CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

9.4. Zienswijzenota

Raadscommissie 16 juni 2025, gemeente HeerdeBij agendapunt: Vaststelling TAM-omgevingsplan Bovenkamp III4.640 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van Zienswijzen Met betrekking tot het ontwerp TAM-omgevingsplan ‘Bovenkamp III, Heerde’ 1. Inleiding Het plan voorziet in een juridische-planologische regeling om de realisatie van de wijk Bovenkamp III mogelijk te maken. Bovenkamp III is het afsluitende deel van de wijk Bovenkamp aan de zuidzijde van Heerde en is noordwestelijk gelegen van de wijk Bovenkamp II. Middels het TAMomgevingsplan worden 100 woningen en de daar bijhorende infrastructuur mogelijk gemaakt, waarbij het stedenbouwkundigplan voorziet in de realisatie van 83 woningen. Het huidige planologische regime bestaat hoofdzakelijk uit een ‘Agrarische’ bestemming. De centraal door het plangebied stromende Wendhorstbeek is bestemd als 'Water'. Op de locatie waar de beek het plangebied binnenkomt is de grond bestemd als 'Bos'. In het noordelijke deel van het plangebied geldt tevens de dubbelbestemming ‘Archeologisch waardevol gebied’. Het ontwerp TAM-omgevingsplan voorziet in een wijziging naar de functies ‘Wonen’, ‘Groen’, ‘Verkeer’ en ‘Water’. De gemeenteraad is bevoegd op basis van artikel 2.4 van de omgevingswet om het omgevingsplan te wijzigen. Middels de TAM regeling is het mogelijk om middels de IMRO standaarden het omgevingsplan te wijzigen (artikel 11.1 BEP) 2.

Overzicht procedure ontwerp TAM-omgevingsplan Op 16 september 2022 heeft het college van burgermeester en wethouders van de gemeente Heerde een positieve grondhouding aangenomen ten aanzien van het initiatief omdat het initiatief naar oordeel van het college in een maatschappelijke meerwaarde voorziet. Op 28 maart 2023 is de Nota van Uitgangspunten met kaders voor de ontwikkeling vastgesteld. In het najaar van 2023, op 18 september en op 27 november, is de planvorming besproken in de raadscommissie. Voorafgaand hieraan is door meerdere belanghebbenden ingesproken. Deze input is meegenomen in de verdere planuitwerking. Op 22 oktober 2024 heeft het college het besluit planologische medewerking genomen. Aansluitend daaraan heeft het ontwerp TAM-omgevingsplan voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen van 6 november 2024 tot en met 17 december 2024. Gedurende deze periode zijn 7 zienswijzen ingediend. Na de termijn van terinzagelegging van het ontwerp TAM-omgevingsplan beslist de gemeenteraad over het vaststellen van het TAM-omgevingsplan. Zij weegt hierbij de ontvangen zienswijzen mee. De vaststelling wordt onder andere bekend gemaakt in de Schaapskooi. Indieners van de zienswijze krijgen een brief met informatie over de vaststelling en de mogelijkheid tot indienen van beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. 3.

Zienswijzen Er zijn 7 zienswijzen ingediend. Belanghebbenden hierna te noemen: ‘reclamant’.

1 2

Naam

Woonplaats

Xx Xx

Heerde Heerde

3 4 5 6 7

2 / 16

Xx Xx Xx Xx Xx

Heerde Heerde Heerde Heerde Heerde

1. Zienswijze Xx Ontvankelijkheid De zienswijze is binnen de termijn van de ter inzagelegging binnengekomen en van ondertekening voorzien. De zienswijze is ontvankelijk. Samenvatting De reclamant brengt de navolgende zienswijzen ten aanzien van het ontwerp TAMomgevingsplan naar voren: a) Reclamant vindt het niet wenselijk dat Bovenkamp III volledig ontsloten wordt via de bestaande wegenstructuur in Bovenkamp. Het verlaagt de verkeersveiligheid in de wijk en maakt de wijk minder aantrekkelijk voor (spelende) kinderen. b) Er wordt volgens reclamant te hard gereden in Bovenkamp II en de bestaande verkeersdrempel op de Ten Veldhuize is niet effectief. c) Reclamant wenst een tweede ontsluitingsweg van de wijk Bovenkamp en extra verkeersmaatregelen in Bovenkamp II ter verbetering van de verkeersveiligheid. Reactie gemeente a) Met de ontwikkeling van Bovenkamp III zullen er extra verkeersbewegingen plaatsvinden. Het is daarom belangrijk om zorgvuldig te bepalen hoe dit verkeer wordt aangesloten op het bestaande wegennet. In het kader van de planvorming is een verkeerskundig onderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat de capaciteit van het huidige wegennet ruim voldoende is om het extra verkeer op een veilige en efficiënte manier te verwerken. Het college erkent dat de toename van verkeer een beperkte invloed kan hebben op de verkeersveiligheid.

