8.2. Nota Zienswijzen.pdf
Tekst van het document
Nota van Zienswijzen Ontwerpbesluit omgevingsvergunning en ontwerpverklaring van geen bedenkingen (vvgb) van motorsportvereniging Noord Oost Veluwe, Kamperweg 78c in Heerde
1. Inleiding Het ontwerpbesluit omgevingsvergunning en het ontwerpverklaring van geen bedenkingen voorzien in een juridisch-planologische regeling om op het perceel Kamperweg 78c te Heerde af te wijken van het bestemmingsplan door: 1. Het aantal rij-uren per week van 14 naar 21 uur te verruimen in de periode april-oktober; 2. Het maximaal bebouwingoppervlak van 550 m2 naar 1000m2 te verruimen; 3. Sportgerichte gemotoriseerde en niet-gemotoriseerde nevenactiviteiten waaronder rijden met SUV’s en loop-/mountainbiketrainingen. Naast de ruimtelijke onderdelen wordt de aangevraagde activiteit ‘toestaan op crossen op de aardenwal’ voorzien Op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht hebben het ontwerpbesluit omgevingsvergunning en de ontwerpverklaring van geen bedenkingen 6 weken ter inzage gelegen voor eenieder. Er zijn 7 zienswijzen ingediend. De beantwoording van de zienswijzen wordt beschreven onder punt 3. De beantwoording van de zienswijzen leidt uiteindelijk tot een eindconclusie of ontwerpbesluit dan wel de ontwerpverklaring worden aangepast. Dit vindt plaats onder punt 4.
2. Overzicht procedure Op 14 december 2020 heeft de gemeenteraad het besluit genomen tot het afgeven van de ontwerpvvgb. Het college heeft 15 juni 2021 besloten het ontwerpbesluit op de aanvraag omgevingsvergunning van de MSV-NOV nr. 476888 en de bijbehorende ontwerp-vvgb ter inzage te leggen. Het ontwerpbesluit omgevingsvergunning en het ontwerpverklaring van geen bedenkingen hebben met ingang van 23 juni 2021 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn zeven zienswijzen ingediend. Na de zienswijzeronde beslist de gemeenteraad over het afgeven van een definitieve verklaring van geen bedenkingen. Zij weegt hierbij de ontvangen zienswijzen mee. De vaststelling wordt onder andere bekend gemaakt in de Schaapskooi. Indieners van de zienswijze krijgen een brief met informatie over de vaststelling en de mogelijkheid tot indienen van beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
3. Zienswijzen In totaal zijn er zeven zienswijzen ingekomen. In het kader van de privacywetgeving worden de indieners niet bij naam genoemd, maar wordt verwezen naar een volgnummer. In de bijlage zijn de zienswijzen, met gekoppeld volgnummer, geanonimiseerd opgenomen. 1. Ingekomen zienswijze 1 Ontvankelijkheid De zienswijze is binnen de termijn van de ter inzagelegging binnengekomen en van (digitale) ondertekening voorzien. De zienswijze is ontvankelijk. Samenvatting 1. De indiener van de zienswijze is van mening dat de gemeente niet moet meewerken aan de omgevingsvergunning, activiteit ‘milieu’(revisie) voor wat betreft het rijden van crossmotoren op de aardenwal. De indiener stelt dat de gemeente hier niet aan mee zou moeten werken aangezien de aardenwal, tot stand gekomen voor de vermindering van geluid voor omwonenden, de uitkomst was van een mediationtraject over de uitbreiding van de crossuren. 2. De indiener van de zienswijze is het oneens met het toestaan van nieuwe activiteiten. Aangegeven wordt dat er weliswaar ruimte is in de omgevingsvergunning milieu voor wat betreft stikstof, maar dat de nieuwe activiteiten wel tot verdere aantasting van Natura-2000 gebied zal leiden. 3. De indiener van de zienswijze geeft aan dat het voelt dat er sprake is van rechtsongelijkheid.
De indiener verwijst hierbij naar de niet legale bebouwing, die middels dit traject word gelegaliseerd. Daarnaast wijst de indiener op de mogelijke precedentwerking die daarvan uit gaat. 4. Tot slot stelt de indiener van de zienswijze dat het uitbreiden van crossactiviteiten indruist tegen haar eigen beleid (o.a. CittaSlow). Ook wijst de indiener op de grond dat door de gemeente in pacht is gegeven. Indiener wijst daarbij dat de gemeente hierdoor ook aan zet is om de erfpacht te beëindigen of hier andere eisen aan te stellen. Gemeentelijke reactie 1. De realisatie van de wal is een compromis geweest tussen de MSV-NOV en de omwonenden in eerdere doorlopen procedures aangaande cross-activiteiten van de MSV-NOV. Het is een privaatrechtelijke afspraak tussen MSV-NOV en de omwonenden. De motoren mogen in de huidige vergunde situatie tot in de voet van de wal crossen, maar in ieder geval niet boven op de wal. Het crossen op de wal druist echter in op de gemaakte afspraken met de omwonenden en staat haaks op de intentie en functie van de wal, namelijk het reduceren van het crossgeluid richting de omgeving. De geluidsreductie als gevolg van de wal was overigens niet heel groot, mede gezien het geluid van de naastgelegen A50, maar droeg enigszins bij.
