1.1 Bijlage 1. Beleidskader zonneparken 2022
Tekst van het document
Beleidskader zonneparken in Heerenveen december 2022 eenvooreengroener.nl/zonnepark
Samenvatting
3
1. 2. 3. 4. 5.
7 11 18 22 26
Inleiding De energieambitie en zonneladder Participatie en Lokaal eigendom Landschap, ecologie en ontwerp Van visie naar uitvoering
Bijlage 1. Stroomschema haalbaarheid zonneparken Bijlage 2. Gebiedsindeling Bijlage 3. Bestaand stedelijk gebied Bijlage 4. Groenstructuren Bijlage 5. De energieopgave Bijlage 6. Richtlijnen voor landschappelijke inpassing
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
Inhoud
32 33 34 35 36 41
2
Samenvatting We hebben de ambitie om in de gemeente in 2050 energieneutraal te zijn. Als tussenstap willen we in 2030 een CO2-reductie van 49% gerealiseerd hebben ten opzichte van 1990. In de RES 1.0 hebben we de ambitie opgenomen om in 2030 70% van het elektriciteitsverbruik van onze gemeente lokaal duurzaam op te wekken. We hebben al een enorme stap gezet in de verduurzaming van onze gemeente. Zo zijn we koploper in Friesland van grote zonnedaken en wekt al 23% van de huishoudens hun eigen zonnestroom op. Ook onze zonneparken maken meer dan gemiddeld gebruik van bijzondere locaties zoals de geluidswal en de zandwinplas. Om onze duurzaamheidsambities te bereiken zijn naast de huidige projecten, energiebesparing en nog meer zon op dak ook extra zonneparken nodig. Dit beleidskader geeft heldere kaders hoe wij ruimte willen bieden aan nieuwe ontwikkelingen van zonneparken en wat wij van initiatiefnemers verwachten. De energieopgave In de gemeente Heerenveen wordt nu al 23% van de verwachte elektriciteitsvraag van 2030 duurzaam opgewekt. Als we de projecten die in voorbereiding zijn hierbij optellen komen we uit op 39% duurzame elektriciteit. De overige 31% zal de komende jaren ontwikkeld moeten worden. Dit komt overeen met 119 miljoen kWh. Door verdere elektrificatie van verwarming, vervoer en processen zal de elektriciteitsvraag in 2050 verdubbelen.
Op basis van het huidige gebrek aan ruimte voor windenergie zal de elektriciteitsvraag voornamelijk door zonne-energie ingevuld moeten worden. Dit zorgt voor een enorm ruimtebeslag van zonneparken in het landelijk gebied.
Daarom geven we in dit beleid nog niet de volledige ruimte om te werken aan de ambitie van 2050. Omdat we lokaal maatschappelijke initiatieven niet op slot willen zetten krijgen de dorpen m.u.v. Heerenveen deze ruimte wel.
Invulling elektriciteitsbehoefte gemeente Heerenveen in 2030 400 mln kWh
Niet duurzaam opgewekt
350 mln kWh
Benodige electriciteit voor 70% duurzaam
300 mln kWh
114 mln kWh
Projecten in voorbereiding
250 mln kWh 200 mln kWh
Bestaande opwek 119 mln kWh
150 mln kWh 100 mln kWh 50 mln kWh
61 mln kWh
87 mln kWh
0 mln kWh
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
3
Wat is er anders dan in het vorige zonneparkenbeleid? De zonneladder In de Verordening Romte van de provincie Fryslân is opgenomen dat bij initiatieven voor zonneparken in het landelijk gebied de zonneladder wordt doorlopen. In de praktijk werken we al grotendeels volgens deze systematiek. Nu leggen we het vast in ons beleid. De zonneladder vraagt om eerst de locaties op de lagere treden te verkennen voordat zonneparken op landbouwgrond gerealiseerd worden. De zonneladder bestaat uit de volgende treden: Trede 1: Zonnepanelen op daken en gevels Trede 2: Grondgebonden zonnepanelen binnen het bestaand stedelijk gebied Trede 3: Grondgebonden of drijvende zonnepanelen op andere primaire functies dan landbouwgrond Trede 4: Grondgebonden zonnepanelen op landbouwgrond. Adviesbureau Overmorgen heeft de potentie van de eerste drie treden van de zonneladder in beeld gebracht. De potentie voor zonne-energie op de eerste drie treden van de zonneladder bedraagt 85 miljoen kWh. Hieronder wordt per trede uitgesplitst hoeveel kWh er wordt opgewekt: Trede 1. Op daken en gevels 70 miljoen kWh Trede 2. Op gronden binnen het bestaand stedelijk gebied 4 miljoen kWh Trede 3. Op gronden met een andere primaire functie dan landbouwgrond 11 miljoen kWh
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
Door toepassing van de zonneladder verwachten we dat er alleen landbouw- en natuurgronden worden ingezet voor de opwekking van zonne-energie wanneer dit nodig is om in onze energiedoelstellingen te voorzien. Initiatieven passen de zonneladder toe waarbij de initiatiefnemer achtereenvolgens de potentie en wenselijkheid van zonne-energie op de vier treden van de zonneladder verkent. Meer ruimte voor lokale initiatieven Uit de zonneladder blijkt dat bij alle dorpen, met uitzondering van Heerenveen en Mildam, er voldoende potentie voor duurzame elektriciteit is op de eerste drie treden van de zonneladder om te voorzien in de energie-opgave van 2030. Bij deze dorpen zijn tot 2030 daarom geen zonneparken in het landelijk gebied nodig. We zien echter een enorme toename van het elektriciteitsverbruik tussen 2030 en 2050. Ook vinden we het belangrijk dat lokale initiatieven gesteund worden. We geven daarom lokale initiatieven meer ruimte voor zonneparken om te werken aan de energieopgave van 2050. Dit doen we onder de voorwaarde dat het initiatief van onderop komt en dat aangetoond kan worden dat er sprake is van minimaal 50% lokaal eigendom. Ook wanneer de energiemix verandert, bijvoorbeeld doordat een dorp of wijk eerder van het aardgas afgaat, geven we mogelijkheden om de extra elektriciteitsvraag al voor 2030 duurzaam op te wekken.
Ruimte voor zonneparken in het landelijk gebied Tot 2030 geven we ruimte voor 58 hectare nieuwe zonneparken op landbouw- en natuurgronden. Indien er sprake is van lokaal maatschappelijke initiatieven kan dit groeien naar 115 hectare.
4
Participatie en lokaal eigendom Het vroegtijdig betrekken van de omgeving bij nieuwe zonneparken vinden we essentieel. We vragen van initiatiefnemers om al in een vroegtijdig stadium met de omgeving in gesprek te gaan. Door middel van het organiseren van Sinnetafels wordt de omgeving in de gelegenheid gesteld om mee te beslissen over de locatiekeuze, de landschappelijke inpassing en de invulling van het lokaal eigendom. Onder lokaal eigendom verstaan we het geheel of gedeeltelijk eigenaar zijn van het zonnepark. Wij streven ernaar dat de omgeving voor ten minste 50% lokaal eigenaar wordt. De afspraken over het lokaal eigendom worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. We geven zelf het goede voorbeeld door bij uitgifte van gemeentegronden voor duurzame energieprojecten de lokale maatschappelijke initiatieven voorrang te verlenen. Landschap en kwaliteitsimpuls We sluiten aan bij de Omgevingsvisie voor wat betreft de indeling van de landschapstypen. Per landschapstype zijn er richtlijnen voor de landschappelijke inpassing van een zonnepark opgesteld. We toetsen inkomende initiatieven voor zonneparken aan deze richtlijnen. Ecologie en ontwerp Het behoud en het versterken van ecologie en biodiversiteit is een belangrijke opgave. Een zonnepark heeft invloed op deze ecologie, biodiversiteit en grondkwaliteit.
We vragen van initiatiefnemers om hier al bij het ontwerp rekening mee te houden. De kwaliteit van het landschap moet minimaal gelijk blijven en bij voorkeur verbeteren. Dit wordt geborgd in een verplicht inrichtings- en beheerplan.
