1.1.5 De_Knipe_-_Parkeerterrein_naast_Jan_Jonkmanweg_29_ontwerp_1
Tekst van het document
De Knipe - Parkeerterrein naast Jan Jonkmanweg 29
2
Inhoudsopgave
Ruimtelijke onderbouwing
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging van het projectgebied
7
1.3
Planologische regeling
8
1.4
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2
Projectbeschrijving
11
2.1
Huidige situatie
11
2.2
Toekomstige situatie
11
Hoofdstuk 3
Beleidskader
15
3.1
Rijksbeleid
15
3.2
Provinciaal beleid
16
3.3
Gemeentelijk beleid
17
Hoofdstuk 4
Milieu- en omgevingsaspecten
19
4.1
Archeologie
19
4.2
Cultuurhistorie
19
4.3
Ecologie
20
4.4
Bodem
20
4.5
Luchtkwaliteit
21
4.6
Geluid
21
4.7
Verkeer en parkeren
21
4.8
Water
22
4.9
Bedrijven en milieuzonering
23
4.10
Kabels en leidingen
24
4.11
Externe veiligheid
24
4.12
Vormvrije mer-beoordeling
24
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
27
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
27
5.2
Economische uitvoerbaarheid
27
Hoofdstuk 6
Conclusie
29
Bijlagen Bijlage 1 Rho adviseurs voor leefruimte
31 Watertoets
33 20220512
3
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
4
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
5
Ruimtelijke onderbouwing
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
6
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
7
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
In het dorp De Knipe is aan de Jan Jonkmanweg het plaatselijke sportpark gevestigd. Wegens de groei van de aldaar aanwezige verenigingen is er een parkeerprobleem ontstaan. Daarom is het initiatief opgevat om een extra parkeerterrein aan te leggen, naast het perceel Jan Jonkmanweg 29. De beoogde ontwikkeling is echter niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te kunnen maken, wordt een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan aangevraagd. Bij deze aanvraag moet worden onderbouwd dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De voorliggende onderbouwing voorziet daarin. De gemeente Heerenveen heeft aangegeven in principe mee te willen werken aan het project.
1.2
Ligging van het projectgebied
Het projectgebied ligt ten zuiden van het perceel Jan Jonkmanweg 29, op ongeveer 850 meter tot de dorpskern van De Knipe. In figuur 1.1 is de ligging van het projectgebied weergegeven.
Figuur 1.1
Ligging van het projectgebied
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
8
1.3
Planologische regeling
Ter plaatse van het projectgebied geldt het bestemmingsplan Buitengebied 2007, waarin het perceel is bestemd als 'Agrarisch gebied 1'. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering. Ondergeschikt zijn openbare nutsvoorzieningen, extensief dagrecreatief medegebruik, infrastructurele voorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, sloten, beken en daarmee gelijk te stellen waterlopen ook toegestaan. Er is binnen het projectgebied geen sprake van een bouwperceel. In figuur 1.2 is een uitsnede van het huidige bestemmingsplan opgenomen.
Figuur 1.2
Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied 2007'
Strijdigheid van het voornemen en procedurekeuze Het aanleggen van een parkeerterrein ten behoeve van sportverenigingen is niet toegestaan binnen de geldende bestemming. Infrastructurele voorzieningen zijn slechts toegestaan wanneer deze ondergeschikt zijn aan een agrarisch bedrijf met in hoofdzaak een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering. Voor onderhavige ontwikkeling wordt op basis van artikel 2.12 lid 1, sub a onder 3° Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), een omgevingsvergunning voor de activiteit 'Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening' aangevraagd. Voor de omgevingsvergunning geldt in dit geval de uitgebreide procedure, waarbij geldt dat gemotiveerd moet worden dat vanuit een goede ruimtelijke ordening medewerking kan worden verleend. Voor de ruimtelijke afweging hiervan is deze ruimtelijke onderbouwing opgesteld.
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
9
1.4
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie, de gewenste ontwikkelingen en de landschappelijke inpassing daarvan. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten getoetst aan het voor het project relevante beleid op de verschillende niveaus. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. Vervolgens worden in hoofdstuk 5 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid van het project besproken. Tot slot bevat hoofdstuk 6 de conclusie van deze ruimtelijke onderbouwing.
