CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

9.5. Samenvatting rapport windenergie A50-IJsselvallei.pdf

Raad 4 oktober 2021, gemeente HeerdeBij agendapunt: B Ontwerp Regionale Energiestrategie 1.0 Cleantech regio2.279 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ecologische verkenning wind- en zonne-energie A50/IJsselvallei

A&W-rapport 3294

in opdracht van

A&W-rapport 3294 Ecologische verkenning wind- en zonne-energie A50/IJsselvallei

Bestuurlijke samenvatting Aanleiding De Provincie Gelderland heeft, in het kader van het Klimaatakkoord, de ambitie om energieneutraal te zijn in 2050. Dat vraagt om een grootschalige energietransitie, die zorgvuldig moet worden vormgegeven en afgestemd op de aanwezige natuur- en landschapswaarden. Het gebied tussen de A50 en de grens met de Provincie Overijssel is onderwerp van een studie naar de inpassingsmogelijkheden van grootschalig duurzame energie. In het Overijsselse gebied van de IJsselvallei worden windturbines op grond van provinciaal Omgevingsbeleid niet uitgesloten. In de provincie Gelderland daarentegen worden windturbines in de IJsselvallei grotendeels uitgesloten in het bestaande provinciaal beleid (Natura 2000, Gelders natuurnetwerk (GNN), Groene Ontwikkelingszone (GO), Omgevingsvisie, Omgevingsverordenening) in verband met de ligging van ganzenrustgebieden en weidevogelgebieden. Door de provincie Gelderland is daarom besloten om een nadere verkenning uit te voeren naar de (on)mogelijkheden voor wind- en zonne-energie binnen het gebied A50 IJsselvallei, afgebakend door de A50 van Hattem tot Apeldoorn en de grens met Overijssel aan de IJssel kant.

Vervolgens is besloten om het plangebied ter verkenning uit te breiden met een globale analyse ten zuiden van het oorspronkelijke plangebied doorlopend tot de gemeentegrens Brummen, ten westen afgebakend door de A50 langs Apeldoorn en de Veluwe en ten oosten door de IJssel. In overleg en op verzoek van Overijssel is het onderzoeksgebied ten noorden van Deventer uitgebreid met een smalle strook aan Overijsselse zijde. Doel Het doel van dit project is om middels een verkenning (bureaustudie) inzichtelijk te maken waar, binnen het onderzoeksgebied A50/IJsselvallei, ecologische (on)mogelijkheden liggen voor wind- en zonne-energie, bezien vanuit ecologisch-juridisch oogpunt en provinciaal beleid. Hierbij ligt de focus op de ontwikkeling van windturbines in relatie tot Natura 2000, GNN, GO en de aangewezen weidevogel- en ganzenrustgebieden. Het eindproduct bestaat uit een ecologisch onderbouwde verkenning van de mogelijkheden en onmogelijkheden ten aanzien van wind- en zonne-energie binnen het oorspronkelijke- en aanvullende plangebied wat respectievelijk in detail en op globaal niveau is uitgewerkt. De verkenning is door middel van verschillende kaarten zoveel mogelijk visueel weergeven en in begeleidende teksten en analyses onderbouwd. Het eindproduct kan worden gebruikt bij het opstellen van een Regionale Energie Strategie (RES).

Daartoe werken decentrale overheden (provincie, gemeenten en waterschap) samen met maatschappelijke organisaties, verenigingen en inwoners. De RES is een bottom-up proces waarin mogelijkheden samen met stakeholders worden verkend. Het is echter niet altijd duidelijk hoe natuur en ecologie in het proces worden meegewogen en ingepast. In zijn algemeenheid geldt dat in het RES-proces geen integrale ruimtelijke afweging is voorzien en dat de ruimtelijke borging naar uitvoering buiten het RES-proces plaatsvindt danwel moet plaatsvinden. Hierdoor zou de situatie kunnen ontstaan dat keuzes worden gemaakt die achteraf ecologisch niet haalbaar of kansrijk blijken. De onderhavige verkenning zou deze onzekerheid aan de voorkant kunnen wegnemen voor een beter afgewogen inpassing in de regio.

