CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

8.2.4. Wapenveld Gruttoweg_Toelichting (1)

Raadscommissie 13 mei 2024, gemeente HeerdeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Gruttoweg Wapenveld11.789 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg vastgesteld

bestemmingsplan Toelichting

Wapenveld Gruttoweg vastgesteld

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende beheersverordening 1.4 Systematiek van het nieuwe bestemmingsplan 1.5 Leeswijzer

7 7 7 8 9 9

Hoofdstuk 2 Huidige situatie en planbeschrijving 2.1 Algemeen 2.2 Huidige situatie 2.3 Nieuwe situatie

11 11 11 11

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Algemeen 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Regionaal beleid 3.5 Gemeentelijk beleid

15 15 15 15 17 18

Hoofdstuk 4 Onderzoek 4.1 Algemeen 4.2 Archeologie 4.3 Bedrijven en milieuzonering 4.4 Bodem 4.5 Cultuurhistorie 4.6 Ecologie 4.7 Externe veiligheid 4.8 Geluid 4.9 Verkeersafwikkeling 4.10 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.11 Luchtkwaliteit 4.12 Water 4.13 Stikstof 4.14 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

21 21 21 21 22 22 23 25 28 29 30 31 34 35 35

Hoofdstuk 5 Toelichting op de regels 5.1 Inleiding 5.2 Dit bestemmingsplan

37 37 37

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

39 39 39

3

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

4

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

Toelichting

5

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

6

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld als herziening van de vigerende beheersverordening Wapenveld (vastgesteld in juli 2017). Er ligt een voornemen om op een locatie aan de Gruttoweg in Wapenveld 24 woningen te realiseren. Daarnaast is er sprake van een grote woonbehoefte. Met voorliggend plan wordt getracht hierin deels te voorzien. In de huidige beheersverordening heeft het plangebied de bestemming 'Agrarisch met waarden Landschappelijke waarden'. Het nieuwe plan past daarmee niet binnen de bestemming zoals in de beheersverodening is aangegeven. Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld om de realisatie van 24 woningen mogelijk te maken.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied betreft een inbreidingslocatie in Wapenveld. Het plangebied ligt in het zuidwesten van het dorp. Navolgende afbeelding geeft de globale ligging aan van het plangebied.

Figuur 1. Globale begrenzing rood omcirceld (bron: openstreetmap.org) Het plangebied grenst aan de noord-, zuid- en westzijde grotendeels aan percelen met woningen. Aan de oostzijde bevindt zich het fietspad over het voormalige spoortracé en de Gruttoweg. Het plangebied betreft de kadastrele percelen HDE00-C-7381 en HDE00-C-7380, zie rode vlak in navolgende afbeelding.

7

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

Figuur 2. Globale begrenzing plangebied op kadastrale perceel (bron: kadastralekaart.com)

1.3

Vigerende beheersverordening

Zoals hierboven aangegeven, valt het plangebied op dit moment onder de beheersverordening Wapenveld (vastgesteld in juli 2017). Hierbij heeft het plangebied de bestemming 'Agrarisch met waarden Landschappelijke waarden' gekregen. Deze bestemming maakt de bouw van 24 woningen niet mogelijk. Om de ontwikkeling van 24 woningen mogelijk te maken is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.

8

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

Figuur 3. Uitsnede beheersverordening Wapenveld (bron: www.heerde.nl)

1.4

Systematiek van het nieuwe bestemmingsplan

Het plan voldoet aan de eisen van de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening en is opgezet overeenkomstig de landelijk geldende standaard. Deze landelijke standaard wordt gevormd door de Standaard Vergelijkbare Plannen 2012 (SVBP2012) met de daarbij behorende bijlagen en de Praktijkrichtlijn bestemmingsplannen (PRBP) en de Standaard voor de Toegankelijke Ruimtelijke Instrumenten (STRI).

1.5

Leeswijzer

Het bestemmingsplan is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 wordt het plan toegelicht. De karakteristiek van het plangebied wordt kort beschreven en er wordt ingezoomd op de nieuwe ontwikkelingen/gewenste activiteiten. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader geschetst. Er wordt ingegaan op het relevante beleid op nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 4 geeft een verantwoording ten aanzien van de relevante omgevingsaspecten. Aan de orde komen onder andere bodem, water, milieuzonering, luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid, ecologie, archeologie et cetera. Hoofdstuk 5 licht de juridische opzet van het bestemmingsplan toe, onder meer door (waar nodig) artikelsgewijs de bij het plan behorende regels en de verbeelding daarvan toe te lichten. Hoofdstuk 6 gaat ten slotte in op de uitvoerbaarheid. In dit hoofdstuk worden de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven.

9

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

10

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie en planbeschrijving

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt allereerst ingegaan op de huidige situatie en huidige structuren in het plangebied. Daarna wordt de nieuwe situatie beschreven. Hier wordt begonnen met de visie op de gehele uitbreiding van Wapenveld Gruttoweg. Vervolgens wordt ingegaan op de uitgangspunten van de gewenste invulling.

2.2

Huidige situatie

Wapenveld is het meest noordelijk gelegen dorp in de gemeente Heerde. Direct ten westen van de kern begint het Veluwemassief (hoog) en ten oosten ervan zijn de uiterwaarden en het poldergebied van de IJsselvallei (laag) gelegen. Wapenveld is voornamelijk gegroeid tussen de dorpenweg Apeldoorn-Hattem (de Groteweg) en het Apeldoorns Kanaal en dankt zijn bestaan voor een groot deel aan het ontstaan van enkele grote industrieën die noordelijker zijn gelegen. Hiervan was de Berghuizer papierfabriek (thans StoraEnzo) de meest belangrijke. Vooral na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde Wapenveld zich als een woon-dorp, waarbij de woonbebouwing voornamelijk in zuidelijke richting uitbreidde. Inmiddels reikt de dichte woonbebouwing tot aan de Flessenbergerweg en is ook ten oosten van het Apeldoorns Kanaal – het gebied ten noorden en ten zuiden van de Revelingseweg - sprake van een verstedelijkte structuur. Naast de Groteweg en het Apeldoorns Kanaal is de voormalige spoorlijn het derde kenmerkende element in de structuur van Wapenveld, dat tevens noord-zuid georienteerd is. Het voormalige spoortracé is nu ingericht als (recreatief) fietspad en maakt onderdeel uit van een landelijk netwerk. Aan de oostzijde van de Groteweg bevindt zich het plangebied. Zoals in paragraaf 1.3 is aangegeven, heeft het plangebied een agrarische bestemming.

Het plangebied wordt aan alle zijden omringd door woningen.

2.3

Nieuwe situatie

Het voornemen is om 24 woningen te realiseren in het plangebied. De woningen zullen afwisselend vrijstaand, als twee-onder-één-kap of als rijwoningen worden gebouwd. Tevens wordt hierbij de benodigde infrastructuur aangelegd. Het plangebied wordt ontsloten op de Gruttoweg. De wegen binnen het plangebied krijgen een minimale breedte van 5,4 meter.

