CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

8.3. Omgevingsvergunning -concept-.pdf

Raadscommissie 16 mei 2022, gemeente HeerdeBij agendapunt: Afgeven definitieve verklaring van geen bedenkingen voor afwijken van het bestemmingsplan MSV-NOV11.216 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Postbus 175, 8180 AD Heerde Tel. 0578 - 69 94 94 E-mail gemeente@heerde.nl www.heerde.nl

OMGEVINGSVERGUNNING

-CONCEPT-

Burgemeester en wethouders van Heerde hebben op 2 juni 2020 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van ‘Motorsportvereniging Noord-Oost Veluwe’ (MSV NOV), met als doel een omgevingsvergunning te verkrijgen die de actuele situatie/werking van de inrichting, vergunt. Één en ander overeenkomstig de op 9 november 2004 verleende omgevingsvergunning, activiteit ‘milieu’ (revisie) en de volgende (voormalige) 8.19 Wet milieubeheer-meldingen: -

op 7 maart 2008 is een 8.19 Wm-melding (milieu neutraal veranderen) geaccepteerd voor het realiseren van een geluid afschermend object (aarden wal); op 1 april 2008 is een 8.19 Wm-melding (milieu neutraal veranderen) geaccepteerd voor het uitbreiden van het aantal voertuigen in de baan, inhoudende dat er 60 auto’s (SUV’s) tegelijkertijd in de baan kunnen zijn; op 26 november 2008 is een 8.19 Wm-melding (milieu neutraal veranderen) geaccepteerd voor het uitbreiden van het aantal voertuigen in de baan, inhoudende dat er 60 auto’s (SUV’s) tegelijkertijd in de baan aanwezig zijn, gedurende minder dan 8 uur/week.

Als locatie geldt het perceel plaatselijk bekend Kamperweg 78c in Heerde en kadastraal bekend gemeente Heerde, sectie A, nummers 2616, 2620, 2623, 2626 en 2629 (gedeeltelijk). In het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) zijn de activiteiten ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’, ‘milieu’ (revisievergunning) en ‘bouwen’ van toepassing. Deze aanvraag is geregistreerd onder nummer 476888. Intentie van de aanvraag De intentie van de aanvraag voor een omgevingsvergunning, voor wat betreft de activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’, is om de gebruiksregels van het bestemmingsplan en de gebruiksregels van de omgevingsvergunning, activiteit ‘milieu’ met elkaar in overeenstemming te brengen. Het gaat daarbij om: -

-

-

het aantal rij-uren voor het motor- en bromfietscrossen te verhogen van maximaal 14 uur per week naar ten hoogste 21 uur per week in de periode april tot en met oktober (voor de periode november tot en met maart blijft het bestemmingsplan van kracht, te weten maximaal 14 uur per week); het toegestane gezamenlijke vloeroppervlak v.w.b. gebouwen te vergroten tot een maximaal oppervlak van 1000 m2 waar het maximale oppervlak op dit moment 550 m2 bedraagt; het toestaan van behendigheidstrainingen en -wedstrijden voor SUV’s met kenteken, voor maximaal 8 uur/week, op woensdag van 13:00 tot 19:00 uur en op zaterdag van 10:00 tot 18:00 uur, waarbij maximaal 60 SUV’s op het circuit aanwezig mogen zijn; het toestaan van mountainbiketrainingen en -wedstrijden alsmede looptrainingen, survivalen overige conditietrainingen tijdens openingstijden.

De aanvraag voor een omgevingsvergunning, activiteit ‘milieu’ heeft betrekking op het in werking hebben van een inrichting voor het uitoefenen van motorcrossactiviteiten en aanverwante activiteiten. De activiteiten van de inrichting bestaan uit het houden van trainingen en wedstrijden ten behoeve van ‘de motorcross’ (gemotoriseerde voertuigen). Daarnaast kunnen activiteiten plaatsvinden zoals training en wedstrijden met mountainbikes, looptrainingen en overige conditietrainingen. Voor de inrichting wordt een revisievergunning (milieu) aangevraagd. De aanvraag heeft geen betrekking op het intensiveren van de activiteiten binnen de inrichting. Voor het onderdeel milieu wordt alleen een uitbreiding gevraagd die betrekking heeft op de mogelijkheid van het rijden van crossmotoren op de aarden wal (geluidswal). Daarnaast wordt een actualisatie van de voorschriften aangevraagd. Huidige vergunde activiteiten in het kader van de activiteit ‘milieu’ In de huidige situatie vinden er diverse activiteiten plaats op het terrein van MSV-NOV. Het terrein biedt de gelegenheid voor het beoefenen van motorcross-sport, SUV-sport en gerelateerde activiteiten.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de op dit moment vergunde activiteiten volgens de vigerende Wet milieubeheer-vergunning (nu omgevingsvergunning, activiteit ‘milieu’ -Wabo-) van 20 oktober 2004 en eerder genoemde (voormalige) 8.19 Wet milieubeheer-meldingen.

De MSV-NOV gaat er in de voorliggende aanvraag van uit dat met deze activiteiten binnen de vaststaande normen van de milieu- en natuurwetgeving wordt gebleven, zoals vastgelegd in de omgevingsvergunning, activiteit ‘milieu’ (revisie) en in de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming. Deze normen zijn hierbij ook de te toetsen omgevingsaspecten bij de ruimtelijke toelaatbaarheid van de gevraagde activiteiten.

2/32

Besluit Omgevingsvergunning, activiteit ‘bouwen’ Burgemeester en wethouders van Heerde besluiten, gelet op artikel 2.1 en 2.10 van de Wabo, om een omgevingsvergunning, activiteit ‘bouwen’ te verlenen voor de wasplaats met een oppervlakte van 100 m2 aangeduid met nummer 6, voor de gastank en opslag gasflessen aangeduid met nummer 8 en voor de gastank aangeduid met nummer 10. Omgevingsvergunning, activiteit ‘milieu’ (revisie) Burgemeester en wethouders van Heerde besluiten, gelet op artikel 2.1 en artikel 2.14 van de Wabo, om een omgevingsvergunning, activiteit ‘milieu’ (revisie) te verlenen, waarbij het rijden van crossmotoren op de aarden wal (geluidswal) de enige uitbreiding betreft t.o.v. de reeds bestaande ‘milieuvergunning’. Voor wat betreft geluid, emissie etc. valt de belasting die door de SUV’s met een kenteken worden veroorzaakt weg, tegen het huidige gebruik en de autonome groei van de A50. Daarnaast wordt besloten tot een actualisatie van de voorschriften.

Omgevingsvergunning, activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ Burgemeester en wethouders van Heerde besluiten, gelet op artikel 2.1 en artikel 2.12 lid 1, sub a ten 1o van de Wabo, in samenhang met artikel 19.5.1 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied -West’ om voor de volgende onderdelen van de aangevraagde omgevingsvergunning, activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’, deze te verlenen: -

Behendigheidstrainingen en -wedstrijden SUV’s.

- Maximaal 8 uur per week. Op circuit: maximaal 60 SUV’s. met een kenteken.

- Woensdag 13:00-19:00 uur. - Zaterdag 10:00-18:00 uur.

-

Nevenactiviteiten

- Mountainbike trainingen en wedstrijden. - Looptrainingen, survival- en overige conditietrainingen.

- Tijdens openingstijden

Omgevingsvergunning, activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ Burgemeester en wethouders van Heerde besluiten, gelet op artikel 2.1 en artikel 2.12 lid 1, sub a ten 3o van de Wabo, in samenhang met artikel 2.27 van de Wabo en artikel 6.5 van het Besluit omgevingsrecht (Bor), om voor de volgende onderdelen van de aangevraagde omgevingsvergunning, activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’, te verlenen: -

het aantal cross-uren voor motoren en bromfietsen te verhogen van maximaal 14 uur per week naar ten hoogste 21 uur per week in de periode april tot en met oktober;

-

het toegestane gezamenlijke vloeroppervlak v.w.b. gebouwen te vergroten van maximaal 550 m2 tot een oppervlakte van ten hoogste 1000 m2.