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
10
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
11
Hoofdstuk 2
2.1
Projectbeschrijving
Huidige situatie
Aan de Jan Jonkmanweg in De Knipe zijn verschillende sportverenigingen gevestigd op Sportpark De Knipe. Het gaat onder meer om een voetbalvereniging, een korfbalvereniging en een survivalvereniging. Bij het sportpark ligt, centraal gelegen, een parkeerterrein waar alle aanwezige verenigingen gezamenlijk gebruik van maken. Aan de overzijde van de Jan Jonkmanweg staan woningen. Het lint stopt na nummer 29. Hier ligt het projectgebied van onderhavig project. De gronden betreffen agrarische gronden, ingericht als grasland. Aan de noordzijde wordt het gebied begrensd door het woonperceel Jan Jonkmanweg 29. Aan de zuidzijde liggen moestuinen en aan de westzijde loopt de Jan Jonkmanweg. De oostzijde wordt begrensd door agrarische gronden, die tevens achter de moestuinen en de weg liggen. Het projectgebied ligt tegen de bebouwde kom aan, die begint bij de Jan Jonkmanweg 29. In figuur 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie weergegeven.
Figuur 2.1
2.2
Luchtfoto van de huidige situatie
Toekomstige situatie
Door de groei van verschillende sportverenigingen op Sportpark De Knipe, en met name door de komst van de survivalvereniging, is er in de jaren voor 2018 een parkeerprobleem ontstaan. Het huidige gezamenlijke parkeerterrein van de sportverenigingen kan niet langer voorzien in de parkeerbehoefte. De problemen zijn het grootst op zaterdagmorgen en zondagmiddag, maar ook op traningsavonden wordt er tevens geparkeerd aan de Jan Jonkmanweg. Hierdoor ontstaat een onveilige situatie op het gebied van verkeer.
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
12
Als gevolg hiervan hebben de sportverenigingen op het sportpark, als ook de omliggende bewoners en huurders, gezamenlijk het initiatief opgevat om naast het woonperceel Jan Jonkmanweg 29 een uitbreiding van de parkeerplaats te realiseren. Dit parkeerterrein biedt ruimte aan 18 parkeerplaatsen. De komst van dit parkeerterrein biedt de oplossing voor het parkeerprobleem als gevolg van een tekort aan parkeerplaatsen op het sportpark. In figuur 2.2 is een schematische tekening van het terrein weergegeven.
Figuur 2.2
Toekomstige inrichting van het nieuwe parkeerterrein
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
13
Landschappelijke inpassing Het projectgebied ligt in het buitengebied van de gemeente Heerenveen en grenst direct aan bestaand stedelijk gebied. Langs de oostzijde van het parkeerterrein, de zijde die naaar het buitengebied gericht is, wordt een groenzone met houtsingel aangelegd. Daarmee wordt een goede landschappelijke overgang naar het buitengebied gerealiseerd, waarmee het parkeerterrein aan het zicht wordt onttrokken vanaf het buitengebied. Aan de achterzijde (noordoosten) van het parkeerterrein komt geen nieuwe houtsingel, maar wordt de bestaande boom voldoende geacht. In overleg met de bewoners van het naastgelegen perceel is tevens besloten om niet aan de zijde van het woonperceel een houtsingel te realiseren. De bestaande beplanting op de gronden van de bewoners wordt als voldoende beschouwd.
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
14
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
15
Hoofdstuk 3
3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken; te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.
Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in 4 opgaven: Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda. Voor Noord Nederland wordt in 2021 een omgevingsagenda opgesteld, waar Regio Noord- Holland onderdeel van uitmaakt. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden. Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
16
voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten; een Regio Deal of verstedelijkingsstrategie. Conclusie Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan de conclusie worden getrokken dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de NOVI en niet strijdig met de opgaven die in de NOVI zijn opgenomen. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) (artikel 3.1.6) is geregeld dat een toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voorzien in duurzame verstedelijking. Het artikel is op 12 mei 2017 gewijzigd. Deze wijziging is op 1 juli 2017 in werking getreden. Deze regeling houdt in dat de toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling bevat. Indien het ruimtelijk plan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet er tevens gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De ontwikkeling van een parkeerterrein met ruimte voor 18 parkeerplaatsen is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking. Desondanks is de behoefte aan het parkeerterrein al wel uiteengezet in paragraaf 2.2.
De locatie ligt weliswaar in het buitengebied, maar grenst wel direct aan het bestaand stedelijk gebied. Om de locatie te bepalen is in de directe omgeving van het sportpark gekeken naar gronden die nog vrij waren en die tevens op zeer korte afstand tot het sportpark liggen. Een te grote afstand zou er voor zorgen dat mensen alsnog weinig gebruik zouden maken van het parkeerterrein. De locatie die nu is aangewezen is in deze omgeving de enige beschikbare locatie hiervoor.
