CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

8.2.2. Wapenveld Gruttoweg_Bijlagen bij de toelichting (1)

Raadscommissie 13 mei 2024, gemeente HeerdeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Gruttoweg Wapenveld23.976 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Tabellen 1

Administratieve gegevens

2

Archeologische waarden rondom het plangebied

3

Specificatie archeologische verwachting

Appendix I: Archeologische periodes paleolithicum: paleolithicum vroeg: paleolithicum midden: paleolithicum laat: paleolithicum laat A: paleolithicum laat B:

ijzertijd: tot 300.000 BP 300.000 - 35.000 BP 35.000 BP - 8.800 vC 35.000 - 18.000 BP 18.000 BP - 8.800 vC

mesolithicum: mesolithicum vroeg: mesolithicum midden: mesolithicum laat:

8.800 - 7.100 vC 7.100 - 6.450 vC 6.450 - 4.900 vC

neolithicum: neolithicum vroeg: neolithicum vroeg A: neolithicum vroeg B: neolithicum midden: neolithicum midden A: neolithicum midden B: neolithicum laat: neolithicum laat A: neolithicum laat B:

5.300 - 4.200 vC 5.300 - 4.900 vC 4.900 - 4.200 vC 4.200 - 2.850 vC 4.200 - 3.400 vC 3.400 - 2.850 vC 2.850 - 2.000 vC 2.850 - 2.450 vC 2.450 - 2.000 vC

bronstijd: bronstijd vroeg: bronstijd midden: bronstijd midden A: bronstijd midden B: bronstijd laat:

2.000 - 1.800 vC 1.800 - 1.100 vC 1.800 - 1.500 vC 1.500 - 1.100 vC 1.100 - 800 vC

pleistoceen: elsterien saalien weichselien holoceen:

2,5 miljoen - 10.000 BP 475.000 - 410.000 BP 200.000 - 130.000 BP 116.000 - 10.000 BP 10.000 - heden

vC nC BP

= = =

voor Christus na Christus before present; present = 1950

ijzertijd vroeg: ijzertijd midden: ijzertijd laat:

800 - 500 vC 500 - 250 vC 250 - 12 vC

romeinse tijd: romeinse tijd vroeg: romeinse tijd vroeg A: romeinse tijd vroeg B: romeinse tijd midden: romeinse tijd midden A: romeinse tijd midden B: romeinse tijd laat: romeinse tijd laat A: romeinse tijd laat B:

12 vC - 70 nC 12 vC - 25 nC 25 - 70 nC 70 - 270 nC 70 - 150 nC 150 - 270 nC 270 - 450 nC 270 - 350 nC 350 - 450 nC

middeleeuwen: middeleeuwen vroeg: middeleeuwen vroeg A: middeleeuwen vroeg B: middeleeuwen vroeg C: middeleeuwen vroeg D: middeleeuwen laat: middeleeuwen laat A: middeleeuwen laat B:

450 - 1.050 nC 450 - 525 nC 525 - 725 nC 725 - 900 nC 900 - 1.050 nC 1.050 - 1.500 nC 1.050 - 1.250 nC 1.250 - 1.500 nC

nieuwe tijd: nieuwe tijd A: nieuwe tijd B: nieuwe tijd C:

1.500 - 1.650 nC 1.650 - 1.850 nC 1.850 – heden

Algemeen Steentijd (tot 2000 vC) De steentijd is opgedeeld in het paleolithicum, mesolithicum en neolithicum. Het paleolithicum (oude steentijd) wordt vooral gekenmerkt door de ijstijden. Na het laatpaleolithicum verbetert het klimaat. Vindplaatsen uit het late paleolithicum zijn vooral te herkennen aan concentraties vondstmateriaal (bewerkt en/of verbrand vuursteen, houtskool) met weinig en moeilijk te herkennen grondsporen zoals kuilen, paalgaten en houtskoolconcentraties die mogelijk wijzen op haardplaatsen. Vondsten uit het mesolithicum of midden steentijd, gekenmerkt door sporen en vondsten van rondtrekkende jagers en verzamelaars, bestaan voornamelijk uit bewerkt vuursteen, verbrande hazelnootdoppen en houtskoolfragmenten. Mesolithische grondsporen zijn vooral oppervlakte-haarden en haardkuilen. In een natte omgeving kunnen ook werktuigen van gewei of hout bewaard zijn gebleven. Voorbeelden hiervan zijn geweibijlen, bogen, visfuiken, etc. In het neolithicum (nieuwe steentijd) werden dieren gehouden en in het neolithicum werd eveneens akkerbouw bedreven. Grondsporen uit deze periode kunnen bestaan uit paalgaten van bijvoorbeeld boerderijen, resten van beschoeiingen, greppels, (afval)kuilen en haardplaatsen. Aardewerk komt in deze tijd voor, evenals bewerkt (vuur)steen en geslepen bijlen.

