CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

1.1 ontwerpbestemmingsplan

Raadsvergadering 26 januari 2023, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Bestemmingsplan Schoterlandseweg 85-93 te Hoornsterzwaag24.682 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

< 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035

0,005

< 0.024

1,5

0,02

20,75

0,51

40

1

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -

0 0 0 0 0 0 0 0

-

0,004

Geen toetsoordeel mogelijk x maal Achtergrondwaarde (Industrie) x maal Tussenwaarde (Industrie) <= Achtergrondwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

november ’21

24

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoterlandseweg nr. 93 en achter nr. 85 te Hoornsterzwaag

tabel 17: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project OPID 30591146#21-M10063-Schoterlandseweg 85-93 te Hoornsterzwaag Certificaten 1264206 Toetsing T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb Toetsversie BoToVa 3-1-2000 Toetsdatum: 5 november 2021 12:10 Parameters

Toetsing

Analyse Lutum/Humus Organische stof Lutum Droogrest droge stof Metalen ICP-AES lood (Pb)

Eenheid

T

I

% (m/m ds) % (m/m ds)

5,1 1

10 25

%

83,9

83,9

530

< 10

< 10

I

Monster 6922410 AV4, 17: 25-50 Max. Bodemindex Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res.

mg/kg ds

Parameters

50

290

Toetsing

Analyse Lutum/Humus Organische stof Lutum Droogrest droge stof Metalen ICP-AES lood (Pb) Legenda @ x AW(IND) x T(IND) N.B.

AW

Monster 6922407 AV1, 02: 28-50 Max. Bodemindex Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res.

Eenheid

AW

T

Monster 6922408 AV2, 05: 25-40 0 Max. Bodemindex Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. 0 0

7,2 1

10 25

@

0

81,6

81,6

-

0

23

33

2,8 1

10 25

%

89,2

89,2

@

160

250

5.0 AW(IND) 0,417

50

290

530

0,813 Overschrijding Achtergrondwaarde T.Oordeel B.Index

0 0

5,4 1,1

10 25

@

0

87

87

@

0

-

0

300

440

1.5 T(IND)

0,813

0 0

0,417 Overschrijding Achtergrondwaarde T.Oordeel B.Index

% (m/m ds) % (m/m ds)

mg/kg ds

Monster 6922409 AV3, 07: 0-50 0 Max. Bodemindex Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res.

0 0 0

Geen toetsoordeel mogelijk x maal Achtergrondwaarde (Industrie) x maal Tussenwaarde (Industrie) <= Achtergrondwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

november ’21

25

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoterlandseweg nr. 93 en achter nr. 85 te Hoornsterzwaag

nieuwbouwlocatie achter Schoterlandseweg 85 boven- en ondergrond (0.0-2.0 m-mv) In tabel 18 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 18: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project OPID 30085368#21-M10067-Schoterlandseweg 85 Hoornsterzwaag Certificaten 1253160 Toetsing T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb Toetsversie BoToVa 3-1-2000 Toetsdatum: 21 oktober 2021 12:09 Parameters

Toetsing

Analyse Eenheid Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds cadmium (Cd) mg/kg ds kobalt (Co) mg/kg ds koper (Cu) mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds lood (Pb) mg/kg ds molybdeen (Mo) mg/kg ds nikkel (Ni) mg/kg ds zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds

AW

Legenda @ x AW(WO) N.B.

T

I

Monster 6893630 Monster 6893631 Monster 6893632 1, 03: 0-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-50, 07: 0-50, 08: 0-502, 02: 0-50, 09: 0-50, 10: 0-50, 11: 0-50, 12: 0-50, 13: 0-503, 01: 50-100, 01: 100-150, 01: 150-190, 02: 60-100, 02: 100-140 Max. Bodemindex 0 Max. Bodemindex 0,001 Max. Bodemindex 0 Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index 2,6 1,4

