9.3.2. Stationsstraat 9-11 Heerde_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Stationsstraat 9-11 Heerde
Stationsstraat 9-11 Heerde vastgesteld
Inhoudsopgave
Toelichting
3
BJZ.nu Bestemmingsplannen
2
Stationsstraat 9-11 Heerde vastgesteld
Toelichting
BJZ.nu Bestemmingsplannen
3
Bestemmingsplan
Stationsstraat 9-11 Heerde
Februari 2022
Status: Vastgesteld
Bestemmingsplan “Stationsstraat 9-11 Heerde” Vastgesteld
Bestemmingsplan “Stationsstraat 9-11 Heerde”
Plannaam: IMRO-nummer: Plantype: Status: Datum:
Stationsstraat 9-11 Heerde NL.IMRO.0246.420HDEBPStations9-VA01 Bestemmingsplan Vastgesteld Februari 2022
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
1
Bestemmingsplan “Stationsstraat 9-11 Heerde” Vastgesteld
TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Bestemmingsplan “Stationsstraat 9-11 Heerde” Vastgesteld
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 5 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7
HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE ......................................................................... 8 HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 10 3.1 3.2 3.3
INLEIDING................................................................................................................................................. 10 GEWENSTE SITUATIE ................................................................................................................................... 10 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 11
HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 13 4.1 4.2 4.3 4.4
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 13 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 15 REGIONAAL BELEID ..................................................................................................................................... 17 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 18
HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 22 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
GELUID .................................................................................................................................................... 22 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 23 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 24 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 25 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 27 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 29 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 30 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 32 HITTESTRESS EN KLIMAATADAPTIE ................................................................................................................. 33
HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 35 6.1 6.2
VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 35 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 36
HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 38 7.1 7.2 7.3
INLEIDING................................................................................................................................................. 38 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 38 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 39
HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 41 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ....................................... 42 9.1 9.2 9.3
VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 42 INSPRAAK EN BURGERPARTICIPATIE ................................................................................................................ 42 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 42
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 44 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2
AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ...................................................................................... 44 VERKENNEND BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 45 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Bestemmingsplan “Stationsstraat 9-11 Heerde” Vastgesteld
BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7
STIKSTOFONDERZOEK.......................................................................................................................... 46 NATUURWAARDENONDERZOEK ............................................................................................................ 47 ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK.................................................................................................... 48 ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK EN INVENTARISEREND VELDONDERZOEK............................................... 49 WATERTOETSRESULTAAT ..................................................................................................................... 50
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Bestemmingsplan “Stationsstraat 9-11 Heerde” Vastgesteld
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Aan de Stationsstraat 9-11 te Heerde bevindt zich een bedrijfsperceel voorzien van verouderde bedrijfsbebouwing. Initiatiefnemer is voornemens om deze in eigendom zijnde locatie te herontwikkelen ten behoeve van de realisatie van een appartementengebouw. Het voornemen is om de bestaande bedrijfsbebouwing ter plaatse van het projectgebied te slopen en vervolgens een appartementengebouw met in totaal 15 appartementen te realiseren. Het gebouw zal beschikken over drie bouwlagen (begane grond, 1e verdieping en 2e verdieping). Het zullen bouwtechnisch gezien twee bouwlagen voorzien van een kap zijn. Deze nieuwbouw van appartementen is passend op deze centrale centrumlocatie en biedt de mogelijkheid om deze centrale plek in het dorp een kwaliteitsimpuls te geven. Omdat de voorgenomen ontwikkeling niet in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan “Heerde – Dorp”, is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. In voorliggend bestemmingsplan wordt aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt midden in de kern Heerde. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied in Heerde (rode ster) en ten opzichte van de directe omgeving (rode belijning) weergegeven.
Afbeelding 1.1
1.3
Ligging van het plangebied in Heerde en de directe omgeving (Bron: ArcGIS)
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan “Stationsstraat 9-11, Heerde” bestaat uit de volgende stukken: • • •
verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0246.420HDEBPStations9-ON01) en een renvooi; regels (met bijlagen); toelichting (met bijlagen).
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Bestemmingsplan “Stationsstraat 9-11 Heerde” Vastgesteld
1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Heerde – Dorp”. Dit bestemmingsplan is op 30 maart 2009 vastgesteld door de gemeenteraad vastgesteld. Op basis van dit bestemmingsplan is het plangebied voorzien van de bestemming ‘Bedrijf’ met daarop de aanduidingen ‘ba’ en ‘dw1’. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan weergegeven. Het plangebied is met de rode omlijning aangegeven.
