8.2c. Regels bestemmingsplan
Tekst van het document
Bestemmingsplan | Regels
Werverweg/Zwartekolk Wapenveld
Gemeente Heerde
Datum: 3 januari 2024 Projectnummer: 220264 ID: NL.IMRO.0246.226Werverwegong-VA01
INHOUD REGELS
1
Inleidende regels
3
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
3 6
2
Bestemmingsregels
7
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Groen Tuin Verkeer Wonen
7 8 9 10
3
Algemene regels
13
Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels
13 13 13 14
4
Overgangs- en slotregels
15
Artikel 11 Artikel 12
Overgangsrecht Slotregel
15 15
Bijlage Bijlage 1: Beeldkwaliteitsplan
De verbeelding Verbeelding met legenda
1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen
1.1
plan het bestemmingsplan Werverweg/Zwartekolk Wapenveld met identificatienummer NL.IMRO.0246.226Werverwegong-VA01 van de gemeente Heerde;
1.2
bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlage;
1.3
aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
1.4
aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
1.5
aan-huis-gebonden beroep een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;
1.6
ander bouwwerk een bouwwerk, geen gebouw zijnde;
1.7
bebouwing één of meer gebouwen en/of andere bouwwerken;
1.8
bebouwingspercentage de bebouwde oppervlakte van de gebouwen uitgedrukt in procenten van de totale oppervlakte van nader aangegeven gronden;
1.9
bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak;
1.10
bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
1.11
bevoegd gezag het bevoegd gezag in de zin van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Als hoofdregel is dit het college van burgemeester en wethouders van Heerde;
1.12
bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;
3
1.13
bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
1.14
bouwgrens de grens van een bouwvlak;
1.15
bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
1.16
bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid waar volgens de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;
1.17
bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
1.18
carport een dakconstructie vrijstaand zonder wanden, dan wel aan maximaal één zijde begrensd door de gevels van belendende gebouwen, die niet wordt aangemerkt als gebouw;
1.19
dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw;
1.20
erf onbebouwd gedeelte van een bouwperceel;
1.21
gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.22
gestapelde woning(en) een woning die geheel of gedeeltelijk boven/onder een andere woning is gelegen;
1.23
hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn functie, constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken;
1.24
huishouden een persoon of groep van personen, die duurzaam een gemeenschappelijk huishouden voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling;
1.25
kunstwerken bouwwerken, geen gebouwen zijnde, van weg- en waterbouwkundige aard, zoals bruggen, viaducten, duikers, keerwanden, beschoeiingen, kademuren en dergelijke; 4
1.26
nutsvoorzieningen een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten;
1.27
perceelsgrens een grens van een bouwperceel;
1.28
prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen voor of met een andere tegen vergoeding;
1.29
seksinrichting de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;
1.30
voorgevel de naar de weg toegekeerde gevel van een gebouw of de door of namens burgemeester en wethouders aangewezen gevel(s);
1.31
woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
5
Artikel 2
Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1
afstand tot de zijdelingse perceelsgrens de afstand tussen de zijdelingse perceelgrenzen en het punt van het op dat bouwperceel voorkomend gebouw waar die afstand het kortst is;
2.2
de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
2.3
de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. druiplijn, het boeiboord of daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
2.4
de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
2.5
de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
2.6
peil a voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de hoogte van de kruin van de weg; b voor andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw.
2.7
ondergeschikte bouwdelen Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- en bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,75 meter bedraagt.
6
2 Artikel 3
Bestemmingsregels Groen
3.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a groenvoorzieningen; b paden; c speelvoorzieningen; d in- en uitritten; e parkeervoorzieningen; f nutsvoorzieningen; g waterhuishoudkundige voorzieningen; met de daarbij behorende: h bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder ondergrondse en bovengrondse containers voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen; i verhardingen.
3.2 3.2.1
Bouwregels Algemeen Op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter; b de bouwhoogte van speelvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 5 meter.
7
Artikel 4
Tuin
4.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a tuin behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; met de daarbij behorende: b erven; c parkeervoorzieningen; d andere bouwwerken.
