9.2. TAM-omgevingsplan - Motivering
Tekst van het document
5.12 Ontplofbare oorlogsresten 5.12.1 Beoordelingskader Het onverwacht aantreffen van munitie en de daarmee samenhangende risico’s en gevaren, vormt de belangrijkste drijfveer voor het opsporen van ontplofbare oorlogsresten. Op dergelijk onderzoek is diverse wet- en regelgeving van toepassing. 5.12.2 Onderzoek De intentie van deze studie was te achterhalen of er in het onderzoeksgebied ‘Bovenkamp III' sprake is van aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten en hoe het (on)verdachte gebied is af te bakenen. Om tot een gefundeerd en onderbouwd antwoord op dit vraagstuk te komen, is allereerst geanalyseerd of het onderzoeksgebied (deels) betrokken is geweest bij oorlogshandelingen (indicaties) en of er daardoor sprake is van een verhoogd risico op het
18 september 2024 | Omgevingsplan ‘TAM-omgevingsplan Bovenkamp III’ | Buro Stedenbouw – Onderdeel van DAGnl
43
aantreffen van ontplofbare oorlogsresten, oftewel van verdacht gebied. Vervolgens is er gepoogd de gebeurtenissen te achterhalen die een aanwijzing vormen dat een (mogelijk verdacht) gebied of een deel hiervan als onverdacht kan worden aangemerkt (contra-indicaties). Ten slotte is door middel van een bronanalyse uiteengezet wat de te verwachten eigenschappen (hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit, verschijningsvorm) van de mogelijk aanwezige ontplofbare oorlogsresten zijn. Het onderzoek is als bijlage 16 opgenomen in de bijlagen bij de toelichting. Het onderzoek richt zich op de delen van het plangebied waar de woningen zijn voorzien. Op basis van de bevindingen wordt allereerst worden geconcludeerd dat er geen indicaties zijn gevonden waardoor het onderzoeksgebied en de directe omgeving als verdacht beschouwd zou moeten worden op ontplofbare oorlogsresten. De volgende vraag vormde het uitgangspunt van dit onderzoek: Is er in het onderzoeksgebied sprake van aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten en hoe is het (on)verdachte gebied af te bakenen? Deze vraag is na het uitvoeren van bovenstaand onderzoek als volgt te beantwoorden: In het onderzoeksgebied en de directe omgeving is geen sprake van aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten.
Het gehele onderzoeksgebied en de directe omgeving is daarom als onverdacht aangemerkt. 5.12.3 Conclusie Het aspect 'ontplofbare oorlogsresten' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het TAM-omgevingsplan.
5.13 Conclusie fysieke leefomgeving De diverse aspecten uit de fysieke leefomgeving vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het TAM-omgevingsplan. Op basis van het wettelijk beoordelingskader en de uitgevoerde onderzoeken is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
18 september 2024 | Omgevingsplan ‘TAM-omgevingsplan Bovenkamp III’ | Buro Stedenbouw – Onderdeel van DAGnl
44
6 Besluit Milieueffectrapportage 6.1 Inleiding De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen het geldende omgevingsplan. Om de voorgenomen ontwikkelingen mogelijk te kunnen maken is een wijziging van het omgevingsplan ter plaatse van het plangebied noodzakelijk. In dergelijke gevallen moet worden aangetoond dat er geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen.
6.2 Beoordelingskader De wetgeving over de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Daarin is bepaald dat het bevoegd gezag bij de voorbereiding van een plan of programma een milieueffectrapport opstelt, als dat plan of programma het kader vormt voor te nemen besluiten voor projecten die zijn aangewezen in artikel 16.43 van de Omgevingswet. Onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (EU-richtlijn voor strategische milieubeoordeling), wordt in ieder geval verstaan een omgevingsvisie, programma, omgevingsplan (inclusief BOPA) en voorkeursbeslissing. Voor de plannen en programma’s waarvoor een plan-milieueffectrapport moet worden opgesteld is in de Omgevingswet een generieke aanwijzing opgenomen. Hiervoor is aansluiting gezocht bij de SMB-richtlijn. In bijlage V bij het Omgevingsbesluit staan de aangewezen categorieën van projecten waarvoor een m.e.r.-procedure verplicht is. Voor plannen en programma’s die betrekking hebben op kleine gebieden op lokaal niveau en/of kleine wijzigingen heeft de Omgevingswet de plan-m.e.r.-beoordeling geïntroduceerd. Voor deze ontwikkelingen is een plan-m.e.r. alleen verplicht als voor de activiteit aanzienlijke milieugevolgen worden verwacht.
