8.2b.7. Toelichting - Nader soortgericht natuuronderzoek
Tekst van het document
Nader onderzoek soorten Wet natuurbescherming
Wapenveld, Zwartekolk/Werverweg
Bogor Projectontwikkeling bv
Datum: 23 mei 2023 Projectnummer: 220264.01
INHOUD 1
Inleiding
3
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Plangebied Kwaliteitsborging
3 3 6
2
Wettelijk kader
8
2.1 2.2 2.3
Verboden en zorgplicht Opzetvereiste Vrijstelling, gedragscodes en ontheffing
8 9 9
3
Ecologie van de soorten
11
3.1 3.2
Steenuil Kerkuil
11 11
4
Onderzoekmethodiek
12
4.1 4.2 4.3
Territoriumonderzoek Informatie van lokale vogelwerkgroep en omwonenden Sporenonderzoek
12 13 13
5
Resultaten
14
5.1 5.2 5.3 5.4
Territoriumonderzoek Informatie lokale vogelwerkgroep en omwonende Sporenonderzoek Aanwezigheid essentiële elementen
14 16 16 17
6
Effectbeoordeling
18
7
Conclusie en advies
19
7.1 7.2 7.3 7.4
Ontheffing Wet natuurbescherming nodig? Zorgplicht Broedperiode vogels Vervolgstappen
19 19 19 20
Geraadpleegde literatuur
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Tussen de Werverweg en Zwartekolk te Wapenveld bevindt zich een agrarisch perceel. De initiatiefnemer is voornemens om op deze locatie woningbouw te ontwikkelen. Het zal gaan om maximaal 23 woningen. Voor de ontwikkeling dient de huidige bestemming gewijzigd te worden. Voor de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan is het noodzakelijk dat de haalbaarheid ervan wordt aangetoond. Er dient daarom vanuit de ecologie onderzocht te worden of met de ruimtelijke ontwikkelingen die het plan toestaat sprake is van overtreding van de geldende natuurwet- en regelgeving. In dit kader heeft SAB (2022) een quick scan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat de aanwezigheid van een steenuil en kerkuilterritorium in het plangebied niet op voorhand is uit te sluiten. Voorliggende rapportage zet de bevindingen van het nader onderzoek naar deze soort uiteen. Het doel van het hierna beschreven onderzoek is om de aan- of afwezigheid aan te tonen van de hierboven genoemde soorten en om vast te stellen wat de functies van het plangebied en het omliggende terrein voor deze soorten zijn. Uiteindelijk wordt op basis van deze bevindingen een advies uitgebracht over de wettelijke consequenties hiervan en eventuele vervolgstappen die noodzakelijk zijn.
1.2
Plangebied
1.2.1
Huidige situatie Het plangebied bevindt zich aan de rand van Wapenveld (gemeente Heerde, provincie Gelderland). Richting het oosten zijn agrarische gronden aanwezig en loopt de IJssel. Ten westen bevindt zich het natuurgebied de Veluwe. De directe omgeving van het plangebied kenmerkt zich voornamelijk door de aanwezigheid van woonhuizen. Ten noorden en westen zijn wijken aanwezig en ten oosten en zuiden zijn vrijstaande woningen en oude boerderijen aanwezig. Navolgende afbeeldingen geven de globale ligging van het plangebied weer.
3
Topografische kaart met de globale ligging van het plangebied (rood omkaderd). Bron: PDOK.
Luchtfoto met de globale ligging van het plangebied (rood omkaderd). Bron: PDOK.
Tijdens de quick scan natuur (SAB, 2022) op 5 juli zijn navolgende foto’s van het plangebied gemaakt. Het plangebied bestaat uit een grasveld omringd door hagen.
4
Het agrarische perceel, foto genomen
Aanwezige hagen aan de zijdes van het
richting het oosten;
perceel;
Foto genomen langs de Werverweg.
1.2.2
Toekomstige situatie In de toekomstige situatie zal nieuwbouw in het plangebied zijn gerealiseerd. Dit zal gaan om vrijstaande woningen, beneden-bovenwoningen en twee-onder-één-kap woningen. Er zullen maximaal 23 woningen in het plangebied gerealiseerd worden. Voor de ontwikkeling wordt er ook een ontsluitingsweg aangelegd. Deze wordt aan de westzijde van het plangebied gerealiseerd en zal de aanwezige haag doorbreken. De overige hagen blijven behouden.
