9.2.9. Bijlage 6.1 - Archeologisch onderzoek_Rapportage BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld v1.4
Tekst van het document
Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Archeologie Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde
Opdrachtgever Cultuurland Advies T.a.v. B. Pinkert Groteweg 54 8191 JX Wapenveld 088-7844300
Projectnummer 234228 Kenmerk EKU/ALG/HAMA/234228
Eindredactie/kwaliteitscontrole
Drs. E.E.A. van der Kuijl
Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
Paraaf
Datum
20-06-2023
Project: Kenmerk:
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
Colofon Opdrachtgever
Cultuurland Advies
Project
Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld
Projectnummer
234228
Titel
Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde
Datum en versie
20-06-2023, versie 1.4 (concept)
Auteurs
E. Bosman MA, W. Oudesluijs en drs. E.E.A. van der Kuijl
Kwaliteitscontrole
Drs. E.E.A. van der Kuijl (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector)
Afbeelding voorzijde:
Satellietfoto van het plangebied. Bron: Pdok.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
2 van 17
Project: Kenmerk:
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
Inhoud Samenvatting .......................................................................................................................... 4 1
2
3
4.
Inleiding ........................................................................................................................... 6 1.1
Inleiding en onderzoekskader .................................................................................. 6
1.2
Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek ...................................................... 7
1.3
Werkwijze ................................................................................................................. 7
1.4
Beleidskaders ........................................................................................................... 8
1.5
Administratieve gegevens ...................................................................................... 10
Bureauonderzoek en verwachtingsmodel ................................................................. 11 2.1
Landschapsgenese ................................................................................................ 11
2.2
Historische ontwikkeling plangebied ...................................................................... 16
2.3
Archeologische waarden ........................................................................................ 19
2.4
Archeologisch verwachtingsmodel ......................................................................... 21
Booronderzoek .............................................................................................................. 23 3.1
Werkwijze Booronderzoek ..................................................................................... 23
3.2
Resultaten .............................................................................................................. 23
Conclusie en aanbeveling ............................................................................................ 27 4.1
Conclusie................................................................................................................ 27
4.2
Selectieadvies ........................................................................................................ 27
4.3
Voorbehoud ............................................................................................................ 28
Gebruikte literatuur .............................................................................................................. 29 BIJLAGEN ............................................................................................................................. 30
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
3 van 45
Project: Kenmerk:
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
Samenvatting Hamaland Advies heeft in opdracht van Cultuurland Advies een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor de bestemmingsplanwijziging en bouw van een woonhuis aan de Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde (Afbeelding 1). De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 1.730 m2 en de diepte en locatie van de geplande verstoringen zijn nog onbekend. De werkzaamheden zullen waarschijnlijk tot in de top van de C-horizont reiken (vorstvrij funderen). Het plangebied ligt volgens de beleidskaart van de gemeente Heerde (2011) in een zone met een hoge archeologische verwachting. Het beleid is dat archeologisch (voor)onderzoek verplicht is bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m 2 én een verstoringsdiepte van meer dan 40 cm-mv. De ontwikkelingen overschrijden de vrijstellingsgrens voor archeologisch onderzoek. Daarom is een KNA conform bureauonderzoek (protocol 4002) en een verkennend booronderzoek (protocol 4003) uitgevoerd door Hamaland Advies. Het rapport zal worden getoetst door de Gemeente Heerde en haar archeologisch adviseur, de regioarcheoloog van de Stedendriehoek (dhr. H.G. PapeLujiten). Conclusie bureauonderzoek Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied gelegen is in een met dekzand gevuld droogdal, waarin duinvaaggronden zijn ontstaan.
Tijdens een booronderzoek direct ten noorden van het plangebied zijn hellingafzettingen aangetroffen, wat overeenkomt met de aanwezigheid van een droogdal. De C-horizont is tijdens dat onderzoek op ca. 80-110 cm-mv aangetroffen, dus de verwachting is dat de C-horizont zich binnen het plangebied op vergelijkbare diepte bevindt. Daarnaast is tijdens dat onderzoek, dat ook in het droogdal ligt, geen veen aangetroffen. Dit toont aan dat het droogdal een droge plek is gebleven nadat het vanaf de laatste ijstijd droog kwam te liggen. Dit betekend dat het plangebied geschikt was voor bewoning vanaf het Laat-Paleolithicum. De kans op het aantreffen van archeologische resten vanaf deze periode tot en met de Vroege Middeleeuwen is hoog. Deze resten worden in de top van de C-horizont verwacht. Vanaf de Late Middeleeuwen geldt een lage verwachting. Uit het cartografisch onderzoek is namelijk gebleken dat er zeer weinig activiteit is geweest in het plangebied voor zover te herleiden is van historische kaarten. Mochten er resten aanwezig zijn, bevinden deze zich naar verwachting direct onder de bouwvoor. Rondom het plangebied zijn verschillende archeologische onderzoeken uitgevoerd. Deze deden vooral melding van verstoorde bodems en enkele losse vondsten uit het Neolithicum en de Late Middeleeuwen.
Binnen het plangebied hebben voor zover zichtbaar is op historische kaarten geen bouw- of sloopwerkzaamheden plaatsgevonden en geen ernstig verstorende landbouwwerkzaamheden. Wel kan er sprake zijn geweest van heide ontginning in het zuiden van het plangebied hetgeen de bodem verstoord kan hebben. Of dit daadwerkelijk het geval is zal een verkennend booronderzoek moeten uitwijzen. Conclusie booronderzoek Onder een subrecente bouwvoor en menglagen is sprake van een afgetopte C-horizont. In 3 van de 6 boringen werden in de bovenlaag en de menglagen brokjes veraard veen aangetroffen (boring 2, 5 en 6). In boring 1, 3, 4 en 5 is sprake van een zwak ontwikkelde podzolbodem met een dikte tussen de 10 cm en 15 cm, bestaande uit oranje iets roestig siltig fijn zand. De zwak ontwikkelde podzol is ontstaan na ontginning van het gebied, waarbij het in het droogdal aanwezige veenpakket opgenomen is in de subrecente bouwvoor. Uit de bestudering van de historische topografische kaarten kan herleid worden dat het plangebied oorspronkelijk een heidegebied is geweest en pas na 1865 omgezet is naar landbouwgrond. Dit blijkt ook uit de bestudering van de AHN waarbij opvalt dat het maaiveld in het plangebied lager gelegen is dan in de directe omgeving. De basis van het bodemprofiel bestond uit fijn siltig dekzand behorend tot de Formatie van Boxtel (Laagpakket van Wierden).
