1.0 Raadsvoorstel Verklaring van geen bedenkingen Omrin - De Dolten 11
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad Opsteller Merode, Maurice van Kenmerk Z.21.347987 / D.22.1547266 Vertrouwelijkheid Openbaar Onderwerp Verklaring van geen bedenkingen De Dolten 11 Heerenveen
Onderwerp Verklaring van geen bedenkingen De Dolten 11 Heerenveen
Voorgesteld besluit 1. een (ontwerp)verklaring van geen bedenkingen af te geven voor: a. het aan de oostzijde uitbreiden van het terrein van Ecopark De Wierde met circa 4 ha. b en het verhogen van de stortplaats van 24 meter naar 29 meter; 2. deze verklaring als definitieve verklaring van geen bedenkingen aan te merken wanneer er geen zienswijzen over de ontwerpverklaring zijn ingediend en Gedeputeerde Staten van de Provincie Fryslân in overeenstemming met de ontwerp-verklaring van geen bedenkingen besluiten.
Inleiding Ecopark De Wierde is een grootschalige inrichting waar ingezameld afval wordt aangevoerd, gesorteerd en verwerkt. Omdat de beschikbare oppervlakte van het terrein op Ecopark De Wierde vol raakt, is Afvalsturing Friesland N.V. (handelsnaam Omrin, hierna: Omrin) voornemens om het terrein uit te breiden en bestaande activiteiten binnen de inrichting te verplaatsen. Het voornemen bestaat uit de volgende vier wijzigingen: 1. de uitbreiding van het terrein aan de oostzijde. Daar wordt ruimte gemaakt voor bestaande activiteiten die momenteel centraal op het terrein worden uitgevoerd. Het gaat om de opslag van digestaat, grondachtige stromen zoals veegvuil- en kolkenslib, Refuse Derived Fuel-balen en kunststofbalen en een opstelplaats voor lege containers; 2. het ophogen van de stortplaats van 24 meter naar 29 meter, om zo het oppervlak van het terrein voor andere activiteiten te kunnen benutten. De totale stortcapaciteit zal niet toenemen; 3. de toename van de verwerking van huishoudelijk afval van 230.000 ton/jaar naar 280.000 ton/jaar; 4. de toename van de hoeveelheid te vergisten afval van 218.000 ton/jaar naar maximaal 281.000 ton/jaar. Belangrijk om op te merken is dat het aantal tonnen om te storten ongewijzigd is ten opzicht van de huidige vergunning (maximaal 250.000 ton voor de afvalberging en 25.000 ton voor de deponie voor gevaarlijk afval).
Voor de nabije toekomst zijn meer ontwikkelingen in voorbereiding. Voor nu is het voorliggende plan noodzakelijk om de huidige bedrijfsactiviteiten uit te kunnen oefenen. Op 8 juli 2021 heeft Omrin hiervoor bij de provincie een omgevingsvergunning voor het ‘veranderen van de inrichting’, die de gehele inrichting omvat (revisievergunning), aangevraagd. Samen met de
revisievergunning op grond van de Wet milieubeheer (Wm), heeft het bedrijf ook een omgevingsvergunning voor de activiteiten ‘strijdig gebruik beheersverordening’, ‘werk of werkzaamheden uitvoeren’, ‘handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten’ en ‘handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden’ aangevraagd. Omdat de Provincie Fryslân het bevoegd gezag is voor de verlening van de vergunning op grond van de Wm, is ze ook bevoegd gezag voor de andere activiteiten. Dit is geregeld in artikel 2.4 lid 5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). In het kader van de activiteit ‘strijdig gebruik beheersverordening’ zijn de onder 1 en 2 beschreven wijzigingen (ruimtelijk) relevant. De activiteit ‘strijdig gebruik beheersverordening’ is nodig, omdat op basis van de geldende beheersverordeningen ‘Kanaal West’ en ‘Joure, Langweer, Nijehaske, Oudehaske en het Buitengebied’ de uitbreiding van het terrein en de ophoging van de stortplaats niet is toegestaan. Strijdig gebruik De vergunning moet worden geweigerd als vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 Wabo niet mogelijk is. In casu kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid die is opgenomen in artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3o, Wabo.