De als zodanig gewaarmerkte documenten maken deel uit van de genomen besluiten. Voor de overwegingen met betrekking tot deze besluiten wordt onder andere ook verwezen naar de van deze omgevingsvergunning deel uitmakende bijlage ‘Nota van Zienswijzen’. Verder zullen aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden zoals in dit besluit is vermeld. Buiten behandeling laten Omgevingsvergunning, activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ wordt onder andere gevraagd voor een ‘stroomhuisje’, zoals dit op tekeningnummer: 2-FB 17462, met datum: 03-2017 aangeduid met nummer 14 is aangegeven. Volgens bijlage II, hoofdstuk II, artikel 2, lid 18 van het Bor, moet dit bouwsel beschouwd worden als een ‘vergunningsvrij’ bouwwerk. Vanwege dit gegeven is besloten dit onderdeel van de aanvraag buiten behandeling te laten.

3/32

Procedure Voor de voorbereiding van dit besluit is de procedure zoals bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en paragraaf 3.3 van de Wabo gevolgd. De aanvraag is getoetst aan de artikelen 2.1, 2.10 en 2.14 van de Wabo en artikel 2.12 lid 1, sub a ten 1o van de Wabo in samenhang met artikel 19.5.1 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied-West’ en artikel 2.12 lid 1, sub a onder 3o van de Wabo in samenhang met artikel 2.27 van de Wabo en artikel 6.5 van het Bor. De aanvraag is ook getoetst aan de overige aspecten van het Bor en de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor). Ingekomen reacties op de aanvraag omgevingsvergunning Door bewoners uit de directe omgeving is gereageerd naar aanleiding van deze aanvraag voor een omgevingsvergunning. Ook de ‘Vereniging Landschap en Milieu Hattem’, ‘Natuur- en Milieufederatie Gelderland’, de ‘Vereniging Natuurmonumenten’, de ‘Stichting Geldersch Landschap & Kasteelen’ en de ‘Vereniging voor Veldbiologie -afdeling Epe-Heerde- (KNNV)’ hebben schriftelijk op de aanvraag van de ‘Motorsportvereniging Noord-Oost-Veluwe’ gereageerd. Deze reacties zijn betrokken bij de gemaakte overwegingen om te komen tot het ontwerpbesluit. In het kader van een zorgvuldig proces heeft er met een afvaardiging van bewoners uit de directe omgeving overleg plaatsgevonden. Verklaring van geen bedenkingen (i.k.v.

artikel 2.12 lid 1, sub a ten 3o van de Wabo) Op grond van artikel 2.27 van de Wabo in samenhang met artikel 6.5 van het Bor, is bepaald dat, indien het voornemen bestaat om een omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van het bestemmingsplan, de gemeenteraad hiervoor vooraf een zogenaamde verklaring van geen bedenkingen (vvgb) dient af te geven. Gezien de te volgen voorbereidingsprocedure is door de gemeenteraad van Heerde de ontwerp-vvgb op 21 december 2020 afgegeven voor de volgende onderdelen van de aanvraag: 1. verruiming van het aantal rij-uren voor het motor- en bromfietscrossen en deze te verhogen van ten hoogste 14 uur per week naar maximaal 21 uur per week in de periode april tot en met oktober (voor de periode november tot en met maart blijft het bestemmingsplan van kracht, te weten maximaal 14 uur per week); 2. gezamenlijke vloeroppervlak v.w.b. gebouwen te vergroten van maximaal 550 m 2 tot een oppervlakte van ten hoogste 1000 m2. Terinzagelegging ontwerpbesluit en ontwerp-vvgb Van 23 juni 2021 tot en met 3 augustus 2021 heeft het ontwerpbesluit omgevingsvergunning samen met de ontwerp-vvgb -met de daarop betrekking hebbende documenten- ter inzage gelegen. Binnen deze termijn zijn 7 ontvankelijke zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen geven geen aanleiding om het ontwerpbesluit omgevingsvergunning en/of het ontwerp-vvgb aan te passen.

Wel wordt aanleiding gegeven om voorschrift 2.8. van de omgevingsvergunning aan te passen. Voor de behandeling van deze zienswijzen wordt verwezen naar de van de omgevingsvergunning deel uitmakende ‘Nota van Zienswijzen’.

4/32

Verlengen beslistermijn Door toepassing te geven aan artikel 3.9 lid 2 van de Wabo is de beslistermijn met 6 weken verlengd. Dit besluit is schriftelijk aan de aanvrager van de omgevingsvergunning kenbaar gemaakt, waarbij deze brief op 18 december 2020 per e-mail is verzonden. Tegen dit besluit om de beslistermijn te verlengen is geen bezwaar ingediend. Heerde, xxxxxxxxxx het college, secretaris

burgemeester

B. van Zuthem

Drs. J.W. Wichers

Bijlage

: Bijlage omgevingsvergunning, nummer 476888

c.c.

: PEUTZ B.V., de heer J.A. Huizer, Paletsingel 2, 2718 NT ZOETERMEER

5/32

Bijlage omgevingsvergunning, nummer 476888 De volgende onderdelen horen bij en maken deel uit van de omgevingsvergunning, aangevraagd door ‘Motorsportvereniging Noord Oost Veluwe’, de heer H. Kamphuis, met als doel een omgevingsvergunning te verkrijgen die de actuele situatie/werking van de inrichting -gelegen op het perceel Kamperweg 78c in Heerde- vergunt. Één en ander overeenkomstig de op 9 november 2004 verleende omgevingsvergunning, activiteit ‘milieu’ (revisie) en de in 2008 ingediende en geaccepteerde meldingen 8.19 Wet milieubeheer. Voorschriften Aan de omgevingsvergunning zijn de volgende voorschriften verbonden: Algemeen ● alle aanwijzingen betreffende deze omgevingsvergunning, gegeven door de afdeling 'Ruimte, Ondernemen en Wonen' van de gemeente Heerde moeten stipt worden nageleefd; ● de omgevingsvergunning moet altijd op het perceel Kamperweg 78c in Heerde aanwezig zijn en ter inzage kunnen worden gegeven aan het 'gemeentelijk toezicht'. Activiteit ‘milieu’ Algemene voorschriften 1. Terrein van de inrichting en toegankelijkheid 1.1. Binnen de inrichting moet een overzichtelijke en actuele plattegrond aanwezig zijn. Op deze

plattegrond moeten ten minste de volgende aspecten zijn aangegeven:  alle gebouwen en de installaties met hun functies;  alle opslagen van gevaarlijke stoffen met vermelding van de aard van de stof overeenkomstig de ADR/Wm classificatie-indeling en de maximale hoeveelheden. 1.2. Procesapparatuur, opslagtanks, leidingen en leidingondersteuningen die aangereden kunnen worden door verkeer, moeten afdoende zijn beschermd door een vangrail of een gelijkwaardige constructie. 1.3. Gebouwen, installaties en opslagvoorzieningen moeten altijd goed bereikbaar zijn voor alle voertuigen die in geval van calamiteiten toegang tot de inrichting/installatie moeten hebben. Binnen of nabij de installaties mogen geen andere goederen of stoffen worden opgeslagen dan die welke voor het proces nodig zijn of daardoor zijn verkregen, met uitzondering van brandbestrijdingsmiddelen. 1.4. De inrichting moet schoon worden gehouden en in goede staat van onderhoud verkeren. Instructies 1.5. De vergunninghouder moet de binnen de inrichting (tijdelijk) werkzame personen instrueren over de voor hen van toepassing zijnde voorschriften van deze vergunning en de van toepassing zijnde veiligheidsmaatregelen.

Tijdens het in bedrijf zijn van installaties die in geval van storingen of onregelmatigheden kunnen leiden tot nadelige gevolgen voor het milieu, moet steeds voldoende, kundig personeel aanwezig zijn om in voorkomende gevallen te kunnen ingrijpen. 1.6. Van het crossen in de inrichting dient per keer, onder vermelding van datum en tijden, het aantal gebruikers van de crossbaan, naar categorie, te worden geregistreerd. Dit register dient in de inrichting aanwezig te zijn.