Afbeelding 1.2
Uitsnede geldende bestemmingsplan “Heerde - Dorp” (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
Op grond van de regels voor de geldende bestemming ‘Bedrijf’ is ter plaatse van het plangebied de realisatie van de gewenste appartementen niet mogelijk. Doordat op voorhand kan worden gesteld dat deze bestemming niet toereikend is voor de voorgenomen ontwikkeling wordt een nadere uiteenzetting van de regels achterwege gelaten. 1.4.2
Strijdigheid
Op basis van het geldende bestemmingsplan is de bouw van een appartementengebouw met in totaal 15 appartementen niet toegestaan. De geldende bestemming is zowel qua gebruik als qua bouwmogelijkheden ontoereikend.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Bestemmingsplan “Stationsstraat 9-11 Heerde” Vastgesteld
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie in het plangebied. Hoofdstuk 3 gaat in op de gewenste situatie. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie, de regio en de gemeente Heerde beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de financiële uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op de inspraak, het vooroverleg en de zienswijzen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Bestemmingsplan “Stationsstraat 9-11 Heerde” Vastgesteld
HOOFDSTUK 2
HUIDIGE SITUATIE
Zoals aangegeven ligt het plangebied in het midden van de kern Heerde. De functionele structuur rondom het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit woonfuncties met verspreid liggende detailhandelsfuncties, maatschappelijke voorzieningen, infrastructuur en groenfuncties. Het plangebied wordt een de noordzijde begrensd door woonbebouwing. Aan de oostzijde vormt de infrastructuur van de Stationsstraat de begrenzing en aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door eveneens woonbebouwing. Aan de westzijde zijn medische voorzieningen gesitueerd. In de huidige situatie is het plangebied bebouwd met een vervallen bedrijfspand en deels ingericht als parkeerterrein bij dit bedrijfspand. Het parkeerterrein is bereikbaar vanaf zowel de Stationsstraat als de Brinklaan. Het merendeel van het plangebied is bebouwd. In afbeelding 2.2 is de huidige situatie ter plaatse van het plangebied (rode omlijning) met een luchtfoto weergegeven. In afbeelding 2.3 is een straatbeeld vanaf de Stationsstraat opgenomen.
Afbeelding 2.2
Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: Provincie Gelderland)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Bestemmingsplan “Stationsstraat 9-11 Heerde” Vastgesteld
Afbeelding 2.3
Straatbeeld huidige situatie vanaf de Stationsstraat plangebied (Bron: Google Streetview)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Bestemmingsplan “Stationsstraat 9-11 Heerde” Vastgesteld
HOOFDSTUK 3 3.1
PLANBESCHRIJVING
Inleiding
De voorgenomen ontwikkeling is om de bestaande bedrijfsbebouwing ter plaatse van het projectgebied te slopen en vervolgens een appartementengebouw met in totaal 15 appartementen te realiseren. Het gebouw zal beschikken over drie bouwlagen (begane grond, 1e verdieping en 2e verdieping). Het zullen bouwtechnisch gezien twee bouwlagen een kap zijn. Hierna wordt nader ingegaan op de gewenste situatie ter plaatse van het plangebied.
3.2
Gewenste situatie
Zoals hierboven is aangegeven, is initiatiefnemer voornemens om het perceel aan de Stationsstraat 9-11 te Heerde te herontwikkelen om zo in totaal 15 appartementen te realiseren. Vanuit functioneel oogpunt is dit een passende functie voor de locatie (zie ook hoofdstuk 2 voor de functionele structuur rondom het plangebied). Het betreft eveneens een centrale locatie dichtbij winkels en (zorg)voorzieningen. Daarnaast is met de beoogde duurzame nieuwbouw mogelijk om deze centrale plek in het dorp een kwaliteitsimpuls te geven. De in totaal 15 appartementen zullen geschikt zijn voor diverse doelgroepen. Hiermee wordt voorzien in de grote vraag naar appartementen in Heerde. Qua bouwmogelijkheden (bouwhoogtes e.d.) wordt aangesloten op de bouwmogelijkheden van omliggende woonpercelen. De nieuwe woningen blijven ontsloten op de Stationsstraat. Het parkeren zal op eigen perceel plaatsvinden. In afbeelding 3.1 is een impressie weergegeven van de gewenste situering binnen het projectgebied. In afbeelding 3.2 is een impressie van het aanzicht van de gewenste bebouwing weergegeven.
Afbeelding 3.1
Impressie situering projectgebied (Bron: Initiatiefnemer)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Bestemmingsplan “Stationsstraat 9-11 Heerde” Vastgesteld
Afbeelding 3.2
Impressie aanzicht bebouwing (Bron: Initiatiefnemer)
3.3
Verkeer en parkeren
3.3.1
Uitgangspunten
Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Voor wat betreft de parkeerbehoefte wordt uitgegaan van de gemeentelijke ‘Parkeernormennota gemeente Heerde’ d.d. 5 oktober 2012. 3.3.2
Verkeer
De te realiseren woningen brengen een bepaald aantal verkeersbewegingen met zich mee. Het toenemend aantal verkeersbewegingen als gevolg van het project moet daarom in ogenschouw worden genomen. Om het aantal verkeersbewegingen te bepalen is gebruik gemaakt van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • • •
Functie: wonen, koop, appartement, duur, midden & goedkoop;
Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk / gemeente Heerde (Bron: CBS Statline); Stedelijke zone: centrum;
In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. In voorliggend geval is van het gemiddelde uitgegaan. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Bestemmingsplan “Stationsstraat 9-11 Heerde” Vastgesteld
Op basis van de vorenstaande uitgangspunten ontstaat qua verkeersgeneratie als gevolg van het project het volgende beeld: Functie
Koop, appartement, duur Koop, appartement, midden Koop, appartement, goedkoop Totaal
Verkeersbewegingen per woningtype per weekdag (gemiddeld) 7,2 5,8 5,2
Aantal woningen
Totaal aantal verkeersbewegingen per weekdag (gemiddeld)
5 4 6
36 23,2 31,2 90,4
De totale verkeersgeneratie voor de te realiseren woningen komt afgerond neer op 91 verkeersbewegingen per weekdag. In voorliggend geval wordt er, gezien de ligging van de locatie, van uitgegaan dat het verkeer het projectgebied vanaf de Stationsstraat bereikt en verlaat. Een dergelijke toename van verkeer is in het centrum gebied nauwelijks waarneembaar. De Stationsstraat en omliggende infrastructuur beschikken over voldoende capaciteit om een dergelijke toename van het aantal verkeersbewegingen goed en veilig te kunnen verwerken. Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 3.3.3
Parkeren
Er wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten ten aanzien van parkeren (‘Parkeernormennota gemeente Heerde’): • • •
Functie: wonen, koop, appartement, duur, midden & goedkoop;
Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk / gemeente Heerde (Bron: CBS Statline); Stedelijke zone: schil.
