Inspreekbijdrage de heer E. de Vries
Tekst van het document
Geachte voorzi-er, Dank voor de mogelijkheid om in te spreken. Mijn naam is Eldert de Vries en ik spreek hier namens een groep verontruste inwoners uit de dorpen en specifiek het buitengebied. De beide discussienota’s roepen veel emoBe en vragen op. Een aantal daarvan heeC u vanavond al kunnen horen. Ik neem u mee in de validiteit van de nota over de afstandscriteria, onze onduidelijkheden en de vraag of zon op land een poliBeke keuze is, Voor vanavond beperk ik me, gezien de spreekBjd, tot een samenvaFng. Voor nadere uitleg, toelichBng en onze (verdiepende) vragen verwijs ik u naar de bijlage als onderdeel van dit document. Validiteit – afstand De afstand wordt gemeten vanaf een funcBe (bijvoorbeeld tuin). Echter de (meeste) in de bijlages genoemde funcBes bestaan niet. Hoe kan het college een afstand bepalen op basis van niet bestaande funcBes? Omdat de funcBes niet bestaan verzoeken wij bijlage 1A en 1B als niet ontvankelijk te verklaren en de nota’s niet verder te bespreken. Validiteit – handreiking Ondanks dat er geen sluitende redenering is om een afstandseis op te nemen doet het college dat toch. De afstand is bepaald aan de hand van 17 jaar oud document. Al in 2024 is het document vervangen. De manier waarop de inpassing gedaan dient te worden is fundamenteel anders geworden.
Twee quotes van de site van de VNG: “Onder de Omgevingswet worden ruimte en milieu geïntegreerd in het omgevingsplan en bij buitenplanse omgevingsvergunningen (BOPA). Met het oog op deze integra@e is een nieuwe systema@ek gewenst. Hoewel de basisprincipes van milieuzonering hetzelfde blijven is de systema@ek in de nieuwe handreiking wezenlijk anders dan de systema@ek in de uitgave uit 2009.” “In de nieuwe handreiking blijven de basisprincipes van func@escheiding (waar nodig) en inwaartse zonering in stand. Hiervoor wordt echter niet meer gebruikgemaakt van zones met oplopende milieucategorieën en een Lijst van ac@viteiten. De nieuwe handreiking gaat uit van zones met oplopende beschikbare milieugebruiksruimte per ac@viteit, zónder een Lijst van ac@viteiten bij de regels.” Omdat de methodiek fundamenteel veranderd is, verzoeken wij ook op basis van dit tweede argument bijlage 1A en 1B als niet ontvankelijk te verklaren en de nota’s niet verder te bespreken. Onduidelijkheden In beide nota’s staat veel wat voor ons niet helder is. Als voorbeeld: - In de toelichBng staan uitgangspunten die niet terugkomen in het kader - Er staan veel termen die ook door elkaar gebruikt worden - Het college heeC andere gemeenten geraadpleegd.
In het midden blijC welke gemeenten dat zijn, welke documenten etc - Onduidelijk is of er gebruik gemaakt is van ervaringen bij (de aanleg van) andere zonnevelden - Bij het plaatje is onduidelijk wat de landschappelijke versterking inhoudt - Wat de uitgangspunten zijn bij het gedeelte over zichthinder - Of er gewacht kan worden op de nieuwe richtlijn voor lichthinder
-
Hoe om te gaan met Bjdelijke bewoning op een perceel Wat disproporBonele kosten zijn en voor wie
Kortom de bijlagen 1A en 1B roepen bij ons al veel vragen op. Wij vrezen dat als het kader openbaar wordt er nog veel meer vragen zijn. Poli6eke keuze Zoals terecht gesteld wordt is het lasBg om te komen tot afstandscriteria. Zeker als de definiBe van de funcBes onduidelijk zijn en een onjuiste handreiking gebruikt wordt. Maar als die wel gebruikt gaan worden blijC het hanteren van een afstandsgrens en het toestaan dat er zonnevelden komen een poliBeke keuze. Er zijn immers nog voldoende alternaBeven binnen en buiten de gemeentegrens. In de bijlage vindt u ook een stukje uit de Schaapskooi waarin wethouder Harink zijn waardering uitspreekt over de boer. De vraag is hoe de wethouder dit kan rijmen met zijn beleid om zon op land toe te staan. Aanvullend kan het college beginnen met zonnepanelen te plaatsen op haar eigen panden of op panden die zij huurt. Afsluitend Zoals alle vorige buurtbewoners al gezegd hebben, is er veel zorg en emoBe als het gaat om zon op land. Met panelen op daken en locaBes zoals het MFC in Wapenveld en de parkeerplaats bij het Heerderstrand hebben we totaal geen moeite. Want wij beseffen echt wel dat we voor een enorme opgave staan en wij willen daar graag in meedenken. Een Omgevingsraad helpt daarbij.