Dit vereist dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en dat het besluit is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing. Uit artikel 2.27 Wabo en artikel 6.5 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) volgt tenslotte dat de vergunning niet kan worden verleend dan nadat de gemeenteraad heeft verklaard dat hij daartegen geen bedenkingen heeft. De verklaring kan slechts worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening. Ons college is van mening, dat het aanvaardbaar is dat medewerking wordt verleend aan het plan en dat toepassing wordt gegeven aan de afwijkingsbevoegdheid conform de bepalingen in de Wabo.
Beoogd effect Het afgeven van een (ontwerp) verklaring van geen bedenkingen aan Gedeputeerde Staten van Fryslân ten behoeve van de verlening van de omgevingsvergunning voor de in de inleiding beschreven voorgenomen wijzigingen van de inrichting aan de Dolten 11 te Heerenveen.
Argumenten Het projectgebied is juridisch-planologisch geregeld in de beheersverordeningen ‘Kanaal West’ (vastgesteld op 29 juni 2015) en ‘Joure, Langweer, Nijehaske, Oudehaske en het Buitengebied’ (vastgesteld op 26 juni 2013). Overeenkomstig deze beheersverordeningen blijven de regels van de voorheen geldende bestemmingsplannen (met uitzondering van de wijzigingsbevoegdheden) van kracht. Voorheen was het projectgebied geregeld in het bestemmingsplan ‘De Wierde’ (vastgesteld op 29 september 1999) en het wijzigingsplan (vastgesteld op 28 februari 2007) daarop ten behoeve van de uitbreiding van de afvalberging in de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’. Het perceel voor de uitbreiding heeft hierin de bestemming ‘Agrarische doeleinden’. Het vervult hier een bufferfunctie tussen het terrein en het gebied aan de oostzijde van het kanaal. Het uitbreiden van het bedrijfsterrein binnen deze bestemming is niet toegestaan. De afvalberging is geregeld in de bestemming ‘Afvalberging’. Een deel hiervan heeft nog de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’ met daarop een wijzigingsbevoegdheid voor de tweede fase van de afvalberging. Het zuidelijk deel is met een wijzigingsplan (2006) gewijzigd in de bestemming ‘Afvalberging’. Voor de afvalberging is een maximumhoogte van 24 meter opgenomen. Het verhogen daarvan tot 29 meter is zodoende niet toegestaan.
1.1 Het project voorziet in een behoefte De uitbreiding van het Ecopark is voor de continuïteit van de afvalverwerking noodzakelijk. Door de geleidelijke invulling van de stortplaats op de locatie neemt het terreinoppervlak voor de reguliere activiteiten af. Tot nu toe konden deze activiteiten vanwege de niet volledige ingebruikneming van de stortplaats hier plaatsvinden. Dat wijzigt nu. Omdat er minder ruimte beschikbaar is, is een verhoging van
de afvalberging nodig. Daarnaast moet een deel van de activiteiten, die nu binnen het gebied plaatsvinden dat is bestemd voor afvalberging, naar een andere plek worden verplaatst. Het gaat enkel om opslagactiviteiten. De daarvoor benodigde ruimte ligt oostelijk van de bestaande inrichting. De uitbreiding is niet bestemd voor afvalberging. De vergunde toegestane capaciteit voor stort wordt niet overschreden. 1.2 Het project is landschappelijk zorgvuldig ingepast Het oostelijke deel van het plangebied betreft uitbreiding van het terrein. Hier komt verharding en wordt het terrein ingericht ten behoeve van de opslag van RDF-balen, kunststofbalen, digestaat, grondachtige stromen en lege containers. De opslag zal een maximale hoogte hebben van 10 meter. Het uitgangspunt van de inrichting is dat de landschappelijke bufferwerking van de oostzijde blijft bestaan. De bestaande dubbele bomenrij met een hoogte van circa 15 meter blijft gehandhaafd. Ten noorden en oosten van de uitbreidingslocatie wordt een geluidswal van 3 à 4 meter hoog gerealiseerd. De geluidswal zal bestaan uit een aarden wal waarop struweelbeplanting wordt aangebracht met een hoogte van circa 6 meter. De totale hoogte van de wal met de beplanting komt daarmee op ongeveer 10 meter. Door deze landschappelijke inpassing blijft het uitzicht vanaf het noorden en oosten ongewijzigd.