Echter, uit het onderzoek blijkt dat dit effect ruim binnen de geldende normen valt. Deze normen zijn onder andere specifiek afgestemd op de verkeersveiligheid van dit type weg. Een alternatieve of extra ontsluiting van Bovenkamp III zou daarnaast mogelijk leiden tot een (beperkte) afname van de verkeersveiligheid op andere locaties. Daarbij kan het sluipverkeer mogelijk maken en brengt het extra kosten met zich mee. Dit is niet wenselijk. Na het afwegen van al deze belangen ziet het college geen noodzaak om een alternatieve of tweede ontsluiting te realiseren voor gemotoriseerd verkeer. b) De effectiviteit van een bestaande verkeersdrempel, die buiten het plangebied ligt, valt niet binnen de scope van dit plan en wordt daarom niet meegenomen als onderdeel van deze zienswijze. Bovendien is het rijgedrag van weggebruikers geen factor die binnen dit ontwerp-TAM-omgevingsplan wordt behandeld. c) Voor de extra ontsluiting wordt verwezen naar de beantwoording onder lid a. Daarnaast benadrukt het college dat er in het ontwerp TAM-omgevingsplan nu een fietsverbinding is opgenomen van Bovenkamp III naar de Elburgerweg welke is toegevoegd na inspraak bij de gemeenteraad. De nieuwe verbinding moet o.a. de afwikkeling van langzaam verkeer verbeteren en daarmee de verkeersveiligheid, daar deze in eerdere fasen van het plan nog niet voorzien was.

Aanvullend daarop stelt het college het volgende over verkeersmaatregelen: Onderdeel van het plan zijn ook meerdere maatregelen in Bovenkamp II, waaronder verkeersplateaus met de aansluiting op Bovenkamp III en enkele drempels op de Ten Veldhuize nabij de speeltuin en tussen de speeltuin en Bovenkamp III. Naar oordeel van het college wordt hiermee een veilige verkeersituatie gecreëerd en hoeft het ontwerp 3 / 16

TAM-omgevingsplan op dit punt niet aangepast te worden. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het ontwerp TAM-omgevingsplan.

4 / 16

2. Zienswijze Xx Ontvankelijkheid De zienswijze is binnen de termijn van de ter inzagelegging binnengekomen en van ondertekening voorzien. De zienswijze is ontvankelijk. Samenvatting De reclamant brengt de navolgende zienswijzen ten aanzien van het ontwerp TAMomgevingsplan naar voren: a) In bijlage 3.3 van het rapport van Econsultancy wordt onterecht verwezen naar vliegveld Volkel, dat in Brabant ligt. Dit lijkt een foutieve kopie. b) Deze fout roept de vraag op of de rest van het rapport wel klopt. c) De uitkomsten van het booronderzoek, vermeld in GRA-rapport 2023.07 (Archis), ontbreken. d) Het Programma van Eisen (PVE) voor het proefsleufonderzoek is wel bijgevoegd, maar het onderzoek zelf is nog niet vermeld in Archis. e) Er wordt gevraagd wanneer het proefsleufonderzoek gaat plaatsvinden. Reactie gemeente a) De verwijzing naar vliegveld Volkel wordt verwijderd uit het rapport. Dit is inderdaad een foutieve kopie uit een ander rapport. Een nieuwe versie van het rapport wordt als bijlage opgenomen in het vast te stellen TAM-omgevingsplan. b) De overige teksten in het rapport zijn overduidelijk geschreven op de situatie van het plangebied en omgeving. Het onderzoek is verricht door een ter zake kundig onderzoeksbureau. Op grond daarvan is er geen reden om aan te nemen dat de inhoud en de conclusies van het onderzoek niet zouden kloppen.