4.2
Bouwregels Op de tot 'Tuin' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming dan wel de aangrenzende bestemming 'Wonen' worden gebouwd, met dien verstande dat: a voor erkers, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen ten dienste van de aangrenzende bestemming 'Wonen' de bepaling geldt dat deze bebouwing de (verlengde) grenzen van het bouwvlak over niet meer dan de halve gevelbreedte met niet meer dan 1,5 m mag overschrijden; b voor bebouwing ten dienste van de aangrenzende bestemming 'Wonen' geldt dat de navolgende bebouwing de (verlengde) grenzen van het bouwvlak met niet meer dan 2 m mag overschrijden: 1 plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; 2 schotelantennes; 3 gevel- en kroonlijsten en overstekende daken. c andere bouwwerken in de vorm van erfafscheidingen toegestaan zijn tot een bouwhoogte van maximaal 1 m.
4.3 4.3.1
Specifieke gebruiksregels Beeldkwaliteit Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van nieuwe bouwwerken overeenkomstig de in 4.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder te voldoen aan de bepalingen van het beeldkwaliteitsplan zoals opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels.
8
Artikel 5
Verkeer
5.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a wegen, straten en paden; b parkeervoorzieningen; c groenvoorzieningen; d speelvoorzieningen; e waterhuishoudkundige voorzieningen; f nutsvoorzieningen; g geluidwerende voorzieningen; met de daarbij behorende: h bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder ondergrondse en bovengrondse containers voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen; i werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden.
5.2
Bouwregels Op de tot 'Verkeer' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
5.2.1
Gebouwen Voor een gebouw gelden de volgende regels: a uitsluitend gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen zijn toegestaan; b de bouwhoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen; c de oppervlakte mag niet meer dan 20 m2 bedragen.
5.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a de bouwhoogte van lantaarnpalen mag niet meer dan 10 m bedragen; b in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 3 m bedragen.
9
Artikel 6
Wonen
6.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a wonen in een woning, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan huis verbonden beroep; b parkeervoorzieningen; c tuinen en erven; met de daarbij behorende: d gebouwen; e nutsvoorzieningen; f bouwwerken, geen gebouwen zijnde; g waterhuishoudkundige voorzieningen.
6.2
Bouwregels Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
6.2.1
Hoofdgebouwen Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels: a het aantal woningen mag niet meer bedragen dan 23; b een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; c voor de bouwwijze van hoofdgebouwen geldt het volgende: 1 ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' zijn uitsluitend twee-aaneengebouwde woningen toegestaan; 2 ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' zijn uitsluitend vrijstaande woningen toegestaan; 3 ter plaatse van de aanduiding ‘gestapeld’ zijn uitsluitend gestapelde woningen toegestaan; 4 de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogten; d daar waar sprake is van de aanduiding 'gevellijn' geldt het volgende: 1 de voorgevel van een hoofdgebouw dient te worden gebouwd in de richting van de aanduiding 'gevellijn'; 2 de voorgevelrooilijn dient minimaal 1 m te verschillen met het direct naastgelegen hoofdgebouw; e in afwijking van het bepaalde onder b geldt dat de (verlengde) grenzen van het bouwvlak naar de buitenzijde mogen worden overschreden door: 1 plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; 2 schotelantennes; 3 gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; 4 (hoek)erkers, ingangspartijen, luifels, balkons (balkons dienen minimaal 3 meter vrije hoogte vanaf de grond te hebben) en
galerijen, mits over niet meer dan de halve gevelbreedte en mits de (verlengde) grenzen van het bouwvlak met niet meer dan 2 m worden overschreden.
10
6.2.2
Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a een bijbehorend bouwwerk mag uitsluitend achter de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan worden gebouwd, met dien verstande dat: 1 de afstand van een bijbehorend bouwwerk, niet zijnde een carport, tot de voorgevel en het verlengde daarvan niet minder dan 3 m mag bedragen; 2 de afstand van een carport tot de voorgevel en het verlengde daarvan 0 m mag bedragen; 3 bijbehorende bouwwerken behorende bij gestapelde woningen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’ zijn toegestaan; b de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 70 m2 met inachtneming van de volgende bepalingen: 1 de gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 50% van de oppervlakte van het achter de voorgevel van het woonhuis en het verlengde daarvan gelegen bouwperceel; 2 in afwijking van het bepaalde onder 1 mag de gezamenlijke oppervlakte meer bedragen dan 50%, mits de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 20 m2; 3 bij de berekening van de gezamenlijke oppervlakte wordt de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken voor zover gelegen binnen het bouwvlak niet meegerekend; 4 bij woningen zonder achtererfgebied mag de oppervlakte van een carport niet meer bedragen dan 20 m2; c de goothoogte van een aangebouwd
bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 3,25 m bedragen; d de bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan: 1 in achtererfgebied: de bouwhoogte van het hoofdgebouw, verminderd met 2 m; 2 in voorerfgebied: 3,25 m; e de goothoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 3 m bedragen; f de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 5 m bedragen.