De top van het dekzand is aangetroffen op dieptes variërend van 50 cm-mv (boring 2) tot 80 cm-mv (boring
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
4 van 45
Project: Kenmerk:
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
3). Omdat er geen intacte bodems aangetroffen zijn in het plangebied is niet exact ter herleiden hoeveel er van de top van het dekzand verdwenen is als gevolg van ontginningsactiviteiten. Ten noorden van het plangebied is in 2018 door Laagland Archeologie onderzoek verricht waarbij intacte podzolbodems aangetroffen zijn vanaf 90 cm-mv. Deze intacte podzolbodems ontbreken in het huidige plangebied. De zwak ontwikkelde B-horizonten in het huidige plangebied zijn pas ontstaan nadat de heide in het plangebied ontgonnen werd (na 1865). Selectieadvies bureauonderzoek Op basis van de onderzoeksresultaten, de afgetopte C-horizont als gevolg van ontginning van de heide na 1865 en de afwezigheid van archeologische (‘vuile’) lagen of archeologische indicatoren wordt de kans op de aanwezigheid van intacte behoudenswaardige vindplaatsen nihil geacht. Uitsluitend zeer diepe sporen zoals waterputten zouden eventueel nog bewaard gebleven kunnen zijn, maar deze zijn niet aantoonbaar middels booronderzoek. Gezien het eeuwenlange gebruik van het plangebied als heidegebied dat pas na 1865 ontgonnen is en het ontbreken van bebouwing in het verleden achten wij vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Beoordeling conceptrapport Het conceptrapport en het selectieadvies zijn op 20 maart 2023 namens gemeente Heerde getoetst door de regio-archeoloog van de Stedendriehoek.
De opmerkingen zijn voor zover mogelijk verwerkt in deze aangepaste versie van het rapport. Op basis hiervan zal de regioarcheoloog een besluit nemen of vervolgonderzoek noodzakelijk wordt geacht. Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Wij wijzen erop dat het selectiebesluit van het bevoegd gezag af kan wijken van het selectieadvies van Hamaland Advies. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de archeologisch adviseur van de gemeente Heerde (regio-archeoloog van de Stedendriehoek).
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
5 van 45
Project: Kenmerk:
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
1
Inleiding
1.1
Inleiding en onderzoekskader Hamaland Advies heeft in opdracht van Cultuurland Advies een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor de bestemmingsplanwijziging en bouw van een woonhuis aan de Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde (Afbeelding 1). De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 1.730 m2 en de diepte en locatie van de geplande verstoringen zijn nog onbekend. De werkzaamheden zullen waarschijnlijk tot in de top van de C-horizont reiken (vorstvrij funderen). Het plangebied ligt volgens de beleidskaart van de gemeente Heerde (2011) in een zone met een hoge archeologische verwachting. Het beleid is dat archeologisch (voor)onderzoek verplicht is bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m2 én een verstoringsdiepte van meer dan 40 cm-mv. De ontwikkelingen overschrijden de vrijstellingsgrens voor archeologisch onderzoek. Daarom is een KNA conform bureauonderzoek (protocol 4002) en een verkennend booronderzoek (protocol 4003) uitgevoerd door Hamaland Advies. Het rapport zal worden getoetst door de Gemeente Heerde en haar archeologisch adviseur, de regioarcheoloog van de Stedendriehoek.
Afbeelding 1: Topografische kaart met het plangebied in het rode kader (PDOK).
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
6 van 45
Project: Kenmerk:
1.2
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek Het doel van het bureauonderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden in en om het plangebied. Op basis van de verworven informatie wordt een archeologisch verwachtingsmodel voor de onderzoekslocatie opgesteld. De volgende vragen zullen, indien mogelijk, beantwoord worden: •
Wat is de bodemopbouw en de vermoedelijke intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied? Kunnen er archeologische vindplaatsen in het onderzoeksgebied aanwezig zijn en zo ja welke en waar (welke diepte) en in welke vorm?
•
Het antwoord op deze vragen zal worden verwerkt in een archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied, waarbij aangegeven zal worden of een nader onderzoek nodig zal zijn of niet. •
1.3
Is aanvullend onderzoek noodzakelijk?
Werkwijze Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (protocol 4002 Bureauonderzoek KNA, versie 4.1) en bestaat uit de volgende onderdelen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Afbakenen Plan- en onderzoeksgebied, vermelden overheidsbeleid, vaststellen consequenties toekomstig gebruik (KNA LS01) Beschrijving van het huidig gebruik (KNA LSO2); Beschrijving van de historische situatie en de mogelijke verstoringen KNA LSO3); Beschrijving van de bekende archeologische, ondergrondse bouwhistorische en aardwetenschappelijk kenmerken (KNA LSO4); Het opstellen van een specifieke verwachting en formulering onderzoeksstrategie (KNA LSO5); Het opstellen van een standaardrapport (KNA LS06).
Om tot een gefundeerd archeologisch verwachtingsmodel te komen is voor het onderzoek relevant bronnenmateriaal geraadpleegd. Door informatie uit verschillende invalshoeken samen te voegen ontstaat de mogelijkheid dwarsverbanden te leggen tussen de diverse brontypen en aan de hand hiervan een geïntegreerd archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. • • • • •
Archis, het geautomatiseerde archeologische informatiesysteem voor Nederland Geomorfologisch, geologische, bodemkundig, topografisch en historisch kaartmateriaal; Archeologische waardenkaart en beleidsadviezen gemeente Heerde (2011); Richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de gemeente Heerde; Archeologische rapporten en publicaties.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
7 van 45
Project: Kenmerk:
1.4
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
Beleidskaders Rijksbeleid In 1992 werd in Valletta door de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen het 'Europees Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed', beter bekend onder de naam 'Verdrag van Malta', ondertekend. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is op 1 september 2007 in werking getreden. De nieuwe wet heeft zijn beslag gekregen via een wijziging van de Monumentenwet 1988, aanpassingen in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en enkele andere wetten en met de invoering van de Wabo (2010). Met de nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg is het accent komen te liggen op het streven naar het behoud en beheer van archeologische waarden in de bodem (in situ) en het beperken van (de noodzaak van) archeologische opgravingen. Uitgangspunt van het nieuwe beleid is tevens het principe 'de verstoorder betaalt'. Bij het voorbereiden van werkzaamheden die het bodemarchief kunnen verstoren (zoals de aanleg van een weg, een nieuwe woonwijk, een bedrijventerrein), dient onderzocht te worden of daardoor archeologische resten verstoord kunnen worden. Als uit het onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn en deze niet ter plaatse behouden kunnen blijven, dan dient de initiatiefnemer van het werk de kosten te dragen die gepaard gaan met het opgraven en conserveren van de plaats.
Met de introductie van de nieuwe wet zijn de kerntaken en bestuurlijke verantwoordelijkheden van gemeenten veranderd. Eén van de belangrijkste consequenties is, dat gemeenten een centrale rol is toegekend in de bescherming van archeologisch erfgoed. In de wet is bepaald, dat gemeenten door inzet van een planologisch instrumentarium het archeologisch belang dienen te waarborgen. Bescherming van het archeologisch erfgoed kan onder meer vorm krijgen door in bestemmingsplannen regels ter bescherming van bekende en te verwachten archeologische waarden op te nemen. In de regelgeving is vastgelegd dat in het kader van een omgevingsvergunning van de aanvrager geëist kan worden dat hij een rapport overlegt waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein voldoende is vastgesteld. Voor de toetsing van archeologische waarden is een archeologisch bestel ontwikkeld, waarmee de archeologische waarde van een terrein bepaald kan worden door middel van een getrapt systeem van onderzoek. In het kader van het vrijstellingsbesluit volstaat in eerste instantie een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO). Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van toepassing.
De Erfgoedwet harmoniseert bestaande weten regelgeving, schrapt overbodige regels en legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed zoveel mogelijk bij het erfgoedveld zelf: musea, collectiebeheerders, archeologen, eigenaren en overheden. Bepaalde onderdelen van de wettelijke bescherming van het cultureel erfgoed verhuizen naar de nieuwe Omgevingswet. De vuistregel hierbij is: duiding van erfgoed in de Erfgoedwet, omgang met erfgoed in de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet.”