Het rapport is getoetst door de gemeente en de Omgevingsdienst. Als het rapport niet zou kloppen, zou dit in een eerder stadium gecorrigeerd zijn. Overigens worden de conclusies van het onderzoek niet weerlegd met een vergelijkbaar tegenonderzoek door een ter zake deskundig onderzoekbureau. c) Als bijlage 13 bij de toelichting van het TAM-omgevingsplan is een archeologisch onderzoek opgenomen. In hoofdstuk 5 van dit onderzoek wordt het Inventariserend veldonderzoek besproken. In dit hoofdstuk komen de werkwijze, bodemopbouw en de aangetroffen archeologische waarden aan bod. De boorstaten zijn opgenomen in de bijlage van het onderzoek. In hoofdstuk 6 worden de resultaten van het booronderzoek gekoppeld aan de archeologische verwachtingswaarde en wordt geadviseerd vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Dit advies is voorgelegd aan het bevoegd gezag. Op grond van het uitgevoerde onderzoek heeft het bevoegd gezag besloten dat de archeologische verwachtingswaarde in voldoende mate getoetst zijn om het TAMomgevingsplan vast te kunnen stellen, maar dat vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven noodzakelijk is. De uitkomsten van het booronderzoek zijn daarmee onderdeel van de conclusie en het advies van het archeologisch onderzoek.

Voorts ligt in deze procedure voor de vaststelling van het TAM-omgevingsplan niet het rapport dat is opgenomen in Archis voor, maar het rapport van het archeologisch onderzoek dat onderdeel is het TAM-omgevingsplan. De documenten die zijn opgenomen in Archis zijn niet relevant voor deze procedure. d) Het klopt dat het Programma van Eisen onderdeel is van het TAM-omgevingsplan (in bijlage 14 en 15 bij de toelichting van het TAM-omgevingsplan). Omdat uit het archeologisch 5 / 16

onderzoek naar voren komt dat er sprake is van een verhoogde archeologische verwachting en dat op basis hiervan is besloten vervolgonderzoek uit te voeren, is een Programma van Eisen opgesteld. Dit dient als onderzoeksopzet voor het proefsleuvenonderzoek. In het kader van het TAM-omgevingsplan is de archeologische verwachtingswaarde naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate vastgesteld. Voorts ligt in deze procedure voor de vaststelling van het TAM-omgevingsplan niet het rapport dat is opgenomen in Archis voor, maar het rapport van het archeologisch onderzoek dat onderdeel is het TAM-omgevingsplan. De documenten die zijn opgenomen in Archis zijn niet relevant voor deze procedure. e) Het proefsleuven onderzoek zal op een logisch moment in het proces tot het realiseren van de woonwijk Bovenkamp III worden uitgevoerd. In de regel is dat voorafgaand aan het bouwrijp maken van de in het plangebied opgenomen gronden. Een exacte datum voor de uitvoering is nog niet vastgesteld. Conclusie De zienswijze leidt tot een tekstuele aanpassing van bijlage 3 (Quickscan bedrijven en milieuzonering) van de motivering van het ontwerp TAM-omgevingsplan.

6 / 16

3. Zienswijze Xx Ontvankelijkheid De zienswijze is binnen de termijn van de ter inzagelegging binnengekomen en van ondertekening voorzien. De zienswijze is ontvankelijk. Samenvatting De reclamant brengt de navolgende zienswijzen ten aanzien van het ontwerp TAMomgevingsplan naar voren: a) Bewoners hebben destijds vernomen dat een aansluiting op de Elburgerweg zou worden gerealiseerd, maar deze is niet in het plan opgenomen. Dit leidt tot een verdubbeling van verkeersbewegingen in hun straat, hetgeen als verkeersonveilig wordt ervaren. b) Er zijn specifieke knelpunten in de verkeersstructuur van Bovenkamp II, met name bij de splitsing met de straat naar het hofje en Ten Veldhuize, de kruising met het fietspad over de voormalige spoorbaan en rondom de speeltuin en het voetbalveldje. c) Bewoners vinden het onbegrijpelijk dat Bovenkamp I meerdere ontsluitingen heeft, terwijl Bovenkamp II en III slechts één route hebben via Ten Veldhuize. d) Bij calamiteiten ontbreekt een alternatieve uitritmogelijkheid voor auto’s. e) De participatie met de gemeente rondom verkeersveiligheid wordt als teleurstellend ervaren, onder andere door gebrekkige terugkoppeling en communicatie. f)

Bouwverkeer voor Bovenkamp III zal via Bovenkamp II rijden, wat de verkeersveiligheid verder onder druk zet. Bewoners stellen voor om bouwverkeer via een tijdelijke weg langs de Elburgerweg te laten rijden en deze later om te vormen tot een permanente ontsluitingsroute.