6/32

Milieulogboek 1.7. In de inrichting moet een milieulogboek worden bijgehouden, waarin ten minste de volgende

bescheiden worden opgenomen:  de omgevingsvergunning, alsmede overige relevante (milieu)vergunningen, veiligheidsinformatiebladen behorende bij de in de inrichting aanwezige gevaarlijke stoffen, waar in deze beschikking naar wordt verwezen; 

de bewijzen, resultaten en/of bevindingen van de in deze vergunning voorgeschreven inspecties, onderzoeken, keuringen, onderhoud en/of metingen;

de registratie van afgevoerde (gevaarlijke) afvalstoffen;

de registratie van (gevaarlijke) afvalstoffen die binnen de inrichting ontstaan;

de registratie van het jaarlijks verbruik van gas (in m3), water (in m3) en elektriciteit (in kWh);

datum en tijden en het aantal gebruikers van de crossbaan naar categorie per keer dat er een cross activiteit plaats vindt;

datum, tijdstip en alle van belang zijnde gegevens (zoals tijdstip, tijdsduur, aard, hoeveelheid, oorzaak, plaats en windrichting) van voorgevallen incidenten die van invloed zijn op het milieu, met vermelding van de genomen maatregelen.

1.8. Het milieulogboek moet te allen tijde beschikbaar zijn voor inzage door een door bevoegd

gezag aangewezen toezichthoudend ambtenaar. Bedrijfsbeëindiging 1.9. Uiterlijk drie maanden voordat de activiteiten van de inrichting worden beëindigd moet

hiervan schriftelijk melding worden gedaan aan het bevoegd gezag. Bij deze melding moeten tevens de volgende gegevens worden overgelegd;  de wijze waarop de in de inrichting aanwezige grond-, hulp- en afvalstoffen en overige milieuschadelijke stoffen zullen worden verwijderd; 

de toekomstige bestemming en gebruik van de gebouwen en het terrein van de inrichting, voor zover dit bij de vergunninghouder bekend is;

een bodembelastingonderzoek naar de eindsituatie, uitgevoerd overeenkomstig NEN 5740.

2. BODEM 2.1. Het is verboden vloeistoffen definitief in de bodem te brengen. Van dit verbod is

uitgezonderd oppervlaktewater, hemelwater of drinkwater, waaraan geen verontreinigende stoffen zijn toegevoegd en waaraan geen warmte is toegevoegd. 2.2. Stoffen moeten zodanig worden bewaard en worden gebezigd dat geen verontreiniging van de bodem optreedt. 2.3. Gemorste of gelekte (vloei)stoffen zoals oliën, vetten, modder en regenwater op de vloer van een bedrijfsruimte mogen niet naar buiten worden geveegd of geschrobd. Bodembeschermende voorzieningen 2.4. Gemorste oliën, vetten en chemicaliën moeten terstond worden opgeruimd. Hiertoe moeten

absorptiemateriaal en neutraliserende stoffen in voldoende mate en gereed voor gebruik aanwezig zijn.

7/32

2.5. Stalling van gemotoriseerde voertuigen en werktuigen die olie of chemicaliën bevatten, moet

plaatsvinden op een aaneengesloten verharding. Indien lekkage wordt geconstateerd, moeten onder het voertuig of de machine direct opvangvoorzieningen met voldoende capaciteit worden geplaatst. Van dit voorschrift mag worden afgeweken wanneer oliën, vetten en chemicaliën zorgvuldig uit de voertuigen of werktuigen zijn verwijderd. 2.6. Het sleutelen aan het motorblok van motorvoertuigen mag alleen gebeuren op de daarvoor bestemde spuit- en sleutelplaats. Hierbij dient gebruik te worden gemaakt van een milieumat. Bodemonderzoek 2.7. Ter vaststelling van de kwaliteit van de bodem als referentiesituatie moet uiterlijk drie

maanden nadat de vergunning in werking is getreden een bodembelastingonderzoek naar de nulsituatie zijn uitgevoerd. De resultaten moeten uiterlijk 6 maanden nadat de vergunning in werking is getreden aan het bevoegd gezag zijn overgelegd. Het onderzoek moet betrekking hebben op alle plaatsen binnen de inrichting waar bodembedreigende activiteiten plaatsvinden. Het onderzoek inclusief monsterneming en analyse van de monsters moet zijn uitgevoerd overeenkomstig NEN 5740 en NEN 5725. Bij het onderzoek moet rekening worden gehouden met het feit dat vloeistofdichte verhardingen niet doorboord hoeven te worden. De boringen zullen in dat geval direct rondom de verharding moeten worden geplaatst. Tussentijds onderzoek 2.8. Een tussentijds onderzoek ter vaststelling van de bodemkwaliteit moet worden uitgevoerd op aanwijzing van het bevoegd gezag nadat een redelijk vermoeden van bodemverontreiniging is ontstaan. Ter plaatse van de tijdens het nulsituatieonderzoek onderzochte locaties moet het tussentijds onderzoek dezelfde opzet en intensiteit hebben als het nulsituatieonderzoek, mits dat onderzoek correct is uitgevoerd. Als het nulsituatieonderzoek niet correct is uitgevoerd dan moet het tussentijdsonderzoek betrekking hebben op alle plaatsen binnen de inrichting waar bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden. 2.9.

Het onderzoek moet gebaseerd zijn op de NEN 5740 ‘Onderzoekstrategie vaststelling nulsituatie bij een toekomstige bodembelasting’ en afgestemd zijn op de toegepaste stoffen. 2.10. Ter zake van de uitvoering van het bodemonderzoek kunnen -binnen drie maanden nadat voornoemde rapportage is overgelegd- nadere eisen worden gesteld door het bevoegd gezag; inhoudende dat meerdere monsternemingen of analyses moeten worden verricht, indien dit op grond van de overgelegde hypothese(n) en onderzoeksstrategie noodzakelijk blijkt. 3. GELUID EN TRILLINGEN 3.1. Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT in dB[A]), veroorzaakt door de in de

inrichting aanwezige toestellen en installaties en door de in de inrichting verrichte werkzaamheden of activiteiten tijdens trainingen mag ter plaatse van de immissiepunten zoals aangegeven in bijlage 2, van het akoestisch onderzoek op een waarneemhoogte van 5 meter, niet meer bedragen dan:

8/32

Woning/controlepunt Z1 Zonepositiezuid Z2 Zonepositiezuidoost Z3 Zonepositieoost Z4 Zonepositienoordoost Z5 zonepositienoord Z6 Zonepositienoordwest Z7 Zonepositiewest Z8 ZonepositieZuidwest 1Koebergseweg/Palenweg 2Wapenveldseweg 3 NieuweZuidweg 4 CampingStaatsbosbeheer 5 Woning Kamperweg80 6 Woning Kamperweg82

Dagperiode (07.00-19.00uur) 41 41 40 40 40 40 41 41 36 40 36 33 35 34

3.2. Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT in dB[A]), veroorzaakt door de in de

inrichting aanwezige toestellen en installaties en door de in de inrichting verrichte werkzaamheden of activiteiten tijdens wedstrijden en SUV evenementen mag ter plaatse van de immissiepunten zoals aangegeven in bijlage 2 (plattegrond met vergunningpunten) van het akoestisch onderzoek op een waarneemhoogte van 5 meter, niet meer bedragen dan:

Woning/controlepunt Z1 Zonepositiezuid Z2 Zonepositiezuidoost Z3 Zonepositieoost Z4 Zonepositienoordoost Z5 zonepositienoord Z6 Zonepositienoordwest Z7 Zonepositiewest Z8 ZonepositieZuidwest 1Koebergseweg/Palenweg 2Wapenveldseweg 3 NieuweZuidweg 4 CampingStaatsbosbeheer 5 Woning Kamperweg80 6 Woning Kamperweg82

Dagperiode

Dagperiode SUV

crosswedstrijden (07.00-19.00 uur) 49 49 49 49 48 49 48 48 44 49 44 41 47* 46*

evenementen (07.00-19.00 uur) 34 34 34 34 33 34 34 33 28 34 28 25 27 26

* Inclusief 3,2 dB totaaltoeslag

3.3. Onverminderd het gestelde in voorschrift 3.1. en 3.2 mogen de maximale geluidsniveaus

(LAmax in dB[A]), voor zover deze een gevolg zijn van de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties, alsmede van de in de inrichting verrichte werkzaamheden en de daarin plaatsvindende activiteiten, gemeten in de meterstand "fast" op een waarneemhoogte van 5 meter, niet groter zijn dan:

9/32

Woning/controlepunt 1 Koebergseweg/Palenweg 2 Wapenveldseweg 3 NieuweZuidweg 4 CampingStaatsbosbeheer

