CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

9.2.3 Buitengebied West, Werverweg 8 Toelichting.pdf

Raadscommissie 13 september 2021, gemeente HeerdeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Buitengebied West, Werverweg 815.659 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan

Buitengebied West, Werverweg 8

Augustus 2021 Status: definitief

Status: Ontwerp

Bestemmingsplan “Buitengebied West, Werverweg 8” Ontwerp

“Buitengebied West, Werverweg 8”

Plannaam: Buitengebied West, Werverweg 8 IMRO-nummer: NL.IMRO.0246.819BUWWERVERW8-ON02 Plantype: Bestemmingsplan Status: Ontwerp

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Bestemmingsplan “Buitengebied West, Werverweg 8” Ontwerp

Toelichting

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Bestemmingsplan “Buitengebied West, Werverweg 8” Ontwerp

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ...................................................................................... 6 1.1

AANLEIDING ......................................................................................................................................... 6

1.2

LIGGING VAN HET PLANGEBIED .................................................................................................................. 6

1.3

DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ........................................................................................................ 6

1.4

PLANOLOGISCHE REGIME ......................................................................................................................... 7

1.5

LEESWIJZER .......................................................................................................................................... 9

HOOFDSTUK 2 BESCHRIJVING PLANGEBIED .............................................................. 10 2.1

HUIDIGE SITUATIE ................................................................................................................................ 10

2.2

GEWENSTE SITUATIE ............................................................................................................................. 12

2.3

VERKEER EN PARKEREN .......................................................................................................................... 12

HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER .............................................................................. 14 3.1

RIJKSBELEID ........................................................................................................................................ 14

3.2

PROVINCIAAL BELEID ............................................................................................................................. 16

3.3

REGIONAAL BELEID ............................................................................................................................... 18

3.4

GEMEENTELIJK BELEID ........................................................................................................................... 19

HOOFDSTUK 4 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ..................................................... 26 4.1

GELUID ............................................................................................................................................. 26

4.2

BODEMKWALITEIT ................................................................................................................................ 27

4.3

LUCHTKWALITEIT ................................................................................................................................. 29

4.4

EXTERNE VEILIGHEID ............................................................................................................................. 30

4.5

MILIEUZONERING ................................................................................................................................ 31

4.6

GEUR................................................................................................................................................ 33

4.7

ECOLOGIE .......................................................................................................................................... 34

4.8

ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE ......................................................................................................... 37

4.9

DUURZAAMHEID .................................................................................................................................. 38

4.10

BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE.......................................................................................................... 38

HOOFDSTUK 5 WATERASPECTEN........................................................................... 41 5.1

VIGEREND BELEID ................................................................................................................................. 41

5.2

WATERPARAGRAAF.............................................................................................................................. 42

HOOFDSTUK 6 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING ............................... 43 6.1

INLEIDING .......................................................................................................................................... 43

6.2

OPZET VAN DE REGELS ........................................................................................................................... 43

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Bestemmingsplan “Buitengebied West, Werverweg 8” Ontwerp 6.3

VERANTWOORDING VAN DE REGELS .......................................................................................................... 45

HOOFDSTUK 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ..................................................... 46 HOOFDSTUK 8 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ......................................... 47 8.1

VOOROVERLEG .................................................................................................................................... 47

8.2

INSPRAAK .......................................................................................................................................... 47

8.3

ZIENSWIJZEN ...................................................................................................................................... 47

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING .................................................................................. 48 BIJLAGE 1

INRICHTINGSPLAN ......................................................................................................................... 49

BIJLAGE 2

BODEMONDERZOEK ...................................................................................................................... 50

BIJLAGE 3

STIKSTOF ONDERZOEK .................................................................................................................... 51

BIJLAGE 4

QUICKSCAN FLORA/FAUNA ............................................................................................................. 52

BIJLAGE 5

STANDAARD WATERPARAGRAAF ....................................................................................................... 53

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Bestemmingsplan “Buitengebied West, Werverweg 8” Ontwerp

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Aan de Werverweg 8 te Wapenveld, gelegen in het buitengebied van de gemeente Heerde, ligt een voormalig agrarisch erf. Over de afgelopen jaren is de bedrijvigheid op dit agrarisch erf in de vorm van een melkveehouderij overgegaan op een hobbymatige schaal. Binnen afzienbare tijd komt het erf en de woning vrij en derhalve wordt gezocht naar een alternatieve invulling van het erf. Initiatiefnemer is voornemens om ter plaatse van het voormalig agrarisch bedrijf de aanwezige opstallen te slopen om aan de achterzijde van de bestaande woning een extra woning met bijgebouwen te realiseren. Dit met toepassing van het beleid ‘Streekplanuitwerking Functieverandering 2007’. Daarnaast wordt eveneens bij de huidige woning aan de voorzijde van het perceel bijgebouwen gerealiseerd. Bij besluit op 15 september 2020 heeft het college van B&W van de gemeente Heerde een positieve grondhouding ten aanzien van deze plannen afgegeven. Omdat de voorgenomen ontwikkeling niet in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. In dit bestemmingsplan wordt aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt aan de Werverweg 8 in het buitengebied van de gemeente Heerde, ten noordoosten van de kern Wapenveld. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Heerde, sectie M, nummer 886. De ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Wapenveld en de directe omgeving wordt weergegeven in afbeelding 1.1. De rode ster en het rode kader geven de locatie van het plangebied indicatief weer.

