Reactie op technische vragen inspreekbijdragen 2 februari 2026
Tekst van het document
Memo Datum 9 februari 2025
Van K. Harink
Aan Griffie
Onderwerp Beantwoording technische vragen inspreekavond 2 februari 2025 Herziening lokaal uitnodigingskader
Vraag: Voor de inwoners is het proces niet duidelijk. Is de discussienota over de onderwerpen afstand en participatie een toets voor de raad of het college op de goede weg is? Of wordt ook gevraagd of de raad inhoudelijk akkoord is? Beantwoording: De bespreking in de commissie op 9 februari is bedoeld om de commissie de gelegenheid te geven advies mee te geven. Dat advies verwerken we in het ontwerp-uitnodigingskader. Daarna wordt dit ontwerp vrijgegeven en kunnen inwoners zienswijzen indienen. Deze zienswijzen worden één voor één beargumenteerd overgenomen of niet. Vervolgens wordt het definitieve voorstel opnieuw aan commissie en raad aangeboden. Ook in die fase kunnen inwoners weer inspreken en op andere manieren invloed uitoefenen. Vraag: Wordt bij het afzwakken van de minimumafstandseis wel voldoende rekening gehouden met lichthinder, brandrisico’s en onbekende factoren? Beantwoording: Wanneer op grond van het kader een plan verder wordt uitgewerkt, worden veiligheids- en hinderaspecten (bijv. bij batterijopslag) zondermeer altijd stringent getoetst aan wetgeving. Bij de beoordeling van een plan wordt de expertise vanuit de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland en de omgevingsdienst altijd betrokken.
Vraag: Praten we over panelen die vlak op de grond liggen of over Argi-PV systemen waarbij rijen van 3 tot 4 meter hoog worden geplaatst? De impact van iets van 1,20 meter hoog is totaal anders dan een wand van 4 meter hoog. Beantwoording: De geformuleerde afstand van 50 meter geldt als uitgangspunt voor alle varianten van zonneparken. Elk project is anders. Platliggende panelen hebben inderdaad een kleinere impact dan wanden met panelen. Maar in de praktijk blijkt dat de zichthinder die ontstaat bij een ontwikkeling altijd tot maatwerk leidt om die zichthinder te beperken. Het is inderdaad zo dat een algemeen geldend afstandscriterium lang niet altijd toereikend is om zichthinder te voorkomen. Het is onmogelijk om van te voren een onderbouwd voorstel te formuleren als het gaat om het voorkomen van zichthinder.
Vraag: Hoe kan het college een afstand bepalen op basis van niet bestaande functies? Beantwoording: Voor het bepalen van afstanden heeft het college als basis de functies in ons gemeentelijk omgevingsplan gebruikt. ‘Functie’ in deze zin is een term die onder de nieuwe Omgevingswet de term ‘bestemming’ uit de oude ruimtelijke wetgeving vervangt en verbreedt. We gebruiken voor het bepalen van afstanden op dit moment uitsluitend functies die in het omgevingsplan al beschreven zijn. Vraag: Wat is de reden dat het college uitgaat van de oude versie van de Handreiking Bedrijven en Milieuzonering uit 2009 en niet de vernieuwde Handreiking Activiteiten en Milieuzonering uit 2024? Beantwoording: Het klopt dat de handreiking uit 2009 gedateerd is, maar bij de verkenning van de te hanteren afstandscriteria heeft dit geen effect. De basisprincipes zijn hetzelfde gebleven. Voor een transformatorunit worden onder de oude en de nieuwe handreiking dezelfde afstandscriteria gebruikt. Op dit moment is de gemeente bezig om met de nieuwe handreiking te werken. Vraag: Welke andere gemeenten zijn geraadpleegd bij het formuleren van afstandscriteria? Beantwoording: De gemeente heeft zich beperkt tot gemeenten in de regio met een landelijk karakter; de gemeenten Epe, Hattem, Oldebroek en Lochem.
Verder zijn er steekproefsgewijs een aantal gemeenten in Nederland onderzocht die afstandscriteria hanteren. --
2/2