Reactie gemeente a) De gemeente begrijpt de zorgen over de toename van verkeersbewegingen in Bovenkamp II. In het kader van de planvorming is echter een verkeerskundig onderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat de capaciteit van de bestaande wegenstructuur voldoende is om het extra verkeer op een veilige en efficiënte manier te verwerken. Hierbij is verkeersveiligheid expliciet meegenomen. De ontsluiting naar de Elburgerweg maakte oorspronkelijk deel uit van een stedenbouwkundige visie voor de gehele wijk Bovenkamp. Deze visie had een schetsmatig karakter en was niet juridisch bindend. Bovendien is de visie verouderd en zijn in de tussentijd nieuwe inzichten ontwikkeld op het gebied van verkeer en mobiliteit. Zo wordt tegenwoordig meer nadruk gelegd op het STOP-principe, waarbij eerst voetgangers en fietsers worden gefaciliteerd voordat extra wegen voor autoverkeer worden overwogen. Mede daarom is de langzaamverkeersverbinding naar de Elburgerweg in het plan opgenomen. b) De benoemde knelpunten worden op punten door de gemeente erkend. In het ontwerp TAMomgevingsplan zijn derhalve reeds maatregelen opgenomen ter bevordering van de verkeersveiligheid, zoals verkeersplateaus bij de aansluiting op Bovenkamp III en extra drempels op de Ten Veldhuize nabij de speeltuin en tussen de speeltuin en Bovenkamp III.

De gemeente is van mening dat deze maatregelen afdoende bijdragen aan een veilige verkeerssituatie. c) De ontsluitingsstructuur van de wijk is zorgvuldig afgewogen. Een extra ontsluitingsweg voor Bovenkamp III zou mogelijk leiden tot een verschuiving van verkeersstromen en 7 / 16

sluipverkeer, wat niet wenselijk is. Daarnaast is een tweede ontsluiting niet noodzakelijk gebleken uit het verkeerskundig onderzoek. d) Voor calamiteiten kan worden gekeken naar alternatieve routes via bestaande voorzieningen, zoals hulpdienstenroutes. Echter, een tweede permanente ontsluitingsweg is niet noodzakelijk voor een veilige verkeersafwikkeling. Verder wordt de langzaamverkeersverbinding naar de Elburgerweg ook als calamiteitenroute ingericht. e) De gemeente betreurt dat de participatie als teleurstellend is ervaren. Binnen het participatietraject zijn meerdere momenten georganiseerd waarin bewoners input konden geven op de plannen. Deze input is waar mogelijk verwerkt in de verdere uitwerking van het ontwerp TAM-omgevingsplan, waarbinnen verschillende verkeersmaatregelen zijn opgenomen. f)

Het zware bouwverkeer voor Bovenkamp III zal niet meer via Bovenkamp II rijden. Dit is niet meer noodzakelijk omdat de langzaamverkeersverbinding richting de Elburgerweg in het plan is opgenomen. De ontwikkelaar heeft hiervoor de gronden moeten aankopen en kan deze daarom ook als bouwweg gebruiken tot oplevering van de woningen. Dit verandert echter niets aan de eerder gemaakte afweging dat een permanente ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer niet wenselijk is.

Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het ontwerp TAM-omgevingsplan.