3.2
Provinciaal beleid
Het provinciale beleid is uiteengezet in de Omgevingsvisie Provincie Fryslân. De belangrijkste uitgangspunten uit het provinciale beleid zijn in de regelgeving vastgelegd in de Verordening Romte Fryslân. De nieuwe omgevingsverordening is nog niet vastgesteld. 3.2.1 Omgevingsvisie Provincie Fryslân 'De romte diele' De hoofdambitie van de provincie voor de Friese leefomgeving is brede welvaart in een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân. In de Omgevingsvisie werkt de provincie de provinciale ambities, opgaven, doelen en werkwijze voor de komende jaren uit. De werkwijze is gestoeld op negen principes: Inhoudelijke principes 1. zuinig ruimtegebruik; 2. omgevingskwaliteit als ontwerpbasis; 3. koppelen van ambities; 4. gezondheid en veilig; Samenwerkingsprincipes 5. rolbewust; 6. decentraal wat kan; 7. ja, mits; 8. aansluiting zoeken; 9. sturen op proces, ruimer op inhoud. Dit is vertaald naar vier urgente opgaven die de provincie wil aanpakken:
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
17
1. 2. 3. 4.
Fryslân houdt de leefomgeving vitaal, leefbaar en bereikbaar; Fryslân zet de energietransitie met kracht voort; Fryslân wordt klimaat-adaptief ingericht; Fryslân versterkt de biodiversiteit.
Toetsing De opgave Fryslân houdt de leefomgeving vitaal, leefbaar en bereikbaar gaat onder meer in op het afstemmen van het aanbod aan woningen en voorzieningen op de verandering van de bevolking. In dit geval wordt met het parkeerterrein een voorziening gerealiseerd die inspeelt op de parkeerbehoefte rondom het sportpak in De Knipe. Daarmee wordt voorzien in een voorziening die voortkomt uit een concrete behoefte. Hiermee wordt niet alleen meer parkeerruimte gerealiseerd, maar wordt in de straat ook de verkeersveiligheid voor omwonenden vergroot. Dit is in overeenstemming met de provinciale omgevingsvisie. 3.2.2 Verordening Romte Fryslân Op 25 juni 2014 is de Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld, deze is daarna een aantal keren partieel herzien. In de verordening zijn regels opgenomen die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. Het projectgebied ligt in het landelijke gebied. Artikel 2.1 Ruimtelijke kwaliteit In artikel 2.1 wordt aangegeven dat de plantoelichting van een ruimtelijke plan voor het landelijk gebied een ruimtelijke kwaliteitsparagraaf moet bevatten. Hierin moet een zorgvuldige inpassing van het plan worden aangetoond. In paragraaf 2.2 is aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing.
Artikel 2.3 Zorgvuldig ruimtegebruik In artikel 2.3 van de Verordening is opgenomen dat de toelichting bij een ruimtelijk plan, dat voorziet in een nieuwe stedelijke functie buiten bestaand stedelijk gebied, een verantwoording moet bevatten waaruit blijkt dat toepassing is gegeven van het principe van zorgvuldig ruimtegebruik, waaruit in ieder geval blijkt waarom die functie redelijkerwijs niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Hierop is in het kader van de toetsing van de ladder voor duurzame verstedelijking in paragraaf 3.1 al nader ingegaan. Op basis van deze motivering is een ligging in het landelijk gebied, direct grenzend aan het stedelijk gebied, verantwoord. Voor het overige zijn in de provinciale verordening geen regels opgenomen ten aanzien van de realisatie van het parkeerterrein. Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat het plan in overeenstemming is met de Verordening Romte Fryslân.
3.3
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Heerenveen 1.0 De omgevingsvisie bevat het integrale beleid op hoofdlijnen voor de fysieke leefomgeving. In de visie staan de ambities, kernopgaven en de uitgangspunten van het gemeentelijke beleid voor de fysieke leefomgeving. De kernkwaliteiten die centraal staan zijn: 1. Een landelijk onderscheidend profiel als (top)sportgemeente; 2. De uitstekende (boven)regionale bereikbaarheid en daarbij horend vestigingsklimaat; 3. De nabijheid van regionale voorzieningen; 4. Landschappelijke diversiteit;
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
18
5. 6.
De historie van de (veen)ontginningsgeschiedenis; Een robuust groen- en blauw netwerk.
De gemeente hanteert een aantal afwegingsprincipes in geval van nieuwe initiatieven: 1. Elk initiatief versterkt de bestaande kernkwaliteiten of voegt nieuwe omgevingskwaliteit toe; 2. Het plan van de één wordt niet het probleem van de ander; 3. We werken gebiedsgericht en durven onderscheid te maken tussen gebieden; 4. We bekijken vraagstukken in samenhang; bij elke ontwikkeling grijpen we kansen op het gebied van gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. Met betrekking tot de realisatie van een parkeerterrein ten behoeve van een bestaand sportpark zijn geen expliciete opvattingen, uitgangspunten of ambities opgenomen in de omgevingsvisie. Het project sluit echter wel aan bij de kwaliteit om een onderscheidend profiel als (top)sportgemeente te hebben. Door het sportpark beter te faciliteren, verbetert de kwaliteit van het sportpark. Daarmee versterkt dit project de genoemde kernkwaliteit. Bovendien is het project tot stand gekomen in samenwerking met omwonenden, de sportverenigingen en andere belanghebbenden. Allen hebben ingestemd met het huidige ontwerp. Door realisatie van het parkeerterrein wordt tevens de verkeersveiligheid in het gebied verbeterd, doordat auto's niet meer op straat hoeven te parkeren. Dit voorkomt verkeersonveilige situaties. Daarmee is het project in overeenstemming met de afwegingsprincipes van de gemeente voor nieuwe initiatieven.
Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid.
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
19
Hoofdstuk 4
4.1
Milieu- en omgevingsaspecten
Archeologie
Toetsingskader Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2023 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden, zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Toepassing FAMKE De Archeologische basis- en beleidsadvieskaart voor het grondgebied (FAMKE) geeft inzicht in de te verwachten archeologische waarden binnen het projectgebied. Uit deze kaart blijkt dat voor de periode ijzertijd - middeleeuwen het projectgebied in het deelgebied karterend onderzoek 3 (middeleeuwen) valt. Bij ingrepen groter dan 5.000 m2 is nader onderzoek noodzakelijk.
Voor de periode steentijd - bronstijd geldt dat er geen onderzoek noodzakelijk is. Toetsing Op basis van het FAMKE geldt een archeologische onderzoeksplicht voor ruimtelijke ontwikkelingen met een minimale oppervlakte van 5.000 m2 . In dit geval wordt die grenswaarde niet overschreden. Bovendien wordt de grond ter plaatse juist opgehoogd om het parkeerterrein aan te leggen. De bodem wordt daarmee niet verstoord. Op voorhand wordt geconcludeerd dat archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is.
4.2
Cultuurhistorie
Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrijving opgenomen moet worden van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Toetsing Binnen het projectgebied zijn geen specifieke cultuurhistorische waarden aanwezig. Het betreft slechts een grasveld. Met de aanleg van een parkeerterrein ter plaatse wordt geen afbreuk gedaan aan enige
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
20
vorm van cultuurhistorie.
4.3
Ecologie
Toetsingskader Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Toetsing Gebiedsbescherming De locatie van het toekomstige parkeerterrein ligt niet in of nabij een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Van Oordt's Mersken en ligt op circa 7,8 kilometer afstand. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied kunnen directe effecten zoals verstoring (door licht of geluid) of verdroging (door het onttrekken van water) worden uitgesloten en is er geen sprake van areaalverlies. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling kan geconcludeerd worden dat de afstand dusdanig groot is dat geen negatieve effecten zullen optreden. Het project maakt ook geen deel uit van Natuurnetwerk Nederland (NNN), de Ecologische hoofdstructuur in de provincie Friesland. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling kan geconcludeerd worden dat de afstand tot het NNN dusdanig groot is dat geen negatieve effecten zullen optreden.
Stikstofdepositie Het parkeerterrein zelf heeft geen verkeersaantrekkende werking, maar biedt ruimte aan de verkeersgeneratie als gevolg van de sportfunctie. Er is al een parkeerterrein aanwezig bij het sportpark, maar op dit moment is daarvoor onvoldoende parkeergelegenheid waardoor er in de bermen wordt geparkeerd. Er ]wordt dan ook geen extra stikstof gegenereerd als gevolg van dit plan en daarom is een Aerius-berekening niet noodzakelijk. Soortenbescherming De ontwikkeling betreft geen sloop-, dempings- en/of kapwerkzaamheden. Een grasveld wordt ontwikkeld tot parkeerterrein. Het projectgebied biedt geen specifieke habitateigenschappen die belangrijk zijn voor beschermde soorten. Bovendien is soortgelijk gebied in de omgeving in grote mate aanwezig. De kans op aanwezigheid van beschermde soorten is daarom nihil. Op voorhand kan geconcludeerd worden dat er geen nader onderzoek naar beschermde soorten nodig is.
4.4
Bodem
Toetsingskader Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het projectgebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik.
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
21
Toetsing Een parkeerterrein is geen bodemgevoelige functie. Daarom is het niet noodzakelijk om voor dit project een bodemonderzoek uit te voeren. Het aspect bodem vormt op voorhand geen belemmering voor deze ontwikkeling.
