bij het bevoegd gezag van de school, zij zijn immers ook juridisch eigenaar. Gemeente en schoolbesturen kunnen onderling overeenkomen dat de gemeente als bouwheer optreedt bij (ver)nieuwbouw. Vanwege de integrale benadering en koppeling van de huisvestingsprojecten aan diverse beleidsterreinen en het aantal projecten, willen gemeente en schoolbesturen deze aanpak kiezen.

Zij verwachten een efficiëntere en effectievere aanpak, door het vanuit één organisatie aan te sturen. Per project wordt een projectorganisatie ingesteld, waarin gemeente en de

11

betrokken schoolbesturen deelnemen en samen besluiten nemen. Samen werken zij toe naar het gewenste kwaliteitsniveau. Voor elk project wordt een zogenaamde ‘afsprakenbrief’ opgesteld waarin afspraken over de samenwerking en het bouwheerschap zijn opgenomen. Ook wordt vastgelegd hoe wordt omgegaan met het juridisch eigendom na oplevering van het gebouw. Afgesproken is om deze werkwijze voor het eerste project als pilot te volgen en evalueren. Daarna wordt besloten of deze werkwijze wordt voortgezet. 2.8 Kwaliteitsniveau: ‘de Heerenveense lat’ De onderwijswetten schrijven voor dat de gemeenteraad normen vaststelt aan de hand waarvan de bedragen worden vastgesteld voor de toegekende voorzieningen in de huisvesting. Deze worden opgenomen in de verordening. De VNG geeft jaarlijks ook bedragen aan als mogelijk te hanteren normen. Deze normen zijn afgestemd op onderwijshuisvesting die ‘sober en doelmatig’ is. Het gebruik van normbedragen heeft een financiële en juridische achtergrond. De normbedragen zijn gerelateerd aan budget voor onderwijshuisvesting dat aan het gemeentefonds wordt toegevoegd. Ook geeft het al in een vroeg stadium duidelijkheid over het bedrag dat beschikbaar wordt gesteld. Dit biedt voordelen voor de gemeente bij het voorbereiden van de begroting. Ook voor schoolbesturen is het financiële kader op voorhand duidelijk.

Juridisch gezien vergroot het werken met normbedragen de rechtsgelijkheid voor schoolbesturen. Elk schoolbestuur heeft in gelijke omstandigheden aanspraak op een gelijk bedrag. Het nadeel van normbedragen is dat het vaste, gemiddelde bedragen zijn die vanuit de VNG-verordening veelal landelijk worden toegepast. Hierdoor is slecht in te spelen op kostenverhogende factoren door lokale omstandigheden of marktontwikkelingen. De schoolbesturen en gemeente Heerenveen hebben bepaald dat de VNG-normbedragen en sobere, doelmatige huisvesting niet passen bij de ambities en het kwaliteitsniveau dat samen wordt nagestreefd. Deze zijn door strengere bouweisen en hogere bouwkosten ook niet meer toereikend. ‘De Heerenveense Lat’ die samen is bepaald zorgt voor adequate, duurzame en integrale voorzieningen. Dit ambitieniveau is niet terug te zien in de eisen in wet- en regelgeving, noch in de onderwijsregelgeving, noch in de bekostiging richting gemeenten en schoolbesturen. Er zijn wel enkele richtlijnen die aansluiten op het hogere ambitieniveau die houvast bieden: Kwaliteitskader Huisvesting (Ruimte OK) en PvE Frisse Scholen (RVO). Het financiële kader dat bij de Heerenveense lat hoort is realistisch en sluit ook aan bij kengetallen en ervaringscijfers. Daarmee worden de VNG-normbedragen losgelaten en andere normen gehanteerd.

De normen van het Bureau Documentatie Bouwwezen (BDB) zullen hiervoor worden gebruikt. Om gedegen met de financiële middelen voor onderwijshuisvesting om te gaan wordt de bestaande voorraad schoolgebouwen zo optimaal mogelijk ingezet.

