CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

8.2.11 Bijlage 11 - Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Raadscommissie 27 november 2023, gemeente HeerdeBij agendapunt: Adviesverzoek commissie ontwerpbestemmingsplan Bovenkamp 311.446 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Onderzoek Ontplofbare Oorlogsresten Bovenkamp III VOF te Heerde Projectcode: P04758 Versie: Definitief

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bovenkamp III VOF te Heerde

Colofon Titel:

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bovenkamp III VOF te Heerde

Projectcode Versie: Auteur:

P04758 Definitief Ruben Kruijs

Opdrachtgever:

Civil Works

Opdrachtnemer:

Telefoon: Email: Website:

Xplosure, onderdeel van DAGnl Huismanstraat 6 6851 GT HUISSEN 026-4450099 info@xplosure.nl www.xplosure.nl

Contactpersoon: Telefoon: Email:

Ruben Kruijs 0682788855 Ruben.kruijs@xplosure.nl

Projectcode: P04758 Versie: Definitief

Pagina 2

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bovenkamp III VOF te Heerde

Managementsamenvatting (inclusief bodembelastingkaart) Naar aanleiding van geplande bodemroerende activiteiten in het projectgebied is door Xplosure BV, onderdeel van DAGnl, een onderzoek uitgevoerd naar het risico op het aantreffen van mogelijk achtergebleven ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog in het gebied Bovenkamp III VOF te Heerde. De opdrachtgever voor dit onderzoek was Civil Works. De onderzoekvraag die centraal stond was: Is er in het onderzoeksgebied ‘Bovenkamp III VOF te Heerde’ sprake van aanwijzingen van de aanwezigheid ontplofbare oorlogsresten en hoe is het (on)verdachte gebied af te bakenen? Het onderzoek is uitgevoerd conform de in het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten genoemde richtlijnen. Dit onderzoek omvatte de conflictperiode (1940-1945) en de na-conflictperiode (1945-heden). In het onderzoek conflictperiode is geanalyseerd of er oorlogshandelingen of gebeurtenissen achterhaald konden worden, die mogelijk ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied hebben achtergelaten. In het tweede onderdeel, het onderzoek na-conflictperiode, is gekeken of er na 1945 bodemactiviteiten plaatsvonden die het risico op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten hebben verlaagd. Hierbij geldt de aanname dat aangetroffen ontplofbare oorlogsresten dan zijn gemeld en verwijderd.

Op basis van de conclusies is een advies geformuleerd. De onderzoeksvraag is na het uitvoeren van bovenstaande studie als volgt beantwoord: In het onderzoeksgebied ‘Bovenkamp III VOF te Heerde’ is geen sprake van aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Het gehele onderzoeksgebied is daarom als onverdacht aangemerkt. Naar aanleiding van dit onderzoek en de conclusies is een advies geformuleerd. Dit advies is hieronder te lezen. Op de volgende pagina’s zijn de uitkomsten van dit onderzoek op een gebeurtenissenkaart en een bodembelastingkaart visueel weergegeven. Op basis van de hierboven uiteengezette conclusies van dit onderzoek, adviseert Xplosure om het ‘Protocol Toevalsvondst’ te hanteren. Dit protocol is te vinden in de bijlagen van dit rapport en is verbonden aan het projectnummer van dit onderzoek en bijbehorend onderzoeksgebied. Wanneer munitie of munitiegelijkende objecten worden aangetroffen, wordt geadviseerd om de werkzaamheden stil te leggen en de politie van de vondst op de hoogte te stellen. Indien dit protocol door het onverhoopt aantreffen van munitie(gelijkende) vondsten in werking is getreden, moet worden bekeken of voortzetting/uitbreiding van het opsporingsproces wenselijk is.

Projectcode: P04758 Versie: Definitief

Pagina 3

0 0 0 0) <X)

.,,.

L.r' dJ Elburgerwe

u

§ t �J--'__________ <X)� <X)

__j,t_____ ___ -!--f,'.!_--+---nê-i��-f------'Y---7�p-���-/-=--�--'-c-------��7=..y--,,:;7I .,,.

Ui 1

'5

J Legenda

c::::J Onderzoeksgebied � Onverdacht

u Bodembelasting kaart Kenmerk: P04758_BBK_01 Datum: 7-2-2023 Schaal: 1 :2.000 Coörd.: RD New Formaat: A3 Steller: RK Opdrachtgever: Civil Works Paraaf:

�

Xxplosure

ONDERDEEL VAN

DRCinL. DE ADVIESGROEP

.At-lil

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bovenkamp III VOF te Heerde

Inhoudsopgave Managementsamenvatting (inclusief bodembelastingkaart) ...................................................................... 3 1

Inleiding ............................................................................................................................................ 7

1.1

Stand van zaken ................................................................................................................................ 8

1.2

Methode ............................................................................................................................................. 9

1.3

Onderzoeksopzet ............................................................................................................................. 11

1.4

Leeswijzer ........................................................................................................................................ 11

2

Onderzoek conflictperiode (1940-1945)....................................................................................... 12

2.1

Uitgangspunten voor de beoordeling van de relevantie van een indicatie ...................................... 12

2.2

Achterhaalde indicaties uit het geraadpleegde bronnenmateriaal .................................................. 12

2.2.1

Literatuur .......................................................................................................................................... 12

2.2.2

Gemeentelijk archief ........................................................................................................................ 13

2.2.3

Provinciaal archief ........................................................................................................................... 13

2.2.4

Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatien (NIOD) Amsterdam ........................................... 13

2.2.5

Nationaal Archief Den Haag ............................................................................................................ 13

2.2.6

Explosieven Opruimingsdienst Defensie – Semi-Statisch Informatiebeheer .................................. 13

2.2.7

Nederlands Instituut voor Militaire Historie, collectie 409, 492 en 575 ............................................ 15

2.2.8

The National Archives (TNA) Londen, Verenigd Koninkrijk ............................................................. 15

2.2.9

Bundesarchiv-Militärarchiv (BAMA), Freiburg, Duitsland ................................................................ 15

2.2.10

National Archives and Record Administration (NARA) Verenigde Staten ....................................... 16

2.2.11

Library and Archives Canada (LAC), Ottawa, Canada .................................................................... 16

2.2.12

Websites .......................................................................................................................................... 16

2.2.13

Kadaster Zwolle ............................................................................................................................... 16

2.2.14

Luchtfotocollecties ........................................................................................................................... 16

2.3

Conclusie vooronderzoek conflictperiode (1940-1945) ................................................................... 16

3

Onderzoek na-conflictperiode (1945-heden)............................................................................... 21

3.1

Uitgangspunten voor de beoordeling van de relevantie van een contra-indicatie........................... 21

3.2

Achterhaalde contra-indicaties uit het geraadpleegde bronnenmateriaal ....................................... 21

3.2.1

Literatuur .......................................................................................................................................... 21

3.2.2

Gemeentelijk archief ........................................................................................................................ 21

3.2.3

Krantenberichten ............................................................................................................................. 21

3.2.4

Beeldvergelijking .............................................................................................................................. 21

3.2.5

Kadaster Zwolle ............................................................................................................................... 23

3.2.6

Ondergrondse infrastructuur ............................................................................................................ 26

3.3

Conclusie vooronderzoek na-conflictperiode (1945-heden) ............................................................ 27

4

Evaluatie en afbakening (on)verdacht gebied ............................................................................ 28

4.1

Evaluatie afweging indicaties en contra-indicaties .......................................................................... 28

4.2

Horizontale en verticale afbakening (on)verdacht (deel)gebied ...................................................... 28

Projectcode: P04758 Versie: Definitief

Pagina 5

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bovenkamp III VOF te Heerde

4.3

Mogelijk aan te treffen munitieartikelen ........................................................................................... 28