Een plan-m.e.r.-beoordeling is ook van toepassing op plannen of programma’s die een kader vormen voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Omgevingsbesluit zijn genoemd. De plan-m.e.r.-beoordeling is een toets om na te gaan of sprake is van een plan met grote milieugevolgen. Deze toets vindt plaats aan de hand van de criteria van bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect.
6.3 Procedure In het gewijzigde Besluit m.e.r. is de procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling beschreven. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, dienen de volgende stappen genomen te worden: 1. de initiatiefnemer stelt een aanmeldnotitie op. 2. het bevoegd gezag neemt binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden. 3. de initiatiefnemer voegt het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). Wanneer ingevolge de Wet natuurbescherming voor een (bestemmings)plan/omgevingsplan een passende beoordeling moet worden gemaakt, moet op grond van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer ook een milieueffectrapport worden opgesteld.
18 september 2024 | Omgevingsplan ‘TAM-omgevingsplan Bovenkamp III’ | Buro Stedenbouw – Onderdeel van DAGnl
45
6.4 Aanmeldnotitie Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkelingen is een Aanmeldnotitie opgesteld. In de Aanmeldnotitie zijn de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu beschreven, waarbij is ingegaan op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten. Op basis hiervan is in de Aanmeldnotitie geconcludeerd dat er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Om die reden wordt volstaan met een vormvrije m.e.r.beoordeling. De Aanmeldnotitie is als bijlage 17 opgenomen in de bijlagen bij de toelichting.
6.5 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Het besluit tot het vaststellen van een bestemmingsplan/omgevingsplan heeft betrekking op activiteiten die voorkomen op de D-lijst (D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen) uit het Omgevingsbesluit. Voor deze activiteit zijn drempelwaarden opgenomen voor de omvang het stedelijke ontwikkelingsproject. Deze drempelwaarden betreffen stedelijke ontwikkelingsprojecten met een omvang van: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied dat 2.000 of meer woningen omvat of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Beoordeling De concrete omstandigheden in dit geval betreft de bouw van circa 80 tot maximaal 100 woningen met bijhorende verkeers-, groen- en watervoorzieningen. Het plangebied grenst aan bestaand stedelijk gebied en is in de structuurvisie van de gemeente Heerde expliciet benoemd als toekomstig woongebied. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 3,2 hectare en blijft hiermee onder de drempelwaarde van 100 hectare. De voorgenomen ontwikkeling maakt circa 80 tot maximaal 100 woningen mogelijk en blijft daarmee onder de drempelwaarde van 2.000 woningen.
Omdat de ontwikkeling niet voorziet in bedrijfsmatige activiteiten wordt de drempelwaarde voor bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² niet overschreden. Het project is kleinschalig van karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. en de locatie ligt niet in of bij beschermde natuurgebieden. Uit onderzoek blijkt dat er geen sprake van belangrijk nadelige effecten op de leefomgeving en op natuurgebieden in de omgeving. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet noodzakelijk. Het opstellen van een milieueffectrapportage zal geen verder inzicht verschaffen op de relevante milieuaspecten. Het bevoegd gezag kan op basis van deze ruimtelijke motivering een besluit nemen over de uitkomst van de m.e.r.-beoordeling, of er al dan niet een m.e.r. nodig is en publiceert dit in een m.e.r.- beoordelingsbesluit. Het besluit dat geen m.e.r. uitgevoerd hoeft te worden, hoeft niet gepubliceerd te worden in de Staatscourant. Er is geen sprake van een aparte bezwaar- en beroepsprocedure bij de beslissing over de m.e.r.-plicht.
6.6 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Om die reden is het opstellen van een milieueffectrapport niet noodzakelijk en kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling.
18 september 2024 | Omgevingsplan ‘TAM-omgevingsplan Bovenkamp III’ | Buro Stedenbouw – Onderdeel van DAGnl
46
7 Toelichting op de regels 7.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande en toekomstige situatie, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten van de fysieke leefomgeving. Op basis van de informatie uit deze hoofdstukken wordt geconcludeerd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Deze informatie is gebruikt om keuzes te maken bij het opstellen van het TAMomgevingsplan: de verbeelding (plankaart) en de regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet van dit TAM-omgevingsplan. Daarnaast worden de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels verantwoord. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom bepaalde functies zijn aangewezen en waarom bepaalde bebouwing acceptabel is. Het TAM-omgevingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en de verbeelding vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het TAM-omgevingsplan en dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De toelichting vormt de verantwoording voor de gemaakte keuzen voor de inrichting van het plangebied en de toekenning van de functies aan locaties. Met het omgevingsplan 'TAM-omgevingsplan Bovenkamp III' worden de huidige bestemmingen/functies gewijzigd, zodat de bouw van maximaal 100 woningen met de daarbijbehorende wegen, parkeer-, en groen- en watervoorzieningen mogelijk worden gemaakt.
