CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

9.2.13. Bijlage 7.3 - Ecologische Quickscan Parallelweg 8 te Wapenveld

Raad 6 mei 2025, gemeente HeerdeBij agendapunt: A Vaststelling TAM-omgevingsplan Parallelweg 8 Wapenveld5.279 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Eco lo gis ch e q uic k s can

Parallelweg 8 te Wapenveld in h et k ader van b es tem min g sp l anw ij zi gi ng en ni euwb o uw wo ni ng

19 april 2023

Titel

Ecologische quickscan in het kader van bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw woning

Betreft

Quickscan Wet natuurbescherming

Locatie

Parallelweg 8 te Wapenveld

Uitvoering

Natuurlijk Doen Projecten Deventerweg 65 7245 PJ Laren gld.

Contactpersoon/

S. Boucherie, ecoloog

Rapportage

info@natuurlijkdoenprojecten.nl - 06 45 65 51 23

Opdrachtgever

De heer D. Buter

Contactpersoon

Mevrouw B. Pinkert, Cultuurland Advies pinkert@cultuurland.com - 06 10 51 19 57

Datum

19 april 2023

Status

Versie 1

I N H O U D S O P G AV E 1

INLEIDING

4

1.1 Aanleiding en doel 1.2 Beschrijving locatie en ingreep 1.3 Opzet onderzoek 1.4 Kwaliteitsborging

2

SOORTBESCHERMING

8

2.1 Vaatplanten 2.2 Broedvogels 2.3 Vleermuizen 2.5 Reptielen, am bieën, vissen en ongewervelden 2.6 Algemeen

3

GEBIEDSBESCHERMING

14

3.1 Natura 2000 3.2 Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Groene Ontwikkelingszone (GO)

4

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

18

4.1 Overzicht van de bevindingen 4.2 Aanbevelingen

BIJLAGE A  WETTELIJK KADER Inleiding Gebiedsbescherming Soortenbescherming Rode lijsten

20

1

INLEIDING

1.1 Aanleiding en doel In opdracht van de heer Buter voerde Natuurlijk Doen Projecten een ecologische quickscan uit aan de Parallelweg 8 te Wapenveld (gemeente Heerde). De initiatienemer is voornemens om op de locatie een woning te bouwen. De ingreep is getoetst aan de Wet natuurbescherming, onderdeel ‘soortenbescherming’. Voor dit onderzoek voldoet in eerste instantie een ‘quickscan’: een kort onderzoek op basis van een beknopt bronnenonderzoek en een veldbezoek, waarbij een deskundige inschatting wordt gemaakt van de mogelijke aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Naast de soortbescherming is een beoordeling gemaakt van de gebiedsbescherming. In dat kader is een inschatting gemaakt van de mogelijke ecologische gevolgen van de voorgenomen ingreep ten aanzien van Natura 2000-gebieden en het Gelders Natuurnetwerk. 1.2 Beschrijving locatie en ingreep Het perceel is gelegen aan de Parallelweg tussen huisnummer 8 en 9, buiten de bebouwde kom, aan de zuidkant van Wapenveld. Het plangebied bestaat uit een weiland. Er is geen bebouwing aanwezig. Begroeiing in de vorm van struiken en bomen is eveneens niet aanwezig. De begroeiing bestaat derhalve uit grassen en kruidachtige gewassen (zie afbeelding 1.1 en 1.3).

De voorgenomen ingrepen zijn als volgt: • Bouwrijp maken perceel • Realiseren nieuwbouw • Herinrichten terrein De ingrepen vallen onder de noemer “ruimtelijke ontwikkeling en inrichting”. 1.3 Opzet onderzoek De ecologische quickscan bestaat uit een beknopt literatuuronderzoek (verspreidingsatlassen, websites etc.), een veldbezoek en rapportage met bevindingen en advies. De locatie is op 17 april 2023 bezocht door S. Boucherie. Tijdens dit onderzoek is de locatie van de ingreep, inclusief de daaromheen liggende gronden, verkend op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Daarbij is in het bijzonder gelet op nesten van grondbroedende vogels, jaarrond beschermde nesten en verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen en de geschiktheid van het gebied als foerageergebied voor verschillende soorten. 1.4 Kwaliteitsborging Door de inzet van deskundigen op gebied van ecologie en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethoden is de kwaliteit van het onderzoek zoveel mogelijk gewaarborgd. Natuurlijk Doen Projecten hanteert de richtlijnen van het Netwerk Groene Bureaus (NGB), soortinventarisatieprotocollen van het NGB en/of richtlijnen kennisdocumenten van BIJ12. Toetsing van de aanpak en uitwisseling van ervaringen met gemeente, provincie en collega-onderzoekers vindt plaats op regelmatige basis.