4.5
Luchtkwaliteit
Toetsingskader In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijnstof (PM10 ) en stikstofdioxide (NO2 ) gehanteerd. Plannen die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan luchtverontreiniging zijn op grond van het besluit 'niet in betekenende mate' (NIBM) vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Een plan voldoet hieraan als het een toename van minder dan 3% van de grenswaarden tot gevolg heeft. Bij woningbouwplannen van minder dan 1.500 woningen is dit het geval. Toetsing in dit geval wordt een kleinschalig parkeerterrein mogelijk gemaakt, dat ruimte biedt aan 18 parkeerplaatsen. Hiermee wordt voorzien in een bestaande parkeerbehoefte, die is ontstaan door de groei en komst van sportverenigingen op sportpark De Knipe. Het parkeerterrein zelf heeft daarmee geen verkeersaantrekkende werking. Gezien de aard en omvang van het project kan gesteld worden dat het project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek kan worden uitgesloten.
4.6
Geluid
Toetsingskader In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg in principe een zone heeft waar aandacht aan geluidhinder moet worden besteed. Daarbij onderscheidt de Wgh geluidsgevoelige gebouwen enerzijds en niet-geluidsgevoelige functies anderzijds. Het uitgangspunt is dat op de gevels van geluidsgevoelige functies voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Indien hier niet aan wordt voldaan, kan een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Deze hogere waarde is te verlenen tot 63 dB in de bebouwde kom. Wegen waarvoor de zoneplicht niet geldt, zijn woonerven en wegen waarop een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Toetsing Voor wat betreft geluid geldt dat de Wet geluidhinder niet van toepassing is op het plan. De 18 parkeerplaatsen zorgen voor slechts een geringe verhoging van de etmaalintensiteit op het wegvak. Er zal geen toename zijn van 40%, zodat de toename van geluid door wegverkeer niet meer is dan 1,5 dB en daarmee als aanvaardbaar kan worden gezien (daargelaten dat de parkerende voertuigen nu ook al in de verkeersstroom zitten). Een akoestisch onderzoek is verder niet noodzakelijk.
4.7
Verkeer en parkeren
Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling.
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
22
De parkeerbehoefte wordt bepaald op basis van parkeernormen uit de Nota Parkeernormen Gemeente Heerenveen 2020. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen de gebieden Centrum Heerenveen, Schil Heerenveen, Overig bebouwde kom en Buitengebied. Voor het projectgebied zijn de normen voor het buitengebied van toepassing. Toetsing Verkeersstructuur Het projectgebied grenst aan de Jan Jonkmanweg, die leidt naar de Dominee Veenweg. Laatsgenoemde weg, is de doorgaande weg in de omgeving, die verschillende kernen verbindt. Aan de overzijde van de Jan Jonkmanweg ligt Sportpark De Knipe, ten behoeve waarvan het parkeerterrein wordt gerealiseerd. Verkeersgeneratie en verkeersafwikkeling Het parkeerterrein op zichzelf zorgt niet voor een extra verkeersgeneratie in deze omgeving. De verkeersgeneratie is reeds bestaand en geldt vanuit het bestaande sportpark. Het parkeerterrein wordt ten behoeve van deze voorziening gerealiseerd. De afwikkeling van het verkeer vindt eenvoudig plaats via de Jan Jonkmanweg, op de Dominee Veenweg. Parkeren Het parkeerterrein dient als oplossing voor de bestaande parkeerproblematiek rondom Sportpark De Knipe. Op dit sportpark is een centraal gelegen parkeerterrein aanwezig, maar door de groei van verscheidene sportverenigingen, biedt deze niet langer voldoende ruimte om te voorzien in de parkeerbehoefte.
In de huidige situatie wordt daarom steeds vaker op de Jan Jonkmanweg geparkeerd. Om die reden wordt naast perceel Jan Jonkmanweg 29 een extra parkeerterrein gerealiseerd, die voorziet in 18 parkeerplaatsen, waarmee de parkeerproblematiek wordt opgelost.
4.8
Water
Toetsingskader Een belangrijk onderdeel van de planvorming is de Watertoets. Het doel van de Watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen meer expliciet en op een evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Het projectgebied is gelegen in het beheergebied van Wetterskip Fryslân. Toetsing Het voornemen is door middel van de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij Wetterskip Fryslân. uit de digitale watertoets is naar voren gekomen dat de normale procedure van toepassing is. De watertoets is als Bijlage 1 toegevoegd. Waterkwantiteit Het projectgebied ligt in het landelijk gebied. Hiervoor geldt dat er watercompensatie noodzakelijk is als de verhardingsoppervlakte met meer dan 1.500 m2 toeneemt, . In dit geval zijn in de huidige situatie de gronden onverhard en wordt een parkeerterrein aangelegd van circa 600 m2 . Deze oppervlakte blijft ruimschoots onder de grenswaarde, waardoor compensatie niet noodzakelijk is. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering.
Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting, (in-) filtratie van afstromend hemelwater,
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
23
afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater, afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. In dit geval is geen sprake van afvalwater. Het hemelwater wordt zoveel mogelijk geïnfiltreerd. Overtollig water wordt eventueel afgevoerd naar naastgelegen oppervlaktewater. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Hier wordt in de uitvoeringsfase rekening mee gehouden. Veiligheid en waterkeringen De ontwikkeling heeft geen invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de "Keur". Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. In dit geval is geen sprake van beschermingszones waar rekening mee gehouden dient te worden.
4.9
Bedrijven en milieuzonering
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering (2009). Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Toetsing Er wordt een openbaar parkeerterrein gerealiseerd naast de woning Jan Jonkmanweg 29 te De Knipe. Het gebruik zal in hoofdzaak overdag en/of 's avonds plaatsvinden op het moment dat gebruik wordt gemaakt van de sportvelden. Het aantal te realiseren parkeerplaatsen bedraagt 18. In het gebied is sprake van een menging van functies; het woongebied en het sportterrein grenzen aan elkaar en worden gescheiden door een doorgaande weg. Bovendien zal het parkeerterrein voornamelijk worden gebruikt als er sporttrainingen zijn. Voor een parkeerplaats geldt op basis van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering een richtafstand van 30 meter voor een rustige woonwijk. Omdat hier sprake is van een gemengd gebied, kan de richtafstand worden bijgesteld tot 10 meter. De meest nabijgelegen woning op nummer 29 ligt op een afstand van 11 meter tot het projectgebied.
Er is dus voldoende afstand tussen de parkeerplaats en de woning en de situatie is ruimtelijk aanvaardbaar. Verder is er sprake van een akoestische verbetering omdat zonder dit parkeerterrein op de openbare weg wordt geparkeerd, op kortere afstand van meerdere woningen.
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
24
4.10
Kabels en leidingen
Toetsingskader Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een KLIC-melding in kaart gebracht. Toetsing Ter plaatse en in nabijheid van het projectgebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig.
4.11
Externe veiligheid
Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Het toetsingskader wordt gevormd door verschillende besluiten en documenten (Bevi, Bevb, Bevt). Risico's zijn inzichtelijk gemaakt op de risicokaart die per provincie wordt bijgehouden. Toetsing De ontwikkeling voorziet niet in de komst van een risicovolle activiteit richting de omgeving. Daarnaast blijkt dat in of nabij het projectgebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig zijn. Ook valt het projectgebied niet in het invloedsgebied van routes voor gevaarlijke stoffen of van buisleidingen. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen beperkingen en aanvullend onderzoek kan achterwege blijven.
4.12
Vormvrije mer-beoordeling
Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van een omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt, moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
25
niet gepubliceerd te worden. Toetsing Het project valt niet binnen één van de activiteiten zoals opgenomen in onderdeel C of D van het besluit m.e.r. Er is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject, daarom is er geen sprake van een m.e.r. (beoordelings-)plicht. Overigens blijkt uit de beoordeling in de voorgaande paragrafen dat er geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden.
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
26
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
27
Hoofdstuk 5
5.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Op grond van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) wordt de ontwikkeling voorgelegd aan de betrokken overlegpartners. De resultaten hieruit worden te zijner tijd in deze paragraaf verwoord. De ontwerp-omgevingsvergunning met bijbehorende stukken wordt daarna gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode bestaat de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Eenieder wordt op deze wijze in de gelegenheid gesteld om bedenkingen tegen het initiatief kenbaar te maken. Eventuele zienswijzen worden door de gemeente beantwoord en meegewogen in de besluitvorming omtrent het verlenen van de omgevingsvergunning. Tegen dit besluit bestaat de mogelijkheid voor beroep en hoger beroep. De voorgenoemde procedure toont de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project aan.
5.2
Economische uitvoerbaarheid
Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het project is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het project (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het betreft een initiatief van de gemeente Heerenveen. De kosten worden door de gemeente gedragen. Grondexploitatie Door middel van de grondexploitatieregeling beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten, bijvoorbeeld voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor de ruimtelijke procedure. Indien er sprake is van bepaalde bouwplannen, dient de gemeente hiervoor in beginsel een exploitatieplan op te stellen. Van deze verplichting kan worden afgezien als het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Dit kan middels een anterieure overeenkomst. Voor dit project geldt dat er geen sprake is van een bouwplan. Daarmee is het niet noodzakelijk een grondexploitatieplan op te stellen.
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
28
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
29
Hoofdstuk 6
Conclusie
Aanleiding Deze ruimtelijke onderbouwing dient ter afweging voor het verlenen van een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3° Wabo, waarmee de omzetting van agrarische gronden naar een parkeerterrein wordt gerealiseerd. Afweging Het project past binnen de beleidskaders van het rijk, de provincie en de gemeente. Verder leveren de omgevingsaspecten en/of sectorale wet- en regelgeving geen belemmeringen op voor realisatie van de ontwikkeling in het projectgebied. Andersom is er ook nauwelijks sprake van impact van de ontwikkeling op de omgeving. Conclusie Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project is niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening.