Metaaltijden (2000-12 vC) In de bronstijd en ijzertijd kwam bemesting en wisselbouw binnen de akkerbouw voor. Sporen uit de bronstijd en ijzertijd kunnen bestaan uit kuilen, paalgaten van boerderijplattegronden, bijgebouwen of spiekers, waterkuilen of -putten, erf- ofakkerafscheidingen en sporen van akkerbewerking zoals de kruiselings getrokken voren van een eergetouw. Houtskool kan duiden op de aanwezigheid van haarden voor voedselbereiding of het bakken van aardewerk. Ook kunnen er restanten gevonden worden die duiden op metaalbewerking, zoals stukken ovenwand, brons- of ijzerslakken, sintels, mallen, smeltkroezen, metaal bedoeld voor omsmelten, etc. Vondsten kunnen verder bestaan uit bijvoorbeeld metalen voorwerpen of voorwerpen van aardewerk zoals vaatwerk, maar ook slingerkogels, rammelaars, spinklosjes en weefgewichten. Romeinse tijd (12 vC-450 nC) In de romeinse tijd vormde de Rijn de noordelijke grens van het romeinse rijk. Langs deze grens, de limes, werden grensposten, nederzettingen en wegen gebouwd. In het noorden van Nederland zijn ook romeinse vondsten gedaan, maar dit zijn voornamelijk losse vondsten als romeinse munten, mantelspelden en scherven romeins aardewerk. Middeleeuwen en nieuwe tijd (450 nC-heden) Na een afname in de bevolkingsdichtheid aan het einde van de romeinse tijd en de periode erna, steeg deze weer in het begin van de middeleeuwen.

Vondsten uit de middeleeuwen en later bestaan voornamelijk uit scherven aardewerk, waaronder importaardewerk, munten en metalen voorwerpen (zoals mantelspelden, spijkers), resten van aardewerkproductie, metaalbewerking, wolbewerking etc. Belangrijke gebouwen (bijvoorbeeld kerken en borgen) werden van baksteen / kloostermoppen gebouwd.

Appendix II Wapenveld, Gruttoweg - Boorbeschrijvingen 01 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Referentievlak Maaiveld (cm) Datum boring Uitvoerder

: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 201142 : 493363 : Normaal Amsterdams Peil : 693 : 11-1-2022 : De Steekproef bv:

Lithologie Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort 0 - 30 zand zwak siltig, zwak humeus, donker-grijs-bruin, 10YR3/2, Zand: matig fijn, bouwvoor, Opm.: recente bouwvoor, recent glas 30 - 50 zand zwak siltig, zwak grindig, licht-bruin-geel, 10YR5/6, Zand: matig grof, vergraven, Opm.: verstoord, gevlekt

50 - 80 zand zwak siltig, zwak grindig, licht-bruin-geel, 2.5Y6/6, Zand: matig fijn, vergraven, Opm.: verstoord, licht gevlekt, vermengd met C-horizont 80 - 120 zand zwak siltig, licht-grijs-geel, 2.5Y7/4, Zand: matig grof, spoor roestvlekken, C-horizont, Opm.: natuurlijke laag, matig gesorteerd 02 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Referentievlak Maaiveld (cm) Datum boring Uitvoerder

: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 201205 : 493385 : Normaal Amsterdams Peil : 665 : 11-1-2022 : De Steekproef bv:

Lithologie Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort 0 - 30 zand zwak siltig, zwak humeus, donker-grijs-bruin, 10YR3/2, Zand: matig fijn, bouwvoor, Opm.: recente bouwvoor 30 - 90 zand zwak siltig, licht-bruin-geel, 10YR5/6, Zand: matig grof, vergraven, Opm.: verstoord, gevlekt, met B- en C-horizont brokken in de top 90 - 120 zand zwak siltig, licht-grijs-geel, 2.5Y7/4, Zand: matig grof, spoor roestvlekken, C-horizont, Opm.: natuurlijke laag, matig gesorteerd 03

Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Referentievlak Maaiveld (cm) Datum boring Uitvoerder

: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 201240 : 493357 : Normaal Amsterdams Peil : 655 : 11-1-2022 : De Steekproef bv:

Lithologie Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort 0 - 30 zand zwak siltig, zwak grindig, zwak humeus, donker-grijs-bruin, 10YR3/2, Zand: matig fijn, bouwvoor, Opm.: recente bouwvoor, recent glas, puinspikkels 30 - 65 zand zwak siltig, donker-grijs, 10YR4/1, Zand: matig fijn, vergraven, Opm.: verstoord, gevlekt, met kachelslik 65 - 80 zand zwak siltig, zwak grindig, licht-bruin-geel, 10YR5/6, Zand: matig grof, vergraven, Opm.: verstoord, gevlekt, met E-, B- en C-horizontbrokken in de top 80 - 90 zand zwak siltig, licht-bruin-geel, 2.5Y6/6, Zand: matig grof, spoor roestvlekken, C-horizont, dekzand, Opm.: natuurlijke ondergrond, erosieve/gevlekte top 90 - 120 zand zwak siltig, licht-grijs-geel, 2.5Y7/4, Zand: matig grof, spoor roestvlekken, C-horizont, Opm.: natuurlijke laag, matig gesorteerd

1/2

Appendix II Wapenveld, Gruttoweg - Boorbeschrijvingen 04 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Referentievlak Maaiveld (cm) Datum boring Uitvoerder

: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 201183 : 493348 : Normaal Amsterdams Peil : 678 : 11-1-2022 : De Steekproef bv:

Lithologie Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort 0 - 30 zand zwak siltig, zwak grindig, zwak humeus, donker-grijs-bruin, 10YR3/2, Zand: matig fijn, bouwvoor, Opm.: recente bouwvoor 30 - 50 zand zwak siltig, bruin-geel, 10YR4/2, Zand: matig fijn, vergraven, Opm.: verstoord, gevlekt, met B- en C-horizontbrokken 50 - 60 zand zwak siltig, licht-bruin-geel, 2.5Y6/6, Zand: matig fijn, spoor roestvlekken, C-horizont, dekzand, Opm.: natuurlijke ondergrond, erosieve/gevlekte top 60 - 120 zand zwak siltig, licht-grijs-geel, 2.5Y7/4, Zand: matig grof, spoor roestvlekken, C-horizont, Opm.: natuurlijke laag, matig gesorteerd 05

Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Referentievlak Maaiveld (cm) Datum boring Uitvoerder

: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 201139 : 493328 : Normaal Amsterdams Peil : 694 : 11-1-2022 : De Steekproef bv:

Lithologie Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort 0 - 30 zand zwak siltig, zwak humeus, donker-grijs-bruin, 10YR3/2, Zand: matig fijn, bouwvoor, Opm.: recente bouwvoor 30 - 45 zand zwak siltig, bruin-grijs, 10YR4/2, Zand: matig fijn, vergraven, Opm.: verstoord, gevlekt, met recent glas 45 - 60 zand zwak siltig, licht-bruin-geel, 2.5Y6/6, Zand: matig fijn, spoor roestvlekken, C-horizont, dekzand, Opm.: natuurlijke ondergrond, erosieve/gevlekte top 60 - 120 zand zwak siltig, licht-grijs-geel, 2.5Y7/4, Zand: matig grof, spoor roestvlekken, C-horizont, Opm.: natuurlijke laag, matig gesorteerd 06

Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Referentievlak Maaiveld (cm) Datum boring Uitvoerder

: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 201227 : 493314 : Normaal Amsterdams Peil : 693 : 11-1-2022 : De Steekproef bv:

Lithologie Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort 0 - 30 zand zwak siltig, zwak grindig, zwak humeus, donker-grijs-bruin, 10YR3/2, Zand: matig fijn, bouwvoor, Opm.: recente bouwvoor, met kachelslik en puinspikkels 30 - 70 zand zwak siltig, zwak grindig, bruin-grijs, 10YR4/2, Zand: matig fijn, vergraven, Opm.: verstoord, gevlekt 70 - 90 zand zwak siltig, zwak grindig, licht-bruin-geel, 2.5Y6/6, Zand: matig grof, spoor roestvlekken, vergraven, Opm.: verstoord, gevlekt 90 - 120 zand zwak siltig, licht-grijs-geel, 2.5Y7/4, Zand: matig grof, spoor roestvlekken, C-horizont, Opm.: natuurlijke laag, matig gesorteerd

