9.2.10 Bijlage motivering - Ecologisch onderzoek 1
Tekst van het document
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
Versie: 2
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
Colofon Titel:
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
Projectcode Versie: Datum
P04734 2 4-9-2023
Opdrachtgever:
Buro Stedenbouw Kerkplein 5 8121 BM Olst
Uitvoerder
Email: Website:
GRAS Advies bv Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo ecologie@grasadvies.nl https://grasadvies.nl/
Contactpersoon: Telefoon: Email:
M.W.J. Witjes 074 - 202 02 58 michael.witjes@grasadvies.nl
Projectcode: P04734 Versie: 1
Pagina 2 van 25
Huismanstraat 6 6851 GT Huissen
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
Inhoudsopgave Samenvatting ..................................................................................................................................................... 5 1
Inleiding.............................................................................................................................................. 6
2
Wet natuurbescherming ..................................................................................................................... 7
2.1
Beschermde gebieden ....................................................................................................................... 7
2.1.1
Natura 2000 ....................................................................................................................................... 7
2.1.2
Natuurnetwerk Nederland .................................................................................................................. 7
2.2
Beschermde soorten .......................................................................................................................... 8
2.3
Ontheffing of vrijstelling Wet natuurbescherming .............................................................................. 8
2.4
Invasieve soorten ............................................................................................................................... 8
3
Projectgebied ................................................................................................................................... 10
3.1
Gebiedsbeschrijving ........................................................................................................................ 10
3.2
Beoogd projectresultaat ................................................................................................................... 12
4
Onderzoeksopzet ............................................................................................................................. 13
5
Resultaten ........................................................................................................................................ 14
5.1
Beschermde gebieden ..................................................................................................................... 14
5.1.1
Natura 2000 ..................................................................................................................................... 14
5.1.2
Natuurnetwerk Nederland ................................................................................................................ 14
5.2
Beschermde soorten ........................................................................................................................ 15
5.2.1
Bekende waarnemingen .................................................................................................................. 15
5.2.2
Resultaten veldbezoek .................................................................................................................... 17
6
Conclusie en aanbevelingen............................................................................................................ 23
6.1
Beschermde gebieden ..................................................................................................................... 23
6.2
Beschermde soorten ........................................................................................................................ 23
6.2.1
Flora ................................................................................................................................................. 23
6.2.2
Zoogdieren ....................................................................................................................................... 23
6.2.3
Zoogdieren: vleermuizen ................................................................................................................. 23
6.2.4
Vogels .............................................................................................................................................. 23
6.2.5
Reptielen .......................................................................................................................................... 23
6.2.6
Vissen .............................................................................................................................................. 24
6.2.7
Amfibieën ......................................................................................................................................... 24
6.2.8
Ongewervelden ................................................................................................................................ 24
Bronnen ........................................................................................................................................................... 25
Projectcode: P04734 Versie: 1
Pagina 3 van 25
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
Bijlagen Bijlage 1: Wet Natuurbescherming Bijlage 2: Toelichting verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Bijlage 3: Stappenplan Ministerie van Economische Zaken Bijlage 4
Projectcode: P04734 Versie: 1
Pagina 4 van 25
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
Samenvatting De initiatiefnemer is voornemens om in het projectgebied Bovenkamp III te Heerde een nieuwe woonwijk te realiseren. Om het projectgebied te controleren op eventuele aanwezigheid van wettelijk beschermde planten diersoorten is er een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De belangrijkste conclusies en aanbevelingen zijn als volgt: 1. De aanwezigheid van beschermde soorten, binnen het deel van het projectgebied waar de werkzaamheden gepland staan, kan worden uitgesloten. 2. Omdat het projectgebied zich buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden bevindt, gecombineerd met de afstand tot het projectgebied kan verstoring door licht, trillingen en geluid van Natura 2000-gebieden op voorhand worden uitgesloten. Een substantieel, negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling op de stikstofemissie en daarmee op Natura 2000-gebieden is uitgesloten (Stikstofrapportage Bovenkamp III, Bijlage 4). 3. Het projectgebied is (onderdeel van) een leefgebied voor diverse zangvogels. Het is aannemelijk dat zangvogels de bosschages in het projectgebied als broedlocatie gebruiken. Een nader onderzoek is niet noodzakelijk, onder voorwaarde dat er buiten het broedseizoen om wordt gewerkt. Of onder voorwaarde dat eventuele nesten in de bosschages tijdens het broedseizoen niet worden verstoord.
Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Eerdere en latere broedgevallen zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming. Mocht er binnen het broedseizoen werkzaamheden gepland staan dan moet het gebied maximaal drie dagen vóór aanvang van de werkzaamheden door een ecoloog worden vrijgegeven middels een broedvogelinspectie. Tijdens de werkzaamheden wordt aangeraden mitigerende maatregelen te treffen om het gebied broedvrij te houden. 4. De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken en c) ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.
Projectcode: P04734 Versie: 1
Pagina 5 van 25
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
1 Inleiding In opdracht van Buro Stedenbouw is een quickscan flora en fauna uitgevoerd binnen de projectlocatie Bovenkamp III te Heerde. De initiatiefnemer is voornemens om hier een nieuwe woonwijk te realiseren. De exacte planning van de werkzaamheden is nog niet bekend. De geplande werkzaamheden hebben mogelijk invloed op (beschermde) flora en fauna. Tijdens een verkennend onderzoek, de quickscan, wordt de invloed van het project op (beschermde) flora en fauna beoordeeld. Tijdens deze quickscan is de huidige en potentiële aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten in en in de directe omgeving van het projectgebied inzichtelijk gemaakt. Daarnaast is de ligging van het projectgebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden onderzocht. Ook is er naar de aanwezigheid van houtopstanden gekeken. Op basis van deze soorten- en gebiedsinformatie zijn uitspraken gedaan over mogelijke effecten van het voorgenomen project. Deze vindt u terug in de voorliggende rapportage. De quickscan is met een enkel locatiebezoek, een momentopname van de aanwezige flora en fauna. Zodoende kan er slechts in beperkte mate uitsluitsel gegeven worden over de aanwezige flora en fauna. Wanneer wij redelijkerwijs verwachten dat het uitvoeren van het project een negatief effect heeft op beschermde gebieden, houtopstanden en/of beschermde flora en/of fauna, kan nader onderzoek gewenst zijn.
Leeswijzer Hoofdstuk 2 van deze rapportage benoemt het relevante wettelijke kader. Hoofdstuk 3 beschrijft het projecten onderzoeksgebied en het voorgenomen project. In hoofdstuk 4 is de onderzoeksopzet opgenomen. Gevolgd door de resultaten in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 vindt u de conclusies, adviezen en eventuele vervolgstappen.
