001 bijlage 1 ontwerpbestemmingsplan hoek Kerkstraat 44/Nieuwstraat in Heerenveen
Tekst van het document
Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij onderstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd. Bij voorliggend plan geldt dat er geen sprake is van een toename van het verharde oppervlakte. In de bestaande situatie is het plangebied al volledig verhard. Ten aanzien van het bouwplan zal qua afvoer van riolering gebruik worden gemaakt van het bestaande aanwezige gescheiden stelsel.
NL.IMRO.0074.BPNKerkstrnwstr-OW01 Toelichting
Gemeente Heerenveen
Blad 34 van 39
Bestemmingsplan Heerenveen, Kerkstraat - Nieuwstraat
Oktober 2020 Versie 01
5
Hoofdstuk 5 Economische uitvoerbaarheid De kosten die gepaard gaan met de uitvoering van de plannen (opstellen bestemmingsplan en leges) zullen door de initiatiefnemer worden gedragen. De vergoeding van de gemeentelijke kosten wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen de ontwikkelaar en de gemeente. Deze overeenkomst geldt als een anterieure overeenkomst en daarom hoeft de gemeenteraad geen grondexploitatieplan vast te stellen. Tevens wordt het aspect planschade meegenomen in deze overeenkomst. De plannen zijn daarmee economisch uitvoerbaar.
NL.IMRO.0074.BPNKerkstrnwstr-OW01 Toelichting
Gemeente Heerenveen
Blad 35 van 39
Bestemmingsplan Heerenveen, Kerkstraat - Nieuwstraat
Oktober 2020 Versie 01
6
Hoofdstuk 6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid en Vooroverleg In deze paragraaf worden, wanneer deze beschikbaar zijn en indien noodzakelijk, de resultaten van het overleg op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening uiteengezet. Ook de resultaten van de inspraak dan wel ter visie legging worden hier uiteengezet wanneer deze beschikbaar is. Inspraak Burgemeester en wethouders van Heerenveen hebben inspraak gegeven op het schetsontwerp bouwplan voor 17 appartementen in Heerenveen, op de percelen Kerkstraat 44, Nieuwstraat 7 en het parkeerterrein achter het perceel Kerkstraat 44. Naar aanleiding van de inspraak is een Antwoordnota Inspraak opgesteld. Deze is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. De inspraakreacties hebben niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan, wel heeft het college op basis van de inspraakreacties besloten om 4 parkeerplaatsen aan de Nieuwstraat aan te wijzen voor kort parkeren. Vooroverleg Het concept van het bestemmingsplan is in het kader van het wettelijke overleg toezenden aan GS van Fryslân en Wetterskip Fryslân. De provincie reageerde bij brief van 16 april 2020. Van het waterschap werd geen reactie ontvangen. De provincie brengt -samengevat- het volgende naar voren: a. Uit de toelichting blijkt dat het project niet in een actueel woonprogramma is opgenomen.
Dit betekent dat het project niet past binnen artikel 3.1.1 van de Verordening Romte. Op grond van artikel 3.1.2 van de verordening kan in afwijking van 3.1.1 alsnog worden meegewerkt wanneer de woningbouwcapaciteit wordt ingepast in een actueel woonprogramma. In de toelichting geeft u aan dat u bezig met een actualisatie van uw woonprogramma waarin dit project wordt opgenomen. Geadviseerd wordt, voordat het voorliggende bestemmingsplan in ontwerp ter inzage wordt gelegd, een aangepast woonprogramma aan Gedeputeerde Staten voor te leggen. Reactie: De nieuwbouw past in de nieuwe Woonvisie en in het aangepaste woningbouwprogramma. Het aangepaste woningbouwprogramma is inmiddels naar de provincie gezonden. De toelichting is op dit punt aangepast. b. Op basis van een Ecologische QuickScan, uitgevoerd in januari 2020, worden vervolgonderzoeken voorgesteld ten aanzien van de huismus, gierzwaluw en vleermuizen. Geadviseerd wordt de uitkomsten van de vervolgonderzoeken op te nemen in het ontwerpbestemmingsplan Reactie: Het vervolgonderzoek is inmiddels uitgevoerd. De uitkomsten zijn verwerkt in de toelichting. Ontwerpbestemmingsplan Volgt nog
NL.IMRO.0074.BPNKerkstrnwstr-OW01 Toelichting
Gemeente Heerenveen
Blad 36 van 39
Bestemmingsplan Heerenveen, Kerkstraat - Nieuwstraat
Oktober 2020 Versie 01
7
Hoofdstuk 7 Juridische Toelichting
7.1
Algemeen Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied. De wijze waarop deze regeling juridisch kan worden vormgegeven, wordt in grote lijnen bepaald door de op 1 juli 2008 in werking getreden Wet ruimtelijke ordening, en door het daarbij behorende Besluit ruimtelijke ordening en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012, zoals deze per 1 oktober 2012 in werking is getreden. De verbeelding dient in samenhang met de planregels te worden gelezen. In de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) met bijbehorend Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro) heeft het bestemmingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van gemeenten, provincies en het rijk. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening (hierna Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna SVBP2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP2012 zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (hierna IMRO2012) en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (hierna STRI2012) normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. Conform Wro en Bro wordt een bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting in digitale geautoriseerde bronbestanden vastgelegd en in die vorm vastgesteld.
Daarnaast kent de Wro een papieren versie van (hetzelfde) bestemmingsplan. Indien de inhoud van digitale stukken tot een andere uitleg leidt dan de stukken op papier, dan is de digitale inhoud beslissend. Het bestemmingsplan is daarmee een digitaal juridisch authentiek document. De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd. De SVBP2012 geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. De standaard heeft geen betrekking op de toelichting van het bestemmingsplan. Er worden geen normen gesteld omtrent de vormgeving en inrichting van de analoge weergave van het bestemmingsplan. De SVBP2012 heeft ook geen betrekking op de totstandkoming van de inhoud van een bestemmingsplan. Dit is de verantwoordelijkheid van het bevoegde gezag. In de SVBP2012 is wel aangegeven hoe de inhoud van een bestemmingsplan digitaal moet worden weergegeven. De SVBP2012 geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan. De verbeelding en planregels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden.
7.1
Toelichting op de Toelichting De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd. De digitale verbeelding is de verbeelding van het bestemmingsplan in een interactieve raadpleegomgeving, waarin alle relevante bestemmingsplaninformatie wordt getoond: de combinatie van (plan)kaart en regels met de toelichting.
NL.IMRO.0074.BPNKerkstrnwstr-OW01 Toelichting
Gemeente Heerenveen
Blad 37 van 39
Bestemmingsplan Heerenveen, Kerkstraat - Nieuwstraat
Oktober 2020 Versie 01
Een raadpleger van het bestemmingsplan moet alle relevante bestemmingsplaninformatie op eenvoudige wijze voor ogen kunnen krijgen. De relevante bestemmingsplaninformatie heeft betrekking op de bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen met bijbehorende regels in het bestemmingsplan. Voor zowel bestemmingen als aanduidingen geldt, dat deze zonder interactie zichtbaar moeten zijn in de digitale verbeelding. Uit interactie met de digitale verbeelding blijkt dan de inhoud van de bestemming en/of aanduiding. 7.2
Toelichting op de planregels De inrichting van de planregels is deels voorgeschreven door de SVBP2012. De groepering van de planregels, de naamgeving van een aantal planregels en zelf de inrichting van bestemmingen is deels bepaald door de ministeriële regeling. Een aantal planregels is zelfs geheel voorgeschreven: het overgangsrecht, de anti-dubbeltelregel en de slotregel. De regels zijn standaard ingedeeld in vier hoofdstukken. Bij elke planregel (elk artikel) wordt hieronder een nadere toelichting gegeven. Toelichting Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 : Begrippen De begripsbepalingen in artikel 1 zijn noodzakelijk bij de interpretatie van de regels. In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. De begrippen die hierin zijn opgenomen zijn terug te vinden in de bestemmingsbepalingen. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Met uitzondering van de eerste twee begrippen (plan en bestemmingsplan) zijn de begrippen alfabetisch gerangschikt. De begrippen zijn zoveel mogelijk gebaseerd op vaste jurisprudentie. In de loop der tijd hebben de meeste begrippen zich ontwikkeld tot een standaard, waarvan ook in dit bestemmingsplan gebruik is gemaakt.