Dagperiode (07.00-19.00uur) 56 60 56 53

5 Woning Kamperweg80 6 Woning Kamperweg82

53 53

3.4. De controle op, of berekening van de in de voorschriften 3.1, 3.2 en 3.3 vastgelegde

geluidsniveaus, moet geschieden overeenkomstig de "Handleiding meten en rekenen industrielawaai", uitgave 1999. Ook de beoordeling van de meetresultaten moet overeenkomstig deze handleiding plaatsvinden. Beoordeling vindt plaats in alle perioden van de dag op een hoogte van 5 meter. 3.5. De luidsprekerinstallatie in de inrichting mag alleen worden gebruikt tijdens wedstrijden om de noodzakelijke informatie aan de rijders in het rennerskwartier en aan het publiek te geven, voor en na de verschillende series. Er mag gedurende de wedstrijd uitsluitend wedstrijdinformatie worden gegeven en geen doorlopend wedstrijdverslag. Los van bovenstaande mag de installatie worden gebruikt in het geval van een calamiteit. 3.6. Er mag geen muziek worden gedraaid, enkel wanneer dit toegestaan is via een evenementenvergunning. 3.7. De inrichting mag uitsluitend voor de volgende activiteiten en met de hieronder beschreven invulling en op de volgende dagen en tijdstippen geopend zijn voor motorcrossdoeleinden: Activiteiten

Invulling

Motorcrosstraining

Op circuit: 15 motoren Op 50 en 80 cc banen: 7 motoren

Tijden Woensdag 13-19 uur Zaterdag 13-18 uur Ma/Di/Do/Vr (max. op 2 van deze dagen van 14-19 uur) Woensdag 13-19 uur

Motorcross-

Op circuit: 15 motoren Op 50 en 80 cc banen:

Zaterdag 13-18 uur Ma/Di/Do/Vr (max. op 2 van deze

clubwedstrijden

7 motoren

dagen van 14-19 uur) en alleen gedurende de zomermaanden (april tot en met oktober)

KNMV-wedstrijden

Maximaal 3 keer per jaar, op circuit: 40

Zondag 10-17 uur

motoren Behendigheidstrainingen/wedstrijden SUV’s

Maximaal 8 uur per week, op circuit: maximaal 60 SUV’s met een kenteken)

Zaterdag 10 – 18 uur Woensdag 13 – 19 uur.

Mountainbike

Nevenactiviteiten

10/32

trainingen en wedstrijden, looptrainingen, survival- en overige conditietrainingen

Tijdens openingstijden

4. AFVALSTOFFEN 4.1. Vergunninghouder is verplicht de afvalstromen te scheiden, gescheiden te houden en

gescheiden aan te bieden, dan wel zelf af te voeren. 4.2. De op- en overslag en het transport van afvalstoffen moeten zodanig plaatsvinden dat zich

geen afval in of buiten de inrichting kan verspreiden. Mocht onverhoopt toch verontreiniging buiten de inrichting plaatsvinden, dan moeten direct maatregelen worden getroffen om deze verontreiniging te verwijderen. 4.3. Afvalstoffen mogen in de inrichting niet worden verbrand, gestort of begraven of op een andere wijze in of op de bodem geraken of worden gebracht. Gevaarlijk afval 4.4. Gevaarlijke afvalstoffen moeten, in afwachting van vervoer uit de inrichting, gescheiden naar soort worden bewaard in een goed gesloten doelmatige verpakking. 4.5. In de inrichting ontstane gevaarlijke afvalstoffen mogen niet met andere categorieën gevaarlijke afvalstoffen of met andere stoffen worden vermengd of gemengd. Gevaarlijke afvalstoffen moeten worden opgeslagen conform de opslageisen voor de stoffen waaruit zij zijn ontstaan. 4.6. Gevaarlijke afvalstoffen moeten tenminste éénmaal per jaar worden afgevoerd. 5. ENERGIE EN WATER

Energie 5.1. Vergunninghouder registreert het energieverbruik aan elektriciteit en aardgasequivalenten

aan brandstoffen, behoudens brandstoffen voor motorvoertuigen, over tenminste de afgelopen 5 jaar. De registratie van het energieverbruik kan bestaan uit jaarrekeningen van de energieleverancier. 5.2. Het bedrijf dient alle, voor het bedrijf noodzakelijke, energiebesparende maatregelen te

treffen die zich in 5 jaar terugverdienen. 5.3. De voornoemde registraties moeten worden opgenomen in het in voorschrift 1.7 bedoelde milieulogboek. Water 5.4. Lekverliezen van water en inefficiënt watergebruik ten gevolge van niet optimaal gebruik van apparatuur moet worden voorkomen. 5.5. Het waterverbruik (in m³) moet jaarlijks worden geregistreerd. Deze registraties moeten worden opgenomen in het in voorschrift 1.7 bedoelde milieulogboek. 6. OPSLAAN VAN VERPAKTE GEVAARLIJKE STOFFEN 6.1. Vloeibare stoffen zoals benzine en oliën moeten worden bewaard in doelmatig, goed

gesloten emballage. 6.2. Lege, niet gereinigde emballage moet worden behandeld als gevulde emballage. 6.3. De stoffen moeten zijn opgeslagen op een vloeistofdichte vloer met opstaande randen, welke met de vloer een vloeistofdichte lekbak vormen of een gelijkwaardige voorziening, zoals een stalen lekbak of dubbelwandig vaatwerk. 6.4. De lekbak heeft een inhoud van tenminste de inhoud van het grootste vat vermeerderd met 10% van de gezamenlijke inhoud van de overige aanwezige vaten; voor licht ontvlambare vloeistoffen 100%. 6.5. Indien een vat met daarin (milieu)gevaarlijke vloeistoffen lekt, moet de lekkage terstond worden verholpen of moet de inhoud van het lekkende vat terstond worden overgebracht in een niet-lekkend vat dan wel moet het lekkende vat worden overgebracht is een zogenaamd overmaats vat.

11/32

6.6. Onder een voor het aftappen van vloeistoffen (anders dan schoon water) gereedstaand vat

moet een doelmatige lekbak zijn aangebracht. Gelekte en niet meer te gebruiken vloeistoffen moeten afhankelijk van de aard van de stof, worden behandeld, opgeslagen en afgevoerd als gevaarlijk afval. 6.7. (Vloei)stoffen die, om welke reden dan ook, niet (meer) in de inrichting worden toegepast, alsmede de daarbij behorende emballage, moeten zo spoedig mogelijk uit de inrichting worden verwijderd. 7. LUCHT 7.1. Alle activiteiten binnen de inrichting moeten op een zodanige wijze plaatsvinden dat hierdoor

geen visueel waarneembaar stof buiten de inrichting kan optreden of zwerfvuil buiten de inrichting kan geraken. 7.2. Stofemissies van de onverharde crossbaan tijdens het crossen en het rijden met SUV’s moeten worden voorkomen door zo nodig afdoende te bevochtigen/besproeien.

12/32

Bijlage 1: begrippenlijst AFVALSTOFFEN: Alle stoffen, preparaten of voorwerpen, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen. AFVALWATER: Alle water waarvan de houder zich, met het oog op de verwijdering daarvan, ontdoet, voornemens is zich te ontdoen, of moet ontdoen. BEDRIJFSRIOLERING: Een stelsel van buizen, verbindingstukken en elementen zoals straat- en trottoirkolken, gootelementen, verzamelputten en installaties, zoals slibvangputten, olie-waterscheider en controleputten voor de opvang en afvoer van bedrijfsafvalwater. BEHEER VAN AFVALSTOFFEN: Inzameling, vervoer, nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor stortplaatsen na sluiting en met inbegrip van de activiteiten van afvalstoffenhandelaars en afvalstoffenmakelaars.