Op basis van de vorenstaande uitgangspunten is sprake van een parkeerbehoefte van: Functie Koop, appartement, duur Koop, appartement, midden Koop, appartement, goedkoop Totaal benodigde parkeerbehoefte
Parkeerbehoefte (gemiddeld) 1,8 1,7 1,4
Aantal woningen 5 4 6
Totaal benodigde parkeerbehoefte (gemiddeld) 9 6,8 8,4 24,2
In overleg met de gemeente Heerde is afgesproken dat er sprake is van een parkeerbehoefte van 24 parkeerplaatsen. Bij de verdere uitwerking van de plannen worden er 19 op het achterterrein gerealiseerd en 3 langs de Stationsstraat middels langsparkeren (op gemeentegrond). De parkeerplaatsen op het achterterrein zullen worden voorzien van de kentekens van de bewoners, zodat ieder appartement in ieder geval één parkeerplaats tot zijn beschikking heeft. Voor de 3 langsparkeerplaatsen aan de Stationsstraat en de twee overige parkeerplaatsen die niet op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd zal een storting in het parkeerfonds worden gedaan. Ter borging dat wordt voldaan aan de parkeerbehoefte, is in de algemene regels van voorliggend bestemmingsplan bepaald dat dient te worden voldaan aan de parkeernormen zoals vervat in de ‘Parkeernota gemeente Heerde’. Het aspect parkeren vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Bestemmingsplan “Stationsstraat 9-11 Heerde” Vastgesteld
HOOFDSTUK 4
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
4.1.1.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 4.1.1.2 Rijksdoelen en regionale opgaven In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • • •
Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: •
•
• •
Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma’s zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet.
4.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Bestemmingsplan “Stationsstraat 9-11 Heerde” Vastgesteld
Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 4.1.2
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid
Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de NOVI. Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De raad is van oordeel dat gelet op het aantal woningen dat het plan mogelijk maakt, het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). In voorliggend geval wordt een appartementengebouw met in totaal 15 appartementen gerealiseerd. Het gebouw zal beschikken over drie bouwlagen (begane grond, 1e verdieping en 2e verdieping).
Vastgesteld kan worden dat door sloop van bestaande bebouwing en herstructurering van het gebied en geschikt te maken voor woningbouw en het feit dat sprake is van inbreiding, er is daarnaast geen sprake van een grotere footprint van de bebouwing in de nieuwe situatie. De footprint neemt zelfs licht af. Daarbij kan worden vastgesteld dat onderzoek is gedaan naar de behoefte aan woningbouw en dat de bouw past binnen geformuleerde woonvisie van de gemeente Heerde. Woonvisie Heerde 2015-2025 Het uitgangspunt van de woonvisie is het maken en behouden van kwaliteit. Dit kan alleen door niet vooraf strikte en knellende regels op te stellen, maar door te werken met bestaande kwaliteiten, partijen en passende oplossingen. Dit leidt tot maatwerk per situatie met inachtneming van de algemene vastgestelde principes. Het creëren van maatschappelijke meerwaarde is bij ieder initiatief het uitgangspunt en het afwegingskader van het gemeentebestuur. De bestaande gebouwen in de gemeente worden optimaal gebruikt. Waar mogelijk worden gebouwen omgevormd tot woonruimten. Uitgerekend is dat er in Heerde in verband met de groei van het aantal huishoudens (dus niet het aantal inwoners) in de periode 2013 tot 2020 circa 420 – 460 extra woningen nodig zijn/waren. Gemiddeld is dat een toevoeging van 60 – 65 woningen per jaar.