Artikel 2 : Wijze van meten De bepalingen over de wijze van meten zijn in artikel 2 opgenomen. Dit artikel geeft aan hoe de hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Wonen - Woongebouw Het beoogde appartementengebouw is geregeld in de bestemming 'Wonen Woongebouw'. Rondom het gebouw is een bouwvlak gelegd. Op dit bouwvlak is in overeenstemming met het stedenbouwkundig plan een maximum aantal wooneenheden en een maximum bouwhoogte opgenomen. Voor de hoogte van het voorgestelde woongebouw wordt uitgegaan van 13,20 meter.
NL.IMRO.0074.BPNKerkstrnwstr-OW01 Toelichting
Gemeente Heerenveen
Blad 38 van 39
Bestemmingsplan Heerenveen, Kerkstraat - Nieuwstraat
Oktober 2020 Versie 01
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 4 : Anti-dubbeltelbepaling Deze regel is geheel voorgeschreven door het Besluit ruimtelijke ordening (in artikel 3.2.4 Bro). Deze standaardbepaling strekt ertoe te voorkomen dat van ruimte die in een wijzigingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie mogelijk is gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, nogmaals zou kunnen worden gebruik gemaakt. Artikel 5 : Algemene gebruiksregels In deze regels wordt expliciet weergegeven welk gebruik van gronden en gebouwen in strijd is met het bestemmingsplan. Artikel 6 : Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn de algemene afwijkingsregels geformuleerd en is zichtbaar met welke afwijkingen binnen het plan het bevoegd gezag, onder genoemde voorwaarden, mee wenst te werken aan (kleinschalige) afwijkingen van het wijzigingsplan. Artikel 7 : Overige regels In de Overige regels is verwoord over hoe omgegaan dient te worden met het parkeren. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 8 : Overgangsrecht Deze regels zijn geheel voorgeschreven door het Besluit ruimtelijke ordening (artikelen 3.2.1 en 3.2.2 Bro). Omdat een bestemmingsplan elke tien jaar moet worden herzien, betreffen de meeste bestemmingsplannen gebieden die reeds in gebruik en ingericht zijn.
Een bestemmingsplan kan ruimte bieden voor ontwikkelingen en daarom soms ander gebruik en/of bebouwing toelaten dan er in werkelijkheid in het gebied aanwezig is. Bestaande rechten worden beschermd met overgangsrecht. Er is overgangsrecht voor bouwwerken en overgangsrecht voor gebruik van de gronden en bouwwerken. Artikel 9 : Slotregel Deze regel is geheel voorgeschreven door de Ministeriële regeling Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen. Deze regel geeft aan hoe de planregels van dit plan kunnen worden aangehaald. Hiermee wordt de naam van het wijzigingsplan vastgelegd. Voor de digitale uitwisseling van plannen krijgt elk plan ook een unieke code van letters en cijfers.
NL.IMRO.0074.BPNKerkstrnwstr-OW01 Toelichting
Gemeente Heerenveen
Blad 39 van 39
Bestemmingsplan Heerenveen, Kerkstraat - Nieuwstraat
Oktober 2020 Versie 01
Projectgegevens Project IMRO Projectnummer Versie Datum
: Woongebouw Kerkstraat Heerenveen : NL.IMRO.0074.BPNKerkstrnwstr-OW01 : RB 40.024 : 01 : Oktober 2020
RooBeek Advies Nautilusstraat 7b 7821 AG Emmen www.roobeek-advies.nl
NL.IMRO.0074.BPNKerkstrnwstr-OW01 Toelichting
Quickscan ecologie
1
Ecologische Quickscan Kerkstraat 44 Heerenveen Ecologische Quickscan Kerkstraat 44 Heerenveen
Ecologische Quickscan Kerkstraat 44 8441 EZ, Heerenveen
E.J. Ruiter
2
Alcedo Natuurprojecten heeft dit rapport opgesteld in opdracht van Team 2 Studio voor de Bouwkunst BV. Daarmee is dit rapport eigendom van bovengenoemde opdrachtgever. Niets uit deze rapportage mag worden vermenigvuldig en/of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotokopie, of welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Alcedo Natuurprojecten. Het is ook niet toegestaan dit rapport zonder toestemming te gebruiken voor enig ander werk dan waarvoor dit product is ontwikkeld. Alcedo Natuurprojecten is niet aansprakelijk voor gevolgschade of schade welke voortvloeit uit toepassingen van resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Alcedo Natuurprojecten; opdrachtgever vrijwaart Alcedo Natuurprojecten van aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
Ecologische Quickscan Kerkstraat 44 Heerenveen
Colofon Ecologische Quickscan Kerkstraat 44 8441 EZ, Heerenveen Auteur:
Evert Ruiter
Opdrachtgever:
Team 2 studio voor de bouwkunst B.V. De Kampen 22 8325 DE Vollenhove
Contactpersoon:
Jaap Heetebrij, Jaap Heetebrij, jaap@om-team2.nl
Opdrachtnemer:
Alcedo Natuurprojecten Cornelis Houtmanstraat 10 8023 EA Zwolle
Contactpersoon:
Evert Ruiter, info@alcedo-natuurprojecten.nl
Uitvoer onderzoek:
Evert Ruiter
Projectcode:
2020 - 010
Rapportcode:
2020 - 005
Datum:
28 januari 2020
Status:
CONCEPT
Te citeren als: Ruiter E.J. 2020. Ecologische Quickscan Kerkstraat Heerenveen. Alcedo Natuurprojecten rapport 2020 - 005. In opdracht van: Team2 studio voor de Bouwkunst BV
Ecologische Quickscan Kerkstraat 44 Heerenveen
3
Inhoud 1.
Inleiding 1.1. Aanleiding 1.2. Doel 1.3. Leeswijzer 2. Onderzoeksmethode 2.1. Algemene opzet en werkwijze 2.2. Bronnenonderzoek 2.3. Oriënterend terreinbezoek 2.4. Volledigheid van het onderzoek 2.5. Verantwoording 3. Wettelijk kader 3.1. Algemeen 3.2. Doelstelling van de Wnb 3.3. Welke soorten worden beschermd 3.4. Zorgplicht 3.5. De verbodsbepalingen 3.6. Beschermingsregimes 3.7. Natuur Netwerk Nederland 3.8. Natura 2000 4. Beschrijving locatie en ingreep 4.1. Beschrijving locatie 4.2. Beschrijving ingreep 5. Resultaten 5.1. Veldbezoek 5.2. Flora 5.3. Grondgebonden zoogdieren 5.4. Vleermuizen 5.5. Vogels 5.6. Amfibieën, reptielen en vissen 5.7. Dagvlinders, libellen en overige ongewervelden 6. Toetsing aan de Wnb 7. Conclusies en aanbevelingen 8. Bronvermeldingen Fotobijlage
Ecologische Quickscan Kerkstraat 44 Heerenveen
`
4 4 4 5 6 6 6 6 7 7 8 8 8 8 8 8 9 10 12 14 14 15 16 16 16 16 16 17 17 17 18 20 21 22