Afbeelding 1.1

1.3

Ligging van het plangebied ten opzichte van Wapenveld en de directe omgeving (Bron: PDOK, bewerkt)

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan ‘Buitengebied West, Werverweg 8’ bestaat uit de volgende stukken: • • •

verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0246.819BUWWERVERW8-ON02); regels (met bijlagen); toelichting (met bijlagen).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Bestemmingsplan “Buitengebied West, Werverweg 8” Ontwerp Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Planologische regime

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan "Buitengebied West" (vastgesteld op 16 april 2012) en de bijbehorende “Correctieve herziening Buitengebied West” (vastgesteld op 15 december 2014). In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding opgenomen. Het plangebied is met een rode omkadering aangegeven.

Afbeelding 1.2

Verbeelding geldende bestemmingsplannen (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Het plangebied kent de enkelbestemming ‘Wonen’ en de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Hoge archeologische verwachting’ en ‘Waarde – Lage archeologische verwachting’. Hierbij geldt de ‘Waarde – Lage archeologische verwachting’ voor het noordelijke- en oostelijke deel van het plangebied en de ‘Waarde – Hoge archeologische verwachting’ voor het oostelijke-, zuidelijke- en westelijke deel van het plangebied. Daarnaast is de gebiedsaanduiding ‘Broeken’ binnen het plangebied opgenomen. Hierna wordt nader op de geldende bestemmingen en aanduiding ingegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Bestemmingsplan “Buitengebied West, Werverweg 8” Ontwerp 1.4.2

Geldende (dubbel)bestemmingen en aanduidingen

‘Wonen’ De voor ‘wonen’ aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor; a) b) c) d)

het wonen in woonhuizen; een aan-huis-gebonden beroep; agrarische hobbybedrijven; bestaande legaal aanwezige inwoonsituaties; met daarbij behorende gebouwen, anderebouwwerken, tuinen en erven, met dien verstande dat de gronden mede zijn bestemd voor landschappelijke inpassing.

Bouwregels Voor hoofdgebouwen in casu woonhuizen gelden onder meer de volgende bepalingen; 1. 2. 3.

per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 vrijstaand woonhuis worden gebouwd; een woonhuis wordt vrijstaand gebouwd, tenzij anders is aangegeven; bij herbouw, verbouw en uitbreiding van een woonhuis mogen de huidige gevels, uitgezonderd de voorgevel, met niet meer dan 10 meter overschreven worden, waarbij de minimale afstand tot de zijdelingse perceelgrens niet minder dan 5 meter mag bedragen, mits daarvoor de omliggende agrarische bedrijven niet worden gehinderd in hun bedrijfsvoering;

Voor bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen; 1. 2. 3.

de goothoogte en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter respectievelijk 6 meter; de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 100 m2. De afstand van een bijbehorend bouwwerk tot de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan mag niet minder dan 1 meter bedragen, of niet minder dan de bestaande afstand indien die minder bedraagt.

‘Waarde – Lage archeologische verwachting’ De voor ‘waarde – lage archeologische verwachting’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. Artikel 46 (Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden) is van toepassing op het uitvoeren van in dat artikel aangegeven werken en werkzaamheden, op en in de daarbij aangegeven gronden, met daarbij aangegeven voorwaarden en uitzonderingen. ‘Waarde – Hoge archeologische verwachting’ De voor ‘waarde – hoge archeologische verwachting’ bestemde gronden gelden voor het bouwen van bebouwing de volgende regels; 1.

2.

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen van een bouwwerk groter dan 100 m2, dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld; In afwijking van het gestelde onder 1 hoeft de aanvrager van een omgevingsvergunning voor bouwen geen rapport als bedoeld onder 1 te overleggen, indien één van de volgende situaties van toepassing is; - De aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het vervangen van bestaande bebouwing waarbij de oppervlakte aan bebouwing niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut (met uitzondering van nieuwe kelders);

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Bestemmingsplan “Buitengebied West, Werverweg 8” Ontwerp -

-

De aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het uitbreiden van bestaande bebouwing tot maximaal 2,5 meter uit de bestaande fundering, met behoud van bestaande funderingen; De aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het bouwen in de bodem tot een diepte van 0,4 meter onder het bestaande maaiveld; Naar oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.

‘Broeken’ Voor de gronden geldt vanwege het aanwezige broekenlandschap de aanduiding ‘broeken’. Voor deze gronden is het van belang dat openheid behouden blijft, er sprake is van karakteristieke verkaveling naast dat in de verromelde delen heggen als kavelgrens en erfbeplanting worden toegepast. 1.4.3

Strijdigheid

De voorgenomen herontwikkeling van het perceel voorziet in een plan waarbij de bestaande agrarische opstallen worden gesloopt om vervolgens een extra woning aan de achterzijde van het perceel te realiseren. Het voornemen is niet in overeenstemming met het geldend bestemmingsplan aangezien per bestemmingsvlak ‘wonen’ niet meer dan 1 vrijstaand woonhuis mag worden gebouwd. Daarnaast overschrijden de bijgebouwen het maximale toegestane oppervlakte per woning. Een herziening van het bestemmingsplan is noodzakelijk om de in dit plan beschreven ontwikkeling mogelijk te maken. Voorliggend plan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders om het voornemen te kunnen realiseren.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige- en gewenste situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 gaat in op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Heerde beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue. Hoofdstuk 5 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de financiële uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de inspraak en het vooroverleg.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Bestemmingsplan “Buitengebied West, Werverweg 8” Ontwerp

