8.2.1. Bestemmingsplan - Toelichting
Tekst van het document
Pagina 23 Bestemmingsplan IJsseldijk 83 en 83a te Veessen, gemeente Heerde
De omvang van de sterk met zink verontreinigde grond ter plaatse van boring 102 is middels het aanvullend onderzoek afgeperkt. Deze sterke verontreiniging blijkt alleen voor te komen in de bovengrond bij boring 102 en niet in de ondergrond of in de grond bij omringende boringen. Op grond hiervan wordt geconcludeerd dat sprake is van een “spot” en dat derhalve geen sprake is van een zogenaamd “geval van ernstige bodemverontreiniging” conform de Wet bodembescherming. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het terrein geschikt voor de huidige en de toekomstige bestemming.’ Op basis van het onderzoek wordt duidelijk dat aspect bodem geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling vormt.
4.5
Luchtkwaliteit
Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. Toetsing van Stof Stikstofdioxide (NO2)
Grenswaarde
jaargemiddelde concentratie 40 µg / m³ Uurgemiddelde (mag max. 18 keer per jaar 200 µg / m³ worden overschreden) Fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 40 µg / m³ 24-gemiddelde concentratie (mag max. 35 50 µg / m³ keer per jaar worden overschreden) Fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie 25 µg / m³ Tabel: grenswaarden maatgevende stoffen Wet luchtkwaliteit
Geldig sinds 2015
vanaf 11 juni 2011 vanaf 11 juni 2011 Sinds 2015
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van ruimtelijke plannen, uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens, rekening gehouden met de luchtkwaliteit. In het Besluit NIBM (Niet in Betekenende Mate) en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Dit kan het geval zijn wanneer een project een effect heeft van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10. Planspecifiek Een plan voldoet in de regel aan het NIBM criterium als het minder dan 1500 woningen betreft dan wel als er sprake is van een BVO van maximaal 100.000 m2. Voorliggend plan houdt de herbestemming van de woningen en de ontmanteling van de bedrijfsloods in. De gehele ontwikkeling blijft ruim onder het criterium. Nader onderzoek in het kader van luchtkwaliteit is dan ook niet noodzakelijk.
4.6
Externe Veiligheid
Sommige activiteiten brengen risico's op zware ongevallen met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van deze risico's. Het gaat daarbij om onder meer de productie, opslag, transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten kunnen een beperking opleggen aan de omgeving. Door voldoende afstand tot de risicovolle activiteiten aan te houden kan voldaan worden aan de normen. Aan de andere kant is de ruimte schaars Pagina 24 Bestemmingsplan IJsseldijk 83 en 83a te Veessen, gemeente Heerde
en het rijksbeleid erop gericht de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Het ruimtelijk beleid en het externe veiligheidsbeleid moeten dus goed worden afgestemd. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op de volgende risico’s: • risicovolle (Bevi-)inrichtingen; • vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen; • vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor. Daarnaast wordt er in de wetgeving onderscheid gemaakt tussen de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar en plaatsgebonden risico en groepsrisico. Kwetsbaar en beperkt kwetsbaar Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (>1.500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kleine kantoren, winkels, horeca en kampeerterreinen. De volledige lijst wat onder (beperkt) kwetsbaar wordt verstaan is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) opgenomen. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een contour van 10 -6 als grenswaarde. Het realiseren van kwetsbare objecten binnen deze contour is niet toegestaan. Het realiseren van beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour is in principe ook niet toegestaan. Echter, voor beperkt kwetsbare objecten is deze 10-6 contour een richtwaarde. Mits goed gemotiveerd kan worden afgeweken van deze waarde tot de 10-5 contour.