11

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

Figuur 4. Uitwerking stedenbouwkundig ontwerp (december 2023) Stedenbouwkundige opzet Een dorps plan, dat zich voegt in de omgeving Het stedenbouwkundig ontwerp laat zien dat er 'dorps' zal worden gebouwd, in lage dichtheden langs paden en wegen, die zich voegen in het weefsel van de bestaande bebouwing. In het hart van het plan ligt het 'groene hof', waar omheen de tweekappers, een vrijstaande woning, het blokje seniorenwoningen en de starterswoningen. De samenhang tussen dorp en landschap blijft behouden door het uitbreiden van het netwerk van paden en wegen en door te bouwen op ruime en groene kavels. De samenhang in architectuur wordt niet alleen in kleuren en materialen gezocht, zoals metselwerk en hout. De toepassing van dakoverstekken en veranda's zorgt voor een verbindend element en versterkt het dorpse karakter. Het 'groene hof' met aangelegen woningen is georiënteerd op de hoofdfietsroute (het voormalige spoor langs Gruttoweg en Merelweg) met zijn bomenrij. Door deze ruimtelijke opzet is de aansluiting goed herkenbaar en overzichtelijk. Een kwalitatieve inrichting van de groene ruimte met verschillende boom- en struiksoorten met een informele parkachtige uitstraling en schrale graszone past in het karakter van het fietstracé met afwisseling van bebouwing en groene ruimtes.

De rest van de open verkaveling sluit met zijn dorpse structuur aan op de nonchalante verkavelingsstructuur van de omgeving en wordt meer open naar de randen van het terrein. Een typisch Wapenveldse verkaveling. Parkeren Parkeren vindt waar mogelijk plaats op eigen terrein. Voor de tussenwoningen en diverse hoekwoningen

12

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

wordt in de openbare ruimte een parkeerplaats aangelegd (zie figuur 4). Het aantal te realiseren parkeerplaatsen voldoet aan de 'parkeernormen hoofdfunctie wonen' van de 'Parkeernormennota Gemeente Heerde'. Dit betekent: 1,8 parkeerplaatsen per vrijstaande woningen; 1,7 parkeerplaatsen voor twee-onder-één kap woningen 1,4 parkeerplaatsen voor aaneengebouwde woningen. In het plan worden in totaal 24 woningen gerealiseerd. Woningen met parkeervoorziening(en) op eigen terrein hebben theoretisch parkeerruimte voor één of meerdere voertuigen. De drie vrijstaande woningen krijgen 2 parkeerplaatsen per woning op eigen terrein. Hiermee wordt voldaan aan de norm van 1,8 pp/woning. Bij de twee-onder-een-kap woningen type B (betreft 4 woningen) komen ook 2 parkeerplaatsen per woning op eigen terrein. Hiermee wordt voldaan aan de norm van 1,7 pp/woning per woning. De starterswoningen (8 stuks type D) en de senioren woningen (5 stuks type E) zullen de parkeerplaatsen op openbaar gebied krijgen. Voor de twee onder-een-kap woningen type C (4 stuks) zullen ook een aantal parkeerplaatsen op openbaar gebied komen, omdat deze woningen maar ruimte hebben voor één parkeerplaats per woning op eigen terrein. Volgens de Parkeernormennota zijn in totaal 24,9 parkeerplaatsen benodigd. In het plangebied zullen 27 parkeerplaatsen worden gerealiseerd.

Gezien de extra parkeercapaciteit worden hiermee de twee vervallen parkeerplaatsen in het openbaar gebied aan de Gruttoweg gecompenseerd.

13

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

14

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

Hoofdstuk 3 3.1

Beleid

Algemeen

Nieuwe ontwikkelingen dienen passend te zijn binnen het beleid van de diverse overheidsniveaus. In de navolgende paragrafen worden daarom de relevante beleidsuitgangspunten op rijksniveau, provinciaal niveau, regionaal niveau en gemeentelijk niveau beschreven.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht geworden. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Het plangebied ligt niet in een gebied waarvoor de NOVI gerichte belangen of opgaven kent. Om die reden kan verdere toetsing aan de NOVI achterwege blijven. 3.2.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Bij gebiedsontwikkeling is 'een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten' van belang. Hierbij hanteert het Rijk de ladder van duurzame verstedelijking. Deze is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In paragraaf 4.10 van de toelichting wordt hier verder op ingegaan. 3.2.3

Verwerking in het bestemmingsplan

Het plan is niet in strijd met rijksbelangen. Het rijksbeleid werkt wel door in het beleid van lagere overheden. Het rijksbeleid werkt tevens door in de diverse omgevingsaspecten die in dit bestemmingsplan zijn getoetst.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie

De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 vastgesteld. De omgevingsvisie van de provincie Gelderland bevat de integrale lange termijnvisie van de provincie op de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie is doorvertaald naar een verordening, voor zover het planologisch relevante aspecten betreft. In de Omgevingsvisie benoemt de provincie wat voor hen van waarde is en wat wordt beschermd. Ook geeft de provincie richting aan ontwikkelingen. De provincie geeft aan: "we staan voor stevige uitdagingen. De wereld verandert ingrijpend en snel. Er zijn grote, grensoverschrijdende ontwikkelingen die ook Gelderland raken. Het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, verdere verstedelijking in de lucht, digitalisering, internationalisering. Uitdagingen die om antwoorden vragen. Daar hebben we elkaar voor nodig: inwoners, bedrijven, organisaties, overheden. Om samen stappen te zetten, hebben we een gezamenlijke horizon nodig: een gedeeld vergezicht, een gedeelde ambitie dat dient als leidraad voor ons handelen". In de Omgevingsvisie wordt dit vergezicht beschreven: het beeld op de toekomst. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. Dit doen ze door bij de uitoefening van de taken de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland.

Met behulp van de volgende zeven ambities geeft de provincie hier uitwerking aan:

15

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Energietransitie: Van fossiel naar duurzaam Klimaatadaptatie: Omgaan met veranderend weer Circulaire economie: Sluiten van kringlopen Biodiversiteit: Werken met de natuur Bereikbaarheid: Duurzaam verbonden Vestigingsklimaat: Een krachtige, duurzame topregio! Woon- en leefomgeving: Dynamisch, divers, duurzaam

Door vier 'spelregels' of 'Doe-principes' geeft de provincie hier uitwerking aan: DOEN LATEN ZELF SAMEN De ambities en spelregels vormen het kader waar binnen de provincie werkt en afwegingen maakt. Op de themakaart 'Ruimtelijk beleid' is aangegeven dat 'onder voorwaarden grote zonneparken mogelijk zijn' voor het plangebied. Ook valt het plangebied onder een 'windenergie aandachtsgebied'. Dergelijke ontwikkelingen zijn in het plangebied echter niet aan de orde. De provincie zet zich voorts in voor vitale steden en dorpen en voor een duurzame verstedelijking, gericht op versterking van de stedelijke netwerken, gecombineerd met aandacht voor de vitaliteit van kleine kernen en dorpen. De kwalitatieve regionale opgave voor wonen is van provinciaal belang, net als het belang dat bij locaties met een bovenlokaal ontwikkelpotentieel die potenties benut worden. Het beleid voorziet in provinciale kaders voor het terugdringen van leegstand en overcapaciteit in gemeentelijke plannen en voor zorgvuldige locatie-afwegingen op regionaal niveau, waarbij de ladder voor duurzame verstedelijking wordt ingezet. Op de themakaart 'Waterbeleid' is aangegeven dat 'grondwaterfluctuatiezone' geldt voor het plangebied. De hoofdzaken van het provinciaal beleid voor water zijn gericht op een veerkrachtig en duurzaam wateren bodemsysteem.