Projectcode: P04734 Versie: 1
Pagina 6 van 25
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
2 Wet natuurbescherming De oude natuurwetgeving, bestaande uit de ‘Natuurbeschermingswet 1998’, de ‘Boswet’ en de ‘Flora- en Faunawet’, is per 1 januari 2017 vervangen door de ‘Wet natuurbescherming’. Het bevoegd gezag ligt bij de provincies. Dit hoofdstuk licht de inhoud van de Wet natuurbescherming toe. De Wet natuurbescherming is gericht op het beschermen van: • beschermde gebieden • beschermde soorten Omdat het projectgebied zich binnen de bebouwde kom bevindt is het onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet van toepassing op het projectgebied.
2.1
Beschermde gebieden
2.1.1
Natura 2000
De bescherming van de ruim 160 Natura 2000-gebieden in Nederland wordt gewaarborgd in de Wet natuurbescherming. In Natura 2000-gebieden zijn de Europese richtlijnen van kracht. De Europese Unie (EU) heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote waarde is. Om deze natuur te behouden, heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Nederland telt ruim 160 Natura 2000gebieden, welke onderdeel uitmaken van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie. Er wordt bij ieder project (activiteit of handeling), zowel binnen als buiten Natura-2000 gebieden, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen. De volgende verboden gelden namens artikel 2.7, 2e lid: • De kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren; of • Een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Wanneer een project één of beide verboden dreigt te overtreden kan het bevoegde gezag een vergunning verlenen. Hiervoor dient een groter maatschappelijk belang aanwezig te zijn en een vergunningsprocedure te worden doorlopen.
Hierbij geldt de volgende regel: ‘activiteiten mogen in principe alleen worden uitgevoerd wanneer er geen significante schade aan beschermde natuurwaarde ontstaat’.
2.1.2
Natuurnetwerk Nederland
Aanvullend op de natuurwetgeving is er natuurbeleid. De provincies zijn sinds 2014 verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling hiervan. Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied verbinden. Natuurbeleid is een zachter kader dan de natuurwetgeving, maar is ook van belang voor ruimtelijke plannen. Projecten worden getoetst aan de hand van de ‘Spelregels EHS’ (uitwerking van gemeenschappelijk opgesteld beleidskader). Deze spelregels zijn verweven in het provinciaal beleid. Het compensatiebeginsel voor de EHS is het sluitstuk van het ‘nee, tenzij’ beschermingsregime. Volgens dat regime zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen in het NNN die afwijken van het bestemmingsplan en met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden niet toegestaan. Tenzij er sprake is van een groot openbaar belang én het ontbreken van reële alternatieven. Het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke ordening (Barro, 2.10) voorziet juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid.
In Natuurnetwerk Nederland liggen de volgende natuurgebieden: • bestaande natuurgebieden (waaronder de 20 Nationale Parken); • gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ca. 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, Nederlandse deel Noordzee en Waddenzee; Projectcode: P04734 Versie: 1
Pagina 7 van 25
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
•
2.2
bijna alle Natura 2000-gebieden.
Beschermde soorten
De wet natuurbescherming heeft als doelstelling het beschermen en in standhouden van de Nederlandse natuurgebieden en bescherming van de Nederlandse Flora & Fauna (Bijlage 1). De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in: • soorten van de Vogelrichtlijn (alle van nature in Nederland in het wild voorkomende soorten) • soorten van de Habitatrichtlijn • andere soorten Daarnaast zijn er: • vrijgestelde soorten (bepaald per provincie en landelijk) • jaarrond beschermde vogelnesten En bestaat er: • de zorgplicht
2.3
Ontheffing of vrijstelling Wet natuurbescherming
Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan door een ontheffing of vrijstelling. Om te bepalen of een ontheffing nodig is of dat er gebruik kan worden gemaakt van een vrijstelling, is er een stappenplan opgesteld door het Ministerie van Economische Zaken (Bijlage 3). De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen ligt bij de provincies. Enkel bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk het bevoegd gezag. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan de volgende criteria worden voldaan: • Er bestaat geen andere bevredigende oplossing (Wet natuurbescherming artikel 3.8, lid 5a). • In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten (Wet natuurbescherming artikel 3.8, lid 5b3). • Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan (Wet natuurbescherming artikel 3.8, lid 5c).
2.4
Invasieve soorten
Per 3 augustus 2016 is het verboden (EU-exotenverordening 1143/2014) om schadelijke exotische planten en dieren te: • bezitten; • verhandelen; • kweken; • gebruiken; • transporteren; • vrijlaten. Verder geldt de plicht om in de natuur aanwezige populaties op te sporen en te verwijderen. Als dat niet lukt, moeten er maatregelen worden getroffen om de populatie zodanig te beheren dat verspreiding zoveel mogelijk wordt voorkomen. In Nederland zijn de provincies verantwoordelijk voor de aanpak van de invasieve exoten die in 2016 en 2017 op de lijst zijn geplaatst. Uitgezonderd de wolhandkrab en de Amerikaanse rivierkreeft daar is het Rijk verantwoordelijk voor en de beverrat daar zijn waterschappen verantwoordelijk voor. Op de website van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) is de (dynamische) lijst te vinden van soorten die op de Unielijst staan (NVWA 2022). Deze invasieve soorten brengen schade toe aan de
Projectcode: P04734 Versie: 1
Pagina 8 van 25
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
biodiversiteit en/of ecosysteemdiensten, of zullen dat in de toekomst waarschijnlijk gaan doen. Daarnaast kunnen ze nadelige gevolgen hebben voor de menselijke gezondheid, veiligheid of de economie.
Projectcode: P04734 Versie: 1
Pagina 9 van 25
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
3 Projectgebied Tijdens een quickscan wordt onderscheid gemaakt tussen het projectgebied, daar waar de werkzaamheden plaatsvinden, en het onderzoeksgebied, de directe omgeving van het projectgebied. Het onderzoeksgebied wordt bepaald aan de hand van de afstand waarbinnen beschermde diersoorten verstoring kunnen ondervinden van de voorgenomen/verwachte werkzaamheden.
3.1
Gebiedsbeschrijving
Het projectgebied is gelegen in de provincie Gelderland tussen het Scholtenspad en Op den Oever te Heerde (Afbeelding 3.1). Het is gelegen in het zuiden van Heerde aansluitend aan woonwijk Bovenkamp. In de huidige situatie is het gebied in gebruik als agrarische perceel (grasland) en heeft een oppervlakte van 31.803 m² (Afbeelding 3.2). Midden door het gebied loopt de Wendhorstbeek en een openbaar toegankelijke wandelroute met een loopbalk over de beek.
Afbeelding 3.1. Ligging van het projectgebied (rood kader).
Projectcode: P04734 Versie: 1
Pagina 10 van 25
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
Afbeelding 3.2. Luchtfoto van het projectgebied (rood kader).
Afbeelding 3.3. Linksboven: zuidelijke deel projectgebied; rechtsboven: noordelijke deel projectgebied; midden onder: Wendhorstbeek.
