CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

1.1.1 Bijlage 1 bij aanvraagformulier - ruimtelijke onderbouwing

Raadsvergadering 30 juni 2022, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen Nieuwstraat 30 Heerenveen16.420 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

omgevingsvergunning

Heerenveen - Nieuwstraat 30 Heerenveen

DATUM IMRO IDN

10-02-2022 NL.IMRO.0074.nvt-0001

PROJECT

Heerenveen - Nieuwstraat 30 (woningbouw)

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Projectgebied

6

1.3

Planologische regeling

7

1.4

Leeswijzer

7

Beschrijving van het project

8

2.1

Huidige situatie

8

2.2

Toekomstige situatie

9

Hoofdstuk 3

Beleidskader

11

3.1

Rijksbeleid

11

3.2

Provinciaal beleid

12

3.3

Gemeentelijk beleid

12

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

15

4.1

Milieuzonering

15

4.2

Verkeer en parkeren

17

4.3

Mer-beoordeling

17

4.4

Water

18

4.5

Geluid

19

4.6

Bodem

20

4.7

Archeologie

20

4.8

Cultuurhistorie

21

4.9

Ecologie

21

4.10

Externe veiligheid

22

4.11

Luchtkwaliteit

23

4.12

Kabels, leidingen en zoneringen

23

Uitvoerbaarheid

24

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

24

5.2

Economische uitvoerbaarheid

24

Conclusie

26

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

3/147

Bijlagen bij de toelichting

27

Bijlage 1

Ontwerptekeningen Heerenveen - Nieuwstraat 30

29

Bijlage 2

Watertoets

35

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

41

Bijlage 4

Verkennend bodemonderzoek

75

Bijlage 5

Stikstofonderzoek

117

Bijlage 6

Quickscan flora en fauna

127

4/147

Toelichting

5/147

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Nieuwstraat 30 te Heerenveen bevindt zich een kantoorgebouw. De bovenverdieping van het pand wordt momenteel bewoond. Direct aan achterkant en de zijkant van het gebouw bevindt zich parkeergelegenheid. Het voornemen is om het gebouw te slopen en daarvoor een appartementencomplex met daarin 6 woningen te realiseren. De bedrijfsfunctie komt hierbij te vervallen. De geldende beheersverordening Heerenveen Centrum staat de beoogde ontwikkeling niet toe. Beleidsmatig bestaat echter ruimte voor herstructurering. Op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) kan de beoogde ontwikkeling mogelijk worden gemaakt door het verlenen van een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Voorwaarde hierbij is dat de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Ter onderbouwing hiervan is een ruimtelijke onderbouwing noodzakelijk. Deze onderbouwing voorziet hierin en zal deel uitmaken van de aanvraag omgevingsvergunning.

1.2

Projectgebied

In figuur 1 en 2 is de ligging en begrenzing van het projectgebied weergegeven. De locatie bevindt zich in het aanloopgebied richting het centrum van Heerenveen en bevindt zich op de hoek van de Nieuwstraat en de Pastoriestraat.

Figuur 1.

6/147

Ligging projectgebied

Figuur 2.

1.3

Projectgebied

Planologische regeling

Het projectgebied is geregeld in de beheersverordening 'Heerenveen Centrum', die is vastgesteld op 21 maart 2016. In de beheersverordening is het bestaande gebruik vastgelegd. Voor het projectgebied is daarbij het besluitvlak 'Gemengd' van toepassing. Op basis hiervan zijn dienstverlenende bedrijven en instellingen toegestaan. Het bouwen van woningen is op grond van de beheersverordening niet toegestaan. Verder geldt een maximum bouwhoogte van 9 meter. Het voorgestelde appartementengebouw wordt iets hoger, namelijk circa 9,5 meter met een plaatselijk accent met een hoogte van 10,5 meter.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de huidige situatie, de gewenste ontwikkelingen en de ruimtelijke inpassing daarvan. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten getoetst aan het, voor het project relevante, beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. In hoofdstuk 4 wordt de ontwikkeling getoetst aan de verschillende omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 worden de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het project besproken. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 een beknopte samenvatting en conclusie van de ruimtelijke onderbouwing weergegeven.

7/147

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving van het project

Huidige situatie

Het projectgebied ligt op de hoek van de Nieuwstraat en de Pastoriestraat. De Nieuwstraat vormt een overgangsgebied tussen de bedrijvigheid en voorzieningen in het centrum en de woon- en werkgebieden daarbuiten. In de directe omgeving komen zowel woonfuncties als winkel- en bedrijfsfuncties voor. Aan de Nieuwstraat zijn een aantal horecazaken aanwezig en als zodanig bestemd. Ter plaatse worden op termijn deze functies getransformeerd naar wonen. Hier worden een voormalige discotheek/jongerencentrum en een woning gesloopt en vervangen door appartementen. Een snackbar en enkele cafés blijven bestaan In het projectgebied bevindt zich een kantoorpand waarvan de bovenverdieping wordt bewoond. Het pand is zowel via de Nieuwstraat als de Pastoriestraat toegankelijk. Direct achter het gebouw ligt een gedeeld parkeerterrein. Dit terrein is via de Pastoriestraat, aan de noordkant van het projectgebied, te bereiken. Aan de westkant en de zuidzijde van het projectgebied bevindt zich nog een parkeerstrook. Onlangs is het aansluitende gebouwdeel aan de Nieuwstraat, tot aan de Heideburen, gesloopt teneinde hier woningen te realiseren. Figuur 3 geeft een aanzicht van het gebouw weer. Het gemarkeerde deel rechts is inmiddels gesloopt.

Figuur 3.

8/147

Aanzicht op het projectgebied

2.2

Toekomstige situatie

Het project omvat de bouw van een appartementencomplex met daarin 6 woningen. Het gebouw bestaat uit drie bouwlagen en is toegankelijk via de Pastoriestraat. Op de begane grond van het gebouw bevindt zich een portiek, twee woningen en een fietsenstalling. Op iedere bovenverdieping worden elk twee woningen ontwikkeld. Het project vindt direct naast een andere woningbouwontwikkeling in de Nieuwstraat plaats. Ter plaatse van de Nieuwstraat 2-6 en 28 worden twee woonhuizen en een appartementencomplex ontwikkeld. Het appartementencomplex en de woonhuizen hebben een bouwhoogte van respectievelijk 13 en 9,5 meter. Het gebouw aan de Nieuwstraat 30 krijgt een bouwhoogte van 10,5 meter en volgt de de rooilijn van de naastgelegen woonhuizen en het appartementencomplex. Het karakter van het gebouw past binnen de reeds aanwezige, iets grootschalige, gebouwen in de omgeving. De bouwstijl van het gebouw kan worden geclassificeerd als stads-/pakhuisstijl waarbij gebruikt wordt gemaakt van traditionele materialen. Het gebouw sluit daarmee aan op het stedenbouwkundige ontwerp van de naastgelegen ontwikkeling aan de Nieuwstraat 2-6 en 28. Het gebouw sluit dan ook qua vorm, stijl en bouwhoogte aan op de directe omgeving. Op deze wijze wordt het project stedenbouwkundig ingepast in de omgeving. In figuur 4 zijn de gevelaanzichten weergegeven. Figuren 5 en 6 geven impressies van het gebouw weer.