5

Conclusie ........................................................................................................................................ 29

5.1

Leemten in kennis ............................................................................................................................ 30

5.2

Advies .............................................................................................................................................. 30

6

Bronnenlijst .................................................................................................................................... 31

6.1

Primaire bronnen ............................................................................................................................. 31

6.2

Secundaire bronnen/literatuur ......................................................................................................... 31

7

Bijlagen ........................................................................................................................................... 32

7.1

Bijlage 1: Verantwoording bronnenmateriaal en wijze van raadplegen .......................................... 32

7.2

Bijlage 2: Specificatie bronnenmateriaal ......................................................................................... 34

7.3

Bijlage 3: Wet- en regelgeving ......................................................................................................... 39

7.4

Bijlage 4: Chronologisch overzicht van achterhaalde indicaties en hun relevantie ......................... 40

7.5

Bijlage 5: Protocol toevalsvondst ..................................................................................................... 51

Projectcode: P04758 Versie: Definitief

Pagina 6

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bovenkamp III VOF te Heerde

1 Inleiding Wie denkt dat alle explosieven uit de Tweede Wereldoorlog al geruimd zijn, heeft het mis. Op veel plaatsen in de Nederlandse bodem liggen nog bommen, granaten, mijnen en andere munitie uit de Tweede Wereldoorlog (1940-1945). Deze ontplofbare oorlogsresten kunnen gevaarlijk zijn, omdat ze door beweging of aanraking alsnog kunnen exploderen. Dit kan dodelijk letsel aan mens en dier, en zware schade aan materieel en milieu tot gevolg hebben. Bovendien zorgt een spontane vondst van munitie vaak voor extra kosten, doordat projecten komen stil te liggen. Het onverwacht aantreffen van munitie en de daarmee samenhangende risico’s en gevaren, vormt de belangrijkste drijfveer voor het opsporen van ontplofbare oorlogsresten. Op dergelijk onderzoek is diverse wet- en regelgeving van toepassing. In de bijlage 3 is de meest relevante wet- en regelgeving uiteengezet. Het voornaamste document waaraan dit vooronderzoek zich conformeert is het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten (hierna CS-VROO).1 In dit onderzoek staat de opsporing van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied Bovenkamp III VOF te Heerde centraal.

In dit afgebakende onderzoeksgebied, zoals te zien op onderstaande kaart, is in opdracht van Civil Works door Xplosure BV, onderdeel van DAGnl, een onderzoek uitgevoerd naar het risico op het aantreffen van mogelijk achtergebleven ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog. Het onderzoeksgebied betreft landelijk gebied nabij woonwijken. Aanleiding voor dit onderzoek is dat er bodemroerende activiteiten zullen plaatsvinden bij de herinrichting van het gebied. Voordat dit project wordt uitgevoerd, is het om bovengenoemde redenen belangrijk en verplicht om na te gaan wat de kans is op het in de bodem aantreffen van ontplofbare oorlogsresten.

Afbeelding 1: Onderzoeksgebied ‘Bovenkamp III VOF te Heerde’

1

Stichting Veilig Omgaan met Explosieve Stoffen (VOMES), Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten (2021), https://www.vomes.nl/certificatie/certificatie-vooronderzoek-en-risicoanalyse-oo/ (geraadpleegd 20 september 2022). Projectcode: P04758 Versie: Definitief

Pagina 7

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bovenkamp III VOF te Heerde

1.1

Stand van zaken

Met behulp van informatie van de branchevereniging Vereniging voor Explosievenopsporing (VEO), is een inventarisatie van eerder uitgevoerde vooronderzoeken in en rondom het onderzoeksgebied gemaakt. Het beperkt zich tot rapportages die volgens de recente wet- en regelgeving zijn uitgevoerd en die het onderzoeksgebied overlappen, doorkruisen of op een andere relevante manier raken. Uit deze inventarisatie is gebleken dat in het verleden geen onderzoeken van derden in of nabij het plangebied zijn uitgevoerd.

Afbeelding 2: VEO Bommenkaart met daarop aangegeven de eerder uitgevoerde onderzoeken.

Projectcode: P04758 Versie: Definitief

Pagina 8

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bovenkamp III VOF te Heerde

1.2

Methode

Volgens het CS-VROO, vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen OO en goedgekeurd door het bestuur van Stichting Veilig Omgaan met Explosieve Stoffen (VOMES), moeten bij het vooronderzoek diverse expertises betrokken zijn. Zoals vereist, zijn dat ook in dit onderzoek de expertises historisch onderzoek, ontplofbare oorlogsresten, luchtfotoanalyse en Geografische Informatiesystemen. In onderstaande tabel is weergegeven welke personen de genoemde expertises vertegenwoordigen. Expertise: Historisch onderzoek Deskundigheid ontplofbare oorlogsresten Luchtfotoanalyse Deskundigheid GIS

Naam: Ruben Kruijs Theo Neijenhuis Ruben Kruijs Ruben Kruijs

Tabel 1: Overzicht van expertises en betrokken personen bij dit onderzoek. In het vooronderzoek wordt allereerst gestart met bronnenonderzoek. Deze analyse vindt plaats op basis van ‘een inventarisatie van een gebeurtenis/informatie over het mogelijk aanwezig zijn van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied (indicaties) en gebeurtenis/informatie over het niet (meer) aanwezig zijn van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied (contra-indicatie).’2 Het resultaat is een chronologische weergave van indicaties en contra-indicaties in het onderzoeksgebied. Een overzicht van de volgens het CS-VROO verplichte en optionele bronnen, de voor dit onderzoek geraadpleegde bronnen, het chronologische overzicht en de bodembelastingkaart zijn te vinden in de bijlagen van dit rapport. Na bovenstaande inventarisatie worden de (contra-)indicaties op betrouwbaarheid en relevantie beoordeeld en geëvalueerd. Daarna wordt gemotiveerd vastgesteld of er in het onderzoeksgebied sprake is van aanwijzingen voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Hierbij worden de eigenschappen van de aangetroffen munitie zoveel mogelijk vastgesteld. Ten slotte wordt het eventuele verdachte gebied zowel horizontaal en verticaal afgebakend en wordt geadviseerd over eventuele vervolgstappen.

Omdat locatieverwijzingen bij het vaststellen van de relevantie van oorlogshandelingen een doorslaggevende rol spelen, is voorafgaand aan het onderzoek gekeken naar de geografische situatie voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. De relevante kaarten zijn in het Geografisch Informatiesysteem ArcGIS Pro op de meest recente topografie geplaatst. Hierdoor kan de historische situatie met een zo minimaal mogelijke afwijking met de meest recente situatie vergeleken worden. De kaart waarvan op de volgende pagina een uitsnede is weergegeven, geeft enkele van de voornaamste topografische herkenningspunten rondom het onderzoeksgebied weer. Dit zijn Heerde, Rijnsburg/Rhijnsburg en Soap Factory. Ook is te zien dat er een spoorweg nabij het onderzoeksgebied loopt.

2

VOMES, ‘Certificatieschema Vooronderzoek’, 16. Projectcode: P04758 Versie: Definitief

Pagina 9

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bovenkamp III VOF te Heerde

1.3

Onderzoeksopzet

Het vooronderzoek heeft volgens het CS-VROO tot doel ‘om te beoordelen of er in het onderzoeksgebied sprake is van aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, en indien deze aanwijzingen er zijn, om het verdachte gebied af te bakenen. Het vooronderzoek bestaat uit zowel het inventariseren als beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Eindresultaat is een rapportage en een bijbehorende bodembelastingkaart ontplofbare oorlogsresten.’ 3 Deze studie focust zich dus op het beoordelen of er in het in onderzoeksgebied sprake is van aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Indien deze aanwijzingen er zijn, wordt het verdachte gebied afgebakend. Om dit doel te bereiken, wordt er uiteindelijk gepoogd een antwoord te formuleren op de volgende vraag: Is er in het onderzoeksgebied ‘Bovenkamp III VOF te Heerde‘ sprake van aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten en hoe is het (on)verdachte gebied af te bakenen? Dit onderzoek bestaat uit drie onderdelen, waarin deelonderwerpen aan bod komen. Bij het beantwoorden van de eerste deelvraag, wordt door middel van literatuurstudie en bronanalyse onderzocht of het onderzoeksgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog betrokken is geweest bij oorlogshandelingen.