4

Eco logische quicksca n Parallelweg 8 te Wapenveld

19 april 2023

Daarbij werkt Natuurlijk Doen Projecten nauw samen met Ruimte voor Advies, Harleman Natuur en Landschap en De Slijpkruik Ecologie. Garanties over aan-/afwezigheid van planten en dieren zijn niet te geven. Daarvoor is de aard en de opzet van een quickscan niet toereikend. Daarbij is het een eenmalige momentopname en houdt het geen rekening met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderingen in terreingebruik en –beheer. Ook dient er rekening te worden gehouden met de veranderingen in wet- en regelgeving. De geldigheidsduur van de rapportage bedraagt voor de zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar.

5

Eco logische quicksca n Parallelweg 8 te Wapenveld

19 april 2023

Afb. 1.1 - Luchtfoto plangebied, met het gele kader wordt globaal het onderzoeksgebied weergegeven. Bron ondergrond: pdok (geraadpleegd: april 2023)

Wapenveld

Afb. 1.2 - Globale ligging onderzoeksgebied Parallelweg 8 te Wapenveld (blauwe cirkel). Bron ondergrond: pdok (geraadpleegd: april 2023)

6

Eco logische quicksca n Parallelweg 8 te Wapenveld

19 april 2023

Afb. 1.3 - Overzicht plangebied. Opnamedatum: 17 april 2023

7

Eco logische quicksca n Parallelweg 8 te Wapenveld

19 april 2023

2

SOORTBESCHERMING

Een quickscan ‘soortbescherming’ bestaat uit een verkennende inventarisatie naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde dier- en plantensoorten en de beoordeling of er van het voornemen een (in)direct effect op deze soorten uitgaat. Is er sprake van (een mogelijke) aanwezigheid van een beschermde soort, dan is een vervolgonderzoek nodig. 2.1 Vaatplanten Het onderzoeksgebied bestaat uit weiland zonder opgaande begroeiing. Langs de randen van het perceel staan enkele bomen, welke tot de aanliggende percelen behoren (zie afbeelding 2.1). Beschermde soorten zijn niet waargenomen binnen het onderzoeksgebied. Ook zijn hier geen waarnemingen bekend in de NDFF van beschermde soorten. De veldverkenning geeft geen aanwijzing dat dit wel het geval zou zijn. Geschikt biotoop voor dergelijke soorten ontbreekt in het weiland. Het onderzoeksgebied leent zich niet voor bijzondere vegetaties. Naast grassen, zoals Engels raaigras, Gewone veldbies, Kropaar, Straatgras en Vossenstaart, zijn er algemene kruidachtigen te vinden, zoals Kleine leeuwetand, Madelief, Paardebloem, Paarse dovenetel, Pinksterbloem, Ridderzuring, Scherpe boterbloem en Vogelmuur (zie afbeelding 2.2 en 2.3). Door het huidige beheer, de voedselrijkdom en het ontbreken van zeer specifieke biotopen waar beschermde planten worden aangetroffen, is aanwezigheid van beschermde vaatplanten uit te sluiten binnen het plangebied.

Effect Binnen het plangebied komen geen beschermde vaatplanten voor en deze worden ook niet verwacht. Een negatief effect op beschermde plantensoorten is uitgesloten. 2.2 Broedvogels Vogels met jaarrond beschermde verblijfplaats Van een aantal vogelsoorten is het nest jaarrond beschermd, dus ook buiten het broedseizoen. Het gaat bijvoorbeeld om soorten die niet zelf hun nest bouwen, maar voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van menselijke bebouwing, soorten die jarenlang dezelfde locatie gebruiken of soorten waarvan het nest ook buiten de broedperiode gebruikt wordt. Ook andere onderdelen van de leefomgeving van belang voor het functioneren van een jaarrond beschermde nestplaats zijn beschermd. Denk hierbij aan jachtgebied van uilen en roofvogels of schuil- en slaapplekken van Huismus in struiken en onder dakpannen. In het plangebied is geen bebouwing aanwezig. De aanwezigheid van vaste, jaarrond beschermde nestplaatsen van gebouwbewonende vogels is dan ook uitgesloten. Huismus is niet aangetroffen tijdens het veldbezoek en er zijn geen meldingen bekend in de data van NDFF. De aanwezigheid van Huismus sluiten we uit. De data uit NDFF vermeldt verschillende roofvogels (Boomvalk, Buizerd, Havik, Sperwer, Torenvalk en Wespendief) en uilen (Bosuil, Kerkuil, Oehoe, Ransuil en Steenuil) in een straal van 5 kilometer rondom het onderzoeksgebied.