Ook druist het crossen op de wal in tegen waarvoor wij als gemeente staan, enerzijds ten aanzien van het respecteren van gemaakte afspraken tussen haar burgers onderling en anderzijds ten aanzien van het maatschappelijke belang van zorgvuldig gebruik van terreinen op de Veluwe. Het crossen op de wal is vanuit die optiek dan ook onwenselijk.
2 / 12
Het crossen op de aarden wal is vergunbaar, anders gezegd: er is geen weigeringsgrond voor deze aangevraagde activiteit. De wal ligt binnen het bestemmingsvlak van het crossterrein en binnen de inrichtingsgrens. De sectorale wetgeving laat zien dat het crossen op de wal geen belemmering is voor de omgeving. Het crossen op de wal blijft binnen de geluidsnormen, de bodemkwaliteit komt niet in het geding ten opzichte van de bestaande situatie en de natuurvergunning is reeds verleend voor het terrein en het bijbehorende gebruik. 2. De nieuwe activiteiten zijn allen acceptabel en vergunbaar temeer omdat de structuurvisie ruimte biedt voor enige intensivering van het gebruik van het motorcrossterrein, het bestemmingsplan het terrein positief vergund heeft en de Nb-wetvergunning (thans Wnb) onherroepelijk is. Middels de Nb-wetvergunning is ook de stikstofruimte in de rekenmodellen geclaimd. 3. Als gemeente kijken we per geval wat de (on)mogelijkheden zijn. Er wordt gekeken wat passend is op een bepaalde locatie. In casu is gemeente van mening dat het legaliseren van de bijgebouwen geen afbreuk doet aan de locatie. Geen enkele situatie is gelijk, gemeente moet per geval afwegen en waar mogelijk maatwerk leveren. 4. De motorcrossbaan is volgens de structuurvisie gelegen in de zone Natuurlijkheid. Deze zone kenmerkt zich vooral door de natuurlijke waarden.
In de structuurvisie is aangegeven dat intensiever gebruik van het huidige terrein mogelijk is. De structuurvisie is opgesteld conform de CittaSlow-gedachten. Daarnaast is een van de doelen van het verruimen van de gebruiksmogelijkheden dat het ‘wildcrossen’ op de Veluwe zo veel mogelijk beperkt. Zo zal er minder druk op de Veluwe worden ontstaan door het wildcrossen. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvergunning en de verklaring van geen bedenkingen. 2. Ingekomen zienswijze 2 (Stichting Landgoed Steenbergen) Ontvankelijkheid De zienswijze is binnen de termijn van de ter inzagelegging binnengekomen en van (digitale) ondertekening voorzien. De zienswijze is ontvankelijk. Samenvatting 1. De Indiener van de zienswijze stelt dat het gelijk trekken van de 14 uur in het bestemmingplan naar de 21 uur in de Wm-vergunning zorgt voor een effectieve toename van 50% van het aantal crossuren per week. 2. De indiener van de zienswijze verwijst naar jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indiener is van mening dat, ook al wordt voldaan aan de eisen van de Wnb, er wel sprake is van aantasting van de natuurwaarden van Natura 2000-gebieden. Gesteld wordt dat bij de vaststelling van ruimtelijke plannen moeten worden bezien of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Indiener van de zienswijze is van mening dat zijn belangen onevenredig worden geschaad. 3. De indiener van de zienswijze is van mening dat de aanmeldnotitie van 17 juni 2014 geactualiseerd dient te worden met vermelding van de voorgenomen activiteiten. 4. Indiener van de zienswijze is van mening dat er ingrijpende veranderingen plaatsvinden waardoor de samenhang met de aangrenzende natuurgebieden wordt aangetast.
3 / 12
5. De indiener van de zienswijze stelt dat er een actualisatie/nieuwe voortoets moet worden uitgevoerd. 6. Indiener van de zienswijze stelt dat de Gedeputeerde Staten bevoegd gezag zijn op grond van het Besluit omgevingsrecht. 7. Indiener van de zienswijze is van mening dat er sprake is van strijdigheid met artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening voor wat betreft het aspect van ‘goede ruimtelijke ordening’. 8. Indiener van de zienswijze is van mening dat het crossen op de aardenwal voor omwonenden onaanvaardbare geluidsoverlast zal opleveren. 9. De indiener van de zienswijze stelt dat de aardenwal gezien moet worden als een ‘Best Beschikbare Techniek’ en daarmee onderdeel wordt van de Wet Milieubeheer om zowel de objectieve als de subjectieve geluidsoverlast zoveel mogelijk te reduceren. Daarnaast is de indiener van de zienswijze van mening dat het gebruik van elektrische crossmotoren in plaats van verbrandingsmotoren onder de noemer van ‘Best Beschikbare Techniek’ valt daarom zou de indiener graag zien dat de vergunning toekomstbestendig wordt gemaakt. 10. Indiener van de zienswijze stelt dat er in het Ontwerpbesluit onduidelijkheid is over het aantal crossuren dat er tussen november en maart is toegestaan. Indiener wil dat dit expliciet wordt opgenomen. 11. Indiener van de zienswijze wijst op overige activiteiten die worden toegestaan.