10 25

89,3

89,3

0 0

6,8 1

10 25

@

0

83,9

83,9

@

0 0

2,7 1

10 25

0

83,9

83,9

@

0

0 0

190 0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140

555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430

920 13 190 190 36 530 190 100 720

< 20 < 0.2 <3 5,4 < 0.05 < 10 < 1.5 <4 < 20

< 54 < 0.23 < 7.4 11 < 0.05 < 11 < 1.0 <8 < 33

@ -

0 0 0 0 0 0 0 0 0

< 20 < 0.2 <3 7,9 0,12 < 10 < 1.5 <4 20

< 54 < 0.20 < 7.4 14 0,17 < 10 < 1.0 <8 42

@ 0 0 0 0 1.1 AW(WO) 0,001 0 0 0 0

< 20 < 0.2 <3 <5 < 0.05 < 10 < 1.5 <4 < 20

< 54 < 0.23 < 7.4 < 7.1 < 0.05 < 11 < 1.0 <8 < 33

@ -

0 0 0 0 0 0 0 0 0

190

2595

5000

< 35

< 94

-

0

37

54

-

0

< 35

< 91

-

0

< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05

< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05

< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05

< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035

0,35

< 0.35

0

0,35

< 0.35

0

0,35

< 0.35

< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001

< 0.0027 < 0.0027 < 0.0027 < 0.0027 < 0.0027 < 0.0027 < 0.0027

0 0 0 0 0 0 0

< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001

< 0.0010 < 0.0010 < 0.0010 < 0.0010 < 0.0010 < 0.0010 < 0.0010

0 0 0 0 0 0 0

< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001

< 0.0026 < 0.0026 < 0.0026 < 0.0026 < 0.0026 < 0.0026 < 0.0026

0,005

< 0.019

0

0,005

< 0.0072

0

0,005

< 0.018

1,5

0,02

20,75

0,51

40

1

-

-

-

-

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -

0 0 0 0 0 0 0 0

-

0

Geen toetsoordeel mogelijk x maal Achtergrondwaarde (Wonen) <= Achtergrondwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

november ’21

26

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoterlandseweg nr. 93 en achter nr. 85 te Hoornsterzwaag

interpretatie onderzoeksresultaten grond In tabel 19 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. tabel 19: samenvatting toetsresultaten per mengmonster

Mengmonster Boringen Diepte Zintuiglijk >AW Schoterlandseweg 93 (onderzochte deel van het erf)

>T

>I

Indicatieve toetsing Bbk*

MM1

1+14 t/m 16 0.0-0.5 -

zink

-

-

industrie*

MM2

2+5+7+17

0.0-0.5 -

zink

lood

-

Industrie*

MM3

8+9+10+12

0.0-0.5 -

-

-

-

Achtergrondwaarde*

MM4 1+2+3 0.7-2.0 uitsplitsing bovengrondmengmonster MM2

-

-

-

Achtergrondwaarde*

AV1

2

-

-

-

Achtergrondwaarde*

AV2

5

AV3

7

lood

-

Industrie*

AV4

17

0.25lood 0.5 Schoterlandseweg achter 85 (nieuwbouwlocatie)

-

-

Industrie*

MM1

1+4 t/m 8

0.0-0.5 -

-

-

-

Achtergrondwaarde*

MM2

2+9 t/m 13

0.0-0.5 -

kwik

-

-

Wonen*

MM3

1+2

0.5-1.9 -

-

-

-

Achtergrondwaarde*

Legenda >AW

overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)

>T

overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)

>I

overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)

Bbk

besluit bodemkwaliteit

0.280.5 0.250.4 0.0-0.5 -

-

Achtergrondwaarde*

*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond

Schoterlandseweg 93 (onderzochte deel van het erf) bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat een verhoogd gehalte zink (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. Bovengrondmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte lood (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde / bodeminde-waarde (>0.5) en een verhoogd gehalte zink (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten lood en zink (zware metalen) in de bovengrondmengmonsters MM1 en MM2 zijn op basis van zintuiglijke waarnemingen niet direct te relateren aan afwijkingen in het monstermateriaal. Mogelijk speelt in geval van bovengrondmengmonster MM2 uitloging vanuit de plaatselijk bovengelegen bodemvreemde laag een rol. Bovengrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.

november ’21

27

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoterlandseweg nr. 93 en achter nr. 85 te Hoornsterzwaag

aanvullend onderzoek, uitsplitsing bovengrondmengmonster MM2 N.a.v. het matig verhoogd gemeten gehalte lood (zware metalen) is het bovengrondmengmonster MM2 uitgesplitst en zijn de afzonderlijke deelmonsters geanalyseerd op het gehalte lood. Bovengrondmonster AV1, het individuele deelmonster van boring 2, bevat geen verhoogd gehalte lood (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. Bovengrondmonster AV2, het individuele deelmonster van boring 5, bevat geen verhoogd gehalte lood (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. Bovengrondmonster AV3, het individuele deelmonster van boring 7, bevat een verhoogd gehalte lood (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5). Bovengrondmonster AV4, het individuele deelmonster van boring 17, bevat een verhoogd gehalte lood (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. Het in het bovengrondmengmonster MM2 matig verhoogd gemeten gehalte lood is in het afzonderlijke deelmonster van de boring 7 opnieuw bevestigd. De verhoogd gemeten gehalten barium en/of lood (zware metalen) in de bovengrondmonsters AV1, AV2 en AV4 overschrijden de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) niet, zodat daardoor uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, in deze gevallen geen directe aanleiding bestaat tot het instellen van aanvullend onderzoek.

ondergrond (0.7-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM4 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.