Het veldbezoek wijst uit dat vaste verblijfplaatsen van roofvogels en uilen in het gebied ontbreken. Er zijn geen roestplekken, uitwerpselen, voedselresten, veren en/of braakballen aangetroffen. Er zijn geen geschikte bomen in het plangebied en ook in de bomen op de omliggende percelen zijn geen nestkasten of geschikte nestholtes. Gezien het ontbreken van gebruikssporen kan worden vastgesteld dat

8

Eco logische quicksca n Parallelweg 8 te Wapenveld

19 april 2023

het plangebied niet in gebruik is als jaarrond beschermde verblijfplaats van roofvogels of uilen. Het heeft geen wezenlijke functie voor bovengenoemde soorten. Mogelijk is het plangebied in gebruik als foerageergebied, maar dit is na de ingreep eveneens een mogelijkheid. Naast de soorten met jaarrond beschermde nesten categorie 1 t/m 4 komen er ook broedvogels van categorie 5 in de omgeving voor. De data van NDFF vermeldt onder andere Boomklever, Boomkruiper, Groene specht, Grote bonte specht, Kleine bonte specht, Koolmees, Pimpelmees en Zwarte kraai nabij het plangebied. Van de soorten die zijn opgenomen in categorie 5 op de lijst met jaarrond beschermde nesten is het nest alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende ecologische redenen of omstandigheden dit rechtvaardigen. Dit betekent in de praktijk vooral wanneer er weinig tot geen alternatieven in de omgeving zijn en/of wanneer het een relatief groot deel van de populatie betreft. In dit geval zijn er volop alternatieven in de omgeving beschikbaar waardoor de staat van instandhouding met zekerheid niet in het geding komt en de eventuele nesten van deze soorten niet jaarrond beschermd zijn. Van deze soorten is het nest alleen beschermd in de periode dat het voor de voortplanting gebruikt wordt, ofwel vanaf de nestbouw totdat de jongen het nest permanent en vrijwillig verlaten hebben.

Overige broedvogels De opgaande begroeiing rondom het perceel is geschikt voor algemene broedvogels, zoals Merel, Roodborst, Winterkoning en Houtduif. Tijdens het broedseizoen is er een aanzienlijke kans op broedgevallen van deze soorten in de opgaande begroeiing rond het plangebied. Eveneens bestaat de kans op broedgevallen van grondbroedende vogels op het terrein. Er zijn echter geen nesten of nestrestanten aan getroffen. Werkzaamheden tijdens de broedperiode van de te verwachte soorten kunnen leiden tot sterk negatieve effecten op broedende vogels. Het verstoren of vernielen van bezette nesten is een overtreding van de Wet natuurbescherming artikel 3.1 lid 2 (opzettelijk vernielen, beschadigen of weghalen van nesten of rustplaatsen) en lid 4 (opzettelijk verstoren) en dient altijd voorkomen te worden. Negatieve effecten op deze broedvogels zijn te voorkomen door werkzaamheden binnen de invloedsfeer van nestplaatsen te starten buiten het broedseizoen. Tijdens het broedseizoen kunnen de werkzaamheden uitsluitend worden uitgevoerd nadat kort voor het uitvoeren van de werkzaamheden een ecologische deskundige een broedvogelcheck heeft uitgevoerd en heeft bepaald dat binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden geen broedgevallen aanwezig zijn. Het broedseizoen is geen vastgestelde periode, uitsluitend van belang is de aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten.

Indicatief wordt vaak de periode half maart – half augustus gehanteerd, omdat in deze periode de kans op broedgevallen het grootst is. Van de te verwachten broedvogels is het nest alleen beschermd in de periode dat het voor de voortplanting gebruikt wordt, ofwel vanaf de nestbouw totdat de jongen het nest permanent en vrijwillig verlaten hebben. Worden toch bezette nesten aangetroffen dan dienen werkzaamheden met een mogelijk negatief effect te worden uitgesteld totdat de ouders klaar zijn met broeden en de jongen zelfstandig het nest definitief hebben verlaten. Effect De planlocatie is niet geschikt of in gebruik als nestlocatie voor soorten met jaarrond beschermde nesten categorie 1 t/m 4. Aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van Huismus, uilen en roofvogels in het plangebied is uitgesloten. Als foerageergebied blijft het na de ingreep beschikbaar. Nader onderzoek naar deze soorten is niet nodig. Een negatief effect kan optreden voor vogels met jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen categorie 5 en algemene broedvogels wanneer de werkzaamheden binnen het broedseizoen worden

9

Eco logische quicksca n Parallelweg 8 te Wapenveld

19 april 2023

uitgevoerd. Nesten kunnen worden vernield of dusdanig verstoord dat broedvogels hun nest de nitief verlaten, dit leidt tot een verbodsbepaling zoals genoemd in artikel 3.1, lid 4 van de Wet natuurbescherming. Het is noodzakelijk om de werkzaamheden uit te voeren buiten het broedseizoen (in de periode half maart - half augustus) of om vlak voor de werkzaamheden een broedvogelcheck uit te laten voeren door een ecologisch deskundige (volgens de nitie van de RVO) om aan te tonen dat broedgevallen niet aanwezig zijn binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. 2.3 Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn zwaar beschermd vanuit de Europese Habitatrichtlijn. Geschikte verblijfplaatsen zijn vaak beperkt beschikbaar. Door sloop en renovatie zijn de laatste decennia veel potentiële verblijfplaatsen verdwenen. Niet alleen verblijfplaatsen, maar ook lineaire, doorlopende landschapselementen waarlangs vleermuizen zich verplaatsen tussen slaapplek en foerageergebied (zogenaamde vliegroutes) en belangrijk foerageergebied zijn beschermd. In de omgeving van het plangebied wordt met name Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger, Rosse vleermuis en Ruige dwergvleermuis verwacht. Deze soorten worden in de NDFF-data in de nabije omgeving van het plangebied genoemd.