Indiener wil duidelijkheid of de gemotoriseerde nevenactiviteiten ook vallen binnen de gestelde beperking van 21 uur per week crossen. 12. Indiener van de zienswijze vraagt of de gemeente over wil gaan tot het publiceren van een evenementenvergunning in bijvoorbeeld de Schaapskooi. Dit zou duidelijkheid geven en de mogelijkheid tot het instellen van beroep. 13. De indiener van de zienswijze is van mening dat onvoldoende onderbouwd is dat er geen archeologisch onderzoek benodigd is. 14. De indiener van de zienswijze stelt dat het onduidelijk is of er een watertoets is uitgevoerd. 15. Indiener stelt dat de activiteiten in strijd zijn met twee nationale belangen (verbeteren milieukwaliteit en behoud/versterking van cultuurhistorische natuurlijke kwaliteiten) van de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. 16. Indiener van de zienswijze wijst op de gemeentelijke structuurvisie en CittaSlow en vraagt om uitleg over hoe de kwaliteit van de leefomgeving wordt bewaakt en bevorderd. 17. De indiener van de zienswijze stelt dat de voor de te legaliseren bijgebouwen een Wnbvergunning moet worden aangevraagd. 18. De indiener van de zienswijze wijst op de het aantal m2. Volgens aanvrager is er reeds 888m2 aan bebouwing aanwezig. Indiener vraag hoe er met de overige nog mogelijke te bouwen bebouwing wordt omgesprongen.
4 / 12
Gemeentelijke reactie 1. Het klopt dat er sprake is van een voorgenomen intensivering van het aantal crossuren in de week. De gemeente is van mening dat er op de desbetreffende locatie ruimte is voor enige intensivering. Te meer omdat deze ruimte ook in de gemeentelijke structuurvisie is geboden. 2. De stikstofruimte is middels de Nbw-vergunning uit 2014 vergund en onherroepelijk. De ruimte is middels deze vergunning gereserveerd en daarmee ook opgenomen in het rekenprogramma AERIUS. De belangen van de indiener zijn hierdoor ook niet onevenredig geschaad. 3. Op 19 augustus 2014 is door de gemeente besloten dat voor de voorgenomen uitbreiding en wijziging van de activiteiten van MSV-NOV geen milieueffectrapportage (m.e.r.) hoeft te worden opgesteld. Dit besluit is genomen op basis van de door de initiatiefnemer overgelegde aanmeldingsnotitie van 17 juni 2014. Deze m.e.r.-beoordeling had tot doel om te beoordelen of bij de voorgenomen activiteit mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden welke leiden tot een bijzondere omstandigheid waarvoor het opstellen van een milieueffectrapport noodzakelijk is. In paragraaf 2.4 van de aanmeldingsnotitie zijn de voorgenomen uitbreidingen en wijzigingen van de activiteit beschreven.
De wijzigingen waarvoor de omgevingsvergunning is aangevraagd passen binnen de beschrijving van de voorgenomen activiteit in de aanmeldingsnotitie. Derhalve voorziet de aanvraag niet in een andere activiteit dan waarvoor eerder de m.e.r.-beoordeling heeft plaatsgevonden. De gemeente is van mening dat destijds een volwaardige afweging van de milieueffecten heeft plaatsgevonden. Deze afweging is zeven jaar geleden gemaakt. Desondanks ziet de gemeente in dit gegeven geen noodzaak om de procedure voor de m.e.r.-beoordeling opnieuw te doorlopen. De omstandigheden waaronder deze beoordeling is gemaakt zijn niet zodanig gewijzigd dat een nieuwe afweging een andere uitkomst zal geven. 4. Voor de activiteiten in voorgenomen ontwikkeling is in 2014 een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 (thans Wet natuurbescherming) afgegeven. Middels deze vergunning is getoetst dat de activiteiten niet leiden tot significante effecten op instandhoudingdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied de Veluwe. 5. De voorgenomen ontwikkeling is middels de Nbw-vergunning uit 2014 vergund en toegestaan. Een voortoets of actualisatie daarvan is derhalve niet noodzakelijk. 6. De gemeente is bevoegd gezag, in overeenstemming met het bepaalde in het Bor. Zie ook artikel 3.3 lid 1 sub b van het Bor. 7.
Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat er binnen de wettelijke kaders wordt gebleven, derhalve is er ook sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het kader van een goede ruimtelijke ordening (artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening). 8. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus ten gevolge van de beoogde activiteiten op het terrein van MSV-NOV op de zonegrens voldoen aan de maximaal toelaatbare geluidbelasting van 50 dB(A)-etmaalwaarde. De geluidbelasting ten gevolge van MSV-NOV is derhalve inpasbaar binnen de geluidzone. De woningen liggen allen op of buiten de zone en ondervinden daarmee een langtijdgemiddelde geluidbelasting van maximaal 49 dB(A). Met deze geluidbelasting die enkel tijdens wedstrijden plaatsvind, zal er dus geen sprake zijn onaanvaardbare geluidsoverlast.
5 / 12
9. De aarden wal is nu onderdeel van de vergunningaanvraag en meegenomen in het akoestisch onderzoek. Daarmee is de aarden wal onderdeel van de aanwezige geluidafscherming die in stand moet blijven om aan de geluidgrenswaarden te voldoen. De aarden wal is overigens geen Best Beschikbare techniek, maar een maatregel die afhankelijk van de omstandigheden toegepast kan worden om aan grenswaarden te voldoen. Bevoegd gezag dient te beslissen op de aanvraag. Er worden vooralsnog geen elektrische motoren aangevraagd. Het is niet aan de gemeente om de motorcross vereniging te verplichten de aard van haar activiteiten te wijzigen. 10. Uit het ontwerpbesluit blijkt dat de rij-uren in de periode april tot en met oktober van 14 naar 21 uur per week worden verhoogd. Buiten deze periode zal het aantal rij-uren zoals opgenomen in het bestemmingsplan, namelijk 14 uur, gewoon blijven gelden. Dit zal ter verduidelijking in het besluit worden opgenomen. 11. Het crossen met de SUV’s valt niet binnen de gestelde rij-uren. De SUV’s zijn gekentekende voertuigen. Geluid en emissie vallen in het niet bij het huidige gebruik en de autonome groei van de A50. 12. In de evenementenvergunningen is opgenomen dat de buurt maximaal 2 weken voor het evenement geïnformeerd dient te worden. Dan bestaat de mogelijkheid om de vergunning op te vragen en bezwaar in te dienen. 13.
Op het terrein ligt een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. In het vigerende bestemmingsplan is geregeld dat bij het bouwen van een bouwwerk groter dan 1.000 m², een archeologisch rapport moet worden overlegd. Aangezien het totale toegestane oppervlakte bouwwerken 1000m² is een archeologisch rapport niet noodzakelijk. 14. De watertoets is verplicht voor ruimtelijke plannen hebben die invloed hebben op waterhuishoudkundige aspecten. Conform de legger van het Waterschap Vallei & Veluwe bevinden er zich geen watergangen of waterkeringen nabij het terrein van MSV. De beoogde ontwikkeling, het intensiveren van het gebruik van het terrein en de bebouwing ter plaatse van het terrein, geen invloed hebben op de waterkwaliteit, waterkwantiteit en waterveiligheid in de omgeving. De aangevraagde activiteiten zullen geen negatieve effecten hebben op het lokale watersysteem. De kwaliteit, kwantiteit en veiligheid van het water blijft gewaarborgd. Om deze reden hoeft er derhalve geen watertoets uitgevoerd te worden. 15. Uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt dat de aanvraag binnen de kaders een goede ruimtelijke ordening en de geldende wet- en regeling past. Daarnaast moet het aangevraagde ook voorkomen dat er meer wildgecrossed gaat worden. Hierdoor is geen sprake van strijdigheid met de SVIR. 16. De motorcrossbaan is volgens de structuurvisie gelegen in de zone Natuurlijkheid.
De zone kenmerkt zich vooral door de natuurlijke waarden. In de structuurvisie is aangegeven dat het intensiever gebruik van het huidige terrein mogelijk is. De structuurvisie is opgesteld conform de CittaSlow-gedachten. Daarnaast is een van de doelen van het verruimen van de gebruiksmogelijkheden dat het ‘wildcrossen’ op de Veluwe zo veel mogelijk beperkt. Zo zal er minder druk op de Veluwe worden ontstaan door het wildcrossen.