Naast de uitbreiding van het terrein, zal de stort verhoogd worden van 24 tot maximaal 29 meter. Na inklinking is de verwachting dat de stortplaats uiteindelijk 25 a 26 meter hoog zal zijn. Omrin heeft voor de situatie na inpassing visualisaties (Visualisaties Landschappelijke Inpassing Omrin: Rho adviseurs, 15 februari 2022) aangeleverd. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat het project kan worden gerealiseerd zonder dat het beeld vanuit de omgeving wezenlijk verandert. 1.3 Ruimtelijke onderbouwing De aanvraag is voorzien van een ruimtelijke onderbouwing, waarin wordt ingegaan op de van toepassing zijnde wet- en regelgeving, beleidskaders en relevante ruimtelijke aspecten. Er zijn wat ruimtelijke aspecten betreft geen belemmeringen. Er is sprake van een goede ruimtelijke ontwikkeling. De onderbouwing maakt integraal onderdeel uit van het (te nemen) besluit. Hierna zijn kort de verschillende ruimtelijke aspecten benoemd. Achtereenvolgens komen aan de orde: archeologie, cultuurhistorie, waterhuishouding, bedrijven en milieuzonering, externe veiligheid, bodem, geluid, geur, luchtkwaliteit en ecologie. Archeologie Voor het aanleggen van het verhard oppervlak wordt circa 40.000 m2 tot een diepte van circa 0,7 m-mv afgegraven.
Op basis van de gegevens van de FAMKE en de aanvullende landschappelijke, historische en archeologische gegevens, blijkt dat binnen het gehele plangebied een lage verwachting geldt voor alle perioden, met uitzondering van het Paleolithicum-Neolithicum (oude steentijd-nieuwe steentijd). Uit het archeologische onderzoek (Heerenveen, Ecopark De Wierde, Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase: De Steekproef bv Archeologisch Onderzoeksen Adviesbureau, juni 2020) dat is aangeleverd, blijkt dat de bodem in het plangebied ook in de steentijd te nat was om een aantrekkelijke vestigingslocatie te kunnen vormen. Nauwkeurige inspectie van de top van het dekzand heeft dan ook nergens in het plangebied archeologische indicatoren opgeleverd. Een archeologisch vervolgonderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Wel blijft in alle gevallen onverminderd van kracht dat indien bij graafwerkzaamheden toch archeologisch relevante vondsten worden gedaan, hiervan direct melding dient te worden gemaakt conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11. Cultuurhistorie Uit de Cultuurhistorische kaart blijkt dat in en nabij het projectgebied geen monumenten aanwezig zijn. Rondom het projectgebied zijn wel enkele waardevolle routes aanwezig, waaronder De Dolten en het pad langs de zuidzijde van het Ecopark.
Ook het Hearrenfeanster Kanaal is van cultuurhistorische betekenis. Er worden binnen de inrichting geen ingrepen gedaan die de cultuurhistorische waarden negatief beïnvloeden. Waterhuishouding Omdat de verharding binnen het projectgebied toeneemt en vanwege de ligging aan enkele hoofdwatergangen geldt de normale watertoetsprocedure. Het Wetterskip Fryslân stelt een wateradvies op gericht op waterkwaliteit en waterkwantiteit. Dit advies geldt als uitgangspunt voor de uitvoering van het project. Bedrijven en milieuzonering
Voor de afvalverwerker is er potentiële hinder door inrichtingsgeluid en geur. In het kader van de merbeoordeling is hier onderzoek naar gedaan. Gebleken is dat wordt voldaan aan de geldende normen. Externe veiligheid Uit het verschafte rapport ‘Kwantitatieve risicoanalyse. Omrin Ecopark De Wierde te Heerenveen: Antea Group, 12 augustus 2020’ volgt dat Ecopark De Wierde vanuit het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo 2015) niet is aangewezen als Besluit externe veiligheid-inrichting (Bevi-inrichting). Tevens is geconcludeerd dat de activiteiten niet onder de werkingssfeer van het Bevi vallen. Ecopark De Wierde is op de risicokaart aangegeven als een risicovolle inrichting. Dit heeft te maken met de opslag van biogas en methanol. De voorgenomen wijzigingen hebben geen betrekking op de opslag en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Het projectgebied is gelegen binnen het invloedsgebied van BASF Nederland B.V. en Bosma Transport en Opslag B.V. Binnen het gebied worden geen personen of (beperkt) kwetsbare objecten toegevoegd. Hierdoor kan worden uitgesloten dat de voorgenomen ontwikkeling een effect heeft op het groepsrisico. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen invloed op de externe veiligheidssituatie.