8 / 16

4. Zienswijze Xx Ontvankelijkheid De zienswijze is binnen de termijn van de ter inzagelegging binnengekomen en van ondertekening voorzien. De zienswijze is ontvankelijk. Samenvatting De reclamant brengt de navolgende zienswijzen ten aanzien van het ontwerp TAMomgevingsplan naar voren: a) Reclamant is van mening dat er aanzienlijke inkijk in woning en tuin van reclamant door de positionering van rijwoningen en beneden-bovenwoningen aan Ten Veldhuize en Op den Oever ontstaat. Reclamant wenst in dat kader geen gevelopeningen aan de zijkant van de beneden-bovenwoningen. b) Reclamant stelt voor de galerij die nodig is om de bovenwoningen te bereiken aan de noordzijde te realiseren i.p.v. aan de zuidzijde. c) Het pad tussen rijwoningen tegenover Op den Oever 55 uit het plan halen. d) De meest noordelijke van de rijwoningen aan de Op den Oever laten vervallen en de zijgevel rooilijn laten aansluiten op de zijgevelrooilijn van Op den Oever 53. e) De verwachting van vrije doorzichten en wonen in het groen (op basis van stedebouwkundigplan Luc Bos, 2008 red.) is vervangen door een ingebouwde situatie met lange, brede gevels en hoge nokken. f)

Verminderde zonopbrengst/lichtinval op woning en tuin reclamant door te ontwikkelen woningen.

g) Woongenot en woningwaarde worden door deze punten volgens Reclamant aangetast. h) Nieuw te realiseren woningen staan dichter op de weg dan in Bovenkamp II, dit geeft een minder ruimtelijke uitstraling. Reactie gemeente a) De gemeente is van mening dat er door realisatie van de geplande woningen enige inkijk op de woning en in de tuin van reclamant kan ontstaan. Inkijk op omliggende percelen is echter geen toetsingskader voor de gemeente bij de beoordeling van een ruimtelijk plan. Daarbij merkt de gemeente op dat woningen waarvan mogelijk inkijk ontstaat allen aan de overzijde van de straat gelegen zijn. Daarmee liggen zij al op enige afstand van de woning en tuin van reclamant waardoor de inkijk beperkt is. Na oordeel van de gemeente is de nieuwe situatie niet ongewoon in een woonwijk en daarmee passend. Ook is een volledig gesloten gevel vanuit welstandscriteria uitgesloten. Wel spant initiatiefnemer zich in om eventuele gevelopeningen tot het minimum te beperken, om tegemoet te komen aan indiener. b) Binnen het plan is bewust gekozen voor dit type beneden-bovenwoningen, omdat deze qua uitstraling goed aansluiten bij reguliere rijwoningen en daarmee goed passen binnen het stedenbouwkundig plan en de opzet van geheel Bovenkamp.

Door de galerij aan de noordzijde te positioneren – aan de zijde die naar de straat is gericht – verliest het complex deze uitstraling en past het niet meer in het stedenbouwkundigplan. Dit wordt onderschreven door de stedenbouwkundig-/welstandsadviseur van de gemeente. c) In het stedenbouwkundigplan is er voor gekozen om de rijwoningen aan de Op den Oever in

9 / 16

twee blokken te verdelen omdat er zo een minder massaal en lang blok van woningen ontstaat, wat stedenbouwkundig een prettiger uitstraling geeft. Dit is wenselijk voor de toekomstige bewoners en de huidige bewoners van Bovenkamp II. Daarnaast zou het opschuiven van het pad naar een van de uiteinden van het blok betekenen dat sommige toekomstige bewoners vrij ver moeten omlopen indien zij buiten de woning om van voor naar achter willen. Dit ziet de gemeente als niet wenselijk. d) Het is plan-economisch niet haalbaar om een woning uit het plan te laten vervallen. Daarnaast is de beoogde te laten vervallen woning een woning in het betaalbare segment. De gemeente verplicht de ontwikkelaar om naast duurdere woningen ook woningen in het betaalbare segment te realiseren. Door een betaalbare woning te laten vervallen voldoet de ontwikkelaar niet aan de afspraken met de gemeente. Omdat er geen woning uit het plan kan vervallen is er geen ruimte om de woningen op te schuiven zodat de aansluiten bij de zijgevelrooilijn van Op den Oever 53. Daarnaast is een zijgevelrooilijn geen gebruikelijk toetsingscriterium in een nieuwbouwwijk. De stedenbouwkundige symmetrie doorbreken is in dit geval ruimtelijke gezien juist prettig en verbeterd hoe de toekomstige omgeving beleefd wordt.