12

3. Beleidskader 3.1 Inleiding

3

De basis van het DIHP wordt gevormd door de gezamenlijke visie van de gemeente en schoolbesturen op relevante onderwerpen, die uiteindelijk is bestempeld als ‘de Heerenveense lat’. Tijdens de ontwikkeling van dit DIHP zijn verschillende themabijeenkomsten georganiseerd waar experts vanuit de gemeente, het onderwijsveld en de kinderopvang met elkaar hebben gebrainstormd over de ambities, planvorming en planning. Deze bijeenkomsten zijn zeer waardevol gebleken en hebben geresulteerd in uitgangspunten en kaders. ‘De Heerenveense Lat’ zorgt voor een onderwijslandschap voor het primair en speciaal onderwijs dat recht doet aan het belang van de toekomstige generatie. Opgroeien en ontwikkelen in een waarde(n)volle, adequate, duurzame en inspirerende omgeving waar aandacht is voor de doorgaande lijn. Deze doorgaande lijn is een gezamenlijke verantwoordelijkheid tussen onderwijs, opvang en ondersteuning. De jeugd heeft de toekomst! De faciliteiten die daarbij nodig zijn, zijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de gemeente en de schoolbesturen. De inhoudelijke ambities (een combinatie van weten regelgeving en ‘eigen’ keuzes) zijn leidend; de huisvesting is volgend. Deze ambities uitspreken is makkelijk, ze waarmaken een uitdaging. Daarvoor en daarom is dit IHP opgesteld.

Hierin komen de beleidsambities en de uitvoering samen, inclusief een financiële vertaling voor de komende 16 jaren. Door de inhoud, afspraken en financiën in dit plan met elkaar te verbinden ontstaat een totaalbeeld waar de gemeente en schoolbesturen de komende jaren aan gaan werken.

13

3.2 Opgroeien en ontwikkelen Dit DIHP heeft als ambitie om het onderwijslandschap in Heerenveen te voorzien van adequate, duurzame en integrale voorzieningen. Het gaat daarbij om kindvoorzieningen voor kinderen van 4 tot en met 12 jaar (mogelijk al vanaf 0 jaar). Gemeente en schoolbesturen hebben de afgelopen jaren al fors ingezet op een doorgaande ontwikkelingslijn voor kinderen vanaf 0 of 2 jaar. Daarmee is de inzet te komen tot voorzieningen voor kinderen van 0 tot 13 jaar. In de kadernota Sociaal Domein van de gemeente staat het als volgt omschreven: ‘We streven naar gelijke ontwikkelingskansen voor kinderen en jongeren door in te zetten op een sterke doorgaande lijn, integrale samenwerking rondom kinderen en ouders en versterking van de pedagogische basisvoorzieningen’. Er wordt toegewerkt naar meer samenhang en een rijk programma zoals de ontwikkeling van integrale kindcentra en samenhang tussen jeugdhulp en passend onderwijs. Daarbij wordt ingezet op gebundelde kwaliteit voor alle nieuwbouwprojecten, zo staat te lezen in het accommodatiebeleid. Op basis van bovenstaande zijn gezamenlijke uitgangspunten bepaald die kaderstellend zijn (geweest) voor de scenario-ontwikkeling en planning van de projecten in dit DIHP.

Dat betekent dat bij ieder huisvestingsvraagstuk de volgende uitgangpunten gelden:  Elk huisvestingsproject is maatwerk en wordt afgestemd op de behoefte, waarbij wordt gekeken naar een periode van 16 jaren.  Een (integraal) kindcentrum of multifunctionele accommodatie is geen doel op zich. De inhoud is leidend, de huisvesting is volgend.  Gebundelde kwaliteit vormt het uitgangspunt voor alle maatschappelijke nieuwbouwprojecten, maar is geen vereiste voor het realiseren van de bedoeling van het jeugdbeleid.  De ontwikkeling van het kind en een integrale kindaanpak staat centraal (0-13 jaar) waarbij wordt ingezet op een sterke doorgaande ontwikkeling. Daarvoor is samenwerking tussen onderwijs, opvang en ondersteuning nodig. Deze drieslag vormt een basisvoorziening. • Met ondersteuning wordt bedoeld de ondersteuning die kinderen (en hun opvoeders) soms nodig hebben voor een gezonde ontwikkeling. Het gaat hier niet om de uitvoering van specialistische jeugdhulp in de school, maar wel om het faciliteren van een goede samenwerking tussen ouders, school en zorg/ ondersteuning. • Door bundeling van deze expertise wordt ingezet op inclusiever onderwijs met als doel leerlingen zo lang mogelijk thuisnabij onderwijs te kunnen laten volgen.  Bij gebundelde voorzieningen is er altijd ruimte voor eigenheid en de eigen visie van de individuele partners.