Schoterlandseweg achter 85 (nieuwbouwlocatie) bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Bovengrondmengmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte kwik (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. Het verhoogd gemeten gehalte kwik (zware metalen) in het bovengrondmengmonster MM2 is op basis van zintuiglijke waarnemingen niet direct te relateren aan afwijkingen in het monstermateriaal. In gebieden welke reeds langere tijd door de mens in gebruik zijn (o.a. langdurige bewoning of menselijk gebruik) worden vaker verhoogde gehalten aan o.a. zware metalen in de grond gemeten. In algemene zin wordt opgemerkt dat antropogene beïnvloeding van een locatie in de meeste gevallen een negatief effect heeft op de kwaliteit van de bodem. ondergrond (0.5-1.9 m-mv) Ondergrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.

Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000). Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.

november ’21

28

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoterlandseweg nr. 93 en achter nr. 85 te Hoornsterzwaag

4.3.2

Milieuhygiënische kwaliteit grondwater

onderzochte deel van het erf van Schoterlandseweg 93 In tabel 20 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 20: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project Certificaten Toetsing Toetsversie

OPID 30354377#21-M10063-Schoterlandseweg 85-93 te Hoornsterzwaag 1258979 T.13 - Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb BoToVa 2-1-2000 Toetsdatum: 21 oktober 2021 12:19

Parameters

Toetsing

Analyse Eenheid S Metalen ICP-MS (opgelost) barium (Ba) µg/l 50 cadmium (Cd) µg/l 0,4 kobalt (Co) µg/l 20 koper (Cu) µg/l 15 Kwik (Hg) (niet vluchtig) µg/l 0,05 lood (Pb) µg/l 15 molybdeen (Mo) µg/l 5 nikkel (Ni) µg/l 15 zink (Zn) µg/l 65 Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) µg/l 50 Vluchtige aromaten benzeen µg/l 0,2 ethylbenzeen µg/l 4 naftaleen µg/l 0,01 o-xyleen µg/l styreen µg/l 6 tolueen µg/l 7 xyleen (som m+p) µg/l Sommaties aromaten som xylenen µg/l 0,2 Vluchtige chlooralifaten 1,1,1-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1,2-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1-dichloorethaan µg/l 7 1,1-dichlooretheen µg/l 0,01 1,1-dichloorpropaan µg/l 1,2-dichloorethaan µg/l 7 1,2-dichloorpropaan µg/l 1,3-dichloorpropaan µg/l cis-1,2-dichlooretheen µg/l dichloormethaan µg/l 0,01 monochlooretheen (vinylchloride) µg/l 0,01 tetrachlooretheen µg/l 0,01 tetrachloormethaan µg/l 0,01 trans-1,2-dichlooretheen µg/l trichlooretheen µg/l 24 trichloormethaan µg/l 6 Sommaties som C+T dichlooretheen µg/l 0,01 som dichloorpropanen µg/l 0,8 Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers tribroommethaan (bromoform) µg/l Legenda @ N.B.

T

I

Monster 6909175 Pb1, 01-Pb1: 200-300 Max. Bodemindex Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res.

337,5 3,2 60 45 0,175 45 152,5 45 432,5

625 6 100 75 0,3 75 300 75 800

< 20 < 0.2 <2 8,9 < 0.05 <2 2,6 4,3 < 10

-

0 0 0 0 0 0 0 0 0

325

600

< 50

-

0

15,1 77 35,005

30 150 70

-

153 503,5

300 1000

< 0.2 < 0.2 < 0.02 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2

0 0 0 0 0 0 0

35,1

70

0,2

-

0

150,005 65,005 453,5 5,005

300 130 900 10

-

203,5

400

500,005 2,505 20,005 5,005

1000 5 40 10

262 203

500 400

< 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.2

-

0 0 0 0,006 0 0 0 0 0 0 0,026 0,002 0,006 0 0 0

10,005 40,4

20 80

0,1 0,4

-

0,007 0

630

< 0.2

@

0

0,026 Voldoet aan Streefwaarde T.Oordeel B.Index

-

-

-

Geen toetsoordeel mogelijk <= Streefwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

november ’21

29

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoterlandseweg nr. 93 en achter nr. 85 te Hoornsterzwaag

weide achter Schoterlandseweg 85 In tabel 21 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 21: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project Certificaten Toetsing Toetsversie