BESTE BESCHIKBARE TECHNIEKEN (BBT): Voor het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu meest doeltreffende technieken om de emissies en andere nadelige gevolgen voor het milieu, die een inrichting kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken, die - kosten en baten in aanmerking genomen - economisch en technisch haalbaar in de bedrijfstak waartoe de inrichting behoort, kunnen worden toegepast, en die voor degene die de inrichting drijft, redelijkerwijs in Nederland of daarbuiten te verkrijgen zijn; daarbij wordt onder technieken mede begrepen het ontwerp van de inrichting, de wijze waarop zij wordt gebouwd en onderhouden, alsmede de wijze van bedrijfsvoering en de wijze waarop de inrichting buiten gebruik wordt gesteld. BODEMBEDREIGENDE ACTIVITEIT: Bedrijfsmatige activiteit die gepaard gaat met het gebruik, de productie of de emissie van een bodembedreigende stof overeenkomstig de definitie van het Activiteitenbesluit. BODEMBESCHERMENDE MAATREGEL: Op de gebezigde stoffen en gebruikte bodembeschermende voorziening toegesneden handeling gericht op reparatie, schoonmaak, onderhoud, actie bij incidenten, bedrijfsinterne controle, inspectie of toezicht ter voorkoming van bodemverontreiniging waarvan de uitvoering is gewaarborgd. CUR-RAPPORT 196: Ontwerp en detaillering bodembeschermende voorzieningen.

CUR/PBV: Civieltechnisch Centrum Uitvoering Research en Regelgeving / Plan Bodembeschermende Voorzieningen. CUR/PBV-AANBEVELING 44: Beoordelingscriteria van vloeistofdichte voorzieningen. CUR/PBV-AANBEVELING 65: Ontwerp en aanleg van bodembeschermende voorzieningen.

13/32

EMBALLAGE: Verpakkingsmateriaal, zoals glazen en kunststof flessen, blikken en kunststof cans, metalen en kunststof vaten of fiberdrums, papieren en kunststof zakken, houten kisten, big-bags en intermediate bulkcontainers (IBC's). EMISSIE: Uitworp van één of meer verontreinigende stoffen naar de lucht (vracht per tijdeenheid). GELUIDSGEVOELIGE BESTEMMINGEN: Gebouwen of objecten, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 49 en 68 van de Wet geluidhinder (Stb. 1982, 465). GEVAARLIJKE AFVALSTOF: Afvalstof die een of meer van de in bijlage III bij de kaderrichtlijn afvalstoffen genoemde gevaarlijke eigenschappen bezit. GEVAARLIJKE STOFFEN: Gevaarlijke stof als bedoeld in artikel 1, lid 1 onderdeel b, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. HERGEBRUIK: Elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld. LANGTIJDGEMIDDELD BEOORDELINGSNIVEAU (LAr,LT): Het A-gewogen gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse, in de loop van een bepaalde periode optredende geluid en zo nodig gecorrigeerd voor de aanwezigheid van impulsachtig geluid, tonaal geluid of muziekgeluid, vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de 'Handleiding meten en rekenen industrielawaai', uitgave 1999.

MAXIMALE GELUIDNIVEAU (LAmax): Het hoogste A-gewogen geluidsniveau, afgelezen in de meterstand 'fast', verminderd met de meteocorrectieterm Cm. De meterstand 'fast' komt overeen met een tijdconstante van 125 ms. NEN-EN: Een door het Comité Européen de Normalisation (CEN) opgestelde norm die door het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) als Nederlandse norm is aanvaard. OPENBAAR RIOOL: Voorziening voor de inzameling en transport van afvalwater, als bedoeld in artikel 10.30 van de Wet milieubeheer. PGS: Publicatiereeks gevaarlijke stoffen. PREVENTIE: Maatregelen die worden genomen voordat een stof, materiaal of product afvalstof is geworden, ter vermindering van: de hoeveelheden afvalstoffen, al dan niet via het hergebruik van producten of de verlenging van de levensduur van producten; de negatieve gevolgen van de geproduceerde afvalstoffen voor het milieu en de menselijke gezondheid, of het gehalte aan schadelijke stoffen in materialen en producten.

14/32

VERKEERSBEWEGING: Het aan- of afrijden met een persoon-, bestel- of vrachtwagen. VLOEISTOFDICHTE VLOER OF VOORZIENING: Vloer of voorziening direct op de bodem die waarborgt dat geen vloeistof aan de niet met vloeistof belaste zijde van die vloer of voorziening kan komen. VLOEISTOFKERENDE VOORZIENING: Fysieke barrière die in staat is stoffen tijdelijk te keren. Adressen NVN-, NEN-, NEN-EN-, NEN-ISO-normen zijn te verkrijgen bij het NEN, Vlinderweg 6 te Delft, Postbus 5059, 2600 GB, DELFT, tel. 015-2690390 (www.nen.nl). PGS-richtlijnen zijn te downloaden van de website van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. (www.vrom.nl, dossier Externe Veiligheid, Publicaties). De PGS-bladen zijn niet te bestellen. BRL Richtlijnen (mbt bodembeheer) zijn te downloaden op de website van www.sikb.nl

15/32

Bijlage 2: Situering MSV-NOV Heerde alsmede de beschouwde immissieposities

16/32

Overwegingen Aan het besluit liggen de volgende inhoudelijke overwegingen ten grondslag: Activiteit ‘bouwen’ Bij het nemen van het besluit is er overwogen: dat de locaties voor wat betreft de wasplaats met een oppervlakte van 100 m2 aangeduid met nummer 6, de gastank en opslag gasflessen aangeduid met nummer 8 en de gastank aangeduid met nummer 10, zijn gelegen binnen de grenzen van de bestemmingsplannen ‘Correctieve herziening Buitengebied-West’ en ‘Buitengebied-West’; dat door het als eerst genoemde plan aan betreffende gronden de zogenaamde gebiedsaanduiding ‘overige zone-droge bos- en heideontginning’ wordt toegekend; dat de hierbij behorende regels geen uitwerking hebben op hetgeen gevraagd wordt; dat door het bestemmingsplan ‘Buitengebied-West’ aan betreffende gronden de bestemming ‘Sport’ wordt toegekend als ook de dubbelbestemming ‘Waarde-Middelhoge archeologische verwachting’ en de gebiedsaanduidingen ‘geluidzone’ en ‘ehs-natuur’.

Als functieaanduiding geldt ‘motorcrossterrein’; dat de wasplaats (nummer 6), de gastank en opslag gasflessen (nummer 8) en de gastank (nummer 10) geen strijd opleveren met de regels behorend bij de bestemming ‘Sport’ met de functieaanduiding ‘motorcrossterrein’; dat volgens de regels behorend bij de dubbelbestemming ‘Waarde- Middelhoge archeologische verwachting’ bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk groter dan 1.000 m2 een rapport overlegd moet worden waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgelegd; dat gezien de omvang van betreffende bouwwerken er geen onderzoek verricht hoeft te worden naar het eventueel aanwezig zijn van beschermwaardige archeologische objecten/structuren; dat de regels behorend bij de gebiedsaanduidingen ‘geluidszone’ en ‘ehs-natuur’ geen uitwerking hebben op hetgeen nu wordt aangevraagd; dat de aanwezigheid van de bouwwerken aangeduid met de nummers 6, 8 en 10 niet tot verstoring van plant- en diersoorten zal leiden.

De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren zoals opgenomen in de bijlage van de Wet natuurbescherming zullen (zijn) niet opzettelijk beschadigd of vernield worden; dat in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 (nu: Wet natuurbescherming) vergunning is verleend met als zaaknummer 2013-014016 en met datum: 27 januari 2014; dat de bouwlocaties volgens de Welstandsnota van de gemeente Heerde zijn gelegen in het zogenaamde welstandsvrije deelgebied waardoor bouwplannen niet voor advies voorgelegd hoeven te worden aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit; dat betreffende bouwwerken voldoen aan het Bouwbesluit en de gemeentelijke bouwverordening; dat gezien bovenstaande overwegingen er geen belemmeringen bestaan voor het verlenen van de omgevingsvergunning, activiteit ‘bouwen’.