De deelvraag die dan wordt beantwoord is: Is het onderzoeksgebied (deels) betrokken geweest bij oorlogshandelingen (indicaties) en is er daardoor sprake van een verhoogd risico op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten, oftewel van verdacht gebied? Het beantwoorden van deze vraag draagt bij aan het maken van een eerste inschatting van het risico op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied. Daarna volgt de tweede deelvraag van dit onderzoek: Zijn er gebeurtenissen te achterhalen die een aanwijzing vormen dat een (mogelijk verdacht) gebied of een deel hiervan als onverdacht kan worden aangemerkt (contra-indicaties)? Er wordt een analyse gemaakt van de gebeurtenissen die de kans op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied verkleinen. Door middel van deze zogenaamde contraindicaties wordt dit risico wellicht ingeperkt. Bij het beantwoorden van de derde deelvraag wordt onderzocht welke eigenschappen de aan te treffen explosieven mogelijk hebben.

De volgende vraag staat hierbij centraal: Wat zijn de te verwachten eigenschappen (hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit, verschijningsvorm) van de mogelijk aanwezige ontplofbare oorlogsresten? Indien de hoofdsoort afwerpmunitie wordt vastgesteld, geldt ook de volgende vraag: Wat is het type ontstekingsinrichtingen en wat is het verwachte aantal? Na het beantwoorden van bovenstaande deelvragen wordt er een antwoord gegeven op de onderzoeksvraag. Aan de hand van de beschreven studie wordt een conclusie geformuleerd. Uiteindelijk wordt er een advies uitgebracht, dat in grote lijnen bestaat uit het wel of niet verder opsporen van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied. Bij dit advies hoort ook een bodembelastingkaart. In de lopende tekst van dit onderzoeksrapport staan alleen de belangrijkste bevindingen vermeld. Aanvullende, uitgebreidere en extra informatie is opgenomen in de bijlagen. Indien dit van toepassing is, wordt er in de lopende tekst verwezen naar de betreffende bijlage.

1.4

Leeswijzer

Het ‘Vooronderzoek conflictperiode (1940-1945)’, waarin de eerste deelvraag wordt beantwoord, is te vinden in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 3 bevat het ‘Vooronderzoek na-conflictperiode (1945-heden)’, met een antwoord op de tweede deelvraag. Daarna volgt een antwoord op de derde deelvraag in de ‘Evaluatie en afbakening (on)verdacht gebied’ (hoofdstuk 4) en ten slotte worden de conclusie en het advies besproken (hoofdstuk 5). In de conclusie wordt een antwoord gegeven op de hoofdvraag. Wanneer er sprake is van aanvullende informatie in de bijlagen, dan wordt hier in de lopende tekst zo specifiek mogelijk naar verwezen.

3

Ibidem, 15. Projectcode: P04758 Versie: Definitief

Pagina 11

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bovenkamp III VOF te Heerde

2 Onderzoek conflictperiode (1940-1945) In het vooronderzoek conflictperiode wordt op basis van bronnenonderzoek vastgesteld of het onderzoeksgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog betrokken is geweest bij oorlogshandelingen. Deze verkenning is nodig om een inschatting te maken van het risico op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten. Eerst worden de uitgangspunten voor de beoordeling van de relevantie van een indicatie toegelicht. Vervolgens wordt tekstueel samengevat welke indicaties er zijn achterhaald. De relevante indicaties worden in bijlage 4 ook in een chronologisch overzicht weergegeven. In dit overzicht wordt ook de herleidbaarheid en relevantie van de indicaties overwogen. De deelvraag die in dit hoofdstuk centraal staat is: Is het onderzoeksgebied (deels) betrokken geweest bij oorlogshandelingen (indicaties) en is er daardoor sprake van een verhoogd risico op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten, oftewel van verdacht gebied?

2.1

Uitgangspunten voor de beoordeling van de relevantie van een indicatie

Bij het beoordelen van de relevantie van achterhaalde informatie of een indicatie, wordt het volgende selectiecriterium uit het CS-VROO toegepast: ‘Indicaties dienen een locatieverwijzing te hebben, aangezien deze essentieel is om te bepalen of de informatie relevant is voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied.’4 Indien een locatieverwijzing niet direct verwijst naar (de directe omgeving van) het onderzoeksgebied op een andere wijze geen directe relatie met het onderzoeksgebied heeft, dan wordt de achterhaalde informatie niet in het rapport opgenomen of als niet relevant beoordeeld. Hierdoor wordt het onderzoek zo feitelijk en relevant mogelijk gehouden.

2.2

Achterhaalde indicaties uit het geraadpleegde bronnenmateriaal

Hieronder wordt per instantie of bronsoort beschreven welke feitelijk herleidbare informatie tijdens het onderzoek is achterhaald. In bijlage 1 is te lezen hoe en wanneer de archieven en bronnen zijn geraadpleegd. In bijlage 4 is een chronologisch overzicht van de achterhaalde indicaties en hun relevantie opgenomen. Een uitgebreid overzicht van geraadpleegde archiefbewaarplaatsen en bronnen is te vinden in bijlage 1 en 2 van dit onderzoeksrapport.

2.2.1

Literatuur

Voor het onderzoeksgebied zijn relevante literatuurbronnen geraadpleegd. Hierbij gaat het zowel om (verplichte) standaardwerken als specifieke regionale en lokale publicaties. In de chronologische tabel in bijlage 4 zijn de bevindingen van deze literatuurstudie uitgebreid geciteerd en beschreven. Ook is de herleidbaarheid en relevantie van elke indicatie beoordeeld. Hieronder is in vier aparte onderdelen te lezen wat er uit de analyse van literatuurbronnen is gebleken. Duitse inval, mei 1940 Tijdens de Duitse inval vonden er geen oorlogshandelingen plaats in of nabij het onderzoeksgebied. Luchtoorlog Uit vluchtrapporten afkomstig uit The National Archives te Londen blijkt dat het spoor nabij het onderzoeksgebied doelwit is geweest van luchtaanvallen. Luchtfotoanalyse toont aan dat er in de buurt van het onderzoeksgebied kraters zichtbaar zijn. Binnen het onderzoeksgebied zijn geen indicaties van oorlogshandelingen aangetroffen. Bevrijdingsperiode, 1944-1945 Tijdens de bevrijdingsperiode hebben er geen gevechten plaatsgevonden in of nabij het onderzoeksgebied.

4

Ibidem, 17. Projectcode: P04758 Versie: Definitief

Pagina 12

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bovenkamp III VOF te Heerde

2.2.2

Gemeentelijk archief

In het archief van de gemeente Heerde, te vinden in het Streekarchief Epe, Hattem en Heerde, zijn onder andere de stukken van de luchtbeschermingsdienst, de stukken over aangetroffen/geruimde ontplofbare oorlogsresten en de oorlogsschaderapporten geraadpleegd. Deze analyse heeft aangetoond dat er geen indicaties zijn gevonden van oorlogshandelingen binnen het plangebied. Wel is er informatie naar boven gekomen over de omgeving. Daarnaast is in het onderzoek in het gemeentearchief afgestemd op de locatiespecifieke omstandigheden. Om deze reden is er ook gezocht naar stukken die iets zeggen over onder andere ruimingen van verdedigingswerken en politie- en brand(schade)rapporten.