A&W-rapport 3294 Ecologische verkenning wind- en zonne-energie A50/IJsselvallei

De ecologische verkenning in deze rapportage is een verkenning van (on)mogelijkheden en niet bedoeld als een formele toetsing. Daarvoor zijn aanvullende analyses en veldgegevens nodig. Het is geen integrale ruimtelijke afweging. Aanpak op hoofdlijnen De aanpak op hoofdlijnen is als volgt. Ten eerste zijn kansrijke locaties bepaald door beperkingen als gevolg van wettelijke kaders m.b.t. het nationale en provinciale natuurbeleid en -wetgeving. Ten tweede zijn analyses uitgevoerd ten aanzien van de risico's voor kwetsbare aangewezen soorten en informatie over de huidige verspreiding en vliegpatronen van (vogel)soorten. Ten slotte zijn beide voorgaande stappen gecombineerd, zodat duidelijk wordt welke gebieden geen beperkingen hebben en waar dus ecologisch bezien kansen liggen voor de ontwikkeling van wind- en zonne-energie. Beperkingen als gevolg van bestaand beleid Als eerste stap is een overzicht gemaakt van de beperkingen die volgen uit het bestaande beleid zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening, Natura 2000gebieden, het Gelders natuurnetwerk (GNN), Groene ontwikkelingszones (GO), weidevogelgebieden en ganzenrustgebieden. In het beleid zijn de volgende beperkingen genoemd: · Voor weidevogelgebieden en ganzenrustgebieden is in de Omgevingsvisie en verordening aangegeven dat windenergie en zonne-energie zijn uitgesloten.

· Voor Natura 2000-gebieden is aangegeven dat windenergie niet kansrijk is en zonneenergie ook niet. Niet kansrijk betekent niet dat windenergie wordt uitgesloten. Of windenergie mogelijk is hangt echter af van de (aanvullende) analyse of er significant negatieve effecten verwacht worden op de voor de Natura 2000 aangewezen instandhoudingsdoelen. · Voor GNN en GO is geen algemene uitspraak gedaan maar is een gebiedsspecifieke analyse nodig waarbij gekeken wordt naar de ecologische doelstelling voor het betreffende gebied en het feitelijke voorkomen van soorten.

Figuur 1 Ligging beschermde gebieden binnen oorspronkelijk en aanvullend plangebied. Hierin zijn weergegeven het oorspronkelijk plangebied (stippellijn), aanvullend plangebied (zwart omlijnd), Natura 2000-gebieden (rood gearceerd), weidevogelgebieden (geel gearceerd), ganzenrustgebieden (blauw gearceerd), bestaande natuur in het Gelders natuurnetwerk (GNN) (lichtgroen) en Groene ontwikkelingszones (GO) (donkergroen).

A&W-rapport 3294 Ecologische verkenning wind- en zonne-energie A50/IJsselvallei

Beperkingen als gevolg van de natuur (instandhoudingsdoelen en soorten) Als tweede stap is een overzicht gemaakt van alle aangewezen instandhoudingsdoelen en beschermde natuurwaarden. Er is nagegaan welke van de aangewezen soorten gevoelig en kwetsbaar zijn voor wind- en zonne-energie. Voor vogels is, aan de hand van de daarvoor gangbare 1% norm voor aanvullende mortaliteit, bepaald of er significant negatieve effecten te verwachten zijn. Tevens is in beeld gebracht waar de soorten in het gebied specifiek voorkomen. Daarbij zijn verspreidingsgegevens gebruikt van de afgelopen 10 jaar en is er ook gekeken naar logische vliegbewegingen tussen slaapplekken en foerageerplekken en trekbewegingen. Ter illustratie van de verspreiding zijn dichtheidskaarten gemaakt waarin waarnemingen voor belangrijke soort(groep)en zijn verwerkt tot cumulatieve hotspots en coldspots binnen het plangebied om ecologisch bezien de gebieden die veel gebruikt worden te kunnen onderscheiden van gebieden die weinig gebruikt worden.. In figuur 2 is dit in beeld gebracht voor een drietal relevante soorten of soortgroepen, namelijk de Wespendief, ganzen en weidevogels.

Figuur 2. Dichtheidskaart met verspreiding aantallen van de Wespendief, ganzen en weidevogels per hectare binnen het gehele plangebied.

A&W-rapport 3294 Ecologische verkenning wind- en zonne-energie A50/IJsselvallei

Uit de verspreidingsanalyse van soorten blijkt (ten opzichte van de beleidsanalyse) onverminderd dat er geen ruimte is voor de ontwikkeling van windenergie in weidevogelgebieden. Ten aanzien van Natura 2000 zijn de mogelijkheden op de Veluwe verder beperkt van 'niet-kansrijk' naar 'uitgesloten' in verband met de aanwezigheid van de uiterst kwetsbare Wespendief. Ook het Natura 2000-gebied Rijntakken is voor windenergie uitgesloten omdat er erg veel watervogels in het gebied voorkomen. In Ganzenrustgebieden is op basis van de verspreiding van soorten ten opzichte van het bestaande beleid wel ruimte gekomen, namelijk in ganzenfoerageergebieden die niet door ganzen gebruikt worden en ook niet van belang zijn voor andere kwetsbare soorten als Kleine zwaan en Smient. Tabel 1. Overzicht beperkingen ontwikkeling wind- en zonne-energie in natuurgebieden in het projectgebied