17. Bij een ruimtelijke ontwikkeling wordt gekeken of de voorgenomen ontwikkeling een verstorend effect op flora en fauna kan hebben. Aangezien de bebouwing grotendeels
6 / 12
gerealiseerd is kan er gesteld worden dat dit geen verstorend effect meer kan hebben. Bij eventuele nieuw te bouwen of te slopen gebouwen zal dit bij de vergunningaanvraag moeten worden nagegaan of er sprake is van een aanhaakplicht conform artikel 2.1 eerste lid sub i Wabo jo. artikel 2.2aa Bor jo. artikel 2.7 tweede lid Wnb. 18. Het klopt dat het bestaande oppervlakte aan bijgebouwen 888m2 betreft. Voor de overige 112m2 kunnen nog gebouwen worden opgericht.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de verklaring van geen bedenkingen. Wel geeft de zienswijze aanleiding tot de wijziging van de omgevingsvergunning. Dit betreft een algemene verduidelijk van het aantal rij-uren buiten de periode april tot en met oktober, namelijk 14 rij-uren per week. 3. Ingekomen zienswijze 3 (Peutz) Ontvankelijkheid De zienswijze is binnen de termijn van de ter inzagelegging binnengekomen en van (digitale) ondertekening voorzien. De zienswijze is ontvankelijk. Samenvatting 1. Indiener van de zienswijze stelt dat voorschrift 3.6 ervoor zorgt dat er enkel muziek mag worden gedraaid als er sprake is van een evenementenvergunning. Indiener vraagt om het voorschrift te schrappen. 2. Indiener stelt dat de grenswaarden in de voorschriften 3.1 en 3.2 niet overeenkomstig zijn met de aangevraagde situatie. Indiener verzoekt om aanpassing. 3. Indiener wijst op voorschrift 2.8 waarin staat dat er vijfjaarlijks een bodemonderzoek moet worden uitgevoerd. Indiener stelt dat een dergelijke onderzoekplicht niet kan worden opgelegd. Gemeentelijke reactie 1. In het clubgebouw mag er natuurlijk gewoon een radio of iets dergelijks aan staan. Live muziek is niet toegestaan. Alleen mag dat niet over het terrein ten gehore worden gebracht. Dat mag alleen bij evenementen. 2.
In het volledige akoestisch onderzoek (referentienummer, FB 17462-2-RA-005 van 2 juni 2020, opgesteld door Peutz), was het deels rijden op de aarden wal niet meegenomen in de berekeningen. Bij de aanvraag is de aanvullende notitie gevoegd (referentienummer HH/RV/DP/FB 17462-14-NO d.d. 19 januari 2021, opgesteld door Peutz). Uit de aanvullende notitie blijkt een lichte verhoging vanwege het rijden op de aarden wal (verschil is op enkele punten, vanwege afrondingen, +1 dB). Dit geeft op enkele zone- of vergunningpunten een verhoging van maximaal 1 dB t.o.v. de geluidbelastingen in het hoofdrapport. Omdat dit de praktijk is, is deze situatie beschouwd en omdat de geluidbelasting past binnen de zone zijn deze (iets) hogere waarden vergund. 3. De bodemvoorschriften in de vergunning zijn erop gericht zodat voorzieningen en maatregelen getroffen worden waarmee een verwaarloosbaar bodemrisico wordt gerealiseerd. In dat kader is het ook van belang dat de kwaliteit van de bodem wordt
7 / 12
onderzocht. Dit is nodig om een beeld te kunnen krijgen van de eventuele mate van vervuiling van de bodem als gevolg van de aangevraagde activiteiten. Het is echter niet nodig om dit onderzoek naar de kwaliteit van de bodem elke vijf jaar ter herhalen. Dit voorschrift is abusievelijk opgenomen in het ontwerpbesluit. Een motivering voor de opname van dit voorschrift maakt immers geen deel uit van het ontwerpbesluit. Voorschrift 2.8 is aangepast in: “Een tussentijds onderzoek ter vaststelling van de bodemkwaliteit moet worden uitgevoerd op aanwijzing van het bevoegd gezag nadat een redelijk vermoeden van bodemverontreiniging is ontstaan. Ter plaatse van de tijdens het nulsituatieonderzoek onderzochte locaties moet het tussentijds onderzoek dezelfde opzet en intensiteit hebben als het nulsituatieonderzoek, mits dat onderzoek correct is uitgevoerd. Als het nulsituatie onderzoek niet correct is uitgevoerd dan moet het tussentijdsonderzoek betrekking hebben op alle plaatsen binnen de inrichting waar bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden.” Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de verklaring van geen bedenkingen. Wel geeft de zienswijze aanleiding tot wijziging van de omgevingsvergunning. Dit betreft een aanpassing van voorschrift 2.8. 4.
Ingekomen zienswijze 4 (Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging) Ontvankelijkheid De zienswijze is binnen de termijn van de ter inzagelegging binnengekomen en van (digitale) ondertekening voorzien. De zienswijze is ontvankelijk. Samenvatting 1. Indiener van de zienswijze stelt dat het verruimen van de activiteiten haaks staat op het beleid van het behoud van kernkwaliteiten van de Veluwe. 2. De indiener van de zienswijze wil aandacht vragen voor de uitspraak van 29 mei 2019 van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State over de uitvoering van de Programmatische Aanpak Stikstof. 3. Voorts wijst de indiener op de zorgplicht die volgt uit de Wet Natuurbescherming. Indiener vraagt zich af waarom er geen aandacht is besteed aan de recente onderzoeken ten aanzien van vogelsoorten. 4. Indiener is van mening dat de verlening van de nieuwe omgevingsvergunning niet past binnen de missie die gemeente Heerde zichzelf ten doel heeft gesteld met het predicaat CittaSlow.
Gemeentelijke reactie 1. De motorcrossbaan is volgens de structuurvisie gelegen in de zone Natuurlijkheid. De zone kenmerkt zich vooral door de natuurlijke waarden. In de structuurvisie is aangegeven dat het intensiever gebruik van het huidige terrein mogelijk is. De structuurvisie is opgesteld conform de CittaSlow-gedachten. Daarnaast is een van de doelen van het verruimen van de gebruiksmogelijkheden dat het ‘wildcrossen’ op de Veluwe zo veel mogelijk beperkt.