Bij groepsrisico is niet een contour bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Bij groepsrisico wordt gewerkt met een oriëntatiewaarde en niet met een grenswaarde. Hoe meer mensen dicht op de bron zijn bij een bepaalde calamiteit, hoe groter het effect. Het Bevi stelt dat bij elk bestemmingsplan, waar een relevant groepsrisico aanwezig is dit moet worden verantwoord, ook wanneer dit onder de oriëntatiewaarde ligt. Hierbij geldt hoe hoger het groepsrisico hoe zwaarder de verantwoording is. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi) van belang. Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor mensen buiten de inrichting. Het Bevi is opgesteld om de risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven, te beperken. Het besluit heeft tot doel zowel individuele als groepen burgers een minimaal (aanvaard) beschermingsniveau te bieden. Via een bijhorende ministeriële regeling (Revi) worden diverse veiligheidsafstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gegeven.
Aanvullend op het Bevi zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Het Bevi is gericht aan het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen. Voor de toepassing van het Bevi, wordt een nieuw ruimtelijk besluit gezien als een nieuwe situatie. Vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor Het toetsingskader voor het onderdeel transportroutes gevaarlijke stoffen is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Dit besluit is op 1 april 2015 in werking getreden. Bepaald moet worden of binnen de invloedsfeer van deze transportassen gevoelige functies mogelijk zijn. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Een onderdeel van het Bevt houdt in dat voor sommige transportassen rekening moet worden gehouden met het Plasbrandaandachtsgebied (PAG). Het PAG is het gebied tot 30 meter van de transportas waarin, bij de realisering van kwetsbare objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Pagina 25 Bestemmingsplan IJsseldijk 83 en 83a te Veessen, gemeente Heerde
Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Op basis van het Bevb wordt het voor gemeenten verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan, op basis waarvan de aanleg van een buisleiding of een kwetsbaar object of een risicoverhogend object mogelijk is, de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico in acht te nemen en het groepsrisico te verantwoorden. Het Bevb vervangt hiermee de circulaires Zonering langs hogedruk aardgasleidingen (1984) en Zonering langs transportleidingen voor brandbare vloeistoffen (1991). Planspecifiek Om te beoordelen of er externe veiligheidsrisico’s zijn is risicokaart.nl geraadpleegd.
Uitsnede risicokaart (bron: IPO), plangebied nabij pijl Direct nabij het plangebied liggen geen buisleidingen, transportroutes voor gevaarlijke stoffen, Bevi inrichtingen of inrichtingen met een externe veiligheidsrisico voor de omgeving. De IJssel waarover gevaarlijke stoffen vervoerd worden ligt op een afstand van ca. 70 meter. Aan de westzijde ligt een camping op ca 300 meter, waar een propaantank staat voor het zwembad en een chloorbleekopslag. Van beide externe veiligheidsbronnen ligt geen risicocontour over het plangebied. Het groepsrisico zal als gevolg van het plan niet tot nihil wijzigen omdat er geen woningen worden toegevoegd. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling.
4.7
Archeologie
In 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Deze bescherming is in Nederland wettelijk verankerd in de Monumentenwet. Op basis van deze wet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. In het kader van een goede ruimtelijke ordening in relatie tot de Monumentenwet kan vooronderzoek naar mogelijke waarden nodig zijn zodat waar nodig die waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het initiatief aangepast kan worden. Pagina 26 Bestemmingsplan IJsseldijk 83 en 83a te Veessen, gemeente Heerde
Planspecifiek Archeologisch onderzoek is noodzakelijk wanneer in de ondergrond archeologische waarden verwacht worden en de planontwikkeling aantasting van deze ondergrond in zal houden.
Uitsnede archeologische waardenkaart gemeente Heerde, plangebied nabij pijl Het plangebied is op basis van bovenstaande uitsnede grotendeels gelegen in een gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde en voor een klein deel nabij de dijk in gebied met een Lage archeologische verwachtingswaard. Voor de hoge archeologisch verwachtingswaarde geldt dat onderzoek nodig is wanneer de grond voor een groter oppervlakte dan 100 m 2 en dieper dan 40 cm geroerd wordt. Bij een lage verwachtingswaardegeldt een onderzoeksplicht bij het roeren van de grond met een oppervlakte van 10.000 m2 of meer. Voorliggend plan houdt vooralsnog geen roering van de ondergrond in omdat de bedrijfswoning en het bedrijfspand gebruikt als woning al gerealiseerd zijn. Het plan houdt daarom geen aantasting van eventueel aanwezige waarden in de ondergrond. Archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.