Natuurgebied

Haalbaarheid ontwikkeling wind

Weidevogelgebieden

Uitgesloten i.v.m. Weidevogels (e.g. Kievit, Grutto, Goudplevier). Het gaat slecht met weidevogels en weidevogels zijn kwetsbaar. Uitgesloten i.v.m. hoge kwetsbaarheid en slechte status van Wespendief. Overschrijding 1% norm

N2000 Veluwe N2000 Rijntakken

Ganzenrustgebieden

Uitgesloten / Sterk af te raden. Veel aangewezen kwetsbare water- en weidevogels (waaronder Kleine zwaan, Watersnip, Goudplevier, Kievit, Zwarte Stern) en sinds kort ook Zeearend Sterk af te raden. Gebieden worden intensief door ganzen en ook andere aangewezen soorten. Het gaat over het algemeen goed met ganzen, maar er zijn ook kwetsbare soorten in deze gebieden zoals kleine zwaan en smient. Alleen te overwegen als (delen van) ganzenfoerageergebieden aantoonbaar jarenlang niet gebruikt worden

N2000 Landgoederen Brummen

Sterk af te raden. Niet aangewezen voor kwetsbare soorten. Maar er zijn wel kwetsbare soorten (e.g. Wespendief, Grauwe klauwier, Tapuit, Rode Wouw, Boomleeuwerik, weidevogels)

GNN / GO

Per gebied te bepalen. Afhankelijk van locatie / mitigatie. Vleermuizen en aanwezigheid kwetsbare soorten (e.g. Roerdomp)

Werkkaart met ecologisch meest kansrijke gebieden voor wind- en zonne-energie In de derde en laatste stap is alle informatie uit beide voorgaande stappen gecombineerd, om zo een werkkaart te maken waarin is aangegeven welke gebieden voor windenergie kansrijk zijn of juist niet. De werkkaart kansen voor het projectgebied is opgedeeld in vier categorieën, te weten 'kansrijk', 'mogelijk kansrijk' (nader te verkennen), 'weinig kansrijk' (risicogebied) en 'niet kansrijk' (Natura 2000 en weidevogelgebieden)’. De kansrijke gebieden (groen op de kaart) zijn vanuit ecologisch oogpunt het minst bezwaarlijk voor het plaatsen van windturbines. In deze gebieden zijn geen kerngebieden van relevante doelsoorten waargenomen of belangrijke vliegroutes van niet-broedvogels geïdentificeerd. De blauw gearceerde gebieden op de kaart vereisen een nadere verkenning. Hier bevinden zich broedgebieden van weidevogels die een (klein) negatief effect kunnen ondervinden, maar om deze conclusie te kunnen trekken is nader onderzoek nodig. De oranje gearceerde gebieden zijn ecologisch bezien risicovol voor wat betreft het plaatsen van windturbines. Hier bevinden zich clusters van meerdere relevante doelsoorten en/of belangrijke vliegroutes voor bijvoorbeeld ganzen. Tot slot zijn de Natura 2000- en weidevogelgebieden gebieden rood gearceerd. Deze gebieden bieden weinig

A&W-rapport 3294 Ecologische verkenning wind- en zonne-energie A50/IJsselvallei

perspectief voor het plaatsen van windturbines, aangezien het plaatsen van turbines kan leiden tot aantasting van de instandhoudingsdoelen van deze gebieden. Binnen het projectgebied gaat het om de Natura 2000-gebieden ‘Veluwe’ (Wespendief), ‘Rijntakken’ (diverse watervogels) en 'Landgoederen Brummen' (diverse niet aangewezen kwetsbare soorten. Voor ganzenrustgebieden is specifiek ook gekeken naar de ruimtelijke benutting van de gebieden door ganzen, waardoor sommige delen (met relatief weinig ganzen) toch niet op voorhand volledig zijn uitgesloten. Resultaten noordelijk deel De kaart laat zien dat voor het oorspronkelijke (noordelijke) deel van het plangebied met name aan de zuidkant en in het midden van het plangebied (tussen de Veluwe en de Rijntakken) kansrijke gebieden voor windenergie liggen. Voor wat betreft het plaatsen van windturbines langs de A50, liggen er kansrijke en ‘nader te verkennen’ gebieden langs de zuidkant van het plangebied. Aan de noordkant zijn veel weidevogels waargenomen en een groot aantal Smienten, wat dit gebied minder aantrekkelijk maakt voor het plaatsen van windturbines. De risicovolle gebieden bevinden zich met name in de buurt van de Natura 2000-gebieden.