8 / 12
2. De nieuwe activiteiten zijn allen acceptabel en vergunbaar temeer omdat de structuurvisie ruimte biedt voor enige intensivering van het gebruik van het motorcrossterrein, het bestemmingsplan het terrein positief vergund heeft en de Nb-wetvergunning (thans Wnb) onherroepelijk is. Middels de Nb-wetvergunning is ook de stikstofruimte in de rekenmodellen geclaimd. Gelet op het feit dat deze vergunning onherroepelijk is heeft de uitspraak van 29 mei 2019 van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State hier geen invloed op. 3. In 2014 is een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 (thans Wet natuurbescherming) afgegeven de voorgenomen activiteiten zijn hier in meegenomen. Aangezien er bij deze Nb-vergunning getoetst is op mogelijke verstorende effecten van de voorgenomen activiteiten is voldoende zorg in acht genomen voor beschermde gebieden, in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 4. De motorcrossbaan is volgens de structuurvisie gelegen in de zone Natuurlijkheid. De zone kenmerkt zich vooral door de natuurlijke waarden. In de structuurvisie is aangegeven dat het intensiever gebruik van het huidige terrein mogelijk is. De structuurvisie is opgesteld conform de CittaSlow-gedachten. Daarnaast is een van de doelen van het verruimen van de gebruiksmogelijkheden dat het ‘wildcrossen’ op de Veluwe zo veel mogelijk beperkt.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvergunning en verklaring van geen bedenkingen. 5. Ingekomen zienswijze 5 (Vereniging Landschap en Milieu Hattem) Ontvankelijkheid De zienswijze is binnen de termijn van de ter inzagelegging binnengekomen en van (digitale) ondertekening voorzien. De zienswijze is ontvankelijk. Samenvatting 1. De indiener is van mening dat het gebruik van een illegale situatie als uitgangssituatie voor een uitbreidingsvergunning niet past bij een goede ruimtelijke ordening. 2. De indiener van de zienswijze is van mening dat een geen actueel onderzoek naar de mogelijke omgevingseffecten is gedaan. Daarnaast is de indiener van mening dat een afweging van belangen ontbreekt. Gemeentelijke reactie 1. Als gemeente kijken we per geval wat de (on)mogelijkheden zijn. Er wordt gekeken wat passend is op een bepaalde locatie. In casu is gemeente van mening dat het legaliseren van de bijgebouwen geen afbreuk doet een de locatie. Geen enkele situatie is gelijk, de gemeente moet per geval afwegen en waar mogelijk maatwerk leveren. 2. Zie ook hiervoor bij zienswijze 2 onder punt 3. Een onderzoek naar de omgevingseffecten is uitgevoerd in de aanmeldingsnotitie voor de m.e.r.-beoordeling van 17 juni 2014.
Op basis van deze notitie is door de gemeente besloten dat voor de voorgenomen uitbreiding en wijziging van de activiteiten van MSV-NOV geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld. In deze situatie zijn er geen bijzondere omstandigheden, waaronder de voorgenomen activiteit wordt ondernomen, die het nodig maken dat een milieueffectrapport wordt opgesteld.
9 / 12
De ingediende aanvraag is getoetst op basis van de daarvoor geldende beoordelingskaders. Hiertoe behoren diverse milieuaspecten waarbij de effecten van de aangevraagde activiteit naar de omgeving zijn getoetst. De uitkomst van deze toetsing geeft het bevoegd gezag geen reden voor het weigeren van de gevraagde vergunning. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvergunning en verklaring van geen bedenkingen. 6. Ingekomen zienswijze 6 Ontvankelijkheid De zienswijze is binnen de termijn van de ter inzagelegging binnengekomen en van (digitale) ondertekening voorzien. De zienswijze is ontvankelijk. Samenvatting 1. De indiener van de zienswijze wijst op het akoestische rapport waarin gebruik wordt gemaakt van een rekenmethode voor het langtijdgemiddelde. Indiener geeft aan dat het geluid wat geproduceerd wordt geen gemiddelde is maar geconcentreerde uitschieters. 2. Indiener van de zienswijze geeft aan dat uit de formulering blijkt dat er als motivatie van de ontwikkeling geen noodzaak aan ten grondslag ligt maar een wens. Gemeentelijke reactie 1. In de milieuwet- en regelgeving is de Handleiding meten- en rekenen industrielawaai 1999 de voorgeschreven methodiek hoe geluid bepaald moet worden en welke dosismaten gehanteerd moeten worden. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau is inderdaad geen goede maat voor enkele korte pieken per dag.