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
30
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
31
Bijlagen
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
32
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
33
Bijlage 1
Watertoets
Rho adviseurs voor leefruimte
20220512
Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 12-05-2022
Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .
VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.
Normale procedure
2.
Advies aanbrengen toename verharding
3.
Advies Vrij voor de boezem
4.
Advies hoofdwater
OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE
12-05-2022, 11:48
P agina 1 van 8
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.
Gaat het plan uits luitend over de functiewijziging van bes taande bebouwing zonder fys ieke aanpas s ing van bebouwing en ruimte? nee
2.
Verwacht je een toename van verharding in het plan? ja
3.
Is er s prake van een toename van lozing van verontreinigd water op het oppervlaktewater? nee
4.
Wordt het oppervlaktewaterpeil in het plangebied ook gewijzigd? nee
5.
Wordt er oppervlaktewater gegraven en/of gedempt? nee
6.
Ga je tijdelijk of permanent op de ingetekende locatie grondwater onttrekken? nee
7.
Raak je de laag primaire waterkeringen? nee
8.
Raak je de laag regionale en/of lokale waterkeringen? nee
9.
Raak je de laag hoofdwateren? ja
10.
Raak je de laag rioolwaterpers leidingen? nee
11.
Raak je de laag Grondwaterbes chermings gebied? nee
12-05-2022, 11:48
P agina 2 van 8
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 12.
Raak je de laag Kaderichtlijn water? nee
13.
Raak je de laag vrij voor de boezem? ja
14.
Raak je de laag waterzuiverings object? nee
12-05-2022, 11:48
P agina 3 van 8
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 1.
Normale procedure Voor je plan moet je de normale procedure met advies volgen. We verzoeken je het plan kenbaar te maken bij Wetters kip Frys lân via de knop ‘Direct aanvragen’.
Wat moet ik doen? Wij vragen je om het plan bij ons in te dienen. Dit kun je doen via de knop ‘Direct aanvragen’ in het overzicht, in te loggen en hiermee de procedure af te ronden. Uit de door jou ingevulde gegevens blijkt dat je plan grote invloed heeft op het water of de wateras pecten (zoals dijken, gemalen, s tuwen of pers leidingen) in de omgeving. Onder ‘details ’ van de s amenvatting aanvraag s taat aangegeven waar je per onderdeel rekening mee moet houden. Dit moet je verwerken in je ruimtelijk plan of bes luit. We nemen contact met je op wanneer er nog een aanvulling nodig is op dit wateradvies . Daarnaas t moet je in je plan een onderdeel opnemen over de ‘toename verharding’. Kijk bij ‘Achtergrondinformatie’ wat wij van je verwachten.
Waar moet ik op letten? Voor s ommige werkzaamheden heb je een watervergunning nodig. Bijvoorbeeld als je een s loot wilt dempen, afvalwater wilt lozen op oppervlaktewater of grondwater wilt onttrekken. Soms is het doen van een melding voldoende. Via Omgevings loket online www.omgevings loket.nl kun je nagaan of je een watervergunning nodig hebt of een melding moet doen (vergunningcheck). Je kunt hier ook meteen de vergunning aanvragen of de melding doen.
Achtergrondinformatie Watertoets De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt bes teed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werken we met de Leidraad Watertoets . Hierin s taat voor alle wateras pecten uitgangs punten oms chreven waar je rekening mee moet houden. Ook is er informatie te vinden over de te nemen maatregelen. Je kunt de leidraad vinden via deze link: www.wetters kipfrys lan.nl/vergunningen-wetten-enregels /online-watertoets -voor-nieuwe-plannen
Toename verharding Wij willen je verzoeken om in de waterparagraaf de volgende pas s age op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een vers nelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze vers nelde afvoer te compens eren om de waterberging in een gebied in s tand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van 12-05-2022, 11:48
P agina 4 van 8
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets oppervlakteverharding die wel pas t binnen het bes temmings plan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompens eerd is . Het is niet toeges taan zonder watervergunning neers lag vers neld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in s tedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijs telling van de vergunnings plicht wanneer wordt voldaan aan de compens atieregels genoemd in dit wateradvies . De mees t voorkomende manier van compens eren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren wij de volgende compens atienorm: Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Fries e boezem; Polder 10%, Vrij afs tromend, alternatieve maatregelen. Uiteraard is het toepas s en van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan hier vermeld. Z ie de ‘Leidraad watertoets ’ voor meer informatie over compens erende maatregelen of neem contact op met ons .