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
8 van 45
Project: Kenmerk:
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
Provinciaal beleid Het provinciaal beleid van Gelderland t.a.v. cultuurhistorie en archeologische monumentenzorg is vastgelegd in het Cultuur- en erfgoedprogramma1. Zij wil bewerkstelligen: • Versterken van de functionaliteit van erfgoed • Verbeteren van de uitvoeringskwaliteit door samenwerking in het erfgoednetwerk • Stimuleren van innovatie en nieuwe ontwikkelingen • Verankeren van de geschiedenis van Gelderland in de identiteit van de Gelderse regio’s • Versterken van de maatschappelijke rol van musea • Versterken van de presentatie van collecties beeldende kunst die verbonden zijn met onze provincie, de ‘Gelderse school’ • Stimuleren van kwalitatief hoogwaardig cultuuronderwijs op basisscholen. Cultuureducatie heeft een vaste plek in het lesaanbod binnen het basisonderwijs • Stimuleren van cultuur- en erfgoedparticipatie Gemeentelijk beleid Gemeente Heerde beschikt over eigen archeologiebeleid en treed op als bevoegd gezag. De gemeente beschikt tevens over een archeologische waarden- en verwachtingenkaart (Afbeelding 2). Het plangebied ligt volgens de beleidskaart van de gemeente Heerde (2011) in een zone met een hoge archeologische verwachting. Het beleid is dat archeologisch (voor)onderzoek verplicht is bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m 2 én een verstoringsdiepte van meer dan 40 cm-mv.
De ontwikkelingen overschrijden de vrijstellingsgrens voor archeologisch onderzoek. Verder zijn de landelijke en provinciale richtlijnen en Handreiking archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek2 van gemeente Heerde leidend voor het opstellen en toetsen van het onderhavig onderzoek.
Afbeelding 2: Archeologische verwachtingskaart gemeente Heerde met het plangebied in het rode kader (Boshoven et al. 2011).
1 www.gelderland.nl/bestanden/Documenten/Gelderland/Bestuur-enorganisatie/beleidsplannen/Beleid_Cultuur_Erfgoed.pdf. 2 Pape-Luijten 2019.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
9 van 45
Project: Kenmerk:
1.5
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
Administratieve gegevens Tabel 1: Gegevens projectgebied
Opdrachtgever
Cultuurland Advies
Projectnaam
Parallelweg 8 te Wapenveld
Uitvoerder
Hamaland Advies
Bevoegd gezag
Gemeente Heerde
Toetser gezag
namens
bevoegd
regio-archeoloog van de Stedendriehoek (dhr. H.G. Pape-Luijten)
Beheer en plaats documentatie
Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Provincie, gemeente, plaats
Gelderland, Heerde, Wapenveld
Toponiem (adres)
Parallelweg 8 te Wapenveld
RD-coördinaten NW
X,Y Plangebied 201.149/492.764
NO
201.214/492.760
ZO
201.211/492.733
ZW
201.144/492.742 201.180/492.748
Centrumcoördinaat Hoogte centrumcoördinaat
5,6-6,0 m +NAP
CMA/AMK Status Archis-monumentnummer
N.v.t. N.v.t.
Archis-waarnemingsnummer
N.v.t.
Archis- OM. nr.
5332695100
Oppervlakte plangebied
1.730 m²
Huidig grondgebruik
Grasveld
Toekomstig grondgebruik
Huis en tuin
Bodemtype Geomorfologie
Zd21: Duinvaaggronden; leemarm en zwak lemig fijn zand 22R21: Droogdal
Geologie
Bx4: Formatie van Boxtel Laagpakket van Wierden
Periode
Paleolithicum t/m Vroege Middeleeuwen
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
10 van 45
Project: Kenmerk:
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
2
Bureauonderzoek en verwachtingsmodel
2.1
Landschapsgenese Geomorfologie en bodemgesteldheid Volgens de gemeentelijke historische landschappenkaarten (niet afgebeeld) is het plangebied gelegen in het dekzandlandschap 3 en het voormalige heidelandschap.4 Tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien (circa 370.000 – 130.000 jaren geleden), werd het noordelijke deel van Nederland bedekt door een ijskap die zijn oorsprong had in Scandinavië. De meest zuidelijke begrenzing van het Scandinavische landijs bestond uit een serie naast elkaar gelegen gletsjertongen. Door de beweging en het grote gewicht van het tientallen meters dikke ijs werden de eerder afgezette zand- en grindpakketten opgestuwd naar het front en de flanken van de gletsjers, waardoor stuwwallen werden gevormd. Op de plaats van de naar voren bewegende gletsjerlobben ontstonden tientallen meters diepe bekkens. Ook ter hoogte van het huidige IJsseldal, ten oosten van het plangebied, schoof een kilometers brede gletsjertong in zuidwestelijke richting. Hierdoor werd ten westen van het plangebied de stuwwal van de noordoostelijke Veluwe opgestuwd. 5 Na de periode van stuwwalvorming smolt in het Laat-Saalien het landijs definitief af. Tijdens het smelten van de gletsjers spoelde het smeltwater tussen de stuwwal van de Noordwestelijke Veluwe en het gletsjerijs weg waardoor de stuwwal erodeerde.
Hierbij bleven de minder erosiegevoelige grind- en leembanken als hoge ruggen in het landschap achter. Daarnaast gleden delen van de stuwwallen af als grote landverschuivingen en vulden de naastgelegen laagten en bekkens op. Later ontstonden tussen de ijslob en de stuwwal grote doodijsrandmeren. De smeltwaterafzettingen in deze bekkens vormden een afzettingsvlakte tussen het landijs en de stuwwal. Na het verdwijnen van het landijs bleven deze vlakten langs de stuwwalhelling achter. Zo ontstond een groot smeltwaterterras (kame-terras) bestaande uit zogenaamde glaciofluviatiele afzettingen. De glaciofluviatiele afzettingen bestaan hoofdzakelijk uit verspoeld materiaal uit de stuwwallen en liggen westelijk van de gemeente Heerde. Tijdens en na het smelten van de ijslob aan het einde van het Saalien raakte het overgangsgebied tussen vooral de oostelijke flanken van de stuwwal en de huidige IJssel opgevuld met stuwwalmateriaal. In de permanent bevroren hellingen van de stuwwal ontstonden door het afstromende water brede, trechtervormige (smeltwater)dalen (trechtervormige droogdalen en erosie- droogdalen). Voorbij de monding van deze dalen vormden zich grote waaiervormige vlakten met zand en grind. Tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien, reikt het landijs niet tot Nederland. Wel heerste een zeer koud en droog klimaat, waardoor weinig vegetatie kon groeien.
Omdat de ondergrond permanent bevroren was, kon het water op veel plaatsen maar moeilijk wegzakken. Door het ontbreken van vegetatie en de aanwezigheid van permafrost konden erosieprocessen gemakkelijk vat krijgen op de bodem. In de zomer ontdooide alleen de 1 à 2 m dikke bovenlaag: de vorst-dooi laag. Het smeltwater dat daarbij vrijkwam en niet in de grond kon wegzakken vormde met de zandige en grindige bovenlaag een breiige massa. Een helling van enkele graden was voldoende om een dergelijke massa naar beneden te laten glijden. Het geërodeerde materiaal werd voor de mondingen van de uitgesleten dalen afgezet in de vorm van uitgestrekte glooiingen en vlakten met daluitspoelingmateriaal die zich in afnemende dikte voortzetten.