5
Nieuwe situatie van het plangebied. Bron: Bogor projectontwikkeling.
1.3
Kwaliteitsborging Kwaliteit van het ecologisch onderzoek en het geleverde product staat bij SAB hoog in het vaandel. Mede daarom zijn wij aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus (NGB); de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus. Om te allen tijde aan onze standaard te voldoen, hanteren wij de volgende werkwijze: − Het onderzoek wordt uitgevoerd conform geldige onderzoeksprotocollen, zoals het vleermuisprotocol (2021), de kennisdocumenten van BIJ12 (2017) en de soortinventarisatieprotocollen van het NGB (2017). − Het afwijken van de protocollen vindt enkel plaats indien dit ecologisch goed te onderbouwen en te rechtvaardigen is. − Het onderzoek wordt enkel uitgevoerd door deskundigen op het gebied van de betreffende soorten. Ecologen in opleiding tot deskundige zijn tijdens veldonderzoek altijd onder begeleiding van een deskundige.
Onder een ecologisch deskundige verstaan we iemand met aantoonbare ervaring en kennis op het gebied van soortspecifieke ecologie en die voldoet aan één of meerdere van onderstaande punten (www.rvo.nl): 1 Hij/zij heeft een afgeronde hbo- of universitaire opleiding, met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; 2 Hij/zij heeft een afgeronde mbo-opleiding, met als zwaartepunt de Wet natuurbescherming, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; 3 Hij/zij is werkzaam voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau dat is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; 4 Hij/zij zet zich aantoonbaar actief in op het gebied van de soortenbescherming en is werkzaam of aangesloten bij de volgende Nederlandse organisaties:
6
Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied; 5 Hij/zij zet zich aantoonbaar actief in op het gebied van de monitoring en/of bescherming van de Nederlandse natuur. − Nadat het eerste conceptrapport gereed is, beoordeelt een collega het rapport op inhoud en vorm. De auteur verwerkt de geplaatste opmerkingen of bespreekt deze met de beoordelaar om zo tot een eensluidend advies te komen.
7
2
Wettelijk kader De bescherming van dier- en plantensoorten is geregeld in de Wet natuurbescherming (wetten.overheid.nl). De artikelen waarin in dit hoofdstuk naar wordt verwezen, komen allen uit deze wet.
2.1
Verboden en zorgplicht Voor een aantal soorten is door middel van verboden een beschermingsregime opgenomen. Er is een apart beschermingsregime voor vogelrichtlijnsoorten (artikelen 3.1 tot en met 3.4), voor habitatrichtlijnsoorten (artikelen 3.5 tot en met 3.9) en voor andere soorten (artikelen 3.10 en 3.11). Naast de beschermde dier- en plantensoorten geldt op basis van artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming voor al de in het wild levende soorten ook een zorgplicht. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving. Dit houdt onder meer in dat men negatieve gevolgen voor aanwezige soorten zo veel mogelijk beperkt door het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden verwacht.
2.1.1
Vogelrichtlijnsoorten Voor ruimtelijke ingrepen zijn de volgende verboden relevant, zoals vermeld in artikel 3.1: het is verboden om van nature in Nederland in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen, het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van deze soorten te beschadigen of te vernielen of nesten van vogels weg te nemen. Ook is het verboden deze soorten opzettelijk te storen wanneer dit van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de soort. De verboden in de wet zorgen voor een goede bescherming van nesten van alle in het wild levende vogelsoorten tijdens het broedseizoen. Globaal loopt het broedseizoen van half maart tot half augustus, maar ook de nesten van broedende vogels buiten deze periode zijn beschermd. Daarnaast zijn van een aantal vogelsoorten de nesten jaarrond beschermd, dus ook als ze niet als broedlocatie worden gebruikt. Het betreft dan over het algemeen soorten die hun nest het gehele jaar als verblijfplaats gebruiken of soorten die niet of nauwelijks in staat zijn om een eigen nest te bouwen.