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
5
Samengevat zijn de kernpunten van het zonneparkenbeleid: Ruimte voor zonneparken • We hebben de ambitie om in 2030 70% van de elektriciteitsvraag lokaal duurzaam op te wekken. • Tot 2030 is er ruimte voor 58 hectare zonneparken op landbouw- en natuurgronden. Indien er sprake is van lokaal maatschappelijke initiatieven met bijbehorende voorwaarden neemt dit toe tot 115 hectare. • De maximale omvang van een zonnepark in een dorp is 5 hectare. Voor Heerenveen is dit 20 hectare per zonnepark. Duurzaam ruimtegebruik door de zonneladder • We streven naar duurzaam ruimtegebruik: bij initiatieven voor zonneparken in het landelijk gebied wordt de zonneladder doorlopen. Pas als er met de eerdere treden van de zonneladder onvoldoende duurzame elektriciteit opgewekt kan worden om te voorzien in de elektriciteitsbehoefte van de kern, kunnen landbouwgronden of natuurgebieden ingezet worden voor de opwekking van zonne-energie. Uitzondering: Indien lokale ontwikkelingen aanleiding geven voor een hogere elektriciteitsbehoefte in 2030, bijvoorbeeld als gevolg van het versnellen van de warmtetransitie, kunnen door deze toename in elektriciteitsvraag meer zonneparken op landbouw- en natuurgronden gerealiseerd worden. • We willen lokale initiatieven niet op slot te zetten, daarom krijgen zij de ruimte om ook vóór 2030 te werken aan de energieopgave van 2050 + voorwaarden.
Uitzondering: Voor het dorp Heerenveen geven we deze extra ruimte niet.
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
Lokaal eigendom • We streven naar minimaal 50% eigendom van de lokale omgeving in een zonnepark in het landelijk gebied. Onder lokaal eigendom verstaan wij: het geheel of gedeeltelijk eigenaar zijn van de energie-opwekker (productie-installatie). • Bij verkoop of erfpacht van gemeentegronden voor zonneparken geven we de voorkeur aan lokale maatschappelijke initiatieven. Participatie • We vragen van de initiatiefnemer vooraf een participatieplan waarin staat hoe de omgeving betrokken wordt bij de planvorming tijdens de Sinnetafels. • Indien de initiatiefnemer zich onvoldoende inspant om volgens het participatieplan te werken zullen we de planologische medewerking niet verlenen. • Een initiatiefnemer voor een zonnepark op landbouwgrond doet een redelijk aanbod aan de omgeving om minimaal 50% eigenaar te worden. • Afspraken over de (financiële) participatie worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. Ruimtelijke kwaliteit, ecologie en biodiversiteit • We staan geen zonneparken toe in het landgoederenlandschap en de randzone hieromheen en in de heideontginningen. • We vragen van elk initiatief in het landelijke gebied een inrichtings- en beheerplan waarin de kwaliteitsimpuls concreet wordt gemaakt, passend bij het landschapstype. Dit betreft ruimtelijke kwaliteit, ecologie en biodiversiteit.
Dit plan wordt opgenomen in de voorschriften van de vergunning of als voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan. • De gemeente toetst de uitgangspunten uit de Gedragscode Zon op land bij de ontwerpfase van zonnepark-initiatieven.
6
Inleiding Beleidskader zonneparken in Heerenveen
1 7
Inleiding De Nederlandse overheid heeft op 28 juni 2019 het Klimaatakkoord gepresenteerd. Het Klimaatakkoord is een belangrijk deel van de Nederlandse invulling van het klimaatverdrag van Parijs waarin afspraken zijn gemaakt om de stijging van de gemiddelde wereldtemperatuur te beperkten tot ruim onder de 2 graden Celsius, en zo mogelijk 1,5 graden Celsius. De Nederlandse politiek heeft het doel gesteld om in 2030 49% minder CO2 uit te stoten dan we in 1990 deden. Per sector zijn concrete doelen geformuleerd, zo ook voor de sector elektriciteit. Er is afgesproken dat in 2030 70% van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen komt. Dat gebeurt met windturbines op zee, op land en met zonnepanelen op daken en in zonneparken. Bij het regeerakkoord (2022) heeft de Nederlandse politiek de beleidsdoelstelling bijgesteld naar 60% CO2 reductie in 2030. Dit heeft (nog) niet geleid tot een verhoging van de beleidsdoelstelling voor duurzame elektriciteit op land en het wordt daarom niet meegenomen in dit beleid.
1.1. Doel en aanleiding actualisatie Het doel van het beleidskader zonneparken is het geven van kaders en uitgangspunten om zonneparken in de gemeente te realiseren in periode van nu tot 2030. Actualisatie van het beleid is om meerdere redenen noodzakelijk: • Het beleidskader uit 2016 beperkt het aantal hectare zonnepark per dorp(skern). Om de duurzaamheidsdoelstellingen van het duurzaamheidsprogramma en de ambitie uit de RES1.0 te kunnen verwezenlijken is meer ruimte nodig voor zonneparken. • Maatschappelijke thema’s als lokaal eigendom, participatie, ecologie en biodiversiteit spelen meer dan in 2016. In dit beleidskader willen we hier heldere regels aan koppelen. • De gewijzigde Verordening Romte vraagt om een aangepaste werkwijze bij het tot stand komen van zonneparken, bijvoorbeeld door het doorlopen van de zonneladder en het organiseren van Sinnetafels. Met het herijkte beleidskader zonneparken hebben we: • De potentie van zonne-energie op de treden van de zonneladder inzichtelijk. • Relevante wetten en landelijk en provinciaal beleid vertaald in heldere Heerenveense kaders voor de ontwikkeling van zonneparken in onze gemeente. • Duidelijke uitgangspunten om procesparticipatie en lokaal eigendom te realiseren. 1.2.
Reikwijdte Dit zonneparkenbeleid heeft betrekking op de ontwikkeling van grondgebonden en drijvende zonneparken binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Heerenveen voor de periode tot en met 2030.
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
8
1.3. Relevant beleid Duurzaamheidsprogramma 2019-2022 Op 20 mei 2019 is het ‘Duurzaamheidsprogramma 2019-2022 vastgesteld door de gemeenteraad om de doelstellingen van de overheid te behalen. Hierin is de ambitie opgenomen om in 2050 energieneutraal (95% CO2 ¬-reductie ten opzichte van 1990) te zijn. Waarbij voor 2030 de strategie is bepaald om 40% duurzame energie van de gemeentelijke energievraag op te wekken binnen de eigen gemeente. Regionale energiestrategie (RES) Voor de opwekking van duurzame elektriciteit op land (wind op land, zonneparken en grotere zon op dak projecten) krijgt de regio een grote rol. Er zijn dertig regio’s benoemd die elk een Regionale Energie Strategie (RES) maken. In juni 2021 heeft de RES regio Fryslân de RES1.0 vastgesteld. Hierin is een ambitie geformuleerd om 3,0 terawattuur1 (TWh) aan duurzame elektriciteit op te wekken. Hierin is de gemeentelijke ambitie van Heerenveen opgenomen van 0,256 TWh, oftewel 256 miljoen kWh. Dit is 70% van het verwachte gemeentelijke elektriciteitsverbruik van alle sectoren (gebouwde omgeving, bedrijven en mobiliteit) in 2030. Met de actualisatie van het zonneparkenbeleid uit 2016 sluiten we ook aan op het landelijke en provinciale beleid. Hierbij is het volgende beleid van belang:
Nationaal beleid Vanuit het landelijke beleid zijn de volgende beleidsstukken relevant: • Het Klimaatakkoord (2019); • De Omgevingswet (i.o.); • De Ontwerp Nationale Omgevingsvisie (NOVI) (2019). In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de verschillende regio’s en bedrijven in Nederland verantwoordelijkheid nemen voor de besparings- en opwekopgave. Lokale participatie is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Ook in de nieuwe Omgevingswet is participatie een essentieel onderdeel bij besluitvorming. De gemeente onderschrijft de uitgangspunten die aangegeven zijn in de NOVI ten aanzien van de keuzes voor de inpassing van zonneparken. Provinciaal beleid Het provinciale beleid voor zonneparken is vastgelegd in: • Verordening Romte Fryslân (2014)2; • Beleidsnotitie Romte foar Sinne (2015); • Sinnefjilden yn it lânskip, vertrekpunten voor ruimtelijke inpassing (2017); • Omgevingsvisie ‘De Romte Diele’ (2020); • Omgevingsverordening Fryslân (2022)3. De kern van dit provinciale beleid is balans tussen ruimtelijke kwaliteiten en verduurzaming te bewaken en we onderschrijven dit ook als uitgangspunt.