Indien er niet wordt gecompens eerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij bovens taande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeens temming plaats vindt in de watertoets procedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waters chap te worden gevraagd. Bekijk ook de ‘Leidraad Watertoets ’ voor meer informatie over maatregelen die je kunt treffen om te compens eren. Als je niet compens eert dan moet je een watervergunning aanvragen voor het s nel afvoeren van regenwater.
Klimaat Om ook in de toekoms t prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten s teden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekoms t. Z o is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bes tand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overs troming. Meer informatie hierover kun je vinden op ‘De Fries e klimaatatlas ’: www.fries eklimaatatlas .nl
Privacyverklaring Nadere informatie over de verwerking van je gegevens en je rechten vind je op https ://www.wetters kipfrys lan.nl/over-de-s ite/privacyverklaring
12-05-2022, 11:48
P agina 5 van 8
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 2.
Advies aanbrengen toename verharding Je gaat verharding aanbrengen.
Wat moet ik doen? We verzoeken je om het plan bij ons aan te vragen, via de blauwe knop ‘Direct aanvragen’ in het overzicht op de vorige pagina
Waar moet ik op letten? Neemt het aantal vierkante meters toe ten opzichte van de bes taande bebouwing en bedraagt deze toename meer dan 200 m2 in de bebouwde kom (s tedelijk gebied) of 1500 m2 buiten de bebouwde kom (landelijk gebied) dan geldt de vergunnings plicht. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel pas t binnen het bes temmings plan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompens eerd is .
Achtergrondinformatie Meer informatie hierover kun je vinden in de Leidraad Watertoets (onder andere paragraaf 4.3.6) https ://www.wetters kipfrys lan.nl/documenten/vergunningen-wettenen-regels /leidraad-watertoets _2013.pdf
12-05-2022, 11:48
P agina 6 van 8
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 3.
Advies Vrij voor de boezem Het plangebied ligt vrij voor boezem.
Wat moet ik doen? Wij advis eren je om toekoms tige wateroverlas t tegen te gaan door voldoende hoog te bouwen.
Waar moet ik op letten? Je ingetekende locatie ligt vrij voor de boezem. (s treefpeil: -0,52 m NAP). Dit betekent dat het plangebied niet door een boezemkade is bes chermd tegen hoge waters tanden in de Fries e boezem. Je moet daarom rekening houden met hoogwater in het kader van regionale wateroverlas t. Het is van belang om rekening te houden met de droogleggings norm (Leidraad watertoets , paragraaf 4.3.7) of het maatgevend boezempeil (MBP) (op te vragen bij Wetters kip Frys lân). Het MBP, behorend bij een s ituatie met een kans van voorkomen van 1/100 per jaar, mag tot 1 meter voor de gevel voorkomen. Wij advis eren de nieuwe bebouwing/infras tructuur voldoende hoog aan te leggen. De hoogte van het plangebied kun je ins chatten op https ://www.ahn.nl/. We advis eren u echter om dit in te laten meten omdat hoogtemetingen een moment opname beteffen en er kans is dat dit niet helemaal accuraat is . Let op: wij zijn niet de bevoegde ins tantie voor de aanleghoogte, maar advis eren je hierin.
Achtergrondinformatie Meer informatie hierover kun je vinden in de Leidraad Watertoets (onder andere paragraaf 4.2.4) https ://www.wetters kipfrys lan.nl/documenten/vergunningen-wettenen-regels /leidraad-watertoets _2013.pdf
12-05-2022, 11:48
P agina 7 van 8
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 4.
Advies hoofdwater Je raakt een hoofdwater.
Wat moet ik doen? We verzoeken je om het plan bij ons aan te vragen, via de blauwe knop ‘Direct aanvragen’ in het overzicht op de vorige pagina
Waar moet ik op letten? Onze hoofdwateren hebben een belangrijke aan-, af- en doorvoerfunctie en we verzoeken je hier rekening mee te houden zie: https ://www.wetters kipfrys lan.nl/kaarten/leggerkaart. Aan weers zijden van een hoofdwatergang ligt een bes chermings zone 5 meter. De bes chermings zone is nodig voor de bereikbaarheid voor beheer en onderhoud aan de hoofdwatergang. Werkzaamheden binnen de bes chermings zone van hoofdwatergangen betreffen een vergunnings plichtige activiteit https ://www.wetters kipfrys lan.nl/vergunningen-wettenen-regels /vergunning-check-meteen-of-maak-een-afs praak.
Achtergrondinformatie Meer informatie hierover kun je vinden in de Leidraad Watertoets (onder andere paragraaf 4.3.1) https ://www.wetters kipfrys lan.nl/documenten/vergunningen-wettenen-regels /leidraad-watertoets _2013.pdf
12-05-2022, 11:48
P agina 8 van 8
https://dewatertoets.nl