Wij vragen u om af te zien van de mogelijkheid om zonnevelden aan te leggen in onze gemeente, ons op een construcBeve, toekomstbestendige manier te betrekken in de plannen en de energieopgave. In tegenstelling tot hetgeen in bijlage 2B gesuggereerd wordt dat er niet zoveel experts beschikbaar zijn in onze gemeente omdat de Gemeente Heerde te klein is. Hebben wij vanavond laten zien dat we naast betrokken te zijn ook inhoudelijk kunnen meepraten. Wij verzoeken het college antwoord te geven op al onze vragen die we vandaag, mondeling en op schriC, aan u gesteld hebben. Bovenal doen wij het verzoek aan u allemaal om iets te doen met onze inbreng. Als u in de dorpen woont dan heeC de aanleg van een zonneveld alleen maar (geldelijke) voordelen. U kijkt er niet elke dag tegenaan en ondervindt geen hinder of nadeel. Laat zonnevelden geen splijtzwam worden in onze gemeente zoals gebeurd is in andere gemeenten. Wij hopen dat als u met elkaar in gesprek gaat over het kader (vooral de zonneladder, parBcipaBe en afstand) het welzijn van de inwoners in het buitengebied, de leef- en werkomgeving van hen bovenaan zet en dat u probeert zich in te leven in de gevolgen van uw besluit. Immers zon op land hoeC niet. Er zijn voldoende alternaBeven.
Nu al voelen we ons machteloos, zijn er slapeloze nachten en zorgen over de toekomst, om de conBnuïteit van bedrijven en ondernemingen, de gezondheid van de huidige en de toekomsBge generaBes. Dit kunt u toch niet onberoerd laten. Wees verstandig. Dank u wel voor de aandacht.
Bijlage: nadere toelich1ng Validiteit Validiteit op basis van de func2es
In bijlage 1A wordt een afstand weergeven van 50 meter tot de funcBes Wonen, Tuin en RecreaBe en 0 meter tot de funcBes Bedrijf, Natuur, Agrarisch, AL-W en Maatschappelijk. In de toelichBng wordt nader aangegeven waarom het handig is om de afstand vast te stellen aan de hand van een funcBe. Er wordt in de toelichBng niet verklaart wat de funcBe precies inhoudt, op basis van welke wet- of regelgeving etc. Volgens de Besluit Bouwwerk Leefomgeving, onderdeel van de Omgevingswet, hebben alleen gebouwen een funcBe. En die zou je moeten kunnen wijzigen. Wij kunnen in de Omgevingswet, Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl), op de site van IFO (informaBepunt leefomgeving) en in het omgevingsplan van de gemeente Heerde de funcBes Wonen, Tuin, RecreaBe, Bedrijf en Natuur niet terugvinden. Ook op de website van de “Atlas van de leefomgeving” kunnen wij niet kiezen voor 1 van deze funcBes.