Dit systeem bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater en is duurzaam als het ook in de toekomst kan blijven functioneren en in stand kan worden gehouden tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. De provincie onderschrijft de ambitie van de Europese Kaderrichtlijn Water dat uiterlijk in 2027 het grond- en oppervlaktewater in Europa schoon en ecologisch gezond moet zijn en dat er voldoende water is voor duurzaam gebruik en voert deze uit. 3.3.2

Omgevingsverordening

De geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland maart 2021 (hierna Omgevingsverordening genoemd) bevat regels voor de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. De voorliggende ontwikkeling aan de Gruttoweg is getoetst aan het provinciaal beleid en bijhorende voorschriften. Onderstaand artikel is in dat kader relevant. Ontwikkeling in Nationaal landschap (artikel 2.56) De zeven Nationale landschappen in Gelderland zijn representatief voor het Gelderse cultuurlandschap en een afspiegeling van de landschappelijke diversiteit op (inter)nationale schaal. Om die redenen dienen bij ruimtelijke ontwikkelingen de kernkwaliteiten ervan niet te worden aangetast en waar mogelijk versterkt. Artikel 2.56 geldt alleen voor die delen van het Nationaal landschap die buiten het Gelders natuurnetwerk, de Groene ontwikkelingszone en de Nieuwe Hollandse Waterlinie liggen. Eerste lid: Uitgangspunt is dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in Nationale landschappen de kernkwaliteiten van dat specifieke deel van het Nationaal landschap (zoals omschreven in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen bij de Omgevingsverordening) niet aantasten, d.w.z. daar geen afbreuk aan doen. Door een goed ontwerp en een goede landschappelijke inpassing is het zelfs mogelijk om soms een bijdrage aan die kernkwaliteiten te leveren.

Tweede lid: Bestemmingen die de kernkwaliteiten aantasten, zijn alleen mogelijk als er sprake is van

16

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

redenen van groot openbaar belang, zoals de menselijke gezondheid, de openbare veiligheid, werkgelegenheid, het ontstaan van voor het milieu wezenlijk gunstigere effecten of andere grote maatschappelijke opgaven. Daar staat tegenover dat voor de ontplooiing van die activiteiten een bijdrage moet worden geleverd aan de landschapskwaliteit. De overige artikelen die betrekking hebben op het plangebied zijn niet relevant voor het initiatief. 3.3.3

Actieplan wonen 2020-2025

De woningnood in Gelderland is hoog. Tot 2030 moeten er ruim 80.000 nieuwe woningen worden gebouwd in Gelderland. De komende vijf jaar wil de provincie daarom de bouw van 45.000 woningen versnellen. Samen met onder andere gemeenten, regio's, wonincorporaties, bouwers, beleggers en ontwikkelaars is het Actieplan Wonen ontstaan. In dit actieplan staan 14 acties die moeten leiden tot: versnelling van de woningbouw; meer betaalbare wonigen; meer flexibele woonvormen. 3.3.4

Verwerking in het bestemmingsplan

Het plan is niet in strijd met het provinciaal omgevingsbeleid. Een aandachtspunt is de toets aan het regionaal woonbeleid, het plan wordt hieraan in paragraaf 4.10 (Ladder voor duurzame verstedelijking) getoetst en hieruit komen geen belemmeringen naar voren. Een ander aandachtspunt is dat er rekening gehouden moet worden met de Veiligheidsregio van Noord- en Oost-Gelderland, het plan wordt hieraan getoetst in paragraaf 4.7.

3.4

Regionaal beleid

3.4.1

Woonagenda Cleantechregio en Addendum

De acht gemeenten uit de Cleantech Regio hebben samen met de provincie Gelderland een nieuwe woonagenda voor deze regio opgesteld. Hiermee geeft de regio richting aan het soort en aantal woningen dat gebouwd kan worden. Verduurzamen en klimaatbestendig maken van de bestaande woningen, wonen in combinatie met zorg en het karakter van stad en platteland zijn belangrijke uitgangspunten voor het regionale beleid. De Woonagenda Cleantech Regio uit 2018 is in november 2020 geëvalueerd en herrijkt. Op basis van de evaluatie wordt vastgesteld dat een herijking zoals bedoeld in 2018 (een bijstelling op basis van nieuwe woningmarktcijfers) niet voldoende is om recht te doen aan alle veranderingen op het speelveld wonen. Op de korte termijn geeft een pragmatische herijking goede handvatten voor het woonbeleid, maar om voor de langere termijn goed in te kunnen spelen op de veranderende beleidswensen moet een nieuwe Woonagenda ontwikkeld worden. Dat is vooral nodig om invulling te geven aan de hogere groei-ambitie en de wens om een andere positie in te nemen in de landelijke verstedelijkingsopgave. I Korte termijn: inzetten op versnelling woningbouw 2020-2022 De huidige Woonagenda biedt (na een herijking) voor de komende paar jaar nog voldoende basis voor de regionale samenwerking.

Op basis van de regionale principes voor woningbouwprogrammering uit de Woonagenda 2018 sturen gemeenten op een lokaal woningbouwprogramma dat gericht is op het versterken van de woonkwaliteit. Daarnaast gaan de gemeenten samen aan de slag met de thema’s betaalbaarheid en huisvesting arbeidsmigranten. Op basis van de Primos woningbehoefteprognose 2020 wordt de nieuwe bandbreedte vastgesteld voor de omvang van de regionale bouwopgave en als richtpunt voor het lokale programma. Vooral bij kleine gemeenten is de prognose niet altijd nauwkeurig en waar nodig corrigeren we die met maatwerkafspraken. De woningvraag is toegenomen en ligt nu ongeveer 40% hoger dan in 2018 verondersteld was. De inzet is gericht op het op stoom houden (versnellen) van de woningbouw en nieuwe bouwplannen voorbereiden als

17

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

antwoord op de krapte op de woningmarkt. Om invulling te kunnen geven aan de extra woningvraag zullen er naast inbreidings- en transformatielocaties nieuwe uitleglocaties nodig zijn. Voorliggend bestemmingsplan voorziet voor een deel in de grote behoefte naar nieuwe woningen. Tevens betreft het een inbreidingslocatie. II Lange termijn: herpositionering Cleantech Regio in landelijke verstedelijkingsopgave tot 2040 Uit deze evaluatie blijkt dat er bij (bijna) alle gemeenten een wens is om in te zetten op een hogere groei-ambitie ter behoud en versterking van de vitaliteit van de kernen, dorpen en steden. De gestegen woningbehoeftecijfers (+40% t.o.v. Woonagenda 2018) geven een basis voor die extra groei, maar daar bovenop speelt de discussie over een substantiële schaalsprong die hoger is dan die autonome groei. Die schaalsprong is geen doel op zich maar moet (samen met onder andere de economische-, infrastructurele- en de duurzaamheidsopgaven) bijdragen aan het versterken van de vitaliteit van de steden, dorpen, kernen en landelijk gebied voor de langere termijn.