De volledige ontwerptekeningen zijn opgenomen in bijlage 1.

Figuur 4.

9/147

Gevelaanzichten nieuwbouw

Figuur 5.

Impressie vanaf hoek Pastoriestraat

Figuur 6. Impressie vanaf Nieuwstraat

10/147

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. Regio Heerenveen is niet aangewezen als voorlopig NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.

Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 2. de economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 3. steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 4. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden. Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. Conclusie Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan de conclusie worden getrokken dat de voorgenomen

11/147

ontwikkeling geen rijksbelangen raakt als opgenomen in de NOVI. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Bro (artikel 3.1.6) is geregeld dat een toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voorzien in duurzame verstedelijking. Dit houdt in dat de toelichting bij ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling moet bevatten. Indien het ruimtelijk plan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet er tevens gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit project maakt een herontwikkeling van bestaand stedelijk gebied mogelijk, waarbij voormalige kantoorpanden gesloopt worden en vervangen worden door een appartementencomplex. Uit het beleid van de gemeente dat is beschreven in paragraaf 3.3, blijkt dat er in Heerenveen een blijvende behoefte is aan woningen. Daarmee mag worden aangenomen dat er sprake is van een actuele behoefte. De herstructurering vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied. De locatie voorziet in een functiewijziging van een bedrijfsfunctie naar een woonfunctie. Hierdoor is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.

3.2

Provinciaal beleid

Verordening Romte Fryslân In de Verordening Romte Fryslân 2014 (geconsolideerde versie augustus 2018) is het provinciaal beleid vertaald naar regels voor ruimtelijke plannen. In artikel 1 van de verordening worden regels gegeven gericht op het bundelen van stedelijke functies in stedelijk gebied. Indien dit niet mogelijk is, kan aansluitend op bestaand stedelijk gebied een uitbreidingslocatie worden toegestaan. Volgens de verordening valt de locatie binnen het bestaand stedelijk gebied. Hier kunnen stedelijke functies, zoals wonen, toegevoegd worden. In artikel 3 is bepaald dat een ruimtelijk plan voor woningbouw in overeenstemming moet zijn met een woonplan, dat de schriftelijk instemming van Gedeputeerde Staten heeft. In onderhavige situatie is sprake van 6 appartementen binnen bestaand stedelijk gebied. De te realiseren capaciteit valt binnen de gemaakte regionale afspraken. Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat het project in overeenstemming is met de Verordening Romte Fryslân 2014.

3.3

Gemeentelijk beleid

Regionale woningbouwafspraken Zuidoost Fryslân 2016-2026 Binnen de regio Zuidoost Fryslân, die de gemeenten Smallingerland, Ooststellingwerf, Weststellingwerf, Opsterland en Heerenveen omvat, zijn woningbouwafspraken gemaakt, die instemming hebben van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân. De woningbehoefte voor de regio en de verschillende gemeenten is gerelateerd aan de provinciale huishoudensprognose 2016-2040, waar voor de regio een

12/147

woningbehoefte van circa 3.400 woningen tot 2026 is voorzien. De regionale woningbouwafspraken betreffen zowel binnenstedelijk gebied als uitleggebied, en zijn kaderstellend voor de gemeentelijke woningbouwprogrammering. Op basis hiervan heeft de gemeente op 22 juni 2020 het nieuwe woningbouwprogramma voor de gemeente (onderdeel van de Woonvisie 2.0) vastgesteld. De 6 woningen binnen het projectgebied zijn niet opgenomen in het woningbouwprogramma. Dit omdat ten tijde van vaststelling van het woningbouwprogramma nog onduidelijkheid was over het wel/niet doorgaan van woningbouw op de projectlocatie. De gemeente heeft wel positief gereageerd op de kennisname van de beoogde ontwikkeling in het projectgebied. Addendum op de Woonvisie van de gemeente Heerenveen per 1 juli 2020 De huidige woonvisie van de gemeente Heerenveen liep tot eind 2020. Daarom is een addendum op de woonvisie uitgebracht en is de werking van de woonvisie met 2 jaar verlengd. Op een aantal punten is aanvulling gebracht op het bestaande gemeentelijke beleid ten aanzien van wonen. De aanvullende beleidslijnen zijn als volgt: 1. focus op het centrum van Heerenveen; 2. focus op inbreiding en verbetering van het bestaande; 3. focus op toekomstgericht aanbod; 4. focus op kwaliteit; 5. focus op het afronden uitbreidingslocaties Jubbega, Nieuwehorne en Tjalleberd.

De gemeente wil een aantrekkelijk en bruisend centrum in Heerenveen, waar mensen graag vertoeven. Toevoeging van een gevarieerd woningbouwprogramma in het centrum is bij uitstek geschikt om de aantrekkelijkheid en levendigheid van het centrum te verhogen. De focus ligt de komende jaren op inbreiding, transformatie en verbeteren van het bestaande. Bij het addendum op de woonvisie is een nieuwe woningbouwprogrammeering opgenomen, die is vastgesteld op 6 juni 2020. Deze woningbouwprogrammering is eerder besproken onder het kopje 'Regionale woningbouwafspraken Zuidoost-Fryslân 2016-2026'. Hieruit wordt geconcludeerd dat de woningbouw past binnen de gemeentelijke woningbouwprogrammering. Welstandsnota 2016 De ‘Welstandsnota 2016’ is vastgesteld door de gemeenteraad van Heerenveen op 21 december 2015. De welstandsnota bevat een gebiedsindeling, die wordt bepaald door het onderscheid in type gebieden met verschillende kwaliteiten. In het ene gebied ligt de nadruk meer op bescherming van bestaande waarden, in het andere meer op het faciliteren van ontwikkelingen/wijzigingen. Het projectgebied valt in het welstandsgebied 6b 'Planmatige uitbreiding tot jaren 60'. Hier geldt welstandsniveau 2 (licht). In dit welstandsgebied zijn gebouwen in de rooilijn gesitueerd en is de bebouwing gericht op de openbare weg. Er is sprake van samenhang per (bouw) blok en straatwand.