 Bij intensieve samenwerking vormen onderwijs, opvang en ondersteuning gelijkwaardige partners. Dat betekent dat opvang en ondersteuning bij ruimtetekort voor het onderwijs niet uit de huisvesting ‘geduwd’ worden maar gezocht wordt naar een andere oplossing. De visie en meerwaarde van de samenwerking zijn leidend.  Naast de basisvoorziening met onderwijs, opvang en ondersteuning, is er afhankelijk van de behoefte in de wijk of het dorp ruimte voor ‘plusvoorzieningen’. De noodzaak om deze plusvoorzieningen te faciliteren blijkt uit een haalbaarheidsonderzoek dat voorafgaand aan een huisvestingsvraagstuk wordt uitgevoerd. • (De omgeving van) een kindvoorziening draagt bij aan de leefbaarheid van het dorp of de wijk. Een kindvoorziening speelt hierin een belangrijke rol en kan in een aanvullende behoefte voorzien door functies te faciliteren die de buurt, wijk of omgeving ondersteunen.

•





Bewegen & sport, kunst & muziek (cultuur) spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van kinderen. Daar waar het kan wordt ingestoken op nabijheid en bereikbaarheid van deze functies. Per project wordt de visie op samenwerken en samenwonen opgesteld, afgestemd op de behoefte en de locatie. Deze visie wordt opgesteld door partijen die invulling geven aan onderwijs, opvang en ondersteuning. Schoolpleinen zijn groen en openbaar.

De gemeente Heerenveen is niet verantwoordelijk voor het faciliteren van kinderopvang (hieronder vallen buitenschoolse opvang, peuteropvang en dagopvang). Dat is een verantwoordelijkheid van de marktpartijen zelf. Op basis van bovenstaande inhoudelijke argumenten wil de gemeente samen met de schoolbesturen en opvangorganisaties meewerken aan de realisatie van de geambieerde kindvoorzieningen. Voor ieder nieuw huisvestingsvraagstuk met een combinatie van onderwijs, opvang en/of ondersteuning, wordt de haalbaarheid en betaalbaarheid onderzocht. Indien mogelijk wordt normatieve leegstand in onderwijshuisvesting ingezet voor opvang en ondersteuning. Bij nieuwbouw investeert de gemeente niet in andere partijen dan onderwijs, mits er sprake is van aantoonbare meerwaarde. Voor de kinderopvang betekent dit concreet dat de gemeente (bij aantoonbare meerwaarde) investeert in de huisvesting mits er een kostprijsdekkende huurprijs voor een langere periode tegenover staat, die past binnen de Wet Markt & Overheid. Dat betekent dat de lasten voor de gemeente neutraal zijn. De bekostiging van aanvullende voorzieningen (anders dan onderwijshuisvesting) gaat niet ten koste van het onderwijshuisvestingsbudget. Het Waarborgfonds Kinderopvang biedt mogelijkheden voor borgstelling of garanties bij investeringen van kinderopvangorganisaties.

De belangrijkste ingrediënten van het beleidskader over opgroeien en ontwikkelen zijn opgenomen in de prioriteringsboom voor huisvesting van kindvoorzieningen. Deze staat op de volgende bladzijde.