2/2

Appendix III Wapenveld, Gruttoweg - Boorstaten

(cm) 750

(cm) 750

740

740

730

730

720

720

710

710

700

05

01

690

660

700 690

04

680 670

06

02

680 670

03

660

650

650

640

640

630

630

620

620

610

610

600

600

590

590

580

580

570

570

560

560

550

550

540

540

530

530

520

520

510

510

500

500

490

490

480

480

470

470

460

460

450

450

440

440

430

430

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand Zand, kleiïg

Zand, zwak siltig

leem Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

48

bestemmingsplan Wapenveld Gruttoweg

Bijlage 3 Bodemonderzoek

49

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-bm.nl E-mail info@sigma-bm.nl

januari ’22

Onderwerp:

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld

Projectnummer:

22-M10207

Opdrachtgever:

Salverda Bouw BV

Datum:

28 januari 2022

0

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld

onderwerp

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld

datum

28 januari 2022

projectnummer

22-M10207

in opdracht van

Salverda Bouw BV Postbus 4 8084 ‘t Harde

uitgevoerd door

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”

(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.

januari ’22

1

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld

Inhoudsopgave 1

2

INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1

Algemeen................................................................................................................................. 3

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3

1.3

Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3

1.4

Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4

1.5

Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4

VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1

3

4

Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 14

VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 15 3.1

Uitvoering van het veldonderzoek ......................................................................................... 15

3.2

Resultaten van het veldonderzoek ........................................................................................ 16

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 18 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 18

4.2

Toetsingscriteria .................................................................................................................... 19

4.3

Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 20

4.3.1

Milieuhygiënische kwaliteit grond ...................................................................................... 20

4.3.2

Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ............................................................................. 24

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 26

6

LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 30

7

COLOFON ...................................................................................................................................... 31

Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:1.000) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring

januari ’22

2

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van Salverda Bouw BV is in januari 2022 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op het perceel sectie C nr. 7381, gelegen aan de Gruttoweg te Wapenveld (gemeente Heerde). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.

De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein. 1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek

Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande nieuwbouw van diverse woningen en appartementen op de onderzoekslocatie. 1.3

Doel van het onderzoek

Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.

januari ’22

3

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld

1.4

Referentiekader van het onderzoek

Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde:  vooronderzoek, (hoofdstuk 2)  veldonderzoek, (hoofdstuk 3)  chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4)  conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).

januari ’22

4

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld

2

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens 2. Bodemopbouw en geohydrologie

Aanleiding tot vooronderzoek Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem

3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK

4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken

Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?

A 0

B 0

C

D

E

F

G

✓ ✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0 ✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

januari ’22

5

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld

aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande nieuwbouw van diverse woningen en appartementen op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de gemeente Heerde (email d.d. 23-12-2021); • informatie van de Bodeminformatiekaart van de provincie Gelderland; • informatie uit voorgaande bodemonderzoeken; • Bodemloket.nl; • Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.

tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (plangebied) Algemene omschrijving

januari ’22

Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 Wapenveld Heerde Zie bijlage 1 X = 201,194 Y= 493,347 Gemeente Heerde, perceel sectie C nr. 7381 Niet nagegaan. Ca. 9.660 m2 De onderzoekslocatie betreft het perceel sectie C nr. 7381, gelegen aan de Gruttoweg te Wapenveld (plangebied, zie figuur 1). Het plangebied bevindt zich ten zuid-oosten van de Nachtegaalweg nr. 16 en ten noorden van de Flessenbergerweg nr. 3 (zie figuur 1). De onderzoekslocatie aan de Gruttoweg is grotendeels onbebouwd, onverhard en als weiland in gebruik. Op het zuidelijk deel van de locatie bevindt zich een dierenstal. De opdrachtgever is voornemens om de nieuwbouw van 32 woningen en een appartementenblok te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2.

6

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld

figuur 1: globale ligging onderzoeksgebied (plangebied) Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG)

De onderzoekslocatie is grotendeels onbebouwd. Op het zuidelijk deel van de locatie bevindt zich een dierenstal die dateert van 1994.