Bestaan deze funcBes eigenlijk wel? Op dit moment hebben wij de volgende vragen: • Bestaan de funcBes zoals opgenomen zijn de bijlages 1A en 1B? • Kunt u ons aangeven op basis waarvan (wet- en regelgeving) de definiBes gebaseerd zijn? • Wat de definiBes precies inhouden? • Wie bepaalt en aan de hand van welke criteria of iets de funcBe wonen, tuin of recreaBe etc heeC? • En heeC de eigenaar daar inspraak in of kan de eigenaar in beroep gaan? • Kan een eigenaar zelf een funcBewijziging aanvragen en wat is daarvan de haalbaarheid? • Wanneer wordt / werd deze funcBe vastgesteld en door wie? • Waar kan ik vinden welke funcBe mijn grond / perceel heeC? • Hoe wordt omgegaan met een funcBewijziging? Onder het kopje “Voorstel” in bijlage 1B staat om de funcBes op te nemen in het omgevingsplan. Dat bevesBgt ons dat deze er nog niet instaan en bestaan. Verzoek Zolang de funcBes nog niet bestaan en wat deze precies inhouden, verzoeken wij u met klem de bijlage 1A en 1B als niet ontvankelijk te verklaren en het college te verzoeken de bijlage te baseren op de vigerende wet- en regelgeving. Om vervolgens eerst het omgevingsplan aan te passen. Als het omgevingsplan vigerend is, het kader op te stellen en te publiceren zodat wij daarop kunnen reageren (lees gebruik maken van ons inspreekrecht) alvorens deze te handelen in de raadscommissie en daarna in de raad.
Validiteit op basis van de handreiking
Het is goed dat voorstellen gebaseerd worden op vigerende wet- en regelgeving. Voor de eerste aanvliegroute is gekozen voor de handreiking Bedrijven en milieuzonering van de VNG uit 2009. In de nota staat ook dat het Besluit AcBviteiten Leefomgeving gebruikt is. De aiorBng daarvoor is BAL en niet Bkl wat staat voor Besluit Kwaliteit Leefomgeving. Of is deze gebruikt? Graag helderheid in wat de uitgangspunten zijn. Zeker omdat in de rest van het document de aiorBng wordt gebruikt. Gaat het dan om het Besluit AcBviteiten Leefomgeving of het Besluit Kwaliteit Leefomgeving? De tweede vraag die op komt is of deze 17 jaar oude handreiking nog voldoende representaBef voor een uitnodigingskader anno 2026? En als dat zo is op basis waarvan gekozen is deze oude handreiking te gebruiken? Er is namelijk een nieuwe handreiking: ‘Handreiking AcBviteiten en Milieuzonering’, VNG 17 oktober 2024 die de, door het college gebruikte handreiking, vervangt. Waarom heeC het college ervoor gekozen om de bijlage 1A en 1B niet te baseren op de laatste inzichten (de zogenaamde stand der wetenschap)? Dit punt is van groot belang omdat de conclusie en daarmee de afstand die voorgesteld wordt aiomsBg is uit de 17 jaar oude handreiking.
Op de website van de VNG staat: “Op vrijdag 15 november en vrijdag 6 december 2024 organiseert de VNG een bijeenkomst van het Netwerk omgevingsplan over de nieuwe handreiking. Leden van het netwerk ontvangen automaBsch de uitnodiging.”. Is de gemeente Heerde lid van het netwerk en heeC zij deelgenomen aan de bijeenkomst? Quotes Twee quotes van de site van de VNG waarom het onzes inziens noodzakelijk is bijlage 1A en 1B te her beoordelen en mogelijk te herzien: “Onder de Omgevingswet worden ruimte en milieu geïntegreerd in het omgevingsplan en bij buitenplanse omgevingsvergunningen (BOPA). Met het oog op deze integra@e is een nieuwe systema@ek gewenst. Hoewel de basisprincipes van milieuzonering hetzelfde blijven is de systema@ek in de nieuwe handreiking wezenlijk anders dan de systema@ek in de uitgave uit 2009.” “In de nieuwe handreiking blijven de basisprincipes van func@escheiding (waar nodig) en inwaartse zonering in stand. Hiervoor wordt echter niet meer gebruikgemaakt van zones met oplopende milieucategorieën en een Lijst van ac@viteiten. De nieuwe handreiking gaat uit van zones met oplopende beschikbare milieugebruiksruimte per ac@viteit, zónder een Lijst van ac@viteiten bij de regels.” Met de publicaBe van de nieuwe richtlijn op 17 oktober 2024, wordt 1 van de pijlers van aanvliegroute 1 voor ons erg wankel.