TWh = 1 miljard kWh. De ambitie van 3 TWh komt overeen met het elektriciteitsverbruik van 1,1 miljoen huishoudens 2 Gaat op in de Omgevingsverordening Fryslân 3 Vast te stellen in Q2 2022 – treedt in werking bij inwerkingtreding Omgevingswet 1
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
9
1.4. Leeswijzer Het eerste deel van het document gaat over de visie en ambitie voor zonneparken in de gemeente. In hoofdstuk 2 wordt de zonneladder uitgelegd en is de energieopgave voor de gemeente uitgewerkt. Hiervoor is de energievraag voor 2030 en 2050 bepaald en wordt gekeken naar de potentie voor de opwek van zon op de verschillende treden van de zonneladder. In hoofdstuk 3 wordt participatie en lokaal eigendom bij zonnepark-initiatieven besproken. Hoofdstuk 4 beschrijft het thema landschap, ecologie en ontwerp. In dit hoofdstuk zijn de grondhoudingen voor de verschillende landschapstypen in de gemeente bepaald. In hoofdstuk 5 wordt de stap gezet van visie naar uitvoering. Hierin wordt het proces voor nieuwe zonnepark-initiatieven besproken. Daarnaast bevat het hoofdstuk het planologisch instrumentarium en richtlijnen voor het omgaan met netcongestie.
Figuur 1. Zonnepark Omweg Heerenveen (foto: GreenIPP)
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
10
Visie en Ambitie
Uitleg over duurzame alternatieven De energieambitie voor en zonneladder aardgas Beleidskader zonneparken in Heerenveen
2 11
Ontwikkeling elektriciteitsvraag en duurzame ambitie in Heerenveen
De energieambitie en zonneladder
2.1 Energiebehoefte en ambitie De energiebehoefte van de gemeente Heerenveen bestaat uit de vraag naar elektriciteit, warmte en transportbrandstoffen. Door de ontwikkeling van onder andere energiebesparing, elektrisch vervoer en alternatieve warmtebronnen verandert de energievraag. Het adviesbureau Overmorgen heeft op basis van landelijke uitgangspunten en een lokale verfijning een scenario voor 2030 en 2050 gemaakt van de energievraag. We beperken ons in dit hoofdstuk tot de elektriciteitsvraag in de gemeente Heerenveen. In onderstaande figuur is de verwachte elektriciteitsvraag voor 2020, 2030 en 2050 weergegeven. Wat opvalt is dat de verwachte elektriciteitsvraag tussen 2030 en 2050 verdubbelt door elektrificatie in de industrie, het toepassen van warmtepompen en de toename van elektriciteit in de mobiliteit.
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
900
Niet duurzaam
800 700 600 Elektriciteitsvraag in mln kWh
We streven naar een volledig energieneutrale gemeente in 2050. Om dit te bereiken zetten we fors in op energiebesparing, verduurzaming van de warmtevraag en de opwek van duurzame elektriciteit. Vanwege de beperkte (huidige politieke en beleidsmatige) mogelijkheden om windenergie op te kunnen wekken zal het overgrote deel van de elektriciteitsvraag met zonne-energie ingevuld moeten worden. Op het moment dat er ruimte ontstaat om meer windenergie op land te ontwikkelen, is er minder zonne-energie nodig. We verwachten dat windenergie tot 2030 geen grote rol gaat spelen in de energiemix van de gemeente Heerenveen, vanwege de zorgvuldige procedures die nodig zijn bij de ontwikkeling van grootschalige windenergie. Een uitgebreid overzicht van de energiebehoefte in de gemeente Heerenveen en de potentie van duurzame elektriciteit is opgenomen in Bijlage 5.
Duurzaam
500 400
769 114
300 200
234 265
100 0
86 2020
2030
2050
Figuur 2. Elektriciteitsbehoefte gemeente Heerenveen (bron: Overmorgen)
We hebben de ambitie om in 2030 70% van de elektriciteitsvraag lokaal duurzaam op te wekken. Dit is opgenomen in de RES 1.0 en sluit aan bij de uitgangspunten uit het Klimaatakkoord. Om in 2050 volledig energieneutraal te zijn vraagt binnen de huidige provinciale beleidskaders (geen windenergie op land) een enorme ruimtelijke claim van zonneparken. Daar waar deze ruimte de komende jaren ook nodig is voor andere ontwikkelingen als woningbouw, voedselproductie en bedrijven. Omdat we technologische en beleidsmatige ontwikkelingen niet kunnen voorspellen leggen we met dit beleid de focus op 2030.
12
2.2 Duurzaam ruimtegebruik door toepassing van de zonneladder We willen in onze gemeente bewust omgaan met de kansen voor zonne-energie. Onze prioriteit ligt daarom bij zonnepanelen op daken. Dat we ook grootschalige oplossingen nodig hebben om de gemeente energieneutraal te maken, beschouwen we als een gegeven. Deze bieden daarnaast ook kansen om nieuwe kwaliteiten toe te voegen aan het landschap, werkgelegenheid te creëren en innovatie te stimuleren. Bij ontwikkelingen van grootschalige energieprojecten in het landschap hanteren we de volgende ruimtelijke uitgangspunten: • Zuinig ruimtegebruik: het doorlopen van de zonneladder zorgt voor zuinig ruimtegebruik in het buitengebied; • Meervoudig ruimtegebruik: onder andere door het combineren van opgaven en investeringen met andere opgaven; • De bestaande kwaliteiten van een gebied zijn uitgangspunt voor de ontwikkelingen (ruimtelijke kwaliteit); • Grootschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied gaan gepaard met nieuwe investeringen in het landschap. In de Verordening Romte van de provincie Fryslân is opgenomen dat bij initiatieven voor zonneparken in het landelijk gebied de zonneladder wordt doorlopen. We streven in Heerenveen naar duurzaam ruimtegebruik: bij initiatieven voor zonneparken in het landelijk gebied wordt de zonneladder doorlopen.
Hierbij wordt invulling gegeven aan de volgende prioritering voor zonne-energie: Trede 1. Op daken en gevels Zonnepanelen op daken gaan niet ten koste van de schaarse openbare ruimte en ze verdringen geen landbouw- en natuurgronden. We leggen daarom de prioriteit bij zon op dak. We zijn koploper in Fryslân als het gaat om de hoeveelheid zonnepanelen op bedrijfsdaken en 23% van de particuliere woningen heeft al zonnepanelen.
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
Trede 2. Op gronden binnen het bestaand stedelijk gebied Trede 2 beschrijft de mogelijkheden voor zonnepanelen binnen het bestaand stedelijk gebied. Dit zijn vrije bedrijfskavels, ruimte op bestaande bedrijfskavels of parkeerterreinen. Deze locaties zijn niet zonder meer geschikt voor zonnepanelen vanwege evenementen, technische geschiktheid of reeds gemaakte afspraken voor grondverkoop. Trede 3. Op gronden met een andere primaire functie dan landbouwgrond zoals; vuilstorten, nutsvoorzieningen, zandwinputten en infrastructuur Wanneer binnen het stedelijk gebied en op daken onvoldoende mogelijkheden zijn, kan gekeken worden naar locaties die niet ten koste gaan van kostbare landbouw- of natuurgrond. Bijvoorbeeld de op- en afritten en geluidswallen langs de rijkswegen, zandwinplassen, vuilstorten en nutsvoorzieningen. In Heerenveen bevinden vier van de zes zonneparken zich binnen de derde trede van de zonneladder. Trede 4. Op landbouwgronden of natuurgebieden Pas als er met de eerdere treden van de zonneladder onvoldoende duurzame elektriciteit opgewekt kan worden om te voorzien in de elektriciteitsbehoefte van de kern, kunnen landbouwgronden of natuurgebieden ingezet worden voor de opwekking van zonneenergie.
We sluiten ons aan bij het uitgangspunt van de Provincie dat initiatiefnemers niet hoeven te wachten met de ontwikkeling van een zonnepark op landbouwgrond totdat alle potentie uit de eerste drie treden van de zonneladder is gerealiseerd. We vragen van ieder initiatief een lokale afweging en toepassing van de zonneladder. Uitzondering: indien lokale ontwikkelingen aanleiding geven voor een hogere elektriciteitsbehoefte in 2030, bijvoorbeeld als gevolg van het versnellen van de warmtetransitie, kunnen door deze toename in elektriciteitsvraag meer zonneparken op landbouw- en natuurgronden gerealiseerd worden.
