Presentatie rekenkamerrapport inwonersparticipatie aan de raad 21 september.pdf
Tekst van het document
Rekenkameronderzoek naar inwonersparticipatie in Heerde September 2021
Inleiding Vraagstelling Onderzoeksopzet Overzicht van de bevindingen Aanbevelingen
21-9-2021
PBLQ
2
Vraagstelling Op welke wijze geeft de gemeente invulling aan inwonersparticipatie en wat betekent dat voor de rollen van de raad (kaderstelling, controle en volksvertegenwoordiging)? In aanvulling; ook aandacht voor de bestuurscultuur van Heerde Overwegingen bij de aanvullende aandacht voor de bestuurscultuur: • De wijze waarop invulling en gevolg wordt gegeven aan inwonerparticipatie wordt mede bepaald door de bestuurscultuur. • Bestaande rolopvattingen en het concrete gedrag van bestuurders, ambtenaren en raadsleden hebben effect op zowel de onderlinge wisselwerking tussen deze actoren als de omgang met de lokale gemeenschap.
21-9-2021
PBLQ
3
Bevindingen met betrekking tot het beleid Bouwstenen voor beleid met betrekking tot de interactie met de gemeenschap zijn aan te treffen in diverse gemeentelijke stukken (communicatievisie, dienstverleningsvisie en uitnodigingsplanologie). Maar het participatiebeleid is vooralsnog niet concreet vastgelegd. Wel is een participatievisie in voorbereiding. Dat impliceert dat binnen de gemeentelijke organisatie concrete richtlijnen, procedures of werkwijzen met betrekking tot inwonerparticipatie niet beschikbaar of uitgewerkt zijn.
21-9-2021
PBLQ
4
Bevindingen met betrekking tot de uitvoering De gemeente slaagt er onvoldoende in om bij aanvang de positie, mogelijkheden en inbreng van de participanten duidelijk te maken. De gemeente maakt de ambitie om in plaats van te vertellen daadwerkelijk met inwoners in gesprek te gaan, niet of onvoldoende waar. Tevens wordt door inwoners ervaren dat de gemeente toezeggingen niet altijd nakomt, met name over het tijdig informeren van betrokkenen.
21-9-2021
PBLQ
5
Bevindingen met betrekking tot de gemeenteraad De raadsleden onderschrijven het belang van het betrekken van inwoners bij de beleidsvorming, maar het ontbreekt hun aan concrete en vastgelegde uitgangspunten om daar algemene afspraken en werkwijzen aan te verbinden. Raadsleden bewaken dat er sprake is van inwonersparticipatie. Het gebrek aan kaderstellend beleid leidt er toe dat zij de opbrengsten van participatietrajecten elk voor zich, en meestal pas achteraf, beoordelen. Dit maakt hun beoordeling van die opbrengsten en de wijze waarop zij die opbrengsten laten meewegen in de besluitvorming betrekkelijk onvoorspelbaar. Er is geen oordeel mogelijk over de vraag of raadsleden consequent en rolvast handelen, omdat die rol immers niet is vastgelegd.
21-9-2021
PBLQ
6
Bevindingen m.b.t. de bestuurscultuur Er is sprake van een kleine, overzichtelijke gemeentelijke organisatie die dicht bij de lokale gemeenschap staat. Dat heeft voor- en nadelen:
‒ goed bereikbare bestuurders en ambtenaren. ‒ Veel zaken kunnen informeel worden afgedaan. Hierdoor ontstaan soms betrekkelijk weinig transparante besluitvormingstrajecten. ‒ Een kleine organisatie is kwetsbaar. Er is sprake van een hoge werkdruk. ‒ Verschillende inwoners ervaren dat de gemeente basisprocessen in de dienstverlening, zoals adequaat reageren op vragen of toezeggingen nakomen, niet waarmaakt. ‒ Zowel raads- als collegeleden spreken over goede en open politieke verhoudingen. ‒ Het wederzijdse vertrouwen tussen de gemeentelijke organisatie en de gemeenteraad is beperkt.
21-9-2021
PBLQ
7
Aanbevelingen aan het college van B&W 1. Stel uitgangspunten voor inwonersparticipatie op in goede en intensieve wisselwerking tussen college van B&W, ambtelijke organisatie, gemeenteraad én inwoners zodat deze collectief doorleefd zijn. Zorg dat inzicht ontstaat in de wederzijdse ambities en verwachtingen en de noodzakelijke afstemming en wisselwerking om die ambities waar te maken; 2. Expliciteer in dat beleid de positie, verantwoordelijkheden en rollen van de verschillende betrokken spelers; college van B&W, gemeenteraad en medewerkers van de organisatie; 3. Werk de uitgangspunten uit in duidelijke en concrete richtlijnen voor de dagelijkse uitvoeringspraktijk van de medewerkers van de gemeentelijke organisatie; besteed daarbij ook aandacht aan de wijze en het moment waarop de raad wordt geïnformeerd over participatie; 4. Investeer in een organisatiecultuur waarin de uitgangspunten en concrete richtlijnen geen ‘papieren tijgers’ zijn, maar wel integraal onderdeel van het dagelijks handelen van alle medewerkers; 5. Houd het beleid levend en actueel; inventariseer structureel ervaringen met participatietrajecten, bespreek die in organisatie en leid daar, zo nodig verbeterpunten uit af. Betrek ook met enige regelmaat de gemeenteraad bij de lessen en ervaringen uit participatietrajecten; 6. Heroverweeg de doelstellingen en uitgangspunten van uitnodigingsplanologie.
Sluit deze aanpak nog aan bij de huidige situatie? Stel in het bijzonder nieuwe en aangescherpte eisen aan de inrichting van de participatie in het kader van uitnodigingsplanologie, en betrek in de besluitvorming de vraag of de regie over de participatie bij de initiatiefnemer moet liggen, en zo ja welke verwachtingen vanuit de gemeente worden meegegeven.
21-9-2021
PBLQ
8
Aanbevelingen aan de gemeenteraad 1. Investeer in de discussie over de uitgangspunten van het beleid met betrekking tot inwonersparticipatie en neem daarbij ook de consequenties voor de uitvoering in overweging; 2. Heb daarin in het bijzonder aandacht voor de rollen en verantwoordelijkheden voor de raad en maak afspraken over het moment en de wijze waarop de raad over participatie geïnformeerd wordt, op een dusdanige wijze dat de raad zijn verantwoordelijkheden waar kan maken; 3. Maak onderling afspraken over de invulling van die rollen en verantwoordelijkheden in de praktijk; 4. Volg en bespreek de ontwikkelingen en ervaringen met inwonersparticipatie en gebruik de daaraan de te ontlenen inzichten voor het versterken van de eigen verantwoordelijkheden en rol.
21-9-2021
PBLQ
9