Projectcode: P04734 Versie: 1
Pagina 11 van 25
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
3.2
Beoogd projectresultaat
De initiatiefnemer is voornemens een nieuwe woonwijk te realiseren. Het betreft een uitbreiding van de woonwijk Bovenkamp, genaamd Bovenkamp III te Heerde (Afbeelding 3.4).
Afbeelding 3.4. Schets met geplande nieuwe woonwijk Bovenkamp III te Heerde.
Projectcode: P04734 Versie: 1
Pagina 12 van 25
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
4 Onderzoeksopzet Bij het uitvoeren van deze quickscan is onderzocht of het voorgenomen project mogelijk effect heeft op beschermde gebieden, plant- en diersoorten en houtopstanden. Hiervoor is zowel een voor- als een locatieonderzoek uitgevoerd, gevolgd door een effectenbeoordeling. Tijdens het vooronderzoek is informatie verzameld over: • Het projectgebied en de positie van het projectgebied t.o.v. beschermde gebieden in de omgeving. • Waarnemingen van plant- en diersoorten in het projectgebied en in de omgeving. Hierbij is gebruik gemaakt van bekende natuurinformatie (NDFF, Verspreidingsatlas). Tijdens het locatieonderzoek is gekeken naar: • aanwezigheid van beschermde plantensoorten • aanwezigheid van (sporen van) beschermde soorten • aanwezigheid van leefgebieden/ soort-specifieke functies voor beschermde soorten (oppervlaktewater, schuilgelegenheden, specifieke plantensoorten/ lijnvormige elementen) Het onderzoeksgebied is ter plaatse bepaald door de verwachtte invloed van het project en de inschatting van de onderzoeker. Het bezoek is uitgevoerd tijdens droge weersomstandigheden met windkracht van maximaal 3 Bft. De ecoloog van GRAS Advies spant zich maximaal in om het onderzoek zo zorgvuldig mogelijk uit te voeren. Desondanks zal nooit een 100% volledig beeld van de aanwezige flora en fauna gegeven kunnen worden.
GRAS advies kan daarom geen aansprakelijkheid aanvaarden voor kosten en vertraging die optreden als gevolg van het voorkomen van beschermde flora en fauna. Bij de effectenbeoordeling zijn de resultaten van het vooronderzoek, het locatiebezoek en het voorgenomen project in overweging genomen. Daarmee kunnen wij een goed inschatting maken van de invloed van het voorgenomen project op beschermde natuurgebieden, (potentieel) aanwezige beschermde soorten en al dan niet aanwezige houtopstanden.
Projectcode: P04734 Versie: 1
Pagina 13 van 25
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
5 Resultaten 5.1
Beschermde gebieden
5.1.1
Natura 2000
Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied (Afbeelding 5.1). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Veluwe op ca. 870 m afstand van het projectgebied. Het wordt hiervan gescheiden door bebouwing, wegen als de rijksweg A50 en agrarische percelen. Omdat het projectgebied zich buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden bevindt, gecombineerd met de afstand tot het projectgebied kan verstoring door licht, trillingen en geluid van Natura 2000-gebieden op voorhand worden uitgesloten. Een substantieel, negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling op de stikstofemissie en daarmee op Natura 2000-gebieden is uitgesloten (Stikstofrapportage Bovenkamp III, Bijlage 4).
Afbeelding 5.1. Ligging van het projectgebied (rood kader) t.o.v. Natura 2000-gebied de Veluwe (groen vlak) en NNNgebieden (gearceerd).
5.1.2
Natuurnetwerk Nederland
Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (Afbeelding 5.1). Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt op ca. 490 m afstand. Het projectgebied wordt van dit NNN-gebied gescheiden door de rijksweg A50, bebouwing en agrarische percelen. Omdat het projectgebied zich buiten de begrenzing van het NNN bevindt en door de afstand tot het projectgebied kan verstoring door geluid, trillingen en licht van het NNN-gebied op voorhand worden uitgesloten.
Projectcode: P04734 Versie: 1
Pagina 14 van 25
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
5.2
Beschermde soorten
5.2.1
Bekende waarnemingen
Voordat wij het projectgebied hebben bezocht, hebben wij een vooronderzoek uitgevoerd. Hierdoor hebben wij een indicatie van de te verwachten beschermde soorten en invasieve exoten binnen het projectgebied. Hiervoor is met name de Nederlandse Database Flora en Fauna (NDFF) gebruikt. Hierin staan alleen gevalideerde waarnemingen. Dit geeft een beeld van wat de bekende aanwezigheid is van soorten binnen het projectgebied en de omgeving. NDFF is echter een hulpmiddel, wanneer een soort niet geregistreerd staat in de omgeving van NDFF houdt dit niet in dat deze daar ook afwezig is. Met behulp van NDFF zijn in een straal van 1 km de waarnemingen van beschermde soorten in de afgelopen vijf jaar verzameld. Flora Er zijn waarnemingen bekend van de volgende invasieve exoten in de directe omgeving van het projectgebied; grote waternavel, reuzenbalsemien, reuzenberenklauw, smalle waterpest en zijdeplant. Vleermuizen Er zijn geen waarnemingen bekend van vleermuissoorten in de directe omgeving van het projectgebied. Overige zoogdieren De volgende beschermde landzoogdieren zijn waargenomen; boommarter, bunzing, das, eekhoorn, steenmarter en wezel. Vogels In tabel 5.1 staan de waarnemingen van vogels met jaarrond beschermde nesten in de directe omgeving van het projectgebied.
Projectcode: P04734 Versie: 1
Pagina 15 van 25
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
Tabel 5.1. Waarnemingen van vogels met jaarrond beschermde nesten.
Vogels jaarrond beschermde nesten categorie 5 Blauwe reiger
Vogels jaarrond beschermde nesten categorie 1 t/m 4 Boomvalk
Boerenzwaluw
Buizerd
Bonte vliegenvanger
Gierzwaluw
Boomklever
Havik
Boomkruiper
Huismus
Bosuil
Kerkuil
Ekster
Oehoe
Gekraagde roodstaart
Ooievaar
Glanskop
Ransuil
Grote vliegenvanger
Roek
Groene specht
Sperwer
Grote bonte specht
Steenuil
Huiszwaluw
Wespendief
IJsvogel Kleine bonte specht Koolmees Oeverzwaluw Pimpelmees Spreeuw Torenvalk Tapuit Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart Reptielen De hazelworm is waargenomen binnen een straal van 1 km van het projectgebied. Amfibieën Er zijn waarnemingen bekend van de kleine watersalamander in de directe omgeving van het projectgebied. Vissen Er zijn waarnemingen bekend van de beschermde beekprik. Ook is de blauwband, een invasieve exoot, waargenomen in de directe omgeving. Ongewervelden De vlindersoort grote vos is waargenomen in de directe omgeving van het projectgebied.