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1

Cittaslow

De gemeente Heerde is drager van het keurmerk Cittaslow. In een Cittaslow-gemeente kunnen inwoners en bezoekers op een plezierige, gastvrije manier en in een menselijk tempo genieten. Dit betekent dat een gezond milieu, het versterken van de landschappelijke kwaliteiten en een goede infrastructuur hoog op de agenda van de gemeente staan. De gemeente koestert daarom het cultuurhistorisch erfgoed, de plaatselijke tradities en het aanbieden en promoten van streekproducten. 3.5.2

Toekomstvisie Heerde 2025

Om in te spelen op de maatschappelijke en economische ontwikkelingen heeft de gemeente Heerde de 'Visie gemeente Heerde 2025' opgesteld. Deze visie is een agenda voor de toekomst, voor een heldere profilering in de regio en naar de eigen burgers, instellingen en ondernemers. Voor de gemeente Heerde blijft het karakter voor een groot deel bepaald worden door de landschappelijke, natuurlijke en culturele waarden. Samen met het woonklimaat, ruimtelijke rust en variëteit en een goede ontsluiting ontstaat een goed vestigingsklimaat voor wonen, werken en recreatie. In de toekomstvisies worden 8 thema’s voor Heerde benoemd. Dit zijn Wonen, economie, Toename individuele verantwoordelijkheid: perspectief bieden en vooruit komen, landschap, ecologie en natuur, Hoogwatergeul, water, cultuurhistorie en duurzaamheid. Vervolgens worden drie zones in de gemeente Heerde onderscheiden in de toekomstvisie: Natuurlijkheid, Nieuwe zakelijkheid en gezondheid en Cultuur, natuur en voedselproductie. 3.5.3

Structuurvisie Heerde 2025

De Structuurvisie Heerde 2025 is een nadere uitwerking van de toekomstvisie die door de gemeenteraad van Heerde is vastgesteld in 2009. De Visie Heerde 2025 (Toekomstvisie) onderscheidt drie zones in de gemeente. Deze drie zones hebben elk hun eigen kenmerken, maar zijn onderling met elkaar verbonden door structuren en knooppunten. Het plangebied ligt in de zone Nieuwe zakelijkheid en gezondheid. Het is een zone waarin zowel wonen, werken, recreatie en zorg als natuur en groen een plek hebben. De dorpen Heerde en Wapenveld bieden een goede en veilige woonomgeving met een groot aantal voorzieningen. Het centrum van Heerde heeft een gevarieerd, regionaal getint winkelbestand. Het winkelbestand van Wapenveld is minder gevarieerd en heeft een meer plaatselijke functie. In Wapenveld zijn in de kern diverse inbreidingslocaties ontwikkeld. Het op te stellen bestemmingsplan is niet in strijd met de structuurvisie.

18

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

Uitvoeringsparagraaf Structuurvisie 3.0 In de Structuurvisie is ook een uitvoeringsparagraaf opgenomen. De (uitnodigingsplanologie) en uitdagen in plaats van de wet voorschrijven.

leidraad is

uitnodigen

De uitvoeringsparagraaf geeft ruimte, maar geen vrijbrief. Ruimte wordt gelaten om tot verbetering en toevoeging van kwaliteit te komen waar de gemeenschap van moet profiteren. Dit moet leiden tot een hogere kwaliteit van leven en leefomgeving in de gemeente. Verwerking in het bestemmingsplan In de strucutuurvisie wordt gesproken over verschillende zones. Het plangebied ligt in de zone Nieuwe zakelijkheid en gezondheid. Het is een zone waarin zowel wonen, werken, recreatie en zorg als natuur en groen een plek hebben. In het bestemmingsplan komt dit terug in de vorm van veel ruimte voor groen. Het bestemmingsplan is niet in strijd met de structuurvisie. 3.5.4

Woonvisie 2015-2025

De Woonvisie Heerde 2015-2025 neemt de regionale woonvisie als vertrekpunt bij de uitwerking van de Woonvisie Heerde 2025. In de Woonvisie Heerde 2025 is aangegeven dat het grootste deel van de woningen die in de toekomst nodig zijn, er nu al staan. In de periode 2013 tot 2020 zijn circa 420-460 extra woningen nodig. Gemiddeld is dat een toevoeging van 60-65 woningen per jaar. De gemeente Heerde heeft het streven dat een ieder op termijn kan beschikken over een bij zijn situatie passende woning. Het grootste deel van deze opgave zal bereikt worden door aanpassing en vervanging van de bestaande woningvoorraad. In de Woonvisie Heerde 2025 is te lezen dat de gemeente ervoor zorgt dat woningbezitters voldoende (planologische) mogelijkheden hebben om hun woning op de wensen en behoeftes aan te passen en dat de gemeente in de basis mee werkt aan initiatieven tot transformatie van bestaande gebouwen tot woningen indien dit leidt tot maatschappelijke meerwaarde. Mantelzorgers die niet de mogelijkheid hebben om een mantelzorgwoning op het achtererf van hun woning te plaatsen, maar er de voorkeur aan geven om mantelzorg binnen de schil van de eigen woning door middel van inwoning uit te voeren, krijgen de benodigde planologische ruimte om de woning passend te vergroten.

Verwerking in het bestemmingsplan De gemeente Heerde heeft het streven dat een ieder op termijn kan beschikken over een bij zijn situatie passende woning. Voorliggend bestemmingplan voorziet in deze vraag. Er worden bijvoorbeeld diverse goedkopere woningen en seniorenwoningen gerealiseerd. 3.5.5

Groenbeleidsplan

In het groenbeleidsplan 2013-2018 is een strategische groenvisie en groenstructuurplan per kern opgenomen. Het groenbeleidsplan is geen financieel instrument maar een inspiratiebron en handleiding om resultaatgericht, efficiënt en samenhangend het economisch belangrijke groen in te richten en te beheren. Vanuit het groenbeleidsplan zijn er geen beperkingen voor het op te stellen bestemmingsplan. 3.5.6

Parkeernormennota

De parkeernormennota (5 oktober 2012) legt de kaders vast voor het bepalen van het benodigde (gewenste) parkeeraanbod bij bijvoorbeeld bouwplannen, herontwikkelingen of in het kader van bestemmingplannen. De parkeernormennota is een instrument waarmee de gemeente Heerde bij ruimtelijke ontwikkelingen transparante en eenduidige keuzes kan maken ten aanzien van het aantal te realiseren parkeervoorzieningen. In dit bestemmingsplan is rekening gehouden met de parkeernormennota van de gemeente Heerde.

19

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

20

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

Hoofdstuk 4 4.1

Onderzoek

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de haalbaarheid en de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Meer concreet wordt beoordeeld hoe het plan zich verhoudt tot de diverse milieukaders (zoals archeologie, bodem, externe veiligheid, geluid, ecologie, luchtkwaliteit en water).