3H3: Historische landschapstypen - kaart 2 (voor 800). 4H3: Historische landschapstypen - kaart 2 (800 – 1850). 5 Boshoven et al. 2011.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
11 van 45
Project: Kenmerk:
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
In het open zandige toendralandschap hadden ijzige sneeuwstormen vrij spel. Door de wind verstoof veel zand waarbij vooral het fijnere stof over grote afstanden werd verplaatst. In uitgestrekte delen van met name de Gelderse Vallei, de Graafschap en Salland werd dit materiaal als een dikke deken fijn, zwak lemig zand afgewisseld met lemige lagen afgezet. Een deel van dit materiaal kwam ook in de luwte van de erosiedalen en de stuwwallen terecht. Door afspoeling en andere hellingprocessen werd een deel van dit verstoven materiaal vermengd met grover zand en leem. Deze Oude Dekzanden komen vooral voor tussen de stuwwal van de Oostelijke Veluwe en de IJssel. 6 De Geomorfologische kaart7 (Afbeelding 3) typeert het plangebied als een droogdal (22R21) tussen een glooiing van sneeuwsmeltwaterafzettingen (4H21) ten zuiden en een stuwwalglooiing (4H11) ten noorden. Volgens de Bodemkaart8 is het droogdal bedekt met duinvaaggronden van leemarm en zwak lemig fijn zand (Afbeelding 4).
Afbeelding 3: Geomorfologische kaart met het plangebied binnen het rode kader (Archis3).
6 Boshoven et al. 2011 7 Archis3 8 Archis3
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
12 van 45
Project: Kenmerk:
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
Afbeelding 4: Bodemkaart met het plangebied in het rode kader (Archis3).
Grondwater Op de Grondwatertrappenkaart heeft het plangebied grondwatertrap VIIId.9 Dit houdt in dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand (winter) dieper ligt dan 140 cm-mv en dat de gemiddeld laagste grondwaterstand (zomer) dieper ligt dan 180 cm-mv. Hoogte Op het Actueel Hoogtebestand Nederland 10 (Afbeelding 5) heeft het plangebied een vrij uniforme maaiveldhoogte tussen 5,6-6,0 meter +NAP. Door het hart van het plangebied loopt een lager gelegen lijn, ca. 5,6 meter +NAP, en de rest van het plangebied heeft een gemiddelde maaiveldhoogte rond 5,8 meter +NAP. Verder valt op dat het maaiveld in het plangebied lager gelegen is dan in de directe omgeving.
9 https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen. 10 Ahn.nl/ahn-viewer.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
13 van 45
Project: Kenmerk:
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
.
Afbeelding 5: AHN met het plangebied binnen het rode kader (AHN4).
Milieu- en geotechnische gegevens In de omgevingsrapportage voor het plangebied 11 zijn geen milieutechnische meldingen opgenomen. In het Dinoloket12 (Afbeelding 6) staan in de directe omgeving van het plangebied geen boringen geregistreerd. Op een grotere afstand staan drie boringen geregistreerd die hieronder beschreven worden. Boring B27E0368 is op 650 meter ten zuidwesten van het plangebied gezet tot een diepte van 5,10 m-mv. Bij deze boring is de lithostratigrafie niet beschreven. Het boorprofiel is als volgt: Diepte in m-mv Grondsoort Vanaf het maaiveld tot 0,77 Niet benoemd Van 0,77 tot 2,78 Zand Van 2,78 tot 3,17 Matig siltig zand Van 3,17 tot 4,58 Zand Van 4,58 tot 5,10 Grof zand Op basis van deze boring kan herleid worden dat de top van het dekzand op een diepte van 77 cm-mv aanwezig is. Dieper in de ondergrond zijn mogelijk hellingafzettingen aanwezig. Vanaf 458 cm-mv zijn gestuwde afzettingen aanwezig.
11 https://gelderland.omgevingsrapportage.nl/. 12 www.dinoloket.nl.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
14 van 45
Project: Kenmerk:
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
Boring B27E0369 is op 690 meter ten zuidwesten van het plangebied gezet tot een diepte van 5,10 m-mv. Bij deze boring is de lithostratigrafie niet beschreven. Het boorprofiel is als volgt: Diepte in m-mv Grondsoort Vanaf het maaiveld tot 0,81 Niet benoemd Van 0,81 tot 1,94 Zand Van 1,94 tot 2,25 Matig siltig zand Van 2,25 tot 5,10 Zand Op basis van deze boring kan herleid worden dat de top van het dekzand op een diepte van 81 cm-mv aanwezig is. Dieper in de ondergrond zijn mogelijk hellingafzettingen aanwezig. Boring B27E0123 is op 680 meter ten noordoosten van het plangebied gezet tot een diepte van 10,00 m-mv. Bij deze boring is de lithostratigrafie niet beschreven. Het boorprofiel is als volgt: Diepte in m-mv Grondsoort Vanaf het maaiveld tot 0,15 Niet benoemd Van 0,15 tot 1,00 Matig fijn zand Van 1,00 tot 2,10 Fijn zand Van 2,10 tot 2,50 Matig grof zand Van 2,50 tot 2,70 Grof zand Van 2,70 tot 4,50 Matig grof zand Van 4,50 tot 4,80 Grof zand Van 4,80 tot 5,80 Matig grof zand Van 5,80 tot 8,60 Grof zand Van 8,60 tot 9,20 Zeer grof zand Van 9,20 tot 9,50 Matig grof zand Van 9,50 tot 10,00 Zeer grof zand Op basis van deze boring kan herleid worden dat de top van het dekzand op een diepte van 100 cm-mv aanwezig is. Dieper in de ondergrond zijn mogelijk hellingafzettingen aanwezig. Vanaf 250 cm-mv zijn gestuwde afzettingen aanwezig.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
15 van 45
Project: Kenmerk:
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
Afbeelding 6: Kaart Dinoloket met het plangebied binnen het rode kader (www.dinoloket.nl).
De boorprofielen uit het DINOloket bevestigen dat de bodemopbouw in de omgeving van het plangebied in ieder geval bestaat uit een droogdal dat tot een diepte van minimaal 2,1 m-mv bedekt is met fijn dekzand (duinvaaggronden).
2.2
Historische ontwikkeling plangebied Op historische kaarten is het plangebied goed te herleiden, er vinden echter weinig veranderingen plaats binnen het plangebied door de tijd heen. De oudste kaart waarop de ligging van het plangebied goed te bepalen is, is de Kadastrale Minuut van 1811-1832. Hierop is te zien dat het plangebied in het Wapenveldsche Zand is gelegen (Afbeelding 7). Op de kaart van 1865 is te zien dat een deel van het plangebied bedekt is met heide en dat er ten westen van het plangebied bos wordt aangeplant om de uitbreiding van het stuifzandgebied tegen te gaan (Afbeelding 8). Aan het einde van de 19de eeuw is ook de heide uit het plangebied verdwenen (Afbeelding 9). Wat de functie van het plangebied is op dat moment is niet geheel duidelijk. Pas op de kaart van 1976 wordt de eerste verandering binnen het plangebied zichtbaar (Afbeelding 10). Het plangebied is vanaf dat moment in gebruik als gras/weiland en er vinden geen veranderingen meer plaats die zichtbaar zijn op topografische kaarten tot in de huidige tijd. Tweede Wereldoorlog Uit de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed 13 blijkt dat het plangebied in een gebied zonder specifieke kenmerken ligt. Algemeen wordt gesteld dat in dit gebied resten kunnen worden verwacht van kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen.