De individuele bebouwing heeft een enkelvoudige massaopbouw en vrijstaande bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume. Woningen zijn opgetrokken in baksteen en de bebouwing heeft een kwalitatief detailniveau passend bij de directe omgeving.

13/147

In het kader van de procedure omgevingsvergunning bouwen wordt het ontwerp aan de welstandscommissie voorgelegd. Zij toetsen het project aan de door de gemeenteraad vastgestelde welstandcriteria.

14/147

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Milieuzonering

Om een belangenafweging tussen een goed woon- en leefklimaat in de omgeving en bedrijvigheid te kunnen maken, wordt in het algemeen gebruik gemaakt van de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (editie 2009). In deze uitgave is een lijst opgenomen met allerhande activiteiten en bijbehorende richtafstanden en milieunormen die gehanteerd worden voor gevoelige functies. De VNG-brochure hanteert twee soorten omgevingstypen. Een "rustige woonwijk/rustig buitengebied" en "gemengd gebied", voor beide omgevingstypen gelden andere richtafstanden en/of normen. De definitie van een rustige "woonwijk/rustig buitengebied" is: “Een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.“ De definitie van een gemengd "gebied" is: “Een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd.

Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden en hogere milieunormen rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten meestal bepalend.“ De achterliggende geluidnormen die in de VNG-publicatie worden gehanteerd om de richtafstanden te bepalen, zijn weergegeven in onderstaande tabel. Periode

dagperiode (07:00 - 19:00 uur) avondperiode (19:00 - 23:00 uur) nachtperiode (23:00 - 07:00 uur)

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) rustige woonwijk/ gemend gebied rustig buitengebied 45 dB(A) 50 dB(A)

Maximale geluidniveaus (LAmax) rustige woonwijk/ rustig buitengebied 65 dB(A)

gemend gebied

40 dB(A)

45 dB(A)

60 dB(A)

65 dB(A)

35 dB(A)

40 dB(A)

55 dB(A)

60 dB(A)

70 dB(A)

Deze richtwaarden hebben geen wettelijke status, maar zijn algemeen aanvaarde waarden. Het is mogelijk om

15/147

op basis van een bestuurlijke afweging af te wijken van deze richtwaarden. De VNG-brochure biedt hiervoor een stappenplan, opgenomen in bijlage B5.3 van de VNG-publicatie. Het stappenplan omvat de volgende methodiek: Dit project maakt de herontwikkeling van een voormalig een kantoorpand naar woningen mogelijk. Op het perceel zijn planologisch toegestaan: dienstverlenende bedrijven en instellingen. De Nieuwstraat en omgeving kan worden aangemerkt als gemengd gebied. Het gebied kent een afwisseling van woningen met detailhandel, horeca, lichte bedrijven kantoren en dienstverlenende bedrijven. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van bedrijven die zich in de nabijheid van het projectgebied bevinden. Op de verdiepingen van deze percelen zijn woningen toegestaan.

Adres Nieuwstraat 1

Functie/ planologisch toegestaan Café De Skoffel (horecabedrijf van categorie 3)

Nieuwstraat 3

Snackbar Mandoline (horecabedrijf van categorie 3)

Lindegracht 57

Cafeé 't Kannet

Heideburen 7

horecabedrijf van categorie 3 Pizzeria Etna (horecabedrijf van categorie 3) Muziekhandel de Snaar

Heideburen 9

Heideburen 11

Afstand tot dichtstbijzijnde Richtafstand1 woning Aangrenzende woning op 0 meter Nieuwstraat 7 en de woningen op de verdieping van het gebouw Woning op Nieuwstraat 7 0 meter (circa 12 meter) en de woningen op de verdieping van het gebouw Het aangrenzende 0 meter woongebouw op Lindegracht 534 en de woningen op de verdieping van het gebouw De woningen op de verdieping 0 meter van het gebouw De woningen op de verdieping 0 meter van het gebouw

De woningen op de verdieping 0 meter van het gebouw Tabel 1 Richtafstanden o.b.v. "gemengd gebied".

Afstand tot projectgebied circa 40 meter

circa 30 meter

Circa 50 meter

Circa 10 meter Circa 10 meter

Circa 35 meter

Uit bovenstaande blijkt dat het projectgebied nergens binnen de geldende richtafstanden is gelegen. Met dit project vindt geen functiemening plaats, waardoor toetsing aan Staat van Bedrijfsactiviteiten "functiemenging" in de brochure Bedrijven en milieuzonering achterwege kan blijven. Het parkeerterrein Tot slot is een parkeerterrein opgenomen in de lijst van bedrijfsactiviteiten bij de brochure "Bedrijven en milieuzonering", als milieucategorie 2. Deze categorie is vooral gericht op openbare parkeerterreinen en

16/147

parkeergarages, waar een hoog verloop is en daarmee een hoog aantal verkeersbewegingen. Daarvan is bij een parkeerterrein dat uitsluitend is bedoeld voor de bewoners van de geplande woongebouwen geen sprake. Overigens is het parkeerterrein direct achter de Nieuwstraat 30 al aanwezig in de huidige situatie. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect milieuzonering de uitvoerbaarheid van het project niet in de weg staat.

4.2

Verkeer en parkeren

Verkeersafwikkeling De ontwikkeling is gelegen op de hoek van de Pastoriestraat en de Nieuwstraat. De Pastoriestraat betreft een bestemmingsweg met een beperkte verkeersintensiteit. De Nieuwstraat is een gebiedsontsluitingsweg met een maximale snelheid van 30 km/u. In de noordelijke richting gaat deze weg over op de K.R. Poststraat. Deze weg sluit in oostelijke richting aan op de A32. De verkeersgeneratie is berekend op basis van de gemiddelde kentallen die afkomstig zijn van het CROW (Publicatie 381 Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie). Op basis van 6 woningen (koop/middensegment) bedraagt het aantal verkeersbewegingen ten hoogste 38 mvt/etmaal. De verkeersafwikkeling wordt beoordeeld op een maatgevende werkdag. Conform het CROW dient de verkeersgeneratie van woonfuncties te worden vermenigvuldigd met de factor 1,11 om tot een werkdaggemiddelde te komen. Op een gemiddelde werkdag genereert het projectgebied zodoende 42 mvt/etmaal. Zowel de Pastoriestraat als de Nieuwstraat zijn berekend op deze (extra) hoeveelheid verkeer. Parkeren Voor het parkeren geldt als uitgangspunt dat er binnen het projectgebied voldoende ruimte moet zijn voor het opvangen van de parkeerbehoefte, om parkeeroverlast in de omgeving van het projectgebied voorkomen.