2.1.2
Habitatrichtlijnsoorten Voor ruimtelijke ingrepen zijn de volgende verboden relevant, zoals vermeld in artikel 3.5: het is verboden om soorten van de Habitatrichtlijn en van de verdragen van Bonn en Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren, om eieren opzettelijk te vernielen, om voortplantings- of rustplaatsen te beschadigen en om planten van de Habitatrichtlijn en van het verdrag van Bern opzettelijk te ontwortelen of te vernielen.
8
2.1.3
Andere soorten Naast de Vogelrichtlijnsoorten en de Habitatrichtlijnsoorten worden in de wet nog een aantal andere dier- en plantensoorten beschermd. Voor deze soorten zijn bij ruimtelijke ingrepen de volgende verboden relevant, zoals is weergegeven in artikel 3.10: het is verboden de beschermde diersoorten opzettelijk te doden of te vangen en om de vaste voortplantings- of rustplaatsen te beschadigen en het is verboden om de beschermde plantensoorten opzettelijk te plukken, ontwortelen of te vernielen.
2.2
Opzetvereiste Bij veel van de hierboven genoemde verboden is er sprake van een opzetvereiste. Zo is het verboden om vogelnesten opzettelijk te beschadigen. In de wet wordt bij deze opzet uitgegaan van ‘voorwaardelijke opzet’. Bij voorwaardelijke opzet is men zich bij het handelen bewust van de mogelijke negatieve consequenties, terwijl men de handeling toch uitvoert (Europese Commissie, 2007). Een voorbeeld van voorwaardelijke opzet is iemand die in het voorjaar een boom omzaagt en daarbij ‘per ongeluk’ een vogelnest beschadigt. De persoon had niet de opzet dit nest te beschadigen. Maar in de broedtijd van vogels is er wel een aanzienlijke kans dat er in een boom een vogel nestelt. Er kan daarom toch sprake zijn van opzettelijke beschadiging van het nest; voorwaardelijke opzet.
2.3
Vrijstelling, gedragscodes en ontheffing Provinciale Staten kunnen in een verordening een vrijstelling verlenen van de bovenstaande verboden (artikel 3.10, lid 2). De provincie Gelderland heeft besloten voor een aantal algemeen voorkomende zoogdiersoorten en amfibieën een vrijstelling te verlenen, voor handelingen die men verricht in het kader van ruimtelijke inrichting en ontwikkeling en voor handelingen in het kader van bestendig beheer en onderhoud. Het betreft de soorten aardmuis, bosmuis, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, haas, huisspitsmuis, konijn, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, woelrat, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker en middelste groene kikker. Daarnaast zijn de in paragraaf 2.1.1 beschreven verboden niet van toepassing op handelingen die men uitvoert in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling of bestendig beheer en onderhoud, wanneer men die handelingen uitvoert conform een goedgekeurde gedragscode (artikel 3.31). Gedragscodes kunnen daarbij zowel gebruikt worden voor de omgang met de Vogelrichtlijnsoorten, de Habitatrichtlijnsoorten als de andere beschermde soorten.
Wel geldt voor de Vogelrichtlijnsoorten en de Habitatrichtlijnsoorten de aanvullende eis dat de handelingen die men uitvoert een wettelijk belang dienen uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn (artikel 3.31, lid 1 onder d). Het gaat dan onder meer om handelingen in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of ter bescherming van flora en fauna. Tot slot kunnen Gedeputeerde Staten, wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat, onder bepaalde voorwaarde een ontheffing verlenen van de verboden (artikel 3.8 lid 1 en artikel 3.10 lid 2). Ook hierbij geldt voor vogelrichtlijnsoorten en
9
habitatrichtlijnsoorten dat aan de handelingen die men verricht een wettelijk belang van de Vogelrichtlijn respectievelijk de Habitatrichtlijn ten grondslag dient te liggen (artikel 3.8 lid 5). Voor de andere beschermde soorten zijn, naast deze wettelijke belangen, ook nog aanvullende belangen geldig (artikel 3.10 lid 2).
10
3
Ecologie van de soorten In volgende paragrafen wordt de ecologie van steenuil en kerkuil nader beschreven.