17/32

Activiteit ‘milieu’ Bij het nemen van het besluit is het volgende overwogen: Beoordelingskader Bij de beoordeling van het onderdeel milieu zijn de volgende onderdelen van de aanvraag betrokken:  aanvraagformulier OLO, kenmerk 5209423, ingediend op 2 juni 2020; 

Terreinindeling en rioleringstekening, kenmerk 4-FB17462, ingediend op 2 juni 2020;

overzicht terreinindeling MSV-NOV, kenmerk 2-FB17462, ingediend op 2 juni 2020;

plattegrond ligging in de omgeving, kenmerk 3-FB 17462, ingediend op 2 juni 2020;

ruimtelijke onderbouwing, kenmerk FB 17462-10-RA-002 d.d. 2 juni 2020, ingediend op 2 juni 2020;

MER beoordelingsbesluit 19 augustus 2014, ingediend op 2 juni 2020;

uittreksel kadastrale kaart, kenmerk 1-FB 17462, ingediend op 2 juni 2020;

notitie bodemrisicoanalyse, kenmerk HH/RV/DP/FB 17462-7-NO-002, ingediend op 2 juni 2020;

notitie aan te vragen activiteiten MSV-NOV, kenmerk HH/HH/DP/FB 17462-8-NO-003, ingediend op 2 juni 2020;

motorsportvereniging Noor0Oost Veluwe; geluid in de omgeving ten gevolge van activiteiten op het motorcrossterrein, kenmerk FB 17462-2-RA-005, ingediend op 2 juni 2020;

notitie geluid in de omgeving van MSV NOV te Heerde, aanvulling op vergunningaanvraag, kenmerk HH/HH/JMa/FB 17462-12-NO ingediend op 11 september 2020;

geluid in de omgeving van MSV NOV te Heerde, aanvulling op vergunningaanvraag, kenmerk HH/RV/DP/FB 17462-14-NO, ingediend op 19 januari 2021.

Aanvraag De aanvraag heeft betrekking op het in werking hebben van een inrichting voor het uitoefenen van motorcrossactiviteiten en aanverwante activiteiten. De activiteiten van de inrichting bestaan uit het houden van trainingen en wedstrijden ten behoeve van motorcrossactiviteiten (gemotoriseerde voertuigen). Daarnaast kunnen activiteiten plaatsvinden zoals training en wedstrijden met mountainbikes, looptrainingen en overige conditietrainingen. Voor de inrichting wordt een revisievergunning aangevraagd. De aanvraag heeft geen betrekking op het intensiveren van de activiteiten binnen de inrichting. Voor het onderdeel milieu wordt enkel een uitbreiding gevraagd die betrekking heeft op de mogelijkheid van het rijden van crossmotoren op de aarden wal (geluidswal). Daarnaast wordt een actualisatie van de voorschriften aangevraagd. Onderliggende vergunning Voor de onderhavige inrichting is op 9 november 2004 een omgevingsvergunning milieu (revisie) verleend op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor een inrichting voor het uitoefenen van motorcrossactiviteiten en aanverwante activiteiten. Op 7 maart 2008 is een voormalige 8.19 Wm melding (milieuneutraal veranderen) geaccepteerd voor het realiseren van een geluid afschermend object (aarden wal).

Op 1 april 2008 is een voormalige 8.19 Wm melding (milieuneutraal veranderen) geaccepteerd voor het uitbreiden van het aantal voertuigen in de baan, inhoudende dat er 60 auto’s (SUV’s) tegelijkertijd in de baan kunnen zijn.

18/32

Op 26 november 2008 is een voormalige 8.19 Wm melding (milieuneutraal veranderen) geaccepteerd voor het uitbreiden van het aantal voertuigen in de baan, inhoudende dat er 60 auto’s (SUV’s) tegelijkertijd in de baan aanwezig zijn gedurende minder dan 8 uur per week. De inrichting is opgericht conform onderliggende vergunning. Wetgevingstoets Inrichting De aangevraagde activiteiten zijn te scharen onder het begrip inrichting in de zin van artikel 1.1, eerste lid van de Wet milieubeheer; ‘elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht’. De inrichting is genoemd in de lijst van aangewezen categorieën van inrichtingen volgens bijlage 1, onderdeel C van het Besluit omgevingsrecht (Bor), die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken. Het betreft o.a.:  Inrichtingen waar gelegenheid wordt geboden tot het gebruiken van bromfietsen, motorvoertuigen, of andere gemotoriseerde voer- of vaartuigen in wedstrijdverband, ter voorbereiden van wedstrijden of voor recreatieve doeleinden (categorie 19.1 onder g Bor); 

inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van gassen of gasmengsels, al of niet in samengeperste tot vloeistof verdichte of onder druk in vloeistof opgeloste toestand (categorie 2.1 onder a Bor).

Vergunningplicht De inrichting is vergunningplichtig op grond van Bijlage I, onderdeel C, categorie 19.4 onder b van het Bor (het gebruiken van bromfietsen, motorvoertuigen, of andere gemotoriseerde voer- of vaartuigen in wedstrijdverband of voor recreatieve doeleinden in de open lucht). Activiteitenbesluit Op 1 januari 2008 is het Activiteitenbesluit inclusief de bijbehorende ministeriële regeling in werking getreden. Op 1 januari 2013 is het Activiteitenbesluit gewijzigd waardoor ook agrarische bedrijfsactiviteiten onder de werking van dit besluit zijn komen te vallen. Omdat er geen industriële emissies zoals genoemd in hoofdstuk 5 van het Activiteitenbesluit voorkomen, kunnen alleen activiteiten uit hoofdstuk 3 en, voor zover dat voortvloeit uit de toepassing van die activiteiten, delen van hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Het betreft voor onderhavig bedrijf de volgende activiteiten:

19/32

Lozen van hemelwater, dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening;

Het in werking hebben van een stookinstallatie, niet zijnde een grote stookinstallatie;

Afleveren van vloeibare brandstof of gecomprimeerd aardgas aan motorvoertuigen voor het wegverkeer of afleveren van vloeibare brandstof aan spoorvoertuigen;

Het uitwendig wassen en stallen van motorvoertuigen, werktuigen of spoorvoertuigen;

Opslaan van propaan;

Opslaan in bovengrondse opslagtanks van vloeibare brandstof, afgewerkte olie, bepaalde organische oplosmiddelen of vloeibare bodembedreigende stoffen die geen gevaarlijke stoffen of CMR stoffen zijn;

Bieden van gelegenheid voor het beoefenen van sport in de buitenlucht.

Per hoofdstuk dan wel afdeling is aangegeven of deze op een type C inrichting van toepassing is. Dit betekent dat ook hoofdstuk 1 en afdeling 2.1 tot en met 2.4, 2.10 en 2.11 van hoofdstuk 2 en de overgangsbepalingen uit hoofdstuk 6 van het Activiteitenbesluit van toepassing kunnen zijn. Omdat het Activiteitenbesluit voor deze activiteiten rechtstreeks van toepassing is, worden in deze beschikking voor boven genoemde activiteiten geen voorschriften opgenomen. De voorschriften die rechtstreeks van toepassing zijn op het bedrijf op grond van het Activiteitenbesluit kunnen gegenereerd worden met behulp van de internetmodule https://www.aimonline.nl/. Op basis van artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit moet de wijziging van de inrichting worden gemeld. De informatie uit de aanvraag wordt, met betrekking tot bovenstaande activiteiten, beschouwd als een melding op grond van het Activiteitenbesluit. Wet natuurbescherming Op 27 januari 2014 is door Gedeputeerde Staten van Gelderland een beschikking verleend op de aanvraag om een vergunning ingevolgde de Natuurbeschermingswet 1998 (nu Wet natuurbescherming) voor de Motorsportvereniging Noord-Oost Veluwe. De beschikking voorziet in de activiteiten die nu worden aangevraagd. De activiteiten worden immers niet geïntensiveerd. Besluit milieu-effectrapportage De inrichting heeft betrekking op een motorcrossterrein.

Deze activiteit wordt genoemd in bijlage D van het Besluit milieu-effectrapportage (Besluit mer). Het betreft de aanleg, wijziging of uitbreiding van permanente race- en testbanen voor gemotoriseerde voertuigen. De drempelwaarde van openstelling van 8 uur of meer per week zoals genoemd in bijlage D wordt overschreden. Op basis hiervan dient te worden beoordeeld of er een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Op 19 augustus 2014 heeft de gemeente Heerde besloten dat de mer-plicht niet noodzakelijk is voor de uitbreiding van de activiteiten van de motorsportvereniging. Richtlijn Industriële emissies De Richtlijn Industriële emissies (RIE) bevat regels inzake de geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging. In bijlage 1 van deze richtlijn is bepaald bij welke activiteiten de RIE toegepast dient te worden, de zogenaamde IPPC-installaties. De Richtlijn Industriële emissies (RIE) is niet van toepassing op deze inrichting. Beste Beschikbare Technieken (BBT) In het belang van het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu moeten aan de vergunning voorschriften worden verbonden, die nodig zijn om de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk - bij voorkeur bij de bron - te beperken en ongedaan te maken.