HOOFDSTUK 2

2.1

BESCHRIJVING PLANGEBIED

Huidige situatie

Het plangebied ligt aan de Werverweg 8 te Wapenveld, in het buitengebied van de gemeente Heerde. In de omgeving van het plangebied komen zowel woonfuncties als agrarische functies voor. Hierna wordt nader op de functionele ruimtelijke structuur van de omgeving ingegaan. Ten noorden en oosten van het plangebied liggen agrarische gronden. Ten zuidoosten van het plangebied is aan de Werverweg nr. 7 een vrijstaande woning gesitueerd. Ten zuiden van het plangebied is aan de Werverweg nr. 6 eveneens een woning gesitueerd. Ten westen van het plangebied loopt de Werverweg met in het verlengde een sloot en agrarische gronden. Tot slot ligt ten noordwesten Sportpark Monnikenbos. Het plangebied zelf bestaat uit een vrijstaande woning aan de voorzijde van het perceel en drie voormalig agrarische opstallen aan de achterzijde van de woning. Het plangebied is middels twee in- en uitritten op de Werverweg ontsloten. In afbeelding 2.1 is een erfinrichtingstekening van de huidige situatie opgenomen. Hierbij wordt het plangebied met een rode omlijning omgeven. In afbeelding 2.2 en afbeelding 2.3 zijn twee uitsneden van het huidige straatbeeld opgenomen.

Afbeelding 2.1

Erfinrichtingstekening huidige situatie plangebied (Bron: Dirk Luijendijk)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Bestemmingsplan “Buitengebied West, Werverweg 8” Ontwerp

Afbeelding 2.2

Straatbeeld huidige situatie plangebied (Bron: Google Streetview, Oktober 2009, bewerkt)

Afbeelding 2.3

Straatbeeld huidige situatie plangebied (Bron: Google Streetview, Oktober 2009, bewerkt)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Bestemmingsplan “Buitengebied West, Werverweg 8” Ontwerp

2.2

Gewenste situatie

Zoals in de inleiding reeds is vermeld betreft het voornemen de herontwikkeling van het voormalig agrarisch perceel aan de Werverweg 8. Hierbij worden de bestaande opstallen (circa 800 m2) gesloopt om vervolgens op basis van de ‘Streekplanuitwerking Functieverandering 2007’ aan de achterzijde van het perceel een extra woning te realiseren. De oppervlakte van de nieuw te bouwen woning zal circa 150 m2 bedragen en wordt als schuurwoning gebouwd. Hierdoor is de nieuw te bouwen schuurwoning ruimtelijke ondergeschikt aan de voormalige dienstwoning aan de voorzijde van het erf. Daarnaast wordt bij iedere woning 150 m2 aan bijgebouwen gerealiseerd. Deze bijgebouwen zullen dienen als garage, berging, opslag en een tuinhuis. Tot slot wordt het perceel middels een inrichtingsplan landschappelijk ingepast. Hierbij wordt onder andere streekeigen beplanting gebruikt naast dat één in-/uitrit wordt verwijderd. In afbeelding 2.4 is een uitsnede van het inpassingsplan opgenomen. Het gehele inrichtingsplan is in bijlage 1 opgenomen.

Afbeelding 2.4

Uitsnede gewenste situatie (Bron: Dirk Luijendijk)

2.3

Verkeer en parkeren

2.3.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Voor wat betreft de parkeerbehoefte wordt uitgegaan van de gemeentelijke ‘Parkeernormennota gemeente Heerde’ d.d. 5 oktober 2012.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Bestemmingsplan “Buitengebied West, Werverweg 8” Ontwerp 2.3.2

Parkeren

Er wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten ten aanzien van parkeren (‘Parkeernormennota gemeente Heerde’): • • •

Functie: woning duur;

Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk / gemeente Heerde (Bron: CBS Statline); Stedelijke zone: buitengebied.

Op basis van de vorenstaande uitgangspunten is in de tabel hieronder de parkeerbehoefte berekend; Functie

Parkeerbehoefte (gemiddeld )

Aantal

Berekening

2.1

2

2*2.1= 4.2 4.2 (afgerond 5)

woning, duur Totaal:

In voorliggend geval is er sprake van een parkeerbehoefte van 2.1 parkeerplaatsen per woning waardoor afgerond een parkeerbehoefte van 5 parkeerplaatsen ontstaat. Bij de verdere uitwerking voor de twee woonkavels wordt hier rekening mee gehouden. Beide kavels zijn van voldoende omvang om te kunnen voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Ter borging dat wordt voldaan aan de parkeerbehoefte, is in de algemene regels van voorliggend bestemmingsplan bepaald dat dient te worden voldaan aan de parkeernormen zoals vervat in de ‘Parkeernota gemeente Heerde’. Het aspect parkeren vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 2.3.3

Verkeer

Uitgaande van de volgende uitgangspunten ten aanzien van verkeer (CROW): • • •

Functie: koop, huis, vrijstaand;

Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk / gemeente Heerde (Bron: CBS Statline); Stedelijke zone: buitengebied.

Verkeersgeneratie huidige situatie Functie Koop, huis, vrijstaand Totaal Verkeersgeneratie gewenste situatie Functie Koop, huis, vrijstaand Totaal

Verkeersgeneratie Per woning 8,2

Aantal

Verkeersgeneratie

1

8,2*1= 8,2 8,2

Verkeersgeneratie Per woning 8,2

Aantal

Verkeersgeneratie

2

8,2*2= 16,4 16,4

Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling is er sprake van een geringe toename van 8,2 verkeersbewegingen per dag. Een dergelijke toename is niet of nauwelijks waarneembaar. De Werverweg en omliggende infrastructuur beschikken over voldoende capaciteit om een dergelijke geringe toename van het aantal verkeersbewegingen goed en veilig te kunnen verwerken. Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 2.3.4

Conclusie

Op basis van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de aspecten verkeer en parkeren geen belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Bestemmingsplan “Buitengebied West, Werverweg 8” Ontwerp

HOOFDSTUK 3

BELEIDSKADER

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.

2.

Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.

3.

Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd.