Projectcode: P04734 Versie: 1
Pagina 16 van 25
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
5.2.2
Resultaten veldbezoek
Tabel 5.2. Gegevens locatiebezoek. Datum Weer
09-01-2023 Droog, bewolkt, 7 ˚C, wind oost, 3 Bft
Tijdens het veldbezoek is gekeken naar de aanwezige planten- en diersoorten in en rondom het projectgebied. Naast de aanwezige soorten is er ook gezocht naar sporen zoals nesten, poot afdrukken, wildwissels en uitwerpselen. Flora Tijdens het veldbezoek zijn geen bijzondere of beschermde plantensoorten aangetroffen. Ook zijn er geen exoten vallend onder de Unielijst exoten waargenomen. Gezien de huidige inrichting van het projectgebied kan er redelijkerwijs geconcludeerd worden dat er geen beschermde plantensoorten in het projectgebied voorkomen. Zoogdieren Kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) Kleine marterachtigen gebruiken lijnachtige elementen om zich in de dekking te kunnen verplaatsen binnen een leefgebied of migrerend tussen leefgebieden in. De Wendhorstbeek is een lijnachtig element wat het projectgebied doorkruist (Afbeelding 5.2). Aan weerszijde van de beek is hoog opgaande vegetatie aanwezig. Deze vegetatie kan door kleine marterachtigen gebruikt worden om zich te verplaatsen van en naar de aanwezige bosschages (mogelijk leefgebied) ten oosten en westen van het projectgebied. De aanwezigheid van een migratie- en/of verbindingsroute voor kleine marterachtigen binnen het projectgebied is niet uitgesloten. Het aanwezige grasland is voor deze soorten te open van karakter om onderdeel te kunnen zijn van hun leefgebied.
In de voorgenomen ontwikkeling blijft de Wendhorstbeek behouden met daaromheen nog een strook grasachtige vegetatie beiderzijds. Indien de hoog opgaande vegetatie langs de waterkant behouden blijft, is er van een negatief effect op kleine marterachtigen geen sprake.
Afbeelding 5.2. Wendhorstbeek met opgaande vegetatie beiderzijds.
Boommarter Door het ontbreken van bos en bomen met holten, groot genoeg om als verblijfplaats te dienen, is het projectgebied niet geschikt als onderdeel van het leefgebied van deze soort.
Projectcode: P04734 Versie: 1
Pagina 17 van 25
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
Das Er is één waarneming bekend van een das direct ten noorden van het projectgebied (NDFF, 2023). Tijdens het veldbezoek is binnen het projectgebied en in de directe omgeving gezocht naar sporen van de das. Er zijn geen latrines, burchten, graafsporen of wissels aangetroffen binnen of in de directe omgeving van het projectgebied. De aanwezigheid van een burcht binnen het projectgebied is redelijkerwijs uitgesloten. De das leeft vaak in gebieden waar zowel hooggelegen als laaggelegen gronden op korte afstand van elkaar liggen. Het gaat vaak om kleinschalige akker- en weidelandschappen met voldoende bos, houtwallen en heggen. Belangrijk is dat er een groot voedselaanbod aanwezig is. Voor het realiseren van een burcht moet de bodem goed vergraafbaar zijn en regenwater moet snel afgevoerd kunnen worden. Rondom de burcht en migratieroutes moet voldoende dekking aanwezig zijn. Ook moet de burcht en directe omgeving zo min mogelijk verstoord worden. Het aanwezige voedselaanbod bepaald mede de kwaliteit en dus grootte van een territorium van de das. Er moet voldoende voedsel aanwezig zijn binnen 500 meter tot enkele kilometers van de burcht. Bemeste graslanden met kort gras zijn belangrijk voor de das omdat daar jaarrond veel wormen te vinden zijn. Maar ook (maïs)akkers, hoogstamboomgaarden en ruigten zijn geschikt om een bepaald deel van het jaar voedsel in te zoeken (Bij12, 2023).
Bekend is dat dassen in voedselarme gebieden grotere afstanden afleggen (gemiddeld 6 à 7 km per nacht) dan in voedselrijke gebieden (gemiddeld 3 à 4 km per nacht) om voldoende eten te vinden. Bovendien herbergen voedselrijke gebieden meer dassen dan voedselarme gebieden (Van Bommel et al., 2015) (Davies et al., 1987) ( Lara-Romero et al., 2012). In de directe omgeving van het projectgebied is een afwisseling van bos, grasland en maïsakkers, (Boerenbunder, 2023) aanwezig (Afbeelding 5.3). Het projectgebied is daarom geen essentieel leefgebied voor de das. De beoogde ontwikkeling resulteert niet in een significant verlies van leefgebied voor de das. Er is geen sprake van een negatief effect op de das.
Projectcode: P04734 Versie: 1
Pagina 18 van 25
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
Afbeelding 5.3: Projectgebied (rood kader) met afwisseling van (maïs)akkers, grasland en bos in de directe omgeving. Projectcode: P04734 Versie: 1
Pagina 19 van 25
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
Eekhoorn Er zijn binnen het projectgebied geen bomen met holten of nesten aangetroffen van de eekhoorn. Het projectgebied zelf bestaat grotendeels uit grasland. Dit is geen onderdeel van het leefgebied van deze soort. Het is daarom redelijkerwijs uitgesloten dat het projectgebied onderdeel is van het leefgebied van deze soort. Overige zoogdieren Gezien de aangetroffen vegetatie en omgeving kunnen soorten als egel, haas, konijn en algemene muizensoorten worden verwacht. Het projectgebied is onderdeel van de leefomgeving van deze soorten. De bovengenoemde soorten zijn beschermd conform de Wet natuurbescherming ‘andere soorten’, maar staan ook in de categorie ‘vrijgestelde soorten’ (Hunink, 2022). Dit houdt in dat bij uitvoering van de werkzaamheden in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling, een vrijstelling voor deze soorten geldt. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht voor de uitvoerende partij. Zoogdieren: vleermuizen De aanwezige graslanden binnen het projectgebied zijn geschikt als mogelijke foerageerlocatie voor vleermuizen. De geplande ontwikkelingen hebben wel betrekking op deze soort. In de omgeving is voor de vleermuis voldoende alternatief foerageerhabitat aanwezig in de vorm van open veld en bos waardoor er geen sprake is van een essentieel foerageergebied. Er is dus geen significant negatief effect voor vleermuizen.