Door de voorgenomen ontwikkeling wordt het aantal personen binnen het projectgebied niet uitgebreid waardoor er geen effect is op het groepsrisico van de omliggende risicobronnen. Gelet op bovenstaande zijn voor het aspect externe veiligheid geen nadelige gevolgen te verwachten. Bodem De uitbreidingslocatie was voorheen in gebruik als agrarische grond en is niet in gebruik geweest voor bedrijfsactiviteiten. Omdat er bodembedreigende activiteiten op dit terrein gaan plaatsvinden, is een bodemonderzoek (Nulsituatie bodemonderzoek Ecopark ‘De Wierde’ te Heerenveen: Lievense Milieu B.V., 19 juni 2019) uitgevoerd om de nulsituatie vast te leggen. In het grondwater zijn lichte verhogingen met zware metalen, xylenen en/of naftaleen aangetoond. De licht verhoogde gehalten geven echter geen indicatie voor de aanwezigheid van een (geval van) bodemverontreiniging. De bodem is daarmee geschikt voor de beoogde ontwikkeling. Ter voorkoming van verontreiniging van de bodem en of (grond)water wordt het oostelijke terrein, waar nodig, voorzien van een vloeistofdichte vloer met een afvoer die aangesloten wordt op de riolering binnen de inrichting. Hierdoor worden negatieve effecten op de bodem en het (grond)water uitgesloten. Voor het aanleggen van het verhard oppervlak wordt circa 40.000 m2 tot een diepte van circa 0,7 m-mv afgegraven. Dit komt neer op circa 28.000 m3 af te graven grond.
Het te realiseren opslagterrein wordt aan de noord- en oostzijde omsloten door een geluidswal van circa 4 meter hoog. Voor de geluidswal is circa 33.800 m3 grond nodig. De benodigde grond is binnen het projectgebied aanwezig, waardoor er geen aanvoer van elders nodig is. Stortplaats Om de nadelige effecten van de stortplaats op de bodem te voorkomen, moet de stortplaats voldoen aan de bepalingen van het Stortbesluit bodembescherming (Stortbesluit). Ook voor de ophoging van de stortplaats wordt aan het Stortbesluit getoetst. In dit verband is gekeken wat de effecten zijn. Uit het onderzoek (1321499 – Omrin ophoogadvies ‘Ecopark De Wierde Heerenveen’. Afwegen ophogen stort: Tauw bv, 13 april 2021) blijkt dat de zool van de zetting ruim boven de gestelde 70 cm boven de gemiddelde hoogwaterstand blijft en dat daarnaast naar verwachting na ophoging van de stort tot NAP +29 m een eindzetting van 0,50 m zal optreden. Geconcludeerd wordt dat, vanwege de beperkte rek of verlenging van de onderafdichting ten gevolge van de extra zetting, het niet aannemelijk is dat kwaliteit van de onderafdichtingsconstructie nadelig wordt beïnvloed. Gelet op bovenstaande zijn negatieve gevolgen voor de bodem- en grondwaterkwaliteit daarom niet te verwachten. Geluid In de huidige situatie wordt al geluid geproduceerd als gevolg van de activiteiten op Ecopark De Wierde.
Het geluidniveau is vastgelegd in de voorschriften bij de bestaande vergunningen. De verwachte geluidimmissie als gevolg van de voorgenomen wijzigingen is in beeld gebracht en vergeleken met de bestaande vergunningvoorschriften. Uit het akoestisch rapport (Ecopark De Wierde te Heerenveen.