4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Bestemmingsplan “Buitengebied West, Werverweg 8” Ontwerp 3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

3.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI Het voornemen betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconstateerd is dat de woonfunctie de meest logische vervolgfunctie is voor deze locatie. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen herontwikkeling. 3.1.1.5 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR, de voorloper van NOVI, is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt.

Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. 3.1.2

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het Rijksbeleid

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) laat zich niet specifiek uit over lokale ontwikkeling, zoals de ontwikkeling in voorliggend bestemmingsplan. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen Rijksbelangen als opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie . Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Bestemmingsplan “Buitengebied West, Werverweg 8” Ontwerp als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De raad is van oordeel dat gelet op het aantal woningen dat het plan mogelijk maakt, het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). In voorliggend is sprake van een ontwikkeling in het buitengebied wat reeds een woonbestemming heeft. Daarnaast wordt in dit geval slechts één extra woning toegevoegd. De ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet van toepassing. Geconcludeerd wordt dat geen sprake is van strijd met het Rijksbeleid. 3.1.3

Conclusie toetsing aan het Rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met het Rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Gelderland 2018

3.2.1.1 Algemeen In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In de Omgevingsvisie worden twee provinciale hoofddoelen onderscheiden: • •

een duurzame economische structuur; het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving.

Deze hoofddoelen zijn vertaald in provinciale ambities, waarbij per ambitie de aanpak op hoofdlijnen is beschreven. De nadere invulling vindt plaats via provinciale uitvoeringsprogramma's en samenwerking met partners. Daarmee is de Omgevingsvisie een 'plan' dat richting geeft en ruimte biedt; geen plan met exacte antwoorden. Ofwel: ‘de Omgevingsvisie gaat over het speelveld en de spelregels, niet over de uitkomst van het spel’. 3.2.1.2 Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In onze groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd investeren we in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt.

Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied ons vertrekpunt. Gelderland geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen. Gelderland gaat voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, breiden we uit aan de randen van onze steden of dorpen. De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. De ambities zijn als volgt geformuleerd:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Bestemmingsplan “Buitengebied West, Werverweg 8” Ontwerp • • •

Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal.

Om vorenstaande ambities te realiseren gaat de provincie in overleg met de Gelderse regio’s, om zodoende regionale afspraken te maken. 3.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Gelderland De regionale uitwerking van de provinciale ambities ten aanzien van het aspect wonen, zijn uitgewerkt in regionale woonvisies. In voorliggend geval is de ‘Woonvisie Regio Noord-Veluwe’ van toepassing. In paragraaf 3.3.1 wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan deze woonvisie, in de navolgende paragraaf volgt de concrete toets aan het gemeentelijke beleid, waaronder de gemeentelijke woonvisie. Hier wordt geconcludeerd dat het voornemen kwalitatief en kwantitatief past binnen de regionale en gemeentelijke beleidsstukken. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Gelderland. 3.2.2

Omgevingsverordening Gelderland 2018

3.2.2.1 Algemeen Met een omgevingsverordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema’s. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan op deze regels afstemmen. 3.2.2.2 Van toepassing zijnde artikelen In voorliggend geval betreft het voornemen een erftransformatie waarbij na sloop van landschapsontsierende bebouwing een extra woning wordt gerealiseerd. Hierdoor is met name artikel 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda) van toepassing. Artikel 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda) 1. Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. 2.

Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Bestemmingsplan “Buitengebied West, Werverweg 8” Ontwerp 3.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Omgevingsverordening Gelderland’ In paragraaf 3.3 (regionaal beleid) en paragraaf 3.4 (gemeentelijk beleid) wordt onder meer beleid inzake woningbouw beschreven en getoetst. Hieruit blijkt dat de beoogde woningbouw zowel kwantitatief als kwalitatief passend is binnen de beleidskaders. Resumerend wordt gesteld dat het voornemen in overeenstemming is met de Omgevingsverordening Gelderland. 3.2.3

Conclusie toetsing aan provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal beleid.

3.3

Regionaal beleid

De gemeente Heerde is per 1 september 2018 deel gaan nemen aan de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) Regio Stedendriehoek. In de regionale (structuur)visies is hier nog geen rekening mee gehouden. In voorliggend geval wordt daarom getoetst aan het regionale beleid van de Regio Noord-Veluwe, de regio waar de gemeente Heerde voorheen onderdeel van uitmaakte. 3.3.1

Woonvisie Regio Noord-Veluwe

3.3.1.1 Algemeen De gemeenten in Regio Noord-Veluwe werken al jaren samen aan verschillende ruimtelijke en maatschappelijke thema’s. Op het gebied van ruimtelijke ordening en volkshuisvesting zijn dat de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Hattem en Heerde. Dit heeft in de afgelopen jaren geleid tot verschillende momenten van afstemming en beleidsvorming op het gebied van wonen. Zo hebben de regiogemeenten samen met de provincie Gelderland en de Noord-Veluwse woningcorporaties het Kwalitatief Woonprogramma 2010-2019 voor Noord-Veluwe vastgesteld. Eerder is de Regionale Woonagenda 2012-2013 opgesteld. Mede met het oog op nieuwe afspraken met de provincie in het kader van de Kwantitatieve Opgave Wonen, dat het oude Kwalitatieve Woningbouw Programma vervangt, hebben de samenwerkende gemeenten in Regio Noord-Veluwe deze Visie op Wonen in de regio opgesteld 3.3.1.2 Woningmarkt in beweging Kwantitatief Hoewel de huishoudensgroei in de komende decennia afvlakt, blijft er een behoefte aan extra woningen. Op regioniveau zet de groei van het aantal huishoudens door in de toekomst. In de periode 2013 tot 2020 stijgt het aantal huishoudens naar verwachting met 5%. Dat zijn 4.300 huishoudens. Als gevolg van de plannen ten aanzien van scheiden van wonen en zorg komen daar in dezelfde periode nog eens circa 1.300 huishoudens bij.