3.1
Steenuil De steenuil is de kleinste uilensoort die in Nederland broedt. Ze zijn sterk gebonden aan kleinschalig agrarisch cultuurlandschap. Ze blijven het gehele jaar in ons land. Koppels zijn territoriaal en verblijven het hele jaar binnen het territorium. Het activiteitsgebied rond de nestplaats is enkele honderden meters. De grootte van het territorium hangt af van het voedselaanbod en de leeftijd van het mannetje en ligt tussen de 5 en 30 hectare. Voor een ervaren mannetje voldoet een kleiner territorium dan voor een onervaren mannetje. Een koppel steenuilen blijft in principe voor het leven bij elkaar. Bij uitzondering gaat één van de partners naar een nabijgelegen territorium. Het nest van een steenuil bevindt zich voornamelijk op de erven van boerderijen. De nesten zitten daar onder het dak, in schuurtjes of in een steenuilkast. Daarnaast zijn nesten te vinden in holtes in knotbomen of oude hoogstamfruitbomen. Het voedsel van de steenuil is zeer gevarieerd. De steenuil jaagt het liefst op muizen, aangezien dit voor een steenuil een relatief grote prooi is en daarmee veel voedsel oplevert. Indien muizen minder voorhanden zijn, wordt ook gejaagd op kleine vogels, kevers, andere insecten, kikkers, salamanders en regenwormen. Per jaar kan het voedselaanbod sterk verschillen in een territorium.
Derhalve is een gevarieerd leefgebied met een divers prooiaanbod van groot belang. Dit gevarieerde landschap betreft een open tot halfopen landschap met afwisselend korte en verruigde vegetatie, erven met bebouwing, beplanting, moestuinen en kleine weilanden. Daarnaast moet een territorium grotendeels vrij zijn van verstoring of versnippering door grote wegen. De broedperiode van de steenuil loopt van februari tot en met juli. In deze periode wordt de nestplaats zeer intensief gebruikt. Buiten deze periode wordt de nestplaats ook gebruikt, zij het minder vaak. Van februari tot en met april zijn de steenuilen zeer actief met het bewaken van hun territorium, door middel van het produceren van een territoriumroep (BIJ12a, 2017; vogelbescherming.nl; sovon.nl).
3.2
Kerkuil De kerkuil komt voor in cultuurland met gras- en bouwlanden die begrensd worden door kruidenrijke akkerranden, houtwallen, heggen of bosjes. Kerkuilen broeden vooral in de hoge, donkere en tochtvrije delen van boerenschuren, kerken, kastelen en torens en bij hoge uitzondering in een holle boom. Tegenwoordig broedt 90 procent van de gevallen in een speciale nestkast. De kerkuil is zeer honkvast en blijft zijn hele leven in de buurt van zijn gekozen leefgebied. De broedlocatie is vaak een andere als de winterverblijfplek (BIJ12b, 2017; SOVON, 2002).
11
4 4.1
Onderzoekmethodiek Territoriumonderzoek Het doel van territoriumonderzoek is om te bepalen waar in, en in de omgeving van, het plangebied territoria van steenuilen aanwezig zijn. Het onderzoeksgebied bestaat in dit geval uit het plangebied en het gebied van 300 meter hieromheen. Op deze manier wordt ook duidelijk waar de territoria van de steenuilen in de omgeving van het plangebied liggen. Zo wordt duidelijk hoe de situatie van het plangebied zich tot de omgeving verhoudt. Ook wordt zo duidelijk of, wanneer er steenuilen aanwezig zijn in het plangebied, er eventueel uitwijkmogelijkheden zijn voor deze uilen in de omgeving. Het plangebied zelf is in zijn geheel onderzocht. Daarnaast is het onderzoeksgebied buiten het plangebied onderzocht vanaf de openbare weg. Zie navolgende afbeelding voor de ligging van het onderzoeksgebied en de looproutes op de openbare weg buiten het plangebied.