Akoestisch onderzoek revisievergunning WABO: Sirius Geluid en Milieu, 22 maart 2021) volgt dat langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus op de meeste controlepunten gelijk blijven ten opzichte van de vergunde situatie. In de avond- en nachtperiode neemt het geluidsniveau in lichte mate af. Alleen op controlepunt 5 wordt een hogere waarde berekend als gevolg van het nieuwe opslagterrein. De geluidsuitstraling van het nieuwe opslagterrein wordt zoveel mogelijk beperkt door het plaatsen van een geluidswal. De toename leidt niet tot onaanvaardbare geluidsniveaus. Verder volgt uit het rapport dat de maximale geluidniveaus vooral afnemen ten opzichte van de vergunde situatie. Op één vergunningpunt vindt een beperkte toename plaats. Gelet op het voorgaande wordt de geluidhinder veroorzaakt door de voorgenomen wijziging in voldoende mate beperkt, zodat het effect gering is op de omgeving. Het verbinden van nadere geluidvoorschriften aan de (ontwerp)verklaring van geen bedenkingen is derhalve niet noodzakelijk. Geur De bestaande activiteiten op Ecopark De Wierde hebben tot gevolg dat er geur wordt geëmitteerd naar de omgeving. Als gevolg van het project zijn er wijzigingen in de geursituatie in de omgeving te verwachten. Om die reden is er een geuronderzoek (Geuronderzoek Omrin Ecopark de Wierde. Aanvraag revisievergunning: Antea Group, 27 november 2020) uitgevoerd.
Uit het onderzoek blijkt dat de geurbelasting in de omgeving van de inrichting niet significant wijzigt. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen daarom worden uitgesloten. Luchtkwaliteit Voor de luchtkwaliteit zijn de emissies van NOx en fijnstof relevant. De emissies van NOx en fijnstof treden onder andere op als gevolg van de aan- en afvoerbewegingen van afvalstoffen. Omdat Omrin het voornemen heeft om de doorzet van huishoudelijk afval te verhogen van 230.000 ton naar 280.000 ton, is een luchtkwaliteitsonderzoek (Onderzoek Luchtwaliteit. Omrin Ecopark De Wierde: Antea Group, 14 april 2020) uitgevoerd. Hierbij is rekening gehouden met alle bij de inrichting behorende activiteiten. De concentraties luchtverontreinigende stoffen zijn uitgerekend en getoetst ter plaatse van de relevante beoordelingslocaties in de directe omgeving. Op basis van het uitgevoerde luchtkwaliteitsonderzoek kan worden geconcludeerd dat op alle beoordelingspunten wordt voldaan aan de te toetsen grenswaarden. Nadelige effecten op de omgeving worden dan ook uitgesloten. Ecologie Gebiedsbescherming Zowel in de gebruiksfase als in de aanlegfase van de voorgenomen wijziging is sprake van de uitstoot van stikstof (NOx en NH3). Voor beide fasen is de uitstoot in beeld gebracht met behulp van een Aeriusberekening.
Uit de berekening (Stikstofonderzoek Omrin: Antea Group, 3 februari 2021) volgt dat in de gebruiksfase geen sprake is van toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden ten opzichte van de referentiesituatie. Ook voor de aanlegfase blijkt dat er geen sprake van toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. In de m.e.r.-aanmeldnotitie is aangegeven dat voor de beoogde ontwikkeling sprake was van een vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Dit omdat in de berekening gebruik is gemaakt van interne saldering ten opzichte van de vergunde situatie (referentiesituatie). Per saldo is er een afname te zien in de emissie, waardoor negatieve effecten niet worden verwacht. Sinds 1 januari 2021 is er geen vergunningplicht voor een project dat betrekking heeft op intern salderen. De provincie heeft daarom beoordeeld dat voor dit project geen vergunning nodig is. In april 2021 is daarom de aanvraag Wnb vergunning positief geweigerd. Soortenbescherming Om de ecologische gevolgen van de beoogde uitbreiding in kaart te brengen is een ecologische quickscan (Toetsing Wet Natuurbescherming [Wnb]. Uitbreiding Ecopark De Wierde: Bureau FaunaX, september 2018) uitgevoerd. Omdat het voorkomen van beschermde soorten niet op voorhand kon worden uitgesloten, is een nader onderzoek (Nader Onderzoek Wet Natuurbescherming.