2.2.3

Provinciaal archief

In het provinciaal archief van de provincie Gelderland is onderzoek verricht in de relevante archieven van het Militair Gezag, stukken van de luchtbeschermingsdienst, stukken over aangetroffen/geruimde ontplofbare oorlogsresten en oorlogsschaderapporten. Tijdens het raadplegen van deze stukken zijn geen indicaties gevonden van oorlogshandelingen binnen het onderzoeksgebied.

2.2.4

Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) Amsterdam

In het NIOD is ten eerste de ‘Collectie Departement van Justitie (toegangsnummer 216k)’ geraadpleegd. Hierin bevinden zich processen-verbaal met betrekking tot bomafwerpingen en andere luchtoorlog gerelateerde gebeurtenissen in een aantal Nederlandse gemeenten. Daarnaast is de ‘Collectie Generalkommissariat für das Sicherheitswesen – Höhere SS- und Polizeiführer Nord-West (toegangsnummer 077)’ geraadpleegd, waarin zich een relatief compleet overzicht bevindt van bomafwerpingen en andere luchtoorlog gerelateerde gebeurtenissen op Nederlands grondgebied in de periode september 1940 – april 1941. Er zijn bij deze analyse geen aanwijzingen gevonden van oorlogshandelingen binnen het onderzoeksgebied.

2.2.5

Nationaal Archief Den Haag

De collectie ‘Binnenlandse Zaken (toegangsnummer 2.04.53.15)’ is in het Nationaal Archief geraadpleegd. Hierin zijn de berichten van gemeenten aan de Rijksinspectie Luchtbescherming te Den Haag in de periode 1940-1943 ontsloten. Het resultaat is dat er geen indicaties van oorlogshandelingen binnen het onderzoeksgebied zijn aangetroffen. Daarnaast zijn in het Bunkerarchief zogenaamde Blok- en overzichtskaarten geraadpleegd. Er is onderzocht of er binnen het onderzoeksgebied sprake was van Duitse militaire infrastructuur. Hieruit is niet gebleken dat er verdedigingswerken aanwezig waren binnen het onderzoeksgebied.

2.2.6

Explosieven Opruimingsdienst Defensie – Semi-Statisch Informatiebeheer

Het archief van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) te Soesterberg is geraadpleegd. Hier is eerst de database met meldingen uit de periode 1971-2010 bekeken. MORA/UO’s op deze Excel-lijst die mogelijk relevant zijn voor het onderzoeksgebied, zijn vervolgens opgevraagd bij de EODD. Ook de MORA/UO’s die worden bewaard in het Semi-Statisch Informatiebeheer zijn hier geraadpleegd. Ook de database met uitgewerkte UO’s van 2010 tot heden zijn geraadpleegd. Helaas is tot heden nog geen antwoord binnengekomen op de MORA aanvraag, ondanks meerdere verzoeken. Hierdoor is de selectie MORA’s gelimiteerd tot de kennis de Xplosure al in eigen archief aanwezig heeft. In het SIB is ook het archief van de Mijnen Munitieopruimingsdienst (MMOD) geraadpleegd. In deze collectie zijn de munitieruimingen in de periode 1945-1947 ontsloten. Aan de hand van de mijnenveldkaarten van de EOD is geanalyseerd of ter plaatse van het onderzoeksgebied mijnenvelden of op mijnen verdachte gebieden hebben gelegen. Aangezien dit niet het geval is zijn de bijbehorende mijnruimrapportages niet geraadpleegd. Een overzicht van de voor dit onderzoek relevante ruimingen is te vinden in de bijlage 2. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede zichtbaar van de geraadpleegde mijnenkaart . Het onderzoeksgebied is hierop inzichtelijk gemaakt.

Projectcode: P04758 Versie: Definitief

Pagina 13

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bovenkamp III VOF te Heerde

Afbeelding 3: Een uitsnede van de relevante mijnenkaart waarop zichtbaar is dat er geen mijnenvelden zijn aangegeven in de omgeving van het onderzoeksgebied. Wel liggen er mijnenvelden langs de IJssel.

Afbeelding 4: Een kaart waarop de beschikbare ruimingen in de omgeving van het onderzoeksgebied inzichtelijk zijn gemaakt. De vondst naast het onderzoeksgebied is zeer waarschijnlijk tijdens de realisatie van de nieuwbouwwijk gedaan. Het lijkt om een verzameling vondsten te gaan waardoor de exacte vindplaatsen niet herleidbaar zijn.

Projectcode: P04758 Versie: Definitief

Pagina 14

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bovenkamp III VOF te Heerde

2.2.7

Nederlands Instituut voor Militaire Historie, collectie 409, 492 en 575

In het NIMH zijn de collectie ‘Gevechtsverslagen en rapporten mei 1940’ met collectienummer 409, de collectie 492 ‘De strijd op Nederlands grondgebied tijdens de Wereldoorlog II en de collectie ‘Duitse verdedigingswerken in Nederland en rapporten van het Bureau Inlichtingen te Londen (1940-1945)’ met collectienummer 575 geraadpleegd. Hierbij zijn geen indicaties van oorlogshandelingen binnen het onderzoeksgebied aangetroffen.

2.2.8

The National Archives (TNA) Londen, Verenigd Koninkrijk

De geallieerden maakten tijdens de Tweede Wereldoorlog onder andere gebruik van het zogenaamde ‘Nord de Guerre’ coördinatenstelsel. De gegevens (eventueel met coördinaten) uit internationaal bronnenmateriaal zijn door middel van geallieerde stafkaarten en met behulp van ArcGIS herleidbaar naar een specifieke locatie. De kaartvierkanten hebben een oppervlakte van een vierkante kilometer. Op onderstaande afbeelding zijn de hier gebruikte kaartvierkanten uit het ‘Nord de Guerre’ coördinatenstelsel te zien.

Afbeelding 5: Relevante ‘Nord de Guerre’ vierkanten op en rondom het onderzoeksgebied.

2.2.9

Bundesarchiv-Militärarchiv (BAMA), Freiburg, Duitsland

De collectie ‘Lageberichte’ van de Luftwaffenführungsstab Ic bevat meldingen over bomafwerpingen op Nederlands grondgebied in de periode 10 mei 1940 – 10 november 1941. Uit het raadplegen van deze collectie zijn geen indicaties van oorlogshandelingen binnen het onderzoeksgebied naar boven gekomen.

2.2.10 National Archives and Record Administration (NARA) Verenigde Staten Aangezien er geen duidelijke indicaties zijn dat het onderzoeksgebied is getroffen door luchtaanvallen met afwerpmunitie, uitgevoerd door de United States Army Air Forces, is er in het NARA geen aanvullend bronnenonderzoek gedaan. De collectie ‘Mission Reports’ (‘World War II Combat Operations Reports 1941-1946’; Record Group 18). is geraadpleegd.

Projectcode: P04758 Versie: Definitief

Pagina 15

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bovenkamp III VOF te Heerde

2.2.11 Library and Archives Canada (LAC), Ottawa, Canada Aangezien uit het overige bronnenmateriaal is gebleken dat Canadese landmachteenheden niet bij oorlogshandelingen in de directe omgeving van onderzoeksgebied betrokken waren, zijn relevante War Diaries (oorlogsdagboeken) van de betreffende eenheden niet geraadpleegd.

2.2.12 Websites De volgende online-databases zijn geraadpleegd: SGLO Crash Database, Vergeltungswaffen.nl en Delpher. Uit deze inspanning is gebleken dat er geen indicaties zijn aangetroffen voor het onderzoeksgebied of de directe omgeving.