Rood omcirkel het plangebied, met daaromheen de 300 meter buffer (paars) en de wandelroutes (groen). Bron: PDOK
Het territoriumonderzoek is uitgevoerd conform het Soortinventarisatieprotocol van het Netwerk Groene Bureaus (2017), in de periode februari tot en met april. Het onderzoek bestond uit drie veldbezoeken, waarbij minimaal een maand tussenperiode zit tussen het eerste en het laatste veldbezoek. Elk veldbezoek werd uitgevoerd door twee ecologen. Tijdens de veldbezoeken zijn vanaf minimaal een half uur na zonsondergang gedurende circa twee uur territoriumroepen en sociale roepen van steenuilen genoteerd. Om dergelijke roepjes van de steenuil uit te lokken werden tijdens deze 12
avondbezoeken ook de territoriumroep van het mannetje op verschillende locaties afgespeeld. Elk roepend mannetje vertegenwoordigt een territorium. In navolgende tabel is weergegeven wanneer de veldbezoeken zijn uitgevoerd en onder welke weersomstandigheden. In dit geval zijn alle veldbezoeken bij goede weersomstandigheden uitgevoerd. Weergegevens zijn geraadpleegd via de websites van het KNMI, Weer.nl en Buienradar.nl. Tabel met onderzoeksgegevens. De zonsondergang is van belang, omdat volgens het protocol het veldbezoek pas een half uur na zonsondergang mag starten. Ook moet het goed weer zijn, zonder neerslag en geen harde wind (maximaal windkracht 3 Bft). Daarom is ook de windkracht en neerslag opgenomen. Datum
Zon
Tijd
Tijd
Temperatuur
Wind
Neer-
Onderzoeks-
onder
(start)
(eind)
(°C)
(Bft)
slag
omstandigheden
4.2
15-02-2023
17:48
19:00
22:00
7
2
Geen
Goed
07-03-2022
18:25
19:00
21:00
4
2
Geen
Goed
15-03-2023
18:39
19:30
21:30
6
1
Geen
Goed
Informatie van lokale vogelwerkgroep en omwonenden Voor dit onderzoek is contact gezocht met Albert Tempelman, één van de uilenvrijwilligers in de omgeving. Hij heeft contact gehad met omwonende en de lokale ringer over de aanwezigheid van steenuilen en kerkuilen.
4.3
Sporenonderzoek Op 15 februari 2023 is door een veldwerker tijdens en gedeeltelijk voorafgaand van het territoriumonderzoek sporenonderzoek naar de steenuil verricht. Dit sporenonderzoek heeft in het plangebied plaatsgevonden door paaltjes te controleren op poepstrepen en de aanwezigheid van braakballen. Het doel van dit onderzoek is om een inschatting te maken van het gebruik van de steenuil van het plangebied. Er werd voornamelijk gelet op de aanwezigheid van steenuilen zelf, een nest, braakballen en poepsporen (krijtstrepen). Ook werd de nestkast van de kerkuil gecontroleerd op activiteit.
13
5 5.1
Resultaten Territoriumonderzoek De afbeelding aan het einde van deze paragraaf visualiseert de hieronder uiteengezette waarnemingen van de steenuilen, kerkuilen en overige interessante waarnemingen in het onderzoeksgebied.
5.1.1.1
15 februari 2023 Tijdens de eerste avond van het veldbezoek was het stil in het onderzoeksgebied. Op de afgespeelde territoriumroepjes werd niet gereageerd door steenuilen. Omwonenden die de hond aan het uit laten waren, vertelden wel dat ze normaal vele roepjes horen. Normaal gesproken zal er dus wel activiteit moeten zijn. Onduidelijk is waarom steenuilen niet werden gehoord. De weersomstandigheden waren goed, wellicht was het iets aan de frisse kant. Aan het eind van het bezoek werd opeens een alarmerende kerkuil gehoord. Het geluid kwam vanuit de woonwijk te noorden van het plangebied, maar de locatie kon niet met zekerheid werden vastgelegd, omdat de uil maar eenmaal werd gehoord. Verder werden er geen waarnemingen gedaan.