De verkenning in het veld moet uitwijzen of het plangebied mogelijk geschikte holten of sporen van een verblijfplaats vertoont. Gewone dwergvleermuis en Laatvlieger zijn met name gebonden aan gebouwen; de andere soorten komen ook of voornamelijk in holtes in bomen voor. Verblijfplaatsen Een aantal in Nederland voorkomende vleermuissoorten wordt voornamelijk in gebouwen aangetroffen. Een voorwaarde is dat er geschikte, toegankelijke ruimtes voor vleermuizen aanwezig zijn. Daarnaast zijn er vleermuissoorten die hoofdzakelijk in bomen verblijven. Holten, scheuren en ruimtes achter losse stukken bast vormen bijvoorbeeld geschikte verblijfplaatsen. Er zijn ook soorten die zowel in bomen als in gebouwen worden aangetroffen. In het plangebied zijn geen gebouwen of bomen aanwezig. Verblijfplaatsen van gebouw- en/of boombewonende vleermuizen kan derhalve worden uitgesloten. Foerageergebied en vliegroutes Boven het plangebied wordt mogelijk gefoerageerd door vleermuizen. Er is echter geen sprake van een foerageergebied dat van essentieel belang is voor vleermuizen. Er zijn in de directe omgeving voldoende en betere mogelijkheden aanwezig. Daarnaast blijft tijdens en na de ruimtelijke ontwikkeling het plangebied geschikt als foerageergebied. Vleermuizen kunnen de begroeiing langs het plangebied gebruiken om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebied.

Vleermuizen gebruiken de lijnvormige landschappelijke structuren, zoals opgaande begroeiing, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebied. De begroeiing maakt mogelijk deel uit van een vliegroute van vleermuizen. Echter, deze blijft gehandhaaft. Daarbij zijn er voldoende lijnvormige landschappelijke structuren in de directe omgeving om de functionaliteit van het omliggende gebied voor vleermuizen te behouden. Er is geen sprake van essentieel foerageergebied of vaste vliegroutes voor vleermuizen. Lichtverstoring van foeragerende vleermuizen kan zich voordoen wanneer tijdens de werkzaamheden gebruik wordt gemaakt van bouwlampen tussen zonsondergang en zonsopkomst. Het is van belang om lichtverstoring op foeragerende vleermuizen te voorkomen. Door een toename van verlichting raken vleermuizen gedesoriënteerd en vinden hun weg niet terug naar hun verblijf-

10

Eco logische quicksca n Parallelweg 8 te Wapenveld

19 april 2023

plaatsen. Vanuit de algemene zorgplicht (artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming) dient een toename van verlichting voorkomen te worden tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie. Het voorkomen van lichtverstoring kan door zowel tijdens de realisatiefase als de gebruiksfase uitstraling van eventuele bouwlampen, buiten- en binnenverlichting te voorkomen. Gebruik zo nodig afschermende armaturen, beperk de verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter, gebruik eventueel vleermuisvriendelijke verlichting (zogeheten ‘batlampen’) en plaats niet meer verlichting dan nodig. De actieve periode van vleermuizen loopt globaal van april t/m november, waarbij ze tussen zonsondergang en zonsopkomst daadwerkelijk vliegen en gevoelig zijn voor verstoring. Te allen tijde mag de verlichting niet gericht zijn op de boomkronen. Effect Door de afwezigheid van bebouwing en bomen in het plangebied zijn vaste rust- en voortplantingsplaats van gebouw- en boombewonende vleermuizen uitgesloten. Aanvullend onderzoek is niet aan de orde. De voorgenomen activiteiten hebben geen negatief effect op vaste vliegroutes of essentieel foerageergebied van vleermuizen. Voorkom vanuit de zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming lichtverstoring op het niet-essentieel foerageergebied en passerende vleermuizen tijdens de aanleg- en gebruiksfase.

Zorg dat te allen tijde geen verlichting gericht is op boomkronen en gebouwen. 2.4 Grondgebonden zoogdieren Onder “grondgebonden zoogdieren” worden hier bedoeld alle zoogdieren met uitzondering van vleermuizen. Dit zijn knaagdieren, haasachtigen, insecteneters en marters, die vanuit de omgeving toegang hebben tot het terrein. In de omgeving van het plangebied zijn binnen de laatste 5 jaar vanuit de NDFF waarnemingen bekend van de volgende (niet-vrijgestelde) beschermde, grondgebonden zoogdiersoort: Boommarter, Bunzing, Das, Edelhert, Eekhoorn, Otter, Steenmarter, Wild zwijn en Wolf. Daarnaast komen diverse algemene grondgebonden zoogdieren voor in de omgeving van het plangebied, waarvoor een provinciale vrijstelling geldt: Egel, Haas, Konijn, Ree, Vos en algemene (spits-)muisachtigen. Het plangebied is ongeschikt als verblijfplaats of leefgebied voor beschermde zoogdiersoorten door de cultuurlijke inrichting, het ontbreken van potentiële verblijfplaatsen, de hoge mate van menselijke verstoring en het intensieve terreingebruik. In en rond het onderzoeksgebied zijn geen sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van (vaste rust- of verblijfplaatsen) van beschermde soorten zoogdieren. Het betreft hier weinig geschikt foerageergebied en ongeschikt leefgebied en de aanwezigheid is uitgesloten. Het is niet uitgesloten dat Egel voorkomt in de verruigde delen langs het terrein.

Bosschages rondom het terrein kunnen gebruikt worden om te foerageren voor marterachtigen en Egel, maar is met zekerheid geen onderdeel van een essentieel foerageergebied gezien het beperkte oppervlak (hooguit enkele tientallen vierkante meters). Er zijn voldoende mogelijkheden in de omgeving. Algemene zoogdiersoorten, zoals Veldmuis, Huisspitsmuis en Huismuis, komen vrijwel zeker in het palngebied voor. Voor de te verwachten soorten geldt een provinciale vrijstelling van de ontheffingsplicht voor het overtreden van verbodsbepalingen in geval van ruimtelijke ingrepen.

11

Eco logische quicksca n Parallelweg 8 te Wapenveld

19 april 2023

Effect Het plangebied is geen wezenlijk onderdeel van leefgebied van beschermde, grondgebonden zoogdiersoorten. Hiervoor is het te cultuurlijk, te intensief in gebruik en is de mate van menselijke verstoring te hoog. Negatief effect op vaste verblijfplaatsen en functionele leefomgeving van beschermde, grondgebonden zoogdieren door de voorgenomen ingrepen wordt uitgesloten. De effecten op overige, algemene kleine zoogdiersoorten die onbeschermd zijn of waarvoor een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen geldt, is dit eveneens het geval. Het uitvoeren van nader onderzoek is voor wat betreft grondgebonden zoogdieren niet nodig. 2.5 Reptielen, am bieën, vissen en ongewervelden Er zijn vanuit de NDFF geen waarnemingen van amfibieën bekend vanuit het plangebied. Wel zijn er in de wijdere omgeving maar liefst acht soorten waargenomen. Bastaardkikker, Bruine kikker, Gewone pad, Groene kikker en Kleine watersalamander zijn algemene soorten waarvoor een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen en ontwikkelingen geldt. Zwaarder beschermde soorten als Kamsalamander, Poelkikker en Rugstreeppad (allen HR) zijn in de wijdere omgeving waargenomen. Aanwezigheid van deze zwaarder beschermde soorten in het plangebied is uitgesloten door het ontbreken van voortplantingswater voor amfibieën.

Uitsluitend als landhabitat voor de Bruine kikker en Gewone pad, algemene amfibiesoorten die zich buiten de voortplantingsperiode relatief ver van water kunnen begeven, zijn de begroeide delen van het terrein geschikt. Tijdens veldbezoek zijn geen amfibieën waargenomen. Reptielen worden voornamelijk aangetroffen in overgangen tussen bos en heide of bijvoorbeeld hoogveen. De Ringslang komt bovendien in waterrijke gebieden zoals uiterwaarden voor. NDFF meldt in de wijdere omgeving Hazelworm, Levendbarende hagedis en Zandhagedis. Het onderzoeksgebied voldoet aan geen van de voorwaarden die deze reptielen aan hun leefomgeving stellen. Ook voor zwaar beschermde of bedreigde dagvlinders, libellen en andere soortgroepen ontbreken de vaak zeer specifieke voorwaarden die ze aan hun leefgebied stellen. Het is daarom uitgesloten dat dergelijke soorten hier voorkomen. Effect Negatieve effecten op beschermde, niet-vrijgestelde reptielen, am bieën, vissen en ongewervelden zijn uitgesloten. Er is geen nader onderzoek naar deze soortgroepen nodig. 2.6 Algemeen

12

•

Ten aanzien van alle dieren en planten (beschermd of niet beschermd) geldt dat men zich dient te houden aan de algemene zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden;

•

Wanneer tijdens werkzaamheden toch beschermde soorten worden aangetroffen, dienen werkzaamheden tijdelijk te worden stilgelegd en moet contact opgenomen worden met een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van EZ) op het gebied van flora en fauna. Overleg met de deskundige moet duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan.

Eco logische quicksca n Parallelweg 8 te Wapenveld

19 april 2023

Afb. 2.1 en 2.2 - Overzicht plangebied met opgaande begroeiing buitenlangs het perceel. Het weiland bestaat uit grassen en kruidachtigen, zoals Engels raaigras, Straatgras, Paardebloem, Madelief, Ridderzuring en Scherpe boterbloem.

Afb. 2.3 - kruidachtigen in het weiland.

13

Eco logische quicksca n Parallelweg 8 te Wapenveld

19 april 2023

3

GEBIEDSBESCHERMING

De Wet natuurbescherming maakt onderscheidt tussen soort- en gebiedsbescherming. Bij het onderdeel ‘gebiedsbescherming’ wordt de aanwezigheid van beschermde natuurgebieden, zoals Natura 2000-gebieden en overige onderdelen van het Natuurnetwerk Nederland en de beoordeling of er van het voornemen een (in)directe effect uitgaat behandeld. Is er sprake van een mogelijk negatief effect, dan is planaanpassing en/of nader onderzoek nodig. 3.1 Natura 2000 Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ ligt op minimaal 325 meter in westelijke richting (zie afbeelding 3.1 van het plangebied). De aard van de voorgenomen werkzaamheden maakt dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of in de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Gezien de aard en schaal van het project zijn directe negatieve effecten op aangewezen soorten en habitattypen van de nabijgelegen Natura 2000-gebieden uitgesloten, met mogelijke uitzondering van externe effecten door stikstof tijdens de realisatiefase en toekomstige gebruiksfase. De kortste afstand tot stikstofgevoelige habitattypen bedraagt eveneens minimaal 325 meter (zie afbeelding 3.2). Dit betreft de zeer stikstofgevoelige habitattypen ‘Bos van arme zandgrond’ (Lg13) en ‘Droge heiden’(ZGL4030). De voorgenomen activiteiten leiden mogelijk tot een toename van stikstofemissie zowel in de realisatiefase als tijdens het nieuwe gebruik van het plangebied.

Door de realisatiefase is door de inzet van machines en aan- en afvoer van materialen een tijdelijke toename van stikstofdepositie in het plangebied. In de gebruiksfase kan er mogelijk een toename optreden door de toenemende verkeersbewegingen van bewoners en door de stikstofuitstoot van de woning. De kans op significante effecten op stikstofgevoelige habitattypen en-soorten is gezien de afstand tot de stikstofgevoelige habitattypen aanwezig. Het is niet op voorhand uit te sluiten dat de voorgenomen activiteiten en het nieuwe gebruik leiden tot significante effecten op doelstellingen van stikstofgevoelige habitattypen en - soorten. Met behulp van de online rekentool AERIUS Calculator (versie 2023) kan berekend worden of er sprake is van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. Voor ontwikkelingen waarbij is aangetoond dat er géén sprake is van een toename in stikstofdepositie (ofwel < 0,00 mol/hectare/jaar) is geen vergunning nodig. Is er wel sprake van een toename op stikstofgevoelige habitattypen, dan geldt er een vergunningsplicht. Effect Gezien de aard van de ontwikkelingen en het ontbreken van verbinding met Natura 2000-gebied zijn negatieve effecten op aangewezen soorten en habitattypen van Natura 2000-gebied uitgesloten.

Verdiepende toetsing van effecten op Natura 2000-gebieden is niet aan de orde, met uitzondering van een mogelijke toename van de stikstofemissie. Voer ter bevestiging een stikstofberekening uit om te bepalen of er sprake is van een meetbare toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden gebieden en of vervolgstappen, zoals aanvullende toetsing en/of een vergunningaanvraag, aan de orde zijn.

14

Eco logische quicksca n Parallelweg 8 te Wapenveld

19 april 2023

3.2 Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Groene Ontwikkelingszone (GO) Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) (zie afbeelding 3.3). Er worden geen effecten verwacht op de ecologische doelstellingen en kernkwaliteiten van het GNN, doordat de aard van het plangebied niet wezenlijk verandert. Effect De ontwikkelingen leiden niet tot (externe) negatieve effecten op de kernkwaliteiten en doelstellingen van het GNN en GO, doordat het plangebied buiten deze zones ligt. Het uitvoeren van een ‘nee, tenzij’toets is niet aan de orde.

15

Eco logische quicksca n Parallelweg 8 te Wapenveld

19 april 2023

325 meter

Afb. 3.1 - De (globale) ligging van het plangebied (rode cirkel) ten opzichte van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ op minimaal 325 meter. Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied worden door de aard van de voorgenomen werkzaamheden en de ligging van het plangebied niet verwacht, met uitzondering van een mogelijke toename van de stikstofemissie. Bron: https://geocontent.rvo.nl/Natura2000

325 meter

Afb. 3.2 - De ligging van het plangebied (rode cirkel) ten opzichte van stikstofgevoelige habitattypen. De kortste afstand is ca. 325 meter en betreft het zeer stikstofgevoelige habitattype ‘Bos van arme zandgrond’ (Lg13). Bron: AERIUS Monitor.

16

Eco logische quicksca n Parallelweg 8 te Wapenveld

19 april 2023

Afb. 3.3 - De ligging van het plangebied (rode cirkel) ten opzichte van het GNN (donkergroen) en GO (lichtgroen). Het plangebied is geen onderdeel van het GNN of GO. Negatieve effecten op de ecologische doelstellingen en kernkwaliteiten van GNN en GO worden niet verwacht door de aard van de ingreep. Bron: Geoportaal Gelderland.

17

Eco logische quicksca n Parallelweg 8 te Wapenveld

19 april 2023

4

CO N C LU S I E S E N A A N B E V E L I N G E N

4.1 Overzicht van de bevindingen Soortbescherming

Aanwezig

Effect

Aanbeveling

Flora - beschermde soorten

nee

geen

geen

Vogels - jaarrond beschermde nesten

nee

geen

geen

Vogels - algemene broedvogels

mogelijk

mogelijk

zie bij 4.2

Vleermuizen - verblijfplaatsen

nee

geen

geen

Vleermuizen - vliegroutes

nee

geen

geen

Vleermuizen - esssentieel foerageergebied

nee

geen

geen

Vleermuizen - lichtverstoring

mogelijk

mogelijk

zie bij 4.2

Zoogdieren - gebouwbewonend

nee

geen

geen

Zoogdieren - grond-/boombewonend

mogelijk

geen

geen

Zoogdieren - vrijgestelde soorten

mogelijk

mogelijk

zorgplicht

Amfibiën - vrijgestelde soorten

beperkt mogelijk

mogelijk

zorgplicht

Overige beschermde soorten

nee

geen

geen

Gebiedsbescherming

Aanwezig

Effect

Aanbeveling

Natura 2000 - doelsoorten/habitattypen

nee

geen

geen

Natura 2000 - stikstof

mogelijk

mogelijk

zie bij 4.2

GNN en GO

nabij

geen

geen

4.2 Aanbevelingen Vogels - algemene broedvogels • Voer mogelijk verstorende werkzaamheden uit buiten het broedseizoen of neem voorafgaand aan het broedseizoen maatregelen om vestiging van broedgevallen binnen verstoringsgevoelige delen van het plangebied te voorkomen. Het broedseizoen is geen vaste periode, maar voor de meeste soorten is de periode half maart - half augustus een goede indicatie. Bij start van de werkzaamheden tijdens het broedseizoen is een broedvogelcheck door een erkend deskundige noodzakelijk om aanwezigheid van broedgevallen te onderzoeken. Indien nodig worden werkzaamheden uitgesteld totdat eventuele nesten verlaten zijn. Vleermuizen • Vanuit de zorgplicht is het van belang om onnodige lichtverstoring op mogelijke foerageergebieden en vliegroutes zoveel mogelijk te beperken of voorkomen, met name tijdens de actieve periode van vleermuizen. De actieve periode van vleermuizen loopt globaal van april t/m november, waarbij ze tussen zonsondergang en zonsopkomst daadwerkelijk vliegen en gevoelig zijn voor verstoring. Onnodige lichtverstoring op het mogelijke foerageergebied en de vliegroutes van vleermuizen dient voorkomen te worden volgens de algemene zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Dit kan door tijdens de aanleg- en gebruiksfase uitstraling van eventuele bouwlampen,

18

Eco logische quicksca n Parallelweg 8 te Wapenveld

19 april 2023

buitenverlichting en straatverlichting naar boven te voorkomen. Gebruik bijvoorbeeld afschermende armaturen, beperk de verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter, gebruik ‘batlampen’ en plaats niet meer verlichting dan nodig. T.a.v. zorgplicht en calamiteiten: • Ten aanzien van álle dieren en planten (beschermd of niet beschermd) geldt de ‘Algemene zorgplicht’. Met name geldt dit voor algemene soorten zoogdieren en amfibieën, waarvoor een provinciale vrijstellling geldt. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden en dat er ‘met zorg voor de natuur’ gewerkt dient te worden; •

Worden er tijdens de werkzaamheden toch beschermde soorten aangetroffen, leg dan het werk tijdelijk stil en neem contact op een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van EZ) op het gebied van flora en fauna. Overleg met de deskundige en bevoegd gezag moet in dat geval duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan.

Gebiedsbescherming • De voorgenomen ingrepen leiden niet tot netatieve effecten op doelstellingen of kernkwaliteiten van beschermde natuurgebieden (Natura 2000, GNN en GO), met mogelijke uitzondering van stikstofgevoeligheid. Nadere toetsing naar effecten op aangewezen doelsoorten voor Natura 2000-gebieden en nadere toetsing aan het GNN of GO zijn niet aan de orde, met uitzondering van een stikstofberekening voor de aanlegfase en toekomstige gebruiksfase; •

19

Het voornemen leidt mogelijk tot een toename van de stikstofuitstoot en negatieve effecten op stikstofgevoelige habitattypen. Voer voor de aanleg- en toekomstige gebruiksfase een berekening uit in online rekenprogramma AERIUS Calculator. Als er geen toename is, dan zijn negatieve effecten uitgesloten. Is er wél een toename op stikstofgevoelige habitattypen en doelsoorten, dan is verdiepende toetsing en/of vergunningaanvraag noodzakelijk.

Eco logische quicksca n Parallelweg 8 te Wapenveld

19 april 2023

BIJLAGE A - WETTELIJK KADER Inleiding In Nederland is de wetgeving omtrent de bescherming van natuurwaarden gesplitst in soortbescherming en gebiedsbescherming. De bescherming was voorheen geregeld in respectievelijk de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. Voor houtopstanden gold de Boswet. Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden die de bovenstaande wetten vervangt. Wat betreft gebiedsbescherming is er weinig veranderd. Op het gebied van soortenbescherming hebben zich diverse wijzigingen voorgedaan. Zo zijn veel planten en vissen onder de nieuwe wet niet meer beschermd, terwijl een aantal zeldzame dagvlinders en libellen juist zijn toegevoegd. Verder is het bevoegd gezag in de meeste gevallen GS van de provincie, waar dat eerder de RVO was. De provincies hebben meer zeggenschap over het beleid, wat zich vooral uit in het feit dat er verschillen zijn in de vrijstellingslijsten van soorten waarvoor bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting of bestendig beheer en onderhoud vrijstelling geld. Meer informatie over de Wet natuurbescherming is onder andere terug te vinden op de websites van de Rijksoverheid en de verschillende provincies. Gebiedsbescherming Gebiedsbescherming was voorheen opgenomen in de Natuurbeschermingswet 1998 en heeft de bescherming en instandhouding van natuurgebieden in Nederland als doel.

Daartoe zijn gebieden aangewezen in het kader van de Vogelrichtlijn (VR-gebieden), Habitatrichtlijn (HR-gebieden) en het Verdrag van Ramsar (Wetlands). Beschermde Natuurmonumenten vervallen onder de Wet natu-urbescherming omdat deze vrijwel geheel samenvallen met Natura 2000-gebieden. De VR- en HR-gebieden worden samengevat onder de noemer Natura 2000. Voor de Natura 2000-gebieden worden/zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor specifieke vogelsoorten of habitats. Deze kunnen van gebied tot gebied verschillen. De hierboven genoemde gebieden kunnen overlappen. Activiteiten die een negatief effect hebben op Natura 2000-gebieden zijn verboden. Dat geldt ook voor activiteiten buiten de gebieden die een negatief effect hebben binnen het gebied, zoals een toename van stikstofemissie en -depositie met mogelijke gevolgen voor stikstofgevoelige habitattypen. Voor activiteiten is een vergunning mogelijk. Een vergunning wordt pas afgegeven wanneer een zogenaamde ‘habitattoets’ is doorlopen. Hieruit moet blijken dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast en de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van de soorten niet verslechtert en geen verstoring van soorten optreedt. Een vergunning wordt afgegeven door de betreffende provincie.

Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) komen voort uit het herdefiniëren van de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS) door de provincie Gelderland. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In het GNN is uitsluitend sprake van een natuurbestemming. Binnen het GNN zijn ruimtelijke ontwikkelingen slechts mogelijk wanneer deze van groot algemeen of provinciaal belang zijn én er geen reële alternatieven zijn. Er geldt dan wel een compensatieverplichting om negatieve effecten teniet te doen. De GO bestaat uit ‘niet-natuurlijke’ elementen van de voormalige EHS zoals infrastructuur en bebouwing. In de GO liggen meer ontwikkelingsmogelijkheden voor bijvoorbeeld bedrijven. De begrenzing en doelstellingen van GNN en GO worden door de provincie vastgesteld en is in verwerkt in de omgevingsvisie en -verordening.

20

Eco logische quicksca n Parallelweg 8 te Wapenveld

19 april 2023

Soortenbescherming Onder de Wet natuurbescherming zijn verschillende beschermingsregimes te onderscheiden: soorten van de Vogelrichtlijn (VR), soorten van de Habitatrichtlijn (HR) en overige beschermde soorten genoemd in bijlage A behorend bij artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Daarnaast hebben provincies de vrijheid om voor bepaalde soorten uit de laatste categorie vrijstelling te verlenen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer en onderhoud. Gedetailleerde informatie over het onderdeel soortenbescherming, inclusief lijsten van beschermde soorten, is onder meer te vinden op de website van de Rijksoverheid Rode lijsten Rode lijsten geven een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of duidelijk achteruit zijn gegaan. Rode lijsten hebben een signaleringsfunctie en geen juridische status. Plaatsing op de lijst betekent daarom niet automatisch dat de soort beschermd is. Daarvoor is opname van de soort onder de Wet natuurbescherming nodig. De Rode lijsten zijn richtinggevend voor toekomstig beleid. Van overheden en terreinbeherende organisaties wordt verwacht dat zij bij beleid en beheer rekening houden met de Rode lijsten.

21

Eco logische quicksca n Parallelweg 8 te Wapenveld

19 april 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=fea4df62-b72f-4340-bf87-98864896424a