Daarbij wordt ervan uitgegaan dat in de inrichting ten minste de voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken (BBT) worden toegepast. De inrichting voldoet, met inachtneming van de aan dit besluit gehechte voorschriften, aan BBT. Voor de overwegingen per milieuthema wordt verwezen naar de desbetreffende paragraaf.

20/32

Betrokken aspecten De bestaande toestand van het milieu en de te verwachten ontwikkelingen De inrichting is gelegen aan de Kamperweg 78 C te Heerde. De inrichting is gesitueerd ten westen van de Rijksweg A50, ten oosten van de Kamperweg en ten zuiden van de Wapenveldseweg. De inrichting is gelegen op een gezoneerd industrieterrein in het kader van de Wet geluidshinder. De volgende afstanden zijn van belang voor het bepalen van de milieubelasting van de inrichting (gemeten vanaf de inrichtingsgrens): 

1200 meter tot de dichtstbijzijnde woning van derden;

is gelegen binnen een Natura 2000-gebied in het kader van de Wet natuurbescherming.

Er zijn geen redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen met het oog op de bescherming van het milieu voor de inrichting en het gebied waar de inrichting in is gelegen. De uitgebrachte adviezen Er zijn geen adviezen opgevraagd met betrekking tot het onderdeel milieu. De gevolgen voor en de mogelijkheden tot bescherming van het milieu en monitoring Algemeen In onderliggend hoofdstuk wordt gekeken naar de milieugevolgen van de inrichting. Tevens wordt gekeken hoe de milieugevolgen door het toepassen van technieken en maatregelen beperkt kunnen worden waarbij een integrale milieuafweging gemaakt wordt. Voor de inrichting wordt een revisievergunning aangevraagd. De milieugevolgen van de gehele inrichting worden beoordeeld. De inrichting kan gevolgen hebben ten aanzien van de volgende aspecten:  bodem; 

geluid en trilling;

energie en waterverbruik;

afvalwater;

afvalstoffen;

lucht;

externe veiligheid;

verkeer van personen en goederen;

monitoring.

Hieronder worden deze aspecten besproken. Bodem Het (nationale) preventieve bodembeschermingsbeleid is vastgelegd in de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB). Het uitgangspunt van de NRB is dat door een combinatie van voorzieningen en maatregelen een verwaarloosbaar bodemrisico wordt gerealiseerd. Alleen in bepaalde bestaande situaties kan conform de NRB onder voorwaarden volstaan worden met een aanvaardbaar bodemrisico. Op basis van de NRB worden de (voorgenomen) activiteiten beoordeeld en wordt bepaald welke combinatie van voorzieningen en maatregelen noodzakelijk zijn om tot een verwaarloosbaar bodemrisico te komen.

21/32

Daarbij richt de NRB zich op de normale bedrijfsvoering en voorzienbare incidenten. Bodembescherming in situaties van calamiteiten wordt in het kader van de NRB niet behandeld. De bodembedreigende activiteiten bestaan uit:  De opslag van dieselolie in een bovengrondse tank; 

aftanken van onderhoudsmachines;

gebruik van de werkplaats (spuit- en sleutelplaats);

bijtanken van motoren;

opslag van benzine en oliehoudend afval.

In de aanvraag is aangegeven dat:  de dieselolietank een dubbelwandige tank betreft, voorzien van een overvulbeveiliging die geplaatst is boven een vloeistofdichte voorziening; 

het aftanken van de onderhoudsmachines vindt inpandig plaats boven een vloeistofdichte vloer;

de spuit en sleutelplaats is voorzien van een vloeistofdichte vloer;

het bijtanken van de motoren plaatsvindt boven een milieumat met een opnamevermogen van ongeveer 1,5 liter olie per m2;

de opslag van oliehoudend afval vindt inpandig plaats in daarvoor geschikte emballage boven lekbakken.

De activiteiten opslag van dieselolie, afspoelen motorvoertuigen en het bijtanken van motoren zijn genoemd in hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit. De inrichting dient daarom te voldoen aan de daarvoor bestemde voorschriften uit het Activiteitenbesluit. Voor de overige activiteiten zijn in deze beschikking voorschriften met betrekking tot de bodem opgenomen. Deze voorschriften zijn erop gericht dat er bodembeschermende voorzieningen en maatregelen getroffen worden waarmee een verwaarloosbaar bodemrisico wordt gerealiseerd. Bodemonderzoek Volgens het Activiteitenbesluit artikel 2.11 moet bij elke activiteit binnen een inrichting die als bodembedreigend wordt beschouwd, de kwaliteit van de bodem worden onderzocht. Het uitvoeren en rapporteren van bodemonderzoek moet gebeuren door een erkend bedrijf op grond van het Besluit bodemkwaliteit en voldoen aan de NEN 5740. Een aanwezige vloerstofdichte vloer of verharding wordt tijdens bodemonderzoek niet doorboord of aangetast. In de voorschriften behorende bij deze vergunning is opgenomen dat binnen drie maanden nadat de vergunning in werking is getreden, een bodemonderzoek naar de nulsituatie moet zijn uitgevoerd. Geluid en trilling De activiteiten van de onderhavige inrichting hebben tot gevolg dat geluid wordt geproduceerd. Deze geluidsemissie wordt met name bepaald door het geluid van de motoren waarmee gereden wordt.

Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en de maximale geluidniveaus worden getoetst aan respectievelijk de richt- en grenswaarden zoals opgenomen in de "Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening" d.d. 21 oktober 1998. Hoofdstuk 4 van voornoemde handreiking is van toepassing op situaties waarbij nog geen gemeentelijk beleid voor de normstelling voor industrielawaai is opgesteld.

22/32

Bij de aanvraag is een akoestisch onderzoek gevoegd (referentienummer, FB 17462-2-RA-005 van 2 juni 2020, opgesteld door Peutz), op 19 januari 2021 is een aanvullende notitie aan de aanvraag gevoegd (referentienummer HH/RV/DP/FB 17462-14-NO d.d. 19 januari 2021 opgesteld door Peutz). In de akoestische notitie is op verzoek van de ODNV de tophoekcorrectie van de geluidwal gecorrigeerd en is het rijden van crossmotoren deels op de aarden geluidwal in beeld gebracht. Deze rapporten zijn bij de procedure betrokken. Er is voor gekozen om alle toetspunten op 5 meter hoogte te beoordelen net als in de vigerende vergunning. Inrichting gelegen op een gezoneerd terrein De motorsportvereniging is gelegen op een gezoneerd terrein. Voor gezoneerde industrieterreinen geldt als uitgangspunt dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau buiten de zone niet meer mag bedragen dan 50 dB(A). Activiteiten In het onderzoek worden de activiteiten beschreven en de geluidsbelastingen weergegeven. Er zijn verschillende bedrijfssituaties te onderscheiden:  Trainingen motorcross in de dagperiode; 

Club wedstrijden motorcross dagperiode;

KNMV wedstrijden motorcross dagperiode (maximaal 3 maal per jaar);

SUV evenementen (maximaal 8 uur per week, waarbij de SUV’s gekentekend moeten zijn).

Toetsing De activiteiten van het motorcrossterrein vallen onder de Wet geluidhinder. Hierdoor is een wettelijke geluidszone van kracht. Uit het onderzoek blijkt dat in geen van de bedrijfssituaties de geluidsuitstraling ten gevolge van de activiteiten de 50 dB(A) geluidszone overschrijdt. Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op de woningen komt in de dagperiode overeen met ‘rustige woonwijk in stad’; uit de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening en in de avond- en nachtperiode is het motorcrossterrein niet in bedrijf. De maximale geluidsniveaus voldoen in alle situaties aan de grenswaarden. Als maatregelen zijn ingebracht dat alle motoren aan een maximaal bronvermogen moeten voldoen. Dit wordt ook steekproefsgewijs gecontroleerd tijdens wedstrijden. Ten noorden van de inrichting is een aarden wal ingericht die geluid in noordelijke richting reduceert. Op de wal word ook deels gereden door crossmotoren. Het totale geluidniveau van het motorcrossterrein stijgt hierdoor maximaal 0,5 dB in noordelijke richting. Conclusie geluid De aangevraagde activiteiten passen binnen de geluidszone van de Wet geluidhinder. In de voorschriften behorende bij deze vergunning is het aantal dagen en de tijden opgenomen waarop mag worden gecrost. Verder wordt in de voorschriften aangesloten bij de waarden uit het akoestisch onderzoek.