Er zijn geen gevechtshandelingen bekend uit het plangebied.
13 www.ikme.nl.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
16 van 45
Project: Kenmerk:
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
Afbeelding 7: Situatie in 1811-1832 (beeldbank.cultureelerfgoed.nl).
met de ligging
van
het
plangebied
in
het rode
kader
Afbeelding 8: Situatie in 1865 met de ligging van het plangebied in het rode kader (Topotijdreis.nl).
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
17 van 45
Project: Kenmerk:
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
Afbeelding 9: Situatie in 1890 met de ligging van het plangebied in het rode kader (Topotijdreis.nl).
Afbeelding 10: Situatie in 1975 met de ligging van het plangebied in het rode kader (Topotijdreis.nl).
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
18 van 45
Project: Kenmerk:
2.3
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
Archeologische waarden Binnen het plangebied zelf heeft nog nooit eerder archeologisch onderzoek plaatsgevonden. In een straal van 1.000 meter rondom het plangebied zijn in Archis3 wel enkele onderzoeken en vondstmeldingen bekend en deze worden hieronder beschreven (Afbeelding 11). Onderzoeksmeldingen 4609398100 Dit onderzoek betreft een archeologisch booronderzoek uit 2018 door Laagland Archeologie. Het onderzoek is uitgevoerd op het perceel direct ten noorden van het huidige plangebied. Uit het onderzoek blijkt dat de C-horizont bestaat uit hellingafzettingen met een laag dekzand. De top van de C-horizont bevindt zich tussen ca. 80-110 cm-mv. In sommige boringen is een restant van een podzolbodem aangetroffen. De bodem is maximaal tot 90 cm-mv verstoord en er is dus sprake van een (deels) intacte bodem. Tijdens het onderzoek zijn echter geen archeologische resten aangetroffen.14 2473646100 en 3297376100 Deze onderzoeken betreffen archeologische booronderzoeken uit 2015 door Archeodienst. Verwacht werd dat de bodem van de plangebieden verstoord zou zijn door grootschalige heide ontginningen. Uit het booronderzoek blijkt dat er van origine podzolbodems aanwezig zijn geweest binnen het plangebied. Deze zijn echter voor het overgrote deel verstoord tot een diepte van 1 m-mv en enkel op sommige plekken intact of deels intact.
Verwacht wordt dat alle eventuele archeologische resten verstoord zijn. 15 5157484100 Dit onderzoek betreft een bureau- en booronderzoek uit 2022 door Hamaland Advies. Tijdens het bureauonderzoek werd verwacht dat er sprake is van een hoge verwachting voor archeologische resten van het Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen. Uit het booronderzoek blijkt dat de bodem grotendeels verstoord is. Daar waar de bodem intact is bevindt de C-horizont zich op ca. 60 cm-mv.16 2074129100 Dit onderzoek betreft een bureau- en booronderzoek uit 2005 door Synthegra. Tijdens het bureauonderzoek werd verwacht dat er archeologische resten vanaf het Laat-Paleolithicum aangetroffen kunnen worden. Tijdens het booronderzoek zijn hellingafzettingen aangetroffen met een haarpodzolgrond die nog grotendeels intact is. De C-horizont bevindt zich bij een intacte bodem op ca. 60-80 m-mv.17 2324192100 Dit onderzoek betreft een bureau- en booronderzoek uit 2011 door RAAP. Tijdens het bureauonderzoek werd verwacht dat er sprake is van een hoge archeologische verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum-Late Middeleeuwen. Uit het booronderzoek bleek dat er smeltwaterafzettingen aanwezig zijn, maar dat de bodem tot diep in de C-horizont is verstoord en dat er geen archeologische indicatoren aangetroffen zijn. 18 4585162100
14 Brouwer 2018. 15 Koeman 2015a; Koeman 2015b 16 Barth en Van der Kuijl 2022. 17 Klooster 2005. 18 Goossens 2011.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
19 van 45
Project: Kenmerk:
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
Dit onderzoek betreft een bureau- en booronderzoek uit 2018 door Greenhouse Advies. Tijdens het bureauonderzoek werd verwacht dat er sprake was van een hoge verwachting voor archeologische resten. Uit het booronderzoek blijkt dat er sprake is van een eerdlaag van 50 tot 60 cm dik en dat de top van de intacte C-horizont zich op 75-80 cm-mv bevindt. Archeologische indicatoren zijn niet aangetroffen tijdens het onderzoek. 19 2188980100 Dit onderzoek betreft een booronderzoek uit 2008 door RAAP. Van het onderzoek is geen rapport beschikbaar.20 2180482100 Dit onderzoek betreft een booronderzoek uit 2006 door Arcadis. Van het onderzoek is geen rapport beschikbaar.21 2074201100 Dit onderzoek betreft een booronderzoek uit 2005 door Synthegra. Uit het booronderzoek bleek dat er binnen het plangebied verstoorde holtpodzogronden aanwezig zijn op hellingafzettingen. Tijdens het onderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. 22 2110440100 Dit onderzoek betreft een booronderzoek uit 2006 door ADC. Uit het onderzoek blijkt dat de eerste 30 cm van de bodem verstoord is en dat er geen archeologische indicatoren zijn aangetroffen.23 5149798100 Dit onderzoek betreft een bureau- en booronderzoek uit 2022 door De Steekproef. In het bureauonderzoek werd verwacht dat er archeologische resten uit alle periodes voor kunnen komen.
Tijdens het booronderzoek bleek dat de bodem tot in de C-horizont verstoord is. Deze is na een scherpe overgang aangetroffen tussen 45 en 90 cm-mv. Archeologische indicatoren zijn niet aangetroffen.24 4754793100 Dit onderzoek betreft een bureau- en booronderzoek uit 2019 door Econsultancy. In het bureauonderzoek werd verwacht dat er een hoge verwachting is voor alle archeologische periodes. Uit het booronderzoek bleek dat de bodem tot diep in de C-horizont verstoord is.25 Vondstmeldingen 2726171100 Deze vondstmelding stamt uit 1980 en betreft de vondst van een stuk kogelpot en handvat van een steelpan van grijsbakkend aardewerk uit de Late Middeleeuwen A. Ook is er een Grand-Pressigny dolk aangetroffen, mogelijk uit een graf uit het Laat Neolithicum A. 26 2763423100
19 Reinders en Bex 2018. 20 https://archis.cultureelerfgoed.nl/zoekenenvinden/#/zaak/search/(zaak:(fields:(zaakidentificatie:'2188980100'))). 21 https://archis.cultureelerfgoed.nl/zoekenenvinden/#/zaak/search/(zaak:(fields:(zaakidentificatie:'2180482100'))). 22 Van der Kuijl 2005. 23 Prangsma en Van Lil 2006. 24 Schamp 2022. 25 Ten Broeke 2019. 26 https://archis.cultureelerfgoed.nl/zoekenenvinden/#/zaak/search/(zaak:(fields:(zaakidentificatie:'2726171100'))).