Ten opzichte van de bestaande woningvoorraad is dat een toename van ongeveer 6%. Gelet op de geschetste trends en het streven dat een ieder op termijn kan beschikken over een bij zijn situatie passende woning, is duidelijk dat het grootste deel van de opgave bereikt moet worden door aanpassing en vervanging van de bestaande woningvoorraad. In de regionale visie is aangegeven dat afgestapt wordt van de oude manier van woningbouwprogrammering. Er wordt overgestapt van aanbod-gestuurd bouwen naar vraaggestuurd bouwen. De markt bepaalt wat
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Bestemmingsplan “Stationsstraat 9-11 Heerde” Vastgesteld
gebouwd gaat worden. Daarvoor is een nieuw afwegingskader voor nieuwbouw noodzakelijk. Niet langer is bepalend of een ontwikkeling past in een woningbouwprogramma. De vraag is nu of een bouwplan inspeelt op de marktvraag en voldoende maatschappelijke en ruimtelijke kwaliteit toevoegt. In de gemeente Heerde is vraag naar woningen voor verschillende doelgroepen, te weten: • • •
Starters en Jonge gezinnen: deze doelgroep heeft met name behoefte aan betaalbare rijwoningen of bijvoorbeeld appartementen. Doorstromende gezinnen: deze doelgroep heeft behoefte aan kleinere en grotere 2^1 kap woningen, nieuwe vrijstaande woningen en in beperkte mate vrije kavels voor eigen bouw. Senioren: deze doelgroep zoekt een kleine vrijstaande woning met een volledig woonprogramma (d.w.z.: woonkamer, slaapkamer en badkamer) op de begane grond. Ook kan gedacht worden aan levensloopbestendige appartementen.
Er is bij dit plan aansluiting gezocht bij de gemeentelijke woonvisie. Er worden 15 levensloopbestendige appartementen in het dure, midden en goedkope segment gebouwd, waardoor deze ontwikkeling past binnen de Woonvisie Heerde 2015-2025. De in het plan opgenomen ontwikkeling voldoet hiermee aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Geconcludeerd wordt dat geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1
Omgevingsvisie Gelderland
4.2.1.1 Algemeen In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. De actualisatie van de Omgevingsvisie en -verordening is op 19 december 2019 vastgesteld. In de Omgevingsvisie worden twee provinciale hoofddoelen onderscheiden: • •
een duurzame economische structuur; het borgen van de kwaliteit en veiligheid van de Gelderse leefomgeving.
Deze hoofddoelen zijn vertaald in provinciale ambities, waarbij per ambitie de aanpak op hoofdlijnen is beschreven. De nadere invulling vindt plaats via provinciale uitvoeringsprogramma's en samenwerking met partners. Daarmee is de Omgevingsvisie een 'plan' dat richting geeft en ruimte biedt; geen plan met exacte antwoorden. Ofwel: ‘de Omgevingsvisie gaat over het speelveld en de spelregels, niet over de uitkomst van het spel’. 4.2.1.2 Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In onze groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd investeren we in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt.
Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied ons vertrekpunt. Gelderland geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen. Gelderland gaat voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, breiden we uit aan de randen van onze steden of dorpen. De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Bestemmingsplan “Stationsstraat 9-11 Heerde” Vastgesteld
De ambities zijn als volgt geformuleerd: •
• •
Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal.
Om vorenstaande ambities te realiseren gaat de provincie in overleg met de Gelderse regio’s, om zodoende regionale afspraken te maken. 4.2.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Gelderland De regionale uitwerking van de provinciale ambities ten aanzien van het aspect wonen, zijn uitgewerkt in regionale woonvisies. In voorliggend geval is de ‘Woonvisie Regio Noord-Veluwe’ van toepassing. In paragraaf 4.3 wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan deze woonvisie, in de navolgende paragraaf volgt de concrete toets aan het gemeentelijke beleid, waaronder de gemeentelijke woonvisie. Hier wordt geconcludeerd dat het voornemen kwalitatief en kwantitatief past binnen de regionale en gemeentelijke beleidsstukken. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Gelderland. 4.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
4.2.2.1 Algemeen Met een omgevingsverordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema’s. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan op deze regels afstemmen. 4.2.2.2 Van toepassing zijnde artikelen In voorliggend geval betreft het voornemen een binnenstedelijke woningbouwontwikkeling. Hierdoor is met name artikel 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda) van toepassing. Artikel 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda) 1. 2.
Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Bestemmingsplan “Stationsstraat 9-11 Heerde” Vastgesteld
4.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Omgevingsverordening Gelderland’ In paragraaf 4.3 (regionaal beleid) en paragraaf 4.4 (gemeentelijk beleid) wordt onder meer beleid inzake woningbouw beschreven en getoetst. Hieruit blijkt dat de beoogde woningbouw zowel kwantitatief als kwalitatief passend is binnen de beleidskaders. Resumerend wordt gesteld dat het voornemen in overeenstemming is met de Omgevingsverordening Gelderland.