Dit zijn huishoudens die voorheen in verzorgingshuizen zouden gaan wonen, en die als gevolg van de wijzigende regelgeving voortaan in gewone woningen en gewone wijken blijven wonen. De totale groei op de woningmarkt waar de regio in de periode tot 2020 rekening mee houden, bedraagt dus circa 5.600 huishoudens. Kwalitatief De groei van huishoudens doet zich met name voor bij de kleinere (vooral oudere) huishoudens. De hoeveelheid, kwaliteit en geschiktheid van bestaande én nieuwe woningen voor kleinere en oudere huishoudens is van belang. Nieuwbouw zal plaats moeten vinden op vraaggestuurde en kleinschalige wijze. En dat luistert nauw, want ouderen zijn de meest honkvaste groep woonconsumenten. Daarnaast neemt het

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Bestemmingsplan “Buitengebied West, Werverweg 8” Ontwerp beroep op het sociale netwerk van senioren, ondersteuning en zorg toe. Dit vraagt een gedifferentieerde uitwerking op kernniveau: in de grote kernen met een centrumfunctie zijn meer (zorg)voorzieningen aanwezig, in de kleine woonkernen biedt de onderlinge burgerkracht en ondersteuning en zorg op afstand (technologische en digitale mogelijkheden) perspectief. Door de regio is een woningbehoefteonderzoek tot 2020 uitgevoerd. Samenvattend kan de woningbehoefte ontwikkeling als volgt worden geduid: • • • • • •

Groei met name in categorie 1- en 2-persoonshuishoudens; Grote behoefte aan nultreden/levensloopbestendig; Behoefte aan sociale huur (vooral senioren); Beperktere behoefte aan huurwoningen in de vrije sector; Blijvende behoefte aan duurdere koopwoningen; Dreigend overschot aan gewone rijwoningen in de koopsector.

3.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Regio Noord-Veluwe Kwantitatief gezien is nog voldoende ruimte om nieuwe woningen in de regio te realiseren. Kwalitatief gezien speelt de voorgenomen ontwikkeling in op de blijvende behoefte naar duurdere koopwoningen in het buitengebied. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de ‘Woonvisie Regio Noord-Veluwe’. 3.3.2

Conclusie toetsing aan regionaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met het regionaal beleid.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Toekomstvisie gemeente Heerde 2025

3.4.1.1 Algemeen Maatschappelijke en economische ontwikkelingen gaan in snel tempo. Om hierop in te spelen heeft de gemeente de visie gemeente Heerde 2025 vastgesteld. Deze visie is een agenda voor de toekomst, een heldere profilering van de gemeente in de regio en naar de eigen burgers, instellingen en ondernemers. De visie maakt duidelijk: • • •

Waar de gemeente voor staat; Welke ontwikkeling zij ambieert; Waarvoor de gemeente zich de komende jaren hard wil maken richting de eigen bevolking, instellingen, ondernemers en andere voor de ontwikkeling van Heerde belangrijke partijen.

De toekomstvisie is door de raad vastgesteld op 13 juli 2009. De toekomstvisie is een kader, een kapstok waaraan het toekomstige gemeentelijke beleid gekoppeld wordt en vormt de basis voor de ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen. Uitgangspunt voor de toekomst van de gemeente is behoud door ontwikkeling en het verbinden van structuren. Bestaande waardevolle kwaliteiten dienen behouden te worden en waar mogelijk versterkt of verder ontwikkeld. Ontwikkelingspotenties liggen op de gebieden natuur, rust, ruimte recreatie en toerisme, water, wellness, zorg, welzijn, sport en educatie.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Bestemmingsplan “Buitengebied West, Werverweg 8” Ontwerp 3.4.1.2 Thema ‘Wonen’ Bebouwing hoeft niet altijd en overal te worden uitgesloten. Het gaat vooral om hoe en waar gebouwd wordt en of dat zó kan plaatsvinden dat de kwaliteit intact blijft of wordt versterkt. Behoud van identiteit, eenheid en schoonheid door de (aan-)bouw van doordachte nieuwbouw, renovatie en inbreiding is van belang om de kwaliteiten van Heerde te waarborgen. De woningvraag kan neerslaan in de vorm van ‘groenlandschappelijk wonen’ aan de randen en als inbreiding in dorpen. Beperkte groei is mogelijk, mits recht wordt gedaan aan het behoud en versterking van de identiteit, sociale cohesie en cultuurhistorische waarden. De bestaande samenstelling, verschijningsvorm, grootte en identiteit van de kleine kernen wordt gewaarborgd. 3.4.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Toekomstvisie De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een herontwikkeling van een bestaande woonkavel waarop agrarische opstallen nog aanwezig zijn. De herontwikkeling door sloop van de agrarische bebouwing in ruil voor een extra woning met bijbehorende erfinrichtingsmaatregelen voorziet in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit er plaatse, het behoud van identiteit, eenheid en schoonheid door de bouw van doordachte nieuwbouw af te stemmen en zo de kwaliteiten van de gemeente Heerde te waarborgen.