Er is geen sprake van lijnvormige structuren binnen het projectgebied. Aangrenzend aan het projectgebied is wel een bomenrij aanwezig die mogelijk een functie als vliegroute voor vleermuizen heeft. Het gaat om een rij bomen langs de westgrens van het zuidelijke deel van het projectgebied. Indien er tijdens de bouw en na realisatie van de toekomstige ontwikkeling geen nachtelijke verlichting op deze bomenrij gericht wordt, is er van een negatief effect op vleermuizen geen sprake. Binnen het projectgebied zijn geen bomen met openingen aangetroffen die groot genoeg zijn om als verblijfplaats van vleermuizen de dienen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen binnen het projectgebied kan daarom op voorhand worden uitgesloten. Vogels Roek De roek is waargenomen in de directe omgeving van het projectgebied. Er is een roekenkolonie aanwezig ten hoogte van de Costerweg en Walstraat in de directe omgeving (Afbeelding 5.4). Het projectgebied kan als foerageergebied onderdeel uitmaken van het functionele leefgebied van de soort. In de directe omgeving van de kolonie is echter veel hoogwaardig foerageergebied aanwezig in de vorm van akkerland. Een significant negatief effect op de roek is daarom niet van toepassing. Steenuil In de directe omgeving van het projectplan zijn waarnemingen vermeld van de steenuil.
Het gaat hier om overvliegende en baltsende individuen op een afstand van meer dan 500 m. Er zijn geen gegevens bekend van nestlocaties binnen een straal van 1 km van het projectgebied (Steenuil, zd). Binnen het projectgebied zijn geen bomen aangetroffen met holten die geschikt zijn als nestlocatie. Door de openheid van het terrein is het projectgebied matig geschikt als foerageergebied. Bij het jagen in opener stukken heeft de steenuil een grotere kans om zelf ten prooi te vallen aan een roofvogel als een havik. Hoogstamboomgaarden en parkachtig terrein met meer beschuttingsmogelijkheden kunnen als hoogwaardig leefgebied aangemerkt worden. In de directe omgeving van het projectgebied is voldoende alternatief hoogwaardig leef- en/of foerageergebied aanwezig. Een significant negatief effect op de steenuil is daarom niet van toepassing.
Projectcode: P04734 Versie: 1
Pagina 20 van 25
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
Afbeelding 5.4. Projectgebied (rood kader) met roekenkolonie (gele ster).
Tijdens het veldbezoek zijn de bomen en bosschages gecontroleerd op jaarrond beschermde nesten. Er zijn in de bomen binnen en direct grenzend aan het projectgebied geen nesten van jaarrond beschermde soorten aangetroffen. Ook voor gebouw bewonende broedvogels waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn, zoals de huismus en gierzwaluw, geldt dat het projectgebied niet geschikt is als potentiële nestlocatie. Het projectgebied is (onderdeel van) het leefgebied voor o.a. zangvogels. Het is aannemelijk dat zangvogels de bomen en bosschages in het projectgebied als broedlocatie gaan gebruiken. Verstoring van broedvogels kan voorkomen worden door de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Het broedseizoen is globaal aan te geven tussen 15 maart en 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Eerdere en latere broedgevallen zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming. Als toch gewerkt wordt tijdens het broedseizoen, dienen de aanwezige bosschages niet te worden verstoord. Ook is het mogelijk vlak voor de werkzaamheden het onderzoeksgebied te laten controleren op de aanwezigheid van broedende vogels door een deskundig ecoloog. Reptielen Hazelworm De hazelworm komt voor in enigszins vochtige, met dichte vegetatie bedekte gebieden zoals: bossen, heide, houtwallen en spoor- en wegbermen. Het projectgebied voldoet niet aan deze eisen.
Het is redelijkerwijs uitgesloten dat het projectgebied onderdeel is van het leefgebied van deze soort. Overige soorten Tijdens het veldbezoek zijn er geen (sporen van) beschermde reptielen waargenomen. Aangezien er binnen het projectgebied geen geschikte voortplantingsbiotopen voor beschermde soorten uit deze soortgroep voorkomen, kan de aanwezigheid van beschermde reptielen redelijkerwijs worden uitgesloten. Vissen De beekprik en grote modderkruiper kunnen voorkomen binnen het projectgebied, volgens de verspreidingsatlas NDFF. Omdat de aanwezige beek ongemoeid blijft is er van een negatief effect op eventueel aanwezige exemplaren geen sprake. Amfibieën De aanwezige Wendhorstbeek die het projectgebied doorkruist is niet geschikt als habitat voor beschermde amfibiesoorten. Het gaat om een redelijk snelstromende beek met steile oevers. De Wendhorstbeek blijft behouden na de beoogde ontwikkeling.
Projectcode: P04734 Versie: 1
Pagina 21 van 25
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
Ongewervelden Tijdens het veldbezoek zijn er geen beschermde ongewervelden waargenomen. Vanwege het ontbreken van de voor beschermde ongewervelden (zoals grote vos), benodigde specifieke habitats, is het niet aannemelijk dat beschermde soorten ongewervelden in het projectgebied aanwezig zijn.
Projectcode: P04734 Versie: 1
Pagina 22 van 25
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
6 Conclusie en aanbevelingen 6.1
Beschermde gebieden
Het projectgebied ligt buiten zowel Natura 2000-gebieden als Natuurnetwerk Nederland gebieden. Gezien de afstanden tussen het projectgebied en deze gebieden, wordt verstoring door licht, trillingen en geluid hiervan uitgesloten. Een substantieel, negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling op de stikstofemissie en daarmee op Natura 2000-gebieden is uitgesloten (Stikstofrapportage Bovenkamp III, Bijlage 4).
6.2
Beschermde soorten
6.2.1
Flora
Er kan redelijkerwijs geconcludeerd worden dat er geen beschermde plantensoorten in het projectgebied voorkomen. Een nader onderzoek naar beschermde vegetatie en/of een ontheffingsaanvraag is niet nodig.
6.2.2
Zoogdieren
Omdat de Wendhorstbeek behouden blijft, is er geen negatief effect op eventueel aanwezige kleine marterachtigen in het gebied. Een nader onderzoek naar beschermde zoogdieren en/of een ontheffingsaanvraag is niet nodig.
6.2.3
Zoogdieren: vleermuizen
Er is geen sprake van een essentieel foerageergebied of essentiële vliegroute binnen het projectgebied. Ook zijn er geen geschikte openingen in bomen langs de westgrens van het zuidelijke deel van het projectgebied waardoor de aanwezigheid van een verblijfplaats binnen het projectgebied op voorhand kan worden uitgesloten. Indien er tijdens de bouw en na realisatie van de toekomstige ontwikkeling geen nachtelijke verlichting op de bomenrij in het westelijke deel van het projectgebied gericht wordt, is er van een negatief effect op vleermuizen geen sprake. Een nader onderzoek naar beschermde vleermuizen en/of een ontheffingsaanvraag is niet nodig.
6.2.4
Vogels
Er zijn geen beschermde vogelsoorten, jaarrond beschermde nesten of geschikte broedlocaties voor vogels waargenomen binnen het projectgebied. Het projectgebied is (onderdeel van) het leefgebied voor o.a. zangvogels. Het is aannemelijk dat zangvogels de bomen en bosschages in het projectgebied als broedlocatie gaan gebruiken. Verstoring van broedvogels kan voorkomen worden door de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen, globaal tussen 15 maart en 15 juli, uit te voeren. Een nader onderzoek naar vogels en/of een ontheffingsaanvraag is niet nodig, mits werkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvinden. Wanneer werkzaamheden toch binnen het broedseizoen vallen dienen de aanwezige bosschages niet verstoort te worden. Ook is het mogelijk maximaal 3 dagen voor aanvang van de werkzaamheden het onderzoeksgebied door een deskundig ecoloog te laten controleren op de aanwezigheid van broedende vogels.