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
20 van 45
Project: Kenmerk:
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
Deze vondstmelding stamt uit 1967 en betreft de vondst van een ‘hoornen’ houweel (waarschijnlijk een gewei) uit de Late Middeleeuwen B.27
Afbeelding 11: Uitsnede van de kaart met onderzoeksmeldingen met het plangebied in het rode kader (Archis3).
2.4
Archeologisch verwachtingsmodel Op grond van de bekende geologische, landschappelijke, aardkundige, archeologische en historische gegevens in en rond het plangebied kan de archeologische verwachting worden bepaald. Het plangebied is gelegen in een met dekzand opgevuld droogdal, waarin duinvaaggronden zijn ontstaan. Tijdens een booronderzoek direct ten noorden van het plangebied zijn hellingafzettingen aangetroffen, wat overeenkomt met de aanwezigheid van een droogdal. De C-horizont is tijdens dat onderzoek op ca. 80-110 cm-mv aangetroffen, dus de verwachting is dat de C-horizont zich binnen het plangebied op vergelijkbare diepte bevindt. Daarnaast is tijdens dat onderzoek, dat ook in het droogdal ligt, geen veen aangetroffen. Dit toont aan dat het droogdal een droge plek is gebleven nadat het vanaf de laatste ijstijd droog kwam te liggen. Dit betekend dat het plangebied geschikt was voor bewoning vanaf het Laat-Paleolithicum. De kans op het aantreffen van archeologische resten vanaf deze periode tot en met de Vroege Middeleeuwen is hoog. Deze resten worden in de top van de C-horizont verwacht. Vanaf de Late Middeleeuwen geldt een lage verwachting. Uit het cartografisch onderzoek is namelijk gebleken dat er zeer weinig activiteit is geweest in het plangebied voor zover te herleiden is van historische kaarten.
Mochten er resten uit deze periodes aanwezig zijn, bevinden zich deze naar verwachting direct onder de bouwvoor.
27 https://archis.cultureelerfgoed.nl/zoekenenvinden/#/zaak/search/(zaak:(fields:(zaakidentificatie:'2763423100'))).
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
21 van 45
Project: Kenmerk:
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
Rondom het plangebied zijn verschillende archeologische onderzoeken uitgevoerd. Hierbij zijn vooral verstoorde bodems aangetroffen en enkele losse vondsten uit het Neolithicum en de Late Middeleeuwen. De gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is opgenomen in Tabel 2. Organische resten en bot zullen door de droge bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Andere typen indicatoren zoals aardewerk en houtskool zijn waarschijnlijk goed geconserveerd. Tabel 2: Archeologische verwachting Periode
Verwachting
Verwachte vindplaatstypen
Tweede wereldoorlog
Laag
Kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen
Late Middeleeuwen - Nieuwe Tijd
Laag
Bebouwing, oude akkers, erfgreppels, sloten, ontginningssporen, oude wegen
Neolithicum – Vroege Middeleeuwen
Hoog
Nederzettingsterreinen, grafvelden, In de top van de Cgrafheuvels, haardplaatsen, dumps, horizont vanaf ca. 80losse vondsten 110 cm-mv
Laat-Paleolithicum – Mesolithicum
Hoog
Jachtkampen, haardplaatsen, vuursteenstrooiingen, grafheuvels
Verwachte grondlaag (diepte)
In de bouwvoor
In de bouwvoor of direct daaronder
In de top van de Chorizont vanaf ca. 80110 cm-mv
Gaafheid van de bodem Binnen het plangebied hebben voor zover zichtbaar is op historische kaarten geen bouw- of sloopwerkzaamheden plaatsgevonden en geen ernstig verstorende landbouwwerkzaamheden. Wel kan er sprake zijn geweest van heide ontginning in het zuiden van het plangebied hetgeen de bodem verstoord kan hebben. Of dit daadwerkelijk het geval is zal een verkennend booronderzoek moeten uitwijzen.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
22 van 45
Project: Kenmerk:
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
3
Booronderzoek
3.1
Werkwijze Booronderzoek In totaal zijn op 2 maart 2023 zes (6) verkennende grondboringen gezet. De boringen zijn uitgevoerd door E.E.A. van der Kuijl (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector) met ondersteuning van W. Oudesluijs (veldmedewerker). Het booronderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de KNA versie 4.1, specificatie VS03 protocol 4003 en het vooraf opgestelde Plan van Aanpak28. Alle boringen zijn tot 25 centimeter in de top van de C-horizont gezet met een edelmanboor met een boordiameter van 7 centimeter. De boringen zijn zo gelijkmatig mogelijk over het plangebied verdeeld. De boringen zijn uitgezet met GPS (x- en y-waarden). Van de boringen is de maaiveldhoogte afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3). De maximale boordiepte bedroeg 110 cm-mv (boring 1 en 3). Het opgeboorde sediment is in het veld bodemkundig beschreven conform de NEN 5104 en de bodemclassificatie volgens De Bakker en Schelling (1989). Alle afzonderlijke bodemlagen zijn vervolgens droog gezeefd over een metalen zeef met een maaswijdte van 4 millimeter en geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrande leem, bot etc.
3.2
Resultaten Geologie en Bodem Voor de ligging van de boorpunten wordt verwezen naar Bijlage 2. De resultaten van de boringen (de boorbeschrijvingen) zijn opgenomen in Bijlage 3. Binnen het plangebied zijn twee soorten bodemprofielen aangetroffen(zie tabel 3 en 4): -
Een bodemprofiel met een Ap-C-horizont Een bodemprofiel met een Ap-B-C-horizont
Tabel 3: Bodemopbouw met C profiel en veraard veen in de bouwvoor (boring 2)
Diepte (cm – mv) 0-25 25-50
50-85
Samenstelling Geel/grijs, zeer fijn sterk siltig zand. Scherpe ondergrens Geel/grijs, zeer fijn sterk siltig zand. Met brokjes veraard veen. Scherpe ondergrens. Geel, uiterst fijn sterk siltig zand.
Interpretatie Ap1; ophogingslaag 1 Ap2; ophogingslaag 2
subrecente subrecente
C; dekzand
Tabel 4: Bodemopbouw met zwak ontwikkelde podzol (boring 5)
Diepte (cm – mv) 0-20 20-60
60-75
Samenstelling Grijs gevlekt, zeer fijn sterk siltig zand, scherpe ondergrens. Lichtgrijs/grijs gevlekt, zeer fijn sterk siltig zand, brokjes zwart veraard veen. scherpe ondergrens. Oranje, zeer fijn sterk siltig zand, onscherpe ondergrens.
Interpretatie Ap1; ophogingslaag 1 Ap2; ophogingslaag 2
subrecente subrecente
B (zwak); inspoelingshorizont
28 Bosman en Van der Kuijl, 2023.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
23 van 45
Project: Kenmerk:
75-100
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
Geel, uiterst fijn sterk siltig zand.