4.3
Regionaal beleid
De gemeente Heerde is per 1 september 2018 deel gaan nemen aan de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) Regio Stedendriehoek. In de regionale (structuur)visies is hier nog geen rekening mee gehouden. In voorliggend geval wordt daarom getoetst aan het regionale beleid van de Regio Noord-Veluwe, de regio waar de gemeente Heerde voorheen onderdeel van uitmaakte. 4.3.1
Woonvisie Regio Noord-Veluwe
4.3.1.1 Algemeen De gemeenten in Regio Noord-Veluwe werken al jaren samen aan verschillende ruimtelijke en maatschappelijke thema’s. Op het gebied van ruimtelijke ordening en volkshuisvesting zijn dat de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Hattem en Heerde. Dit heeft in de afgelopen jaren geleid tot verschillende momenten van afstemming en beleidsvorming op het gebied van wonen. Zo hebben de regiogemeenten samen met de provincie Gelderland en de Noord-Veluwse woningcorporaties het Kwalitatief Woonprogramma 2010-2019 voor NoordVeluwe vastgesteld. Eerder is de Regionale Woonagenda 2012-2013 opgesteld. Mede met het oog op nieuwe afspraken met de provincie in het kader van de Kwantitatieve Opgave Wonen, dat het oude Kwalitatieve WoningbouwProgramma vervangt), hebben de samenwerkende gemeenten in Regio Noord-Veluwe deze Visie op Wonen in de regio opgesteld 4.3.1.2 Woningmarkt in beweging Kwantitatief Hoewel de huishoudensgroei in de komende decennia afvlakt, blijft er een behoefte aan extra woningen. Op regioniveau zet de groei van het aantal huishoudens door in de toekomst. In de periode 2013 tot 2020 stijgt het aantal huishoudens naar verwachting met 5%. Dat zijn 4.300 huishoudens. Als gevolg van de plannen ten aanzien van scheiden van wonen en zorg komen daar in dezelfde periode nog eens circa 1.300 huishoudens bij.
Dit zijn huishoudens die voorheen in verzorgingshuizen zouden gaan wonen, en die als gevolg van de wijzigende regelgeving voortaan in gewone woningen en gewone wijken blijven wonen. De totale groei op de woningmarkt waar de regio in de periode tot 2020 rekening mee houden, bedraagt dus circa 5.600 huishoudens. Kwalitatief De groei van huishoudens doet zich met name voor bij de kleinere (vooral oudere) huishoudens. De hoeveelheid, kwaliteit en geschiktheid van bestaande én nieuwe woningen voor kleinere en oudere huishoudens is van belang. Nieuwbouw zal plaats moeten vinden op vraaggestuurde en kleinschalige wijze. En dat luistert nauw, want ouderen zijn de meest honkvaste groep woonconsumenten. Daarnaast neemt het beroep op het sociale netwerk van senioren, ondersteuning en zorg toe. Dit vraagt een gedifferentieerde uitwerking op kernniveau: in de grote kernen met een centrumfunctie zijn meer (zorg)voorzieningen aanwezig, in de kleine woonkernen biedt de onderlinge burgerkracht en ondersteuning en zorg op afstand (technologische en digitale mogelijkheden) perspectief. Door de regio is een woningbehoefteonderzoek tot 2020 uitgevoerd. Samenvattend kan de woningbehoefte ontwikkeling als volgt worden geduid: BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Bestemmingsplan “Stationsstraat 9-11 Heerde” Vastgesteld • • • • • •
Groei met name in categorie 1- en 2-persoonshuishoudens; Grote behoefte aan nultreden/levensloopbestendig; Behoefte aan sociale huur (vooral senioren); Beperktere behoefte aan huurwoningen in de vrije sector; Blijvende behoefte aan duurdere koopwoningen; Dreigend overschot aan gewone rijwoningen in de koopsector.
4.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Regio Noord-Veluwe Kwantitatief gezien is nog voldoende ruimte om nieuwe woningen en appartementen in de regio te realiseren. Kwalitatief gezien speelt de voorgenomen ontwikkeling in op de blijvende behoefte naar duurdere én goedkopere appartementen. De appartementen binnen het plangebied zullen levensloopbestendig worden gebouwd. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de ‘Woonvisie Regio Noord-Veluwe’.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1
Toekomstvisie gemeente Heerde 2025
4.4.1.1 Algemeen Maatschappelijke en economische ontwikkelingen gaan in snel tempo. Om hierop in te spelen heeft de gemeente de visie gemeente Heerde 2025 vastgesteld. Deze visie is een agenda voor de toekomst, een heldere profilering van de gemeente in de regio en naar de eigen burgers, instellingen en ondernemers. De visie maakt duidelijk: • • •
Waar de gemeente voor staat; Welke ontwikkeling zij ambieert; Waarvoor de gemeente zich de komende jaren hard wil maken richting de eigen bevolking, instellingen, ondernemers en andere voor de ontwikkeling van Heerde belangrijke partijen.