4
1. Inleiding 1.1.
Aanleiding en vraag
Initiatiefnemer is van plan om aan de Kerkstraat 44 te Heerenveen een pand (voormalig jeugdgebouw) af te breken en vervolgens ter plaatse een aantal appartementen te realiseren. Dit in het kader van inbreiding in het oude stadscentrum van Heerenveen. Ten behoeve van dit plan wordt een bestaande woning gesloopt. Deze ingreep kan betekenen dat er middels de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde diersoorten in het gedrang komen. Daarbij valt te denken aan gebouw-bewonende vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. Een onderzoek zal moeten uitwijzen of de kans bestaat dat dit ook daadwerkelijk het geval is. Daartoe is in eerste instantie het uitvoeren van een ecologische quickscan binnen de kaders van de Wnb noodzakelijk. De resultaten van de quickscan zijn vervolgens bepalend voor eventueel vervolgonderzoek. Op verzoek van Jaap Heetebrij van Team 2 Studio voor de Bouwkunst uit Vollenhove is daarom een ecologische quickscan uitgevoerd. Deze ecologische quickscan is uitgevoerd door Alcedo Natuurprojecten uit Zwolle. De resultaten daarvan worden gepresenteerd in deze rapportage en zijn bepalend voor eventueel vervolgonderzoek op basis van het vleermuisprotocol 2017 en/of kennisdocumenten.
De ecologische quickscan is uitgevoerd op basis van de vraag: wat is het effect van de voorgenomen ingreep op de aanwezig flora en fauna?
1.2.
Doel
Het doel van het onderzoek, de ecologische quickscan, is het controleren en onderzoeken van de locatie op de aanwezigheid van middels de Wnb beschermde diersoorten en het uitbrengen van advies ten aanzien van eventuele vervolgstappen. Het uitgevoerde onderzoek is samen te vatten in zes vragen: 1. Welke beschermde soorten, zoals genoemd in de Wnb zijn op de locatie aanwezig? 2. Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze beschermde soorten? 3. Worden bij uitvoer van de voorgenomen plannen verbodsbepalingen van de Wnb overtreden? 4. Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? 5. Is vervolgonderzoek noodzakelijk? 6. Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wnb aan te vragen bij de provinciale overheid.
Ecologische Quickscan Kerkstraat 44 Heerenveen
5
1.3.
Leeswijzer
In dit hoofdstuk is beschreven hoe dit onderzoek, het uitvoeren van ecologisch onderzoek in het kader van soort- en gebiedsbescherming, tot stand is gekomen en werd de doelstelling vertaald naar onderzoeksvragen. In hoofdstuk 2 wordt de onderzoeksmethodiek besproken. In hoofdstuk 3 wordt het wettelijk kader uiteengezet. In hoofdstuk 4 volgt een algemene beschrijving van de onderzochte locatie en de voorgenomen ingrepen. In hoofdstuk 5 volgt de synthese van de resultaten en wordt een effectentoetsing uitgevoerd op beschermde soorten in het kader van de WNB. In hoofdstuk 6 volgt een effectentoetsing op de gebiedsbescherming Wnb. In hoofdstuk 7 volgen de conclusies en aanbevelingen met eventuele mitigerende maatregelen en wordt de eventuele noodzaak aangegeven tot vervolgonderzoek. Hierna volgen de geraadpleegde bronnen en bijlagen met een foto impressie van de onderzochte locatie.
6
Ecologische Quickscan Kerkstraat 44 Heerenveen
2. Onderzoeksmethodiek 2.1.
Algemene opzet en werkwijze
Dit onderzoek betreft een quickscan. Op basis van een grondig onderzoek op locatie is een inschatting is gemaakt van de (potentiële) aanwezigheid van en mogelijke nadelige effecten op beschermde diersoorten. Deze inschatting is gemaakt op basis van parate kennis van soorten en expert judgement. Vervolgens is een inschatting gemaakt van te verwachten negatieve effecten op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten. De mogelijk negatieve effecten zijn getoetst aan de Wnb.
2.2.
Bronnenonderzoek
Het bronnenonderzoek gaat uit van bestaande en beschikbare gegevens. Voor een actueel overzicht van beschermde soorten die in de regio voorkomen zijn verspreidingsgegevens van internetmedia en diverse verspreidingsatlassen van relevante soortgroepen en (jaar)verslagen van Particuliere Gegevensbeherende Organisaties (PGO’s) geraadpleegd (zie geraadpleegde bronnen).
2.3.
Oriënterend terreinbezoek
De locatie is op 17 januari 2020 bezocht. Het bezoek vond overdag plaats onder matige weercondities. Tijdens dit bezoek is op basis van de opdrachtgever aangeleverde gegevens zoveel mogelijk concrete informatie te verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten, o.a. via zicht- en gehoorwaarnemingen, sporenonderzoek, nesten, holen, uitwerpselen, enzovoorts. Ook is de wijde omgeving van het plangebied bekeken en een inschatting gemaakt van hoe dieren de locatie en het omliggende terrein kunnen gebruiken als plaats om te foerageren, er langs te trekken, er te rusten of het anderszins te benutten.
2.4.
Volledigheid van het onderzoek
Gedurende het veldonderzoek wordt een inschatting van een gebied gemaakt, maar met een dergelijk veldonderzoek is het nooit zeker dat alle aanwezige soorten ook daadwerkelijk waargenomen (kunnen) worden. Een ervaren veldbioloog kan wel een goede inschatting maken van de kans dat beschermde soorten een plangebied benutten. Dit gebeurt aan de hand van parate kennis van beschermde soorten, hun habitatvoorkeur, ecologie en op basis van vooronderzoek m.b.t. de te onderzoeken locatie. Op basis van het veldbezoek, bronnenonderzoek en eventueel overleg met de eigenaar wordt er een goede inschatting is gemaakt van het voorkomen van beschermde soorten.
Ecologische Quickscan Kerkstraat 44 Heerenveen
7
2.5.
Verantwoording
Het veldwerk is uitgevoerd en de rapportage geschreven door Evert Ruiter. Werkzaam vanuit Alcedo Natuurprojecten uit Zwolle. Alle in het rapport gebruikte foto’s zijn gemaakt door Evert Ruiter, tenzij anders vermeld.
8
Ecologische Quickscan Kerkstraat 44 Heerenveen
3. Wettelijk kader 3.1. Algemeen De bescherming van planten- en diersoorten is in Nederland geregeld in de Wet natuurbescherming (verder te noemen Wnb). Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden en beschermt ruim 900 soorten in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet. 3.2. Doelstelling van de Wnb
het beschermen en ontwikkelen van de natuur; het behouden en herstellen van biologische diversiteit; het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur en het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen.
De Wet natuurbescherming benoemt niet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten. Dit betekent in de praktijk dat het gaat om het effect van uw activiteiten op beschermde soorten. Heel vaak gaan activiteiten en werkzaamheden en de bescherming van soorten prima samen. Als u uw werk zo kunt inrichten dat u geen schade toebrengt aan beschermde soorten, dan hoeft u vooraf niets te regelen. Soms is het echter onvermijdelijk dat schade ontstaat aan beschermde dieren of planten. In die situaties is het nodig dat u vooraf bekijkt of hiervoor een vrijstelling geldt, of dat een ontheffing moet worden aangevraagd (‘nee-tenzij’-beginsel). 3.3. Welke soorten worden beschermd? De Wnb kent drie categorieën van beschermde soorten:
Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn; Soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn; Andere soorten waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven.
Ecologische Quickscan Kerkstraat 44 Heerenveen
9
3.4. Zorgplicht In de Wnb is ook een zorgplicht vastgelegd. Deze plicht geldt te allen tijde en houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze plicht geldt voor iedereen en voor alle planten en dieren, beschermd of niet. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”.