In de regels van dit bestemmingsplan wordt qua maatvoering van de woning aangesloten op de omliggende bebouwing. Bij de nadere uitwerking van het bouwplan moeten worden beoordeeld of het bouwplan van de bijgebouwen ook voldoet aan de identiteit van het gebied. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de ‘Toekomstvisie’. 3.4.2

Structuurvisie Heerde 2025

3.4.2.1 Algemeen De Structuurvisie Heerde 2025 (vastgesteld d.d. 17 september 2012) is het kader voor de ontwikkeling van de gemeente Heerde tot 2025. Deze visie geeft richting aan de ruimtelijke, economische en maatschappelijke ontwikkeling van de gemeente Heerde naar de toekomst. De Structuurvisie Heerde 2025 is een nadere uitwerking van de toekomstvisie die door de gemeenteraad van Heerde is vastgesteld in 2009. 3.4.2.2 Visie In de Structuurvisie behoort het plangebied tot de zone “Cultuur, natuur en voedselproductie”. Dit is de zone van het waterprofiel van de gemeente Heerde. De nadruk ligt in dit gebied op de samenhang tussen natuur, water, wonen, recreatie en landbouw. In afbeelding 3.1 is een uitsnede uit de Structuurvisie opgenomen. Het plangebied is met een rode ster indicatief aangeduid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Bestemmingsplan “Buitengebied West, Werverweg 8” Ontwerp

Afbeelding 3.1

Structuurvisie Heerde 2025 zone cultuur, natuur en voedselproductie (Bron: gemeente Heerde)

De realisering van de hoogwatergeul tussen Veessen en Wapenveld is met afstand de belangrijkste ontwikkeling in de zone Cultuur, natuur en voedselproductie. Aan de hoogwatergeul is een gebiedsontwikkeling gekoppeld, die bestaat uit een groot aantal (deel)projecten. Deze projecten worden geacht integraal in de Structuurvisie te zijn opgenomen. Binnen de hoogwatergeul mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die de doorstroming beperken. Het beeld in deze Structuurvisie is daarom ook niet van toepassing op het gebied in de hoogwatergeul. De agrarische functie blijft de hoofdfunctie van deze zone. Juist de zone biedt ruimte aan de ontwikkeling van de agrarische sector, ook op het gebied van innovatie. Aan de westzijde van deze zone en op de oeverwallen langs de IJssel is ook ruimte voor andere functies, zoals wonen, werken en recreatie. Bij alle ontwikkelingen op het gebied van wonen in de zone Cultuur, natuur en voedselproductie moet de inpassing in het (cultuur)landschap centraal staan. Natuur en landschap Het agrarisch landschap is de basis voor de zone Cultuur, natuur en voedselproductie. Dit cultuurlandschap moet zoveel mogelijk behouden worden. Boomteelt- en glastuinbouwbedrijven passen niet in dit landschap, maar de bestaande bedrijven worden gerespecteerd.

Het gemeentebestuur van Heerde hecht grote waarde aan de aanwezige oude IJselhoeven en wil deze zoveel mogelijk behouden. Behoud door ontwikkeling van oude IJsselhoeven is mogelijk; hierbij wordt maatwerk toegepast. Landschapselementen kunnen ingepast worden, mits deze passend zijn binnen de kwaliteiten en kenmerken van het gebied. Wonen Woningen moeten een vanzelfsprekende en niet op een planmatige wijze een plaats krijgen. Het ‘dorpsgevoel’ moet blijven bestaan in de kernen. De toe te voegen woningen moeten passen in het ruimtelijke beeld van de dorpen en dienen historische context zo min mogelijk te verstoren. In combinatie met landschappelijke versterking mogen ook aan de buurtschappen de Bruggenhoek en Markluiden woningen worden toegevoegd, mits de nieuwe woningen de buurtschappen en de begrenzing met het omliggende landschap versterken. Cultuurhistorische elementen moeten hierbij benadrukt worden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Bestemmingsplan “Buitengebied West, Werverweg 8” Ontwerp In het overige gebied is de bouw van nieuwe woningen niet toegestaan, tenzij sprake is van vervanging of functieverandering. 3.4.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie Heerde 2025 In de Structuurvisie Heerde 2025 is opgenomen dat in principe geen woningen in het buitengebied zijn toegestaan. Echter wordt voor vervanging of functieverandering een uitzondering gemaakt. Bij de voorgenomen ontwikkeling worden de bestaande opstallen gesloopt om ter plaatse een extra woning mogelijk te maken. Hierbij wordt ingespeeld op de uitzondering om toch een woning in het buitengebied toe te voegen. Ondanks dat bij zowel de nieuw te bouwen woning als de bestaande woning sprake gaat zijn van meerdere bijgebouwen, neemt het bebouwde oppervlakte ten opzichte van de huidige situatie af. Daarnaast wordt het perceel landschappelijk ingepast middels het inrichtingsplan. Gesteld wordt dat met voorliggend plan voorzien wordt in een duurzame vervolgfunctie voor de locatie en past binnen de Structuurvisie Heerde 2025. 3.4.3

Woonvisie Heerde

3.4.3.1 Algemeen Het uitgangspunt van de woonvisie is het maken en behouden van kwaliteit. Dit kan alleen door niet vooraf strikte en knellende regels op te stellen, maar door te werken met bestaande kwaliteiten, partijen en passende oplossingen. Dit leidt tot maatwerk per situatie met inachtneming van de algemene vastgestelde principes. Het creëren van maatschappelijke meerwaarde is bij ieder initiatief het uitgangspunt en het afwegingskader van het gemeentebestuur. 3.4.3.2 Woningmarkt in beweging De tijden van het bouwen van grote aantallen nieuwe woningen is voorbij. In dat kader stelt de Structuurvisie Heerde 2025 dat geen nieuwe grootschalige uitleglocaties meer nodig zijn en dat door het realiseren van de bestaande uitleglocaties, inbreiding in stedelijk gebied, transformatie en door functieverandering in de behoefte aan woningen kan worden voorzien. Dat geldt voor alle kernen in de gemeente. Nieuwe woningen worden gebouwd wanneer de bestaande voorraad niet in de vraag kan voorzien. Deze woningen sluiten aan bij de vraag van de woningzoekenden. Bij voorkeur zijn nieuwe woningen inzetbaar voor zoveel mogelijk verschillende categorieën woningzoekenden. Zeker in de huursector. Woonwijken moeten een goede mix van woningen bevatten die de maatschappelijke cohesie maximaal ondersteunt.