In voorschrift 3.3 is daarom aanvullend aan het vergunde langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, ook de maximale geluidniveaus (LAmax) vergund. Dit limiteert de hoogte van de pieken (maximaal geluidniveau per 1/8 seconde). 2. Bij een aanvraag wordt niet meegewogen wat de motivering van de aanvraag is. Het maakt dus niet uit of het nu wens of noodzaak is. Wel wordt bekeken of de aanvraag binnen de kaders een goede ruimtelijke ordening en de geldende wet- en regeling past. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvergunning en verklaring van geen bedenkingen. 7. Ingekomen zienswijze 7 (Vereniging Natuur en Milieu Federatie Gelderland) Ontvankelijkheid De zienswijze is binnen de termijn van de ter inzagelegging binnengekomen en van (digitale) ondertekening voorzien. De zienswijze is ontvankelijk. Samenvatting 1. Indiener stellen dat door de uitbreiding en intensivering niet bijdragen wordt aan de kernkwaliteiten die op zijn genomen in provinciaal omgevingsbeleid. 2. Verder wijst de indiener op de zorgplicht die volgt uit de Wet Natuurbescherming. Indiener is van mening dat de activiteiten op grond van de zorgplicht niet mogen worden toegestaan.
10 / 12
3. Indiener is van mening dat er geen reden is om de mogelijkheid van een crossbaan, gelegen bij Natura 2000-gebied, te verruimen. Een illegale situatie als uitgangssituatie voor een uitbreidingsvergunning past, volgens indiener, niet bij een goede ruimtelijke ordening. 4. De indiener van de zienswijze is van mening dat er in de ruimtelijke onderbouwing de motivering ontbreekt waarom afwijken van het bestemmingsplan mogelijk zou moeten worden gemaakt. 5. De indiener stelt dat er ten onrechte wordt uitgegaan dat het aangevraagde past binnen de verleende vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 uit 2014. Daarnaast is in die vergunning ook geen toestemming verleend voor de nieuwe bouwwerken of uitbreidingen van bouwwerken. De indiener is van mening dat er een actuele stikstoftoets is vereist waarbij beoordeeld dient te worden wat de toename is van emissie en deposities van stikstof als gevolg van de aangevraagde activiteiten vergeleken met de feitelijke bestaande en planologische legale situatie. Daarnaast heeft de indiener vraagtekens bij de emissiecijfers bij besluitvorming in 2014. Daarnaast geeft indiener aan dat er een volwaardig ecologische toetsing op het onderdeel van soortenbescherming ontbreekt. 6.
De indiener van de zienswijze wijst vervolgens op de ‘Best Beschikbare Technieken’ en is van mening dat dit bij onderhavige ontwikkeling toe moet worden gepast. 7. Indiener vraagt zich af of de gemeente wel bevoegd gezag is en wijst daarbij naar de Wet milieubeheer/Besluit omgevingsrecht onder deel C, categorie 19.2. Gemeentelijke reactie 1. In de structuurvisie is aangegeven dat het intensiever gebruik van het huidige terrein mogelijk is. De structuurvisie is opgesteld conform Provinciaal beleid. 2. In 2014 is een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 (thans Wet natuurbescherming) afgegeven. De voorgenomen activiteiten zijn hier in meegenomen. Aangezien er bij deze Nb-vergunning getoetst is op mogelijke verstorende effecten van de voorgenomen activiteiten is voldoende zorg in acht genomen voor beschermde gebieden, in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 3. De planologische ruimte wordt wel verruimt. De ruimte was echter al geboden middels de Wm-vergunning en de Nb-vergunning. Uit de bijgevoegde ruimtelijke onderbouwing blijkt dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening en dat aan de geldende wet- en regelgeving wordt voldaan. 4. Bij een aanvraag omgevingsvergunning hoeft de motivatie/reden waarom er van het bestemmingsplan wordt afgeweken niet gemotiveerd te worden.
Wel moet aangetoond worden of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en dat er voldaan wordt aan de geldende wet- en regelgeving hetgeen is gedaan in de ruimtelijke onderbouwing. 5. De vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 (thans Wet natuurbescherming) is in 2014 afgegeven. De voorgenomen activiteiten zijn hier in meegenomen. De vergunning is inmiddels onherroepelijk en de stikstofruimte is middels de vergunning geclaimd. De voorgenomen activiteiten zijn op grond van de Nb-vergunning (thans Wet natuurbeheer) mogelijk.
11 / 12
6. In de aanvraag en de beoordeling daarvan is rekening gehouden met de Best Beschikbare technieken (zie de uitleg onder het kopje ‘Beste Beschikbare Technieken (BBT)’ in de overwegingen onder ‘Activiteit ‘milieu’’). Zo staat in de aanvraag dat de crossmotoren moeten voldoen aan de eisen van het motorcrossreglement van de KNMV. Dat betekent onder andere een maximale geluidproductie per motorfiets, die met een eigen meter gecontroleerd wordt. Indien rijders niet voldoen worden die uit de baan gehaald. 7. De gemeente is bevoegd gezag, in overeenstemming met het bepaalde in het Bor. Zie ook artikel 3.3 lid 1 sub b van het Bor. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvergunning en verklaring van geen bedenkingen.
4. Conclusie 1. 2. 3.
4.