C; dekzand
Interpretatie Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat in het plangebied sprake is van een grotendeels recent verstoorde bovenlaag die vermengd is met de ondergrond. De ondergrens van de antropogene lagen wordt teruggevonden tussen de 50 cm-mv (boring 2) en 70 cm-mv (boring 3 en 6). In boring 2, 5 en 6 werden in de bovenlaag brokjes veraard veen aangetroffen. In 4 (boring 1, 3, 4 en 5) van de in totaal 6 boringen is sprake van een zwak ontwikkelde podzolbodem waarvan de top is vergraven of door grondwerkzaamheden opgenomen is in de bovenlaag. De basis van het bodemprofiel bestond uit fijn siltig dekzand behorend tot de Formatie van Boxtel (Laagpakket van Wierden).
Afbeelding 12: Impressie van het plangebied ten tijde van het onderzoek, foto genomen vanuit westelijke richting.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
24 van 45
Project: Kenmerk:
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
Afbeelding 13: Boorprofiel van boring 1 met v.l.n.r. de bruine bouwvoor, gevlekte menglaag met brokjes zwart veraard veen, de zwak ontwikkelde oranje podzol en het gele dekzand.
Archeologie Tijdens het uitzeven van alle afzonderlijke bodemlagen zijn in geen van de boringen archeologische indicatoren aangetroffen. Hierbij dient opgemerkt te worden dat het opsporen van vindplaatsen niet het primaire doel was van het verkennend booronderzoek. Beantwoording onderzoeksvragen Op grond van de resultaten van het bodemonderzoek kunnen de onderzoeksvragen uit het Plan van Aanpak als volgt beantwoord worden: -
Wat is de bodemopbouw binnen het plangebied?
Onder een subrecente bouwvoor en menglagen is sprake van een afgetopte C-horizont. In 3 van de 6 boringen werden in de bovenlaag en de menglagen brokjes veraard veen aangetroffen (boring 2, 5 en 6). In boring 1, 3, 4 en 5 is sprake van een zwak ontwikkelde podzolbodem met een dikte tussen de 10 cm en 15 cm, bestaande uit oranje iets roestig siltig fijn zand. De zwak ontwikkelde podzol is ontstaan na ontginning van het gebied, waarbij het in het droogdal aanwezige veenpakket opgenomen is in de subrecente bouwvoor. Uit de bestudering van de historische topografische kaarten kan herleid worden dat het plangebied oorspronkelijk een heidegebied is geweest en pas na 1865 omgezet is naar landbouwgrond. Dit blijkt ook uit de bestudering van de AHN waarbij opvalt dat het maaiveld in het plangebied lager gelegen is dan in de directe omgeving. De basis van het bodemprofiel bestond uit fijn siltig dekzand behorend tot de Formatie van Boxtel (Laagpakket van Wierden). De top van het dekzand is aangetroffen op dieptes variërend van 50 cm-mv (boring 2) tot 80 cm-mv (boring 3). -
Wat is de intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied?
In boring 1, 3, 4 en 5 is sprake van een geleidelijke overgang van de zwak ontwikkelde Bhorizont naar de C-horizont. De top van de C-horizont is in deze boringen nog intact. In de overige boringen is sprake van een A-C profiel. -
Zijn, daar waar de bodem intact is, archeologische indicatoren aangetroffen die kunnen wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het onderzoeksgebied? Zo ja, wat is de aard en diepteligging ervan?
In geen enkele boring zijn archeologische indicatoren aangetroffen die kunnen wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
25 van 45
Project: Kenmerk:
-
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
Zijn er archeologische lagen aangetroffen (cultuur- en afvallagen c.q. ophogingslagen)? Zo ja, wat is de aard, diepteligging en minimale en maximale dikte ervan?
Nee, binnen het plangebied zijn geen ‘vuile lagen’ aangetroffen of sporen van bodemvorming door menselijk handelen in het verleden. De brokjes veraard veen en de zwak ontwikkelde B duiden erop dat het plangebied subrecent (na 1865) ontgonnen is. -
In welke mate stemmen de resultaten overeen met de verwachtingen?
De aangetroffen bodemopbouw komt ten dele overeen met de verwachting uit het bureauonderzoek. In het plangebied is sprake van een droogdal en een zwak ontwikkelde podzolbodem. Volgens het bureauonderzoek zou in het plangebied sprake zijn van een droogdal (22R21) tussen een glooiing van sneeuwsmeltwaterafzettingen (4H21) ten zuiden en een stuwwalglooiing (4H11) ten noorden. Volgens de Bodemkaart 29 is het droogdal bedekt met duinvaaggronden van leemarm en zwak lemig fijn zand (Afbeelding 4). Uit de boringen blijkt dat inderdaad sprake is van een droogdal bedekt met dekzand waarin ook veenvorming heeft plaatsgevonden. Door ontginning van de heide na 1865 zijn het veenpakket en de oorspronkelijke top van het dekzand opgenomen in de bouwvoor, waarna in de top van het dekzand een zwak ontwikkelde inspoelingshorizont is gevormd. -
Is vervolgonderzoek noodzakelijk en zo ja in welke vorm?
Nee, op grond van de onderzoeksresultaten en het ontbreken van archeologische lagen en indicatoren achten wij vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Bij eerder archeologisch onderzoek direct ten noorden van het plangebied zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen en is in slechts één boring een intacte B-horizont aangetroffen. De onderzoeksresultaten in het huidige plangebied komen hiermee overeen. Er is geen oorspronkelijke intacte bodem aangetroffen als gevolg van ontginning van de heide na 1865. De archeologische verwachting voor alle perioden kan hiermee bijgesteld worden naar laag met als indicatie ‘verstoord’.
29 Archis3
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
26 van 45
Project: Kenmerk:
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
4.
Conclusie en aanbeveling
4.1
Conclusie Bureauonderzoek Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied gelegen is in een met dekzand gevuld droogdal, waar duinvaaggronden in zijn ontstaan. Tijdens een booronderzoek direct ten noorden van het plangebied zijn hellingafzettingen aangetroffen, wat overeenkomt met de aanwezigheid van een droogdal. De C-horizont is tijdens dat onderzoek op ca. 80-110 cm-mv aangetroffen, dus de verwachting is dat de C-horizont zich binnen het plangebied op vergelijkbare diepte bevindt. Daarnaast is tijdens dat onderzoek, dat ook in het droogdal ligt, geen veen aangetroffen. Dit toont aan dat het droogdal een droge plek is gebleven nadat het vanaf de laatste ijstijd droog kwam te liggen. Dit betekend dat het plangebied geschikt was voor bewoning vanaf het Laat-Paleolithicum. De kans op het aantreffen van archeologische resten vanaf deze periode tot en met de Vroege Middeleeuwen is hoog. Deze resten worden in de top van de C-horizont verwacht. Vanaf de Late Middeleeuwen geldt een lage verwachting. Uit het cartografisch onderzoek is namelijk gebleken dat er zeer weinig activiteit is geweest in het plangebied voor zover te herleiden is van historische kaarten. Mochten er resten aanwezig zijn, bevinden deze zich naar verwachting direct onder de bouwvoor. Rondom het plangebied zijn verschillende archeologische onderzoeken uitgevoerd.