10
Ecologische Quickscan Kerkstraat 44 Heerenveen
3.5. De verbodsbepalingen
Beschermingsregimes Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb
Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb
Andere soorten § 3.3 Wnb
Artikel 3.1 lid 1
Artikel 3.5 lid 1
Artikel 3.10 lid 12
Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.
Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.
Artikel 3.1 lid 2
Artikel 3.5 lid 4
Artikel 3.10 lid 1b
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.
Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Artikel 3.1 lid 3
Artikel 3.5 lid 3
Niet van toepassing
Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.
Het is verboden om eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
11
Artikel 3.1 lid 4 en lid 5
Artikel 3.5 lid 2
Het is verboden vogels opzettelijk te verstoren, tenzij de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Het is verboden om dieren opzettelijk te verstoren.
Niet van toepassing
Artikel 3.5 lid 5
Artikel 3.10 lid 1c
Het is verboden planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Het is verboden planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Tabel 1. Overzicht bepalingen
Ecologische Quickscan Kerkstraat 44 Heerenveen
Niet van toepassing
3.6. Beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn en een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn (beschermd). Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten (flora, fauna en avifauna) beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: • Er mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. • Er moet tegenover een afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. • De ingreep mag geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. 3.7.
Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland, oftewel NNN (voorheen Ecologische Hoofdstructuur, EHS), is een netwerk van natuurgebieden waarin de natuur (planten en dieren) voorrang heeft en derhalve wordt beschermd. Daarmee wordt voorkomen dat natuurgebieden geïsoleerd komen te liggen en dieren en planten uitsterven en dat de natuurgebieden zo hun waarde verliezen. De NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur en het is derhalve van belang dit netwerk te bespreken in het kader van natuurbescherming. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. Sinds 1990 zijn de provincies en het Rijk druk doende met de aanleg van verbindingszones tussen verschillende natuurgebieden om zo een duurzaam, samenhangend netwerk van gebieden te creëren. De NNN heeft als doel van bestaande en nieuwe natuur een goed werkend netwerk te maken. Het behoud, herstel en de ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN is hierbij het uitgangspunt. Net als bij de Wnb geldt hier het ‘nee-tenzij’-beginsel. Dit is 1 oktober 2012 vastgelegd in het Besluit Algemene Regelingen Ruimtelijke Ordening (BARRO).
Dit betekent dat er geen activiteiten plaats mogen vinden waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN in het geding komen, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang, tenzij er geen reële alternatieven zijn of tenzij negatieve effecten zo veel mogelijk beperkt worden en de overblijvende effecten worden gecompenseerd.
Ecologische Quickscan Kerkstraat 44 Heerenveen
12
Rijk en provincies hebben in 2011 met elkaar afgesproken dat natuurbeheer meer een regionale verantwoordelijkheid wordt. Dat is vastgelegd in het Natuurakkoord. Als gebiedsregisseurs van het landelijke gebied zetten de provincies zich in voor een versterking van de natuur. Zij dienen de begrenzing van het NNN vast te leggen in een provinciale verordening, waar ook de regels omtrent de inhoud van en de toelichting bij bestemmingsplannen in het belang van de realisatie, bescherming, instandhouding en verdere ontwikkeling van de beoogde natuurkwaliteit van het NNN worden beschreven. De provincies dienen hierbij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN vast te leggen. Dit zijn de huidige en potentiële waarden, gebaseerd op de natuurdoelen van het desbetreffende gebied. Per perceel worden deze doelen vaak in natuurdoeltypen en/of beheertypen vastgelegd. Bij een aanvraag voor een ecologische quickscan en/of flora- en fauna-onderzoek gaat Alcedo Natuurprojecten dus ook altijd na of het plangebied binnen de begrenzingen van het NNN ligt en wat de effecten van de voorgenomen ingreep/activiteit zullen zijn. De onderzochte locatie ligt op meer dan 3 kilometer afstand van de dichtstbijzijnde grens van het Natuurnetwerk Friesland. 3.8.
Natura 2000 Bij een aanvraag voor een ecologische quickscan en/of flora- en fauna-onderzoek wordt ook onderzocht of het plangebied binnen de begrenzingen of directe invloedsfeer (minder dan 3 kilometer) van een N2000 gebied ligt en wat de effecten van de voorgenomen ingreep/activiteit op dat gebied zullen zijn. De onderzochte locatie ligt op meer dan 3 kilometer afstand van de grens van het dichtstbijzijnde N2000 gebied (Deelen).
Figuur 1: Ligging van locatie t.o.v. N2000 gebied Deelen. Bron: Synbiosis Alterra.
Ecologische Quickscan Kerkstraat 44 Heerenveen
13
14
Figuur 2. Stroomdiagram Wnb. Bron: Ecologica.
Ecologische Quickscan Kerkstraat 44 Heerenveen
4. Beschrijving locatie en ingrepen 4.1.
Beschrijving locatie
De onderzochte locatie bevindt zich aan de Kerkstraat 44 te Heerenveen. In feite is de onderzochte locatie ingeklemd tussen Kerkstraat-Nieuwstraat-Vermaningsteeg. Op deze locatie staat een gebouw dat recent nog in gebruik was als jongerencentrum. Het is een bakstenen gebouw met spouwmuren, twee verdiepingen en een zolder en een rood pannen dak. Dit gebouw staat zo te zien al enige tijd leeg en verkeerd in een enigszins vervallen staat (delen van het dak zijn gehavend). Naast dit pand stond aan de zijde van de Nieuwstraat nog een pand (op figuur 2 nog zichtbaar), maar dat bleek inmiddels te zijn afgebroken. Naast het pand aan de zijde van de Kerkstraat is een parkeerplaats gesitueerd. Voor een impressie van de onderzochte locatie: Zie fotobijlage.
15
Figuur 3: Ligging van de onderzochte locatie. (bron: Google Maps)
Ecologische Quickscan Kerkstraat 44 Heerenveen
4.2.
Beschrijving ingreep
Het voornemen is om alle bebouwing, voor zover nog niet gesloopt, te verwijderen en in het kader van inbreiding op de plaats van het voormalige jeugdgebouw 6 appartementen, op de plaats van de woning ernaast 3 appartementen en op de plaats van de parkeerplaats 8 appartementen te realiseren. In het totaal wordt het dus een complex van 17 appartementen. Voor de uitvoer van deze plannen zullen geen bomen worden gekapt en geen vijvers of sloten worden gedempt.
16
Ecologische Quickscan Kerkstraat 44 Heerenveen
5. Resultaten In dit hoofdstuk zijn de (potentiële) aan- of afwezigheid van de onderzochte plant- en diersoorten in het onderzoeksgebied onderbouwd. De relevante soorten zijn nader toegelicht. 5.1.
Veldbezoek Tijdens het veldbezoek is voor zover mogelijk een inventarisatie uitgevoerd van de beschermde soorten binnen de Wnb met de nadruk op de niet vrijgestelde beschermde soorten. In onderstaande tabel zijn het tijdstip en de waarnemings-condities van het uitgevoerde veldbezoek weergegeven.
Waarnemingscondities veldbezoek Datum 17.01.2020
Begintijd 14.00 uur
Eindtijd 15.00 uur
Weersomstandigheden Wind: 3 bft, bewolking 100%, circa 5 gr.C., lichte regen
Tabel 2. Waarnemingscondities veldbezoek 5.2.
Flora Op de onderzochte locatie is geen sprake van het voorkomen van wilde plantensoorten omdat het een stedelijk omgeving betreft die geheel is bebouwd of bestraat. Bij de voorgenomen plannen zullen geen beschermde planten in het geding komen.
5.3.
Grondgebonden zoogdieren Er is geen gericht onderzoek naar het voorkomen van deze soortgroep verricht. De reden hiervoor is dat op basis van een visuele inspectie kon worden volstaan met de constatering dat er geen belangrijk biotoop voor deze soortgroep zal worden aangetast.
