1.0 Raadsvoorstel Beetsterdyk 4 in Aldeboarn
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Portefeuillehouder dhr. J. van Veen Datum collegebesluit
Onderwerp
Opsteller F. Kroondijk Registratie Z.22.376023 Agendapunt
Voorgesteld besluit
Verklaring van geen bedenkingen Beetsterdyk 4 te Aldeboarn
1. een (ontwerp)verklaring van geen bedenkingen af te geven voor het realiseren van een insteekhaven op de locatie Beetsterdyk 4 te Aldeboarn; 2. deze verklaring als definitieve verklaring van geen bedenkingen aan te merken wanneer er geen zienswijzen over de ontwerpverklaring zijn ingediend; 3. naar aanleiding van de omgevingsvergunning geen exploitatieplan vast te stellen, omdat het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in de vergunning begrepen gronden anderszins is verzekerd. Inleiding Er is een aanvraag omgevingsvergunning ingediend waarmee wordt beoogd een insteekhaven te realiseren op de locatie Beetsterdyk 4 te Aldeboarn. Het plan is in strijd met de geldende ‘Bestemmingsplan Aldeboarn’. Strijdig gebruik De vergunning moet worden geweigerd als vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 Wabo niet mogelijk is. In dit geval kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid die is opgenomen in artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3o Wabo. Dit vereist dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en dat het besluit is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing. Uit artikel 2.27 Wabo en artikel 6.5 Bor volgt tenslotte dat de vergunning niet kan worden verleend dan nadat de gemeenteraad heeft verklaard daartegen geen bedenkingen te hebben. De verklaring kan slechts worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening.
Ons college is van mening, dat het aanvaardbaar is medewerking te verlenen aan het plan en dat toepassing wordt gegeven aan de afwijkingsbevoegdheid overeenkomstig de bepalingen in de Wabo.
Motivering Beoogd effect Het verkrijgen van de (ontwerp)verklaring van geen bedenkingen van de raad, zodat de besluitvormingsprocedure kan worden vervolgd. Argumenten Volgens de geldende bestemmingsplan rust op de grond van het projectgebied het besluitvak ‘Tuin’. De aanvraag is in strijd met het bestemmingsplan, omdat deze niet voorziet in het toestaan van een insteekhaven. Het bestemmingsplan noch de kruimelregeling (artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht) voorziet in de mogelijkheid om af te wijken van het bestemmingsplan ten behoeve van onderhavig project en daarmee de realisatie van een insteekhaven mogelijk te maken. 1.1. Het plan past binnen de Vaarwegenverordening Fryslân 2014 De provincie voert het beheer over het Friese vaarwater op basis van deze verordening. De insteekhaven zal grenzen aan de Boarn. De vaarwegenverordening strekt zich uit tot het vaarwater plus een oeverzone van 5 meter aan weerszijden van het vaarwater. Een deel van de te realiseren insteekhaven ligt binnen deze zone en daardoor is de Vaarwegenverordening Fryslân 2014 van toepassing. In 2009 is voor deze locatie door de provincie Fryslân een ontheffing verleend op basis van de toen geldende vaarwegenverordening voor het realiseren van een insteekhaven. De insteekhaven is later weer gedempt. De oude insteekhaven had een lengte van ca. 7 meter en een breedte van ca. 5 à 6 meter.
De nieuwe haven zal een breedte van 5 meter en een lengte van ca. 12 meter hebben en zal op dezelfde plaats worden gerealiseerd als de oude insteekhaven. De breedte is dan ook nagenoeg hetzelfde maar de lengte van de haven wordt duidelijk groter. Omdat de vaarwegenverordening zich beperkt tot 5 meter buiten het vaarwater, speelt deze verordening geen rol bij de beoordeling van het langere deel van de insteekhaven. Omdat de situatie niet is gewijzigd ten opzichte van de eerder ontheven situatie, is nu geen nieuwe ontheffing op basis van de Vaarwegenverordening Fryslân 2014 noodzakelijk. Er kan op dit punt worden teruggevallen op de eerder verleende ontheffing. 1.2. Het plan past binnen de Verordening Romte Fryslân De locatie is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied (BSG). Een insteekhaven is op grond van de Verordening Romte Fryslân dan ook toegestaan. 1.3. Het plan past binnen Ontgrondingenverordening Fryslân Deze verordening ziet op het ontgraven van grond binnen de provincie en kan aanleiding zijn voor een vergunningenprocedure. Wanneer niet dieper dan 2 meter beneden het maaiveld wordt gegraven en wanneer niet meer dan 10.000 m 3 ontgraven grond naar elders wordt afgevoerd, bestaat er geen aanleiding voor een ontgrondingenvergunning, maar wordt voldaan aan het vrijstellings- of ontheffingsvereiste.
In het concrete geval gaat het om een ontgravingsdiepte van ten hoogste 2 meter en een hoeveelheid grond van circa 120 m3 die in het terrein zal worden verwerkt. Een ontheffing of vergunning is dus niet nodig.
2
1.4. Het plan is ruimtelijk inpasbaar Adviescommissie ruimtelijke kwaliteit is van oordeel dat het plan voldoet aan redelijke eisen van welstand. 1.5. Ruimtelijke onderbouwing De aanvraag is voorzien van een ruimtelijke onderbouwing, waarin wordt ingegaan op de van toepassing zijnde wet- en regelgeving, beleidskaders en relevante ruimtelijke aspecten. Er zijn wat ruimtelijke aspecten betreft geen belemmeringen. Er is sprake van een goede ruimtelijke ontwikkeling. De onderbouwing maakt integraal onderdeel uit van het (te nemen) besluit. Hierna zijn kort de verschillende ruimtelijke aspecten benoemd. Achtereenvolgens komen aan de orde: archeologie, water, gebiedsbescherming, bodem, geluid en ecologie. Archeologie Uit de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) blijkt dat voor ingrepen die niet groter zijn dan 500 m2 respectievelijk 5000 m2 een archeologisch onderzoek hoeft te worden uitgevoerd. Het projectgebied heeft een oppervlakte van ca 60 tot 100 m2, waardoor het terrein te klein is om voor archeologische waarden nader te worden onderzocht. Mochten er bij overige bodemingrepen desondanks toch bodemvondsten worden gedaan, dan dienen die gemeld te worden bij de provinciaal archeoloog. Bodem Het betreft geen verblijfsruimte en daarnaast is er geen sprake van een verdachte locatie met betrekking tot bodemverontreiniging (geen dempingen, tanks o.i.d).