13
2.3 Potentie op basis van de zonneladder Om inzicht te krijgen in de potentie van de eerste drie treden van de zonneladder heeft adviesbureau Overmorgen een onderzoek gedaan naar de potentie zon op dak (trede 1) en de potentiële locaties voor trede 2 en 3 (zonneladder Analyses gemeente Heerenveen, Overmorgen, maart 2022). Dit onderzoek is gebruikt om de energiebehoefte en ambities voor de gemeente in kaart te brengen. Initiatiefnemers kunnen gebruik maken van deze informatie bij de lokale uitwerking tijdens de Sinnetafel. Een uitgebreide duiding van dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 5. We wekken begin 2022 al 87 miljoen kWh aan duurzame wind- en zonne-energie op. Overmorgen schat in dat er nog 61 miljoen kWh aan duurzame zonne-energie in voorbereiding is. Dit zijn zowel zonnedaken met een subsidie als zonneparken met een afgegeven vergunning. Om 70% duurzame elektriciteit binnen de eigen gemeentegrenzen te realiseren is nog 119 miljoen kWh aan duurzame elektriciteit nodig. Dit is weergegeven in onderstaand diagram.
Invulling elektriciteitsbehoefte gemeente Heerenveen in 2030 400 mln kWh
Niet duurzaam opgewekt
350 mln kWh
Benodige electriciteit voor 70% duurzaam
300 mln kWh
114 mln kWh
Projecten in voorbereiding
250 mln kWh 200 mln kWh
Bestaande opwek 119 mln kWh
150 mln kWh 100 mln kWh 50 mln kWh
61 mln kWh
87 mln kWh
0 mln kWh Figuur 3. Benodigde aanvullende duurzame elektriciteit voor 2030 (bron: Overmorgen)
Overmorgen heeft ook de potentie van de eerste drie treden van de zonneladder in beeld gebracht. De potentie voor zonne-energie op de eerste drie treden van de zonneladder bedraagt 85 miljoen kWh waarbij er op: Trede 1. 70 miljoen kWh op particuliere en bedrijfsdaken mogelijk is, op Trede 2. 4 miljoen kWh opgewekt kan worden binnen het stedelijk gebied, zoals parkeerplaatsen en vrije kavels, en op Trede 3. 11 miljoen kWh door middel van meervoudig ruimtegebruik opgewekt kan worden, bijvoorbeeld op zandwinplassen of langs infrastructuur.
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
14
2.4 Ruimte voor zonneparken op landbouw- en natuurgronden Als de volledige potentie van de eerste drie treden van de zonneladder voor 2030 wordt gerealiseerd is tot 2030 nog 33 miljoen kWh (ongeveer 33 hectare) zonnepark op landbouw- en natuurgronden nodig. Omdat we verwachten dat ontwikkelingen op de eerste drie treden mogelijk niet voor 2030 volledige benut worden, geven we meer ruimte voor zonneparken. Enerzijds is er voor het dorp Heerenveen meer zonneenergie op landbouw- en natuurgrond nodig om in de energiebehoefte te voorzien. Anderzijds willen we lokaal maatschappelijke initiatieven niet op slot zetten.
Lokaal maatschappelijke initiatieven In Bijlage 5 is de zonneladder per dorp in een tabel weergegeven. Hieruit blijkt dat bij alle dorpen, met uitzondering van Heerenveen en Mildam, ook zonder zonneparken op landbouwgrond al voorzien kan worden in de energie-opgave van 2030. We willen lokale initiatieven niet op slot te zetten, daarom krijgen zij de ruimte om ook vóór 2030 te werken aan de energieopgave van 2050. We geven lokale initiatieven de kans om van onderop aan de slag te gaan met het energieneutraal maken van de eigen omgeving. Ontwikkelingen van zonneparken die bijdragen aan de energieopgave van 2050 staan we toe onder de volgende voorwaarden: • Er is sprake van een lokaal maatschappelijk initiatief (een groep inwoners, plaatselijk belang en/of de lokale energiecoöperatie), en • Er is aantoonbaar sprake van minimaal 50% lokaal eigendom van het zonnepark. Uitzondering voor Heerenveen Voor het dorp Heerenveen geven we deze extra ruimte niet. Tussen 2030 en 2050 neemt de elektriciteitsvraag van Heerenveen, mede door de elektrificatie van de industrie en de gebouwde omgeving, zo sterk toe dat er in 2050 ca. 480 hectare zonnepark bij Heerenveen nodig is. Omdat de technische, economische en beleidsmatige ontwikkelingen tussen nu, 2030 en 2050 fors zullen veranderen, vinden we een ruimteclaim van 480 hectare bij Heerenveen te groot.
Dit staat andere ontwikkelingen (woningbouw, bedrijvigheid) in de weg. We zullen het beleidskader zonneparken voor 2030 herijken om te blijven werken aan de energie-opgave van 2050.
Figuur 4. Z onnepanelen op bedrijfsdaken bedrijventerrein Nieuweschoot
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
15
In onderstaande tabel is de ruimte voor zonneparken op landbouw- en natuurgrond weergegeven. Tot 2030 is er ruimte voor 58 hectare zonneparken op landbouwen natuurgronden. Indien er sprake is van lokaal maatschappelijke initiatieven met bijbehorende voorwaarden neemt dit toe tot 115 hectare. Tabel 1. Beleidsruimte voor zonneparken op landbouw- en natuurgrond per dorp Elektriciteitsverbruik Woonplaats
2020 (mln kWh)
2030 (mln kWh)
2050 (mln kWh)
Akkrum Nes Aldeboarn Bontebok De Knipe Gersloot Haskerdijken Heerenveen Hoornsterzwaag Jubbega Katlijk Luinjeberd Mildam Nieuwebrug Nieuwehorne Nieuweschoot Oranjewoud Oudehorne Oudeschoot Terband Tjalleberd Gemeente
8,3 3,2 4,7 0,9 2,4 1,1 1,2 268,2 2,6 6,8 1,7 1,2 1,6 0,4 2,7 0,8 4,1 2,4 2,8 1,2 2,2 320
9,8 3,8 5,6 1,1 2,8 1,2 1,5 317,3 3,0 8,0 2,0 1,4 1,9 0,5 3,1 0,9 4,8 2,8 3,4 1,4 2,6 379
20,0 7,8 11,3 2,1 5,7 2,5 3,0 644,3 6,2 16,3 4,0 2,8 3,8 1,0 6,4 1,8 9,8 5,8 6,8 2,9 5,3 770
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
Beleidsruimte zonneparken op landbouw- en natuurgrond Reguliere initiatieven Maatschappelijke (hectare) initiatieven onder voorwaarden (hectare) 57,0 1,0 58
9,0 5,0 4,0 2,0 4,0 1,0 10,0 2,0 2,0 1,0 4,0 1,0 3,0 3,0 2,0 3,0 57
2.5 Grootte van een zonnepark Om te voorkomen dat er grote ontwikkelingen op landbouwgrond rondom dorpen en steden worden ontwikkeld stelt de Verordening Romte grenzen aan de omvang van een zonnepark. De grootte van een zonnepark moet passen bij het dorp of de kern. Binnen de gemeente Heerenveen betekent dit dat een maximale grootte van 5 hectare per zonnepark geldt en voor het dorp Heerenveen een maximale grootte van 20 hectare per zonnepark. Hiervan kan worden afgeweken als het initiatief is voortgekomen uit een lokaal maatschappelijk initiatief (minimaal 50% in eigendom lokale gemeenschap) en een grotere omvang nodig is om tegemoet te komen aan de energiebehoefte van één of meerdere samenwerkende kernen. Voor de omvang van zonneparken bij de dorpen geldt dat deze is afgestemd op de aard, de schaal en de energiebehoefte van een dorp. Bij het bepalen van de omvang van een zonnepark hanteren we het panelenveld waarbij rekening gehouden wordt met alle noodzakelijke voorzieningen (hekwerken, transformatoren). Voor de landschappelijke inpassing en extra ruimte voor andere functies zoals het verbeteren van de natuurwaarden mag extra ruimte worden gebruikt. In figuur 5 is het verschil tussen de afbakening van het panelenveld en het zonnepark weergegeven.