2.2.13 Kadaster Zwolle Via het Kadaster is (historisch) kaartmateriaal geraadpleegd. Dit betreft geallieerde stafkaarten, ‘Defence Overprints’ en historische topografische kaarten Kadaster. Met deze kaarten kunnen ook de naoorlogse veranderingen binnen het onderzoeksgebied worden geïnventariseerd (zie hoofdstuk 3). De kaarten zijn in ArcGIS op de huidige topografische situatie geplaatst. Hieruit blijkt dat het onderzoeksgebied niet bebouwd was en niet van strategisch belang was.

2.2.14 Luchtfotocollecties Er is een inventarisatie gemaakt van de beschikbare luchtfoto’s betreffende de data waarop oorlogshandelingen in het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden. De inventarisatie is gemaakt aan de hand van de volgende luchtfotocollecties: The National Collection of Aerial Photography (NCAP, voormalig The Aerial – Reconnaissance Archives (TARA)) te Edinburgh Scotland, Wageningen UR te Wageningen, Kadaster te Zwolle, Laurier Military History Achive (LMH), Waterloo (Canada) en National Archives and Records Administration (NARA), College Park (MD, Verenigde Staten). Voor een nauwkeurige analyse is in deze collecties gezocht naar luchtfoto’s die zowel kort voor als vlak na relevante oorlogshandelingen zijn genomen. Bij de selectie is gelet op dekking en kwaliteit. De geselecteerde luchtfoto’s zijn in ArcGIS Pro op de huidige topografische/geografische situatie geplaatst. Vervolgens zijn de afbeeldingen geanalyseerd op aanwijzingen voor mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Hieronder volgt een opsomming van de belangrijkste resultaten en bevindingen. De geselecteerde luchtfoto’s dekken de gevonden relevante data waarop aanvallen zijn uitgevoerd op het spoor in de omgeving van het onderzoeksgebied.

De laatste aanval op het spoor vond plaats op 7 april 1945, om deze aanval te analyseren is een luchtfoto van slechts een paar dagen later (10 april 1945) gebruikt. Op de geraadpleegde luchtfoto’s zijn geen verstoringen waargenomen binnen het onderzoeksgebied. Wel zijn er nabij het onderzoeksgebied een tweetal kraters zichtbaar. Deze zijn zeer waarschijnlijk afkomstig van de aanval op 6 februari, waarbij 8 x 250 lbs bommen werden afgeworpen door Spitfires. De waarneming van een tweetal kraters suggereert dat deze door hetzelfde toestel zijn afgeworpen en dat er geen blindgangers aanwezig in het patroon. Tevens loopt het patroon langs en dus niet richting het onderzoeksgebied.

2.3

Conclusie vooronderzoek conflictperiode (1940-1945)

Uit bovenstaande bevindingen blijkt dat er ondanks de oorlogshandelingen in de omgeving, er geen indicaties zijn achterhaald die suggereren dat het onderzoeksgebied hierbij betrokken is geweest. Dit omdat er volgens de luchtfotoanalyse geen indicatie is dat het onderzoeksgebied getroffen is bij de bombardementen op het spoor. Hierdoor geldt er geen feitelijk aantoonbaar verhoogd risico op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten binnen het onderzoeksgebied.

Projectcode: P04758 Versie: Definitief

Pagina 16

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bovenkamp III VOF te Heerde

3 Onderzoek na-conflictperiode (1945-heden) Soms hebben er in een onderzoeksgebied na de Tweede Wereldoorlog naoorlogse bodemingrepen (grondroerende handelingen) plaatsgevonden die de kans op aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten beïnvloeden. Het gaat hierbij om bezigheden als ontgravingen, de aanleg van (water)wegen, agrarische activiteiten, het aanleggen van kabels en leidingen, bouw van opstallen, et cetera. Er mag worden aangenomen dat eventuele aangetroffen oorlogsresten zijn gemeld en geruimd. Na het benoemen van de uitgangspunten voor de beoordeling van de relevantie van deze contra-indicaties, wordt uiteengezet welke contra-indicaties zijn achterhaald en relevant zijn. Aan het eind van dit hoofdstuk wordt de bijbehorende deelvraag beantwoord: Zijn er gebeurtenissen te achterhalen die een aanwijzing vormen dat een (mogelijk verdacht) gebied of een deel hiervan als onverdacht kan worden aangemerkt (contra-indicaties)?

3.1

Uitgangspunten voor de beoordeling van de relevantie van een contra-indicatie

Ook bij het beoordelen van de relevantie van contra-indicaties wordt het selectiecriterium uit het CS-VROO toegepast: ‘Contra-indicaties dienen een locatieverwijzing te hebben, aangezien deze essentieel is om te bepalen of de informatie relevant is voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied.’5 Indien een locatieverwijzing niet direct verwijst naar (de directe omgeving van) het onderzoeksgebied op een andere wijze een relatie met het onderzoeksgebied heeft, dan wordt de achterhaalde informatie niet in het rapport opgenomen of als niet relevant beoordeeld. Hierdoor wordt het onderzoek zo feitelijk mogelijk gehouden.

3.2

Achterhaalde contra-indicaties uit het geraadpleegde bronnenmateriaal

Hieronder wordt per instantie of bronsoort beschreven of er informatie over naoorlogse bodemingrepen is achterhaald. Vervolgens wordt uiteengezet welke informatie dat dan is. Een uitgebreide bronnenlijst is te vinden in bijlage 1 en 2 van dit onderzoeksrapport.

3.2.1

Literatuur en online informatie

Uit online informatie blijkt dat de locatie nog steeds landelijk gebied betreft. Het betreft weilanden waarbij geen grondroeringen zijn achterhaald.

3.2.2

Gemeentelijk archief

Er zijn geen gegevens over relevante naoorlogse ontwikkelingen (contra-indicaties) gevonden.

3.2.3

Krantenberichten

In het kader van het onderzoek naar contra-indicaties in de vorm van explosievenruimingen over de periode 1940-1972 is gezocht naar krantenberichten via de online zoekmachine Delpher. Hier zijn geen relevante berichten over explosievenruimingen in het onderzoeksgebied gevonden. Daarnaast is er gezocht in de verzameling krantenknipsels uit het archief van de Hulpverleningsdienst (Nationaal Archief, toegang 2.04.110). Hierbij is geen informatie aangetroffen over het onderzoeksgebied.

3.2.4

Beeldvergelijking

De geraadpleegde luchtfoto’s zijn tevens gebruikt voor een analyse van het onderzoeksgebied. Via een beeldvergelijking worden de naoorlogse veranderingen zichtbaar op de volgende afbeelding. Uit deze beeldvergelijking blijkt dat er maar weinig veranderingen hebben plaatsgevonden binnen het onderzoeksgebied. Wel is de omgeving van het onderzoeksgebied veranderd, zo is er veel nieuwe bebouwing zichtbaar. Bij de bouw van de wijk grenzend aan het onderzoeksgebied zijn munitieartikelen aangetroffen. 5

Ibidem. Projectcode: P04758 Versie: Definitief

Pagina 21

Bron:Esri Nederland, beeldmateriaal.nl; Esri Nederland, Community Map Contributors

Legenda [=i Onderzoeksgebied Value

234

Beeldvergelijking 15/3/1945 - nu Value

255

0

255

Value

Kenmerk: P04578 Datum: 19-1-2023

255

Schaal: 1 :4.000

0

Coörd.: RD New Formaat: A3 Steller: RK Opdrachtgever: Civil Works

0 ONDERDEEL VAN

DRCinL.