5.
de zienswijzen zijn tijdig ingediend en daarmee ontvankelijk; de zienswijzen 1,4,5,6 en 7 geven geen aanleiding om het ontwerp-vvgb of het ontwerpbesluit aan te passen; Zienswijze 2 leidt niet tot aanpassing van de verklaring van geen bedenkingen. Wel geeft de zienswijze aanleiding tot de wijziging van de omgevingsvergunning. Dit betreft een algemene verduidelijk van het aantal rij-uren buiten de periode april tot en met oktober, namelijk 14 rij-uren per week. Zienswijze 3 leidt niet tot aanpassing van de verklaring van geen bedenkingen. Wel geeft de zienswijze aanleiding tot de wijziging van deomgevingsvergunning. Dit betreft een aanpassing van voorschrift 2.8. De zienswijzen geven geen aanleiding om de procedure te staken.
Bijlagen 1. Zienswijze 1 ; 2. Zienswijze 2 (Stichting Landgoed Steenbergen); 3. Zienswijze 3 (Peutz); 4. Zienswijze 4 (Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging); 5. Zienswijze 5 (Vereniging Landschap en Milieu Hattem); 6. Zienswijze 6 ; 7. Zienswijze 7 (Vereniging Natuur en Milieu Federatie Gelderland).
12 / 12
Zienswijze 1
Zienswijze 2 (Stichting Landgoed Steenbergen)
Zienswijze 3 (Peutz)
Burgemeester en wethouders van Heerde T.a.v. mevr. S. Vosselman Postbus 175 8180 AD HEERDE
Zoetermeer, 2 augustus 2021 Betreft: Ref.:
Zienswijze op ontwerpbesluit omgevingsvergunning voor MSV NOV HH/HH//FB 17462-17-BR
Geachte mevrouw Vosselman, Vanaf 23 juni 2021 tot een met 3 augustus 2021 ligt het ontwerpbesluit omgevingsvergunning voor Motorsportvereniging Noord-Oost Veluwe (MSV NOV) ter inzage en kunnen zienswijzen worden ingediend. Namens MSV NOV dienen wij de volgende zienswijze in op de overwegingen en voorschriften van de activiteit milieu. Geluid Voor wat betreft de inpasbaarheid van de geluidbelasting veroorzaakt door de aangevraagde activiteiten geldt alleen de geluidbelasting op de zonegrens. Het is in die zin niet juist dat in de overwegingen ook wordt vermeld dat bij woningen (alle woningen zijn gelegen buiten de zone) voldaan wordt aan de richtwaarde die geldt voor een rustige woonwijk. Dat is geheel irrelevant. Bovendien geldt voor de meeste woningen dat vanwege de verkeerslawaaibelasting van de A50 dat geen sprake is van een rustige woonwijk. Verzocht wordt de overwegingen op dit punt aan te passen. Ten aanzien van voorschrift 3.6: er mag geen muziek worden gedraaid, alleen via een evenementenvergunning, het volgende. Dit is een zeer merkwaardig voorschrift omdat geen evenementenvergunning kan worden verleend voor het draaien van muziek. Verzocht wordt dit voorschrift te schrappen. De grenswaarden in de voorschriften 3.1 en 3.2 zijn niet overeenkomstig de aangevraagde situatie zoals omschreven in notitie met nummer FB 17462-14-3 van 19 januari 2021.
De juiste waarden zijn opgenomen in tabel 2.3 van deze notitie. Verzocht wordt de grenswaarden aan te passen.
peutz bv, postbus 696, 2700 ar zoetermeer, +31 85 822 87 00, zoetermeer@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, voorwaarden volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015
Bodem Voorschrift 2.8 waarin is voorgeschreven dat er 5 jaarlijks een bodemonderzoek moet worden uitgevoerd, dan wel op aanwijzing van het bevoegd gezag. Een dergelijke onderzoeksverplichting kan niet worden opgelegd. De noodzaak om tussentijdse bodemonderzoeken uit te voeren geldt alleen bij wijziging van bodembedreigende activiteiten. Wijziging van bodembedreigende activiteiten worden evenwel thans niet aangevraagd, noch is de intentie om deze binnen afzienbare tijd aan te vragen. Los daarvan verhoogt voorschrift 2.8 de onderzoekslast voor MSV NOV onnodig en is het aantal bodemonderzoeken bovendien niet beperkt in aantal vanwege de toevoeging op aanwijzing van het bevoegd gezag. De verplichting tot uitvoeren van een bodemonderzoek zou bij wijze van spreke elk jaar, of elke maand, of een nog kortere periode opgelegd kunnen kunnen vinden. Verzocht wordt het voorschrift te schrappen. Vertrouwende op een correcte afwikkeling verblijven wij,
Met vriendelijke groet,
FB 17462-17-BR 2
Zienswijze 4 (Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging)
Zienswijze 5 (Vereniging Landschap en Milieu Hattem)
Zienswijze 6
Zienswijze 7 (Vereniging Natuur en Milieu Federatie Gelderland)