5.1.1.2
7 maart 2023 Bij aankomst werd de eerste steenuil al gehoord en waargenomen. Deze vloog vanuit de tuin van Kerkstraat 27 schuin deels over het plangebied richting het oosten. Bij het plangebied aankomend, werd een kerkuil gezien die vanaf zijn nestlocatie (de noordelijke) weg vloog richting het noordoosten. Hij bleef nog even bij het plangebied aanwezig, zittend op een paal en vloog toen door. Tijdens dit veldbezoek is de warmtecamera meegenomen. Eén veldwerker heeft een uur in het plangebied gepost om te kijken of er uilen in het plangebied zelf aanwezig waren. Tijdens dit posten werd er om de tien minuten territoriumroepjes afgespeeld van de steenuil. Hier werd geen één keer op gereageerd door een steenuil. De andere veldwerker was bezig met het lopen van de ronde, helemaal ten noorden werden geen waarnemingen gedaan. Tussen de huizen De Wangen 18 en 20 werden duidelijk territoriumroepjes gehoord. In een boom achter in de tuin werd met de warmtecamera een paartje steenuilen gezien en werd een steenuilenkast waargenomen. Zie navolgende afbeelding voor een beeld van de warmtecamera waarop de twee steenuilen te zien zijn. Aangenomen kan worden dat hier een nest aanwezig is. Ten zuiden bij de Manenbergerweg 8 werd één steenuil waargenomen die duidelijk territoriumroepjes liet horen. Je hoorde de steenuil bij de Kerkstraat 27 hier ook op reageren.
Verwacht wordt dat hier ook een nestplaats van steenuilen aanwezig is. In een conifeer bij De Wangen 6 werd een ransuil gehoord die flink aan het roepen was. Teruglopend over de Manenbergerweg richting het zuiden werden ook territoriumroepjes afgespeeld. De steenuil aanwezig bij de Kerkstraat 27 reageerde hier fel op. Verwacht wordt dan ook dat dit gedeelte onderdeel uitmaakt van het territorium van het paartje dat hier broedt. Terugkerend naar het plangebied werd er nogmaals een kerkuil waargenomen die vanaf zijn nestlocatie wegvloog (noordelijke nestkast). De kerkuil vloog weer in noordoostelijke richting. In het plangebied zelf werden nog territoriumroepjes afgespeeld van de steenuil, maar hier werd niet op gereageerd.
14
Beeld van de warmtecamera waarop twee steenuilen zijn te zien.
5.1.1.3
15 maart 2023 Tijdens de ronde over de Manenbergweg werd er door de steenuil aan de Kerstraat 27 weer gereageerd op de afgespeelde territoriumroepjes. Daarnaast werd de ransuil ook weer gehoord in de conifeer bij woonhuis aan De Wangen 6. Een heel eind ten zuiden werd nog een nieuwe steenuil territorium gevonden. Hier reageerde een steenuil duidelijk met territoriumroepjes. Verder werden de andere twee territoria’s deze avond niet vastgesteld. In het plangebied werd nog een uur gepost, hier werd geen steenuil gezien. Er werden hier ook voorzichtig wat roepjes afgespeeld, deze werden niet beantwoord. De kerkuil werd deze avond niet gezien of gehoord. Andere waarnemingen werden niet gedaan. Zie navolgende kaart voor de nestlocaties en de bijbehorende territoria.
15
5.2
Informatie lokale vogelwerkgroep en omwonende Uit de informatie verkregen van Albert Tempelman blijkt dat voor zover bij hem bekend is geen andere nestlocaties van de steenuil of kerkuil aanwezig zijn in de omgeving van het plangebied. Ook uit informatie van omwonende blijkt dat vorig jaar geen broedende steenuilen of kerkuilen zijn gevonden. Alleen de al bekende locatie aan de Kerkstraat 27 is bevestigd, van zowel de steenuil als de kerkuil.
5.3
Sporenonderzoek In het plangebied zijn geen specifieke steenuilsporen waargenomen. Wel zijn op sommige paaltjes en dergelijke poepsporen waargenomen, maar die kunnen ook van andere vogelsoorten zijn. Bij de schuur bij Kerkstraat 27 werden wel uilenballen en poepstrepen van de kerkuil gevonden. Deze lagen aan beide kanten van de schuur. Aan beide kanten van de schuur is dan ook een nestkast van de kerkuil aanwezig. De zuidelijke nestkast is nieuw gerealiseerd. Deze was ten tijde van de quick scan nog niet aanwezig, maar is met oog op de geplande ontwikkeling gerealiseerd om zo meer mogelijkheden voor de kerkuil te bieden. Dit mede op advies van de ecoloog die tijdens het veldbezoek van de quick scan natuur hierover met de eigenaar heeft besproken. Zie navolgende afbeelding voor de locatie van de nestkasten.
16
Met oranje stippen de locatie van de twee nestkasten van kerkuil aangegeven. De zuidelijke nestkast is dit jaar nieuw gerealiseerd.