16
Figuur 5. Illustratieve weergave afbakening panelenveld en zonnepark
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
Figuur 6. Zonnepark Rioolwaterzuivering Akkrum
17
Uitleg over duurzame alternatievenen Participatie voor aardgas Lokaal eigendom Beleidskader zonneparken in Heerenveen
3 2 18
Participatie en Lokaal eigendom 3.1 Energieprojecten en lokaal eigendom Met dit beleid geven we opvolging aan de afspraken over (financiële) participatie uit het Klimaatakkoord (hoofdstuk Draagvlak; D5, pagina 219) en de RES 1.0 van RESregio Fryslân (hoofdstuk 3.1). We vinden een zorgvuldig participatieproces binnen hernieuwbare energieprojecten van groot belang. We streven naar minimaal 50% eigendom van de lokale omgeving in een zonnepark in het landelijk gebied. Daarin volgen we landelijk beleid. Daarnaast kunnen ook andere vormen van financiële participatie van de lokale omgeving bij deze projecten betrokken worden zoals een omgevingsfonds of een omwonendenregeling.
3.2 Lokaal eigendom & financiële participatie Lokaal eigendom kan op verschillende manieren worden ingevuld. Onder lokaal eigendom verstaan wij: het geheel of gedeeltelijk eigenaar zijn van de energie-opwekker (productie-installatie), bijvoorbeeld als aandeelhouder. Door (risicodragend) mee te ontwikkelen in de realisatie van een zonnepark kan de omgeving actief meebeslissen en draagt zij mee in lusten en lasten. Hoe later de omgeving instapt hoe kleiner het risico en hoe lager de (financiële) rendementen naar verwachting uitpakken. Daarom streven we ernaar dat de omgeving al in de initiatieffase de mogelijkheid krijgt om (mede-) eigenaar te worden.
We willen door lokaal eigendom nastreven dat de omgeving van zonneparken zeggenschap heeft over de opwekking van duurzame energie. Hierin dient een goede balans te bestaan tussen lusten en lasten voor de omgeving. Deze balans houdt in dat de omgeving mee kan beslissen over wie een zonnepark ontwikkelt, wat er gerealiseerd wordt en op welke locatie.
Wie het lokaal eigendom kunnen invullen zijn samenwerkende inwoners en/of bedrijven uit de gemeente Heerenveen die zich verenigd hebben en een maatschappelijke doelstelling nastreven, bijvoorbeeld een energiecoöperatie. Dit kan nooit één bedrijf of één inwoner zijn. Dus een in Heerenveen gevestigde ontwikkelaar of de lokale grondeigenaar kan niet het lokaal eigendom invullen.
Voorrang lokale initiatieven bij zonneparken op gemeentegronden We willen zelf ook bijdragen aan het realiseren van lokaal eigendom. Daarom geven we bij verkoop of erfpacht van gronden die in eigendom zijn van de gemeente Heerenveen de voorkeur aan lokale maatschappelijke initiatieven van bijvoorbeeld energiecoöperaties. Concreet betekent dit dat we bij de uitgifte van erfpacht en/of verkoop van gronden ten behoeve van duurzame energieprojecten criteria toevoegen waarbij lokaal maatschappelijke initiatieven hoger scoren.
In aanvulling op, of indien de omgeving expliciet afziet van lokaal eigendom, kan financiële participatie ook worden nagestreefd via andere vormen. Voorbeelden van verschillende vormen van financiële participatie zijn: • Mede-eigenaarschap: De omgeving profiteert mee als mede-eigenaar van het zonnepark via bijvoorbeeld een vereniging of coöperatie. Hierbij is het streven dat de omgeving zo vroeg mogelijk in de ontwikkeling de mogelijkheid krijgt om medeeigenaar te worden. • Financiële deelneming: De omgeving neemt risicodragend deel aan het zonnepark, bijvoorbeeld door de uitgifte van aandelen, certificaten of obligaties.
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
19
• Duurzaamheidsfonds/Omgevingsfonds: Een deel van de opbrengsten komt ten goede aan een (gemeentelijk) duurzaamheidsfonds en/of aan maatschappelijke doelen in de omgeving. • Omwonendenregeling: Direct omwonenden ontvangen voordeel, bijvoorbeeld in de vorm van verduurzaming van hun woning of een korting op de financiële deelneming. Omdat elk project maatwerk is leggen we niet vooraf vast hoe het lokaal eigendom ingevuld wordt. Bovenstaande lijst is geen uitputtende opsomming van vormen van financiële participatie. Ook kunnen vormen van participatie gecombineerd worden. We vragen van een initiatiefnemer van een zonnepark op landbouwgrond om aan de omgeving een redelijk aanbod te doen om voor minimaal 50% (mede-)eigenaar te worden van het zonnepark. De invulling van het lokale eigendom wordt besproken tijdens de Sinnetafels. Afspraken over de (financiële) participatie worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst.
In het participatieplan worden de volgende elementen opgenomen: • Welke burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties als lokale omgeving deelnemen aan de Sinnetafels; • Welke experts en overige stakeholders deelnemen aan de Sinnetafels; • Op welke wijze de lokale omgeving deelneemt aan de Sinnetafels; • Hoe de lokale omgeving op de hoogte wordt gehouden van het project en waar informatie over het hernieuwbare energieproject beschikbaar is; • Op welke wijze wordt verkend wat de wensen van de lokale omgeving ten aanzien van minimaal 50% lokaal eigendom en financiële participatie zijn; • Hoe de initiatiefnemer zich inspant om met de lokale omgeving tot afspraken te komen over lokaal eigendom en financiële participatie; • Hoe de initiatiefnemer de afspraken met de lokale omgeving wenst vast te leggen. We verwachten van de initiatiefnemer dat hij het participatieplan uitvoert. Indien de initiatiefnemer zich onvoldoende inspant om volgens het participatieplan te werken zullen we de planologische medewerking niet verlenen.
3.3. Het Participatieplan De initiatiefnemer van een zonnepark start vroegtijdig met de lokale omgeving een participatieproces (de Sinnetafel) op om zo een goed beeld te krijgen van de wensen van de lokale omgeving, onder andere ten aanzien van de locatiekeuze, landschappelijke inpassing en financiële participatie. We vragen van de initiatiefnemer vooraf een participatieplan op te stellen waarin staat hoe de omgeving betrokken wordt bij de planvorming tijdens de Sinnetafels.
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
20
Figuur 7. Zonnepark Heerenveen-Zuid
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
21
Uitleg over duurzame alternatievenecologie Landschap, voor en ontwerp aardgas Beleidskader zonneparken in Heerenveen
4 2 22
Landschap, ecologie en ontwerp Om tot een goede inpassing in de omgeving te komen is de ligging in het landschap sterk bepalend. Een zonnepark heeft een ruimtelijke impact, die wordt bepaald door zichtbaarheid van het panelenveld vanuit de omgeving. Deze impact is groter in open landschappen en landschappen met een bijzonder karakter. De gemeente kiest ervoor om terughoudend te zijn in de gebieden met hoge landschappelijke waarde. Zonneparken vinden aansluiting bij de randzones van het stedelijk gebied en kunnen niet in het open buitengebied gerealiseerd worden. De gemeente toetst de uitgangspunten uit de Gedragscode Zon op land bij de ontwerpfase van zonnepark-initiatieven. Deze uitgangspunten vragen van initiatiefnemers om onder andere: •
Aandacht te hebben voor natuur bij het ontwerp van het zonnepark. - Door het ontwikkelen van een natuur- en beheerplan - Het toevoegen van specifieke natuurelementen (poelen, bijenhotel, nestplaatsen) - De mogelijkheid aan klein wild te bieden om het park binnen te gaan - Door middel van vegetatiebeheer sturen op inheemse en kruidenrijke vegetatie • Te werken aan een integrale landschapsopgave. • Ruimte te laten tussen, rond en onder de panelen. Tenminste 25% van het oppervlak blijft onbebouwd. • Verdroging van de bodem te voorkomen. • Geen gebruik te maken van pesticiden of herbiciden. • Na het ontmantelen van het zonnepark blijft oorspronkelijk grondgebruik mogelijk
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
4.1 Grondhouding voor de verschillende landschapstypen In de landschapstypen waar we wel mogelijkheden zien voor zonneparken, is de wijze van inpassing in ieder landschap anders. Elk landschap vraagt om eigen voorwaarden voor inpassing. Het ene landschapstype heeft een groter “opnamevermogen” voor nieuwe ontwikkelingen dan het andere. Per landschapstype wordt er een richtinggevend advies gegeven. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen: 1. Ja; De ontwikkeling / het initiatief past binnen de gewenste functies in het landschapstype en draagt bij aan het behouden of versterken van de landschapskarakteristieken. Ontwikkelingen in dit gebied vragen nog wel om een lokale afweging en maatwerk. 2. Ja, mits; De ontwikkeling / het initiatief vraagt om maatwerk bij het inpassen binnen het landschapstype, waarbij aandacht uitgaat naar een goede balans tussen functies in het landschap en het behouden van de landschapskarakteristieken en natuurwaarden. 3. Nee, tenzij; De ontwikkeling / het initiatief sluit niet aan bij de gewenste functies in het landschapstype. Maatwerk is aan de orde indien er sprake is van een landschapsverbetering. Indien hier geen sprake van is wordt geadviseerd om op zoek te gaan naar een andere locatie (ander landschapstype). 4. Nee; Vanwege de bijzondere cultuurhistorische, recreatie en/of natuurwaarden sluiten we zonneparken in dit landschapstype uit.