e) Reclamant verwijst naar de stedenbouwkundige visie van Luc Bos voor de wijk Bovenkamp als geheel, waarin werd uitgegaan van een lagere bebouwingsdichtheid voor het huidige plangebied van Bovenkamp III. Deze visie heeft destijds als uitgangspunt gediend voor de ontwikkeling van de wijk, maar heeft geen bindende status zoals een bestemmingsplan of omgevingsplan. Er kunnen dan ook geen rechten aan worden ontleend. De visie van Luc Bos dateert uit 2008. In de afgelopen 17 jaar zijn de woningmarkt, maatschappelijke behoeften (o.a. de vraag naar betaalbare woningen) en bouwkosten echter dusdanig veranderd dat de ontwikkeling van Bovenkamp III zoals oorspronkelijk voorzien in deze visie niet langer haalbaar is en niet meer aansluit bij de huidige vraag. De gemeente merkt daarnaast op dat in het stedenbouwkundig plan Bovenkamp III, de onderlegger van voorliggend TAM-omgevingsplan, er wel degelijk aandacht is voor onder andere groen en water. Zo is er rondom de beek een brede groene zone ontworpen en bestemd, zo ook in lijn met de Ten Veldhuize. In Bovenkamp III is er hiermee relatief veel water en groen tussen de bebouwing ten opzichte van Bovenkamp II. In het grote geheel ziet de gemeente Bovenkamp III als een geslaagde uitbreiding conform de ambities van de gemeente. f)

De ontwikkeling van de naastgelegen woningen kan enige schaduwvorming veroorzaken op de woning en het perceel van reclamant. Om dit inzichtelijk te maken, is een bezonningsstudie (bijlage 1) uitgevoerd. In deze studie is specifiek gekeken naar de schaduwvorming van de beneden-bovenwoning op het perceel van reclamant, maar ook naar het effect van de naastgelegen rijwoningen. Uit de resultaten blijkt dat eventuele schaduweffecten uitsluitend in een beperkt deel van het jaar, in de late middag en/of avond optreden, met name op de zijgevel van de woning. De achtergevel en achtertuin ondervinden geen significant effect. Voor de gemeente is er daarom geen aanleiding om het plan aan te passen.

g) Waardevermindering en aantasting van het woongenot zijn geen toetsingskader voor de gemeente bij het beoordelen van een ruimtelijk plan. Indien reclamant van mening is dat hij financieel wordt benadeeld door het plan, kan na onherroepelijkheid van het besluit een verzoek tot nadeelcompensatie worden ingediend. h) De afstand van de woningen tot de weg varieert binnen het gehele stedenbouwkundig plan en de wijk. Dit hangt onder andere af van de beschikbare ruimte. De woningen in het 10 / 16

zuidelijke deel van Bovenkamp III worden op een vergelijkbare afstand van de weg geplaatst als elders in de wijk. Bovendien is er in Bovenkamp III gestreefd naar het uit het zicht onttrekken van de parkeerplaatsen, door deze zoveel mogelijk geclusterd achter de woningen te realiseren. Dit is een andere situatie dan de woningen waarnaar reclamant verwijst waarbij er ook parkeerplaatsen voor de woningen zijn gesitueerd. Daarnaast komt het in Bovenkamp II ook voor dat parkeerplaatsen geclusterd achter de woningen zijn gesitueerd. De gemeente ziet dan ook geen aanleiding om de plannen aan te passen. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het ontwerp TAM-omgevingsplan.

11 / 16

5. Zienswijze xx Ontvankelijkheid De zienswijze is binnen de termijn van de ter inzagelegging binnengekomen en van ondertekening voorzien. De zienswijze is ontvankelijk. Samenvatting De reclamant brengt de navolgende zienswijzen ten aanzien van het ontwerp TAM-omgevingsplan naar voren: a) Direct aanwonenden maken zich zorgen over de verkeersveiligheid, verkeersdrukte en overlast door de beoogde ontsluiting van Bovenkamp III via Ten Veldhuize. b) Conclusies uit verkeersonderzoeken en tellingen nemen deze zorgen niet weg. c) De toename van verkeersdrukte zal het woongenot aanzienlijk aantasten en kan leiden tot waardevermindering van woningen langs Ten Veldhuize. d) De inrichting van Ten Veldhuize is niet passend voor een 30 km-zone, waardoor handhaving niet mogelijk is. e) Snelheidsbeperkende maatregelen, zoals drempels of wegversmallingen, zijn noodzakelijk tussen de Wezeweg en het fietspad bij de speeltuin. f)

Bouwverkeer voor Bovenkamp III over Ten Veldhuize is ongewenst vanwege schade aan de weg, langdurige overlast en gevaarlijke situaties. Een tijdelijke bouwstraat vanaf de Wezeweg of Elburgerweg wordt voorgesteld om deze problemen te voorkomen.