Van woningaanbieders en woningvragers worden initiatieven verwacht om in de behoefte aan woonruimte te voorzien. 3.4.3.3 De woningvoorraad & vraaggestuurd bouwen Het grootste deel van de benodigde woningen voor de toekomst staat er al. Uitgerekend is dat er in Heerde in verband met de groei van het aantal huishoudens (dus niet het aantal inwoners) in de periode 2013 tot 2020 circa 420 – 460 extra woningen nodig zijn. Gemiddeld is dat een toevoeging van 60 – 65 woningen per jaar. Ten opzichte van de bestaande woningvoorraad is dat een toename van ongeveer 6%. Gelet op de geschetste trends en het streven dat een ieder op termijn kan beschikken over een bij zijn situatie passende woning, is duidelijk dat het grootste deel van de opgave bereikt moet worden door aanpassing en vervanging van de bestaande woningvoorraad. In de regionale visie is aangegeven dat afgestapt wordt van de oude manier van woningbouwprogrammering. Er wordt overgestapt van aanbodgestuurd bouwen naar vraaggestuurd bouwen. De markt bepaalt wat gebouwd gaat worden. Daarvoor is een nieuw afwegingskader voor nieuwbouw noodzakelijk. Niet langer is bepalend of een ontwikkeling past in een woningbouwprogramma. De vraag is nu of een bouwplan inspeelt op de marktvraag en voldoende maatschappelijke en ruimtelijke kwaliteit toevoegt.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Bestemmingsplan “Buitengebied West, Werverweg 8” Ontwerp 3.4.3.4 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Heerde Uit de woonvisie blijkt dat er nog voldoende ruimte is voor de toevoeging van woningen in de gemeente Heerde. De kwalitatieve behoefte is reeds onderbouwd in paragraaf 3.3.1 (regionale woonvisie). Hierin is aangetoond dat sprake is van een woningbouwontwikkeling die voorziet in de behoefte. Daarnaast voorziet het voornemen in een algehele transformatie van een bestaande woonbestemming waarop agrarische opstallen reeds aanwezig zijn. Door het slopen van deze opstallen en door gebruik te maken van de streekplanuitwerking functieverandering, wordt de woonbestemming op basis van de bestaande vraag her ontwikkeld. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de ‘Woonvisie Heerde’. 3.4.4

Welstandsnota gemeente Heerde

3.4.4.1 Algemeen De gemeenteraad van Heerde heeft de 'Welstandsnota gemeente Heerde' op 24 mei 2004 vastgesteld. Hierin is het welstandsbeleid van de gemeente Heerde beschreven. In de welstandsnota zijn zowel gebiedsgerichte als algemene welstandscriteria geformuleerd. 3.4.4.2 Deelgebieden De welstandsnota kent een zestal verschillende deelgebieden. Aan elk deelgebied is een welstandsniveau toegekend. Er wordt onderscheid gemaakt in vier welstandsniveaus, te weten: • • • •

Welstandsniveau 1, Zware toetsing; Welstandsniveau 2, Reguliere toetsing; Welstandsniveau 3, Soepele toetsing; Welstandniveau 4, Welstandsvrij.

3.4.4.3 Welstandniveau 4 Het plangebied ligt in een deelgebied waar welstandsniveau 4 geldt. In welstandniveau 4-gebieden toetst de commissie Ruimtelijke Kwaliteit, om uitlopende redenen, niet op welstand. Een gebied kan bijvoorbeeld om een stedenbouwkundig experiment welstandsvrij worden verklaard. Eventuele bouwplannen toetst de commissie wel aan alle andere voorschriften. In afbeelding 3.2 is een uitsnede uit de welstandsnota opgenomen. Het plangebied wordt met een rode ster aangeduid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Bestemmingsplan “Buitengebied West, Werverweg 8” Ontwerp

Afbeelding 3.2

Deelgebieden Welstandsnota gemeente Heerde (Bron: gemeente Heerde)

3.4.4.4 Toetsing van het initiatief aan de welstandsnota gemeente Heerde Aangezien het plangebied in een deelgebied ligt dat is aangeduid als welstandsvrij is nadere toetsing niet van belang. 3.4.5

Streekplanuitwerking Functieverandering 2007

3.4.5.1 Algemeen Voor de Regio Noord-Veluwe is het van groot belang dat de kwaliteit van het buitengebied behouden blijft en waar mogelijk verder ontwikkeld wordt. Hierbij gaat het zowel om de ruimtelijke, economische als om de sociale kwaliteiten (leefbaarheid). Voor de leefbaarheid van het gebied wordt het van belang bevonden dat het buitengebied hoofdzakelijk agrarisch blijft. De agrarische sector speelt van oudsher een rol in het buitengebied, zij heeft (mede) bijgedragen aan de huidige kwaliteiten. Desondanks zijn er de afgelopen jaren agrarische (bedrijfs)gebouwen vrijgekomen en de verwachting is dat deze trend zich de komende jaren voortgezet. Hierbij zullen de komende jaren steeds meer en grote agrarische bedrijven met de bedrijfsvoering stoppen, waarbij een grote oppervlakte aan bedrijfsgebouwen haar oorspronkelijke functie verliest en vrijkomt. 3.4.5.2 Functieverandering De gemeente Heerde heeft het beleidskader ‘Streekplanuitwerking Functieverandering 2007’ vastgesteld. Dit beleidsdocument maakt het mogelijk om met toepassing van de sloopnorm 500 m 2 en staking van de bedrijfsactiviteiten één compensatiewoning te bouwen. Bij een compensatiewoning mag 100 m 2 aan bijgebouwen worden toegevoegd.