In Tabel 2 is het richtinggevende advies per landschapstype voor zonneparken opgenomen. We staan geen zonneparken toe in het Landgoederenlandschap en de randzone hieromheen en in de Heideontginningen. In Bijlage 2 is een kaart met de verschillende landschapstypes in Heerenveen weergegeven. In Bijlage 6 is de gebiedsgerichte uitwerking opgenomen met de belangrijkste richtlijnen voor landschappelijke inpassing van de zonneparken.
23
Tabel 2. Richtinggevend advies per landschapstype Landschapstype
Richtinggevend advies
Woudontginningen
Ja, mits
Heideontginning
Nee
Landgoederenlandschap + randzone
Nee
Veenweide en Veenpolder
Ja, mits
Hoogveenontginning
Ja
Beekdalen
Nee, tenzij
Infrastructuur
Ja
4.2 Combineren van opgaven: Kwaliteitsimpuls in het landelijk gebied We streven ernaar om met een zonnepark de kwaliteit van het landschap en de natuurwaarden zo weinig mogelijk aan te tasten en daar waar het kan juist zo veel mogelijk te versterken. Bij ontwikkelingen van zonneparken geldt dat de kwaliteitsimpuls van de omgeving rond het te realiseren zonnepark afhangt van het gebiedstype en de schaal van het zonnepark. Hier geldt: hoe groter de ingreep in het landschap, hoe groter de kwaliteitsimpuls. Het is van belang om na te denken en goede afspraken te maken over het landschap dat achterblijft nadat het zonnepark wordt opgeruimd. Dit kan door vast te leggen hoe en aan wie de grond van het initiatief na de looptijd wordt opgeleverd. Bijvoorbeeld door het aanleggen van nieuwe landschappelijke, ecologische of recreatieve structuren waar na de ontmanteling van kan worden geprofiteerd. Deze uitgangspunten worden opgenomen en vertaald in het inrichtings- en beheerplan.
We vragen van elk initiatief in het landelijke gebied een inrichtings- en beheerplan waarin de kwaliteitsimpuls concreet wordt gemaakt, passend bij het landschapstype. Dit betreft ruimtelijke kwaliteit, ecologie en biodiversiteit. Dit plan wordt opgenomen in de voorschriften van de vergunning of als voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan. 4.3 Ecologie en Biodiversiteit Een zonnepark heeft invloed op de ecologische waarden en biodiversiteit6. Hier kan in het ontwerp van het zonnepark op gestuurd worden. Wat de precieze invloed is, is niet altijd op voorhand te zeggen. Van belang is wat de uitgangssituatie is van de bestaande locatie en welke kwaliteiten we willen versterken. Dat bepaalt hoe een zonnepark inpasbaar is en welke maatregelen in ontwerp en inrichting wel of juist niet de voorkeur hebben. Uit onderzoek blijkt dat naast de inrichting ook het beheer een belangrijke factor is voor het realiseren en verbeteren van biodiversiteit en bodemkwaliteit. Ook leven verschillende soorten in verschillende milieus (droog of nat). Nederland kent een voedselrijke bodem door landbouwkundig gebruik. Afhankelijk van de doelbestemming na ontmanteling van het zonnepark is het verschralen van de voedselrijke bodem tijdens de exploitatie van het zonnepark essentieel om de biodiversiteit te verhogen, dit kost minimaal vijf jaar.
Omdat beheer als belangrijkste factor gezien wordt voor het realiseren en behouden van biodiversiteit moet de initiatiefnemer bij de aanvraag van de vergunning een inrichtings- en beheerplan opstellen, waarbij niet alleen met de randen van het zonnepark, maar juist met de grond onder de panelen rekening gehouden dient te worden. Het realiseren van en beheren volgens dit inrichtings- en beheerplan wordt opgenomen als voorschrift in de vergunning of als voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan. 6
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
https://edepot.wur.nl/541057
24
We vragen van initiatiefnemers rekening te houden met in ieder geval de volgende aspecten: • Grondwaterpeil: Het verhogen van de grondwaterstand kan de bodemkwaliteit verbeteren en oxidatie van veenpakketten voorkomen. Ook het creëren van gradiënten kan de biodiversiteit verhogen. • Randen: Afhankelijk van het landschap kan bijvoorbeeld een brede houtwal met zoom en mantelvegetatie van inheemse soorten een waardevolle bijdrage leveren aan de biodiversiteit. • Afrastering: Hekwerken of brede sloten worden gerealiseerd om ongewenste bezoekers buiten te houden. Door de keuze hoe de afrastering vorm krijgt kunnen ook bepaalde diersoorten buitengehouden worden of juist toegelaten worden om bescherming te zoeken. Ook kan gekeken worden naar levende afrasteringen (planten, struiken, klimmers etc.) met inheemse soorten. • Ontwerp: Keuzes in het ontwerp zoals zuid of oost-west opstellingen, de afstand tussen de tafels met panelen en de breedte en hoogte van de tafels met panelen hebben sterke invloed op de biodiversiteit. Belangrijk hierbij is een goede neerslagverdeling. Er is sprake van ten minste 25% onbebouwd oppervlak. • Groenbeheer en begrazing: Omdat zonneparken vaak op voedselrijke bodem worden gerealiseerd is het advies om minimaal de eerste vijf jaar te maaien en af te voeren.
Het begrazen zorgt vrijwel niet voor verschraling, want de mest van de dieren komt weer terug op het terrein.
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
In het vastgestelde Duurzaamheidsprogramma (2019) is de ambitie uitgesproken om als gemeente te werken aan een fijnmazig, lokaal natuurnetwerk. Dit netwerk omvat zowel het landelijk gebied, bebouwde omgeving, particuliere tuinen en bedrijventerreinen. We vragen initiatiefnemers te kijken naar aanvullingen en kansen voor dit natuurnetwerk en om deze kansen te betrekken in het inrichtings- en beheerplan.
Figuur 8. Zonnepark Omweg Heerenveen. (foto: GreenIPP)
25
Uitleg over duurzame alternatieven voorvisie Van aardgas naar uitvoering Beleidskader zonneparken in Heerenveen
5 2 26
Van visie naar uitvoering We kunnen niet op voorhand meewerken aan ieder initiatief. Via dit beleidskader geven we kaders en randvoorwaarden mee. De locatiekeuze, landschappelijke en maatschappelijke invulling van het initiatief beoordelen we per geval. We passen bij elk zonnepark maatwerk toe. In Bijlage 1 is een stroomschema opgenomen waarbij de haalbaarheid van een initiatief indicatief kan worden bepaald. 5.1. Stappenplan Om initiatiefnemers helderheid te geven over de te doorlopen procedure hanteren we bij de aanvraag en de beoordeling van nieuwe grondgebonden zonnepark initiatieven aansluitend aan het stedelijk gebied het volgende stappenplan.
1. Indienen van een projectvoorstel De eerste stap is dat een initiatiefnemer een voorstel indient bij de gemeente. In dit projectvoorstel beschrijft de initiatiefnemer kort het initiatief. Wat is de locatie of zoekgebied, gewenste omvang voorzien van een situatietekening met benodigde ondersteunende gebouwen en wat zijn eventuele bijzonderheden? 2. Beoordeling gemeente Tijdens de pre-scan doet de gemeente een eerste beoordeling van het plan en beslist zij welke procedure wenselijk is. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen: A. Relatief eenvoudige zonneparken. Hierbij beoordeelt de gemeente de wenselijkheid van het verzoek. Wanneer de gemeente het initiatief als wenselijk beoordeelt neemt de gemeente een positieve (ja-mits) grondhouding aan. B. In geval van een complexere gebiedsontwikkeling is een integrale blik wenselijk. Hiervoor wordt de opgavetafel ingezet.