De regels van het TAM-omgevingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: • • •
Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen; Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten; Hoofdstuk 3 Algemene regels.
7.2 Opzet van de regels Het juridisch bindend gedeelte van het TAM-omgevingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de functies zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. In verband met de publicatievereisten van een TAM-omgevingsplan wordt er op de verbeelding nog gewerkt met ‘bestemmingen’ in plaats van ‘functies’. 7.2.1 Inleidende bepalingen Hoofdstuk 1 bevat de inleidende bepalingen, deze regels gelden voor het gehele plangebied en bestaan uit: •
• • •
Artikel 1 Toepassingsbereik: Dit artikel geeft aan voor welk werkingsgebied de regels van toepassing zijn. Tevens wordt aangegeven dat specifieke artikelen uit de Omgevingswet en het Omgevingsplan van rechtswege niet van toepassing zijn indien strijdigheid bestaat met de regels uit het TAM-IMRO omgevingsplan. Artikel 2 Toepassing begripsbepalingen: In dit artikel is opgenomen dat de begripsbepalingen uit de wet van toepassing zijn op dit omgevingsplan. Artikel 3 Aanvullende begripsbepalingen: In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen, voorzover niet zijn vastgelegd in de wet en specifiek van toepassing zijn op dit omgevingsplan, voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen. Artikel 4 Meet- en rekenbepalingen: Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.
18 september 2024 | Omgevingsplan ‘TAM-omgevingsplan Bovenkamp III’ | Buro Stedenbouw – Onderdeel van DAGnl
47
•
Artikel 5 Algemeen gebruiksverbod: het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies.
7.2.2 Functieregels In hoofdstuk 2 is opgenomen welke functies binnen het plangebied zijn toegestaan. Per toegestane functie is aangegeven waar en hoe bouwen ten behoeve van de functie is toegestaan. In paragraaf 7.3 van de toelichting worden de verschillende functies nader toegelicht. 7.2.3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: • •
•
Artikel 10 Algemene bouwregels: in de algemene bouwregels zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van het voorzien in de noodzakelijke parkeerbehoefte. Daarbij wordt verwezen naar de gemeentelijke Parkeernormennota, die als bijlage bij de regels is opgenomen; Artikel 11 Algemene gebruiksregels: in de algemene gebruiksregels is aangegeven welke functies in ieder geval in strijd zijn met het omgevingsplan. Daarnaast zijn in dit artikel twee leden opgenomen waarin is bepaald dat dit omgevingsplan moet worden uitgewerkt in een stedenbouwkundig plan en een beeldkwaliteitsplan; Artikel 12 Algemene afwijkingsregels: op basis van de algemene afwijkingsregels kan in bepaalde gevallen, wanneer sprake is van kleine overschrijdingen van functie- en/of bouwvlakken of de bouwregels, worden afgeweken van de regels voor functies en activiteiten uit hoofdstuk 2 van de regels.
7.3 Nadere toelichting op de bestemmingen Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een omgevingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing opgericht mag worden. Bij het opstellen van dit omgevingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar mogelijk worden gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het omgevingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden in het plangebied. Het omgevingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de keuzes die zijn gemaakt nader onderbouwd. Hierbij zullen de functies in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. In dit TAM-omgevingsplan zijn de functies 'Groen', 'Verkeer', 'Water' en 'Wonen' opgenomen. De opzet voor de regels voor deze functies is gedeeltelijk overgenomen uit recent vastgestelde bestemmingsplannen van de gemeente Heerde en passend gemaakt voor de beoogde ontwikkeling. De functie 'Groen' is opgenomen ten behoeve van het groen rondom de Wendhorstbeek in het centrale deel van het plangebied en in het noordelijke deel van het plangebied richting de Elburgerweg.