Uitbreiding Ecopark De Wierde te Heerenveen: Bureau FaunaX, november 2019) uitgevoerd. Voor de aangetroffen beschermde soorten soorten (buizerd en vleermuizen) is na het opstellen van een activiteitenplan (Activiteitenplan, Bueau FaunaX, april 2020) op 10 juli 2020 een ontheffing van de Wet natuurbescherming van Gedeputeerde Staten van de Provincie Fryslân verkregen. Negatieve effecten voor de Flora, Fauna en natuurgebieden worden hiermee uitgesloten.
Risico’s of kanttekeningen Risico’s of kanttekeningen Omrin heeft periodiek overleg met vertegenwoordigers van bevoegd gezag, belangenvertegenwoordigers en omwonenden. De beoogde uitbreidingsplannen zijn op deze wijze informeel kenbaar gemaakt. De bedoeling is dat voorafgaand aan de terinzagelegging van de ontwerpbeschikking voor omwonenden en andere belanghebbenden een voorlichtingsavond wordt georganiseerd. Het project, zoals dat nu voorligt en waarvoor vergunningen zijn aangevraagd, wordt dan toegelicht en er is gelegenheid voor het stellen van vragen. Hoewel contacten tot nu toe over het algemeen positief zijn verlopen volgens de aanvrager, bestaat de kans dat bezwaren worden geuit. Toekomstige ontwikkelingen Naast de plannen die nu voorliggen, worden verdere plannen voorbereidt. Deze plannen betreffen onder andere een uitbreiding richting het noorden (circa 7,5 ha). Daarnaast zijn mogelijke ontwikkelingen de bouw van een 4e vergister, kadetransport over water en aanleg van een zonnepark op een deel van de afgewerkte stort. Dit laatste betreft een onderdeel van de uitbreiding naar het noorden. De planning van Omrin is dat de beide gemeenteraden binnen afzienbare termijn worden geïnformeerd.
Communicatie en participatie Communicatie en participatie Zoals hiervoor is aangegeven heeft Omrin periodiek overleg met vertegenwoordigers van bevoegd gezag, belangenvertegenwoordigers en omwonenden. In de bijlage zijn verslagen gevoegd van het gecombineerd overleg Begeleidingscommissie en omwonenden Ecopark De Wierde. Tijdens de overleggen is onder andere gevraagd naar de visualisatie van de nieuwe situatie, gezien vanaf de Welleweg (Vegelingsoord). Naar aanleiding hiervan is de visualisatie aangepast en is conform het verzoek van de omwonende landschapseigen groen aangeplant in aanvulling op de bestaande groenstrook. Na het afgeven van de (ontwerp)verklaring van geen bedenkingen wordt deze, tezamen met de ontwerpomgevingsvergunning, overeenkomstig de procedure van artikel 3.10 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, door Gedeputeerde Staten van Fryslân gedurende een termijn van zes weken ter inzage gelegd. De terinzagelegging wordt via de voor de Provincie Fryslân gebruikelijke weg bekendgemaakt. Gedurende deze termijn is er gelegenheid voor eenieder zijn zienswijze te geven. Indien geen zienswijzen worden ingediend kan het college van Gedeputeerde Staten een definitief besluit nemen op de aanvraag omgevingsvergunning.
Indien wel zienswijzen worden ingediend met betrekking tot de activiteit ‘afwijken van de beheersverordening’ worden deze aan de gemeenteraad voorgelegd om te komen tot een definitief besluit over de verklaring van geen bedenkingen. Boodschap Kennisgeving besluit gemeenteraad
Doelgroep Aanvrager
Via welk middel Digitaal/Omgevingsloket
Door wie Afdeling
Wanneer Na besluit gemeenteraad
Financiën -
Bijlagen 1. verzoek van GS om een vvgb; 2. aanvraagformulier en bijlagen (Ruimtelijke onderbouwing, terreininrichting en document met
visualisaties); 3. verslagen Gecombineerd overleg Begeleidingscommissie en omwonenden Ecopark De Wierde d.d. 29-32021 en 4-10-2021 en informatiebrief juni 2020; 4. (concept)brief GS.