4.2

Archeologie

Inleiding Ter implementatie van het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. Deze wet maakt deel uit van de (gewijzigde) Monumentenwet. De kern van de Wamz is dat, wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven. Onderzoek De gemeente Heerde heeft op 16 april 2012 de 'archeologische beleidskaart gemeente Heerde' vastgesteld. De archeologische waarden- en verwachtingskaart geeft de bekende archeologische waarden in de gemeente weer en geeft voor het gehele gemeentelijk grondgebied vlakdekkend de archeologische verwachtingszones. De archeologische waarden- en verwachtingskaart maakt op perceelsniveau inzichtelijk waar bekende archeologische waarden zich bevinden en/of wat de kans is deze aan te treffen. In het plangebied ligt een archeologische dubbelbestemming, dit is te zien in de beheersverordening Wapenveld-Dorp die op 11 september 2017 is vastgesteld. Het gaat om een gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Bij bouwactiviteiten groter dan 100 m² is een archeologisch onderzoek vereist. In januari 2022 heeft in het plangebied archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Conclusie Met het veldonderzoek is vastgesteld dat de bodem in het plangebied als gevolg van eerder uitgevoerde bodemingrepen grotendeels is verstoord.

Het onderzoek heeft geen vondsten opgeleverd die op de (voormalige) aanwezigheid van archeologische grondsporen en/of een archeologische vindplaats wijzen. In de boringen is geen intacte podzolbodem en/of plaggendek (meer) aanwezig. Hiermee is er in het plangebied een lage kans op behoudenswaardige archeologische waarden. Op basis van de afwezigheid van een intacte podzolbodem, een intact plaggendek en archeologische indicatoren, wordt de kans op archeologische waarden in het plangebied als laag ingeschat. Vervolgonderzoek is dan ook niet nodig. De gemeente heeft op 9 januari 2022 laten weten deze conclusie over te nemen. Het onderzoeksrapport is opgenomen als Bijlage 2. Op basis van deze onderzoeksresultaten dubbelbestemming opgenomen.

4.3

is

in

het

bestemmingsplan

geen

archeologische

Bedrijven en milieuzonering

Inleiding Milieuaspecten worden in principe geregeld via de daartoe geëigende wetgeving. Daar waar het de ruimtelijke ordening raakt, dient met deze aspecten echter rekening te worden gehouden. Het gaat dan met name om de situering van milieugevoelige functies ten opzichte van milieuhinderlijke inrichtingen. Om te bepalen welke afstanden dienen te worden aangehouden, wordt de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' gehanteerd. De VNG-handreiking geeft op systematische wijze informatie over de milieukenmerken van vrijwel alle voorkomende bedrijfstypen. Het biedt daarmee een hulpmiddel om

21

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

ruimtelijke ordening en milieu op gemeentelijk niveau op elkaar af te stemmen. In de handreiking zijn richtafstanden van bedrijven tot bebouwing aangegeven. Deze richtafstanden hebben betrekking op de aspecten geluid, stof, geur en gevaar. De gegeven afstanden zijn richtafstanden en geen harde eisen. Dit betekent dat afwijken van de afstanden, mits goed gemotiveerd, is toegestaan. De afstand wordt gerekend van de grens van de bestemming die milieubelastende functies toelaat tot de gevel van de milieugevoelige functies. Het plangebied wordt in dit kader beschouwd als een 'rustige woonwijk' omdat er nauwelijks sprake is van functiemenging. Onderzoek De in en buiten het plangebied voorkomende bedrijfsactiviteiten zijn geïnventariseerd en ingeschaald op basis van de categorieën uit de standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten. Bedrijven nabij plangebied Ten westen van het plangebied is een autobedrijf gevestigd. Het bedrijf is in het geldende bestemmingsplan Wapenveld-Dorp (2017) opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Het gaat om een Autoreparatie en -onderhoud bedrijf. Dit bedrijf wordt aan de noord- en zuidzijde direct begrensd door woningen. Deze woningen zijn maatgevend voor dit bedrijf. Op basis van de VNG-brochure valt dit bedrijf in milieucategorie 2 en geldt een richtafstand van 30 meter. Met betrekking tot de nieuwe woningen wordt aan deze richtafstand voldaan.

Verder bevindt zich een bouwmarkt ten zuiden van het plangebied. Op basis van de VNG-brochure bij 'Detailhandel en reparatie T.B.V. Particulieren' valt dit bedrijf in milieucategorie 1 en geldt een richtafstand van 10 meter. Nader onderzoek is niet noodzakelijk omdat aan de richtafstand ruimschoots wordt voldaan. Ten oosten en ten noorden van het plangebied bevinden zich vrijwel uitsluitend woningen. Deze leveren geen beperkingen op wat betreft de richtafstanden van de VNG. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

4.4

Bodem

Inleiding In artikel 3.1.6 van de Bro wordt aangegeven met welke onderwerpen rekening moet worden gehouden bij het opstellen en vaststellen van het bestemmingsplan. In het artikel is géén rechtstreekse verplichting opgenomen voor het uitvoeren van bodemonderzoek of bodemsanering. Om te bepalen welke thema's relevant zijn bij ruimtelijke ordening is van rijkswege het handboek stroomlijning voorzien van toetsen. De bodem(sanerings)toets maakt hier deel vanuit. Vanuit de Algemene wet bestuursrecht is sprake van een indirecte verplichting om bodem als thema mee te nemen. Om de woningbouw mogelijk te maken wijzigt de vigerende bestemming naar 'wonen' en krijgt hiermee een gevoeliger functie dan voorheen mogelijk was. Onderzoek Ten behoeve van het voornemen is begin 2022 een bodemonderzoek uitgevoerd. Conclusie Uit het onderzoek blijkt dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. Voor details wordt verwezen naar Bijlage 3.

4.5

Cultuurhistorie

Inleiding

22

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

De rijksmonumenten worden beschermd door de Monumentenwet (1988). Met monumenten worden alle "onroerende zaken" bedoeld. Tot die onroerende zaken horen gebouwen en objecten, zoals vaarten, bruggen, wegen, bomen en pleinen, die ten minste vijftig jaar oud zijn. Zij moeten van belang zijn door hun schoonheid, de wetenschappelijke en/of hun cultuurhistorische betekenis. Een monument kan worden aangewezen als rijksmonument wanneer het aan deze regels voldoet en als het een nationale, unieke waarde heeft. Naast rijksmonumenten worden op provinciaal niveau en gemeentelijk niveau monumenten aangewezen op grond van de respectievelijk provinciale- en gemeentelijke monumentenverordening. Onderzoek De gemeente Heerde heeft onderzoek laten doen naar de cultuurhistorische waarde van de gemeente. In 2017 is hierover een rapport uitgebracht. De 'Cultuurhistorische waardenkaart gemeenten Heerde en Hattem' heeft de relevante cultuurhistorische waarden in beeld gebracht. Volgens de kaarten van het rapport heeft het plangebied een lage waardering wat betreft cultuurhistorische elementen. Conclusie Er bevinden zich, op basis van de Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Heerde, in het plangebied zelf en de directe omgeving geen rijks- danwel gemeentelijke monumenten of andere cultuurhistorische waarden.

Daardoor wordt gesteld dat cultuurhistorie geen belemmering vormt voor onderliggend plan.