OPID 30354365#21-M10067-Schoterlandseweg 85 Hoornsterzwaag 1258978 T.13 - Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb BoToVa 2-1-2000 Toetsdatum: 21 oktober 2021 12:11

Parameters

Toetsing

Analyse Eenheid S Metalen ICP-MS (opgelost) barium (Ba) µg/l 50 cadmium (Cd) µg/l 0,4 kobalt (Co) µg/l 20 koper (Cu) µg/l 15 Kwik (Hg) (niet vluchtig) µg/l 0,05 lood (Pb) µg/l 15 molybdeen (Mo) µg/l 5 nikkel (Ni) µg/l 15 zink (Zn) µg/l 65 Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) µg/l 50 Vluchtige aromaten benzeen µg/l 0,2 ethylbenzeen µg/l 4 naftaleen µg/l 0,01 o-xyleen µg/l styreen µg/l 6 tolueen µg/l 7 xyleen (som m+p) µg/l Sommaties aromaten som xylenen µg/l 0,2 Vluchtige chlooralifaten 1,1,1-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1,2-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1-dichloorethaan µg/l 7 1,1-dichlooretheen µg/l 0,01 1,1-dichloorpropaan µg/l 1,2-dichloorethaan µg/l 7 1,2-dichloorpropaan µg/l 1,3-dichloorpropaan µg/l cis-1,2-dichlooretheen µg/l dichloormethaan µg/l 0,01 monochlooretheen (vinylchloride) µg/l 0,01 tetrachlooretheen µg/l 0,01 tetrachloormethaan µg/l 0,01 trans-1,2-dichlooretheen µg/l trichlooretheen µg/l 24 trichloormethaan µg/l 6 Sommaties som C+T dichlooretheen µg/l 0,01 som dichloorpropanen µg/l 0,8 Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers tribroommethaan (bromoform) µg/l Legenda @ xS xT N.B.

T

I

Monster 6909174 Pb1, 01-1: 200-300 Max. Bodemindex Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res.

337,5 3,2 60 45 0,175 45 152,5 45 432,5

625 6 100 75 0,3 75 300 75 800

75 < 0.2 2,9 60 < 0.05 6,2 3 6,5 78

1.5 S 1.3 T 1.2 S

0,043 0 0 0,75 0 0 0 0 0,018

325

600

< 50

-

0

15,1 77 35,005

30 150 70

-

153 503,5

300 1000

< 0.2 < 0.2 < 0.02 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2

0 0 0 0 0 0 0

35,1

70

0,2

-

0

150,005 65,005 453,5 5,005

300 130 900 10

-

203,5

400

500,005 2,505 20,005 5,005

1000 5 40 10

262 203

500 400

< 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.2

-

0 0 0 0,006 0 0 0 0 0 0 0,026 0,002 0,006 0 0 0

10,005 40,4

20 80

0,1 0,4

-

0,007 0

630

< 0.2

@

0

0,75 Overschrijding Tussenwaarde T.Oordeel B.Index

-

-

-

Geen toetsoordeel mogelijk <= Streefwaarde x maal Streefwaarde x maal Tussenwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

november ’21

30

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoterlandseweg nr. 93 en achter nr. 85 te Hoornsterzwaag

interpretatie resultaten grondwater In tabel 22 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte grondwatermonsters. tabel 22: samenvatting toetsresultaten per grondwatermonster Grondwatermonster

Diepte filter

Zintuiglijk

>S

Schoterlandseweg 93 (onderzochte deel van het erf) Pb1 2.0-3.0 Schoterlandseweg achter 85 (nieuwbouwlocatie) Pb1 2.0-3.0 barium, zink -

>T

>I

-

-

koper

-

Legenda >S

overschrijding streefwaarde (bodemindex <=0,5)

>T

overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)

>I

overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)

Schoterlandseweg 93 (onderzochte deel van het erf) peilbuis 1 (2.0-3.0 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de streefwaarde en/of detectiewaarde. Schoterlandseweg achter 85 (nieuwbouwlocatie) peilbuis 1 (2.0-3.0 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte koper (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5) en een verhoogd gehalte barium en zink (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. Het verhoogd gemeten gehalte koper (zware metalen) in het grondwater t.p.v. peilbuis 1 overschrijdt de tussenwaarde /bodemindex-waarde (>0.5). Het matig verhoogd gemeten gehalte koper (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 is niet direct te relateren aan het bekende bodemgebruik van de locatie. Daarnaast is er voor zover bekend geen aanwijsbare bron aanwezig. Er is op basis van de bekende gegevens voor zover bekend geen reden te verwachten dat het verhoogd gemeten gehalte koper (zware metalen) te relateren is aan historische bedrijfsactiviteiten of de aanwezigheid van bodemvreemd materiaal in de ondergrond. Er is geen informatie bekend omtrent een evt. grootschalige diffuse bodemverontreiniging in de omgeving.