14

Prioriteringsboom voor huisvesting van kindvoorzieningen

Maatwerk voor duurzame en adequate onderwijshuisvesting in de gemeente Heerenveen                                     

                    

† € ­‚„ ‡€€‡ 



†ˆ‰†€€€

­‚„‡€‰€

          ­    €        



 



‹ †Š

­   €‚ƒƒ„

­€Š 

                            

        ‚   ƒ  „   



 Š€€

15

3.3 Kwaliteit van onderwijshuisvesting Er zijn voldoende toekomstbestendige schoolgebouwen en gymzalen voor alle huidige en toekomstige leerlingen. Door te anticiperen op groei/krimp (m2) wordt de aansluiting van vraag en aanbod verbeterd. Door ook leegstand te betrekken bij de capaciteitsvraagstukken per gebied, wordt gestreefd naar een zo efficiënt mogelijke inzet van beschikbare middelen. De kwaliteit van onderwijshuisvesting is een van de voorwaarden voor goed onderwijs. Een comfortabele, functionele omgeving levert een positieve bijdrage aan het leer- en werkproces, het gedrag en het welbevinden van kinderen en medewerkers. Er is sprake van een kwalitatief goed gebouw als de functionaliteit, techniek en beleving met elkaar in balans zijn. Het Kwaliteitskader Huisvesting van Ruimte OK (2021) beschrijft dit uitgebreid en uitstekend. Hierin zijn ook de uitgangspunten van Frisse Scholen verwerkt. Het DIHP stelt zich als doel om gedurende de looptijd te zorgen voor een onderwijslandschap dat voldoet aan de uitgangspunten van dit kwaliteitskader. Dit met inachtneming van ieders eigen verantwoordelijkheid. 3.4 Duurzaamheid Vanaf 1 juli 2020 zijn de wettelijke eisen in het Bouwbesluit voor de energieprestatie van schoolgebouwen aangescherpt. Deze moeten voldoen aan de BENG-eisen (Bijna Energie Neutraal Gebouw).

Dat betekent dat eisen worden gesteld aan de maximale energiebehoefte, een maximum aan het gebruik van fossiele energie en een minimum aandeel hernieuwbare energie. De Heerenveense lat wordt hoger gelegd. Deze gaat uit van ENG-eisen (Energie Neutraal Gebouw). Dus: toekomstige projecten in de onderwijshuisvesting gaan uit van de ENG-eisen. Hiermee loopt de gemeente vooruit op toekomstige wetgeving die ENG als eis gaat stellen. Deze proactieve houding zorgt ervoor dat een deel van het gebouwenbestand al eerder voldoet aan de eisen. De kwaliteit van de huisvesting is hoogwaardig waardoor een afschrijvingstermijn van 50 jaar (in plaats van de voorheen gekozen 40 jaar) realistisch is. Daarmee spreiden lasten zich over een langere periode en is de structurele last lager waardoor ambities beter te realiseren zijn. Bij nieuwbouw kan ook worden gekozen voor NOM als uitgangspunt (Nul Op de Meter). Het verschil tussen ENG en NOM (energieneutraal qua gebouwenergie + energie van gebruik) wordt door het schoolbestuur zelf bekostigd, omdat deze extra investering voordelen oplevert in de schoolbestuurlijke exploitatie van de huisvesting. Duurzaamheid ontstaat als er balans is tussen mens, milieu en economie. De gemeente Heerenveen wil investeren in duurzaam leven, wonen en werken.

De ambitie is kort maar krachtig:  In 2050: energieneutraal (95% CO² reductie en 100% aardgasvrij);  In 2030: 20% aardgasvrij, 40% duurzame energie en 49% CO² reductie. Dat wordt gerealiseerd door in te zetten op de relevante thema’s: 1. Energietransitie: verandering van huidig fossiele brandstoffen naar duurzame energie. 2. Klimaatadaptatie: aanpassing aan het veranderende klimaat, om goed voorbereid te zijn op extreem weer. 3. Biodiversiteit: omvat alle soorten planten, dieren, micro-organismen en hun omgeving. 4. Circulaire economie: het maximaal inzetten en hergebruiken van grondstoffen door bij de productie al rekening te houden met afval.