De toekomstvisie is door de raad vastgesteld op 13 juli 2009. De toekomstvisie is een kader, een kapstok waaraan het toekomstige gemeentelijke beleid gekoppeld wordt en vormt de basis voor de ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen. Uitgangspunt voor de toekomst van de gemeente is behoud door ontwikkeling en het verbinden van structuren. Bestaande waardevolle kwaliteiten dienen behouden te worden en waar mogelijk versterkt of verder ontwikkeld. Ontwikkelingspotenties liggen op de gebieden natuur, rust, ruimte recreatie en toerisme, water, wellness, zorg, welzijn, sport en educatie. 4.4.1.2 Thema ‘Wonen’ Bebouwing hoeft niet altijd en overal te worden uitgesloten. Het gaat vooral om hoe en waar gebouwd wordt en of dat zó kan plaatsvinden dat de kwaliteit intact blijft of wordt versterkt. Behoud van identiteit, eenheid en schoonheid door de (aan-)bouw van doordachte nieuwbouw, renovatie en inbreiding is van belang om de kwaliteiten van Heerde te waarborgen. De woningvraag kan neerslaan in de vorm van ‘groenlandschappelijk wonen’ aan de randen en als inbreiding in dorpen. Beperkte groei is mogelijk, mits recht wordt gedaan aan het behoud en versterking van de identiteit, sociale cohesie en cultuurhistorische waarden. De bestaande samenstelling, verschijningsvorm, grootte en identiteit van de kleine kernen wordt gewaarborgd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Bestemmingsplan “Stationsstraat 9-11 Heerde” Vastgesteld
4.4.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Toekomstvisie De voorgenomen ontwikkeling is aan te merken als een binnenstedelijke ontwikkeling op een inbreidingslocatie. Er is sprake van een herontwikkelingsproject, waarbij bestaande bebouwing wordt gesloopt en nieuwe bebouwing wordt teruggebouwd. In de regels van dit bestemmingsplan wordt qua maatvoering zoveel als mogelijk aangesloten op de omliggende bebouwing. Bij nadere toetsing van het voornemen is door de gemeente Heerde reeds aangegeven dat het bouwplan de identiteit van het gebied versterkt en uitbreid. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de ‘Toekomstvisie’. 4.4.2
Structuurvisie Heerde 2025
4.4.2.1 Algemeen De Structuurvisie Heerde 2025 (vastgesteld d.d. 17 september 2012) is het kader voor de ontwikkeling van de gemeente Heerde tot 2025. Deze visie geeft richting aan de ruimtelijke, economische en maatschappelijke ontwikkeling van de gemeente Heerde naar de toekomst. 4.4.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie Heerde 2025 In de structuurvisie Heerde 2025 wordt het plangebied aangemerkt als ‘Nieuwe zakelijkheid’. Hierover wordt in de structuurvisie onder andere het volgende gesteld: •
•
‘De nadruk in de ontwikkelingen binnen de zone Nieuwe zakelijkheid en gezondheid ligt met name op het verbeteren van de aantrekkelijkheid van de zone als woon-, werk- en leefgebied en het benutten van kansen op het gebied van leefstijl, gezondheid en zorg met respect voor de omgeving.’ ‘Doel is dat het gebied aantrekkelijk is om te wonen, te werken en te recreëren. Dit vereist een zorgvuldige benadering van het gebied, waarbij de landschappelijke inpassing van de verschillende functies een belangrijke randvoorwaarde is.’
Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat het plan past binnen de Structuurvisie en dat om twee redenen ook bijgedragen wordt aan de hierin gestelde doelen: •
•
De aantrekkelijkheid van het plangebied en het omliggende gebied als woon- (,werk-) en leefgebied wordt verbeterd, doordat een locatie wordt getransformeerd naar een kleinschalige woonlocatie met ruimtelijke kwaliteit. Het plan voorziet in een zorgvuldige stedenbouwkundige inpassing van de nieuwe woning (e.e.a. dient bij de uitwerking van het bouwplan zichtbaar te worden).
Tevens wordt opgemerkt dat nieuwe woningbouw is toegestaan binnen de grenzen van de kernen of in de daarvoor aangewezen gebieden. Op de structuurvisiekaart is aangegeven welke gebieden bestaande woongebieden zijn en welke locaties specifiek zijn aangewezen als toekomstige ontwikkelingslocatie voor woningbouw. Inbreiding en herstructurering hebben in de kernen de voorkeur boven uitbreiding en kunnen al een belangrijke bijdrage leveren aan het voorzien in de woningbehoefte. De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats op een inbreidingslocatie binnen de kern Heerde. Er is sprake van een herontwikkelingsproject, waarbij bestaande bebouwing wordt gesloopt en nieuwe bebouwing wordt teruggebouwd. Ook op dit onderdeel sluit het voornemen aan bij de ‘Structuurvisie Heerde 2025’. 4.4.3
Woonvisie Heerde
4.4.3.1 Algemeen Het uitgangspunt van de woonvisie is het maken en behouden van kwaliteit. Dit kan alleen door niet vooraf strikte en knellende regels op te stellen, maar door te werken met bestaande kwaliteiten, partijen en passende oplossingen. Dit leidt tot maatwerk per situatie met inachtneming van de algemene vastgestelde principes.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Bestemmingsplan “Stationsstraat 9-11 Heerde” Vastgesteld
Het creëren van maatschappelijke meerwaarde is bij ieder initiatief het uitgangspunt en het afwegingskader van het gemeentebestuur. 4.4.3.2 Woningmarkt in beweging De tijden van het bouwen van grote aantallen nieuwe woningen is voorbij. In dat kader stelt de Structuurvisie Heerde 2025 dat geen nieuwe grootschalige uitleglocaties meer nodig zijn en dat door het realiseren van de bestaande uitleglocaties, inbreiding in stedelijk gebied, transformatie en door functieverandering in de behoefte aan woningen kan worden voorzien. Dat geldt voor alle kernen in de gemeente. Nieuwe woningen worden gebouwd wanneer de bestaande voorraad niet in de vraag kan voorzien. Deze woningen sluiten aan bij de vraag van de woningzoekenden. Bij voorkeur zijn nieuwe woningen inzetbaar voor zoveel mogelijk verschillende categorieën woningzoekenden. Zeker in de huursector. Woonwijken moeten een goede mix van woningen bevatten die de maatschappelijke cohesie maximaal ondersteunt. Van woningaanbieders en woningvragers worden initiatieven verwacht om in de behoefte aan woonruimte te voorzien. 4.4.3.3 De woningvoorraad & vraaggestuurd bouwen Het grootste deel van de benodigde woningen voor de toekomst staat er al. Uitgerekend is dat er in Heerde in verband met de groei van het aantal huishoudens (dus niet het aantal inwoners) in de periode 2013 tot 2020 circa 420 – 460 extra woningen nodig zijn.