Er is op voorhand geen directe reden om aan te nemen dat het verhoogd gemeten gehalte koper (zware metalen) in het grondwater in dit geval veroorzaakt wordt door bodem-chemische processen. Gezien de vrij neutrale zuurgraad van het grondwater is er geen sprake van verzuring. Mobilisatie van metalen is niet direct te verwachten. Vooralsnog is er geen aanleiding te verwachten dat er in dit geval sprake is van een verontreinigingsbron. Naar verwachting is er sprake van een onvoldoende hersteld evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de grondwaterbemonstering.

november ’21

31

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoterlandseweg nr. 93 en achter nr. 85 te Hoornsterzwaag

Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen. Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden. Opgemerkt wordt dat de aanwezigheid van zware metalen in het grondwater ook kan samenhangen met het vm. gebruik van de locatie.

Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen.

november ’21

32

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoterlandseweg nr. 93 en achter nr. 85 te Hoornsterzwaag

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal, onder de asfaltverharding en t.p.v. het puinpad, puinlagen/fundatielagen waargenomen. De herkomst van deze puinlagen/fundatelagen is bij ons niet bekend. De onder het asfalt aanwezige puin-/fundatielagen en de halverhardingslaag t.p.v. het pad betreffen geen grond (>50% bodemvreemd materiaal) en zijn derhalve in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten (de puin-/fundatielagen zijn niet chemischanalytisch onderzocht en niet onderzocht op evt. asbestverdacht materiaal). Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in tabel 23. tabel 23: samenvatting toetsingsresultaten

Mengmonster Boringen Diepte Zintuiglijk >AW Schoterlandseweg 93 (onderzochte deel van het erf)

>T

>I

Indicatieve toetsing Bbk*

grond MM1

1+14 t/m 16 0.0-0.5 -

zink

-

-

industrie*

MM2

2+5+7+17

0.0-0.5 -

zink

lood

-

Industrie*

MM3

8+9+10+12

0.0-0.5 -

-

-

-

Achtergrondwaarde*

MM4 1+2+3 0.7-2.0 uitsplitsing bovengrondmengmonster MM2

-

-

-

Achtergrondwaarde*

AV1

2

-

-

-

Achtergrondwaarde*

AV2

5

AV3

7

0.280.5 0.250.4 0.0-0.5 -

-

lood

-

Industrie*

AV4

17

0.250.5

lood

-

-

Industrie*

1

2.0-3.0 -

-

-

-

n.v.t.

-

-

Achtergrondwaarde*

grondwater Pb1 Legenda >AW / >S

overschrijding achtergrondwaarde of streefwaarde (bodemindex =<0,5)

>T

overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)

>I

overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)

Bbk

besluit bodemkwaliteit

*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond

november ’21

33

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoterlandseweg nr. 93 en achter nr. 85 te Hoornsterzwaag

vervolg tabel 23: samenvatting toetsingsresultaten Schoterlandseweg achter 85 (nieuwbouwlocatie) grond MM1

1+4 t/m 8

0.0-0.5 -

-

-

-

Achtergrondwaarde*

MM2

2+9 t/m 13

0.0-0.5 -

kwik

-

-

Wonen*

MM3 grondwater

1+2

0.5-1.9 -

-

-

-

Achtergrondwaarde*

Pb1

1

2.0-3.0 -

barium, zink

koper

-

n.v.t.

Legenda >AW

overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)

>T

overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)

>I

overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)

Bbk

besluit bodemkwaliteit

*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond

Schoterlandseweg 93 (onderzochte deel van het erf) bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat een verhoogd gehalte zink (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. Bovengrondmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte lood (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5) en een verhoogd gehalte zink (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. aanvullend onderzoek, uitsplitsing bovengrondmengmonster MM2 N.a.v. het matig verhoogd gemeten gehalte lood (zware metalen) is het bovengrondmengmonster MM2 uitgesplitst en zijn de afzonderlijke deelmonsters geanalyseerd op het gehalte lood. Bovengrondmonster AV1, het individuele deelmonster van boring 2, bevat geen verhoogd gehalte lood (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. Bovengrondmonster AV2, het individuele deelmonster van boring 5, bevat geen verhoogd gehalte lood (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. Bovengrondmonster AV3, het individuele deelmonster van boring 7, bevat een verhoogd gehalte lood (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5).