In het beleidsprogramma ‘Duurzaam Heerenveen’ staat veel informatie over de manier waarop de gemeente samen met haar inwoners toewerkt naar een groene en duurzame samenleving die klaar is voor de toekomst. Samen met de schoolbesturen is ‘de Heerenveense Lat’ bepaald. Onderdeel hiervan zijn de duurzaamheidsambities. De belangrijkste componenten qua duurzaamheid in dit DIHP zijn:  Bewust: gemeente en schoolbesturen maken keuzes vanuit kennis en ambitie en zijn vasthoudend met lef. Er worden geen concessies gedaan ten aanzien van de uitgangspunten, tenzij deze technisch niet haalbaar zijn.  Betrouwbaar: het DIHP betreft een langjarige, samenhangende visie met commitment over afspraken voor een periode van 16 jaren.  Waarden: gemeente en schoolbesturen werken samen vanuit de bedoeling en deze wordt altijd in het vizier gehouden.  TCO: ingrepen in gebouwen/voorzieningen gebeuren vanuit een integrale blik waarbij de ‘Total Cost of Ownership’ als uitgangspunt wordt genomen (zakelijke levensloop van een gebouw).  Natuurlijke momenten: een gebouwingreep wordt afgestemd op leeftijd, gebruik en omgevingsfactoren.  Spijtvrij: gemeente en schoolbesturen denken bewust na over maatregelen die niet nadelig zijn voor de langere termijn.  Adequaat en integraal: de wettelijke ondergrens is zorgen voor sobere en doelmatige huisvesting. Deze ondergrens laten we los.

In Heerenveen gaan we voor adequaat, integraal en duurzaam. 3.5 Buitenruimte Samen streven we naar multifunctioneel gebruik van speelterreinen, aandacht voor duurzame mobiliteit en positieve gezondheid met aandacht voor beweging en een gezonde leefstijl. Bouwplannen en verduurzaming bieden kansen om ook de buitenruimte van een kindvoorziening aan te passen aan de huidige eisen. De functie van de buitenruimte verandert. Buitenlessen, bewegend leren en groenbeleving maken steeds vaker onderdeel uit van het onderwijsprogramma. Scholen zetten in op groene pleinen waar kinderen kunnen rennen, ravotten, ervaren, proberen, vallen en weer opstaan en vooral veel plezier beleven aan spelen en meer bewegen. Daarmee is de buitenruimte een verlengstuk van de binnenruimte. Dergelijke voorzieningen zijn er niet alleen voor de leerlingen. De pleinen hebben een openbaar karakter, waardoor ook de kinderen vanuit de buurt en het dorp er gebruik van kunnen maken. Dit multifunctionele karakter van de buitenruimte vereist een grotere omvang (het wordt ook intensiever gebruikt) dan de minimale norm van 3 m² per kind die in de verordening is opgenomen (vanaf 200 leerlingen is een schoolplein minimaal 600 m² qua omvang). Het kwaliteitskader van Ruimte OK raadt minimaal 5 m² per kind aan.

Wanneer het plein een openbaar karakter heeft en ook ten dienste staat van de buurt, wijk of het dorp dan wordt de investering gezamenlijk gedragen (door gemeente en schoolbestuur). Afspraken over onderhoud,

16

vervanging en keuring worden situationeel afgestemd. Pleinen en speelplekken met een openbaar karakter hebben in sommige buurten en dorpen een aantrekkende werking op vandalen. De inzet van een buurtcoach om een oogje in het zeil te houden en op te treden bij niet gewenst gedrag helpt daarbij. Bij de inrichting van de pleinen en buitenruimte is van belang te zorgen voor een veilige, open omgeving zodat sociale controle en zicht gewaarborgd is en het daardoor niet aantrekkelijk is voor vandalen.

3.7 Voorzieningen bewegingsonderwijs

3.6 Vergroenen van pleinen

De gemeente Heerenveen is met recht een sportstad te noemen. De basisscholen worden in de gelegenheid gesteld om 50% meer dan het aantal klokuren waar ze minimaal recht op hebben vergoed te krijgen. Dit mits de capaciteit van de gymzalen dat toelaat. Veel basisscholen maken daar gebruik van en besteden meer dan het minimale aantal klokuren aan beweging en sporten.