4.6

Ecologie

Inleiding Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. De Wet natuurbescherming (Wnb) is op 1 januari 2017 in werking getreden en betreft zowel soortenbescherming als bescherming van (Europese) natuurgebieden. Gebiedsbescherming kan volgen uit de aanwijzing van een gebied in het kader van bijvoorbeeld de Natura 2000-gebieden. Gebiedsgericht beleid vindt onder meer plaats op basis van het Natuurnetwerk Nederland. Wat betreft soortenbescherming wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. De wet gaat uit van het "nee-tenzij"-principe, waarbij de mogelijkheid wordt geboden bepaalde ingrepen toe te staan door middel van ontheffing of vrijstelling. Daarnaast kent de wet een zorgplichtbepaling voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. In die bepaling staat: "Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving". Handelingen die nadelige gevolgen voor flora en fauna kunnen veroorzaken, moeten achterwege gelaten worden of zoveel mogelijk worden beperkt of ongedaan gemaakt. Onderzoek Ten behoeve van dit bestemmingsplan is in 2021 een natuurtoets uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is opgenomen als Bijlage 4 bij deze toelichting.

Hieronder worden de conclusies uit het betreffende onderzoeksrapport beschreven. Soortenbescherming Uit de beknopte natuurtoets blijkt dat als gevolg van bouw van de woningen geen jaarrond beschermde nestplaatsen of verblijfplaatsen van vleermuizen en niet-vrijgestelde grondgebonden zoogdieren verloren gaan. Negatieve effecten op vogels met jaarrond beschermde nesten en vleermuizen door verlies van foerageergebied, treden niet op. Voor de overige vogelsoorten geldt dat, indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen (voor de meeste vogels ongeveer van 15 maart tot 15 juli) worden uitgevoerd, in gebruik zijnde nesten van algemene vogelsoorten kunnen worden verstoord of vernietigd. Dit is bij wet verboden. Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Als gevolg van de plannen kunnen leefgebied of verblijfplaatsen van hazelworm verloren gaan. Nader

23

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

onderzoek is daarom uitgevoerd naar het voorkomen van deze soort. Op basis van het nadere onderzoek vast komen te staan dat door de werkzaamheden geen verblijfplaatsen of leefgebied van hazelworm verloren zullen gaan. Hierdoor is het aanvragen van een ontheffing van de Wnb voor hazelworm niet nodig. Het nadere onderzoek is opgenomen in Bijlage 5. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Gelderland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb. Omdat de natuurtoets circa 2 jaar geleden is uitgevoerd, is er op 13 december 2023 een aanvullend veldbezoek uitgevoerd om te checken of er in de tussenliggende periode iets veranderd is aan de schuur waardoor er wel geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen zijn ontstaan (zie Bijlage 6). Gebleken is dat de schuur niet veel verder is verweerd. Op één plek is een opening ontstaan in de schuur. Deze zit echter op een dusdanig lage plaats dat deze ongeschikt is als invliegopening voor vleermuizen. Vleermuizen vliegen namelijk over het algemeen in vanaf een hoogte van circa 3 m. Mochten vleermuizen toch kunnen invliegen dan geldt nog steeds dat vanwege de bouwwijze van de schuur er geen geschikte verblijfplaatsen aanwezig zijn.

De afwezigheid van verblijfplaatsen wil echter niet zeggen dat er geen vleermuizen in het plangebied kunnen foerageren. Het is aannemelijk dat de indieners van de zienswijze foeragerende vleermuizen hebben waargenomen. Rondom de schuur en de bosschages zullen verschillende insecten vliegen, waarop vleermuizen afkomen. Voor de conclusie wat betreft de effecten van het voornemen op het foerageergebied van vleermuizen, verwijzen naar de Beknopte natuurtoets inbreidingslocatie Wapenveld d.d. 30-11-2021. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen en de uitkomst van het nader veldbezoek in december 2023 is nader ecologisch onderzoek naar de aangetroffen nesten in de paardenschuur uitgevoerd (zie Bijlage 7). Met de uitkomsten van het nader ecologisch onderzoek wordt bij de verdere uitwerking van dit plan rekening gehouden. Daarnaast geldt, op basis van artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, voor alle soorten een zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende dieren en planten en hun leefomgeving en voor Natura 2000-gebieden. Voorkomen, beperken en ongedaan maken, zijn hierbij sleutelwoorden. Gebiedsbescherming Voor het onderhavige plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening.

In de provincie Gelderland wordt het NNN (Natuurnetwerk Nederland) Gelders Natuurnetwerk (GNN) genoemd. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het GNN is voor provincie Gelderland uitgewerkt in de Omgevingsvisie Gelderland en de Omgevingsverordening Gelderland (provinciaal ruimtelijk natuurbeleid). Vanuit de Omgevingsverordening Gelderland worden behalve de GNN-gebieden, ook gebieden aangewezen als Groene Ontwikkelingszone (GO). Zowel het GNN als de GO hebben geen externe werking. Het plangebied ligt op ongeveer 100 m ten oosten van het dichtstbijzijnde, in kader van de Wnb beschermde, Natura 2000-gebied 'Veluwe' (figuur 5). Een zeer kleine strook ten zuiden van de paardenstal is aangewezen als GO. Het randje GO is echter zo smal dat dit als onnauwkeurigheid in de kaart mag worden beschouwd. Een rechthoekig deel in het zuiden van het plangebied met een oppervlakte van circa 550 m2 is aangewezen als GNN (figuur 6). Dit stuk bestaat op het moment uit een deel braamstruweel, een opslag van hooibalen en weiland. Over dit stukje GNN heeft de provincie in het kader van het vooroverleg het volgende opgemerkt: 'Een klein deel van het plangebied ligt in GNN. De onherroepelijke bestemming (agrarisch) was ten tijde van het vaststellen van het GNN-begrenzing strijdig met GNN. De provincie heeft geconstateerd dat het gaat om een kennelijke fout bij het vaststellen van de begrenzing.

Een verzoek tot herbegrenzing van GNN is bij de provincie ingediend'. Zowel het GNN als de GO zijn daarmee niet relevant

24

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

voor dit bestemmingsplan.

Figuur 5. (links) In groen de omgrenzing van Natura 2000 Figuur 6. (rechts) In donkergroen het GNN, in lichtgroen GO (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Het plangebied ligt niet in of grenst niet aan Natura 2000-gebied 'Veluwe'. Hierdoor zijn in potentie effecten alleen mogelijk door externe werking. Het plangebied is gescheiden van het Natura 2000-gebied door bebouwing en wegen. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied, de inrichting van het tussenliggende gebied en de aard van het plan, kan een toename van verstoring door geluid, verlichting of optische verstoring worden uitgesloten. Er kan echter in potentie wel sprake zijn van een toename van stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied. Daarom zijn AERIUS-berekeningen uitgevoerd en is een Wnb-vergunning aangevraagd. Inmiddels is deze vergunning afgegeven en is hiermee voldoende stikstofruimte gereserveerd. Het aspect stikstof vormt hiermee geen belemmering voor voorliggend bestemmingsplan. In paragraaf 4.13 van de toelichting wordt hier verder op ingegaan.