DE ADVIESGROEP

.AN()

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bovenkamp III VOF te Heerde

3.2.5

Kadaster Zwolle

In het Kadaster is naoorlogs kaartmateriaal geraadpleegd, met als doel het inventariseren van naoorlogse ruimtelijke ontwikkelingen. Het relevante kaartmateriaal is in ArcGIS Pro op de huidige topografische situatie geplaatst. Op onderstaande afbeeldingen is te zien dat er ontwikkelingen plaats hebben gevonden nabij het onderzoeksgebied. Het onderzoeksgebied zelf blijft veelal hetzelfde. De omgeving is op de eerste kaart erg landelijk. Er bevinden zich een aantal huizen in de buurt maar het merendeel bestaat uit weiland. Door de jaren heen is er steeds meer bebouwing zichtbaar in de omgeving. Op de kaart van 2014 begint de bouw van een nieuwe woonwijk grenzend aan het onderzoeksgebied zichtbaar te worden. Op de kaart van 2021 is te zien dat er een groot aantal huizen nu grenzen aan het onderzoeksgebied. Het onderzoeksgebied zelf is door de jaren heen amper veranderd.

Projectcode: P04758 Versie: Definitief

Pagina 23

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bovenkamp III VOF te Heerde

3.2.6

Ondergrondse infrastructuur

Ten behoeve van het in kaart brengen van contra-indicaties, is in januari 2023 door Xplosure een KLIC-melding gedaan bij het Kadaster te Zwolle. De verzamelkaart van de KLIC-melding is middels ArcGIS Pro op de huidige topografie geplaatst, waardoor in beeld is gebracht waar er zich ondergrondse infrastructuur Vermeld dient te worden dat de van het Kadaster ontvangen en verwerkte gegevens over ondergrondse infrastructuur een geldigheidsduur hebben van maximaal 20 werkdagen na aanvraag. Resultaat van deze KLIC-melding is de wetenschap dat er zich binnen het te bewerken gebied, aangrenzend aan de straat, op zeer beperkte schaal ondergrondse infrastructuur bevindt. Binnen het onderzoeksgebied is verder geen ondergrondse infrastructuur bekend.

Afbeelding 6: Ondergrondse infrastructuur in en rondom het onderzoeksgebied.

Projectcode: P04758 Versie: Definitief

Pagina 26

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bovenkamp III VOF te Heerde

3.3

Conclusie vooronderzoek na-conflictperiode (1945-heden)

Uit diverse bronnen blijkt dat het onderzoeksgebied geen aanzienlijke veranderingen is ondergaan. Er zijn geen indicaties van ontwikkelingen met mogelijke naoorlogse bodemwerkzaamheden waarbij eventueel aangetroffen ontplofbare oorlogsresten zouden zijn gemeld en geruimd. Wel is er nabij het onderzoeksgebied een woonwijk gerealiseerd waarbij er wel een munitievondst is gedaan..

Projectcode: P04758 Versie: Definitief

Pagina 27

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bovenkamp III VOF te Heerde

4 Evaluatie en afbakening (on)verdacht gebied In voorgaande hoofdstukken is onderzocht of er zogenaamde indicaties en/of contra-indicaties in het onderzoeksgebied zijn aan te wijzen. De resultaten van dit onderzoek zouden naar de volgende vraag moeten leiden: Wat zijn de te verwachten eigenschappen (hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit, verschijningsvorm) van de mogelijk aanwezige ontplofbare oorlogsresten? Indien de hoofdsoort afwerpmunitie wordt vastgesteld, geldt ook de volgende vraag: Wat is het type ontstekingsinrichtingen en wat is het verwachte aantal? In voorgaande hoofdstukken is echter gebleken dat er op basis van het bestudeerde bronnenmateriaal geen aanwijzingen zijn voor het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied. In onderstaande paragrafen wordt deze aanname weliswaar verder gespecificeerd, maar de te verwachten eigenschappen van de mogelijk aanwezige ontplofbare oorlogsresten worden logischerwijs buiten beschouwing gelaten.

4.1

Evaluatie afweging indicaties en contra-indicaties

Er zijn geen risico-verhogende indicaties gevonden. Hierdoor wordt het gebied als onverdacht beschouwd.

4.2

Horizontale en verticale afbakening (on)verdacht (deel)gebied

Aangezien er geen aanleiding is gevonden om het gebied als verdacht te beschouwen, wordt het gehele gebied als onverdacht beschouwd.

4.3

Mogelijk aan te treffen munitieartikelen

Het onderzoeksgebied is onverdacht, er worden dus geen munitieartikelen verwacht.

Projectcode: P04758 Versie: Definitief

Pagina 28

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bovenkamp III VOF te Heerde

5 Conclusie De intentie van deze studie was te achterhalen of er in het onderzoeksgebied ‘Bovenkamp III VOF te Heerde’ sprake is van aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten en hoe het (on)verdachte gebied is af te bakenen. Om tot een gefundeerd en onderbouwd antwoord op dit vraagstuk te komen, is allereerst geanalyseerd of het onderzoeksgebied (deels) betrokken is geweest bij oorlogshandelingen (indicaties) en of er daardoor sprake is van een verhoogd risico op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten, oftewel van verdacht gebied. Vervolgens is er gepoogd de gebeurtenissen te achterhalen die een aanwijzing vormen dat een (mogelijk verdacht) gebied of een deel hiervan als onverdacht kan worden aangemerkt (contra-indicaties). Ten slotte is door middel van een grondige bronanalyse uiteengezet wat de te verwachten eigenschappen (hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit, verschijningsvorm) van de mogelijk aanwezige ontplofbare oorlogsresten zijn. Op basis van de bevindingen kan er allereerst worden geconcludeerd dat er geen indicaties zijn gevonden waardoor het onderzoeksgebied als verdacht beschouwd zou moeten worden op ontplofbare oorlogsresten.

De volgende vraag vormde het uitgangspunt van dit onderzoek: Is er in het onderzoeksgebied ‘Bovenkamp III VOF te Heerde’’ sprake van aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten en hoe is het (on)verdachte gebied af te bakenen? Deze vraag is na het uitvoeren van bovenstaand onderzoek als volgt te beantwoorden: In het onderzoeksgebied ‘Bovenkamp III VOF te Heerde’ is geen sprake van aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Het gehele onderzoeksgebied is daarom als onverdacht aangemerkt.

Afbeelding 7: Bodembelastingkaart ‘Bovenkamp III VOF te Heerde.’

Projectcode: P04758 Versie: Definitief

Pagina 29

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bovenkamp III VOF te Heerde

5.1

Leemten in kennis

Uiteraard is er altijd sprake van bepaalde factoren die (de diepgang van) het onderzoek beïnvloeden. Zo is er ook in dit onderzoek sprake van leemte in kennis, namelijk dat bepaalde indicaties die zijn aangetroffen in literatuur, archiefstukken en meldingsrapportages van de EOD niet te herleiden zijn naar een specifieke locatie. Deze indicaties zijn daarom als niet herleidbaar aangemerkt. De MORA meldingen zijn niet volledig. De betreffende MORA’s zijn meermaals opgevraagd maar hier is tot heden geen antwoord op gekomen. Hierdoor zijn de geraadpleegde MORA’s helaas beperkt tot hetgeen dat al tot onze beschikking was.

5.2

Advies

Op basis van de hierboven uiteengezette conclusies van dit onderzoek, adviseert Xplosure om het ‘Protocol Toevalsvondst’ te hanteren. Dit protocol is te vinden in de bijlagen van dit rapport en is verbonden aan het projectnummer van dit onderzoek en bijbehorend onderzoeksgebied. Wanneer munitie of munitiegelijkende objecten worden aangetroffen, wordt geadviseerd om de werkzaamheden stil te leggen en de politie van de vondst op de hoogte te stellen. Indien dit protocol door het onverhoopt aantreffen van munitie(gelijkende) vondsten in werking is getreden, moet worden bekeken of voortzetting/uitbreiding van het opsporingsproces wenselijk is.