Gelet op de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties, de werkzaamheden welke worden uitgevoerd en de periode van de dag waarbinnen deze zullen plaatsvinden, zijn wij van mening dat het bedrijf kan voldoen aan de geluidsnormen zoals die zijn opgenomen in de voorschriften behorende bij deze beschikking. Trilling Wij zijn van mening dat gezien de activiteiten van de inrichting geen trillinghinder te verwachten is. We hebben dus geen voorschriften met betrekking tot het voorkomen van trillinghinder opgenomen.

23/32

Energie en waterverbruik Bij de beslissing op de aanvraag betrekken wij ook de milieugevolgen die verband houden met het gebruik van energie. Met industriële en andere sectoren heeft het ministerie van Economische Zaken meerjarenafspraken (MJA) gemaakt. De onderhavige inrichting kan niet worden aangemerkt als een MJA-bedrijf. Op basis van de Leidraad energiebesparing is energie een relevant aspect als het jaarverbruik meer is dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas. Wanneer het energieverbruik meer is dan deze waarden maar minder dan 200.000 kWh of 75.000 m3 aardgas is sprake van een middelgrote gebruiker. Boven de laatst genoemde waarden wordt gesproken van een grootverbruiker. Afhankelijk van het verbruik worden onderzoeks- en registratieverplichting aan de vergunning verbonden. Uit de aanvraag blijkt het volgende energieverbruik:  16.000 kWh elektriciteit per jaar; 

3.500 m3 gas per jaar.

Het energieverbruik is minder dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m 3 aardgas. Energie is daarom geen relevant aspect. Er zijn daarom geen voorschriften over energie opgenomen, met uitzondering van een meet- en registratieverplichting voor het energie- en waterverbruik. Afvalwater De volgende afvalwaterstromen ontstaan binnen de inrichting:  huishoudelijk afvalwater; 

niet verontreinigd hemelwater;

afvalwater vanaf wasplaats.

Deze activiteiten zijn genoemd in hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit. In het Activiteitenbesluit zijn voorschriften opgenomen voor het doelmatig en milieuhygiënisch afvoeren van afvalwater. Deze voorschriften zijn rechtstreeks van toepassing onderhavige inrichting. Afvalstoffen De volgende afvalstoffen ontstaan binnen de inrichting:  50 kg/jaar oliehoudend afval (vervuilde doeken, abs, korrels); 

6000 kg/jaar restafval.

Om de hoeveelheid afvalstoffen te verkleinen is een voorkeursvolgorde vastgesteld voor het omgaan met afvalstoffen. Deze volgorde houdt in dat:  het ontstaan van afvalstoffen zoveel mogelijk voorkomen moet worden; 

de afvalstoffen zoveel mogelijk voor hergebruik aangeboden dienen te worden;

de overige afvalstoffen aangeboden dienen te worden aan een erkende inzamelaar waarbij de voorkeur eerst is het verbranden en daarna het storten van afvalstoffen.

Tevens zijn in de Wet milieubeheer verplichtingen opgenomen met betrekking tot het verantwoord omgaan met afvalstoffen. Aan deze beschikking zijn voorschriften verbonden ten aanzien van een milieuhygiënisch verantwoorde opslag en afgifte van afvalstoffen. Tevens is een voorschrift opgenomen met betrekking tot het scheiden van afvalstoffen.

24/32

Luchtverontreiniging In paragraaf 5.2 van de Wet milieubeheer zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen en regels gesteld ten aanzien van de beoordeling en het beheer van de luchtkwaliteit. Op grond van artikel 5.16 lid 1 van de Wet milieubeheer kan de vergunning alleen worden verleend, als voldaan wordt aan (minimaal) één van de volgende criteria: a. er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde ; b.

er is - al dan niet per saldo - geen verslechtering van de luchtkwaliteit;

c.

de bijdrage aan de concentratie van een stof is ‘niet in betekenende mate’ (NIBM);

het project is genoemd of past binnen het NSL of binnen een regionaal programma van maatregelen. d.

Bijlage 2 van de Wm bevat grenswaarden voor de luchtkwaliteit die door het bevoegd gezag als toetsingscriteria in de vergunningverlening moeten worden gehanteerd en niet mogen worden overschreden: 

40 µg/m3 als jaargemiddelde concentratie;

50 µg/m3 als vierentwintig-uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal 35 keer per kalenderjaar mag worden overschreden.

In de aanvraag is beschreven dat de aangevraagde activiteiten niet ruimer zijn dan reeds vergunde activiteiten. De uit te voeren activiteiten zijn bij de eerder verleende vergunningen reeds beoordeeld. Hieruit is gebleken dat de activiteiten inpasbaar zijn binnen de wettelijke grenswaarden. Nadien zijn de grenswaarden voor fijn stof en NO2 niet gewijzigd. Wij achter het derhalve niet noodzakelijk om het aspect luchtkwaliteit opnieuw te laten onderzoeken. Door de aangevraagde verandering zal er geen sprake zijn van een toename van de totale fijnstof emissie van de inrichting. De vergunning kan met betrekking tot fijnstof worden verleend. Externe veiligheid Algemeen In het Bouwbesluit 2012 zijn voorschriften opgenomen voor het brandveilig gebruik van bouwwerken en de brandveiligheid van de bedrijfsmatige opslag van brandbare nietmilieugevaarlijke stoffen. Tevens zijn voorschriften opgenomen over de aanwezigheid, de controle en het onderhoud van brandblusmiddelen en draagbare verrijdbare blustoestellen. De inrichting moet aan deze voorschriften voldoen. Er zijn daarom hierover geen voorschriften opgenomen in deze vergunning. Opslag gevaarlijke stoffen Binnen het bedrijf vindt opslag plaats van gevaarlijke stoffen. Het betreft de opslag van de volgende stoffen en hoeveelheden: Stof Propaan Propaan Dieselolie Benzine

Hoeveelheid 5.000 en 2.550 liter 20 liter 1.500 liter werkvoorraad

Opslag Opslagtank (2 keer) Gasflessen (3 keer) Bovengrondse tank Emballage boven lekbak

In de PGS 15 “Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen” zijn voorschriften opgenomen met betrekking tot de opslag van gevaarlijke stoffen. Om te bepalen of de opgeslagen gevaarlijke stoffen ook onder de werkingssfeer van de PGS 15 vallen zijn in tabel 3 van de PGS 15, de ondergrenzen aangegeven.

25/32

Opslagtank propaan en dieselolie in opslagtanks De opslag van dieselolie en propaan in opslagtanks moet voldoen aan de voorschriften uit het Activiteitenbesluit. In deze vergunning zijn derhalve geen voorschriften opgenomen voor de opslag van dieselolie en propaan in opslagtanks. Propaan gasflessen De maximale opslag van propaan blijft onder de aangegeven ondergrens van 125 liter waterinhoud. Voor de opslag van propaan in gasflessen zijn in deze beschikking uitsluitend gebruiksvoorschriften opgenomen Benzine De opslag van benzine betreft werkvoorraad. Verpakte gevaarlijke stoffen welke als werkvoorraad worden beschouwd, hoeven niet te worden bewaard in een PGS 15 opslagvoorziening. Wel dient de werkvoorraad geplaatst te worden boven een lekbak of gelijkwaardige voorziening. Voor de opslag van benzine zijn in deze beschikking uitsluitend gebruiksvoorschriften opgenomen. Verkeer van personen en goederen De geluidsbelasting ten gevolge van het verkeer van en naar de inrichting hoeft op basis van jurisprudentie niet te worden beoordeeld. Monitoring Aan deze beschikking zijn voorschriften verbonden met betrekking tot het registreren en bewaren van gegevens van het energie- en waterverbruik. Tevens is in de voorschriften opgenomen dat van het crossen in de inrichting per keer, de datum en tijden en het aantal gebruikers van de crossbaan naar categorie moet worden geregistreerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=5a2b39ba-b010-43e0-ae32-d6b6f711e8e9