Reactie gemeente a) De gemeente heeft begrip voor de zorgen over de verkeersveiligheid en de verkeersdrukte in relatie tot de ontsluiting van Bovenkamp III via Ten Veldhuize. In het kader van de planvorming is echter een verkeerskundig onderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat de capaciteit van de bestaande wegenstructuur ruim voldoende is om het extra verkeer op een veilige en efficiënte manier te verwerken. Hierbij is het aspect verkeersveiligheid expliciet meegenomen. b) De verkeersonderzoeken en tellingen zijn uitgevoerd conform de geldende richtlijnen en normen. Hoewel de gemeente erkent dat de verkeersdrukte kan toenemen, is de verwachting dat te nemen maatregelen en Bovenkamp III en deels in Bovenkamp II, zoals verkeersplateaus en drempels, voldoende bijdragen aan de verkeersveiligheid. c) Waardevermindering en aantasting van het woongenot zijn geen toetsingskader voor de gemeente bij het beoordelen van een ruimtelijk plan. Indien reclamant van mening is dat hij financieel wordt benadeeld door het plan, kan na onherroepelijkheid van het besluit een verzoek tot nadeelcompensatie worden ingediend. d) De inrichting van de Ten Veldhuize wordt deels aangepast, zoals opgenomen in de verkeersmaatregelen binnen het ontwerp TAM-omgevingsplan. Daarbij valt het grootse deel van de Ten Veldhuize buiten de scope van het plan.

De vraag of de inrichting passend is voor handhaving valt daarnaast buiten deze zienswijzeprocedure. e) De gemeente erkent dat de verkeersdrukte zal toenemen, maar uit verkeersonderzoek blijkt dat dit binnen de geldende normen blijft. Voor het betreffende deel van de Ten Veldhuize zijn geen aanvullende maatregelen voorzien, aangezien het onderzoek aantoont dat de huidige weginrichting deze verkeersdrukte kan opvangen. De gemeente blijft echter alert op de situatie en zal indien in de toekomst toch nodig mocht blijken aanvullende maatregelen 12 / 16

overwegen. f)

Het zware bouwverkeer voor Bovenkamp III zal niet over de Ten Veldhuize rijden. Dit is niet meer noodzakelijk omdat de langzaamverkeersverbinding tussen Bovenkamp III en de Elburgerweg in het plan is opgenomen. De ontwikkelaar heeft hiervoor de benodigde gronden aangekocht en zal deze gronden ook gebruiken voor een bouwweg.

Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het ontwerp TAM-omgevingsplan.

13 / 16

6. Zienswijze xx Ontvankelijkheid De zienswijze is binnen de termijn van de ter inzagelegging binnengekomen en van ondertekening voorzien. De zienswijze is ontvankelijk. Samenvatting De reclamant brengt de navolgende zienswijzen ten aanzien van het ontwerp TAM-omgevingsplan naar voren: a) Het opnemen van een mogelijkheid tot calamiteitenverbinding via de langzaamverkeersverbinding. Reclamant stelt voor dit ook als aanduiding op de plankaart op te nemen. Reactie gemeente a) De gemeente ziet de meerwaarde van zienswijze van reclamant en neemt het voorstel over in het plan. De verbeelding van het vast te stellen TAM-omgevingsplan is aangepast in de zin dat ter plaatse van het functievlak ‘Groen’ en de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – langzaamverkeersverbinding’ aan de noordkant van het plangebied de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – calamiteitenpad’ is opgenomen. In de regels van de functie ‘Groen’ dat ter plaatse van deze aanduiding tevens een calamiteitenpad is toegestaan. Deze regel was ook al in het ontwerp van het TAM-omgevingsplan opgenomen. Als bijlage bij deze memo is de aangepaste verbeelding opgenomen. Conclusie De zienswijze leidt tot het opnemen van de functieaanduiding ‘calamiteitenpad’ op de langzaamverkeersverbinding.