6.2.5
Reptielen
Er zijn geen beschermde reptielen, of daarvoor geschikte habitats, waargenomen binnen het projectgebied. Er kan redelijkerwijs geconcludeerd worden dat er geen beschermde reptielen binnen het projectgebied voorkomen. Een nader onderzoek naar beschermde reptielen en/of een ontheffingsaanvraag is niet nodig.
Projectcode: P04734 Versie: 1
Pagina 23 van 25
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
6.2.6
Vissen
De Wendhorstbeek blijft behouden. Er is geen negatief effect op eventueel beschermde vissoorten. Een nader onderzoek/ontheffingsaanvraag voor beschermde vissen is niet nodig.
6.2.7
Amfibieën
De Wendhorstbeek is niet geschikt als voortplantingslocatie voor beschermde amfibiesoorten. Deze beek blijft ook behouden na de beoogde ontwikkeling. Een nader onderzoek/ontheffingsaanvraag voor beschermde amfibieën is niet nodig.
6.2.8
Ongewervelden
Er zijn geen beschermde ongewervelden, of daarvoor geschikte habitats, waargenomen binnen het projectgebied. Er kan redelijkerwijs geconcludeerd worden dat er geen beschermde insecten in het projectgebied voorkomen. Een nader onderzoek naar beschermde ongewervelden en/of een ontheffingsaanvraag is niet nodig.
Projectcode: P04734 Versie: 1
Pagina 24 van 25
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
Bronnen ArcGIS (2022). Geografisch informatiesysteem met kaarten van Esri, Natura2000 en NNN. Datum geraadpleegd: 02-01-2023. Boerenbunder. https://boerenbunder.nl/report/. Datum geraadpleegd: 4-9-2023. Bij12. https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-003-Kennisdocument-Das-1.0.pdf. Datum geraadpleegd: 14 augustus 2023. Davies, J. M., Roper, T. J., & Shepherdson, D. J. (1987). Seasonal distribution of road kills in the European badger (Meles meles). Journal of Zoology, 211(3), 525-529. Hunink (2022). Lijst beschermde soorten Wet natuurbescherming. Natuurinclusief, Borculo. 13 p. Lara-Romero, C., Virgos, E., & Revilla, E. (2012). Sett density as an estimator of population density in the European badger Meles meles. Mammal Rev. 2012, Volume 42, No. 1, 78–84. Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). https://ndff-ecogrid.nl/. Datum geraadpleegd: 02-01-2023. Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) (2022). Unilijst. https://www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten. Datum geraadpleegd: 02-012023. Overheid.nl. Officiële bekendmakingen. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/uitgebreidzoeken. Datum geraadpleegd: 16-01-2023. Patronale Dienst voor Organisatie en Kontrole van de Bestaanszekerheidstelsels (PDOK). https://app.pdok.nl/viewer/?origin=pdoknl. Datum geraadpleegd: 02-01-2023. Van Bommel, F., S. Vreugdenhil & M.
La Haye (2015) De Das, 1e druk, KNNV Uitgevrij, Zeist. Wet natuurbescherming (2015). https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2021-07-01. Datum geraadpleegd: 02-01-2023.
Projectcode: P04734 Versie: 1
Pagina 25 van 25
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
Bijlage 1: Wet Natuurbescherming Soorten van de Vogelrichtlijn De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Vogelrichtlijn, artikel 3.1: lid 1 Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. lid 3 Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. lid 4 Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. lid 5 Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Soorten van de Habitatrichtlijn Dit zijn soorten genoemd in de Habitatrichtlijn in bijlage IV, het verdrag van Bern in bijlage I en II en het verdrag van Bonn, bijlage II. lid 1 Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. lid 2 Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.
lid 3 Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. lid 5 Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere soorten Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten in Nederland.
lid 1 Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: onderdeel a In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; onderdeel b de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of onderdeel c vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Vrijgestelde soorten Er zijn een aantal soorten landelijk vrijgesteld bij specifieke activiteiten wanneer de Minister van Economische Zaken bevoegd gezag is. De lijst met deze soorten is te vinden via beschermdesoorten.nl onder provinciale vrijstellingen.
Projectcode: P04734 Versie: 1
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
Jaarrond beschermde vogelnesten De lijst met jaarrond beschermde nesten van vogels is een beleidsdocument dat is voortgevloeid uit de voormalige Flora- en faunawet en meegenomen is onder de Wet natuurbescherming. Wanneer er een activiteit plaatsvindt die de nestlocatie kan beschadigen en/ of de gunstige staat van instandhouding van de soort lokaal in gevaar kan brengen, moeten er voor deze nesten mitigerende maatregelen worden getroffen. Een recente lijst met jaarrond beschermde nesten is te vinden via rvo.nl. Zorgplicht Iedereen dient voldoende rekening te houden met in het wild levende dieren en planten en de directe leefomgeving. ‘De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd.
Projectcode: P04734 Versie: 1
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
Bijlage 2: Toelichting verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna In het verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming wordt onderzoek gedaan naar het mogelijk voorkomen van beschermde plant- en diersoorten in het projectgebied. Ook wordt de ligging van het projectgebied onderzocht t.o.v. beschermde gebieden behorende tot het Natura 2000-netwerk en Natuurnetwerk Nederland. De volgende werkzaamheden behoren tot het verkennend onderzoek. Voorbereidend onderzoek ● Verzamelen van gebiedsinformatie ● Verzamelen van soorteninformatie en verspreidingsgebied ● Informatie verzamelen over voorgenomen werkzaamheden in het projectgebied Verkennend veldonderzoek met inspectie van het terrein en/of gebouwen ● Tijdens het veldonderzoek wordt het projectgebied en de directe omgeving geïnventariseerd op de aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten. Ook wordt gekeken of het projectgebied geschikt is als habitat voor beschermde soorten. Het verkennend veldonderzoek geeft daarmee inzicht in de kans op aanwezigheid van beschermde soorten. Het is geen gedetailleerd en gespecialiseerd onderzoek. ● Het is mogelijk dat er objecten of plekken zijn die niet de inspecteren zijn door de controleur. Dit kan bijvoorbeeld een watergang (vissen en amfibieën) zijn of holtes, spouwen en kieren in bomen en gebouwen (vleermuizen).