Op basis van de gemeente parkeernormen voor het centrumgebied wordt uitgegaan van 1,3 parkeerplaats per woning (voor woningen uit het middensegment). Voor de 6 woningen zijn dus 8 parkeerplaatsen nodig. Direct ten westen van het appartementencomplex bevindt zich een parkeerstrook met 5 parkeerplekken. Aan de voorzijde bevindt zich daarnaast ook een parkeerstrook met 2 parkeerplekken. Voor het tekort aan parkeerplaatsen wordt gebruik gemaakt van een afkoopregeling. Voor deze behoefte kunnen vergunningen worden afgegeven.

4.3

Mer-beoordeling

In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Wanneer niet voldaan wordt aan de drempelwaarden moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten nagaan of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Daarbij lettend op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten.

17/147

In bijlage D van het Besluit m.e.r. (D11.2) is de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. Ten aanzien van woningen ligt de drempelwaarde op een aaneengesloten gebied met 2.000 of meer woningen. . Deze ontwikkeling wordt, gelet op de aard en de omvang, niet aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Weliswaar verandert het uiterlijk van het perceel door de realisatie van woningen, maar dat betekent niet dat hetgeen waarin het plan voorziet moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1, categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Met dit project is sprake van een klein ruimtebeslag. Verder vinden geen wijzigingen aan de wijze van ontsluiting plaats en wordt de parkeerbehoefte vrijwel binnen de bestaande parkeervoorzieningen opgelost. Daarnaast leidt de ontwikkeling niet tot een hoge verkeersaantrekkende werking. Op basis van voorgaande wordt de beoogde ontwikkeling niet gekwalificeerd als stedelijk ontwikkelingsproject. Er behoeft dan ook geen besluit te worden genomen of een MER nodig, dan wel niet nodig is.

4.4

Water

Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het bestemmingsplan op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit. Het plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap (kenmerk: n.b.). De watertoets is als bijlage 2 bij de toelichting toegevoegd. De uitkomst is dat de korte procedure moet worden gevolgd. Dit houdt in dat de aanwezige wateraspecten van beperkte invloed zijn op het plan. In het verstrekte wateradvies zijn uitgangspunten voor verschillende wateraspecten opgenomen waar bij de uitvoering van de plannen rekening meegehouden moet worden. Deze worden hierna nader toegelicht. Regionale en lokale kering Het plangebied ligt binnen de zonering van de waterkering. Het betreft de kade van de Schoterlandse Compagnonsvaart. De kering heeft aan weerszijden een beschermingszone van 5 meter. Binnen deze zone vinden geen ingrepen plaats. Hoofdwateren De Schoterlandse Compagnonsvaart is een hoofdwatergang. Deze watergang heeft een belangrijke aan-, af- en doorvoerfunctie. Aan weerszijden van een hoofdwatergang ligt een beschermingszone 5 meter.

De beschermingszone is nodig voor de bereikbaarheid voor beheer en onderhoud aan de hoofdwatergang. Het is niet toegestaan om in de beschermingszone bebouwingen en dergelijke te realiseren of opgaande beplanting aan te brengen. Het projectgebied ligt echter op meer dan 80 meter van deze watergang, waardoor er geen rekening met de beschermingszone hoeft te worden gehouden. Waterafvoer/berging

18/147

In een situatie waarin een terrein niet is verhard kan hemelwater infiltreren in de ondergrond. Wanneer een gebied (deels) wordt verhard dan stroomt hemelwater versneld af naar het oppervlaktewater. Om overlast te voorkomen, moet deze versnelde afstroom gecompenseerd worden om overlast te voorkomen. Wetterskip Fryslân hanteert een compensatienorm van 5 % bij plannen die vrij voor de boezem liggen. Voor bebouwd gebied is de ondergrens van 200 m² van toepassing, in het buitengebied geldt een ondergrens van 1.500 m². De oppervlakteverharding op het perceel neemt in de toekomstige niet toe. Derhalve hoeft geen rekening te worden gehouden met compenserende maatregelen. Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Kansen moeten benut worden om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Bij de inrichting van het projectgebied kan hierop geanticipeerd worden door bijvoorbeeld het percentage verhard oppervlak te verminderen en het plangebied groener in te richten. Door nu maatregelen te nemen, worden steden en dorpen mooier en wordt grote schade in de toekomst voorkomen.

Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen. Afvalwater en regenwatersysteem Het uitgangspunt is om regenwater en rioolwater zoveel mogelijk gescheiden af te voeren. In dit geval wordt rioolwater via een nieuw rioleringsstelsel aangesloten op het gemeentelijk riool. Uitgangspunt is dat dit voldoende capaciteit heeft voor de extra woningen. Hemelwater wordt tot de perceelsgrens gescheiden afgevoerd, zodat bij aanleg van een gescheiden stelsel hierop kan worden aangesloten. Waterkwaliteit De bouwwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn om verontreiniging van het water te voorkomen. In dit geval zal gebruik worden gemaakt van milieuvriendelijke (bouw)materialen.

4.5

Geluid

Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', een geluidzone. Bij de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. In de Wet geluidhinder (Wgh) wordt onderscheid gemaakt tussen geluidgevoelige functies enerzijds en niet-geluidsgevoelige functies anderzijds. Indien een geluidsgevoelige functie mogelijk wordt gemaakt en binnen de zone van een weg, spoorweg of een industriegebied ligt, moet onderzocht worden of voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde. In dit geval is alleen het aspect wegverkeerslawaai relevant.

19/147

Alle wegen rondom het projectgebied vallen in een 30 km/uur zone. De woningen worden niet in de geluidszone van wegen gebouwd. Omdat met name de Nieuwstraat een relatief drukke weg is, is vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening nog wel een akoestisch onderzoek uitgevoerd om te beoordelen of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat en of er nog aanvullende maatregelen aan gevels nodig zijn om te voldoen aan een acceptabel binnenniveau. Dit onderzoek is uitgevoerd ten behoeve van de woningbouwontwikkeling aan de Nieuwstraat 2-6, 28 en is opgenomen als bijlage 3. Omdat deze woningbouwontwikkeling direct naast het projectgebied is gelegen, kan het akoestisch onderzoek ook worden gebruikt voor de ontwikkeling in het projectgebied. Het akoestisch onderzoek is opgenomen als bijlage bij het bestemmingsplan "Heerenveen - Hoek Nieuwstraat en de Heideburen''. Uit het onderzoek blijkt dat voor de appartementen aan de Nieuwstraat 2-6, 28 een geluidwerendheid van 31 dB nodig is om in de appartementen te voldoen aan de normen voor een goed woonklimaat. Gezien de geringe afstand van het projectgebied tot de appartementen aan de Nieuwstraat 2-6, 28 zal in het gevelontwerp van de appartementen in het projectgebied ook rekening worden gehouden met de geluidwerendheid.