Bovengrondmonster AV4, het individuele deelmonster van boring 17, bevat een verhoogd gehalte lood (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. Het in het bovengrondmengmonster MM2 matig verhoogd gemeten gehalte lood is in het afzonderlijke deelmonster van de boring 7 opnieuw bevestigd. Het matig verhoogd gemeten gehalte lood (zware metalen) in de bovengrond t.p.v. boring 7 overschrijdt de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) / bodemindex-waarde (>0.5) en geeft daardoor aanleiding tot het instellen van nader onderzoek. Middels een nader (afperkend) onderzoek kan worden vastgesteld of er in het onderhavige geval al dan niet sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging in het kader van de Wet bodembescherming.

november ’21

34

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoterlandseweg nr. 93 en achter nr. 85 te Hoornsterzwaag

Bovengrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (0.7-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM4 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. grondwater; peilbuis 1 (2.0-3.0 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de streefwaarde en/of detectiewaarde. Schoterlandseweg achter 85 (nieuwbouwlocatie) bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Bovengrondmengmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte kwik (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. ondergrond (0.5-1.9 m-mv) Ondergrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. grondwater; peilbuis 1 (2.0-3.0 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte koper (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5) en een verhoogd gehalte barium en zink (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde.

Het verhoogd gemeten gehalte koper (zware metalen) in het grondwater t.p.v. peilbuis 1 overschrijdt de tussenwaarde /bodemindex-waarde (>0.5) en geeft daardoor aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. In overleg met het bevoegd gezag kan, wanneer er geen sprake is van natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden, een herbemonstering en heranalyse van het grondwater noodzakelijk zijn. Het matig verhoogd gemeten gehalte koper (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 hangt naar verwachting op voorhand niet samen met een locatiespecifieke verontreiniging. Ter verificatie hiervan wordt, wanneer na afstemming met de gemeente blijkt dat er geen sprake is van een natuurlijk verhoogd gehalte, geadviseerd het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 opnieuw te bemonsteren en te analyseren op het gehalte koper (zware metalen). De verhoogd gemeten gehalten barium en zink (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 overschrijden de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) niet zodat er voor deze stoffen uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding bestaat tot het instellen van aanvullend onderzoek.

november ’21

35

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoterlandseweg nr. 93 en achter nr. 85 te Hoornsterzwaag

toetsing hypothese Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet geheel vrij is van bodemverontreiniging. Bovengrondmonster AV3, het individuele deelmonster van boring 7, bevat een verhoogd gehalte lood (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5). Middels een nader (afperkend) onderzoek kan worden vastgesteld of er in het onderhavige geval al dan niet sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging in het kader van de Wet bodembescherming. Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 (t.p.v. de nieuwbouw locatie aan de Schoterlandseweg achter 85) bevat o.a. een verhoogd gehalte koper (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5), aanvullend onderzoek in de vorm van een herbemonstering en heranalyse van het grondwater, kan na afstemming met het bevoegd gezag noodzakelijk zijn. Voor het overige bevat de grond en het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie enkele stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde resp. de streefwaarde. Deze lichte verontreinigingen overschrijden de tussenwaarde/bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor geen formele aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. De onderzoeksresultaten stemmen niet geheel overeen met de gestelde hypothese, de vooraf gestelde hypothese “verdacht” wordt aanvaard.

Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er beïnvloeding van de bodemkwaliteit heeft plaatsgevonden. De onderzoeksresultaten van het verkennend bodemonderzoek zijn onvoldoende om een goed inzicht in de milieuhygiënische bodemkwaliteit te geven, nader bodemonderzoek is noodzakelijk. Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C2 resp. NEN 5897+C2 maakt geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740-A1 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin. Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2.

afwijkingen t.o.v. normen en protocollen Er hebben bij de uitvoering van analysewerkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen 2001, 2002, AS3000 en/of overige geldende analysemethoden.

november ’21

36

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoterlandseweg nr. 93 en achter nr. 85 te Hoornsterzwaag