Schoolpleinen zijn veelal verhard (‘grijs’), dagen kinderen niet uit om te bewegen, dragen niet of nauwelijks bij aan de klimatologische uitdagingen ten aanzien van hittestress, wateroverlast en biodiversiteit, zijn meestal niet openbaar en sluiten daarmee op diverse vlakken niet aan op de ambitie van de gemeente Heerenveen. Het speelbeleid heeft vanwege beperkte budgetten de uitdaging om te ontwikkelen van kwantiteit naar kwaliteit. Dit wordt bereikt door meer coördinatie op de ligging en het aanbod van speelvoorzieningen in de openbare ruimte. Er wordt ingezet op centrale speelen ontmoetingsplekken. Minder speelplekken, maar speelplekken die overblijven nodigen uit tot bewegen, spelen en ontmoeten. Daarbij worden steeds meer scholen omgevormd tot een integrale voorziening voor kinderen van 0 tot 13 jaar, waarbij de schoolpleinen niet alleen een speelfunctie hebben maar ook een ontmoetingsfunctie. Dit speelbeleid wordt gekoppeld aan de duurzaamheidsambities. Dat betekent dat de buitenruimte van de onderwijshuisvesting wordt vergroend: van grijs naar groen. Waarom doen we dat?  Een groen schoolplein ondersteunt de gezonde ontwikkeling van kinderen.  Een groen schoolplein draagt bij aan de kennis over en band met de natuur.  Een groen schoolplein draagt bij aan een betere kwaliteit van het onderwijs.

 Een groen schoolplein bevordert klimaatbestendigheid van de gebouwde omgeving.  Een groen schoolplein bevordert de biodiversiteit. Een ander inrichtingselement dat hieraan wordt toegevoegd vanuit het gezondheidsbeleid van Heerenveen is dat de openbare omgeving bewegingsuitdagender moet worden. Ook hiermee kan rekening worden gehouden bij de (her)inrichting van de speelpleinen. Aangezien het bewegend leren steeds belangrijker wordt, sluit dat goed aan bij onderwijskundige keuzes van scholen. Twee inrichtingselementen die hieraan worden toegevoegd vanuit het gezondheidsbeleid van Heerenveen zijn:  De openbare omgeving moet bewegingsuitdagender worden. Ook hiermee kan rekening worden gehouden bij de (her)inrichting van de speelpleinen. Aangezien het bewegend leren steeds belangrijker wordt, sluit dat goed aan bij onderwijskundige keuzes van scholen.  De omgeving van scholen en kindvoorzieningen wordt bij voorkeur autoluw en aantrekkelijker voor langzaam verkeer gemaakt. Dat daagt ouders uit om kinderen met de fiets of lopend naar school te brengen en zorgt voor een veilige omgeving zodat kinderen ook sneller zelfstandig naar school kunnen gaan. Bovendien zorgt het weren van auto’s voor een schonere lucht, minder lawaai en overlast en is het daarom beter voor mens en milieu.

Bij iedere grootschalige huisvestingsopgave (nieuwbouw / renovatie) wordt een groene buitenruimte gerealiseerd. Voor alle andere onderwijslocaties wordt gedurende de komende 8 jaren vergroening van het schoolplein meegenomen in het meerjaren investeringsplan. Voor bestaande schoolpleinen komt er een subsidieregeling.

De gemeente Heerenveen heeft de verplichting te voorzien in voldoende ruimte voor bewegingsonderwijs. Vanwege deze verantwoordelijkheid zijn de gymzalen en sporthallen ook opgenomen in dit DIHP. Er is voldoende capaciteit en de schoolbesturen en gemeente lossen eventuele problemen ten aanzien van het bewegingsonderwijs in onderling overleg op.