Projectcode: P04758 Versie: Definitief

Pagina 30

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bovenkamp III VOF te Heerde

6 Bronnenlijst 6.1

Primaire bronnen

Zie bijlage 1 en 2 voor de verantwoording en specificatie van het primair bronnenmateriaal.

6.2

Secundaire bronnen/literatuur

Amersfoort, H., en P. Kamphuis (red.), Mei 1940. De Strijd op Nederlands grondgebied (4e druk) (Den Haag 2021). Bollen, Hen (e.a.), Canadezen in actie. Nederland najaar '44 - voorjaar '46 (z.p, 1994); Christ, Peter, Gelderland Bevrijd (Vlissingen, 1993); Eversteijn, T., ‘Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945’ (niet gepubliceerd). Foreman, J., The Fighter Command War Diaries: July 1944 to May 1945 (2004). Huurman, C., Het spoorwegbedrijf in oorlogstijd, 1939-’45 (Eindhoven 2001). Klep, C., en B. Schoenmaker, De bevrijding van Nederland 1944-1945. Oorlog op de flank (Den Haag 1995). Middelbrook, M., en C. Everitt, Bomber Command War Diaries: An Operational Reference Book 1939-1945 (2014). Molenaar, F.J., De luchtverdediging in de meidagen 1940 (2 delen, 's-Gravenhage 1970). Nierstrasz, V.E. (red.), De strijd op Nederlands grondgebied tijdens de Wereldoorlog II (Diverse delen, ’sGravenhage 1952-1963). Noordman, W., ‘Heerde 1940-1945’ (Heerde, 1988); Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, Besluit van 28 november 2019 tot wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit (...), Staatsblad 471 (november 2019). Stichting Veilig Omgaan met Explosieve Stoffen, Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (versie 2020-02).

Veldheer, P., ‘Daar komen de Canadezen!’ (Arnhem, 1982); Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil. Kroniek van een luchtoorlog (Drie delen, Den Haag, 1990-1992).

Projectcode: P04758 Versie: Definitief

Pagina 31

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bovenkamp III VOF te Heerde

7 Bijlagen 7.1

Bijlage 1: Verantwoording bronnenmateriaal en wijze van raadplegen

Bronnen:

Geraadpleegd:

Literatuur Gemeentearchief en provinciaal archief Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) Nationaal Archief te Den Haag Semi-statisch Informatie Beheer Ministerie Defensie te Rijswijk Explosieven Opruimingsdienst Defensie Luchtfotocollectie Wageningen UR, Kadaster en Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland te Edinburgh Krantenberichten Nederlands Instituut voor Militaire Historie, collectie 575 The National Archives te London, gegevens aangaande luchtaanvallen door Royal Air Force Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg Kadaster (naoorlogs kaartmateriaal) Nederlands Instituut voor Militaire Historie, collectie 409 The National Archives London, gegevens aangaande artilleriebeschietingen National Archives and Record Administration II (NARA II at College Park (VS)) Getuigenverklaringen Kadaster (naoorlogs kaartmateriaal)

Verplicht: ✓ ✓ ✓ ✓ ✓

Optioneel: Ja Ja Ja Ja Ja

✓ ✓

Ja Ja

✓ ✓ ✓

Ja Ja Ja

✓ ✓ ✓ ✓

Ja Ja Nee Nee

✓

Nee

✓

Nee Ja

✓

Tabel 2: Overzicht van verplicht en optioneel te raadplegen bronnen, zoals vermeld in het CS-VROO. Bronnen: Laurier Military History Archive te Waterloo (Canada) Library and Archives Canada te Ottawa (Canada) Tabel 3: Overzicht van geraadpleegde bronnen, niet vermeld in het CS-VROO. Bronnen: Literatuur Gemeentearchief en provinciaal archief Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) Nationaal Archief te Den Haag Semi-statisch Informatie Beheer Ministerie Defensie te Rijswijk Explosieven Opruimingsdienst Defensie Luchtfotocollectie Wageningen UR, Kadaster en Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland te Edinburgh Projectcode: P04758 Versie: Definitief

Pagina 32

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bovenkamp III VOF te Heerde

Krantenberichten Nederlands Instituut voor Militaire Historie, collectie 575 The National Archives te London, gegevens aangaande luchtaanvallen door Royal Air Force Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg Kadaster (naoorlogs kaartmateriaal) Nederlands Instituut voor Militaire Historie, collectie 409 The National Archives London, gegevens aangaande artilleriebeschietingen National Archives and Record Administration II (NARA II at College Park (VS)) Getuigenverklaringen Kadaster (naoorlogs kaartmateriaal) Tabel 4: Overzicht van geraadpleegde bronnen

Projectcode: P04758 Versie: Definitief

Pagina 33

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bovenkamp III VOF te Heerde

7.2

Bijlage 2: Specificatie bronnenmateriaal

Gemeentearchief en provinciale archief Volgens het CS-VROO dienen in het gemeentearchief in ieder geval de stukken van de luchtbeschermingsdienst, de stukken over aangetroffen/geruimde ontplofbare oorlogsresten en de oorlogsschaderapporten te worden geraadpleegd. In het provinciaal archief zijn met name de stukken van het Militair Gezag relevant. Indien noodzakelijk, wordt in beide archieven ook gezocht naar aanwijzingen voor contra-indicaties. Gelders Archief 1037 Militair Gezag in Gelderland Inv.nr. Omschrijving 62 Stukken betreffende oorlogsschade en de uitkeringen van verzekeringen, 1944-1945 191 Stukken betreffende het opruimen van mijnen en munitie, 1945. 211 Stukken betreffende de vergoeding van oorlogsschade, uitkeringen aan oorlogsslachtoffers en verzekeringsaangelegenheden, 1945. 325 Stukken betreffende brandweer, mijnopruiming en luchtbescherming, 1945. 433 Oorlogsschade, 1945. 564 Rapporten, 1945. 572 Stukken betreffende luchtbescherming, brandweer en mijnopruiming, 1945. Tabel 5: Overzicht van de geraadpleegde bronnen in het Gelders Archief.

Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) 077 Generalkommissariat für das Sicherheitswesen (Höhere SS- und Polizeiführer Nord-West), (1938) 1940-1945 Inv.nr.: Omschrijving 1328 Dagberichten van de Befehlshaber der Ordnungspolizei Den Haag betreffende vijandelijke luchtaanvallen, 1940-1941 1759 Berichtgevingen betreffende neergekomen vliegtuigen, 1943 Tabel 6: Overzicht van de geraadpleegde bronnen in het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie.

Projectcode: P04758 Versie: Definitief

Pagina 34

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bovenkamp III VOF te Heerde

216K Departement van Justitie, (1935) 1940-1945 (1950) Inv.nr.: Omschrijving Rapporten van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politiekorpsen en de Marechaussee 180 inzak het geven van het sein luchtalarm, het neerstorten van vliegtuigen en de vondst van nietontplofte explosieven, 23 juni 1943 – 28 april 1944 181 Processen-verbaal van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politie en Marechaussee met betrekking tot vijandelijke vliegtuigen, bomaanvallen en ontploffingen in verschillende gemeenten: Aalsmeer-Apeldoorn. 182 Processen-verbaal van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politie en Marechaussee met betrekking tot vijandelijke vliegtuigen, bomaanvallen en ontploffingen in verschillende gemeenten: Arcen-Arnhem. 183 Processen-verbaal van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politie en Marechaussee met betrekking tot vijandelijke vliegtuigen, bomaanvallen en ontploffingen in verschillende gemeenten: Baarn-Burgh. 184 Processen-verbaal van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politie en Marechaussee met betrekking tot vijandelijke vliegtuigen, bomaanvallen en ontploffingen in verschillende gemeenten: Capelle a/d IJssel-Dwingeloo.