Terreinverharding

De onderzoekslocatie is grotendeels onverhard. Rondom de stal bevindt zich enige bestrating. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden.

Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -

De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "onbekend". Nieuwbouw van diverse woningen en appartementen.

afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte deel van de locatie zoals weergegeven in bijlage 2.

januari ’22

7

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld

bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving

Gebruik

Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig

Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

Op basis van topografische kaarten tussen ca.1865 en ca. 1915 is op het noordoostelijk deel van de onderzoekslocatie enige bebouwing te herkennen. Nadien is geen bebouwing meer te herkennen.

Geen.

De onderzoekslocatie betreft het perceel sectie C nr. 7381, gelegen aan de Gruttoweg te Wapenveld (plangebied, zie figuur 1). Het plangebied bevindt zich ten zuidoosten van de Nachtegaalweg nr. 16 en ten noorden van de Flessenbergerweg nr. 3 (zie figuur 1). De onderzoekslocatie aan de Gruttoweg is grotendeels onbebouwd, onverhard en als weiland in gebruik. Op het zuidelijk deel van de locatie bevindt zich een dierenstal. Toekomstig De opdrachtgever is voornemens om de nieuwbouw van diverse appartementen / woningen te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op basis van de topografische kaarten vanaf 1850 is nabij basis van de locatie reeds enige bebouwing te herkennen. topografische De bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid/ kaarten, gewijzigd. Topotijdreis) Huidig en In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden toekomstig zich voornamelijk woningen en plaatselijk braakliggende percelen.

Geen.

Noordzijde: naastgelegen woningen; Oostzijde: Gruttoweg en verderop gelegen woningen; Zuidzijde: aangrenzend perceel Flessenbergerweg nr. 3 en bosschages; Westzijde: aangrenzend perceel Nachtegaalweg nr. 16 en verderop gelegen woningen.

januari ’22

Geen.

Geen.

Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

8

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld

bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik

De onderzoekslocatie betreft het perceel sectie C nr. 7381, gelegen aan de Gruttoweg te Wapenveld (plangebied, zie figuur 1). Het plangebied bevindt zich ten zuid-oosten van de Nachtegaalweg nr. 16 en ten noorden van de Flessenbergerweg nr. 3 (zie figuur 1). De onderzoekslocatie aan de Gruttoweg is grotendeels onbebouwd, onverhard en als weiland in gebruik. Op het zuidelijk deel van de locatie bevindt zich een dierenstal. De opdrachtgever is voornemens om de nieuwbouw van 32 woningen en een appartementenblok te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Voor zover bekend is de onderzoekslocatie geruime tijd in gebruik als agrarisch perceel/weiland. In het verre verleden tussen ca.1865 en ca. 1915 is op het noordoostelijk deel van de onderzoekslocatie enige bebouwing te herkennen.

Bouwvergunning

Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie is deels bebouwd met een bestaande stal.

Milieuvergunning

Niet bekend.

Handelsregister

De locatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel niet vermeld. Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. De onderzoekslocatie is bebouwd met een stal. Op basis van de provinciale asbestdakenkaart geldt dat het dak van deze stal asbestverdacht is.

Aanwezigheid brandstoftanks

Aanwezigheid asbest

figuur 2: asbestdakenkaart provincie Gelderland

januari ’22

9

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld

Het dak van de stal watert aan de noordzijde af via een dakgoot. Aan de zuidzijde watert het dak af op een verharde ondergrond.

Ophogingen/dempingen/stortingen

Niet gesprongen explosieven

PFAS-verdachtheid

Calamiteiten Verdachte activiteiten < 25 m

Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen.

De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Hoewel PFAS diffuus verspreid in de bodem in Nederland voorkomt, en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet wordt aangetroffen, is op basis van het vooronderzoek geen informatie verkregen over de eventuele aanwezigheid van PFAS en GenX op de locatie. Ter plaatse zijn geen bronlocaties bekend. Bij evt. toekomstig grondverzet wordt geadviseerd alsnog onderzoek naar deze parameters uit te voeren. Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. In de directe omgeving van de locatie bevinden zich woningen en enkele braakliggende percelen. Op de volgende adressen staan mogelijk verontreinigende activiteiten geregistreerd: ■ Flessenbergerweg 3: • ondergrondse stookolietank (onbekend-1990); • burgerlijk- en utiliteitsbouwbedrijf (1992-huidig); • doe-het-zelf winkel (1992-huidig). ■ Groteweg 10: • ondergrondse stookolietank (onbekend-huidig).