Onderzoek van dergelijke objecten en plekken vereist in elk geval aanvullend onderzoek door een deskundige. ● Indien tijdens het verkennend veldonderzoek de aanwezigheid van beschermde soorten wordt vastgesteld, en/of plekken zijn aangetroffen die kunnen fungeren als habitat voor beschermde soorten, is aanvullend onderzoek noodzakelijk. Indien een watervoerende watergang/ sloot wordt aangetroffen (in verbinding staand met andere watergangen), en de kans bestaat dat er beschermde soorten in voorkomen is altijd een nader onderzoek noodzakelijk. ● Aanvullend onderzoek wordt uitgevoerd door een deskundige op het gebied van de betreffende (mogelijk) aanwezige soort(en) en geeft uitsluitsel over welke beschermde soorten aanwezig zijn, in welke aantallen, op welke locaties en welke functie die locaties hebben. ● Aanvullend onderzoek maakt geen onderdeel uit van een verkennend onderzoek (quickscan). Aanvullend onderzoek kan als meerwerk verrekend worden boven op het verkennend onderzoek. Advies en rapportage ● De resultaten van het verkennend onderzoek worden gepresenteerd in een rapportage. ● In de rapportage wordt aangegeven of aanvullend onderzoek noodzakelijk is en indien dit noodzakelijk is, voor welke soortgroep(en). ● In de rapportage wordt een advies gegeven met betrekking tot het vervolgtraject.
● In het geval aanvullend onderzoek noodzakelijk is, kunnen wij u adviseren over de planning en doorlooptijd van deze onderzoeken.
Projectcode: P04734 Versie: 1
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
Bijlage 3: Stappenplan Ministerie van Economische Zaken
Projectcode: P04734 Versie: 1
Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Bovenkamp III te Heerde
Bijlage 4 Stikstofrapportage
Projectcode: P04734 Versie: 1
Rapportage Stikstofberekening Bovenkamp III te Heerde Projectcode: P04734 Versie: Definitief
Rapportage Stikstofberekening Bovenkamp III te Heerde
Colofon Titel:
Rapportage Stikstofberekening Bovenkamp III te Heerde
Projectcode Versie: Datum
P04734 Definitief 27-07-2023
Opdrachtgever:
Buro Stedenbouw B.V. Kerkplein 5 8121 BM OLST, Nederland
Uitvoerder:
Email: Website:
GRAS Advies bv Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo ecologie@grasadvies.nl https://grasadvies.nl/
Contactpersoon: Telefoon: Email:
Michael Witjes 074 2020258 michael.witjes@grasadvies.nl
Projectcode: P04734 Versie: Definitief
Pagina 1 van 10
Huismanstraat 6 6851 GT Huissen
Rapportage Stikstofberekening Bovenkamp III te Heerde
Inhoudsopgave 1
Inleiding.............................................................................................................................................. 3
1.1
Aanleiding .......................................................................................................................................... 3
1.2
Voorgenomen ontwikkeling................................................................................................................ 3
1.3
Doelstelling rapport ............................................................................................................................ 4
1.4
Kwaliteit.............................................................................................................................................. 4
2
Uitgangspunten .................................................................................................................................. 5
2.1
Referentiesituatie ............................................................................................................................... 5
2.2
Realisatiefase .................................................................................................................................... 5
2.3
Gebruiksfase ...................................................................................................................................... 7
3
Resultaten en conclusie..................................................................................................................... 8
Bronnen ............................................................................................................................................................. 9
Bijlagen Bijlage 1. AERIUS-berekening realisatiefase Bijlage 2. AERIUS-berekening gebruiksfase
Projectcode: P04734 Versie: Definitief
Pagina 2 van 10
Rapportage Stikstofberekening Bovenkamp III te Heerde
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
Wanneer een activiteit start of wijzigt waarbij ammoniak en/of stikstofoxide wordt uitgestoten en dit op Natura 2000-gebieden neerkomt, is deze volgens de Wet natuurbescherming mogelijk vergunning plichtig. Om te bepalen hoeveel de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is, wordt dit berekend met het instrument AERIUS Calculator. De initiatiefnemer is voornemens maximaal 100 woningen te realiseren op locatie Bovenkamp III te Heerde. Deze plannen kunnen leiden tot een negatief effect op Natura 2000-gebieden door een toename van uitstoot van ammoniak en/of stikstofoxide. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling (§ 1.2) dient door middel van een analyse aangetoond te worden of het project significant negatieve gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied de Veluwe is gelegen op ca. 885 meter van de projectlocatie, en de Rijntakken ligt op ca. 3 km afstand van de projectlocatie (Afbeelding 1.1).
Afbeelding 1.1. Ligging van het projectgebied t.o.v. Natura 2000-gebieden (groen).
1.2
Voorgenomen ontwikkeling
In de huidige situatie bestaat de projectgebied uit blijvend grasland (Afbeelding 1.2). De initiatiefnemer is voornemens hier maximaal 100 woningen te realiseren. De nieuwe woningen worden niet aangesloten op het gasnetwerk.
Projectcode: P04734 Versie: Definitief
Pagina 3 van 10
Rapportage Stikstofberekening Bovenkamp III te Heerde
Afbeelding 1.2. Luchtfoto van het projectgebied.
1.3
Doelstelling rapport
Het doel van dit rapport is het inzichtelijk maken van de eventuele effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Deze effecten worden met behulp van de AERIUS Calculator berekend. Er zijn berekeningen gemaakt voor: ● AERIUS-berekening referentiesituatie ● AERIUS-berekening realisatiefase ● AERIUS-berekening gebruiksfase Met behulp van AERIUS Calculator wordt de stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden berekend. Vervolgens wordt getoetst of er sprake is van een significant negatief effect op de beschermde natuurwaarden en specifieke instandhoudingsdoelstellingen als gevolg van de gebruiksfase en de realisatiefase.
1.4
Kwaliteit
GRAS Advies bv voert berekeningen uit met de daarvoor ontworpen AERIUS-Calculator. De medewerkers van GRAS Advies bv zijn door opleiding en ervaring bevoegd om deze berekeningen uit te voeren. Daarnaast is het project uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van GRAS Advies bv. Het kwaliteitsmanagementsysteem van GRAS Advies bv is gecertificeerd conform NEN-EN-ISO 9001:2015.
Projectcode: P04734 Versie: Definitief
Pagina 4 van 10
Rapportage Stikstofberekening Bovenkamp III te Heerde
2 Uitgangspunten De stikstofberekeningen zijn uitgevoerd met de meest actuele versie van AERIUS-Calculator (versie 2022.2_20230704).