Als u als commissie en raad het met ons eens is, zou aan de hand van de vigerende handreiking de inhoud van bijlage 1A en 1B tegen het licht gehouden moeten worden, worden heroverwogen en mogelijk worden herzien. Dat zou betekenen dat het college de behandeling van bijlage 1A en 1B onzes inziens zou moeten uitstellen. Verzoek Wij verzoeken u daarom met klem de bijlage 1A en 1B als niet ontvankelijk te verklaren en het college te verzoeken de bijlage te baseren op de vigerende wet- en regelgeving. Vervolgens de bijlages opnieuw te publiceren zodat wij daarop kunnen reageren (lees gebruik maken van ons inspreekrecht) alvorens deze te handelen in de raadcommissie en daarna in de raad. Voor de volledigheid: in het gesprek in april 2025 met de wethouders en de behandelend ambtenaren hebben wij al aangegeven dat het uitgangspunt, toen 16, nu 17 jaar, oud is en dat er inmiddels een nieuwe versie is.
Onduidelijkheden Een aantal zaken in de discussienota’s 1A en 1B zijn ons niet (helemaal) duidelijk. Wij kunnen daarom het kader niet op zijn merites kunnen beoordelen en weten wij niet goed of de afstand voor ons een risico is. Uitgangspunten Zoals eerder ingesproken is de systemaBek in de nieuwe richtlijn anders. De tabel zoals opgenomen in de bijlage 1B bestaat niet meer. De afstand dient aan de hand van de nieuwe richtlijn opnieuw bepaald te worden. Het college gaat daarbij uit van relevante vermogens tot 100 MVA. Dit is wat ons betreC een uitgangspunt en zouden deze en (mogelijk) andere uitgangspunten verankerd willen zien in het uitnodigingskader. Volledigheid Een zonnepark wordt in het algemeen niet gezien als milieubelastende acBviteit. Aan welke we-en en regels dient een zonnepark uws inziens te voldoen? Zonneparken worden niet met naam genoemd in de Omgevingswet en er zal dus een alternaBef gevonden moeten worden die er het dichtst past bijpast. Welke is dat volgens het college en op basis waarvan is daarvoor gekozen? Wordt dit ook gehanteerd door andere gemeentes en het bevoegd gezag? Duidelijkheid In de bijlages worden termen als wonen, bouwwerken, bebouwing, woning, tuin, erf, funcBes, funcBevlak, bouwvlak, bouwblok, LS-versterking en dergelijke genoemd.
Wij denken dat het voor de leesbaarheid en om discussies (ook met iniBaBefnemers) te voorkomen het handig is een definiBelijst of begrippenlijst op te nemen of te verwijzen naar bijvoorbeeld de Omgevingswet en dergelijke. OCewel welke definiBes worden gebruikt, wat verstaat het college daaronder en uit welke wet- of regelgeving komen deze? Andere gemeenten Het college heeC andere gemeentes geraadpleegd. Prima om te vergelijken. Graag ontvangen wij van het college een overzicht van de documenten die geraadpleegd zijn? En natuurlijk de documenten zelf. Er wordt aangegeven dat “niet te achterhalen is welke onderbouwing daaraan (= de afstandsgrens) ten grondslag ligt”. Kunt u ons aangeven om welke gemeenten dat gaat en welke inspanning u gedaan heeC om dat wel te achterhalen? Er wordt in de bijlage wel heel makkelijk de conclusie getrokken dat in Nederland geen onderbouwde keuze is voor een afstandscriteria groter van 50 meter. U heeC onderzoek gedaan naar andere kaders. HeeC het college ook onderzoek gedaan naar de ervaringen bij al aangelegde zonnevelden, zonnevelden die in aanbouw zijn en zonnevelden die nog in het vergunningstraject zi-en?