Gemiddeld is dat een toevoeging van 60 – 65 woningen per jaar. Ten opzichte van de bestaande woningvoorraad is dat een toename van ongeveer 6%. Gelet op de geschetste trends en het streven dat een ieder op termijn kan beschikken over een bij zijn situatie passende woning, is duidelijk dat het grootste deel van de opgave bereikt moet worden door aanpassing en vervanging van de bestaande woningvoorraad. In de regionale visie is aangegeven dat afgestapt wordt van de oude manier van woningbouwprogrammering. Er wordt overgestapt van aanbodgestuurd bouwen naar vraaggestuurd bouwen. De markt bepaalt wat gebouwd gaat worden. Daarvoor is een nieuw afwegingskader voor nieuwbouw noodzakelijk. Niet langer is bepalend of een ontwikkeling past in een woningbouwprogramma. De vraag is nu of een bouwplan inspeelt op de marktvraag en voldoende maatschappelijke en ruimtelijke kwaliteit toevoegt. 4.4.3.4 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Heerde Uit de woonvisie blijkt dat er nog voldoende ruimte is voor de toevoeging van levensloopbestendige appartementen (woningen) in Heerde in de gemeente Heerde. De kwalitatieve behoefte is reeds onderbouwd in paragraaf 4.3.1 (regionale woonvisie). Hierin is aangetoond dat sprake is van een woningbouwontwikkeling welke voorziet in de behoefte. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de ‘Woonvisie Heerde’. 4.4.4
Welstandsnota gemeente Heerde
4.4.4.1 Algemeen De gemeenteraad van Heerde heeft de 'Welstandsnota gemeente Heerde' op 24 mei 2004 vastgesteld. Hierin is het welstandsbeleid van de gemeente Heerde beschreven. In de welstandsnota zijn zowel gebiedsgerichte als algemene welstandscriteria geformuleerd. 4.4.4.2 Deelgebieden De welstandsnota kent een zestal verschillende deelgebieden. Aan elk deelgebied is een welstandsniveau toegekend. Er wordt onderscheid gemaakt in vier welstandsniveaus, te weten: • • •
Welstandsniveau 1, Zware toetsing; Welstandsniveau 2, Reguliere toetsing; Welstandsniveau 3, Soepele toetsing;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Bestemmingsplan “Stationsstraat 9-11 Heerde” Vastgesteld •
Welstandniveau 4, Welstandsvrij.
4.4.4.3 Deelgebied ‘Heerde centrum’ Het plangebied is gelegen in het deelgebied ‘Heerde centrum’, waar welstandsniveau 2 geldt. Het beleid richt zich op het behouden van variatie binnen het straatbeeld van het historische dorpsgebied en waar nodig, op het versterken van de ruimtelijke karakteristiek (losse opstelling van de bebouwing). Van belang is ook het karakter van individuele panden. 4.4.4.4 Toetsing van het initiatief aan de welstandsnota gemeente Heerde Bij de uitwerking van het bouwplan voor de appartementen wordt getoetst aan de beoordelingscriteria uit het beeldkwaliteitsplan. 4.4.5
Conclusie toetsing aan het gemeentelijke beleid
Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Bestemmingsplan “Stationsstraat 9-11 Heerde” Vastgesteld
HOOFDSTUK 5
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.
5.1
Geluid
5.1.1
Wettelijk kader
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2
Situatie plangebied
5.1.2.1 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken
Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m
Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •
wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).