4.6

Bodem

Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het projectgebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het projectgebied voor wonen of een andere functie. Daar waar sprake is van nieuwe woningbouw dient op grond van bodemonderzoek vastgesteld worden dat er geen sprake is van risico's voor de volksgezondheid. Om te onderzoeken of er mogelijk sprake is van bodemverontreiniging in het projectgebied is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage 4. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat op basis van de gemeten gehalten in de grond de gestelde onderzoekshypothese, een verdachte locatie, juist is. De gehalten zijn echter dusdanig dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen nieuwbouwplannen.

4.7

Archeologie

In de Erfgoedwet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Voor Heerenveen wordt gebruik gemaakt van de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE). De kaart is opgemaakt voor twee perioden: de ijzertijd-middeleeuwen en de steentijd-bronstijd. Op basis van de provinciale archeologisch verwachtingskaart Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) beveelt de provincie voor de periode steentijd - bronstijd om bij ingrepen van meer dan 2.500 m² een quickscan te verrichten. In deze gebieden kunnen zich namelijk op enige diepte archeologische lagen uit de steentijd bevinden, die zijn afgedekt door een veen- of kleidek Op de provinciale archeologisch verwachtingskaart FAMKE is het projectgebied voor de periode ijzertijd middeleeuwen aangeduid als “geen onderzoek noodzakelijk”. Dit advies wordt gegeven als op basis van eerder

20/147

onderzoek is gebleken dat er zich geen archeologische resten in de bodem bevinden, of wanneer de archeologische verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit de periode ijzertijd middeleeuwen op gefundeerde gronden zodanig laag is dat de kans op aantasting bij de meeste ingrepen zeer klein is. Het project maakt geen bodemingrepen van meer dan 2.500 m2 mogelijk. Archeologisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Mochten er bij overige bodemingrepen desondanks toch bodemvondsten worden gedaan, dan dienen die gemeld te worden bij de provinciaal archeoloog.

4.8

Cultuurhistorie

De rol van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening is de laatste jaren sterk toegenomen. Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van ruimtelijke plannen. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. Cultuurhistorie is daarmee veelal een sturend onderdeel geworden in de ruimtelijke ordening. De gemeente Heerenveen heeft in zijn erfgoednota cultuurhistorisch beleid vastgelegd. In de nota is het projectgebied niet aangewezen als cultuurhistorisch waardevol. Voor de bebouwing langs de Nieuwstraat geeft de erfgoednota aan dat hiervoor geen stedenbouwkundige beeldkenmerken of kenmerken van het bebouwingsbeeld zijn te geven.

4.9

Ecologie

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Deze zijn geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming In de omgeving van het projectgebied is geen sprake van Natura 2000-gebieden. Gezien de aard en de schaal van de ontwikkeling in het projectgebied, treden geen nadelige effecten op voor NNN- en Natura 2000-gebieden. Het projectgebied is door de Provincie niet aangewezen als weidevogelleefgebied. Verstoring van weidevogels is daarom niet aan de orde. Stikstof Voor deze ontwikkeling is beoordeeld of deze significante effecten heeft voor de stikstofdepositie binnen daarvoor gevoelige Natura 2000-gebieden. Hiervoor is gebruikgemaakt van het stikstofonderzoek van de naastgelegen woningbouwontwikkeling aan de Nieuwstraat 2-6, 28.

In het stikstofonderzoek (bijlage 5) is een berekening uitgevoerd in AERIUS Calculator (release 15 oktober 2020) om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. De berekening en de bijbehorende memo zijn opgenomen in de bijlage van het bestemmingsplan ''Heerenveen - Hoek Nieuwstraat en de Heideburen''. Uit de berekeningen

21/147

blijkt dat de stikstofdepositie op de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden niet boven 0,00 mol N/ha/jaar uit komt. Hiermee is aangetoond dat met het plan Nieuwstraat 2-6, 28, geen negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring optreden. Omdat de woningbouwontwikkeling aan de Nieuwstraat 2-6, 28 direct naast het projectgebied is gelegen, van grotere schaal is en niet leidt tot een verhoogde depositie, kan er worden geconcludeerd dat het project aan de Nieuwstraat 30 ook niet leidt tot een verhoogde stikstofdepositie. De Wet natuurbescherming en het beleid van de provincie staan de uitvoering van het project niet in de weg. Soortenbescherming Ten aanzien van de soortenbescherming gelden onder andere algemene verboden tot het verwijderen van groeiplaatsen van beschermde plantensoorten, het beschadigen, vernielen, wegnemen of verstoren van voortplantings- of vaste rustplaatsen of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten of het opzettelijk verontrusten van een beschermde diersoort. Het voorkomen van beschermde planten- en diersoorten vormt een te onderzoeken aspect omdat met de plannen effecten kunnen gaan ontstaan op soorten die beschermd zijn via de Wet natuurbescherming. De Nieuwstraat 30 betreft een volledig verhard perceel in een stedelijke omgeving.

Daarnaast bevinden zich in de bebouwing geen gaten of kieren waar mogelijk vleermuizen of broedvogels in kunnen nestelen. Voor de ontwikkeling aan de Nieuwstraat 2-6 en 28 is een ecologisch onderzoek uitgevoerd. Deze is opgenomen als bijlage 6. Hierin is de bestaande bebouwing aan de Nieuwstraat 30 ook meegenomen. De bijbehorende rapportage is als bijlage bij het bestemmingsplan ''Heerenveen - Hoek Nieuwstraat en de Heideburen''. Hierna wordt een samenvattende conclusie gegeven. Het voorkomen van verblijfplaatsen van vleermuizen en broedvogels (al dan niet met vaste rust- en verblijfplaatsen) wordt uitgesloten. Mogelijk vliegen en foerageren er vleermuizen. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. Er zijn daarnaast mogelijk algemene nationaal beschermde zoogdieren aanwezig. Voor deze algemene soorten bestaat een algemene vrijstelling in de Provincie Friesland. Het voorkomen van overige beschermde soorten wordt uitgesloten. Op grond van bovenstaande analyse worden effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten; de ruimtelijke ontwikkeling aan de Nieuwstraat 30 in Heerenveen is niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming. Voor alle soorten blijft de algemene zorgplicht van kracht. Bij verstoring van dieren moeten deze de gelegenheid krijgen te vluchten naar een nieuwe leefomgeving.