4.7

Externe veiligheid

Inleiding Inrichtingen Op 13 februari 2009 is het gewijzigde Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in werking getreden. Dit besluit geeft voorwaarden voor nieuwe en bestaande situaties ten aanzien van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van inrichtingen waarin bepaalde gevaarlijke stoffen worden gebruikt, opgeslagen of geproduceerd. Het plaatsgebonden risico onderscheidt grens- en richtwaarden voor (beperkt) kwetsbare objecten. Het betreft de berekende kans per jaar dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Deze kans mag maximaal één op een miljoen (10-6 ) per jaar zijn. Het groepsrisico is van toepassing op groepen personen in het invloedsgebied van een inrichting met gevaarlijke stoffen en de kans op overlijden. Dit wordt weergegeven in een Fn-curve en getoetst aan een oriënterende waarde. Vervoer van gevaarlijke stoffen Op 1 april 2015 is de nieuwe wetgeving rond transportroutes, het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev) met het bijbehorende Basisnet, in werking getreden. Dit besluit vervangt de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Het Besluit transportroutes externe veiligheid sluit aan op de bepalingen uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen omtrent het plaatsgebonden risico en groepsrisico.

Daarnaast wordt het Basisnet voor wegen, spoor en water opgesteld. Dit basisnet omvat alle rijkswegen, spoorlocaties met goederenvervoer en kanalen en rivieren met goederenvervoer, met de bijbehorende (eventueel aanwezige) risicoafstanden.

25

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

Buisleidingen Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden met de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb). Dit besluit omvat de nieuwe regelgeving op het gebied van buisleidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd. In plaats van de bebouwings- en toetsingsafstanden waar in de oude circulaires van werd uitgegaan, dienen nu de belemmeringenstrook (vijf meter bij leidingen met een druk boven de veertig Bar), de plaatsgebonden risicocontour (10-6 ) en het invloedsgebied van het groepsrisico (1%-letaliteitsgrens) in acht te worden genomen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Onderzoek Inventarisatie van de risicobronnen in en nabij het plangebied Volgens de risicokaart komen in of in nabijheid van het plangebied geen risicovolle inrichtingen in de zin van het Bevi voor. Ook zijn er geen risicovolle inrichtingen ingevolge het Vuurwerkbesluit aanwezig. Deze inrichtingen zullen ook niet worden toegestaan. Vervoer van gevaarlijke stoffen Er zijn binnen en nabij het plangebied geen rijkswegen, spoorlocaties met goederenvervoer of kanalen en rivieren met goederenvervoer aanwezig die planologische beperkingen vormen voor eventuele nieuwe ontwikkelingen in het plangebied. Buisleidingen Naast het plangebied ligt een buisleiding van de Gasunie.

Het betreft een aardgastransportleiding van transport van gas met een diameter van ten hoogste 8,35 inch en een druk van ten hoogste 40 bar. Ter plekke van het voormalige spoorbaantacé (Parallelweg). Binnen de PR 10-6 risicocontour mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn en zo mogelijk ook geen beperkt kwetsbare objecten. Wat betreft de ruimtelijke reservering geldt dat de voor onderhoud gereserveerde ruimte ten minste 5 meter aan beide zijden van de leiding bedraagt. Door de regio zijn er berekeningen gemaakt inzake de buisleiding. In de berekeningen is geconcludeerd dat er binnen de gemeente Heerde in de huidige situatie geen sprake is van een PR-knelpunt omdat er geen kwetsbare objecten binnen de PR 10-6/jaar contour aanwezig zijn. De PR 10-6 jaar contour is in de berekeningen gedefinieerd van 0 tot 10 meter. Navolgende afbeelding geeft de buisleiding weer met een rode stippellijn. De buisleiding vormt geen belemmering voor het plangebied; de te realiseren woningen bevinden zich namelijk op meer dan 10 meter van de buisleiding.

26

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

Figuur 7. Risicokaart met buisleiding (bron: risicokaart.nl) Groepsrisico - Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Zowel voor de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Tevens speelt een snelle alarmering te allen tijde een belangrijke rol. Groepsrisico- Bluswatervoorziening In het plangebied zal in overleg met de Veiligheidsregio en Vitens een aantal brandkranen worden gerealiseerd. Groepsrisico - Bereikbaarheid De nieuw te bouwen woningen zijn voor hulpdiensten vanaf de Gruttoweg en Nachtegaalweg te bereiken. In de toekomstige situatie blijft de Nachtegaalweg toegankelijk voor de hulpdiensten t.b.v. de woningen aan het onverharde deel van de Nachtegaalweg, parallel aan de Groteweg. Daarmee zijn de nieuw te bouwen woningen ook bereikbaar vanuit de Nachtegaalweg voor de hulpdiensten. Hierdoor wordt er voldaan aan de voorwaarden.

Uit het advies van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (Bijlage 8) volgt dat zij positief instemmen met de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan. Groepsrisico - Zelfredzaamheid De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van 24 woningen. Er wordt voor diverse doelgroepen gebouwd. Aangenomen wordt dat de bewoners in het algemeen zelfredzaam zijn. Aanwezige kinderen en ouderen worden beschouwd als verminderd zelfredzame personen. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de ouders/verzorgers de kinderen en ouderen kunnen begeleiden. Motivatie

27

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

Ongeacht de inzet van de gemeente Heerde en de hulpverleningsdiensten om de situatie zo veilig mogelijk te maken zal er altijd sprake zijn van een restrisico. Immers, de kans op een ongeval, hoe klein dan ook, blijft altijd aanwezig. Alles overwegende wordt geconcludeerd dat het vanuit oogpunt van externe veiligheid verantwoord is om het bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg, vast te stellen. Het restrisico is in dit kader aanvaardbaar. Conclusie Het aspect externe veiligheid leidt niet tot een belemmering van het planvoornemen.

4.8

Geluid

Verkeerslawaai Inleiding In het kader van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen zones, met uitzondering van wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied en wegen waarvoor een maximumsnelheid van dertig kilometer per uur geldt. Binnen de bebouwde kom bedraagt de zonebreedte voor tweestrookswegen die aan weerszijden van de weg, gerekend vanuit de wegas, in acht moet worden genomen 200 meter. Buiten de bebouwde kom bedraagt deze afstand voor tweestrookswegen 250 meter. In geval van het realiseren van geluidsgevoelige bebouwing binnen deze zone dient een akoestisch onderzoek plaats te vinden. Formeel kan akoestisch onderzoek achterwege blijven bij wegen waarvoor een maximumsnelheid van dertig kilometer per uur geldt. Op grond van een goede ruimtelijke ordening dient echter ook aan dit soort wegen aandacht geschonken te worden. Onderzoek Binnen het plangebied worden woningen mogelijk gemaakt. Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) betreft het een ontwikkeling van geluidgevoelige functies. Het plangebied ligt binnen de onderzoekszone van de Groteweg. Deze zone is 200 meter, gemeten vanaf de kant van de weg. Op beide wegen geldt een maximaal toegestane snelheid van 80 km/uur. Voor dit bestemmingsplan is daarom een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen als Bijlage 9 bij deze toelichting.

Op basis het uitgevoerde akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai wordt geconcludeerd dat de geluidsbelastingen op de geprojecteerde woningen ten gevolge van het wegverkeer op de Groteweg voldoen aan de in de Wgh gestelde normen. Onderstaande afbeelding laat zien dat de berekende 48- en 53 dB-contouren niet tot aan het plangebied reiken. Hoewel de definitieve verkaveling afwijkt van onderstaande afbeeldng, doet dit niet af aan de conclusie dat nadere berekeningen ten aanzien van de gevelwering niet noodzakelijk zijn aangezien er ten gevolge van de beschouwde bronnen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden.