In dit verband wordt een bodemonderzoek niet verlangd. Ecologie Op basis van de uitgevoerde ecologische inventarisatie is gezien de aangetroffen terreinomstandigheden en de aard van de ontwikkelingen een voldoende beeld van de natuurwaarden ontstaan. Gezien de afstand tot de beschermde gebieden en de aard van het plan, zijn geen negatieve effecten te verwachten op het Natuurnetwerk Nederland (hierna: NNN), natuur buiten het NNN en weidevogelkansgebieden. De ontwikkeling is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) voor beschermde soorten is niet nodig. In verband met de soortbescherming van de Wnb is het wenselijk om bij de planning van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Er treedt door stikstofdepositie of andere factoren geen negatief effect op in het kader van de Wnb beschermde Natura 2000-gebieden. Een vergunning van de Wnb is dan ook niet nodig. Waterhuishouding Voor dit plan is de digitale watertoets op 8 maart 2022 doorlopen. De watertoets is het instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten.
Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer Wetterskip Fryslân heeft mondeling op de watertoets gereageerd door te stellen dat gezien de aard van de werkzaamheden (er wordt extra boezemwater gerealiseerd) er geen aanleiding is voor watercompensatie. Ook het aanbrengen van houten vlonders leidt niet tot een noodzaak voor watercompensatie, omdat de vlonders het hemelwater via brede spleten tussen de planken in de bodem kan doordringen. Daarmee is er dus geen sprake van het afdekken van de onderliggende bodem. Verder wijst het Wetterskip erop dat een watervergunning noodzakelijk is, deze is op 11 maart 2022 verleend. In de vergunning staan de
3
voorwaarden waaraan moet worden voldaan. De initiatiefnemer heeft de noodzakelijke watervergunning inmiddels ontvangen en zal de voorwaarden respecteren.
3.1. Vaststellen van een exploitatieplan is niet nodig Op grond van artikel 6.12, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) moet een exploitatieplan worden vastgesteld, tenzij het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is (artikel 6.12, tweede lid, van de Wro). In dit geval kan van het vaststellen van een exploitatieplan worden afgezien, omdat met de initiatiefnemer een overeenkomst is gesloten waarin afspraken zijn gemaakt over het kostenverhaal. In deze overeenkomst zijn de aspecten planschade, afkoop parkeereis en afval geregeld. Door het aangaan van deze overeenkomst is het verhaal van de gemeentelijke kosten derhalve anderszins verzekerd. Risico’s of kanttekeningen Communicatie en participatie Na het afgeven van de (ontwerp)verklaring van geen bedenkingen wordt deze, tezamen met de ontwerpomgevingsvergunning en bijlagen gedurende een termijn van zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn is er gelegenheid voor eenieder zijn zienswijze te geven op het plan. Eventuele zienswijzen worden betrokken bij de definitieve besluitvorming. Boodschap Kennisgeving besluit gemeenteraad Kennisgeving besluit gemeenteraad
Doelgroep Aanvrager
Via welk middel Digitaal/Omgevingsloket
Door wie Afdeling
Wanneer Na besluit gemeenteraad
Omwonenden
Digitaal
Afdeling
Na besluit gemeenteraad
Financiën Alle kosten van de planvorming en de realisatie naar aanleiding van dit plan zijn voor rekening van de aanvrager. Een overeenkomst, waarin de aspecten planschade, afkoop parkeereis en afval zijn geregeld, is ondertekend. Bijlagen 1. aanvraagformulier en bijlagen; 2. ontwerpomgevingsvergunning; 3. (concept)brief aanvrager. Het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen, de secretaris,
de burgemeester,
de heer J. van Leeuwestijn
de heer T.J. van der Zwan
4
Registratie
Onderwerp Verklaring van geen bedenkingen Beetsterdyk 4 Aldeboarn
De raad van de gemeente Heerenveen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 2022; gelet op, artikel 2.27 Wabo, juncto artikel 3.11 Wabo, juncto artikel 6.5 Bor en het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening, overwegende dat, -
aanvrager een aanvraag heeft ingediend voor een omgevingsvergunning voor het realiseren van een insteekhaven op de locatie Beetsterdyk 4 Aldeboarn; dat het plan in strijd is met de geldende ‘Bestemmingsplan Aldeboarn’, dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en het besluit is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing, dat het vaststellen van een exploitatieplan niet nodig is, omdat het verhaal van de gemeentelijke kosten door het aangaan van een overeenkomst met aanvrager anderszins is verzekerd,
Besluit 1. een (ontwerp)verklaring van geen bedenkingen af te geven voor het realiseren van een insteekhaven op de locatie Beetsterdyk 4 Aldeboarn; 2. deze verklaring als definitieve verklaring van geen bedenkingen aan te merken wanneer er geen zienswijzen over de ontwerpverklaring zijn ingediend; 3. geen exploitatieplan vast te stellen. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 1 december 2022. de griffier,
de voorzitter,
mevrouw L. Roest-Jonkers
de heer T.J. van der Zwan
5