Ook de sportaccommodaties maken onderdeel uit van de maatschappelijke vastgoedportefeuille en worden daarom meegenomen in de duurzaamheidsambities. Om te kunnen bepalen of en zo ja wanneer een sportvoorziening qua huisvesting wordt aangepakt is een aantal beleidsregels door gemeente en schoolbesturen vastgelegd:  Voorzieningen voor bewegingsonderwijs worden benut door scholen die zo nabij mogelijk gelokaliseerd zijn (logische geografische benutting).  De gymzalen zijn functioneel ingericht (passend bij de behoefte).  De voorzieningen zijn duurzaam en comfortabel (vooral ten aanzien van ventilatie).  Bewegingsonderwijs kan ook buiten plaatsvinden (past bij ‘bewegend leren’ dat op steeds meer scholen wordt ingezet als onderdeel van het curriculum). Gemeentelijke gymzalen die verouderd zijn of anderszins niet meer voldoen aan de huidige eisen worden aangepakt om knelpunten op te lossen. Gymzalen in schoolgebouwen die worden aangepakt in het DIHP, worden gelijktijdig meegenomen. 3.8 Bouwvormen In dit DIHP wordt onderscheid gemaakt tussen twee bouwvormen:  (vervangende) nieuwbouw (uitbreiding valt hier ook onder).  (levensduurverlengende) renovatie. Renovatie is een grootschalige, integrale aanpak van een bestaand gebouw waarmee de levensduur verlengd wordt met tenminste 30 jaar en het gebouw weer voldoet aan de actuele functionele en technische kwaliteitseisen.

Er zijn meer redenen waarom steeds vaker voor renovatie wordt gekozen:  Sommige onderwijsvoorzieningen kennen een normatieve die bij vervangende nieuwbouw meestal verloren gaat omdat dan ‘op de norm’ wordt gebouwd. Wanneer de overcapaciteit qua exploitatie te dragen is, heeft overcapaciteit voor het hedendaagse onderwijs vaak meerwaarde.

17









Schoolbesturen kiezen voor renovatie omdat het hen meer flexibiliteit geeft en ze (nog) meer kunnen inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen. De termijn waarvoor gerenoveerd wordt is korter dan de termijn voor nieuwbouw, waardoor een reëlere inschatting kan worden gemaakt over deze ontwikkelingen. Bij vervangende nieuwbouw wordt tegenwoordig steeds vaker gekozen voor een kindvoorziening met meerdere partners en wordt hiervoor soms een andere locatie gekozen. Bij renovatie blijft een locatie behouden. Een gebouw, plek en functie blijft ermee behouden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een (gemeentelijk) monument, een beschermd dorpsgezicht of andere culturele waarde van een object. Alhoewel de inhoud leidend is, kan renovatie ook financieel voordeel bieden. Denk aan kosten voor tijdelijke huisvesting, hergebruik van materialen, flexibel bouwen of stedenbouwkundige voordelen (opbrengsten vrijkomende locaties).

De afweging om te kiezen voor (vervangende) nieuwbouw of renovatie is door gemeente en schoolbesturen in gezamenlijkheid gemaakt. Voor renovatie gelden dezelfde ambities als bij nieuwbouw. Dus ook hiervoor geldt dat een gebouw bij voorkeur na renovatie voldoet aan de ENG-eisen. Mocht dat technisch niet haalbaar zijn dan wordt op basis van argumenten het ambitieniveau of de bouwvorm aangepast. Dit gebeurt in gezamenlijk overleg. Wanneer een schoolbestuur bij renovatie inzet op een NOM-gebouw, dan zijn de meerkosten om van ENG naar NOM te komen voor rekening van het schoolbestuur. Dit geldt ook bij nieuwbouw.

wederzijds vertrouwen. Zo kan de gemeente de investering in de gebouwen voor haar rekening nemen en kunnen de schoolbesturen daaraan bijdragen. Gezamenlijk wordt gewerkt aan toekomstbestendige en duurzame voorzieningen waar de toekomstige generatie alle mogelijkheden krijgt om talenten te ontwikkelen, zelfredzaam te worden en plezier te beleven. Daarnaast zorgt de Heerenveense lat ervoor dat wordt geanticipeerd op wetgeving. Waar gebouwen nu bijna energieneutraal moeten zijn, kiest Heerenveen al voor energie neutrale gebouwen. En de prioriteringsboom laat zien dat de samenwerking tussen onderwijs, opvang en ondersteuning (verder) wordt geïntensiveerd. De doorgaande ontwikkeling is daarmee nog beter geborgd. Hoewel het nog in de toekomst ligt verscholen, is ook deze beleidskeuze toekomstbestendig: een verdere integratie van onderwijs en opvang wordt namelijk de komende jaren verwacht. Kortom: dit DIHP legt de Heerenveense lat hoog. Zorgen voor een gezonde leef-, leer- en werkomgeving is een opgave voor gemeente en schoolbesturen samen. Het uitvoeringsplan dat voortvloeit uit dit DIHP is de leidraad voor de toekomst.