Daarnaast mag de oppervlakte van de totale bebouwing niet meer dan van de oorspronkelijke bebouwing, de overtallige bebouwing wordt gesloopt en dient een landschappelijke inpassing plaats te vinden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Bestemmingsplan “Buitengebied West, Werverweg 8” Ontwerp 3.4.5.3 Toetsing van het initiatief De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van het slopen van circa 800 m2 aan opstallen van het voormalig agrarisch bedrijf. Hierbij wordt ruimschoots aan de sloopnorm van 500 m 2 voor een compensatiewoning voldaan. Daarbij wordt de overige bebouwing van het agrarisch bedrijfsperceel ook bij de sloopmeters meegenomen, waardoor een overschot van circa 300m2 onstaat. Een deel hiervan wordt ingezet ten behoeve van extra oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken. De ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast en er wordt een belangrijke maatschappelijke meerwaarde gerealiseerd. Hierbij wordt nadrukkelijk ingegaan op de ruimtelijke kwaliteit, terugbrengen van natuur- en cultuurhistorie en erfinrichting. Voor een uitwerking van het inrichtingsplan wordt verwezen naar bijlage 1 behorende bij deze toelichting. 3.4.6

Landschapsontwikkelingsplan IJsselvallei (LOP)

3.4.6.1 Algemeen Voor de gemeente Epe, Heerde en Voorst is een intergemeentelijk landschapsontwikkelingsplan opgesteld. Het LOP is gemaakt vanuit de gedachte dat mensen die werkelijk iets aanleggen in het buitengebied, gezamenlijk het landschap bouwen. Zij bepalen daarmee het landschapsbeeld. Het LOP heeft tot doel om deze landschapsbouwers te informeren, te betrekken en duidelijke instrumenten te geven om gezamenlijk te komen tot een goed landschap. Het Lop draagt inhoudelijk bij, door de kernkwaliteiten van het landschap te benoemen en deze nauwkeurig weer te geven op de zogenaamde ‘landdschapsvormkaart’. 3.4.6.2 Uitgangspunten Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt in algemene zin gestreefd naar; •

Het zoveel mogelijk laten aansluiten van ruimtelijke ontwikkelingen bij de visie op de verschillende landschapseenheden. Een goed voorbeeld is vrijkomende agrarische bebouwing (of meer in het algemeen functieverandering), die met het gebouw en de inrichting van het erf aansluiting moet zoeken bij de kernmerken en inrichtingswensen van het betreffende gebied.

3.4.6.3 Toetsing van het initiatief aan het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) Op de locatie wordt geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit door het perceel op een adequate wijze landschappelijk in te passen. Daarnaast neemt de ruimtelijke kwaliteit toe door de sloop van landschapsontsierende bebouwing. De landschapsmaatregelen die in het inrichtingsplan zijn opgenomen, zorgen voor de gewenste landschappelijk inpassing, waarbij o.a. gebruik wordt gemaakt van streekeigen soorten en het behouden van openheid. Voor een toelichting op de landschapsmaatregelen wordt verwezen naar bijlage 1 van deze toelichting. Geconcludeerd wordt dat het initiatief past binnen het Landschapsontwikkelingsplan. 3.4.7

Conclusie toetsing aan het gemeentelijke beleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

Bestemmingsplan “Buitengebied West, Werverweg 8” Ontwerp

HOOFDSTUK 4

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.

4.1

Geluid

4.1.1

Wettelijk kader

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 4.1.2

Situatie plangebied

Het plan voorziet in de realisatie van één nieuw geluidgevoelig object, namelijk een woning aan de achterzijde van het perceel. Daarom is een nadere beschouwing op basis van de Wet geluidhinder van belang. 4.1.2.1 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte afhankelijk is van het aantal rijstroken en van de ligging van het plangebied (binnenstedelijk gebied of buitenstedelijk gebied). De nieuw te realiseren woning ligt in ‘buitenstedelijk’ gebied binnen de wettelijk vastgestelde geluidszone, als bedoeld in art. 74 van de Wet geluidhinder, van de Werverweg. De voorkeurswaarde voor de geluidbelasting op de gevels van een woning ten gevolge van een weg bedraagt 48 dB. De gemeente Heerde beschikt over een Milieumodel. Het Milieumodel is samengesteld aan de hand van gegevens van verkeerstellingen en prognoses van de verkeersintensiteit in de komende jaren. Het Milieumodel geeft een beeld van de geluidbelasting als gevolg van het wegverkeer. Uit het Milieumodel is naar voren gekomen dat ter plaatse van het plangebied de 48 dB contour op enkele meters uit de hart van de Werverweg ligt. De woning wordt gerealiseerd op een ruimere afstand, circa 50 meter, waarmee voldaan zal worden aan de voorkeurswaarde. Daarnaast is er sprake van een werende werking door de aanwezige bebouwing.

Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. 4.1.2.2 Railverkeerslawaai Railverkeerslawaai wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten omdat de dichtstbijzijnde spoorlijn op zeer ruime afstand van het plangebied ligt.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

26

Bestemmingsplan “Buitengebied West, Werverweg 8” Ontwerp 4.1.2.3 Industrielawaai In de omgeving van het plangebied is geen gezoneerd bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig. Het aspect industrielawaai is niet van toepassing. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de nieuwe bedrijfswoning wordt verwezen naar paragraaf 4.5 (milieuzonering). 4.1.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=ff33f346-bc1e-4cd5-b277-75865de02819