5.4.
Vleermuizen Vaste verblijfplaatsen: Op basis van deze visuele inspectie kan worden bepaald dat de onderzochte locatie mogelijk geschikt is als vaste verblijfplaats (kraamkolonie, paarverblijf) voor vleermuizen. Er zijn spouwmuren aanwezig die mogelijk via daklijsten bereikbaar zijn. Voorts ligt een groot aantal pannen los of ontbreken er pannen. Die plaatsen kunnen fungeren als invliegopeningen. Foerageermogelijkheden: De onderzochte locatie zal zeker fungeren als foerageerplaats voor vleermuizen. Met name de beschutte parkeerplaats. Daarbij wordt vooral gedacht aan soorten als gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Deze foerageerplaatsen zullen niet of nauwelijks worden aangetast door de voorgenomen plannen. Vliegroutes: De onderzochte locatie vormt mogelijk een onderdeel van een corridor bestaand uit huizen en straten. Bij de voorgenomen plannen zullen bestaande vliegroutes en migratiecorridors niet worden onderbroken.
Ecologische Quickscan Kerkstraat 44 Heerenveen
17
5.5.
Vogels Tijdens deze scan zijn in de omgeving diverse algemene vogelsoorten aangetroffen, zoals kauw, huismus, spreeuw, Turkse tortel en houtduif. Het betreft vogelsoorten die thuishoren in een stedelijk milieu en de locatie vooral benutten als plaats om er te foerageren. Er werden op de onderzochte locatie zelf geen huismussen aangetroffen, maar in de directe omgeving werd wel een vrij grote zwerm huismussen aangetroffen. Er is gericht onderzoek gedaan naar sporen van huismussennesten. Deze werden niet aangetroffen. Het is echter niet uit te sluiten dat onder de dakpannen van het voormalige jeugdgebouw geen huismussen broeden. Datzelfde geldt voor gierzwaluwen. Voor gierzwaluwen was het tijdstip van onderzoek (winterperiode) niet geschikt. Op basis van expert judgement en bronnenonderzoek kan worden gesteld dat de locatie (oude binnenstad met veel historische panden) geschikt is als broedlocatie voor gierzwaluwen.
5.6.
Amfibieën, reptielen en vissen Er is geen gericht onderzoek naar het voorkomen van deze soortgroepen verricht. De reden hiervoor is dat op basis van een visuele inspectie kon worden volstaan met de constatering dat er vanwege de voorgenomen plannen geen belangrijk (land)biotoop voor deze soortgroepen zal worden aangetast.
5.7.
Dagvlinders, libellen en overige ongewervelden Er is geen gericht onderzoek naar het voorkomen van deze soortgroepen verricht. De reden hiervoor is dat de tijd van het jaar daarvoor niet geschikt was en op basis van een visuele inspectie kon worden volstaan met de constatering dat er vanwege de voorgenomen plannen geen belangrijk biotoop voor deze soortgroepen zal worden aangetast.
Ecologische Quickscan Kerkstraat 44 Heerenveen
18
6. Toetsing aan de Wnb Welke verbodsbepalingen kunnen worden overtreden? Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Artikel 3.1. lid 2 ‘het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen’ en lid 4 en 5 ‘het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort’ Dit is van toepassing omdat er op de onderzochte locatie indicaties zijn aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van beschermde vogelsoorten. Het betreft huismus en gierzwaluw. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Tijdens dit onderzoek zijn geen habitatrichtlijnsoorten aangetroffen, maar de kans dat ze ter plaatse voorkomen kan niet worden uitgesloten. Er gaan vanwege de voorgenomen plannen mogelijk vaste verblijfplaatsen voor vleermuizen verloren. Er gaan vanwege de voorgenomen plannen echter geen foerageergebieden verloren en er worden ook geen migratiecorridors doorsneden. Beschermingsregie andere soorten § 3.3 Artikel 3.10 lid 1b ‘het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen’ Dit is niet van toepassing omdat er ter plaatse geen vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen zijn aangetroffen.
NB: In de Wet natuurbescherming is bij meer verbodsbepalingen dan onder de Flora- en faunawet het opzetvereiste toegevoegd, in lijn met de artikelen van de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. In de Flora- en faunawet was alleen sprake van het opzetvereiste bij verontrusting (art 10). Hierdoor was de Flora- en faunawet strenger dan de verbodsbepalingen van de Habitatrichtlijn. Niet opzettelijke handelingen waarbij de verbodsbepalingen overtreden worden, zijn nu niet langer verboden. Daarbij is van belang dat het Europees Hof van Justitie in zijn jurisprudentie heeft bepaald dat onder opzet ook voorwaardelijke opzet moet worden begrepen: “Daarvan is sprake als iemand een handeling verricht en daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of plant. Natuur Netwerk Nederland (NNN) en Natura 2000 (N2000) De onderzochte locatie ligt op eer dan 3 kilometer afstand van N2000 gebied Deelen.
Ecologische Quickscan Kerkstraat 44 Heerenveen
19
7. Conclusies en aanbevelingen Op basis van deze quickscan wordt het volgende geconcludeerd:
Er zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels aangetroffen, maar het kan niet worden uitgesloten dat deze niet aanwezig zijn in het voormalige jeugdgebouw; Het is niet uit te sluiten dat in het voormalige jeugdgebouw geen vaste verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig zijn; Vanwege de voorgenomen plannen gaan er geen foerageerplaatsen van vleermuizen verloren; Vanwege de voorgenomen plannen worden er geen migratiecorridors van veermuizen doorsneden; De onderzochte locatie ligt op meer dan 3 kilometer afstand van N2000 gebied.
Op basis van deze quickscan wordt het volgende geadviseerd:
Ten aanzien van de voorgenomen plannen is het aan te bevelen vervolgonderzoek uit te laten voeren volgens kennisdocumenten huismus en gierzwaluw; Ten aanzien van de voorgenomen plannen is het aan te bevelen om vervolgonderzoek uit te laten voeren volgens het vleermuisprotocol 2017, omdat er mogelijk sprake is van het verdwijnen of in gevaar komen van vaste verblijfplaatsen.