Het groen deelt het plangebied in twee delen en biedt ruimte om de wateropgave op te lossen. Ten behoeve hiervan is met een aanduiding aangegeven waar langs de Wendhorstbeek ruimte is voor wadi's. Verder is voor het aanleggen van een calamiteitenpad tussen het noordelijke deel van het plangebied en Op den Oever een aanduiding opgenomen die de aanleg van een calamiteitenpad mogelijk maakt. Deze functie biedt enkel de mogelijkheid tot het realiseren van nutsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De westzijde van het noordelijke deel van het plangebied is ten behoeve van de landschappelijke inpassing bestemd als 'Groen'. Op deze gronden is geen bebouwing toegestaan. De functie 'Verkeer' is opgenomen ten behoeve van de aanleg van ontsluitingswegen in het plangebied. Tevens wordt binnen deze functie de parkeeropgave gedeeltelijk opgelost. Deze functie
18 september 2024 | Omgevingsplan ‘TAM-omgevingsplan Bovenkamp III’ | Buro Stedenbouw – Onderdeel van DAGnl
48
biedt enkel de mogelijkheid tot het realiseren van nutsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De functie 'Water' is opgenomen om de loop van de Wendhorstbeek te beschermen. De functiegrenzen zijn overgenomen uit het bestemmingsplan 'Ontwikkelingsgebieden'. Deze functie biedt enkel de mogelijkheid tot het realiseren van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De functie 'Wonen' is opgenomen ten behoeve van de bouw van de woningen, uitsluitend binnen de op de verbeelding opgenomen bouwvlakken. In de regels is opgenomen dat maximaal 100 woningen zijn toegestaan binnen het plangebied en dat de maximum goot- en bouwhoogte respectievelijk 7 m en 12 m mogen bedragen. Verder zijn er regels opgenomen voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en nutsvoorzieningen. De parkeeropgave wordt gedeeltelijk binnen de functie 'Wonen' opgelost door de aanleg van besloten parkeervoorzieningen binnen de bouwblokken. Ter plaatse van het noordelijke deel van het plangebied zijn aanduidingen opgenomen. De aanduiding 'specifieke vorm van wonen ontsluitingsweg' is opgenomen voor de aanleg van een ontsluitingsweg voor de beoogde woningen. In het noordoostelijke deel van het plangebied is de aanduiding 'specifieke vorm van wonen langzaamverkeersverbinding' opgenomen.
Op grond van deze aanduiding kan een aansluiting voor langzaamverkeer tussen de Bovenkamp en de Elburgerweg worden gerealiseerd.
18 september 2024 | Omgevingsplan ‘TAM-omgevingsplan Bovenkamp III’ | Buro Stedenbouw – Onderdeel van DAGnl
49
8 Financiële uitvoerbaarheid 8.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de exploitatie van het plan en de eventueel daaruit voortvloeiende planschade besproken.
8.2 Exploitatie Op grond van artikel 13.11 Omgevingswet is de gemeente verplicht tot kostenverhaal, indien sprake is van één of meerdere aangewezen bouwactiviteiten. Het gaat om zogenaamde kostenverhaalsplichtige activiteiten zoals genoemd in artikel 8.13 Omgevingsbesluit. Dit houdt in dat de gemeenteraad kostenverhaalsregels dient vast te stellen in het omgevingsplan, tenzij middels onder andere een anterieure overeenkomst de kosten die het vanwege artikel 8.15 Omgevingsbesluit maakt, anderszins verzekerd zijn dan wel vrijstelling wordt verleend voor de kosten in de gevallen genoemd in artikel 8.14 Omgevingsbesluit. De gemeente heeft een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer gesloten. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. Het kostenverhaal is hiermee gedekt.
18 september 2024 | Omgevingsplan ‘TAM-omgevingsplan Bovenkamp III’ | Buro Stedenbouw – Onderdeel van DAGnl
50
9 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 9.1 Inleiding De procedure voor vaststelling van een wijzigingsbesluit op het Omgevingsplan is geregeld in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voor het wijzigen van een omgevingsplan geldt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb.
9.2 Participatie De gemeente Heerde heeft participatiebeleid voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving vastgesteld. In het beleid is vastgelegd op welke manier initiatiefnemer omwonenden en anderen betrekken bij de voorgenomen ontwikkeling. Initiatiefnemer hebben in het kader van de planvorming voor de Bovenkamp III een Omgevingsdossier opgesteld. In het dossier is het niveau van participatie beschreven en is beschreven welke werkwijze de initiatiefnemer heeft gehanteerd om de omwonenden en belanghebbenden te betrekken bij de planvorming. Het participatiedossier is als bijlage 18 van de bijlagen bij de toelichting opgenomen in het TAM-omgevingsplan.
9.3 Overleg Het TAM-omgevingsplan wordt in het kader van het overleg toegestuurd aan bevoegde instanties. Eventuele reacties worden in deze paragraaf opgenomen.
9.4 Zienswijzen Het ontwerp TAM-omgevingsplan wordt te zijner tijd ter inzage gelegd door de gemeente Heerde. Eén ieder kan een zienswijze tegen het ontwerp TAM-omgevingsplan inbrengen. Eventueel ingebrachte zienswijze worden in deze paragraaf beschreven en beantwoord.
18 september 2024 | Omgevingsplan ‘TAM-omgevingsplan Bovenkamp III’ | Buro Stedenbouw – Onderdeel van DAGnl
51