januari ’22

10

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld

■ Groteweg 20: • verfspuitinrichting (metaal) (1993-huidig); • bovengrondse brandstoftank (1993-huidig); • bovengrondse afgewerkte olietank (1993-huidig); • autoreparatiebedrijf (1993-huidig); • benzinepompinstallatie (1967-onbekend); • benzine-service-station (1962-onbekend); • ondergrondse benzinetank (1962-onbekend); • ondergrondse brandstoftank (1962-onbekend). Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie

► Niet bekend.

Omgeving <25 m

In de directe omgeving van de onderzoekslocatie staan de volgende bodemonderzoeken geregistreerd: ► Nachtegaalweg 16: verkennend bodemonderzoek NVN 5740 d.d. 01-04-2000, Boluwa, ref. nr. 20118. In de bovengrond zijn lichte verontreinigingen met PAK’s en EOX geconstateerd. In het grondwater zijn lichte verontreinigingen van chroom, koper, lood, Som Xyleen-isomeren en zink (zware metalen) geconstateerd. ► Flessenbergerweg nr. 3: historisch onderzoek d.d. 01-04-2005, Boluwa, ref. nr. 05111. ► Flessenbergerweg 1: verkennend bodemonderzoek NVN 5740 d.d. 01-10-1999, Boluwa, ref. nr. 99280. Vervolg: uitvoeren oriënterend onderzoek. Er moet op de locatie een oriënterend onderzoek worden uitgevoerd naar de aard en ernst van de (mogelijke) verontreiniging. ► Nachtegaalweg 10: verkennend bodemonderzoek NEN 5740 d.d. 01-07-2002, Boluwa, ref. nr. 02171. Er zijn geen verhoogde waarden geconstateerd. ► Nachtegaalweg 6: historisch onderzoek d.d. 22-05-2006, Boluwa, ref. nr. 06119. Op basis van het voronderzoek wordt er geen bodemverontreiniging verwacht. ► Nachtegaalweg ongenummerd: verkennend bodemonderzoek NEN 5740 d.d. 31-01-2008, Eco-reest, ref. nr. ER071246. ► Groteweg 10: op de onderzoekslocatie moet een historisch onderzoek worden uitgevoerd. Uit dit onderzoek moet blijken of op de onderzoekslocatie activiteiten aanwezig zijn (geweest) die de bodem mogelijk hebben verontreinigd.

januari ’22

11

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld

► Groteweg 20: • Vervolg: uitvoeren historisch onderzoek. Omschrijving: Op de onderzoekslocatie moet een historisch onderzoek worden uitgevoerd. Uit dit onderzoek moet blijken of op de onderzoekslocatie activiteiten aanwezig zijn (geweest) die de bodem mogelijk hebben verontreinigd. • nader onderzoek d.d. 14-07-1992, HEIDEMIJ, ref. nr. 634/ea92/c413/17256. ► Gruttoweg 6: verkennend bodemonderzoek NVN 5740 d.d. 01-11-1998, Boluwa, ref. nr. 98246. In de bovengrond zijn lichte verontreinigingen met zink en lood (zware metalen) geconstateerd. In het grondwater is een lichte verontreiniging met zink geconstateerd. ► Leeuwerikweg: • verkennend onderzoek NEN 5740 d.d. 06-12-2004, Klinker, ref. nr. 040803VW.510; • indicatief onderzoek d.d. 01-07-1988, tauw, ref. nr. 60398.01/R0-01. ► Merelweg: • verkennend bodemonderzoek NEN 5740 d.d. 17-07-2003, Klinker, ref. nr. 030611MW.511; • verkennend bodemonderzoek NEN 5740 d.d. 02-02-2007, Klinker, ref.nr. 041202VW.320. Vervolg: voldoende onderzocht. Omschrijving: De resultaten van het uitgevoerde (historische) bodemonderzoek geven aan dat de (voormalige) activiteiten en/of de onderzoekslocatie voldoende zijn onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming.

Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart

januari ’22

► Valkstraat: indicatief onderzoek d.d. 01-05-1987, Grontmij, ref. nr. Gt1.406. ►Niet bekend.