Tijdens de quick scan op 5 juli 2022 werden twee steenuilen in de tuin bij de Kerkstraat 27 waargenomen.
5.4
Aanwezigheid essentiële elementen Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat in ieder geval steenuilen in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn. Als alle verzamelde informatie wordt samengevoegd kan het volgende geconcludeerd worden. We gaan ervan uit dat het territorium van de steenuilen aan de Kerkstraat 27 overwegend zuidelijk aanwezig is, omdat hier veel gereageerd werd door deze steenuilen. In het plangebied zelf, dus ten noorden van de nestlocatie, werden geen waarnemingen van steenuilen gedaan en werd er niet gereageerd op de afgespeelde territopriumroepjes. De steenuilen zullen zeker wel af en toe in het plangebied aanwezig zijn of hier overheen vliegen, maar het lijkt er sterk op dat het territorium hier niet aanwezig is en dit gedeelte dus geen essentieel foerageergebied vormt voor de steenuilen. Ook de andere gevonden steenuilen gebruiken niet het plangebied als territorium. Er werd namelijk nooit gereageerd op de afgespeelde territoriumroepjes. Met het sporenonderzoek werden hier ook geen duidelijke sporen van de steenuil waargenomen. Voor de kerkuil biedt het plangebied ook geen essentieel foerageergebied. De kerkuil zal vooral foerageren bij de uiterwaarden ten oosten van de planlocatie. Voor de ransuil is geen essentieel leefgebied aanwezig in het plangebied.
17
6
Effectbeoordeling Uit het onderzoek blijkt dat er geen essentieel foerageergebied voor de steenuil aanwezig is in het plangebied. De steenuil aan de Kerkstraat 27 heeft zijn territorium ten zuiden van zijn nestlocatie. Met de geplande ontwikkeling zal de steenuil niet aangetast worden. Voor de kerkuil is er ook geen essentieel foerageergebied aanwezig in het plangebied. De noordelijke nestplaats bevindt zich echter wel dicht op de woonwijk die gerealiseerd zal worden. Door visuele-, licht- of geluidsverstoring kan deze nestplaats mogelijk ongeschikter raken. Hoewel de kerkuil gewend is aan menselijke activiteit, kan dit effect hebben op de nestlocatie. De bewoner van de Kerkstraat 27 heeft in de winter aan de zuidzijde van de schuur een nieuwe nestlocatie gerealiseerd voor de kerkuil. De kerkuil kent deze locatie al, want er werden hier sporen van de kerkuil aangetroffen. Dit is dus mogelijk een alternatieve geschikte locatie. Er dient echter gestuurd te worden op behoud van de noordelijke nestlocatie. In de huidige situatie bevindt zich een robuuste wintergroene haag op de perceelsgrens van Kerkstraat 27. Deze groenstructuur blijft behouden richting de toekomst en heeft een hoogte van circa 4 meter. Ten behoeve van het onderhoud van de groenstructuur wordt ten noorden ervan een onderhoudsstrook van 2 meter breed aangehouden.
Met het behoud van deze groenstructuur met bijbehorende onderhoudsstrook wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het voorkomen van visuele-, licht- of geluidsverstoring van de nestplaats. Aanvullend wordt geadviseerd om de achtertuinen van kavels 1, 2, 3 en 4 te voorzien van een groene erfafscheiding en buitenverlichting aan de achterzijde van de tuinen tot een minimum te beperken. Ook wordt geadviseerd om buiten de broedperiode van de kerkuil te bouwen. Met deze maatregelen wordt de kerkuil niet verstoord en kan deze zijn nestlocatie blijven gebruiken.
18
7 7.1
Conclusie en advies Ontheffing Wet natuurbescherming nodig? In het plangebied is nader onderzoek verricht naar de steenuil en kerkuil. Hieruit blijkt dat deze soorten geen gebruik maken van het plangebied als essentieel foerageergebied. Voor de kerkuil geldt echter wel dat de nestlocatie zich dicht op de geplande ontwikkeling bevindt. Met het behoud van de bestaande groenstructuur met bijbehorende onderhoudsstrook, het bouwen buiten de broedperiode, het realiseren van groene erfafscheidingen bij de achtertuinen van kavels 1, 2, 3 en 4 en het beperkt toepassen van buitenverlichting bij deze kavels kan in voldoende mate rust gewaarborgd worden en zal de kerkuil van zijn nestlocatie gebruik kunnen blijven houden. Hiermee wordt een overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen. Het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming is dan ook niet nodig.