4.10 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals bijvoorbeeld vuurwerk, aardgas of lpg. Het aandachtsveld van externe veiligheid richt zich op zowel inrichtingen(bedrijven) waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn alsmede op het transport van gevaarlijke stoffen. Dit vervoer kan plaatsvinden over weg, water en spoor en door buisleidingen. Risico's zijn inzichtelijk gemaakt op de professionele risicokaart. In het projectgebied worden kwetsbare objecten voorgesteld. In de omgeving van het projectgebied zijn geen mogelijk relevante risicobronnen

22/147

aanwezig. Op grote afstand zijn wel buisleidingen aanwezig en er vindt vervoer van gevaarlijke stoffen over de A32 plaats. De afstand tussen het projectgebied en de A32 is groter dan de effectafstand van die route. Het projectgebied ligt ook buiten het invloedsgebied van de buisleiding. De risicobronnen vormen daarom geen beperking voor de ontwikkeling van het project

4.11 Luchtkwaliteit Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, aan te pakken. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' (NIBM) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. Er worden slechts 6 woningen mogelijk gemaakt. Het projectgebied draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor dit project.

4.12 Kabels, leidingen en zoneringen Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. In of nabij het projectgebied lopen geen hoofdleidingen of -kabels. Ook liggen er geen relevante zones over het projectgebied.

23/147

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

Via de procedure van de omgevingsvergunning kan de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project worden aangetoond. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop gereageerd kan worden op de plannen.

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie De bouwplannen zijn door de initiatiefnemer gedeeld met de ontwikkelaarvan het aangrenzende perceel en door de huidige bewoners met meerdere naaste buren. Hiermee zijn de belanghebbenden op informele wijze op de hoogte gebracht van de voorgenomen ontwikkeling. Procedure omgevingsvergunning Via de procedure van de omgevingsvergunning kan de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project worden aangetoond. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop gereageerd kan worden op de plannen. Op grond van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) wordt de ontwikkeling voorgelegd aan de betrokken overlegpartners. Daarna wordt de ontwerp-omgevingsvergunning met bijbehorende stukken gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode bestaat de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Een ieder wordt zo in de gelegenheid gesteld om bedenkingen tegen het initiatief kenbaar te maken. De ingekomen zienswijzen worden door de gemeente beantwoord en meegewogen in de besluitvorming over het verlenen van de omgevingsvergunning. Tegen dit besluit bestaat de mogelijkheid voor beroep en hoger beroep. De voorgenoemde procedure toont de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project aan.

5.2

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het project is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de manier van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid De initiatiefnemer heeft aannemelijk gemaakt dat het project financieel haalbaar is. Om deze reden wordt deze omgevingsvergunningsprocedure doorlopen. Grondexploitatie Door middel van de grondexploitatieregeling beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten, bijvoorbeeld voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor de ruimtelijke procedure. Wanneer sprake is van bepaalde bouwplannen, moet de gemeente hiervoor in beginsel een exploitatieplan vaststellen.

24/147

Van deze verplichting kan worden afgezien als het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Voor vaststelling van het planologisch besluit moet duidelijk zijn op welke wijze potentiële kosten zullen worden verhaald. Voor dit project is op grond van de grondexploitatieregeling sprake van een bouw(real. Met de gemeente worden afspraken vastgelegd in een anterieure overeenkomst.

25/147

Hoofdstuk 6

Conclusie

Aanleiding Deze ruimtelijke onderbouwing dient ter afweging voor het verlenen van een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo, waarmee de ontwikkeling van een appartementencomplex met 6 woningen wordt gerealiseerd. Afweging Het project past binnen de beleidskaders van het rijk, de provincie en de gemeente. Verder leveren de omgevingsaspecten en/of sectorale wet- en regelgeving geen belemmeringen op voor realisatie van de ontwikkeling in het projectgebied. Andersom is er ook nauwelijks sprake van impact van de ontwikkeling op de omgeving. Conclusie Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project is niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening.

26/147

Bijlagen bij de toelichting

27/147

28/147

Bijlage 1

29/147

Ontwerptekeningen Heerenveen - Nieuwstraat 30

20.340 9.445

300

4.609

5.506

480

480

480

C

lift

slaapkamer

20,6 m2

13,4 m2

lift

7,5 m2

2,2 m2

brievenbus + intercom

verkeersgebied

badk.

24,2 m2

5,6 m2

slaapkamer

hal

11,2 m2

toilet

8,5 m2

slaapkamer

2,3 m2

techniek 5.340

2,2 m2

13,5 m2

badk.

slaapkamer

6.300

techniek

fietsen 5.768

4.870

2,3 m2

7,5 m2

verkeersgebied hal

15,5 m2

8,2 m2

slaapkamer

hal

11,2 m2

toilet

8,5 m2

1,4 m2

berging

berging

6,2 m2

5,3 m2

slaapkamer

480

300

1,4 m2

B

20,6 m2

badk.

slaapkamer

13,1 m2

berging

berging

5,3 m2

5,3 m2

9,9 m2

toilet 1,5 m2

techniek 1,9 m2

slaapkamer

hal

6,8 m2

3,8 m2

techniek

10.840

10.670

4,4 m2

badk. 5,2 m2

wonen

wonen

wonen

60,3 m2

38,4 m2

60,3 m2

toilet

wonen

1,7 m2

26,4 m2

type A

type C

119,6m²

type D

84,1m²

114,6m²

balkon

balkon

6,4 m2

6,4 m2

336

550

66,4m²

A

type B

hal 3,8 m2

550

6.645

336

300

6.645

7.009

480

7.009

266

14.620

1

2

3

1

begane grond

2

3

1e verdieping

C

lift

slaapkamer

2,3 m2

13,4 m2

techniek 2,2 m2

7,5 m2

verkeersgebied dakluik + valbeveiliging

11,2 m2

toilet

8,5 m2

1,4 m2

B

slaapkamer

berging

berging

5,3 m2

5,3 m2

9,9 m2

toilet 1,5 m2

48 st. PV-panelen

wonen

wonen

38,4 m2

60,3 m2

Nieuwstraat

5

4

6

7

lente herfst

Z

r winte

lente herfs t

20

13 14

16

17

18

19

W

A

15

21

er zom

12

84,1m²

win te r

r me zo

11

type D

10

type C

9

N

8

Kerkstraat

4,5 m2

O

techniek

5

slaapkamer

hal

28

15,1 m2

8,2 m2

44

hal

27-30

5,6 m2

20,6 m2

badk.