Stappenplan procedure zonnepark Indienen projectvoorstel
Stap 1
Gemeente en initiatiefnemer gaan in gesprek
Stap 2
Stap 3
Beoordeling gemeente
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
Opstarten planologische procedure
Stap 4
Stap 5
3. Gemeente en initiatiefnemer gaan in gesprek De gemeente en initiatiefnemer gaan in gesprek over het initiatief en het zoekgebied. Doel is om afspraken te maken over hoe het project in relatie tot beleid en wetgeving kan worden toegepast. De gemeente bespreekt met de initiatiefnemer welke beleidsmatige uitgangspunten voor dit initiatief van belang zijn. Daarnaast worden er afspraken gemaakt over hoe de omgevingsparticipatie vorm krijgt tijdens de Sinnetafels. Deze afspraken worden door de initiatiefnemer uitgewerkt in een Participatieplan (zie hoofdstuk 3.3 voor de uitwerking hiervan).
Sinnetafel gesprek
27
4. Sinnetafels De initiatiefnemer organiseert de Sinnetafels volgens het Participatieplan. Onze visie op de Sinnetafel is opgenomen in het ‘Sinnetafels’. Resultaat van de Sinnetafel is: • Dat duidelijk is of op basis van de zonneladder de aanleg van het zonnepark nodig is om te voorzien in de energiebehoefte van de kern. • Een door de omgeving gedragen plan voor het zonnepark. • Overeenstemming over de landschappelijke, ruimtelijke en ecologische inpassing. • Een samenwerkingsovereenkomst met daarin afspraken over lokaal eigendom. De initiatiefnemer werkt de resultaten uit in een projectplan. De gemeente beoordeelt het projectplan op bovengenoemde criteria. Na goedkeuring van dit projectplan kan de planologische procedure worden opgestart. 5. De benodigde planologische procedure kan worden opgestart Nadat alle voorgaande stappen succesvol zijn doorlopen kan de initiatiefnemer overgaan tot het opstarten van de planologische procedure, bijvoorbeeld het indienen van een aanvraag voor de omgevingsvergunning of het wijzigen van het bestemmingsplan (omgevingsplan). Indien initiatiefnemer zich onvoldoende heeft ingespannen om aan de afspraken in het Participatieplan te voldoen, zal de gemeente de planologische medewerking weigeren.
Planologisch instrumentarium In onderstaande tabel is weergegeven welk juridisch kader in welke situatie van toepassing is. A
- Geprojecteerd binnen bestemming wonen en de energieproductie staat in verhouding tot de functie wonen? - Geprojecteerd binnen bestemming bedrijven of overige bestemmingen en de energieproductie staat in verhouding tot deze bestemming?
Omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’. Past binnen bestemmingsplan/ omgevingsplan
B
Aansluitend aan of op enige afstand van het bestaand stedelijk gebied zoals aangegeven in de Omgevingsverordening?
Omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’ en bestemmingsplan/ omgevingsplan wijziging. Tzt thematische wijziging omgevingsplan
C
Geprojecteerd op een bijzondere locatie in het buitengebied waarbij sprake is van integrale gebiedsontwikkelingen of waarbij het initiatief voorkomt uit meerdere samenwerkende dorpen?
Bestemmingsplan/ Omgevingsplan, of; Bij aanvraag die past binnen beleidskader, maar niet in bestemmingsplan; afwijkingsprocedure Omgevingsplan. Binnen 5 jaar aanpassing omgevingsplan
D
Onderdeel uitmakend van de infrastructuur?
Tabel 3. Juridische kaders per situatie.
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
28
Sinnetafel Bij zonneparken in het landelijk gebied op landbouwgrond komt de locatiekeuze, ruimtelijke en landschappelijke inpassing tot stand aan de hand van een of meerdere Sinnetafels. Hierbij worden alle partijen (initiatiefnemer, gemeente, provincie, omwonenden, omgeving, plaatselijk belang/wijkraad, energiecoöperatie, netbeheerder, waterschap e.d.) die een belang hebben bij de ontwikkeling van een zonnepark bij elkaar gebracht om te komen tot de juiste locatiekeuze en landschappelijke inpassing en het initiatief vervolgens gezamenlijk verder te brengen. De initiatiefnemer is de organisator van de Sinnetafel en werkt volgens het opgestelde Participatieplan. De initiatiefnemer mag een adviesbureau inschakelen voor de ondersteuning bij de Sinnetafel. Tijdens de eerste Sinnetafel zal de initiatiefnemer samen met de omgeving de zonneladder doorlopen. Hij kan hierbij gebruik maken van de informatie uit het zonneladderonderzoek dat Overmorgen in opdracht van de gemeente Heerenveen heeft uitgevoerd. Naast het werken aan een ruimtelijk en landschappelijk inpassingsplan vragen we de initiatiefnemer ook de financiële participatie te bespreken tijdens een Sinnetafel. Hierbij worden heldere afspraken over financiële participatie vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. Figuur 9. Drijvend zonnepark De Dolten (foto: GroenLeven)
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
29
5.2. Netcapaciteit Zonne-energie heeft de laatste jaren een enorme vlucht genomen. Dit heeft impact op het elektriciteitsnet. Op verschillende punten in het elektriciteitsnet kunnen knelpunten ontstaan. Hierdoor is het niet vanzelfsprekend dat een zonnepark elektriciteit aan het net kan leveren. De locatiekeuze van een zonnepark heeft invloed op de (maatschappelijke) kosten van de benodigde netinfrastructuur. Om toekomstige knelpunten in het elektriciteitsnet zoveel mogelijk te voorkomen is een vroegtijdige afstemming met Liander noodzakelijk. Ondanks dat de aansluitmogelijkheden geen aspect zijn in de planologische toets vragen we de initiatiefnemer rekening te houden met de volgende uitgangspunten:
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
• Koppel vraag en aanbod aan elkaar: Elektriciteit die direct verbruikt wordt, hoeft niet getransporteerd te worden. Daarom heeft het de voorkeur om zonneparken dichterbij grotere elektriciteitsvragers te realiseren. • Realiseer zo dicht mogelijk bij onderstations: Met name grote zonneparken dienen rechtstreeks aangesloten te worden op onderstations of schakelstations. Hoe dichter een zonnepark bij een onder- of regelstation gerealiseerd wordt, hoe lager de (maatschappelijke) kosten. • Maak gebruik van aftoppen / curtailment: Zonnepanelen kennen een lage capaciteitsfactor. Dit betekent dat er maar weinig uren in het jaar het maximale vermogen geproduceerd wordt. Door het zonnepark op een lager vermogen aan te sluiten blijft er meer ruimte voor andere initiatieven. Aftoppen tot 30% is al gangbaar in de markt (Gedragscode Zon op land – Holland Solar). In gebieden waar al beperkingen gelden kan Liander als er bijvoorbeeld storingen zijn ook zonneparken op afstand afschakelen. • Pas flexibele opslag toe: Zonneparken hebben vaak grotere aansluitingen. Deze kunnen ingezet worden om het lokale elektriciteitsnet te balanceren. Bijvoorbeeld door het toepassen van batterij-opslag of de productie van waterstof. • Maak gebruik van directe levering: Elektriciteit die rechtstreeks aan een afnemer geleverd (en gebruikt) wordt, hoeft niet te worden getransporteerd.
Dit kan door het zonnepark (deels) op een bestaande verbruiker aan te sluiten.
30
bijlagen Uitleg over duurzame alternatieven voor aardgas Beleidskader zonneparken in Heerenveen
2 31
Bijlage 1.
Stroomschema haalbaarheid zonneparken
Onderstaand schema geeft een eerste indicatie of een initiatief kansrijk is. Aan dit schema kunnen geen rechten worden ontleend. De voorwaarden uit de Verordening Romte7 zijn hierin leidend.