Veel slaapplaatsen van onder andere Aalscholvers en Grauwe ganzen bevinden zich in en rondom de Rijntakken en hier zijn belangrijke vliegroutes te identificeren op basis van publieke waarnemingen (uit de NDFF). Daarnaast bevestigen publieke waarnemingen het belang van de Natura 2000- en weidevogelgebieden voor de aangewezen doelsoorten, die zich in deze gebieden bevinden. Resultaten zuidelijk deel Voor het aanvullende (zuidelijke) deel van het plangebied laat de kaart zien dat de kansrijke gebieden met name aan de westkant liggen ten noord- en zuidoosten van Apeldoorn. Mogelijk kansrijke gebieden voor nadere verkenning liggen in het midden van het plangebied met enige afstand rondom de Natura 2000-gebieden Veluwe, Rijntakken en Landgoederen Brummen. De risicovolle gebieden bevinden zich met name direct grenzend aan de niet kansrijke Natura 2000- en weidevogelgebieden waar zich hoge aantallen weide- water- en roofvogels bevinden. Resultaten zonne-energie In de Omgevingsvisie Gelderland wordt ook gesproken over de mogelijkheden van zonneenergie, en dan worden de veldopstellingen bedoeld (niet de zonnepanelen op daken van particulieren). Kleine zonneparken en lijnopstellingen zijn overal mogelijk, als ze maar wel gecombineerd kunnen worden met andere functies en/of restruimte invullen. In de omgevingsverordening zijn de regels opgenomen die gelden.

Grotere zonneparken zijn in bepaalde gebieden mogelijk, o.a. in gebieden waar de gebiedskwaliteiten geen obstakel vormen voor de ontwikkeling van grote zonneparken. Deze gebieden liggen ten noordoosten van Hattem, ten noorden en zuiden van Apeldoorn en ten westen van Zutphen. Zonneparken zijn niet mogelijk in gebieden waar zonne-energie niet is te combineren met de kernkwaliteiten van de ruimtelijke functie van het gebied. Dit is met name aan de noordwestkant (tussen Heerde en Hattem), de noordoostkant (tussen Olst en Zwolle) en de zuidoostkant (tussen Wilp en Dieren) van het plangebied het geval. Er zijn ook gebieden waar de ontwikkeling van zonneparken onder bepaalde voorwaarden mogelijk is. Deze gebieden liggen met name in het centrale deel en het zuiden van het plangebied. Wat betreft de gevoeligheid en kwetsbaarheid voor zonnepanelen voor instandhoudingsdoelen gaat het alleen om effecten als gevolg van het verlies aan habitat, broed-, rust-, foerageer,- en migratiebiotoop dat als gevolg van de inrichting met zonnepanelen verloren gaat. Dit speelt binnen Natura-2000, weidevogelgebieden en ganzenrustgebieden. Deze geografische beperking is volledig in de Omgevingsvisie verankerd.

A&W-rapport 3294 Ecologische verkenning wind- en zonne-energie A50/IJsselvallei

Figuur 3: Werkkaart ligging kansen- en risicogebieden voor windenergie in het gehele (oorspronkelijke plus aanvullende) plangebied opgedeeld in categorieën kansrijk (groen gearceerd), mogelijk kansrijk (blauw gearceerd), weinig kansrijk (oranje gearceerd) en niet kansrijk (rood gearceerd) gebaseerd op een ecologische verkenning.

A&W-rapport 3294 Ecologische verkenning wind- en zonne-energie A50/IJsselvallei

De kansrijke gebieden uit de ecologische kansenkaart overlappen grotendeels met de gebieden die vanuit de beleidslijn in de Omgevingsvisie en omgevingsverordening zijn aangewezen als mogelijk voor windenergie. Wat betreft de afstemming van het beleid met de provincie Overijssel is er ecologisch bezien geen verschil van de mogelijkheden tussen de provincies Overijssel en Gelderland in de IJsselvallei. Bij het verder uitwerken van de gebieden met kansen is het van belang om ook rekening te houden met cumulatieve effecten. Wij bevelen daarbij aan om voor de Wespendief een ruimtelijke strategie te ontwikkelen waarmee het cumulatieve effect van windturbines rondom te Veluwe zo laag mogelijk blijft. Dit onderzoek is inmiddels in gang gezet. Tevens bevelen wij aan onderzoek te doen naar het ruimtelijk gebruik van Wespendieven en nachtzwaluwen, bij voorkeur met gezenderde vogels, zodat we veel meer begrip krijgen van het vlieggedrag en zo mogelijk het uitwijkgedrag van deze soorten, van de vlieghoogten, en de preferente zones.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=13371554-e77d-42a8-8308-f6a16a5df170