Pastoriedwarsstraat

badk.

4.000

slaapkamer

114,6m²

balkon

balkon

6,4 m2

6,4 m2

gewijzigd a:

werk:

1

2

2e verdieping

3

1

2

dak

3

appartementen Nieuwstraat

project nr:

tekening nr:

21-07-2021

20413 D-01a

formaat: Businesspark Frl-West 41, Heerenveen Postbus 595 8440 AN Heerenveen telefoon: 0513-625015 e-mail: info@burosipma.nl internet: www.burosipma.nl

gevelsteen: van der Sanden Aalborg 511A0 (verticaal) gevelsteen: van der Sanden Reno 565A0 RVS letters van hergebruikte deuren bestaande slagerij

10.000+ (lift) 9.570+

6.000+

3.000 +

gevelsteen: Wienerberger Pearl Malaysia

PEIL

(O)

(W)

rechtergevel

(Z)

van der Sanden Aalborg 511A0

28

achtergevel

voorgevel

27-30

(N )

Pastoriedwarsstraat

linkergevel

7

lente herfst

win te r

r me zo

10 11

van der Sanden Reno 565A0

9

N

8

Z

r winte

14

15

21

lente herfs t

13

20

12

er zom

5

6

44

O 5

4

Kerkstraat

Nieuwstraat

19

16

17

18

W

gewijzigd a:

Wienerberger Pearl Malaysia werk:

appartementen Nieuwstraat

project nr:

tekening nr:

21-07-2021

20413 D-02a

formaat: Businesspark Frl-West 41, Heerenveen Postbus 595 8440 AN Heerenveen telefoon: 0513-625015 e-mail: info@burosipma.nl internet: www.burosipma.nl

werk:

appartementen Nieuwstraat

onderwerp:

Definitief ontwerp: artist's impression

20413

schaal:

tekening nr: D-03a

datum:

project nr:

21-07-2021

werk:

appartementen Nieuwstraat

onderwerp:

Definitief ontwerp: artist's impression

20413

schaal:

tekening nr: D-04a

datum:

project nr:

21-07-2021

werk:

appartementen Nieuwstraat

onderwerp:

Definitief ontwerp: artist's impression

20413

schaal:

tekening nr: D-05a

datum:

project nr:

21-07-2021

Bijlage 2

35/147

Watertoets

Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 17-09-2021

Digitale watertoets in De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .

VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IN DE GEMEENTE IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.

Korte procedure

OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE

17-09-2021, 09:37

P agina 1 van 5

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.

Gaat het plan uits luitend over de functiewijziging van bes taande bebouwing zonder fys ieke aanpas s ing van bebouwing en ruimte? nee

2.

Verwacht je een toename van verharding in het plan? nee

3.

Is er s prake van een toename van lozing van verontreinigd water op het oppervlaktewater? nee

4.

Wordt het oppervlaktewaterpeil in het plangebied ook gewijzigd? nee

5.

Wordt er oppervlaktewater gegraven en/of gedempt? nee

6.

Ga je tijdelijk of permanent op de ingetekende locatie grondwater onttrekken? nee

7.

Raak je de laag primaire waterkeringen? nee

8.

Raak je de laag regionale en/of lokale waterkeringen? nee

9.

Raak je de laag hoofdwateren? nee

10.

Raak je de laag rioolwaterpers leidingen? nee

11.

Raak je de laag Grondwaterbes chermings gebied? nee

17-09-2021, 09:37

P agina 2 van 5

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets 12.

Raak je de laag Kaderichtlijn water? nee

13.

Raak je de laag vrij voor de boezem? nee

14.

Raak je de laag waterzuiverings object? nee

17-09-2021, 09:37

P agina 3 van 5

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 1.

Korte procedure Voor je plan moet je de korte procedure met advies volgen. We verzoeken je het plan kenbaar te maken bij Wetters kip Frys lân via de knop ‘Direct aanvragen’.

Wat moet ik doen? Wij vragen je om het plan bij ons kenbaar te maken. Dit kun je doen via de knop ‘Direct aanvragen’ in het overzicht, in te loggen en hiermee de procedure af te ronden. Uit de door jou ingevulde gegevens blijkt dat je plan mogelijk invloed heeft op het water of de wateras pecten (zoals dijken, gemalen, s tuwen of pers leidingen) in de omgeving. Onder ‘details ’ van de s amenvatting aanvraag s taat aangegeven waar je per onderdeel rekening mee moet houden. Dit moet je verwerken in je ruimtelijk plan of bes luit in de waterparagraaf. Daarnaas t moet je in je plan een onderdeel opnemen over de ‘toename verharding’. Kijk bij ‘Achtergrondinformatie’ wat wij van je verwachten.

Waar moet ik op letten? Voor s ommige werkzaamheden heb je een watervergunning nodig. Bijvoorbeeld als je een s loot wilt dempen, afvalwater wilt lozen op oppervlaktewater of grondwater wilt onttrekken. Soms is het doen van een melding voldoende. Via Omgevings loket online www.omgevings loket.nl kun je nagaan of je een watervergunning nodig hebt of een melding moet doen (vergunningcheck). Je kunt hier ook meteen de vergunning aanvragen of de melding doen.

Achtergrondinformatie Watertoets De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt bes teed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werken we met de Leidraad Watertoets . Hierin s taat voor alle wateras pecten uitgangs punten oms chreven waar je rekening mee moet houden. Ook is er informatie te vinden over de te nemen maatregelen. Je kunt de leidraad vinden via deze link: www.wetters kipfrys lan.nl/vergunningen-wetten-enregels /online-watertoets -voor-nieuwe-plannen

Toename verharding Wij willen je verzoeken om in de waterparagraaf de volgende pas s age op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een vers nelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze vers nelde afvoer te compens eren om de waterberging in een gebied in s tand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van 17-09-2021, 09:37

P agina 4 van 5

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets oppervlakteverharding die wel pas t binnen het bes temmings plan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompens eerd is . Het is niet toeges taan zonder watervergunning neers lag vers neld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in s tedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijs telling van de vergunnings plicht wanneer wordt voldaan aan de compens atieregels genoemd in dit wateradvies . De mees t voorkomende manier van compens eren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren wij de volgende compens atienorm: Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Fries e boezem; Polder 10%, Vrij afs tromend, alternatieve maatregelen. Uiteraard is het toepas s en van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan hier vermeld. Z ie de ‘Leidraad watertoets ’ voor meer informatie over compens erende maatregelen of neem contact op met ons .