Aanbevelingen 1●) Bovengrondmonster AV3, het individuele deelmonster van boring 7, bevat een verhoogd gehalte lood (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5). Middels een nader (afperkend) onderzoek kan worden vastgesteld of er in het onderhavige geval al dan niet sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging in het kader van de Wet bodembescherming. 2●) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 (t.p.v. de nieuwbouw locatie aan de Schoterlandseweg achter 85) bevat o.a. een verhoogd gehalte koper (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5). Het matig verhoogd gemeten gehalte koper (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 hangt naar verwachting op voorhand niet samen met een locatiespecifieke verontreiniging. Geadviseerd wordt met de gemeente af te stemmen of dergelijk verhoogde gehalten aan koper (zware metalen) in het grondwater in de omgeving vaker worden gemeten, dit mogelijk als gevolg van een natuurlijke achtergrondwaarde. Indien dit niet het geval is wordt aanbevolen, ter verificatie van het gemeten gehalte koper, een herbemonstering en heranalyse van het grondwater uit te voeren. 3●) Onder de aanwezige asfaltverharding is een laag fundatiemateriaal (gebroken puin) aangetroffen, deze puinlaag / fundatielaag betreft geen bodem (>50% bodemvreemd materiaal) en valt buiten de scope van dit onderzoek.

Deze puin-/ fundatielaag is derhalve niet in dit onderzoek onderzocht. De herkomst van het in dit onderzoek aangetroffen puinmateriaal /fundatiemateriaal is bij ons niet bekend. Geadviseerd wordt na te gaan of er nog kwaliteitsgegevens van dit fundatiemateriaal onder de bestrating /asfalt aanwezig zijn. Wanneer dit niet het geval is en er, met het oog op hergebruik, inzicht gewenst wordt in de chemische samenstelling en evt. hergebruiksmogelijkheden van het puin- en fundatiemateriaal onder de bestrating en asfaltverharding wordt geadviseerd een partijkeuring op basis van het Besluit Bodemkwaliteit uit te voeren. Hierbij wordt geadviseerd om het materiaal ook te onderzoeken op de evt. aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. 4●) Een deel van de locatie is verhard met asfalt/asfaltgranulaat. Wanneer het asfalt/asfaltgranulaat wordt verwijderd wordt geadviseerd, ter bepaling van evt. hergebruiksmogelijkheden of het bepalen van een verwerkingslocatie, te onderzoeken of er in dit geval al dan niet sprake is van teerhoudend asfalt/asfaltgranulaat. 5●) In het kader van de voorgenomen herontwikkeling van de locatie dient de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem zoveel mogelijk aan te sluiten bij het toekomstige bodemgebruik.

Ter afstemming en om nadere voorwaarde hier omtrent vast te stellen wordt geadviseerd om het onderhavige bodemonderzoek in dit kader voor te leggen aan het bevoegd gezag.

november ’21

37

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoterlandseweg nr. 93 en achter nr. 85 te Hoornsterzwaag

6●) Indien de grond ontgraven gaat worden, bijvoorbeeld ten behoeve van bouwwerkzaamheden, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Middels het Besluit is het mogelijk om door het lokaal bevoegd gezag lokale maximale bodemgebruikswaarden vast te stellen, of om deze bodemgebruikswaarden te conformeren aan de maximale waarden uit het (landelijke) generieke model. Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit. De mogelijkheden hiertoe kunnen worden vastgesteld na overleg met de betrokken overheidsinstanties. Volledige duidelijkheid omtrent de bodemkwaliteitsklasse van vrijkomende grond wordt pas verkregen op basis van een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit. Opgemerkt dient te worden dat de vertaalslag van verkennend bodemonderzoek naar hergebruik van grond volgens het Besluit Bodemkwaliteit, veelal, niet mogelijk is. In de meeste gevallen zijn aanvullende gegevens noodzakelijk, het bevoegd gezag (de gemeente waarin de grond wordt toegepast) kan hier uitsluitsel over geven. Op 8 juli 2019 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een tijdelijk handelingskader vastgesteld voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Vanaf 8 juli 2019 is het verplicht om onderzoek naar de stofgroep PFAS uit te voeren bij o.a.

partijkeuringen in het kader van afvoer van grond. In dit verkennend bodemonderzoek is de bovengrond plaatselijk indicatief onderzocht op PFAS stoffen. De in dit onderzoek opgenomen indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit is excl. onderzoek naar PFAS-stoffen, onderzoek naar deze verbindingen is bij definitieve beoordeling van evt. hergebruiksmogelijkheden van evt. af te voeren grond alsnog nodig. Indien het noodzakelijk is dat er grond afgevoerd moet worden van de locatie zal er een melding grondverzet gedaan moeten worden via het landelijk meldpunt: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Opgemerkt wordt dat evt. afvoer van grond met de bodemkwaliteitsklasse “wonen”, “industrie” en “niet toepasbare grond” meer kosten met zich meebrengt dan de afvoer van schone grond “achtergrondwaarde”. Wanneer grond binnen het plangebied wordt ontgraven dient voorkomen te worden dat grond met een verschillende/afwijkende milieuhygiënische kwaliteit met elkaar wordt vermengd. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.