7.2
Zorgplicht De zorgplicht van de Wet natuurbescherming is altijd van toepassing. Iedereen moet voldoende zorg in acht nemen voor alle in het wild levende dieren, planten en hun leefomgeving. Dit kan bijvoorbeeld door de werkzaamheden te verrichten buiten kwetsbare periodes (het voortplantings- en winterslaapseizoen). Ook kan er gefaseerd worden gewerkt om dieren de kans te geven om te vluchten.
7.3
Broedperiode vogels Van alle van nature in Nederland in het wild levende vogels mag het nest tijdens het broeden (van start van nestbouw tot en met het uitvliegen van de jongen) niet worden beschadigd of vernield. De periode waarin de meeste vogelsoorten broeden, loopt globaal van half maart tot half augustus, maar ook broedgevallen buiten deze periode zijn gewoon beschermd. In en direct rond het plangebied kunnen vogels broeden. Er werden voornamelijk veel nesten van merels gevonden tijdens de quick scan. Wij adviseren daarom om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. De verwachting is dan dat de meeste soorten niet in of direct rond het plangebied gaan broeden vanwege de aanwezige verstoring door de ruimtelijke ontwikkeling. In dit geval behoeven de weidevogels die in het plangebied broeden extra aandacht. Het kan voorkomen dat met de geplande ruimtelijke ontwikkeling niet de hele tijd in het gehele plangebied gewerkt wordt. Indien de werkzaamheden dan in de broedperiode van de weidevogels worden uitgevoerd, is de kans toch reëel dat een weidevogel in het plangebied begint te broeden. Dit nest mag dan verder niet verstoord worden, anders is sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming. In dit geval is het meest praktisch dan ook om alle werkzaamheden buiten de algehele broedperiode plaats te laten vinden.
Indien de werkzaamheden echt in de broedperiode gestart moeten worden, is nader onderzoek naar broedende vogels noodzakelijk. Kort voor de start van de werkzaamheden dient dan door een ecoloog met kennis van vogels door middel van één
19
veldbezoek onderzocht te worden of broedende vogels in en direct rond het plangebied aanwezig zijn. Als deze niet aanwezig zijn, kunnen de werkzaamheden starten. We verwachten echter dat deze kans klein is, gezien de aanwezige hagen waarin merels tot broeden kunnen komen. Als wel een broedende vogel aanwezig is, mogen de werkzaamheden niet starten. Er dient dan met een ecoloog met kennis van vogels naar een oplossing gezocht te worden.
7.4
Vervolgstappen − Behoud de bestaande groenstructuur met bijbehorende onderhoudsstrook, bouw buiten de broedperiode van de kerkuil, realiseer groene erfafscheidingen bij de achtertuinen van kavels 1, 2, 3 en 4 en pas bij deze kavels aan de achterzijde van de tuinen beperkt buitenverlichting toe; − Houd rekening met broedende vogels; − Houd rekening met de zorgplicht.
20
Geraadpleegde literatuur BIJ12. 2017a. Kennisdocument Steenuil Athene noctua, versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht. BIJ12. 2017b. Kennisdocument Kerkuil Tyto alba, versie 1.0, juli 2012. BIJ12 Utrecht. Ministerie EZLI. 2012. Memorie van toelichting bij Wet natuurbescherming. Kamerstuk. Ministerie EZ. 2015. Memorie van antwoord bij Wet natuurbescherming. Kamerstuk Eerste Kamer der Staten-Generaal. Netwerk Groene Bureaus, Definitielijst Netwerk Groene Bureaus 2020, 16 januari 2020. Netwerk groene bureaus, 2017. Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming (versie juli 2017). Netwerk groene bureaus. SAB. 2022. Quick scan natuur Wapenveld, Zwartekolk/Werverweg. Arnhem, 2022. SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse Fauna 5: 1-584. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden Websites: www.bij12.nl www.ndff.nl www.rijksoverheid.nl www.rvo.nl www.sovon.nl www.steenuil.nl www.wetten.nl