6.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a indien het voor de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan wordt opgericht mag de bouwhoogte niet meer dan 1 m bedragen; b in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 2,5 m bedragen.
6.3 6.3.1
Afwijken van de bouwregels Afwijking Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in: a 6.2.2 onder b ten behoeve van een vergroting van de toegestane oppervlakte van de bijbehorend(e) bouwwerk(en) ten behoeve van een huis gebonden beroep tot niet meer dan 80 m2, waarbij geldt dat het genoemde bebouwingspercentage onverkort van kracht blijft.
11
6.3.2
Afwegingskader De in lid 6.3.1 bedoelde afwijking kan slechts worden toegestaan, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a het straat- en bebouwingsbeeld; b de woonsituatie; c de milieusituatie; d de verkeersveiligheid; e de sociale veiligheid; f de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
6.4 6.4.1
Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor doeleinden van zelfstandige bewoning.
6.4.2
Beeldkwaliteit Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van nieuwe bouwwerken overeenkomstig de in 6.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder te voldoen aan de bepalingen van het beeldkwaliteitsplan zoals opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels.
12
3
Algemene regels
Artikel 7
Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 8
Algemene bouwregels
8.1 8.1.1
Parkeren Parkeerruimte a Indien het beoogde gebruik van een bouwwerk aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het parkeren of stallen van auto's, wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen uitsluitend verleend indien in of op het bouwwerk dan wel op het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk hoort, wordt voorzien in die behoefte; b Bij de toepassing van het bepaalde onder a worden de normen uit de Parkeernormennota Gemeente Heerde 5 oktober 2012 gehanteerd. Indien deze publicatie gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met deze wijziging. De parkeernormennota wordt toegepast volgens stedelijke zone 'rest bebouwde kom'.
8.1.2
Afwijken Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 8.1.1: a indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.
Artikel 9 9.1
Algemene gebruiksregels Strijdig gebruik a Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de aan de grond gegeven bestemming. b Onder een gebruik, strijdig met de bestemming, wordt in ieder geval verstaan het gebruiken of het laten gebruiken van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting. c Onder een gebruik, strijdig met de bestemming, wordt niet verstaan het gebruiken of het laten gebruiken van gronden ten behoeve van kortstondige, incidentele evenementen, festiviteiten en manifestaties, indien en voor zover daarvoor ingevolge een wettelijk voorschrift vergunning, ontheffing of vrijstelling vereist en deze is verleend. d Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde onder a indien strikte toepassing van de verbodsbepalingen zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
13
Artikel 10
Algemene afwijkingsregels
10.1
Bevoegdheid Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van: a de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; c de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van andere-bouwwerken en toestaan dat de bouwhoogte van de andere-bouwwerken wordt vergroot tot niet meer dan 10 m; d de bestemmingsbepalingen en toestaan dat wordt gebouwd voor nutsvoorzieningen tot een bouwhoogte van niet meer dan 3 m en een oppervlakte van niet meer dan 25 m2; e het bepaalde ten aanzien van de maximale hoogte van gebouwen en toestaan dat de hoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, ventilatoren, luchtbehandelingsinstallaties, liftkokers, lichtkappen en schotelantennes, indien de oppervlakte van de vergroting van de verhoging niet meer bedraagt dan 1 m2, met dien verstande dat de oppervlakte van de vergroting ten behoeve van een liftkoker niet meer bedraagt dan 4 m2.
10.2
Afwegingskader De onder 10.1 bedoelde afwijking kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a het straat- en bebouwingsbeeld; b de woonsituatie; c de milieusituatie; d de verkeersveiligheid; e de sociale en/of externe veiligheid; f de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
14
4 Artikel 11
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
11.1
Overgangsrecht bouwwerken a Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1 gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2 na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. c Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
11.2
Overgangsrecht gebruik a Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 12
Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Werverweg/Zwartekolk Wapenveld.
15