november ’21

38

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoterlandseweg nr. 93 en achter nr. 85 te Hoornsterzwaag

Algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen Het onderhavige onderzoek heeft betrekking gehad op een deel van de locatie gelegen aan het Schoterlandseweg nr. 93 en achter nr. 85 te Hoornsterzwaag (zie bijlage 2). Op basis van het onderhavige onderzoek kan alleen een uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van het onderzochte terreindeel, zie bijlage 2. Op basis van het onderhavige onderzoek kan geen uitspraak worden gedaan: omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte terreindelen, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet bekende verdachte terreindelen, de bodemkwaliteit onder gebouwen en/of gesloten verharding, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet verkende bodemlagen, de milieuhygiënische kwaliteit van het diepere grondwater etc. Daarnaast kan op basis van dit onderzoek geen uitspraak worden gedaan omtrent de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem/puin. Indien echter een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2. Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin.

In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters de gehalten in de individuele deelmonsters van een mengmonster zowel hoger als lager kunnen zijn dan de aangetoonde gehalten in het betreffende mengmonster. Er kan in gevallen waarbij sprake is van ruime overschrijdingen van de achtergrondwaarde, gemeten in een mengmonster, niet worden uitgesloten dat individuele deelmonsters gehalten boven de tussen- of interventiewaarde bevatten. T.a.v. historische (bodem) informatie van de locatie wordt opgemerkt dat de geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Sigma Bouw & Milieu afhankelijk van deze bronnen, waardoor Sigma Bouw & Milieu niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving en methoden. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het, conform de geldende richtlijnen, steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem d.m.v.

een representatief geacht aantal monsters, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is om garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Een verkennend bodemonderzoek geeft nooit volledige zekerheid omtrent de toestand van de bodem ter plaatse van een locatie. Het onderzoek dient geïnterpreteerd worden als een inschatting van de verontreinigingssituatie op een bepaald moment. Het is echter op basis van dit onderzoek nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen. Het kan op basis van dit onderzoek niet uitgesloten worden dat zich op de locatie verontreiniging bevindt welke in dit onderzoek niet is aangetroffen/ontdekt. Het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is dan ook indicatief en een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen.

Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd. Sigma Bouw & Milieu aanvaardt derhalve op generlei wijze aansprakelijkheid voor de gevolgen/schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade welke voortvloeien uit beslissingen welke worden genomen op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavige onderzoek als in de praktijk blijkt dat de verontreinigingssituatie anders is dan in dit onderzoek vermeld.

november ’21

39

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoterlandseweg nr. 93 en achter nr. 85 te Hoornsterzwaag

6

LITERTUURLIJST 1. Bodemonderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek volgens de Nederlandse norm, NEN 5740+A1 (NNI, april 2016). 2. Boringen zijn geplaatst volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie). 3. Grondmonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie), grondwatermonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2002 (vigerende versie). 4. De conservering van monsters in het veld is uitgevoerd volgens de eisen uit de SIKBprotocollen 2001 en 2002 (vigerende versie). 5. Regeling Bodemkwaliteit” (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of

www.rwsleefomgeving.nl) 6. Circulaire Bodemsanering (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl) 7. Classificatie van onverharde grondmonsters, NEN 5104, september 1989. 8. Geologische overzichtskaarten van Nederland, Rijks Geologische Dienst, 1995. 9. Grondwaterstromingsstelsels in Nederland, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 1989. 10. Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek, NEN 5725, (oktober 2017). 11. Bodem-Monsterneming van grondwater, NEN 5744, (NNI maart 2011). 12. NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017.

november ’21

40

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoterlandseweg nr. 93 en achter nr. 85 te Hoornsterzwaag

7

COLOFON

opdrachtgever project omvang rapport datum projectleider

Auteur Ing.

november ’21

: : : : :

Gorrissen Advies Schoterlandseweg nr. 93 en achter nr. 85 te Hoornsterzwaag 42 blz. 08 november 2021 ing.

Paraaf

Gecontroleerd door ing.

Paraaf

Datum

Status

08 november 2021

definitief

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=7b259847-e173-4fdb-a6eb-e38a02c8320d