2.1
Referentiesituatie
De referentiesituatie is de huidige legale situatie. Voor het voorgenomen ontwikkeling is de huidige feitelijk aanwezige, planologisch legale situatie de referentiesituatie. Het projectgebied is gelegen op de percelen HDE00-H-2290, 2291, 3212 en 3236. Deze percelen hebben een gezamenlijke oppervlakte van 3,47 ha en zijn in gebruik als blijvend grasland (Boerenbunder.nl, 2023). Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling zal het bemesten van deze graslanden stopgezet worden. De stikstofnorm voor grasland met beweiden is 250 kg N/ha/jr (RVO, 2023). Vaste mest op grasland wordt altijd bovengronds uitgereden (van Bruggen et al. 2017). Hierbij wordt voornamelijk zodenbemester (mest in sleufjes) en mestinjectie. Dit geeft een emissiefactor van 19% (0,19). Bij rundvee is ca. 60% stikstof beschikbaar in de vorm van NH3. Met deze informatie bereken je als volgt de NH3-emissie: - het perceel dat onttrokken wordt aan de landbouwkundige situatie betreft 3,47 ha. De gebruiksnorm voor dit perceel is 3,47 x 250 kg N/ha/jaar = 867,5 kg N/jaar -
60% van de 867,5 kg N/jaar is stikstof in de vorm van NH3. Dat geeft 520,5 kg NH3/jaar.
-
19% van de 63 kg kan als NH3-emissie (wat vervlucht) worden gezien.
0,19 * (867,5 *0,6) = 98,9 kg NH3/jaar
2.2
Realisatiefase
Rekenjaar AERIUS rekent met de 12 aaneengesloten maanden met de hoogste depositie. Als rekenjaar wordt het jaar genomen waarin de meeste realisatiemaanden vallen. In dit geval 2024. Mobiele werktuigen Tijdens de realisatiefase wordt er gebruik gemaakt van mobiele werktuigen welk zijn weergegeven in Tabel 2.1. Hiervan zijn bouwjaar, vermogen, brandstofverbruik, de draaiuren en het AdBlue verbruik opgenomen in de berekening. De invoer van de in te zetten mobiele werktuigen en verkeersbewegingen zijn gebaseerd op de aangeleverde gegevens van de initiatiefnemer. Het brandstofverbruik (liter/jaar) is berekend met de volgende formule: LBPJ = (0,095 * Pmax + 0,54) * D LBPJ: Brandstofverbruik (liter/jaar) Pmax: Het maximale vermogen van het werktuig (kW) D: Aantal draaiuren per jaar Bron: Ligterink et al. 2021.
Het AdBlue verbruik kan berekend worden aan de hand van de volgende gegevens die door TNO worden gegeven (Ligterink et al. 2021): ● ●
Stage IV en V werktuigen: Stage III werktuigen:
Projectcode: P04734 Versie: Definitief
6% van het dieselverbruik 3% van het dieselverbruik
Pagina 5 van 10
Rapportage Stikstofberekening Bovenkamp III te Heerde
Tabel 2.1. Inzet mobiele werktuigen tijdens de realisatiefase. Bron Bouwjaar Vermogen (Kw) Brandstofverbruik (l/j)
Hijskraan Betonstorter Graafmachine
IV IV IV
125 200 125
22347 7816 4966
Draaiuren (u/j)
1800 400 400
AdBlue verbruik (l/j)
1340,82 468,96 297,96
Verkeersbewegingen De verkeersbewegingen behorend bij de realisatiefase zijn opgenomen als licht, midden en zwaar vrachtverkeer in AERIUS-Calculator (Tabel 2.2). Voor de verkeersbewegingen geldt dat 1 voertuig twee bewegingen heeft (heen- en terugweg). De verkeersbewegingen zijn ingevoerd als het aantal bewegingen per jaar. Tabel 2.2. Verkeersbewegingen tijdens de realisatiefase. Bron Aantal verkeersbewegingen per jaar Licht verkeer 10.000 Middelzwaar verkeer 1.000 Zwaar vrachtverkeer 800
De verkeersgeneratie wordt aan de ontwikkeling toegekend totdat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval wanneer het verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer. De kruising met Wezeweg is hiervoor aangehouden (Afbeelding 2.1).
Afbeelding 2.1. Rijroute verkeersbewegingen.
Projectcode: P04734 Versie: Definitief
Pagina 6 van 10
Rapportage Stikstofberekening Bovenkamp III te Heerde
2.3
Gebruiksfase
Rekenjaar Voor de gebruiksfase is het rekenjaar in AERIUS, het jaar waarin de vergunning wordt verleend. In dit geval 2025. Gasverbruik In de beoogde situatie zal er geen gebruik worden gemaakt van gasgestookte installaties. Verkeersbewegingen In de toekomstige gebruiksfase zal er door bewoners van woningen op de Bovenkamp III een verkeersintensiteit ontstaan (Tabel 2.3). De toename in verkeersintensiteit heeft invloed op de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Het aantal en type verkeersbewegingen is gebaseerd op kengetallen van het CROW, weinig stedelijk, rest bebouwde kom (CROW, 2018). Gerekend is met 0,02 vrachtautobewegingen per woning per werkdag-etmaal (licht + zwaar) (CROW, 2018). De verkeersgeneratie wordt aan de ontwikkeling toegekend totdat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. (BIJ12, 2020; Provincie Gelderland, 2022). Genomen is de kruising met de Wezeweg als punt van opname in het huidige verkeersbeeld. Tabel 2.2. Verkeer in de toekomstige gebruiksfase. 1 Emissies gebaseerd op standaard waardes AERIUS Calculator. Bron Segment Aantal Type CROW-cijfer Totaal aantal be(woninwegingen gen) (per etmaal) Vrijstaande Koop, huis, vrij- 100 Licht verkeer 8,2 820 woning staand Middelzwaar vrachtverkeer (0,02/woning) 2
Projectcode: P04734 Versie: Definitief
Pagina 7 van 10
Rapportage Stikstofberekening Bovenkamp III te Heerde
3 Resultaten en conclusie Uit de verschilberekening volgens de AERIUS Calculator voor de realisatiefase en gebruiksfase is gebleken dat er geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol N/ha/jaar op Natura 2000-gebieden (stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden). In bijlage 1 en 2 zijn de uitdraaien van de berekeningen toegevoegd. De realisatie- en gebruiksfase resulteren in een maximale toename van 0,00 mol N/ha/jr op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Hiermee is een significant negatief effect op Natura 2000-gebieden uitgesloten. Voor de voorgenomen ontwikkeling is er daarom m.b.t. stikstofdepositie geen vergunning Wet natuurbescherming onderdeel Gebiedsbescherming benodigd.
Projectcode: P04734 Versie: Definitief
Pagina 8 van 10
Rapportage Stikstofberekening Bovenkamp III te Heerde
Bronnen ●
AERIUS calculator (2023). https://calculator.aerius.nl/wnb/. Geraadpleegd op 25-07-2023.
●
van Bruggen, C., Bannink, A., Groenestein,C.M., Huijsmans, J.F.M., Lagerwerf, L.A., Luesink, H.H., van der Sluis, S.M., Velthof, G.L., Vonk, J. (2017). Emissies naar lucht vanuit de landbouw in 2017. Berekeningen met het model NEMA. Wageningen University & Research. WOt-technical report 147.