Ecologische Quickscan Kerkstraat 44 Heerenveen
20
8. Bronvermeldingen
https://www.ecologica.eu/uploads/files/0N9mdKCbQFKwvO6oEJVGNn6fywUVvlQn.p df https://www.ecorne.nl/2017/07/04/steenmarter-vrijstelling-in-groningen Lange, R., P. Twisk , A. van Winden & A. van Diepenbeek, 2003. Zoogdieren van WestEuropa. Stichting Uitgeverij van de KNNV en VZZ i.s.m. Vereniging Natuurmonumenten. Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers (red.), 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen, Stichting Uitgeverij van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, Utrecht. Ministerie van LNV, 2004. Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit TRCJZ/2004/5727, houdende vaststelling van rode lijsten flora en fauna. SOVON, 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels. Nederlands Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij en EIS-Nederland, Leiden. Twisk, P. et al, 2010. Veldgids Europese Zoogdieren. KNNV Uitgeverij en Zoogdiervereniging. www.natuurindegemeente.nl/aandeslagmetdenatuurwet/wpcontent/uploads/2016/12/Soortenbescherming_bij_ruimtelijke_ingrepen_1.3_15122 016.pdf www.quickscanhulp.nl www.ravon.nl www.sovon.nl www.synbiosis.alterra.nl www.waarneming.nl www.zoogdiervereniging.nl
Ecologische Quickscan Kerkstraat 44 Heerenveen
21
Foto-overzicht
22
Ecologische Quickscan Kerkstraat 44 Heerenveen
23
Ecologische Quickscan Kerkstraat 44 Heerenveen
24
Ecologische Quickscan Kerkstraat 44 Heerenveen
Vervolgonderzoek ecologie
Vervolgonderzoek Vleermuizen Huismus Gierzwaluw
Kerkstraat 44 Heerenveen
Vervolgonderzoek Vleermuizen, Huismus & Gierzwaluw Kerkstraat 44 8441 EZ, Heerenveen
E.J. Ruiter
Alcedo Natuurprojecten heeft dit rapport opgesteld in opdracht van Team 2 Studio voor de bouwkunst, Vollenhove. Daarmee is dit rapport eigendom van bovengenoemde opdrachtgever. Niets uit deze rapportage mag worden vermenigvuldig en/of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotokopie, of welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Alcedo Natuurprojecten. Het is ook niet toegestaan dit rapport zonder toestemming te gebruiken voor enig ander werk dan waarvoor dit product is ontwikkeld. Alcedo Natuurprojecten is niet aansprakelijk voor gevolgschade of schade welke voortvloeit uit toepassingen van resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Alcedo Natuurprojecten; opdrachtgever vrijwaart Alcedo Natuurprojecten van aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
2 Vervolgonderzoek Vleermuizen, huismus & gierzwaluw. Kerkstraat 44 Heerenveen
Colofon Vervolgonderzoek Vleermuizen, Huismus & Gierzwaluw Kerkstraat 44 8441 EZ, Heerenveen Auteur:
E.J. Ruiter
Opdrachtgever:
Team 2 studio voor de bouwkunst B.V. De Kampen 22 8325 DE Vollenhove
Contactpersoon:
Jaap Heetebrij, Jaap Heetebrij, jaap@om-team2.nl
Opdrachtnemer:
Alcedo Natuurprojecten Cornelis Houtmanstraat 10 8023 EA Zwolle
Contactpersoon:
Evert Ruiter, info@alcedo-natuurprojecten.nl
Uitvoer onderzoek:
H. Mellema
Projectcode:
2020 - 034
Rapportcode:
2020 - 053
Datum:
21 september 2020
Collegiale toets:
H. Mellema, september 2020
Status:
Concept
Te citeren als:
Ruiter E.J. 2019. Vervolgonderzoek Vleermuizen, Huismus & Gierzwaluw. Alcedo Natuurprojecten rapport 2020 - 053. In opdracht van: Team 2 Studio voor de bouwkunst.
3 Vervolgonderzoek Vleermuizen, huismus & gierzwaluw. Kerkstraat 44 Heerenveen
Inhoudsopgave 1.
2.
Inleiding
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Doel
5
1.3
Leeswijzer
5
Werkwijze en inspanning
6
2.1
Werkwijze
7
2.2
Volledigheid inventarisatie
7
3.
Omschrijving plangebied
8
4.
Resultaten
10
4.1
Vleermuizen
10
4.1.1 Per soort
10
4.1.2 Vliegroute
11
4.1.3. Foerageergebied
11
4.2 Huismus
12
4.3 Gierzwaluw
12
5. Conclusies
6.
13
5.1
Conclusies
13
5.2
Advies
14
5.3.
Toelichting gebruikte termen
14
Geraadpleegde Bronnen
17
Bijlage 1.
Foto-impressie
16
Bijlage 2.
Waarnemingskaarten
17
Bijlage 3.
Wettelijk kader
20
4 Vervolgonderzoek Vleermuizen, huismus & gierzwaluw. Kerkstraat 44 Heerenveen
1. Inleiding 1.1.
Aanleiding
Aan de Kerkstraat 44 te Heerenveen bevindt zich een voormalig jongerencentrum. De initiatiefnemer is voornemens dit gebouw af te breken om ter plaatse ruimte te maken voor nieuwbouw. Deze plannen kunnen betekenen dat er middels de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde plant- of diersoorten in het gedrang komen. Daarbij valt te denken aan gebouw-bewonende vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. Een ecologisch vooronderzoek heeft uitgewezen dat niet kan worden uitgesloten dat de bebouwing inderdaad bewoond wordt door vleermuizen, huismussen of gierzwaluwen. Vandaar dat in 2019 vervolgonderzoek op basis van het vleermuisprotocol 2017 en kennisdocumenten huismus en gierzwaluw is uitgevoerd . Dee resultaten van dit onderzoek worden gepresenteerd in deze rapportage.
1.2.
Doel
Door middel van dit onderzoek worden de volgende vragen beantwoord: • • •
•
1.3.
Wordt de bebouwing van Kerkstraat 44 te Heerenveen gebruikt als tijdelijke of vaste verblijfplaats door vleermuizen en zo ja, om welke soorten gaat het; Is er sprake van kraamverblijfplaatsen, zomerverblijfplaatsen of andersoortige verblijfplaatsen van vleermuizen, en zo ja, om welke soorten en aantallen gaat het; Maakt de bebouwing en de omgeving deel uit van een belangrijk foerageergebied of een belangrijke vliegroute voor vleermuizen en zo ja, voor welke soorten is dit van belang; Wordt de bebouwing van Kerkstraat 44 te Heerenveen gebruikt als broedplaats van huismus of gierzwaluw, en zo ja, om welke aantallen gaat het.
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 worden gevolgde werkwijze, methodes en inspanning beschreven, hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het onderzochte plangebied. De onderzoeksresultaten worden besproken in hoofdstuk 4 op basis waarvan in hoofdstuk 5 conclusies en adviezen worden gepresenteerd. In hoofdstuk 6 wordt aangegeven welke bronnen zijn geraadpleegd en vervolgens is er aantal bijlagen met daarin een fotoimpressie van het plangebied, waarnemingskaarten en een korte beschrijving van het wettelijk kader waarbinnen dit onderzoek is uitgevoerd.
5 Vervolgonderzoek Vleermuizen, huismus & gierzwaluw. Kerkstraat 44 Heerenveen
2. Werkwijze en inspanning In de periode mei tot en met september van 2020 werd het plangebied Kerkstraat 44 te Heerenveen 6 maal bezocht en geïnventariseerd op het voorkomen van vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. De toegepaste onderzoeksmethoden worden in dit hoofdstuk nader toegelicht. Tijdens alle bezoeken waren de weersomstandigheden geschikt voor het inventariseren van de soortgroepen. Zie tabel 1.
Tabel 1. Datum en tijdstip van en weersomstandigheden tijdens de inventarisaties. Datum
Tijd
Functies
Medewerker
Weer
15-5-2020
06:00 – 08:00
HM
Henk Mellema
Temp: 1 - 4 ºC, Bew. 0/8, Wind: NW1, Neerslag: geen regen
22.05.2020 20:30 – 23:30
A, B, C, D, HM, GZ
Henk Mellema
Temp: 19 - 21 ºC, Bew. 0/8, Wind: OZO 1, Neerslag: geen regen
18.06.2020 03.00 – 05.00
A, B, C, D, E, HM, GZ
Henk Mellema
Temp: 15 - 16 ºC, Bew. 7/8, Wind: NO 1, Neerslag: dampig
08.07.2020 20:30 – 23:30
A, B, C, D, GZ
Henk Mellema
Temp: 20 ºC, Bew. 8/8, Wind: NO 1, Neerslag: geen regen
23.08.2020 23:00 – 01:00
A, B, C, D
Henk Mellema
Temp: 14 - 16 ºC, Bew. 3/8, Wind: ZW 2, Neerslag: geen regen
15.09.2020 23:00 – 01:00
A, B, C, D
Henk Mellema
Temp: 17 - 19 ºC, Bew. 3/8, Wind: NW 1, Neerslag: geen regen
Onderzochte functies vleermuizen: A: Vliegroute B: Foerageergebied C: Kraamverblijfplaats D: Zomerverblijfplaats E: Zwermgedrag HM = Huismus GZ = Gierzwaluw
6 Vervolgonderzoek Vleermuizen, huismus & gierzwaluw. Kerkstraat 44 Heerenveen
2.1.