►De locatie bevindt zich in de zone buitengebied.

12

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld

bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 3-8 m+NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 6: geohydrologische opbouw diepte m-mv 0-3 3-8 8-14 14-22

beschrijving

formatie

zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei en klei en een weinig veen, fijn, midden en grof zand

Boxtel

zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen

Kreftenheye Kreftenheye, laagpakket van Zutphen Kreftenheye

De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen. (financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen

Gemeente Heerde, perceel sectie C nr. 7381 Niet nagegaan.

In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.

januari ’22

13

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld

2.1

Hypothese en onderzoeksstrategie

Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie voor zover bekend geruime tijd in gebruik is als agrarisch perceel/weiland. In het verre verleden tussen ca.1865 en ca. 1915 is op het noordoostelijk deel van de onderzoekslocatie enige bebouwing te herkennen De opdrachtgever is voornemens om de nieuwbouw van een woningen en appartementen te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Er is geen informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Er is geen informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied).

De gemeente Heerde beschikt niet over gemeentelijke bodeminformatie op grond waarvan redelijkerwijs verondersteld zou kunnen worden dat de bodem op het perceel Nachtegaalweg ongenummerd in Wapenveld, kadastraal bekend gemeente Heerde, sectie C, nummer 7381 verontreinigd is. De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1). In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie

(deel)locatie NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (plangebied) (ca. 9.660 m2)

mogelijke verontreiniging grond

grondwater

onderzoeksstrategie

-

-

ONV-NL

Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht. januari ’22

14

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld

3

VELDONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1

Uitvoering van het veldonderzoek

Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. In tabel 9 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 9: uitvoeringsaspecten onderdeel:

uitgevoerd door:

uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001)

(erkend en geregistreerd) dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)

nemen van grondwatermonsters (protocol 2002)

(erkend en geregistreerd)

locatie-inspectie

(erkend en geregistreerd)

datum:

bijzonderheden:

11-01-2022

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

20-01-2022

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

11-01-2022

geen bijzonderheden

Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 10. tabel 10: veldwerkprogramma Onderdeel

Aantal

Diepte (m-mv)

Nummers

15

ca.0.5

7 t/m 21

4

ca.2.0

3 t/m 6

2

max. 5.3

1+2

Onderzoekslocatie (ca. 9.660 m2) Boringen Peilbuis

De geplaatste peilbuizen zijn opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0.5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich een blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuizen zijn geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.

januari ’22

15

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld

monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen zijn de peilbuizen, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2

Resultaten van het veldonderzoek

bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 11 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 11: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.4 0.4-1.3 1.3-1.6

hoofdbestanddeel

toevoeging

kleur

zand, matig fijn zand, matig fijn zand, zeer grof

bruin/grijs geel grijs

1.6-3.9 3.9-5.3

zand, matig grof zand, matig grof

zwak siltig zwak siltig zwak siltig, plaatselijk matig siltig, matig grind zwak siltig, zwak grind zwak siltig, zwak grind

geel geel/grijs

veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 12. tabel 12: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis

filtertraject m-mv

grondwaterstand m-mv

voorpompen liter

pH

1 2

4.3-5.3 4.2-5.2

3.78 3.64

5 5

6.3 6.1

EGV geleidingsvermogen µS/cm 480 610

troebelheid (NTU) 12 16

In de genomen grondwatermonsters is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuizen slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waardes voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen

januari ’22

16

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld

zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke zouden kunnen duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.

Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.

januari ’22

17

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld

4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK

In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd. Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek

grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuizen zijn twee grondwatermonsters genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 13 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonster, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 13: analyseschema Monstercode grond

boringnummer(s)

diepte (m-mv)

zintuiglijke analysepakket waarnemingen

MM1

1+6+7+8+16+17+19

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM2

2+4+5+12+13+15+20

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM3

3+9+10+11+14+18

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM4

1+5+6

0.5-2.0

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM5

2 t/m 4

0.5-2.0

-

NEN-grond(*)+AS3000

1 (peilbuis)

1

4.3-5.3

-

NEN-grondwater(**)

2 (peilbuis)

2

4.2-5.2

-

NEN-grondwater(**)

grondwater

verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan

januari ’22

18

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld

4.2

Toetsingscriteria

Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.

De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0,5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.

Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.

januari ’22

19

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld

4.3

Analyseresultaten en interpretatie

In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van Omegam opgenomen. 4.3.1

Milieuhygiënische kwaliteit grond

boven- en ondergrond (0.0-2.0 m-mv) In tabel 14 en 15 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 14: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project OPID 95433957#22-M10207-Gruttoweg perceel C 7381 te Wapenveld Certificaten 1297520 Toetsing T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb Toetsversie BoToVa 3-1-2000 Toetsdatum: 25 januari 2022 09:11 Parameters

Toetsing

Analyse Eenheid Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds cadmium (Cd) mg/kg ds kobalt (Co) mg/kg ds koper (Cu) mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds lood (Pb) mg/kg ds molybdeen (Mo) mg/kg ds nikkel (Ni) mg/kg ds zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds

AW

januari ’22

T

I

Monster 7019979 Monster 7019980 Monster 7019981 MM1, 01: 0-40, 06: 0-50, 07: 0-50, 08: 0-50, 16: 0-50, 17:MM2, 0-50, 02: 19: 0-40, 0-50 05: 0-50, 12: 0-50, 13: 0-50, 20: 0-50, 04:MM3, 0-50, 03: 15: 0-40, 0-50 09: 0-50, 10: 0-50, 11: 0-50, 18: 0-50, 14: 0-50 Max. Bodemindex 0 Max. Bodemindex 0 Max. Bodemindex 0,104 Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Overschrijding Achtergrondwaarde Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index 4 1,1

10 25

87,5

87,5

@

0 0

2,9 1

10 25

0

89,6

89,6

@

0 0

3,2 1,2

10 25

0 0

0

87,6

87,6

@

0

190 0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140

555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430

920 13 190 190 36 530 190 100 720

< 20 < 0.2 <3 6,7 0,11 18 < 1.5 <4 35

< 54 < 0.22 < 7.4 13 0,16 27 < 1.0 <8 79

@ 0 0 0 0 1.0 AW(WO) 0 0 0 0 0

< 20 < 0.2 <3 6,9 0,11 22 < 1.5 <4 26

< 54 < 0.23 < 7.4 14 0,16 34 < 1.0 <8 60

@ 0 0 0 0 1.0 AW(WO) 0 0 0 0 0

< 20 < 0.2 <3 5,7 0,08 66 < 1.5 <4 32

< 54 < 0.23 < 7.4 11 0,11 100 < 1.0 <8 74

@ 0 0 0 0 0 2.0 AW(WO) 0,104 0 0 0

190

2595

5000

< 35

< 61

-

0

< 35

< 84

-

0

< 35

< 77

-

< 0.05 < 0.05 < 0.05 0,13 0,07 0,09 0,05 0,08 0,08 0,08

< 0.035 < 0.035 < 0.035 0,13 0,07 0,09 0,05 0,08 0,08 0,08

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

< 0.05 < 0.05 < 0.05 0,07 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05

< 0.035 < 0.035 < 0.035 0,07 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

< 0.05 0,09 < 0.05 0,22 0,11 0,13 0,07 0,1 0,08 0,1

< 0.035 0,09 < 0.035 0,22 0,11 0,13 0,07 0,1 0,08 0,1

0,68

0,68

0

0,38

0,38

0

0,97

0,97

< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 0,001 < 0.001 < 0.001

< 0.0018 < 0.0018 < 0.0018 < 0.0018 0,0025 < 0.0018 < 0.0018

0 0 0 0 0 0 0

< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 0,001 < 0.001 < 0.001

< 0.0024 < 0.0024 < 0.0024 < 0.0024 0,0034 < 0.0024 < 0.0024

0 0 0 0 0 0 0

< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001

< 0.0022 < 0.0022 < 0.0022 < 0.0022 < 0.0022 < 0.0022 < 0.0022

0,005

0,013

0

0,005

0,018

0

0,005

< 0.015

1,5

0,02

20,75

0,51

40

1

-

-

-

-

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

-

0 0 0 0 0 0 0 0

-

0

20

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld

tabel 15: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Parameters

Toetsing

Analyse Eenheid Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds cadmium (Cd) mg/kg ds kobalt (Co) mg/kg ds koper (Cu) mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds lood (Pb) mg/kg ds molybdeen (Mo) mg/kg ds nikkel (Ni) mg/kg ds zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=dd21008b-6135-4bfc-8a0a-a209fcdfa657