28

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

Figuur 8. 48 en 53 dB geluidsbelastingcontouren (lichtgroen en oranje) de Groteweg (hoogte 4,5 m) met het plangebied in het zwart aangegeven. Conclusie Het thema geluid leidt niet tot belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Aangezien de voorkeursgrenswaarde door geen van de bronnen (wegen) wordt overschreden, hoeft de cumulatie van geluid niet te worden beoordeeld.

4.9

Verkeersafwikkeling

De nieuwbouwlocatie zal worden ontsloten op de Gruttoweg. In oktober 2021 is door BVA Verkeersadviezen een onderzoek gedaan naar een alternatieve ontsluiting op de (zuidelijk gelegen) Flessenbergerweg. Dit mede naar aanleiding van overleg met omwonenden. Na onderzoek en afweging bleek deze ontsluiting onwenselijk. Het onderzoek is opgenomen als Bijlage 10. Door BVA Verkeersadviezen is tevens een analyse uitgevoerd naar de verkeerskundige effecten van de voorgenomen woningbouw. Onder verwijzing naar Bijlage 11 wordt hieronder de conclusie weergegeven: De realisatie van 24 woningen op de locatie ten westen van de Gruttoweg leidt tot een toename van het aantal verkeersbewegingen op de Gruttoweg. Deze toename bedraagt in het slechtste scenario 100 motorvoertuigen per etmaal (24 woningen, 8 autobewegingen per woning per dag, eenrichtingsverkeer op de Gruttoweg). Vanwege het feit dat het plangebied seniorenwoningen bevat zal de intensiteit naar verwachting minder toenemen. Ook uitgaande van het slechtste scenario, zijn er geen afwikkelings- en veiligheidsproblemen te verwachten. Wel dient aandacht te worden besteed aan de vormgeving van de kruising van de ontsluitingsweg met het vrijliggende fietspad aan de oostzijde van het plangebied. Lage snelheid van het gemotoriseerde verkeer en

29

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

goed zicht tussen de verkeersdeelnemers onderling zijn de ingrediënten om op deze locatie een veilige situatie te realiseren. Hiervoor zijn diverse oplossingen denkbaar en bewezen effectief. In de verdere uitwerking zal rekening worden gehouden met de genoemde aanbevelingen.

4.10 Ladder voor duurzame verstedelijking Inleiding De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Bij besluit van 28 augustus 2012 is de Ladder toegevoegd aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en vervolgens op 1 oktober 2012 in werking getreden. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De Ladder staat als instrument niet op zichzelf, maar geeft mede vorm aan de systeemverantwoordelijkheid van de minister van Infrastructuur en Milieu voor een goede ruimtelijke ordening. Deze verantwoordelijkheid brengt met zich mee, dat de minister er voor zorgt dat decentrale overheden over de juiste instrumenten kunnen beschikken voor een zorgvuldige benutting van de ruimte. Hieronder wordt begrepen het voorkomen van overprogrammering, het faciliteren van groei, het anticiperen op stagnatie en het leefbaar houden van krimpregio's. De Ladder is onder andere van toepassing op bouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: 1. 2. 3. 4. 5.

Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?

In het navolgende worden de hierboven genoemde aspecten beschreven en afgewogen. Onderzoek Ad 1. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Het bouwplan bestaat uit 24 woningen. Gelet op de omvang van het project is het project aan te merken als een stedelijke ontwikkeling. Ad 2. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. In de voorgaande beheersverordening 'Wapenveld - Dorp' is het plangebied bestemd als 'Agrarisch Landschappelijke waarde'. Door hier woningen te plaatsen neemt de bebouwing toe. De stedelijke ontwikkeling moet dus als nieuw worden beschouwd. Ad 3. Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de behoefte aan die ontwikkeling worden gemotiveerd. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen.

Het ruimtelijk verzorgingsgebied is in onderhavig project beperkt tot de gemeente Heerde en omliggende gemeenten. De woningen zullen naar verwachting voor het grootste gedeelte bewoond worden door de inwoners uit de gemeente of omliggende gemeenten.

30

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

Ad 4. Woonvisie Heerde 2015-2025 Ten behoeve van de Woonvisie Heerde 2015-2025 is in samenwerking met de gemeenten in de Regio Noord-Veluwe de “Woonvisie Regio NoordVeluwe 2014” opgesteld. In dit onderzoek is de kwalitatieve en kwantitatieve woonbehoefte in kaart gebracht voor de periode 2015-2025. In 2015 werd gedacht dat de bouw van grote aantallen woningen voorbij was. De Structuurvisie Heerde 2025 stelt dat geen nieuwe grootschalige uitleglocaties meer nodig zijn en dat door het realiseren van de bestaande uitleglocaties, inbreiding in stedelijk gebied, transformatie en door functieverandering in de behoefte aan woningen kan worden voorzien. Dat geldt voor alle kernen in de gemeente. Nieuwe woningen worden gebouwd wanneer de bestaande voorraad niet in de vraag kan voorzien. De woningvraag is de afgelopen jaren toegenomen. Het plan past nog goed in de woonvisie en de Woonagenda van de Cleantechregio. Nu de woningvraag is toegenomen voldoet dit plan aan inbreiding binnen het stedelijke gebied. Hiermee wordt aan de nieuwe woningvraag voldaan zonder buiten het stedelijke gebied te moeten bouwen. Tevens worden er woningen gebouwd voor verschillende doelgroepen, zoals voor starters en senioren. Ad 5. In artikel 1.1.1, onder h, van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd.

Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Gebaseerd op deze definitie kan worden gesteld dat het plangebied niet in bestaand stedelijk gebied gelegen is. Dit blijkt tevens uit het huidige agrarische gebruik van het gebied. Echter wordt het plangebied in het noorden, oosten en westen vrijwel geheel omsloten door de bebouwde kom van Wapenveld. Het plangebied sluit daarom goed aan bij bestaand stedelijk gebied. Conclusie Hoewel het plangebied dus niet gelegen is in bestaand stedelijk gebied, sluit het wel goed aan bij het bestaand stedelijk gebied. Daarnaast is er geconcludeerd dat er behoefte is aan de voorgenomen ontwikkeling. Geconcludeerd kan worden dat het project voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het project voorziet in een behoefte en de ontwikkeling ligt in bestaand stedelijk gebied.

4.11 Luchtkwaliteit Inleiding Voor luchtkwaliteit moet rekening worden gehouden met het gestelde in de Wet milieubeheer (Wm), hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen en de bijbehorende bijlagen. In deze wet en de daarop gebaseerde regelingen - Besluit nibm (luchtkwaliteitseisen) en Regeling nibm (luchtkwaliteitseisen) - is getalsmatig vastgelegd dat bepaalde projecten "niet in betekenende mate" (nibm) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Het begrip "niet in betekenende mate" is gedefinieerd als drie procent van de grenswaarde voor stikstof (NO2 ) en fijnstof (PM10 ). In de Regeling nibm is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Vooralsnog geldt dat: voor woningbouwlocaties met minder dan 1.500 woningen (met één ontsluitingsweg) of drieduizend woningen (met twee gelijke ontsluitingswegen) geen beoordeling op luchtkwaliteit hoeft plaats te vinden;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=52403050-398c-4e81-baa2-43e8a3f45882