Werkwijze
De bezoeken vonden plaats in de periodes 15 mei – 15 juli en 15 augustus – 15 oktober met steeds een tussenpoos van minimaal 10 dagen. Tijdens alle veldbezoeken werd op grond van geluid en zicht geïnventariseerd. Voor het vaststellen van vleermuizen op geluid werd gebruik gemaakt van batdetectors en een batlogger. Voor het vaststellen van vleermuizen op zicht werd gelet op rond- of langs vliegende dieren of werden met batdetector vastgestelde dieren beschenen met een zaklantaarn. Al deze aspecten tezamen vormden een beeld van hoe vleermuizen het gebouw aan de Kerkstraat 44 en de wijde omgeving benutten. Voor het vaststellen van huismussen werd gelet op zingende mannetjes in de dakgoot, huismussen die met nestmateriaal slepen, de aanwezigheid van jonge vogels en huismussen in het algemeen in de directe omgeving. Voor het vaststellen van gierzwaluw werd gelet op in- of uitvliegende gierzwaluwen, roepende vogels van onder de dakpannen, langs-vliegende gierzwaluwen en gierzwaluwen die elders in de directe omgeving rondvlogen. Tijdens ieder bezoek kon in de loop van minimaal 2 á 3 uur het totale gebouw en de directe omgeving goed worden geïnspecteerd.
2.2.
Volledigheid inventarisatie
Dit onderzoek is uitgevoerd volgens het Vleermuisprotocol 2017 en richtte zich op het vaststellen van (zomer-, paar-) verblijfplaatsen en kraamkolonies, vliegroutes en foerageergebied van gebouw-bewonende soorten zoals Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis en Laatvlieger. Daarvoor zijn 5 onderzoeksrondes toereikend. De bebouwing kon goed worden onderzocht door 1 persoon en er is een volledig beeld ontstaan van door welke vleermuissoorten de bebouwing wordt gebruikt en welke functies het voor deze soorten vervult. Het onderzoek naar huismus en gierzwaluw is zoveel mogelijk gecombineerd met de bezoeken voor vleermuizen. Vanwege een late aanbesteding is het onderzoek naar huismus op één bezoek na volledig uitgevoerd, maar dat heeft niet geleid tot een onvolledig onderzoek. Zie 4.2.
7 Vervolgonderzoek Vleermuizen, huismus & gierzwaluw. Kerkstraat 44 Heerenveen
3. Omschrijving plangebied De onderzochte locatie bevindt zich aan de Kerkstraat 44 te Heerenveen, deze ligt ingeklemd tussen Kerkstraat-Nieuwstraat-Vermaningsteeg. Op deze locatie staat een gebouw dat recent nog in gebruik was als jongerencentrum. Het is een bakstenen gebouw met spouwmuren, twee verdiepingen en een zolder en een rood pannen dak. Dit gebouw staat al enige tijd leeg en verkeerd in een enigszins vervallen staat (delen van het dak zijn gehavend). Naast dit pand stond aan de zijde van de Nieuwstraat nog een pand maar deze is inmiddels afgebroken. Naast het pand aan de zijde van de Kerkstraat is een parkeerplaats gesitueerd. Voor een impressie van de onderzochte locatie: Zie fotobijlage.
Figuur 1: Overzicht ligging onderzochte locatie in Heerenveen. (Bron: Google Maps)
8 Vervolgonderzoek Vleermuizen, huismus & gierzwaluw. Kerkstraat 44 Heerenveen
Figuur 2: Detail overzicht onderzochte locatie. (Bron: Google Maps)
Binnen het plangebied zijn de volgende ecotopen aanwezig: • • • • • •
Een gebouw met dakpannen, houten betimmering en spouwmuur; Enkele gebouwen met dakpannen, houten betimmering en spouwmuur; Breed, ondiep, stilstaand water (> 2 meter breed, < 1 meter diep); Dunne berken en lindes (diameter borsthoogte < 25 cm); Dikke berken, mogelijk met holtes (diameter borsthoogte > 25 cm); Lage, opgaande begroeiing bestaande uit parkplantsoen.
9 Vervolgonderzoek Vleermuizen, huismus & gierzwaluw. Kerkstraat 44 Heerenveen
4. Resultaten 4.1.
Vleermuizen
Gedurende het onderzoek werden binnen het plangebied 3 soorten vleermuizen aangetroffen, het betreft: • • • •
Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii Laatvlieger Eptesius serotinus Rosse vleermuis Nyctalus noctula
Hieronder worden per soort de waarnemingen weergegeven en de functies die Kerkstraat 44 voor vleermuizen vervult. Waarnemingskaarten zijn opgenomen in bijlage 2.
4.1.1. Per soort •
Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus
Tijdens alle op vleermuizen gerichte bezoeken was dit de meest waargenomen soort. Verspreid in de omgeving van Kerkstraat 44 werden bij alle bezoeken gewone dwergvleermuizen aangetroffen. Deze soort gebruikt de onderzochte locatie als volgt: Kraamkolonie: Er werden geen kraamkolonies aangetroffen. Vaste verblijfplaats: Er werden geen vaste verblijfplaatsen vastgesteld. Baltslocatie: Er werden geen baltslocaties vastgesteld. De hoogbouw aan de Kerkstraat en Lanenburg zijn echter wel in trek bij mannetjes van de gewone dwergvleermuis. Ze zijn op diverse plekken zwermend en aantikkend aangetroffen in de gehele omgeving Foerageerplaats: Voor gewone dwergvleermuizen fungeert de directe omgeving van Kerkstraat 44 als foerageergebied. Zie figuur 3. Winterverblijf: In de korte westelijke toren van de Parochie kerk van de Heilige geest, is mogelijk een winterverblijf aanwezig van gewone dwergvleermuis. Hier zwermden in het tijdens de onderzoeken in augustus en september steeds (maximaal) vijf dieren. Dit deel van het centrum van Heerenveen lijkt hierdoor van belang als een belangrijk habitat voor gewone dwergvleermuizen.
10 Vervolgonderzoek Vleermuizen, huismus & gierzwaluw. Kerkstraat 44 Heerenveen
•
Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii
De ruige dwergvleermuis is enkele malen waargenomen in de directe omgeving van Kerkstraat 44. Evenals de vorige soort heeft de ruige dwergvleermuis een voorkeur voor de hoogbouw aan de Kerkstraat en Lanenburg. Enige binding met Kerkstraat 44 werd niet vastgesteld. •
Laatvlieger Eptesius serotinus
Laatvliegers werden maar zelden waargenomen en het betrof steeds solitaire overvliegende dieren. De waargenomen exemplaren vertoonden dus geen binding met de bebouwing. Het is mogelijk dat er zich elders in het centrum van Heerenveen een kleine kolonie aanwezig is. •
Rosse vleermuis Nyctalus noctula
Dit is een boom-bewonende vleermuis. Deze soort werd tijdens enkele avondbezoeken waargenomen, maar het betrof steeds dieren die hoog over de locatie vlogen. Dit gedrag is kenmerkend voor Rosse vleermuizen. Het zijn uitstekende vliegers die grote afstanden overbruggen om vanuit hun verblijfplaatsen naar goede foerageerplekken te vliegen.
4.1.2. Vliegroute De functie die Kerkstraat 44 en omgeving vervult als vliegroute voor vleermuizen is aanwezig, maar enigszins beperkt. Tijdens het onderzoek is weliswaar waargenomen dat Rosse vleermuizen en Laatvliegers in een duidelijk waarneembare lijn over of langs de locatie vlogen, maar of de bebouwing daarbij een essentiële rol speelt voor oriëntatie is niet duidelijk vastgesteld. Het kan evenzogoed zijn dat deze dieren, en dan met name Laatvliegers, ook laanboomstructuren volgen. Gewone dwergvleermuizen en ruige dwergvleermuizen, die overwegend laag en tussen de bebouwing vliegen, oriënteren zich wel op de bebouwing van Kerkstraat 44 en omgeving.