De wegen in de directe nabijheid van het plangebied betreffen 30km/uur wegen. Het plangebied is niet gelegen binnen de wettelijke geluidszones van wegen met een hogere snelheidsregime. Uit jurisprudentie blijkt dat een 30 km/uur weg in de beoordeling moet worden meegenomen, indien vooraf aangenomen had kunnen worden dat deze weg een geluidbelasting veroorzaakt die hoger ligt dan de voorkeurswaarde (48 dB). De toetsing moet worden uitgevoerd in verband met een belangenafweging in het kader van een goede ruimtelijke ordening. In voorliggend plan is een nieuw geluidsgevoelig object gepland, namelijk een appartementengebouw met in totaal 15 appartementen te realiseren. Het gebouw zal beschikken over drie bouwlagen (begane grond, 1e verdieping en 2e verdieping). Het plangebied ligt binnen de geluidzone van de Brinklaan en de Soerelseweg, beiden betreffen wegen met een maximumsnelheid van 50 km/uur. Daarnaast ligt het projectgebied aan de Stationsstraat, dit betreft - met een maximumsnelheid van 30 km/uur - een weg zonder geluidzone. Het feit dat voor deze weg geen wettelijke BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Bestemmingsplan “Stationsstraat 9-11 Heerde” Vastgesteld
geluidszone geldt, betekent -zoals in hoofdstuk 2 gesteld - niet dat een akoestisch onderzoek automatisch niet benodigd is. De geluidsbelasting van deze weg wordt meegenomen in voorliggend onderzoek in de belangenafweging in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’. Voor de overige omliggende wegen geldt – gezien de maximum snelheid, functie, intensiteit, afstand tot het projectgebied en/of tussenliggende bebouwing (barrièrewerking) - dat vooraf wordt aangenomen dat aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan, deze wegen zijn daarom geen onderdeel van voorliggend akoestisch onderzoek. Door middel van een akoestisch onderzoek (wegverkeerslawaai) is onderzocht of ter plaatse van het plangebied wordt voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB. Het volledige onderzoek is opgenomen in bijlage 1. Uitsluitend als gevolg van de Stationsstraat wordt ter plaatse van de voorgevel en het voorste deel (vanaf de Stationsstraat gezien) van beide zijgevels niet voldaan aan de voorkeurswaarde uit de Wgh. Het verkrijgen van een hogere waarde voor deze weg is echter, aangezien hiervoor geen geluidzone geldt, niet aan de orde. De cumulatieve geluidsbelasting bedraagt hoogstens 64 dB (voorgevel) als gevolg van wegverkeerslawaai. De hiervoor vereiste geluidwering GAK bedraagt 31 dB.
Met de in het bouwbesluit opgenomen standaard gevelwering van 20 dB kan dan ook niet worden voldaan worden aan het benodigde binnenniveau van maximaal 33 dB. Om hieraan te kunnen voldoen zijn aanvullende gevelmaatregelen noodzakelijk. Indien voldoende geluidwering wordt toegepast is ter plaatse van de te realiseren appartementen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, voor wat betreft het aspect wegverkeerslawaai. 5.1.2.2 Industrielawaai In de omgeving van het plangebied is geen gezoneerd bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig. Het aspect industrielawaai is niet van toepassing. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de nieuwe woningen, wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering). 5.1.2.3 Railverkeerslawaai Railverkeerslawaai wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten omdat de dichtstbijzijnde spoorlijn op ruime afstand van het plangebied is gelegen. 5.1.3
Conclusie
De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend plan.
5.2
Bodemkwaliteit
5.2.1
Algemeen
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. Door IDDS is een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740 en NEN 5707) uitgevoerd ter plaatse van het plangebied. De resultaten van het onderzoek worden hierna behandeld. Voor de rapportage wordt verwezen naar bijlage 2 bij deze toelichting. 5.2.2
Onderzoeksresultaten verkennend bodemonderzoek
Aan de hand van de resultaten van het onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Bestemmingsplan “Stationsstraat 9-11 Heerde” Vastgesteld • • • • •
In de grond zijn zintuiglijk plaatselijk bijmengingen met bodemvreemde materialen (baksteen) waargenomen. Op het maaiveld en in het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen en oliegerelateerde bijzonderheden waargenomen. De bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met lood en zink. De ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met kwik, lood, zink, PAK, PCB’s en minerale olie. Het grondwater is niet verontreinigd met alle onderzochte parameters.
De onderzoeksresultaten, te weten de aangetoonde overschrijdingen van de betreffende achtergrondwaarden, liggen in lijn met de verwachting op basis van het historisch onderzoek. De gemeten waarden zijn dermate gering dat aanvullend onderzoek naar het voorkomen van deze stoffen in de bodem op het perceel, ingevolge de Wet bodembescherming, niet noodzakelijk is. Beperkingen inzake het verlenen van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen) worden op basis van de onderzoeksresultaten uit milieuhygiënisch oogpunt niet voorzien. 5.2.3
Conclusie
Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
5.3
Luchtkwaliteit
5.3.1
Beoordelingskader
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);
5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •
woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Bestemmingsplan “Stationsstraat 9-11 Heerde” Vastgesteld
5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze ‘gevoelige bestemmingen’ zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2
Situatie plangebied
In paragraaf 5.3.1.1 zijn voorbeelden van de lijst met categorieën van gevallen opgenomen, die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Gelet op de aard en omvang van dit project in vergelijking met de voorgenoemde categorieën, kan worden aangenomen dat voorliggend project ‘niet in betekenende mate bijdraagt’ aan de luchtverontreiniging. Tevens wordt opgemerkt dat de functie niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. 5.3.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
5.4
Externe veiligheid
5.4.1
Algemeen
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.
Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •
het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).
Voor het transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico.