CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

9.2.13. Bijlage 10 toelichting_Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming

Raadscommissie 18 september 2023, gemeente HeerdeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan ‘Centrumplan Heerde’7.331 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Centrumproject Heerde Projectcode: P02473 Versie: Definitief

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Centrumproject Heerde

Colofon Titel:

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Centrumproject Heerde

Projectcode Versie: Datum

P02473 Definitief 15-11-2022

Opdrachtgever:

Buro Noord B.V. Tukseweg 75 8331 LB Steenwijk

Uitvoerder

Email: Website:

GRAS Advies bv Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo ecologie@grasadvies.nl https://grasadvies.nl/

Contactpersoon: Telefoon: Email:

Michael Witjes 06 55476553 Michael.witjes@grasadvies.nl

Projectcode: P02473 Versie: Definitief

Pagina 2 van 22

Huismanstraat 6 6851 GT Huissen

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Centrumproject Heerde

Inhoudsopgave 1

Inleiding.............................................................................................................................................. 5

1.1

Inleiding.............................................................................................................................................. 5

1.2

Projectgebied ..................................................................................................................................... 6

2

Werkwijze........................................................................................................................................... 8

2.1

Vleermuizen ....................................................................................................................................... 8

2.2

Huismus ............................................................................................................................................. 8

2.3

Gierzwaluw ........................................................................................................................................ 9

2.4

Kleine marterachtigen ........................................................................................................................ 9

2.4.1

Werkwijze........................................................................................................................................... 9

2.4.2

Onderzoeksmethoden ....................................................................................................................... 9

2.5

Steenmarter ..................................................................................................................................... 11

2.6

Eekhoorn.......................................................................................................................................... 11

2.7

Roek................................................................................................................................................. 11

2.8

Uitvoering locatieonderzoeken ........................................................................................................ 12

3

Resultaten ........................................................................................................................................ 14

3.1

Vleermuizen ..................................................................................................................................... 14

3.2

Huismus ........................................................................................................................................... 15

3.3

Gierzwaluw ...................................................................................................................................... 17

3.4

Kleine marterachtigen ...................................................................................................................... 18

3.5

Eekhoorn.......................................................................................................................................... 18

3.6

Roek ................................................................................................................................................. 18

3.7

Overige soorten ............................................................................................................................... 19

4

Conclusies en advies ....................................................................................................................... 20

5. Bronnen ....................................................................................................................................................... 21

Projectcode: P02473 Versie: Definitief

Pagina 3 van 22

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Centrumproject Heerde

Bijlagen Bijlage 1: Wet natuurbescherming Bijlage 2: Stappenplan Ministerie van Economische Zaken

Projectcode: P02473 Versie: Definitief

Pagina 4 van 22

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Centrumproject Heerde

1 Inleiding 1.1

Inleiding

Het projectgebied bestaat uit de voormalige gemeentewerf van Heerde en enkele percelen in de directe omgeving daarvan. Op het terrein bevinden zich enkele gebouwen. Tevens zijn meerdere bomen en struwelen aanwezig. Grote delen van het terrein zijn verhard. Het projectgebied bestaat uit 4 deelgebieden met 4 verschillende eigenaren. Voor dit rapport is onderzoek gedaan naar 3 van de 4 deelgebieden. Men is voornemens op deze locatie woningbouw te realiseren. Hiertoe worden de bestaande gebouwen gesloopt en mogelijk meerdere bomen gerooid en struweel verwijderd. De exacte planning is nog niet bekend. Bij dergelijke ruimtelijke ingrepen dient rekening gehouden te worden met beschermde gebieden, houtopstanden en plant- en diersoorten. De Wet natuurbescherming omvat de regelgeving betreffende deze soorten en gebieden. De Wet natuurbescherming is van kracht sinds januari 2017 en vervangt de drie oude wetten: ‘Natuurbeschermingswet 1998’, ‘Boswet’ en ‘Flora- en Faunawet’. Doelstelling van de Wet natuurbescherming is bescherming van de biodiversiteit, decentralisatie van verantwoordelijkheden en vereenvoudiging van regelgeving. Uit de resultaten van het verkennende onderzoek (quickscan) flora en fauna van de verschillende deelgebieden van het projectgebied (R.M. Smit en K.J.M.

Degen, 2021) blijkt dat in het projectgebied mogelijk vleermuizen, gierzwaluwen, huismussen, roeken, eekhoorn, steenmarter en kleine marterachtigen voorkomen. Op basis hiervan is besloten nader onderzoek naar deze soortgroepen uit te voeren. Doelstelling rapport Het doel van dit aanvullend onderzoek is om uitsluitsel te geven over de aanwezigheid en aantallen beschermde diersoorten in het projectgebied, de mogelijke functies van het projectgebied voor deze soorten, de mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventuele noodzakelijke vervolgstappen. Dit rapport presenteert de uitkomsten van het aanvullend onderzoek. GRAS advies GRAS Advies voert verkennende veldonderzoeken uit volgens de geldende soortprotocollen. De medewerkers van GRAS Advies zijn middels opleiding en ervaring bevoegd voor de verrichte werkzaamheden. Daarnaast is het project uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van GRAS Advies. Het kwaliteit managementsysteem van GRAS Advies is ISO NEN-EN-ISO 9001:2015 gecertificeerd.

Projectcode: P02473 Versie: Definitief

Pagina 5 van 22

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Centrumproject Heerde

1.2

Projectgebied

Het projectgebied bestaat uit de gemeentewerf van Heerde en enkele percelen in de directe omgeving daarvan. Het gebied ligt onder andere aan de Kerstraat in Heerde (Afb. 1.2.) Op het terrein bevinden zich gebouwen, bomen, struiken, parkeerterrein en wegen. Grote delen van het terrein zijn verhard. Het projectgebied bestaat uit 4 deelgebieden met 4 verschillende eigenaren (Gemeente Heerde, ABN-AMRO, van den Belt en van Loenen van Setten) (Afb. 1.3). Onderzoek is gedaan voor 3 deelgebieden (Gemeente Heerde, ABNAMRO en van den Belt.

Afbeelding 1.1: Ligging van het projectgebied (rood kader).

Projectcode: P02473 Versie: Definitief

Pagina 6 van 22

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Centrumproject Heerde

Afbeelding 1.2: Luchtfoto van het projectgebied (binnen het rode kader).

Projectcode: P02473 Versie: Definitief

Pagina 7 van 22

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Centrumproject Heerde

2 Werkwijze 2.1

Vleermuizen

Vleermuisonderzoek is gebonden aan vaste periodes en vereist meerdere locatieonderzoeken om het aantal en de soort(en) vleermuizen in het projectgebied vast te stellen en om inzicht te krijgen in welke functie(s) het gebied heeft (foerageergebied, vliegroute, verblijfplaats. Van een eventuele verblijfplaats kan worden vastgesteld welke functie(s) het heeft: zomer-, kraam-, paar- en/of winterverblijf. De beschikbare Kennisdocumenten Vleermuizen, waaronder bijvoorbeeld het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017) bevelen aan om gebruik te maken van het landelijke Vleermuisprotocol (2021). Het vleermuisprotocol is in 2009 ontwikkeld door het Netwerk Groene Bureaus in overleg met de toenmalige Dienst Landelijk Gebied en Gegevensautoriteit Natuur en vastgesteld door de toenmalige Gegevensautoriteit Natuur. Het protocol wordt jaarlijks in het Vleermuisvakberaad geëvalueerd door deskundigen van het Netwerk Groene Bureaus, de Zoogdiervereniging en de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO). Het vleermuisprotocol voorziet in de volgende locatiebezoeken: • Een voorjaarsonderzoek om een mogelijke functie als zomer- en/of kraamverblijf te onderzoeken. Dit onderzoek bestaat uit 3 bezoeken die moeten plaatsvinden tussen 15 mei en 15 juli, waarvan minimaal 1 ’s ochtends. • Een najaarsonderzoek om een mogelijke functie als paar- en/of winterverblijf te onderzoeken.

Dit onderzoek bestaat uit 2 bezoeken die moeten plaatsvinden tussen 15 augustus en 1 oktober. De locatieonderzoeken naar vleermuizen zijn in opdracht van GRAS Advies uitgevoerd door medewerkers van GRAS Advies. De medewerkers van GRAS Advies zijn middels opleiding en ervaring met vleermuisonderzoek bevoegd voor de verrichtte werkzaamheden. Er zijn in totaal 10 locatieonderzoeken uitgevoerd (Tabel 2.1). De vleermuisinventarisaties zijn uitgevoerd met een Pettersson D240x en/of Anabat Scout batdetector. Dit apparaat zet de ultrasone geluiden van vleermuizen om in voor mensen hoorbare tonen. Tevens kunnen de geluiden vertraagd (time-expansion) worden opgenomen voor analyse achteraf, omdat sommige soorten moeilijk te determineren zijn in het veld. Het gebruik van een Pettersson D240x batdetector is conform de voorwaarden voor materiaalgebruik vanuit het Vleermuisprotocol (2021).

2.2

Huismus

Huismusonderzoek is gebonden aan vaste periodes en vereist meerdere locatieonderzoeken om het aantal huismussen en nestplaatsen in het projectgebied en de specifieke functies van het gebied voor huismussen vast te stellen. Het Kennisdocument Huismus (BIJ12, 2017) beveelt aan om gebruik te maken van het Aanwezigheidsprotocol van het Netwerk Groene Bureaus (2017). Het Aanwezigheidsprotocol schrijft voor om tijdens 2 locatieonderzoeken in de periode 1 april – 20 juni te inventariseren op zingende dieren. Tussen de beide bezoeken dient 10 dagen te zitten. Tegelijkertijd schrijft het Kennisdocument Huismus voor om ofwel 2 veldbezoeken in de periode 1 april – 15 mei uit te voeren, dan wel 4 bezoeken in de periode 10 maart – 20 juni uit te voeren. Tussen elk bezoek dient minimaal 10 dagen tijd te zitten. De inventarisaties van huismus zijn uitgevoerd door te kijken naar nest-indicatief gedrag zoals de aanwezigheid van zingende mannetjes, bedelende jongen, voedselvluchten of transport van nestmateriaal wat duidt op de aanwezigheid van nesten. Daarnaast is gekeken naar foerageergedrag. De onderzoeken zijn uitgevoerd volgens het Kennisdocument Huismus (BIJ12, 2017). Het kennisdocument Huismus heeft in juni 2022 een aanpassing gekregen. Hierbij zijn de onderzoek richtlijnen iets aangepast.

Het uitgevoerde onderzoek valt ondanks dat ook binnen de richtlijnen van het Kennisdocument Huismus uit 2022.

Projectcode: P02473 Versie: Definitief

Pagina 8 van 22

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Centrumproject Heerde

2.3

Gierzwaluw

Onderzoek naar de gierzwaluw is gebonden aan vaste periodes en vereist meerdere locatieonderzoeken om het aantal gierzwaluwen, nestplaatsen en functioneel leefgebied van de gierzwaluw vast te stellen. Het Kennisdocument Gierzwaluw (BIJ12, 2017) beveelt aan om gebruik te maken van het Aanwezigheidsprotocol van het Netwerk Groene Bureaus (2017). Het Aanwezigheidsprotocol en het Kennisdocument Gierzwaluw (BIJ12, 2017) schrijven voor om tijdens 3 locatieonderzoeken in de periode 1 juni – 15 juli (waarvan minimaal 1 keer tussen 20 juni en 7 juli) te inventariseren op gierende en in- en uitvliegende dieren. Tussen de bezoeken dient minimaal 10 dagen te zitten. De veldbezoeken dienen van 2 uur voor zonsondergang tot zonsondergang uitgevoerd te worden tijdens goede (droge) weersomstandigheden. Vooraf is in een bureaustudie met behulp van informatiebronnen en kaartmateriaal onderzocht welke gebouwen geschikt zijn als nestplaats. Tevens zijn waarnemingendata verzameld (NDFF; waarneming.nl). Er zijn in totaal 3 locatieonderzoeken uitgevoerd (Tabel 2.1).

2.4

Kleine marterachtigen

2.4.1

Werkwijze

Onderzoek naar kleine marterachtigen is maatwerk en verschilt per projectgebied. De provincie Gelderland kent geen vrijstellingen voor de bunzing, hermelijn en wezel. Dit betekent dat er bij ruimtelijke ontwikkeling onderzoek gedaan moet worden naar de aanwezigheid en van deze soorten en de functie van het gebied voor deze soorten. Er zijn geen landelijke soortenstandaarden die eisen geven aan dit soort onderzoek, wel zijn er de provincie Noord-Holland, Overijssel en Noord-Brabant die documenten hebben uitgebracht die als handreiking fungeren. Het uit te voeren onderzoek is gebaseerd op deze documenten. De handreikingen van Noord-Brabant en Overijssel kennen een stappenplan dat doorlopen moet worden om de geschiktheid van het gebied te bepalen, veldonderzoek uit te voeren en een conclusie uit de opgedane gegevens te kunnen trekken. Eerst wordt met behulp van informatiebronnen en kaartmateriaal onderzocht wat de geschikte plekken zijn voor kleine marterachtigen en egel. Tijdens het verkennen onderzoek (quickscan) is een globale inschatting gemaakt in hoeverre het gebied geschikt is voor deze soorten en waar de meest kansrijke plekken zich bevinden. Voor deze plekken wordt de inventarisatiemethode uitgedacht.

2.4.2

Onderzoeksmethoden

De handreiking van Overijssel geeft aan dat er verschillende geschikte onderzoeksmethoden zijn om de aanwezigheid van een of meer soorten kleine marterachtigen vast te stellen. Wildcamera Een wildcamera of struikrover® maakt beelden (foto’s of video’s) van langslopende diersoorten, zonder zelf heel opvallend te zijn. Zo kan de camera ook schuwe en nacht-actieve diersoorten zoals de kleine marters op beeld krijgen. Er kan eventueel lokmiddel gebruikt worden om de trefkans te vergroten. Een voordeel van de camera is dat een diersoort op beeld staat. Een nadeel is dat een camera een relatief klein gebied in kaart brengt. De handreiking geeft aan dat een reguliere cameraval alleen voor de bunzing te gebruiken is. De struikrover ® is een universele methode geschikt om alle kleine marterachtigen te detecteren. Sporenbuis Een sporenbuis is een buis met een inktmatje en een afdrukdeel. Wanneer een wezel of hermelijn door de sporenbuis kruipt, loopt deze over het inktmatje en komen er pootafdrukken op het afdrukdeel. Er kan eventueel lokmiddel gebruikt worden om de trefkans te vergroten. Een voordeel is dat de kosten van de buizen laag zijn. De handreiking van Noord-Brabant geeft aan dat deze voor de wezel en hermelijn te gebruiken zijn. Marterbox De Marterbox of Mostela is een combinatie van de cameraval en de sporenbuis. Er loopt een sporenbuis door een houten doos.

De buis is open aan de binnenkant van de doos. In de doos hangt een camera die foto of videobeelden maakt van de diersoort. Er kan een lokmiddel gebruikt worden om de trefkans te vergroten. De handreikingen van Overijssel en Noord-Brabant geven aan dat deze voor de wezel, hermelijn en vrouwelijke bunzing te gebruiken zijn.

Projectcode: P02473 Versie: Definitief

Pagina 9 van 22

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Centrumproject Heerde

Nestkast De nestkast is een alternatieve schuilplaats van de kleine marter. De nestkast is een houten kastje met een sporenbuis naar de opening. Wanneer er een kleine marter de nestkast in gaat, loopt deze door de sporenbuis en laat deze pootafdrukken achter. Er kan een lokmiddel gebruikt worden om de trefkans te vergroten. De handreiking van Overijssel geeft aan dat deze voor de wezel en hermelijn te gebruiken is. Kansrijke gebieden Kansrijke gebieden zijn gebieden waar kans het grootst is om een kleine marterachtige waar te nemen. Deze gebieden moeten aan een aantal eisen voldoen. • Foerageergebied met voldoende schuilmogelijkheden: Kleine marterachtigen hebben een voorkeur voor kleinschalig landschap waar genoeg schuilmogelijkheden te vinden zijn, zoals bosranden, struwelen, extensief beweide percelen en natuurgraslanden. • Verbindingsroutes: Verbindingen tussen gebieden is van essentieel belang voor kleine marterachtigen om toegang te hebben tot zowel foerageergebieden als rust- en nestplaatsen. Verbindingsroutes dienen voldoende beschutting te bieden tegen predatie door o.a. roofvogels. Verbindingsroutes bestaan uit onder meer bosranden, takkenrillen, hagen, houtwallen, struweelvegetaties, hogere graslandvegetaties en begroeide greppels. • Rust en nestplaatsen: Alle kleine marterachtigen maken gebruik van meerdere rust- en verblijfplaatsen verspreid over het territorium.

Rust- en nestplaatsen zijn vaak holen van andere (prooi)dieren zoals konijnen, maar ook houtstapels, holle bomen, mollennesten, takkenrillen, hooi- en strobalen en bebouwing zoals schuurtjes, stallen, kelders en hooizolders.

Hoeveelheid inventarisatiemiddelen Hoeveel inventarisatiemiddelen er gebruikt moeten worden hangt af van de potentiële aanwezige verblijfplaatsen, verbindingszones en foerageergebieden en het toekomstig gebruik van het projectgebied. Deelgebied Gemeente Heerde is deels geschikt als leefgebied voor kleine marterachtigen. Er is in dit gebied 1 camera met lokstof geplaatst. Verder zijn er 5 sporenbuizen uitgezet. In deelgebied van den Belt is een kleine groenstrook geschikt als leefgebied voor kleine marterachtigen. Hier zijn 2 sporenbuizen geplaatst. De deelgebieden sluiten op elkaar aan en zijn mogelijk onderdeel van 1 leefgebied. Het is ook mogelijk dat de vegetatie in deelgebied van den Belt als verbindingsroute gebruikt wordt naar andere mogelijke leefgebieden in de omgeving. Tijdens het eerste locatiebezoek zijn de definitieve locaties van de waarnemingsapparatuur bepaald aan de hand van de meest kansrijke locaties (zie afbeelding 2.4).

Projectcode: P02473 Versie: Definitief

Pagina 10 van 22

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Centrumproject Heerde

Afbeelding 2.4 Locaties van uitgezette materialen voor het kleine marterachtigen onderzoek.

2.5

Steenmarter

Onderzoek naar de steenmarter is niet gebonden aan vaste periodes. Er is minimaal één locatieonderzoek nodig om de aanwezigheid, nestplaatsen en functioneel leefgebied van de steenmarter vast te stellen. Om de aanwezigheid van de steenmarter in deelgebied Gemeente Heerde te bevestigen wordt onderzoek gedaan met wildcamera’s. Een wildcamera maakt beelden (foto’s of video’s) van langslopende diersoorten, zonder zelf heel opvallend te zijn. Zo kan de camera ook schuwe en nacht-actieve diersoorten, zoals steenmarter op beeld krijgen. Er kan eventueel lokmiddel gebruikt worden om de trefkans te vergroten. Op afbeelding 2.4 staat de locatie aangegeven van de wildcamera. Uit een voorstudie (La Haye et al. 2015) is gebleken dat met behulp van cameravallen deze soorten (indien aanwezig) efficiënt kunnen worden aangetoond. De camera dient minimaal 6 weken op locatie te staan. Naast het plaatsen van een cameraval wordt bij het veldbezoek gecontroleerd op sporen van de steenmarter.

2.6

Eekhoorn

Om de aanwezigheid en het gebiedsgebruik door de eekhoorn in deelgebied Gemeente Heerde te bepalen wordt sporenonderzoek, onderzoek naar de aanwezigheid van boomnesten en het plaatsen van wildcamera’s gecombineerd. Tijdens het veldonderzoek wordt gekeken naar de aanwezigheid van nesten in de aanwezige bomen. Het is hierbij belangrijk dat het locatiebezoek plaatsvindt als er nog geen blad aan de bomen zit. Ook wordt gekeken naar mogelijke sporen als; vraatsporen, uitwerpselen en loopsporen. Ervaring heeft geleerd dat het gebruik van wildcamera’s met lokstof (pindakaas) mede gebruikt kan worden om de aanwezigheid van de eekhoorn in een gebied vast te stellen Zie afbeelding 2.4 voor de locatie van de wildcamera.

2.7

Roek

De aanwezigheid van een nestplaats van roeken, in deelgebied Gemeente Heerde, kan worden aangetoond door het uitvoeren van twee locatiebezoeken. Tussen de locatiebezoeken moet minstens 10 dagen zitten. Het is van belang dat bij het eerste locatiebezoek nog geen blad aan de bomen zit. Er wordt ook gekeken naar de

Projectcode: P02473 Versie: Definitief

Pagina 11 van 22

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Centrumproject Heerde

functionele leefomgeving van de roek, waarbij vooral gelet wordt op foerageergebieden. De optimale periode van inventarisatie ligt tussen 15 maart en 15 mei.

2.8

Uitvoering locatieonderzoeken

Huismus Er zijn in totaal 4 locatieonderzoeken uitgevoerd verdeeld over 2 locaties. Deze locaties betreft de Kerkstraat 1a en Dorpsstraat 7. Deze locaties vallen binnen het deelgebied van de Gemeente Heerde. De weersomstandigheden en andere informatie van elk locatieonderzoek is weergegeven in tabel 2.1. Kleine marteronderzoek In totaal zijn 4 locatieonderzoeken op 4 verschillende dagen uitgevoerd. De weersomstandigheden en andere informatie van elk locatieonderzoek is weergegeven in tabel 2.1. De locatieonderzoeken naar kleine marterachtigen zijn uitgevoerd een medewerker van GRAS Advies, die middels opleiding en ervaring bevoegd is voor de verrichtte werkzaamheden. De waarnemingsapparatuur is geplaatst op de meest kansrijke locaties. In de actieve periode, lopende vanaf maart tot en met augustus, dienen de middelen minimaal zes weken in het gebied te liggen. Wordt het onderzoek buiten deze periode uitgevoerd, dan is de trefkans minder en dienen de middelen minimaal twaalf weken in het gebied te liggen. De sporenbuizen en cameraval met lokstof (pindakaas) zijn geplaatst op 19-04-2022 en hebben gefunctioneerd tot 31-05-2022. Daarmee is de waarnemingsapparatuur gedurende 6 weken operationeel geweest.

Na het plaatsen van de waarnemingsapparatuur zijn in totaal 2 veldbezoeken geweest om de SD-kaarten en batterijen van de wildcamera’s te vervangen, de sporenbuizen te controleren en daarbij het sporenplankje te vervangen/ verversen (Tabel 2.1). Bij het laatste locatiebezoek is de waarnemingsapparatuur weer verwijderd. Het cameraonderzoek liep samen met het steenmarter-, en eekhoornonderzoek. Steenmarter Er heeft 1 locatiebezoek plaatsgevonden om een aantal panden van binnen te bekijken op de aanwezigheid van (verse) steenmarter sporen. Deze panden staan in deelgebied Gemeente Heerde. Daarnaast is op 1904-2022 een wildcamera geplaatst in de directe omgeving van de te onderzoeken panden om een eventueel functioneel leefgebied van de steenmarter aan te kunnen tonen. Deze camera is 6 weken operationeel geweest, tot 31-05-2022. Het cameraonderzoek liep samen met het kleine marter-, en eekhoornonderzoek. Eekhoorn Er hebben 5 locatiebezoeken plaatsgevonden in deelgebied Gemeente Heerde. Op 12-04-2022 zijn de bomen gecontroleerd op de aanwezigheid van nesten. Ook is gekeken naar de aanwezigheid van vraatsporen, loopsporen en uitwerpselen in het deelgebied. Op 19-04-2022 is een wildcamera geplaatst om de aanwezigheid van de eekhoorn in het gebied vast te kunnen stellen. Deze camera heeft tot 31-05-2022 gefunctioneerd, zodat het onderzoek 6 weken heeft gelopen.

Er hebben in totaal 4 locatiebezoeken plaatsgevonden voor het plaatsen, ophalen en de tussentijdse controles van de apparatuur. Het cameraonderzoek liep samen met het kleine marter-, en steenmarteronderzoek.

Roek Om de aanwezigheid van de roek in deelgebied Gemeente Heerde vast te kunnen stellen zijn twee locatiebezoeken uitgevoerd op respectievelijk 12-04-2022 en 09-05-2022. Het eerste bezoek zaten er nog geen bladeren aan de bomen en zijn de bomen gecontroleerd op de aanwezigheid van nesten. Op beide data is in het gebied gekeken naar aanwezige, foeragerende en overvliegende roeken.

Projectcode: P02473 Versie: Definitief

Pagina 12 van 22

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Centrumproject Heerde

Tabel 2.1. Overzicht locatieonderzoeken. Datum

Controleur

Soort

Tijdstip

Weersomstandigheden

10-09-2021

GRAS Advies

Vleermuis

21:00-23:04

18° C, bewolkt, droog, wind Z, 1 Bft

30-09-2021

GRAS Advies

Vleermuis

20:14-22:18

13° C, bewolkt, droog, wind ZW, 4 Bft

12-04-2022

GRAS Advies

Huismus, steenmarter, eekhoorn en roek

07:00-10:00

5° C, bewolkt, droog, wind ZW, 3 Bft

15-04-2022

GRAS Advies

Huismus

07:00-09:00

7° C, bewolkt, droog, wind ZW, 2 Bft

19-04-2022

GRAS Advies

Steenmarter en kleine marterachtigen

12:00-14:00

14° C, bewolkt, droog, wind ZW, 3 Bft

03-05-2022

GRAS Advies

Kleine marterachtigen

12:00-14:00

13° C, bewolkt, droog, wind ZW, 3 Bft

09-05-2022

GRAS Advies

Huismus en roek

07:00-09:00

4° C, helder, droog, wind ZW, 1 Bft

10-05-2022

GRAS Advies

Huismus

07:00-09:00

12° C, bewolkt, droog, wind NW, 2 Bft

17-05-2022

GRAS Advies

Kleine marterachtigen

12:00-14:00

18° C, bewolkt, droog, wind ZW, 2 Bft

31-05-2022

GRAS Advies

Kleine marterachtigen

10:00-12:00

14° C, bewolkt, droog, wind NW, 2 Bft

01-06-2022

GRAS Advies

Vleermuis

21:46-23:50

12° C, bewolkt, droog, wind Z, 3 Bft

02-06-2022

GRAS Advies

Gierzwaluw

19:47-21:47

17° C, bewolkt, droog, wind NO, 1 Bft

02-06-2022

GRAS Advies

Vleermuis

21:47-23:51

15° C, bewolkt, droog, wind NO, 1 Bft

16-06-2022

GRAS Advies

Gierzwaluw

20:00-22:00

21° C, bewolkt, droog, wind NW, 1 Bft

28-06-2022

GRAS Advies

Gierzwaluw

20:02-22:02

21° C, bewolkt, droog, wind NO, 1 Bft

28-06-2022

GRAS Advies

Vleermuis

22:00-00:05

19° C, bewolkt, droog, wind NO, 1 Bft

29-06-2022

GRAS Advies

Vleermuis

03:15-05:20

14° C, bewolkt, droog, wind N, 1 Bft

12-07-2022

GRAS Advies

Vleermuis

21:52-23:56

21° C, bewolkt, droog, wind, 0 Bft

13-07-2022

GRAS Advies

Vleermuis

03:27-05:31

21° C, bewolkt, droog, wind, 0 Bft

01-09-2022

GRAS Advies

Vleermuis

21:22-23:26

14° C, helder, droog, wind NO, 2 Bft

22-09-2022

GRAS Advies

Vleermuis

20:33-22:37

14° C, bewolkt, droog, wind ZO, 2 Bft

Projectcode: P02473 Versie: Definitief

Pagina 13 van 22

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Centrumproject Heerde

3 Resultaten 3.1

Vleermuizen

Verblijfplaatsen Tijdens de veldbezoeken voor de locaties Gemeente Heerde en van den Belt, zijn geen in- of uitvliegende vleermuizen waargenomen in het projectgebied. De aanwezigheid van een zomer- en kraamverblijf in de deelgebieden is uitgesloten. Tijdens de veldbezoeken in het najaar zijn geen in- of uitvliegende vleermuizen waargenomen in deze deelgebieden. Op 22-09-2022 is balts gedrag waargenomen van een gewone dwergvleermuis. Het dier vloog daarnaast strak rondom het pand aan de Kerkstraat 1a, onderdeel van deelgebied gemeente Heerde. Op basis van dit gedrag is de aanwezigheid van een paarverblijf vastgesteld voor dit pand (Afbeelding 3.6). Het pand op de locatie ABN-AMRO zijn op 12-07-2022 en 13-07-2022 uit en invliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Tijdens de onderzoeken in najaar 2022 is bovendien baltsgedrag waargenomen van gewone dwergvleermuizen in de buurt van het pand. De dieren vlogen onder de aanwezige loodslabben. Op basis van deze waarnemingen is de aanwezigheid van een zomer, paar en kraamverblijf voor deze soort vastgesteld in het pand van ABN AMRO (Afbeelding 3.1 en 3.6).

Afbeelding 3.1 Pand van A.B.N AMRO, met waargenomen verblijfplaats van gewone dwergvleermuizen.

Projectcode: P02473 Versie: Definitief

Pagina 14 van 22

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Centrumproject Heerde

Vliegroute Tijdens de veldbezoeken zijn bij alle deelgebieden enkele overvliegende vleermuizen waargenomen in het projectgebied. Gelet op de lage aantallen vleermuizen en ontbreken van een duidelijke richting, is de aanwezigheid van een essentiële vliegroute voor vleermuizen uitgesloten. Foerageergebied Tijdens de veldbezoeken zijn voor de deelgebieden in zowel het voor,- als najaar in het project gebied en de directe omgeving foeragerende vleermuizen waargenomen. Vanwege de lage aantallen foeragerende vleermuizen en de ruime aanwezigheid van alternatief, hoogwaardig foerageergebied in de vorm van bosschages, tuinen en velden in de directe omgeving van het projectgebied is van een functie als essentieel foerageergebied voor vleermuizen geen sprake. Verder zijn incidenteel exemplaren van de ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger waargenomen in/of direct nabij het projectgebied. Dit betreft telkens uitsluitend passerende of kort foeragerende individuen. Effectenbeoordeling De voorgenomen werkzaamheden hebben een negatief effect op verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen in deelgebied ABN-AMRO en deelgebied gemeente Heerde. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming is voor de uitvoering van de werkzaamheden vereist voor gewone dwergvleermuis.

3.2

Huismus

Kerkstraat 1a (deelgebied Gemeente Heerde) Tijdens de locatiebezoeken is 1 nestlocatie waargenomen in het pand aan de Kerkstraat 1a (afbeelding 3.2). Tijdens het eerste bezoek is een invliegend paartje met nestmateriaal gezien. Tijdens het tweede bezoek is een invliegend paartje met voedsel waargenomen. Daarnaast worden de struiken en heg gelegen in de tuin aan de linkerzijde naast het huis gebruikt als dekking en foerageergebied (afbeelding 3.3). Zowel het huis als de tuin en afscheiding links van het huis (afbeelding 3.4) zijn onderdeel van het functionele leefgebied van een huismuspopulatie. Op Kerkstraat 5a zijn namelijk meerdere nestlocaties (meer dan 6) onder het dak aanwezig. Deze mussen gebruiken ook de aanwezige vegetatie in de tuin op Kerkstraat 1a als dekking en om te foerageren. Het is aannemelijk dat het huismussenpaar met nestlocatie op Kerkstraat 1a onderdeel is van de grotere populatie aanwezig op Kerkstraat 5a.

Afbeelding 3.2 nestlocatie huismus in huis aan de Kerkstraat 1a

Projectcode: P02473 Versie: Definitief

Pagina 15 van 22

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Centrumproject Heerde

Afbeelding 3.3 tuin Kerkstraat 1a dient als dekking en foerageergebied huismussen

Afbeelding 3.4 Nestlocatie huismus (rode stip), foerageer- en schuilplaatsen (groen vlak) huismus.

Effectenbeoordeling De voorgenomen ontwikkelingen hebben een negatief effect op huismussen. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming is nodig voor de huismus aan de Kerkstraat 1a. Dorpsstraat 7 (deelgebied Gemeente Heerde) Tijdens de locatiebezoeken zijn geen huismussen waargenomen in en in de directe omgeving van de Dorpsstraat 7. De aanwezigheid van huismussen is op deze locatie daarom uitgesloten. Wel zijn in het gebouw 2 invliegende boomkruipers aangetroffen met voedsel. Dit indiceert een nestlocatie voor deze soort. Voor de boomkruiper geldt de zorgplicht.

Projectcode: P02473 Versie: Definitief

Pagina 16 van 22

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Centrumproject Heerde

Effectenbeoordeling De voorgenomen ontwikkelingen hebben geen negatief effect op huismussen. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor huismussen aan de Dorpsstraat 7 is derhalve niet nodig.

3.3

Gierzwaluw

Nestlocatie en foerageergebied Aanvullend onderzoek naar gierzwaluwen heeft plaatsgevonden voor de locatie Dorpsstraat 7. Deze locatie valt binnen deelgebied gemeente Heerde. Tijdens alle veldbezoeken zijn meerdere gierzwaluwen waargenomen binnen het projectgebied. Gierzwaluwen zijn zowel in- als uitvliegend waargenomen. De dieren vlogen zitten onder de dakpannen en zijn aan alle zijdes in of uitvliegend waargenomen (Afbeelding 3.5). Daarnaast is ook laagvliegen boven het pand en aantikken van invlieglocaties waargenomen. In totaal zijn in het pand 7 in- en uitvlieg locaties vastgesteld. Dit betekent dat in het pand meerdere nesten van gierzwaluwen aanwezig zijn. Effectenbeoordeling De voorgenomen ontwikkelingen in deelgebied gemeente Heerde hebben een negatief effect op gierzwaluwen. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor gierzwaluwen is benodigd.

Afbeelding 3.5. Dorpstraat 7. Meerdere in en uitvliegende gierzwaluwen zijn waargenomen.

Projectcode: P02473 Versie: Definitief

Pagina 17 van 22

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Centrumproject Heerde

Afbeelding 3.6 Waarnemingen van het aanvullende soortenonderzoek.

3.4

Kleine marterachtigen

Er zijn geen sporen van kleine marterachtigen aangetroffen in de sporenbuizen. Ook zijn er geen foto’s van kleine marterachtigen gemaakt door de wildcamera. Het gaat om sporenbuizen en een wildcamera in deelgebied Gemeente Heerde. Effectenbeoordeling De voorgenomen ontwikkelingen hebben geen negatief effect op kleine marterachtigen. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming is niet nodig.

3.5

Eekhoorn

Er zijn geen nesten aangetroffen in de aanwezige bomen. Ook zijn geen sporen aangetroffen tijdens de locatiebezoeken. Effectenbeoordeling De voorgenomen ontwikkelingen hebben geen negatief effect op eekhoorns. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming is niet nodig.

3.6

Roek

Er zijn geen nesten van roeken tijdens het onderzoek waargenomen in deelgebied Gemeente Heerde. Ook zijn geen foeragerende roeken aangetroffen in of in de directe omgeving van het projectgebied. Wel zijn meerdere overvliegende roeken waargenomen tijdens het eerste veldbezoek. De aanwezigheid van roeken binnen het projectgebied is uitgesloten. Effectenbeoordeling De voorgenomen ontwikkelingen hebben geen negatief effect op de roek. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor de roek is derhalve niet nodig. Projectcode: P02473 Versie: Definitief

Pagina 18 van 22

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Centrumproject Heerde

3.7

Overige soorten

Zwarte kraai Er is op 12-04-2022 in deelgebied Gemeente Heerde een bewoond kraaiennest aangetroffen (afbeelding 3.7). Zwarte kraaien broeden vanaf eind maart tot juni. Het is aannemelijk dat het om een broedend paar gaat. Het nest van de zwarte kraai is jaarrond beschermd in de provincie Gelderland onder categorie 5. Dit betekent dat het nest jaarrond beschermd is als er sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen. Categorie 5 geeft aan dat de zwarte kraai honkvast is maar voldoende flexibel. Omdat er na de beoogde ontwikkeling voldoende geschikte bomen, voor nestgelegenheid, aanwezig blijven in de directe omgeving van het projectgebied is er geen sprake van een negatief effect op de zwarte kraai.

Afbeelding 3.7 Nestlocatie kraai, deelgebied Gemeente Heerde.

Effectenbeoordeling De voorgenomen ontwikkelingen hebben geen negatief effect op de zwarte kraai. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor de zwarte kraai is derhalve niet nodig.

Projectcode: P02473 Versie: Definitief

Pagina 19 van 22

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Centrumproject Heerde

4 Conclusies en advies Vleermuis Een verblijfplaats van gewone dwergvleermuis (geschikt als zomer, paar en kraamverblijf) is vastgesteld in deelgebied ABN-AMRO. Een paarverblijf is vastgesteld voor gewone dwergvleermuis aan de Kerkstraat 1a in deelgebied gemeente Heerde. De geplande werkzaamheden in deelgebied ABN-AMRO en gemeente Heerde hebben een negatief effect op de gewone dwergvleermuis. Huismus Een nestlocatie is aangetroffen aan de Kerkstraat 1a. Daarnaast is in de directe omgeving foerageergebied voor huismussen vastgesteld. Dit pand hoort bij deelgebied gemeente Heerde. De geplande werkzaamheden in deelgebied gemeente Heerde hebben een negatief effect op huismussen. Gierzwaluw In het pand aan de Dorpsstraat 7 zijn meerdere in en uitvliegende gierzwaluwen waargenomen. Dit pand valt binnen deelgebied Gemeente Heerde. Het geschat aantal nesten is het pand is 7. De geplande werkzaamheden in deelgebied gemeente Heerde hebben een negatief effect op gierzwaluwen. Eekhoorn Er zijn geen nesten aangetroffen in de aanwezige bomen. Ook zijn geen sporen aangetroffen tijdens de locatiebezoeken. De werkzaamheden hebben geen negatief effect op eekhoorns. Kleine marterachtigen Er zijn geen kleine martersporen waargenomen. De geplande werkzaamheden in deelgebied gemeente Heerde hebben geen negatief effect op kleine marterachtigen.

Roek Er zijn geen nesten of kolonies van roeken waargenomen binnen de deelgebieden. Van een negatief effect op roeken als gevolg van de geplande werkzaamheden is geen sprake. Zwarte kraai Er is een bewoond kraaiennest aangetroffen in één van de bomen in deelgebied Gemeente Heerde. Het nest van de zwarte kraai is jaarrond beschermd in de provincie Gelderland onder categorie 5. Dit betekent dat het nest jaarrond beschermd is als er sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen. Categorie 5 geeft aan dat de zwarte kraai honkvast is maar voldoende flexibel. Omdat er na de beoogde ontwikkeling voldoende geschikte bomen aanwezig blijven in de directe omgeving van het projectgebied is er geen sprake van een negatief effect op de zwarte kraai. Wet natuurbescherming Gemeente Heerde: Een ontheffing op de Wet natuurbescherming is voor uitvoering van de werkzaamheden benodigd voor: Gewone dwergvleermuis, gierzwaluw en huismus. ABN-AMRO: Een ontheffing op de Wet natuurbescherming is voor uitvoering van de werkzaamheden benodigd voor Gewone dwergvleermuis Van den Belt Een ontheffing op de Wet natuurbescherming is voor uitvoering van de werkzaamheden niet benodigd. Advies Geadviseerd wordt de resultaten en conclusies voor te leggen aan het bevoegd gezag, de provincie Gelderland.

Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: ‘’De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, als mede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken en c) ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.” Projectcode: P02473 Versie: Definitief

Pagina 20 van 22

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Centrumproject Heerde

5. Bronnen Literatuur • R.M. Smit, Rapportage quickscan flora & fauna Gemeentewerf en enkele omliggende percelen te Heerde, 2021 • Kennisdocument Gewone Dwergvleermuis, BIJ12, 2017 • Kennisdocument Gewone grootoorvleermuis, BIJ 12, 2017 • Kennisdocument Rosse vleermuis, BIJ 12, 2017 • Kennisdocument Ruige dwergvleermuis, BIJ 12, 2017 • Kennisdocument Huismus, BIJ12, 2017 • Kennisdocument Huismus, BIJ12, 2022 • Kennisdocument Gierzwaluw, BIJ12, 2017 • Handreiking kleine marters, Provincie Noord-Brabant, 2017 • Brochure soortenbescherming, Provincie Overijssel, 2019 • Handreiking wezel, hermelijn en bunzing, Provincie Noord Holland, 2017 • Vleermuisprotocol 2021, Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureau 2021 Internet https://www.sovon.nl Sovon.nl is een kenniswebsite met informatie over vogels. Geraadpleegd op 30-05-2022 https://www.vogelbescherming.nl De Vogelbescherming is een kenniscentrum met informatie over vogels. Geraadpleegd op 30-05-2022 https://www.stichtingkleinemarters.nl SKM doet onderzoek naar kleine marterachtigen (bunzing, wezel en hermelijn). Geraadpleegd op 30-05-2022

Projectcode: P02473 Versie: Definitief

Pagina 21 van 22

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Centrumproject Heerde

6. Woordenlijst Geldigheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. Het bevoegd gezag hanteert de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar beschermde soorten: “Onderzoeksgegevens hebben een beperkte geldigheidstermijn. Voor vogels en soorten genoemd op Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn hanteren we daarom een geldigheidstermijn van maximaal 3 jaar. Voor soorten genoemd op de bijlage bij de wet natuurbescherming is deze periode 5 jaar.” Dit rapport gaat in op de effecten van de ontwikkeling zoals beschreven in de aanleiding van het onderzoek. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkeling kunnen tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten leiden. Zorgplicht ‘’De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, als mede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. In de praktijk betekent dit: 1. Voorkomen dat er schade wordt toegebracht aan flora en fauna 2. Beperken dat er schade wordt toegebracht aan flora en fauna 3.

Ongedaan maken van toegebrachte schade Een voorbeeld van invulling geven aan de zorgplicht: ▪ Bij het kappen van bomen controleren op mogelijke broedgevallen buiten het broedseizoen om. Passende gedragscode Een gedragscode is een ontheffing voor de beschreven maatregelen in bepaalde werken. De gedragscode geeft invulling aan de zorgplicht en het zorgvuldig handelen. Er zijn diverse gedragscodes, afhankelijk van het type werk: besteding beheer en onderhoud of ruimtelijke ingrepen. Gedragscode worden goedgekeurd door het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, en hebben een geldigheidsduur van 5 jaar. Vervolgens dienen deze opnieuw gekeurd te worden

Projectcode: P02473 Versie: Definitief

Pagina 22 van 22

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Centrumproject Heerde

Bijlage 1: Wet natuurbescherming De oude natuurwetgeving met ‘de Natuurbeschermingswet 1998’ en ‘de Flora- en Faunawet’ is per januari 2017 veranderd in de Wet natuurbescherming. Hieronder wordt de inhoud van de Wet natuurbescherming toegelicht. Natura 2000 De bescherming van de ca. 164 Natura 2000-gebieden in Nederland blijft behouden in de Wet natuurbescherming. In Natura 2000-gebieden zijn de Europese richtlijnen van kracht. De Europese Unie (EU) heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote waarde is. Om deze natuur te behouden, heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Nederland telt ruim 160 Natura 2000gebieden, welke onderdeel uitmaken van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie. Aanwijzingsprocedure Natura 2000-gebieden worden formeel aangewezen. Per gebied is er een aanwijzingsdocument gemaakt door het ministerie met daarin: ▪ Instandhoudingsdoelen; welke doelsoorten en habitats gaat het, en wat is de doelstelling ten aanzien van die soorten en/of habitats; ▪ Begrenzing; welk areaal is beschermd. Beheerplannen Voor ieder gebied moet binnen drie jaar een beheerplan worden vastgesteld. In het beheerplan staat welke natuurwaarden er zijn of deze moeten worden beschermd en/of ontwikkeld.

Er staat ook in hoe het gerealiseerd moet worden. Verder wordt er in aangegeven welke externe facturen de instandhoudingsdoelen mogelijk negatief kunnen beïnvloeden. Deze beheerplannen worden vastgesteld door het Rijk of door de Provincie. Vergunning Voor de uitvoering van werkzaamheden welke mogelijk schade toebrengen aan een door Natuurbeschermingswet beschermd gebied, geldt dat deze acties in principe verboden zijn. Indien een groter maatschappelijk belang aanwezig is, dient er een vergunningsprocedure te worden doorlopen. Hierbij geldt de volgende regel: ‘activiteiten mogen in principe alleen worden uitgevoerd wanneer er geen significante schade aan beschermde natuurwaarde ontstaat’. Beschermde Natuurmonumenten Voorheen waren naast Natura 2000-gebieden ook Beschermde Natuurmonumenten beschermd conform de gebiedsbescherming. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten is vervallen. Provincies kunnen wel besluiten om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt de gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of -landschap. Natuurnetwerk Nederland Aanvullend op de natuurwetgeving is er natuurbeleid. Natuurbeleid is een zachter kader dan de natuurwetgeving, maar is eveneens van belang voor ruimtelijke plannen.

Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Via de Nota Ruimte is het toetsingskader voor het Natuurnetwerk Nederland geregeld. In Natuurnetwerk Nederland liggen de volgende natuurgebieden: ▪ Bestaande natuurgebieden (waaronder de 20 Nationale Parken) ▪ Gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd ▪ Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer

Projectcode: P02473 Versie: Definitief

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Centrumproject Heerde

▪ ▪

Ca. 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, het Nederlandse deel van de Noordzee en de Waddenzee Alle Natura 2000-gebieden

Houtopstanden De Wet natuurbescherming spreekt over een houtopstand indien sprake is van een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die: a. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen De Wet natuurbescherming heeft geen betrekking op: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: 1°. wegbeplantingen; 2°. beplantingen langs waterwegen, en 3°. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1°. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2°. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3°. zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten (Artikel 4.2). Soortenbescherming De Wet natuurbescherming benoemt niet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Er is een stappenplan opgesteld door Ministerie van Economische Zaken (Bijlage 4). Met dit stappenplan kan worden bepaald of een ontheffing nodig is of dat er gebruik kan worden gemaakt van een vrijstelling. Bevoegdheid De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen ligt bij de provincies. Enkel bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk het bevoegd gezag. Beschermingsregime De Wet Natuurbescherming kent de onderstaande beschermingsregimes. Elk van deze beschermingsregime kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor een vrijstelling of ontheffing van de verboden.

• Soorten van de Vogelrichtlijn • Soorten van de Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn • Andere soorten (bescherming vanuit nationaal oogpunt) Om te mogen afwijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan de volgende criteria zijn voldaan. • Er mag worden afgeweken als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is • Tegenover de afwijking van het verbod moet een in de wet genoemd belang staan (bijv. volksgezondheid of openbare veiligheid) • De ingreep mag geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van een soort De verbodsbepalingen voor Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten zijn gericht op bescherming van de individuen van de soorten. De verbodsbepalingen mogen enkel overtreden worden met een ontheffing (het ‘nee, tenzijProjectcode: P02473 Versie: Definitief

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Centrumproject Heerde

principe’). Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt niet gekeken naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Zorgplicht Iedereen dient voldoende rekening te houden met in het wild levende dieren en planten en de directe leefomgeving. ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Vrijstelling regelgeving In veel gevallen is er geen ontheffing nodig, maar kan er gebruik worden gemaakt van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod. Er zijn diverse vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Bekende voorbeelden van vrijstellingen zijn onder meer het toepassen van de gedragscode of wanneer de werkzaamheden plaatsvinden in het kader van een Programmatische Aanpak of een Provinciale verordening.

Verbodsbepalingen De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Vogelrichtlijn, artikel 3.1 lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Habitatrichtlijn, artikel 3.2 Lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. De verbodsbepalingen betreffende andere soorten, artikel 3.3 lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: onderdeel a. In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Gedragscodes In de Wet natuurbescherming is de mogelijkheid opgenomen om een vrijstelling te verkrijgen indien wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode (art 3.31).

In de mogelijkheid die de wet biedt, wordt ook aangegeven dat er met betrekking tot de Europees beschermde soorten een gedragscode kan worden goedgekeurd voor ruimtelijke ontwikkelingen (naast beheer en onderhoud, waarvoor in de Flora- en Faunawet reeds een vrijstelling gold als werd gewerkt conform een goedgekeurde gedragscode). Hoewel de mogelijkheid wel wordt geboden, zijn er bij het opstellen van het stappenplan nog géén gedragscodes goedgekeurd voor de nieuwe beschermde soorten of voor de Europees beschermde soorten voor ruimtelijke ontwikkelingen. Projectcode: P02473 Versie: Definitief

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Centrumproject Heerde

Hier dient rekening mee te worden gehouden bij de bepaling of een gedragscode van toepassing is voor de type ingreep en de voorkomende beschermde soorten.

Projectcode: P02473 Versie: Definitief

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Centrumproject Heerde

Bijlage 2: Stappenplan Ministerie van Economische Zaken

Projectcode: P02473 Versie: Definitief

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=700b99dd-45e0-4624-8883-7a357802faf2