Processen-verbaal van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politie en Marechaussee met 185 betrekking tot vijandelijke vliegtuigen, bomaanvallen en ontploffingen in verschillende gemeenten: Echt-Zwolle Meldingen van verschillende gemeenten betreffende ongevallen, beschietingen, bombardemen186 ten en het afwerpen van (lege) benzinetanks door vliegtuigen Tabel 7: Overzicht van de geraadpleegde bronnen in het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie. Nationaal Archief te Den Haag In het Nationaal Archief zijn onderstaande archieven geraadpleegd. Indien mogelijk is er specifiek gezocht naar stukken over de betreffende provincie en de directe omgeving van het onderzoeksgebied. 2.04.53.15 Inspectie Bescherming Bevolking Luchtaanvallen Inv.nr.: Omschrijving 69-79 Meldingen en proces-verbaal ontvangen van gemeenten over geallieerde luchtactiviteiten, 1940-1941

Tabel 8: Overzicht van de geraadpleegde bronnen in het Nationaal Archief Den Haag. 2.13.210 Ministerie van Defensie: Commissie van Proefneming Inv.nr.: Omschrijving 23 Staten houdende opgaven van plaatsen waar mogelijk onontplofte projectielen zijn gevonden, die wel of niet geruimd zijn, 1940. Tabel 9: Overzicht van de geraadpleegde bronnen in het Nationaal Archief Den Haag. 2.13.71 Archieven van het Ministerie van Defensie te Londen 1940-1941 – Ministerie van Oorlog te Londen [1941-1945]; Departement van Oorlog: Bureau Londen [1945-1947], (1933) 1940-1947 (1974) Inv.nr.: Omschrijving 1788-2107 1846 provincie Gelderland. 1943-1945 Tabel 10: Overzicht van de geraadpleegde bronnen in het Nationaal Archief Den Haag.

Projectcode: P04758 Versie: Definitief

Pagina 35

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bovenkamp III VOF te Heerde

Semistatische archiefdiensten (SSA) Ministerie Defensie te Rijswijk Het SSA beschikt nog over het archief van de Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD). Deze dienst was in de periode 1945-1947 verantwoordelijk voor het opruimen van mijnen en achtergelaten munitie. Archief Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) Inv.nr.: Omschrijving: Doos 43 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 43 A t/m B Doos 44 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 44 B t/m E Doos 45 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 45 E t/m G Doos 46 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 46 G t/m H Doos 47 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 47 H t/m K Doos 48 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 48 K t/m L Doos 49 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 49 M t/m N Doos 50 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 50 N t/m O Doos 51 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 51 P t/m S Doos 52 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 52 S t/m U Doos 53 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 53 V t/m W Doos 54

Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 54 W Doos 55 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 55 W t/m Z Tabel 11: Overzicht van de geraadpleegde bronnen in het SSA. Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) De collectie ‘Duitse verdedigingswerken in Nederland en rapporten van het Bureau Inlichtingen te Londen (1940–1945)’ met collectienummer 575 dient te worden geraadpleegd. De collectie ‘Gevechtsverslagen en rapporten mei 1940’ met collectienummer 409 hoeft enkel te worden geraadpleegd indien uit raadpleging van de verplichte bronnen blijkt dat er indicaties zijn dat grondgevechten hebben plaatsgevonden in de periode mei 1940. Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) De EOD is eigenaar van twee archieven: het ‘Mijnenveldregister’ en het archief met de ‘Uitvoeringsopdrachten’ (UO’s), ook betiteld als ‘Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening’ (MORA), de ruimrapporten. Er zijn in de nabije omgeving twee ruimingen bekend in het materiaal dat Xplosure tot beschikking had. Dit is helaas onvolledig omdat ondanks meerdere aanvragen de gevraagde MORA’s tot heden niet zijn geleverd.

Meldings- en ruimgegevens van verdachte objecten/ontplofbare oorlogsresten (1971-2022) Nummer: Locatie: Aangetroffen: 20192230001 Ten Veldhuize 58 1 x Scherfhandgranaat; No 36 MILLS; 1 x Handgranaat ontsteker; MKII; 1 x Oefenbrisantgranaatpatroon; 3cm M-Geschoss; 3 x KKM; 1 x Rookgranaat; 105mm met tijdschokbuis M54 (Verschoten); 1 x Granaatkartets; 75mm (Verschoten); 1 x Brisantgranaat; 45mm (niet verschoten); 1 x Scherfhandgranaat; MKII 20141701 Elburgerweg 1 x Brisantgranaat 10,5 cm Gr 348 zonder ontsteker (versch., Dui.). Tabel 12: Overzicht van de geraadpleegde bronnen in het archief van de EODD. Op basis van het bovenstaande overzicht dient gesteld te worden dat er in de omgeving van het onderzoeksgebied in de periode 1971 – 2021 vondsten van Ontplofbare Oorlogsresten zijn gedaan. Er zijn echter geen indicaties die erop wijzen dat soortgelijke vondsten in het onderzoeksgebied verwacht kunnen worden. The National Archives te Londen In The National Archives is onderzoek verricht naar verschillende stukken van de Royal Air Force, War Diaries van grondtroepen en Daily Logs van de geallieerde Second Tactical Air Force.

Projectcode: P04758 Versie: Definitief

Pagina 36

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bovenkamp III VOF te Heerde

AIR37 Air Ministry: Allied Expeditionary Air Force, later Supreme Headquarters Allied Expeditionary Force (Air), and2nd Tactical Air Force: Registered Files and Reports Inv.nr.: Omschrijving: 714 2nd Tactical Airforce: Daily log: July.- August 1944 715 2nd Tactical Airforce: Daily log: Sept.- Oct. 1944 716 2nd Tactical Airforce: Daily log: Nov.- Dec. 1944 717 2nd Tactical Airforce: Daily log: Jan.- Feb. 1945 718 2nd Tactical Airforce: Daily log: Mar.- May 1945 Tabel 13: Overzicht van de geraadpleegde bronnen in The National Archives. Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg In het Bundesarchiv-Militärarchiv is de collectie Lagerberichte van de Luftwaffenführungsstab geraadpleegd, die melden bevat over bomafwerpingen op Nederlands grondgebied in de periode 10 mei 1940 tot 10 november 1941. Luchtfotocollecties Wageningen UR, Kadaster en RCAHMS (NCAP) De beschikbare relevante luchtfoto’s zijn geïnventariseerd en door middel van ArcGIS Pro op de juiste locatie gelegd en bestudeerd. Opnamedatum:

Sortienummer:

15-03-1945 10-04-1045 9-7-1945

4-1984 4-2247 3G-TUD-S089

Beeldnummers: 3134 3046, 4046 5088

Opnamehoogte: 1:7.600 1:10.800 40.000

Tabel 14: Overzicht van de geraadpleegde en bestudeerde luchtfoto’s. Krantenberichten In het kader van onderzoek naar contra-indicaties in de vorm van explosievenruimingen, is via de online zoekmachine Delpher gezocht naar krantenberichten. Daarnaast is in het Nationaal Archief onderstaande ingang geraadpleegd. Het betreffende korps hielp bij de ruiming van achtergebleven munitie. 2.04.110 Archief Korps Hulpverleningsdienst van het Ministerie Binnenlandse Zaken 1945-1974 Inv.nr. Omschrijving 20 Registers met krantenknipsels inzake explosieven. Zonder datum 21 Registers met krantenknipsels inzake explosieven. 1945-1947 22 Registers met krantenknipsels inzake explosieven. 1957-1959 27 Register met krantenknipsels inzake ongevallen met oorlogstuig. 1965-1970 28 Verzameling krantenknipsels inzake de Hulpverleningsdienst. 1947-1970 Tabel 15: Overzicht van de geraadpleegde krantenknipsels m.b.t. explosievenruimingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=368c1ec7-49bb-42f0-9fbf-298494996377