Mogelijk zijn er ervaringen, evaluaBes, uitspraken, rechtszaken, moBes, klachten etc. de gebruikt kunnen worden voor het kader en de uitwerking in de prakBjk. Welke afstanden en andere onderdelen van andere kaders zijn in de prakBjk wel haalbaar en hebben die het gewenste (gezondheidseffect) effect? Het gaat dan om de technische aspecten als de manier waarop geparBcipeerd wordt. Is het college voornemens om, voordat het kader aangeboden wordt aan de raad, ervaringen uit de prakBjk acBef op te vragen bij zowel bestuurders als iniBaBefnemers en omwonenden wat hun ervaringen zijn? En deze ervaringen mee te nemen in het kader? Als het college dat niet zelfstandig doet, aan de raad de vraag om het college hiertoe te verplichten. Kwetsbaarheid gebouwen / locaBes / funcBes De gemeente kan gebouwen / locaBes / funcBes aanwijzen als zeer kwetsbaar, kwetsbaar of beperkt kwetsbaar. HeeC de gemeente een overzicht van gebouwen in deze categorieën? BeseC de gemeente dat door het aanleggen van zonneparken hiermee de toekomst van een aantal locaBes beperkt wordt? Het is namelijk dan niet meer mogelijk om bijvoorbeeld een woonfuncBe voor 24-uurszorg of kinderomvang te starten naast een zonnepark. Wat vergaande gevolgen heeC voor de iniBaBefnemers van deze acBviteiten.
Tijdelijke bewoning In deze Bjd van woningkrapte en mantelzorg wordt het steeds meer noodzakelijk om op het eigen perceel een Bjdelijke of tweede woning neer te ze-en. Deze woning kan dan bewoond worden door familie die bijvoorbeeld zorg nodig heeC. Als het gaat om bewoning door ouderen dan kun je zelfs stellen dat het gaat om een (zeer) kwetsbaar object. Door de aanleg van een zonnepark kan dat leiden tot belemmering van de aanleg. De afstandscriteria kan dan leiden tot weigering van de (Bjdelijke) woning. BeseC het college ook deze consequenBe? En kiest het college daarmee voor een gezonde leefomgeving voor haar oudere bewoners in de laatste jaren van hun leven of voor het geld om op oude grond zonnevelden te realiseren? Landschappelijke versterking In bijlage 1A en 1B wordt een strook aangeduid als landschappelijke versterking (Groen, Water). In beide bijlages wordt geen richBng gegeven hoe groot de versterking moet zijn. Wat de versterking inhoudt. Wat de hoogte is. Et cetera. Kunt u ons aangeven wat daar precies mee wordt bedoeld en aan welke afstanden u denkt? Inclusief de onderbouwing ervan. Daarbij is van belang rekening te houden met de opstelling en soort panelen. Agri-PV hebben immers een heel andere hoogte dan een veldopstelling. Lichthinder: In de bijlage 1B staat dat de VNG bezig is met het opstellen van een nieuwe richtlijn.
Is er al zicht wanneer de richtlijn gepubliceerd gaat worden? En is het de moeite waard om daarop te wachten voordat we onomkeerbare besluiten nemen?
Zichthinder In de bijlage staat dat zichthinder is meegenomen in de discussie. Voor ons is niet helder wat het uitgangspunt is geweest. De vragen zijn onder andere: • Om wat voor type panelen gaat het? • Wat is de opstelling geweest? • Van welke hoogte is men uitgegaan? • Wat is de posiBonering t.o.v. een huis, gebouw etc? • Zijn het liggende of rechtopstaande (AGRI) panelen etc? • Wat voor de 1 of zichtlijn is haaks op de panelen is voor de ander in lijn. Welke lijn is gekozen? • Etc. De zichtlijn is erg bepalend of men nog uitzicht heeC. Als het zicht beperkt wordt, betekent dat een substanBële waardevermindering van een woning of het stoppen van een onder onderneming. Hoe gaat de gemeente om met deze waardevermindering of tenietdoen van inkomsten? In de omgeving zijn meerdere verblijven voor recreaBeven doeleinden: B&B, camperplaatsen etc. Deze zullen door zichthinder veel minder aantrekkelijk worden en zullen negaBeve beoordelingen tot gevolg hebben. En daardoor een terugloop in inkomsten. Hoe gaat de gemeente hier mee om? DisproporBonele kostenposten In bijlage 1A staat ook dat afgeweken kan worden bij disproporBonele kostenposten.