14 / 16

7. Zienswijze xx Ontvankelijkheid De zienswijze is binnen de termijn van de ter inzagelegging binnengekomen en van ondertekening voorzien. De zienswijze is ontvankelijk. Samenvatting De reclamant brengt de navolgende zienswijzen ten aanzien van het ontwerp TAM-omgevingsplan naar voren: a) Direct aanwonenden maken zich zorgen over de verkeersveiligheid op Ten Veldhuize, waar nu al te hard wordt gereden en het verkeer toeneemt. Ook neemt het woongenot af en nemen de risico’s voor spelende kinderen toe. b) Het STOP-principe wordt als theoretisch beschouwd; in de praktijk brengen veel ouders de kinderen met de auto naar school en rijden dan door naar werk. c) De huidige snelheidsbeperkende maatregelen, zoals een snelheidsmeter en verkeersdrempels, blijken ineffectief om de verkeersveiligheid structureel te verbeteren. d) De wijk kent een beperkte ontsluiting; bij calamiteiten kan de wijk moeilijk bereikt of verlaten worden, wat tot zorgelijke situaties kan leiden. e) Bewoners pleiten voor een volwaardige ontsluiting naar de Elburgerweg voor autoverkeer, zoals ben hen bekend was bij de aankoop van hun woning. Reactie gemeente a) Met de ontwikkeling van Bovenkamp III zullen er extra verkeersbewegingen plaatsvinden. Het is daarom belangrijk om zorgvuldig te bepalen hoe dit verkeer wordt aangesloten op het bestaande wegennet.

In het kader van de planvorming is een verkeerskundig onderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat de capaciteit van het huidige wegennet ruim voldoende is om het extra verkeer op een veilige en efficiënte manier te verwerken. Het college erkent dat de toename van verkeer een beperkte invloed kan hebben op de verkeersveiligheid. Echter, uit het onderzoek blijkt dat dit effect ruim binnen de geldende normen valt. Deze normen zijn onder andere specifiek afgestemd op de verkeersveiligheid van dit type weg. Daarnaast worden er enkele maatregelen getroffen om de verkeersveiligheid te vergroten. Zie hiervoor de beantwoording onder c. b) Het STOP-principe is een leidend principe in het gemeentelijk beleid en sluit aan bij de landelijke beleidslijnen. Het doel is om actief gebruik van langzaam verkeer te stimuleren. De gemeente is zich ervan bewust dat niet alle bewoners hier direct gebruik van maken, maar dit vormt geen reden om af te wijken van dit principe. c) De gemeente erkent dat er zorgen bestaan over de effectiviteit van bestaande verkeersmaatregelen, zoals drempels en snelheidsmeters. Binnen het ontwerp TAMomgevingsplan zijn daarom aanvullende maatregelen opgenomen.

Zo worden onder andere verkeersplateaus gerealiseerd op de aansluiting tussen Bovenkamp II en III, en worden extra drempels aangebracht op de Ten Veldhuize nabij de speeltuin en tussen de speeltuin en het nieuwe plangebied. Naar oordeel van de gemeente dragen deze maatregelen substantieel bij aan een veilige verkeerssituatie. Hardrijden is de verantwoordelijkheid van de desbetreffende bestuurder. Met de maatregelen die worden getroffen wil de gemeente dit gedrag zoveel als mogelijk ontmoedigen.

15 / 16

d) Een tweede permanente ontsluitingsweg is niet noodzakelijk voor een veilige verkeersafwikkeling. Bij calamiteiten kan worden uitgeweken naar alternatieve routes via bestaande en nieuwe calamiteitenroutes. Ook wordt de langzaamverkeersverbinding naar de Elburgerweg als calamiteitenroute ingericht. e) De ontsluiting naar de Elburgerweg maakte oorspronkelijk deel uit van een stedenbouwkundige visie voor de gehele wijk Bovenkamp. Deze visie had een schetsmatig karakter en was niet juridisch bindend. Bovendien is de visie verouderd en zijn in de tussentijd nieuwe inzichten ontwikkeld op het gebied van verkeer en mobiliteit. Zo wordt tegenwoordig meer nadruk gelegd op het STOP-principe, waarbij eerst voetgangers en fietsers worden gefaciliteerd voordat extra wegen voor autoverkeer worden overwogen. Mede daarom is de langzaamverkeersverbinding naar de Elburgerweg in het plan opgenomen. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het ontwerp TAM-omgevingsplan.

Bijlagen: 1. Bezonningsstudie t.b.v. zienswijze 4

16 / 16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=8eee8d10-897e-4d5e-8c8e-4a953d9ee455