4.1.3. Foerageergebied Een belangrijke functie die Kerkstraat 44 voor vleermuizen vervult is als foerageergebied. De inbedding van het gebouw tussen de overwegend hoge(re) bebouwing in de omgeving en de bomen langs de straten, vormt daarbij een belangrijk element omdat daar in de avond en nacht veel insecten aanwezig zijn. De lage bebouwing en de open plaatsen vormen ingebed kleine warmte-eilanden waar de warmte van de dag ’s avonds en ’s nachts langer blijft hangen dan op plaatsen die kaler zijn. Op die plaatsen zijn ook veel vliegende insecten (voedsel voor vleermuizen) aanwezig.
11 Vervolgonderzoek Vleermuizen, huismus & gierzwaluw. Kerkstraat 44 Heerenveen
4.2.
Huismus
Er zijn geen broedende huismussen waargenomen in of in de omgeving van het gebouw aan Kerkstraat 44. In de wijdere omgeving zijn echter wel degelijk huismussen aanwezig, met name in de woonwijken ten oosten en noordoosten van de onderzochte locatie.
4.3.
Gierzwaluw
Er werden in de directe omgeving van Kerkstraat 44 wel gierzwaluwen aangetroffen, maar er zijn geen broedende gierzwaluwen vastgesteld in het pand van nummer 44. Het maximum aantal gierzwaluwen in de lucht was echter 12 ex. In het centrum van Heerenveen en dus ook de directe omgeving van nummer 44, broeden meerdere paartjes gierzwaluwen. Het aantal in de directe omgeving van Kerkstraat 44 wordt geschat op 6 paar. Ze komen dus dicht in de buurt van de onderzochte locatie voor, maar hebben geen binding met Kerkstraat nummer 44. De meeste gierzwaluwactiviteit bevindt zich ten zuidwesten van nummer 44, in het wat oudere deel van de binnenstad. Zie bijlage 2.
12 Vervolgonderzoek Vleermuizen, huismus & gierzwaluw. Kerkstraat 44 Heerenveen
5. Conclusies en advies 5.1.
Conclusies
Op basis van de bevindingen die tijdens dit onderzoek zijn gedaan kan het volgende worden geconcludeerd: •
Op de onderzochte locatie is het voorkomen vastgesteld van vier vleermuissoorten, te weten: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis;
•
Van deze vier soorten gebruiken gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis de locatie als foerageerplaats en als onderdeel van een vliegroute;
•
Er is geen kraamkolonie aangetroffen van de gewone dwergvleermuis;
•
Er is geen binding met de bebouwing aangetoond in de vorm van verblijfplaatsen;
•
Vleermuizen benutten de locatie met name als foerageergebied en in mindere mate als vliegroute;
•
Er worden bij de voorgenomen plannen ter plaatse geen bomen gekapt, maar wel gebouwen afgebroken. Hierdoor worden vliegroutes en foerageergebieden van de aangetroffen vleermuizen slechts marginaal aangetast, omdat er ook weer gebouwen verrijzen;
•
Op de onderzochte locatie is het voorkomen van broedende huismussen niet vastgesteld;
•
Op de onderzochte locatie is het voorkomen van broedende gierzwaluwen niet vastgesteld;
•
Voor de uitvoer van de voorgenomen plannen is een aanvraag bij Provincie Friesland voor een ontheffing inzake de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk.
13 Vervolgonderzoek Vleermuizen, huismus & gierzwaluw. Kerkstraat 44 Heerenveen
5.2.
Advies
Omdat gebleken is dat Kerkstraat 44 niet, maar de omgeving daarvan wel in trek is bij gewone dwergvleermuis, huismus en gierzwaluw, wordt geadviseerd om nestkasten voor deze soorten op te nemen in de nieuwbouw. Dat kan door middel van het integreren van de kasten in de spouwmuur of door ze op juiste plaatsen op te hangen aan de buitenmuur. Voor meer informatie omtrent het integreren of ophangen van vleermuis-, huismus, en gierzwaluwkasten zie: www.vivarapro.nl.
5.3.
Toelichting gebruikte termen.
Verblijfplaats: Een object (gebouw, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters, met enige regelmaat). Zomerverblijfplaats: Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. Kraamverblijfplaats: Een verblijfplaats van een kraamgroep met vrouwtjes met jongen. Paar(verblijf)plaats: Een verblijfplaats of de omgeving daarvan, waar ten minste een baltsend mannetje of meerdere vleermuizen overdag verblijven en paren of komen zwermen. Welk gedrag is waar te nemen, is afhankelijk van de soort. Te herkennen aan zwermgedrag en/of baltsroepen. (Zwermen bij het invliegen komt bij meer verblijfsfuncties voor.) Vliegroute: Een vaste route van een vleermuis of een groep van vleermuizen vanaf een verblijfplaats naar een foerageergebied of tussen verblijfplaatsen visa versa. Migratieroute: Een vaste route van zomerleefgebied naar winterverblijfplaats of winterleefgebied en visa versa. Foerageergebied: Een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert. Baltslocatie: Strategisch gekozen plek in een gebouw of boom van waaruit een vleermuismannetje roept om vrouwtjes te lokken.
14 Vervolgonderzoek Vleermuizen, huismus & gierzwaluw. Kerkstraat 44 Heerenveen
6. Geraadpleegde bronnen • • •
• • • • • • • • •
Dietz, C., O. von Helversen & D. Nill, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noord-West Afrika. Tirion Natuur. Middleton, N., A. Froud & K. French. (2014) Social Calls of the Bats of Britain and Ruiter E.J. 2020. Ecologische Quickscan Kerkstraat Heerenveen. Alcedo Natuurprojecten rapport 2020 - 005. In opdracht van: Team2 studio voor de Bouwkunst BV wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2017-03-01 www.batecho.eu www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-006-Kennisdocument-Gierzwaluw-1.0.pdf www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-009-Kennisdocument-Huismus-1.0.pdf www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/ www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol www.vleermuis.net www.vleermuis.net/bescherming/soorten www.waarneming.nl
15 Vervolgonderzoek Vleermuizen, huismus & gierzwaluw. Kerkstraat 44 Heerenveen
Bijlage 1: Foto-impressie
16 Vervolgonderzoek Vleermuizen, huismus & gierzwaluw. Kerkstraat 44 Heerenveen
Bijlage 2: Waarnemingskaart
17 Vervolgonderzoek Vleermuizen, huismus & gierzwaluw. Kerkstraat 44 Heerenveen
Bijlage 3. Wettelijk kader Algemeen De bescherming van planten- en diersoorten is in Nederland geregeld in de Wet natuurbescherming (verder te noemen Wnb). Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden en beschermt ruim 900 soorten in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet.
Doelstelling van de Wnb • • •
het beschermen en ontwikkelen van de natuur; het behouden en herstellen van biologische diversiteit; het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur en het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen.
De Wet natuurbescherming benoemt niet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten. Dit betekent in de praktijk dat het gaat om het effect van uw activiteiten op beschermde soorten. Heel vaak gaan activiteiten en werkzaamheden en de bescherming van soorten prima samen. Als u uw werk zo kunt inrichten dat u geen schade toebrengt aan beschermde soorten, dan hoeft u vooraf niets te regelen. Soms is het echter onvermijdelijk dat schade ontstaat aan beschermde dieren of planten. In die situaties is het nodig dat u vooraf bekijkt of hiervoor een vrijstelling geldt, of dat een ontheffing moet worden aangevraagd (‘nee-tenzij’-beginsel).