De afschrijvingstermijn voor nieuwbouw is 50 jaren, voor renovatie is dat 30 jaren. Voor de bijbehorende financiële consequenties wordt verwezen naar hoofdstuk 6. 3.9 Resumé ‘de Heerenveense lat’ Vanuit de gesprekken over de duurzaamheidsambitie en de inhoudelijke ambities ten aanzien van opgroeien en ontwikkelen is ‘de Heerenveense Lat’ ontstaan. Waar mogelijk voldoen toekomstige projecten in de onderwijshuisvesting aan deze lat. De Heerenveense lat is het uitgangspunt voor de huisvestingsscenario’s in dit DIHP. ‘De Heerenveense Lat’:  Waarde(n)vol: voorzieningen dragen bij aan de ontwikkeling van het kind.  Adequaat: passend bij de functie, afgestemd op de behoefte.  Integraal: 0/2 – 3 jaar, onderwijs – opvang – ondersteuning.  Duurzaam: comfortabel, flexibel/aanpasbaar, ‘groen’.  Minimaal ENG: bij nieuwbouw (mogelijk NOM door eigen bijdrage van het schoolbestuur) en zo mogelijk ook bij renovatie. Voor de onderwijshuisvesting die de komende 16 jaren niet is opgenomen in dit DIHP gelden bovenstaande uitgangspunten in principe ook. Het betreffen gebouwen die redelijk recent zijn gebouwd of gerenoveerd. Over het algemeen zijn dit gebouwen met een goede kwaliteit. Ze zijn echter nog niet allemaal (bijna) energieneutraal. Daarom wordt hier gekeken of deze op termijn ook kunnen aansluiten bij de Heerenveense lat.

De voorzieningen in het onderwijslandschap laten voldoen aan de Heerenveense lat, vergt investering qua tijd en middelen. Daarom heeft dit DIHP een looptijd van 16 jaren. Gemeente en schoolbesturen stemmen hier hun financiële planning op af. Dat vereist

18

4. Analyse huidige situatie 4.1 Onderwijslandschap (feiten)

4

Heerenveen heeft een divers onderwijsaanbod voor primair onderwijs (PO) en speciaal onderwijs (SO). Er zijn verschillen in denominatie, onderwijsconcepten en omvang. In Heerenveen zijn 7 schoolbesturen voor PO en SO actief. Samen hebben zij 29 scholen, waarvan 1 voor (voortgezet) speciaal onderwijs en 1 voor speciaal basisonderwijs. In totaal zijn er 16 voorzieningen voor bewegingsonderwijs voor PO en SO. Er wordt onderwijs verzorgd voor zo’n 4.300 leerlingen. In de overzichten op de volgende pagina’s zijn de facts gevisualiseerd en zijn de locaties van de scholen voor PO en SO op een kaart aangegeven. Ook zijn de voorzieningen voor bewegingsonderwijs voor PO en SO hierin opgenomen. Van alle schoolgebouwen zijn factsheets gemaakt waarin de gebouwkenmerken zijn opgenomen (zie bijlage 1). Het gaat om informatie over bouwjaren, herkomst van leerlingen (voedingsgebied), de leerlingprognoses, de ruimtebehoefte en capaciteit en medegebruik. Daarnaast zijn huisvestingsknelpunten en -wensen van de schoolbesturen op hoofdlijnen beschreven en is het scenario beschreven zoals dat in het meerjarenprogramma van het DIHP is opgenomen. Bijlage 2 bevat een totaaloverzicht van de schoolgebouwen en voorzieningen voor het bewegingsonderwijs (gebruik, locatie, eigendomssituatie en gebouwleeftijd). Bijlage 3 geeft het totaaloverzicht van de prognoses, ruimtebehoefte en capaciteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=5c0089ab-ff04-4d0c-a5c3-d9db81beca0a