Indien er niet wordt gecompens eerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij bovens taande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeens temming plaats vindt in de watertoets procedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waters chap te worden gevraagd. Bekijk ook de ‘Leidraad Watertoets ’ voor meer informatie over maatregelen die je kunt treffen om te compens eren. Als je niet compens eert dan moet je een watervergunning aanvragen voor het s nel afvoeren van regenwater.

Klimaat Om ook in de toekoms t prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten s teden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekoms t. Z o is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bes tand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overs troming. Meer informatie hierover kun je vinden op ‘De Fries e klimaatatlas ’: www.fries eklimaatatlas .nl

Privacyverklaring Nadere informatie over de verwerking van je gegevens en je rechten vind je op https ://www.wetters kipfrys lan.nl/over-de-s ite/privacyverklaring

17-09-2021, 09:37

P agina 5 van 5

https://dewatertoets.nl

Bijlage 3

41/147

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Heerenveen Heerenveen Hoek Nieuwstraat en de Heideburen Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Heerenveen Heerenveen Hoek Nieuwstraat en de Heideburen

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

identificatie

planstatus

projectnummer:

datum:

2020.0273

06 07 2020

projectleider:

auteur(s):

0 E-mail:

@rho.nl

© Rho Adviseurs bv Niets

Inhoud 1.

Inleiding

2

2.

Planbeschrijving

3

3.

Toetsingskader geluid Wet geluidhinder

5

3.1. 3.2. 3.3. 3.4.

5 6 6 6

4.

5.

6.

Algemeen Nieuwe situaties 30 km wegen Cumulatie

Uitgangspunten en modellering

7

4.1. 4.2. 4.3.

7 7 8

Rekenmethoden Uitgangspunten wegverkeerslawaai Rekenmodel

Berekeningsresultaten

10

5.1. 5.2. 5.3.

10 11 12

Nieuwstraat Heideburen Cumulatieve geluidniveaus vanwege wegverkeer

Bespreking resultaten en conclusie

13

Bijlagen: Bijlage 1:

Begrippen

Bijlage 2:

Invoergegevens wegverkeerslawaai (bronnen)

Rho Adviseurs B.V. vestiging Leeuwarden

2020.0273

1. Inleiding

2

Aan de Nieuwstraat 2, 4, 6 en 28 te Heerenveen staan momenteel kantoorpanden met daarachter een bijbehorend parkeerterrein. Het plan is om de gebouwen te slopen en daarvoor in de plaats twee grondgebonden woningen en een appartementencomplex met daarin 35 appartementen te realiseren. De geldende beheersverordening Heerenveen Centrum staat de beoogde ontwikkeling niet toe. Beleidsmatig bestaat echter ruimte voor herstructurering. Om de ontwikkeling juridisch planologisch toch te kunnen regelen, is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Het plangebied ligt direct langs de Nieuwstraat, een tamelijk drukke binnenstedelijke weg. Omdat het een 30 km weg is, is de Wet geluidhinder formeel niet van toepassing. Het is gebruikelijk om in het kader van een goede ruimtelijke ordening het geluid vanwege 30 km wegen wel te berekenen en te beoordelen. Om die reden is en akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai. De gehanteerde akoestische begrippen worden in bijlage 1 toegelicht.

Rho Adviseurs B.V. vestiging Leeuwarden

2020.0273

Planbeschrijving

3

2. Planbeschrijving

De verbeelding van het bestemmingsplan is gegeven in onderstaande figuur 2.1. Het plangebied ligt aan de Nieuwstraat en op de hoek met de Heideburen. In figuur 2.2 is een impressie gegeven van het bouwplan. Figuur 2.1:

verbeelding plangebied Nieuwstraat/Heideburen

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Leeuwarden

2020.0273

4

Planbeschrijving

Figuur 2.2:

2020.0273

impressie van het nieuwe woongebouw (gevelaanzichten)

Rho Adviseurs B.V. vestiging Leeuwarden

Toetsingskader geluid Wet geluidhinder

5

3. Toetsingskader geluid Wet geluidhinder

3.1.

Algemeen

Wettelijke zones langs wegen Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de binnen of buitenstedelijke ligging. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 3.1 weergegeven. Tabel 3.1:

schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh aantal rijstroken

5 of meer 3 of 4 1 of 2

breedte van de geluidzone [m] buitenstedelijk gebied stedelijk gebied 600 350 400 350 250 200

De breedte van de geluidzone wordt hierbij gemeten vanaf de as van de weg en is gelegen aan de buitenste rand van de weg. In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: stedelijk gebied: gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg; buitenstedelijk gebied: gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg;

Dosismaat Lden De berekende geluidsniveaus wordt beoordeeld op basis van de Europese dosismaat Lden (Lday evening night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. De berekende geluidwaarde in Lden vertegenwoordigt het gemiddelde geluidniveau over een etmaal. Aftrek op basis van artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden gelden inclusief de standaard aftrek op basis van artikel 110g van de Wgh. Dit artikel houdt in dat een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het verkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. Voor wegen met een representatief te achten snelheid lager dan 70 km/u geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/u of hoger geldt de volgende aftrek:

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Leeuwarden

2020.0273

6

Toetsingskader geluid Wet geluidhinder

• • •

4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG 2012 57 dB bedraagt; 3 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG2012 56 dB bedraagt; 2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting.

De toegestane aftrek conform artikel 3.4 uit het Reken en meetvoorschrift geluidhinder 2012 is op alle genoemde geluidbelastingen toegepast, tenzij anders vermeld.

3.2.

Nieuwe situaties

Voor de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg, gelden bepaalde voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend, nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde voor wegen is op grond van artikel 83 Wgh afhankelijk van de ligging van de bestemmingen (binnen of buitenstedelijk). Bestemmingen met een binnenstedelijke ligging, maar binnen de geluidzone van een autosnelweg, worden bij het bepalen van de geluidzone voor die autosnelweg gerekend tot buitenstedelijk gebied. Voor alle omliggende wegen geldt dat dit 30 km wegen zijn. De Wet geluidhinder is daarmee formeel niet van toepassing.

3.3.

30 km wegen

Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/u of lager zijn op basis van de Wgh niet gezoneerd. Akoestisch onderzoek zou achterwege kunnen blijven. Echter dient op basis van jurisprudentie in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzichtelijk te worden gemaakt of er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Indien dit niet het geval is, dient te worden onderbouwd of maatregelen ter beheersing van de geluidbelasting aan de gevels noodzakelijk, mogelijk en/of doelmatig zijn. Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting wordt bij gebrek aan wettelijke normen aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde geldt hierbij als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde als maximaal aanvaardbare waarde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=e1fd64df-c291-4091-90ae-c397b359ec19