Deze deden vooral melding van verstoorde bodems en enkele losse vondsten uit het Neolithicum en de Late Middeleeuwen. Binnen het plangebied hebben voor zover zichtbaar is op historische kaarten geen bouw- of sloopwerkzaamheden plaatsgevonden en geen ernstig verstorende landbouwwerkzaamheden. Wel kan er sprake zijn geweest van heide ontginning in het zuiden van het plangebied hetgeen de bodem verstoord kan hebben. Of dit daadwerkelijk het geval is zal een verkennend booronderzoek moeten uitwijzen. Booronderzoek Onder een subrecente bouwvoor en menglagen is sprake van een afgetopte C-horizont. In 3 van de 6 boringen werden in de bovenlaag en de menglagen brokjes veraard veen aangetroffen (boring 2, 5 en 6). In boring 1, 3, 4 en 5 is sprake van een zwak ontwikkelde podzolbodem met een dikte tussen de 10 cm en 15 cm, bestaande uit oranje iets roestig siltig fijn zand. De zwak ontwikkelde podzol is ontstaan na ontginning van het gebied, waarbij het in het droogdal aanwezige veenpakket opgenomen is in de subrecente bouwvoor. Uit de bestudering van de historische topografische kaarten kan herleid worden dat het plangebied oorspronkelijk een heidegebied is geweest en pas na 1865 omgezet is naar landbouwgrond. Dit blijkt ook uit de bestudering van de AHN waarbij opvalt dat het maaiveld in het plangebied lager gelegen is dan in de directe omgeving.
De basis van het bodemprofiel bestond uit fijn siltig dekzand behorend tot de Formatie van Boxtel (Laagpakket van Wierden). De top van het dekzand is aangetroffen op dieptes variërend van 50 cm-mv (boring 2) tot 80 cm-mv (boring 3). Omdat er geen intacte bodems aangetroffen zijn in het plangebied is niet exact ter herleiden hoeveel er van de top van het dekzand verdwenen is als gevolg van ontginningsactiviteiten. Ten noorden van het plangebied is in 2018 door Laagland Archeologie onderzoek verricht waarbij intacte podzolbodems aangetroffen zijn vanaf 90 cm-mv. Deze intacte podzolbodems ontbreken in het huidige plangebied. De zwak ontwikkelde B-horizonten in het huidige plangebied zijn pas ontstaan nadat de heide in het plangebied ontgonnen werd (na 1865).
4.2
Selectieadvies Op basis van de onderzoeksresultaten, de afgetopte C-horizont als gevolg van ontginning van de heide na 1865 en de afwezigheid van archeologische (‘vuile’) lagen of archeologische indicatoren wordt de kans op de aanwezigheid van intacte behoudenswaardige vindplaatsen nihil geacht. Uitsluitend zeer diepe sporen zoals waterputten zouden eventueel nog bewaard
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
27 van 45
Project: Kenmerk:
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
gebleven kunnen zijn, maar deze zijn niet aantoonbaar middels booronderzoek. Gezien het eeuwenlange gebruik van het plangebied als heidegebied dat pas na 1865 ontgonnen is en het ontbreken van bebouwing in het verleden achten wij vervolgonderzoek niet noodzakelijk.
4.3
Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Wij wijzen erop dat het selectiebesluit van het bevoegd gezag af kan wijken van het selectieadvies van Hamaland Advies. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de archeologisch adviseur van de gemeente Heerde (regio-archeoloog van de Stedendriehoek).
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
28 van 45
Project: Kenmerk:
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
Gebruikte literatuur Bakker, H. de & J. Schelling, 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland; de hogere niveaus. Wageningen. Barth, R. en E.E.A. van der Kuijl, 2022. Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Dr. Jan van Breemenlaan 1 te Wapenveld, gemeente Heerde. Hamaland Advies-rapport 223678. Zelhem. Berendsen, H.J.A., 2005. Landschappelijk Nederland. De fysisch-geografische regio’s. Assen Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land, inleiding in de geologie en de geomorfologie. Assen (Fysische geografie van Nederland). Boshoven, E.H., E. Goossens, S.W. Jager en L.J. Keunen, 2011. Archeologische monumentenzorg in de gemeente Heerde. RAAP-rapport 2146. Broeke, E.M., ten, 2019. Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (11417.001) Revelingseweg 35 te Wapenveld. Econsultancy-rapport 11417.001. Doetichem. Brouwer, E.W., 2018. Inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Parallelweg te Wapenveld, gemeente Heerde (GD). Laagland Archeologie-rapport 174. Almelo. Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik & A.H. Geurts, 2012. Rhine‐Meuse Delta Studies’ Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography. Dept. Physical Geography. Universiteit Utrecht. Goossens, E., 2011. Plangebied Flessenbergerweg 46 Gemeente Heerde Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek, karterende fase.
RAAP-rapport 3814. Weesp. Klooster, B., 2005. Groot Stokkert te Wapenveld. Synthegra-rapport. Zelhem. Koeman, S.M., 2015a. Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase: Natuurbegraaf-plaats op Landgoed Winfried (Wapenveld, gemeente Heerde). Archeodienst-rapport 644. Zevenaar. Koeman, S.M., 2015b. Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase: Landgoed De Polberg te Wapenveld. Archeodienst-rapport 745. Zevenaar. Kuijl, van der, E.E.A., 2005. Inventariserend Veldonderzoek (IVO) d.m.v. boringen Groteweg 6 te Wapenveld. Synthegra-rapport 175177. Zelhem. Pape-Luijten, H.G., 2019. Handreiking archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek Gemeente Heerde. Heerde. Prangsma, P. en R. van Lil, 2006. Wapenveld, Revelingseweg-De Rolders. ADC-rapport 726. Amersfoort. Reinders, M. en J. Bex, 2018. Archeologisch onderzoek Wildekampseweg 81 te Wapenveld, gemeente Heerde Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O). Greenhouse Advies-rapport 2018.04. Huissen. Schamp, C.R.C., 2022. Wapenveld, Gruttoweg gemeente Heerde, Gld. Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase. De Steekproef-rapport 2022-01/11. Zuidhoorn.
Geraadpleegde websites: http://zoeken.cultureelerfgoed.nl Archis3 voor informatie over waarnemingen, vondsten, onderzoeken https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/ voor doen van melding https://www.pdok.nl/ voor GIS-gegevens, topografische kaart en recente luchtfoto’s https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ voor hoogte- informatie https://archaeology.datastations.nl/ voor onderzoeksrapporten https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens voor informatie over geologische boringen https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen voor informatie over geologie, geomorfologie, bodemkaart, grondwater https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/ voor kadastrale kaart 1811-1832 https://www.topotijdreis.nl/ voor topografische kaarten vanaf 1815 https://www.ruimtelijkeplannen.nl/ voor informatie over bestemmingsplannen www.ikme.nl WOII informatie
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
29 van 45
Project: Kenmerk:
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
BIJLAGEN
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
30 van 45
Project: Kenmerk:
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
Bijlage 1: Plangebied met het nieuwe bouwvlak (blauwe kader). bron: Opdrachtgever
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Project: Kenmerk:
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Project: Kenmerk:
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
Bijlage 2: Overzicht van archeologische en geologische perioden
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Project: Kenmerk:
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Project: Kenmerk:
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Project: Kenmerk:
BO en IVO Plangebied Parallelweg 8 te Wapenveld, gemeente Heerde EKU/ALG/HAMA/234228
Bijlage 2: Boorpuntenkaart en tabel met RD-coördinaten van de boorpunten