• De vraag is wat u daaronder verstaat? • Aan welke kostenposten denkt u? • Voor wie moeten de kostenposten disproporBoneel zijn? • Wanneer is er sprake van disproporBonaliteit? • En wie bepaalt dat? • Kun je daartegen in beroep gaan? • Etc Kortom de bijlagen 1A en 1B roepen bij ons al veel vragen op. Wij vrezen dat als het kader openbaar wordt er nog veel meer vragen zijn. Wij vragen daarom dat wij als buurt beter en meer betrokken worden bij het opstellen van het kader zodat het college de taal van het kader beter kan laten aansluiten bij de behoeCe.
Een poli1eke keuze Wij wonen in het buitengebied en recreëer er vaak. Ook weten we dat veel inwoners van de buurtdorpen en -steden genieten van ons mooie buitengebied. Waarom zouden we de schoonheid van het buitengebied verpesten met zonnevelden? Er zijn nog immers genoeg alternaBeve mogelijkheden zoals zonnepanelen op daken, de parkeerplaats bij het Heerderstrand, langs snelwegen, op plaatsen waar niemand woont, op de zandvlaktes op de Veluwe etc. Wat is daarop de visie van het college? Is de keuze voor zon op land een keuze vanuit een klimaatoogpunt, de verplichBng vanuit het RES of moet het een verdienmodel zijn? Let wel vanuit het RES heeC de gemeente een inspanningsverplichBng, geen resultaatsverplichBng. En we hoeven de energie niet binnen de eigen gemeentegrenzen te realiseren. Dus waarom zo nodig in het buitengebied? Is zon op land daarmee een poliBeke keuze geworden? Zoals terecht in bijlage 1B wordt aangegeven is er geen sluitende redenering voor een afstandscriterium. Het is daarmee onzes inziens een poliBeke keuzes. De vraag is waar de poliBek voor kiest. Kiest zij voor diegene die er wonen, werken, recreëren, het gebied bezoeken of kiezen zij voor de iniBaBefnemer, investeerders en daarmee voor het geld? Wij kunnen ons een stukje in de Schaapskooi van 25 maart 2025 herinneren waarin wethouder Harink het volgende zegt:
Hoe kan de wethouder dit rijmen met zijn beleid om vruchtbare landbouwgrond op te offeren voor zonneparken? Terwijl er genoeg alternaBeven zijn. Liggen er bijvoorbeeld zonnepanelen op het MFC in Wapenveld? Waarom geen panelen op de parkeerplaats van het Heerderstrand? Of op de zandgronden in het bos? Wederom: gaat het dan om een verdienmodel of om de klimaat- en milieudoelstellingen? Kortom het is volgens ons als inwoners van de gemeente Heerde een poliBeke keuze om te kiezen voor zon op land. Een aanvullende vraag is of de gemeente Heerde voor de panden die zij in bezit hebben of de belangrijkste huurder zijn, van de eigenaar (gaan) eisen of minimaal te sBmuleren om zonnepanelen te plaatsen op het dak. Daar zou bij de vergunningsaanvraag rekening mee gehouden kunnen worden en onderdeel zijn van de spelregels. Maar ook achteraf kan de gemeente op haar eigen panden zonnepanelen plaatsen en bij de volgende huurverlening de eigenaar kunnen verplichten zonnepanelen te plaatsen en anders het contract niet meer te verlengen. Wij verzoeken u: • Het buitengebied niet te laten verpesten door een zonneveld • Zonnepanelen te plaatsen op plekken en panden waar de gemeente eigenaar van is waarbij de milieudoelstellingen prefereren boven geldelijk gewin.
• Bij nieuw bouwaanvragen te eisen dat er zonnepanalen geplaatst worden • Aanvragen voor het realiseren van zonnepanelen op daken te sBmuleren • Op alle gemeentelijk locaBes zonnepanelen te plaatsen, zowel op daken als veldopstelling • Niet langer panden te huren waarop geen zonnepanelen aanwezig zijn. • Antwoord te geven op de gestelde vragen. Vooruit voor het oude raadhuis willen we een uitzonderling maken maar op de Van Meursweide erachter kan best een strook zonnepanelen geplaatst worden ter compensaBe ;-).