Wilt u zonnepanelen plaatsen op het dak van een gebouw?
ja
nee
Wilt u zonnepanelen plaatsen op uw (bedrijfs) perceel voor gebruik van uw woning of eigen bedrijf?
ja
nee
Wilt u zonnepanelen plaatsen binnen het Bestand Stedelijk Gebied?
ja
nee
Wilt u zonnepanelen plaatsen op andere gronden dan Landbouwgrond?
nee
Wilt u zonnepanelen plaatsen aangrenzend aan het Bestaand Stedelijk Gebied? Of krijgt de locatie op termijn (een redelijke) aansluiting op het Bestaand Stedelijk Gebied?
ja ja
Dit is alleen in uitzonderlijke gevallen niet toegestaan. Vaak is het plaatsen op daken zelfs vergunningsvrij.
7
Dit is in veel gevallen toegestaan mits u onder andere kunt aantonen dat u de opgewekte energie nodig heeft voor uw woning of bedrijf.
T.z.t. te vervangen door de Omgevingsverordening Fryslân
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
In principe wil de gemeente hieraan meewerken. Maar er moet wel een degelijk inpassingsplan gemaakt worden en de impact mag niet te groot zijn op de omgeving.
Andere gronden zoals; zandwinplaatsen, vuilstorten, nutsvoorzieningen en infractructuur hebben de voorkeur boven landbouwgronden. Uit een zonneladderonderzoek moet blijken dat het zonnepark nodig is. De omgeving dient betrokken te worden bij de planvorming en de mogelijkheden tot financiële participatie.
Uit een zonneladder onderzoek moet blijken dat een zonnepark op landbouwgrond nodig is. Het organiseren van een Sinnetafel is verplicht waaruit de locatiekeuze en wenselijkheid van het zonnepark volgt. Er sprake van minimaal 50% lokaal eigendom.
nee
Slechts bij uitzonderlijke gevallen is een zonnepark buiten het Bestaand Stedelijk Gebied mogelijk. Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een integrale gebiedsontwikkeling, het zonnepark binnen 10 jaar aansluiting krijgt bij het Bestaand Stedelijk Gebied of wanneer er sprake is van een maatschappelijk initiatief van een of meerdere samenwerkende kernen. De overige verplichtingen voor zonneparken op landbouwgrond blijven van toepassing.
32
Bijlage 2. Gebiedsindeling
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
33
Bijlage 3. Bestaand stedelijk gebied
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
34
Bijlage 4. Groenstructuren
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
35
Bijlage 5. De energieopgave Huidig energieverbruik en toekomstige ontwikkeling We hebben een energieverbruik (elektriciteit, warmte en voertuigbrandstoffen) van ongeveer 5.700 TJ. Hiervan wordt 20% gebruikt als elektriciteit, 47% voor verwarming van gebouwen en 33% voor transport. (bron: zonneladder-onderzoek Overmorgen) Per jaar wordt in de gemeente ongeveer 320 miljoen kWh elektriciteit verbruikt. Hiervan wordt 260 miljoen kWh door bedrijven en industrie gebruikt en 60 miljoen kWh door huishoudens. In de toekomst zal fors bespaard moeten worden op elektriciteits-en gasverbruik. Aardgas zal steeds vaker vervangen worden door warmtepompen, zonthermie en/of waterstof. Voertuigbrandstoffen zullen op termijn vervangen worden door elektriciteit en/of waterstof. Deze ontwikkelingen leiden tot een toename van het elektriciteitsverbruik. Hoe de ontwikkeling van de energievraag er precies uit zal zien is niet op voorhand te voorspellen. Daarom heeft het adviesbureau Overmorgen op basis van landelijke uitgangspunten en een lokale verfijning scenario’s voor 2030 en 2050 gemaakt. Doel van deze scenario’s is om een indicatie te hebben van de toekomstige elektriciteitsbehoefte en daarmee de behoefte aan duurzame elektriciteitsopwekking. In 2030 verwacht het adviesbureau Overmorgen een forse besparing bij huishoudens en bedrijven.
Het gemiddelde energielabel van woningen komt uit op label B. Ongeveer 25% van de woningen wordt verwarmd door middel van een warmtepomp. Ook verwachten zij dat 20% van de personenauto’s op elektriciteit rijdt. Dit zorgt voor een stijging van de elektriciteitsvraag met 19% naar 380 miljoen kWh.
8
Figuur 10. Ontwikkeling energievraag in 2030 en 2050 8
In 2050 verwacht het adviesbureau Overmorgen een nog verdere besparing bij huishoudens en bedrijven. Het gemiddelde energielabel van woningen komt uit op label A. Alle gebouwen en woningen zijn aardgasvrij. Ook verwachten zij dat 100% van de personenauto’s op elektriciteit rijdt. Dit zorgt voor een stijging van de elektriciteitsvraag met 142% naar 770 miljoen kWh. Huidige opwek en reeds vergunde projecten In de gemeente wordt 27% van de elektriciteitsvraag duurzaam opgewekt. Door middel van zonnepanelen op daken bij particulieren en bedrijven, maar ook door middel van een aantal zonneparken en windmolens. Daarnaast zijn er meerdere zonneenergieprojecten in voorbereiding die beschikken over een subsidiebeschikking of een vergunning. Ondanks dat het zonnepark Klaverblad Noordoost nog geen vergunning heeft is dit zonnepark wel meegenomen onder het kopje ‘Zonneparken in ontwikkeling’ omdat hiervoor al een uitgebreid omgevingsproces is doorlopen.
1 TJ = 0,278 miljoen kWh
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
36
In figuur 11 is de verhouding weergegeven tussen de gemeentelijke elektriciteitsvraag in 2030 en de huidige duurzame opwekprojecten in de gemeente. Er wordt reeds 86 miljoen kWh per jaar duurzaam opgewekt. Daarnaast is nog ca. 60 miljoen kWh per jaar aan projecten in ontwikkeling. Om in 70% van de elektriciteitsbehoefte van de gemeente van 2030, de RES 1.0 ambitie van de gemeente, te voorzien moet nog 119 miljoen kWh aan duurzame elektriciteitsopwekking gerealiseerd worden binnen de gemeentegrenzen.
In 2050 Energieneutraal We hebben als ambitie om in 2050 volledig energieneutraal te zijn. Voor 2030 willen we 40% van het energieverbruik van alle sectoren (gebouwde omgeving, bedrijven en transport) in de gemeente duurzaam opwekken binnen de eigen gemeente. Dit doen wij door te streven naar het duurzaam opwekken van 70% van ons totale elektriciteitsverbruik van 2030. In 2050 moet 100% van ons elektriciteitsverbruik lokaal duurzaam worden opgewekt. In Figuur 12 is weergegeven hoeveel duurzame elektriciteit nog in de gemeente opgewekt moet worden om de doelen voor 2030 en 2050 te halen.
Figuur 11. Elektriciteitsbehoefte gemeente Heerenveen Figuur 12. Benodigde duurzame elektriciteit gemeente Heerenveen in 2030 en 2050 (bron: Overmorgen)
Beleidskader zonneparken in Heerenveen
37
Potentie zonne-energie naar aanleiding van onderzoek zonneladder In het zonneladder-onderzoek is door adviesbureau Overmorgen onderzocht wat de technische potentie van zonne-energie op de eerste drie treden van de zonneladder is. Hierbij is gebruik gemaakt van openbare bronnen, aangevuld met een uitgevoerde studie naar de potentie voor zon op dak. Deze studie heeft zowel alle particuliere daken als bedrijfspanden in beeld gebracht. 1. Voor de daken (trede 1) waar nog geen zonnepanelen zijn geplaatst is een potentie berekend van 140 miljoen kWh. Omdat niet alle daken technisch geschikt zijn of niet volledig vol gelegd worden, gaat Overmorgen ervan uit dat hier nog 50% van gerealiseerd zal worden. Dit komt neer op een potentie van 70 miljoen kWh. 2. Voor locaties binnen bestaand stedelijk gebied (trede 2) is gekeken naar vrije bedrijfskavels en parkeerterreinen van meer dan 500 m². Voor kleinere parkeerplaatsen is de businesscase maar moeilijk rond te krijgen. Er is hierbij gecorrigeerd voor locaties waarvoor de gemeente al afspraken heeft gemaakt met te vestigen bedrijven. Vanwege de technische, financiële en ruimtelijke afhankelijkheden is gerekend met een realisatiekans van 10%. Dit komt overeen met landelijke uitgangspunten. Voor Heerenveen komt dit neer op een potentie van 4 miljoen kWh.