4.8
Waterhuishouding
Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw’ (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte
Pagina 27 Bestemmingsplan IJsseldijk 83 en 83a te Veessen, gemeente Heerde
moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21 e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: • vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd. • schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan het bod. Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Het doel van de waterwet is het integreren van acht bestaande wetten voor waterbeheer. Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water.
Via de Waterwet gelden verschillende algemene regels. Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning. In deze integrale watervergunning zijn zes vergunningen uit eerdere wetten (inclusief keurvergunning) opgegaan in één aparte watervergunning. Nationaal Waterplan2016 - 2021 Het NWP (dec. 2015) bevat de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daarbij behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050. Het Nationaal Waterplan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Provincie Gelderland Het Waterplan Gelderland 2010-2015 is in 2014 overgegaan in de Gelderse Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie staat hoe de provincie wil zorgen voor voldoende schoon water én droge voeten. De provincie onderkent drie speerpunten als het gaat om waterbeleid.
Ruimte voor water De provincie streeft hier bij voorkeur rivierkundige maatregelen na waarin ruimte voor de rivier wordt gekoppeld aan andere ruimtelijke ontwikkelingen. Indien ruimte voor de rivier noodzakelijk is zal binnendijks gebied aan het winterbed worden toegevoegd. Hiervoor zullen planologische reservering worden ingesteld. . Regionale berging Waterbergingsgebieden zijn een belangrijk onderdeel van het watersysteem. Voornamelijk zijn deze gebieden bedoeld voor het tijdelijk bergen van water uit regionale watersystemen ten tijde van extreme neerslaghoeveelheden. In deze gebieden wordt verstedelijking, de aanleg van bedrijventerreinen etc. uitgesloten. Gemeenten dienen deze waterbergingsgebieden vast te leggen in hun bestemmingsplannen. Drinkwater
Pagina 28 Bestemmingsplan IJsseldijk 83 en 83a te Veessen, gemeente Heerde
In Gelderland zijn een aantal gebieden aangewezen als grondwaterbeschermingsgebieden. Het doel van deze gebieden is er voor te zorgen dat het grondwater op eenvoudige wijze, zonder ingrijpende en kostbare zuivering ervan, kan worden gebruikt Beleid waterschap Vallei en Veluwe Het Algemeen Bestuur van het waterschap heeft op 30 september 2015 het Waterbeheerprogramma 2016-2021 vastgesteld. Het nieuwe waterbeheerprogramma draagt de titel ‘Partnerschap als watermerk’. Het waterbeheerprogramma gaat uit van 6 hoofddoelen: 1. We beschermen het gebied tegen overstromingen 2. We zorgen voor de juiste hoeveelheid water 3. We zorgen voor de goede oppervlaktewaterkwaliteit 4. Schoon en vuil water worden zo veel mogelijk gescheiden 5. We halen de hoogst mogelijke waarde uit water 6. We beheren de waterketen en watersysteem als één systeem, samen met partners Planspecifiek De effecten van het onderhavig plan op de waterhuishouding zijn zeer beperkt. Verhard oppervlak Het verhard oppervlak van het terrein zal als gevolg van de planvorming afnemen. De woonbebouwing blijft bestaan, de loods wordt ontmanteld en het asbest gesaneerd. De verharding rondt de loods zal deels verwijderd worden en daarvoor in de plaats zal een omsloten tuin aangelegd worden. Watercompensatie is dan ook niet nodig. Vuilwater Het vuilwaterafvoer het terrein verlaat, zal als gevolg van het plan niet wijzigen.
Materialen Bij het de nieuwbouw van de woning zullen uitloogbare materialen zo min mogelijk toegepast worden. Watergangen Aan de noordzijde van het perceel ligt een sloot. De wijze van het onderhoud van de sloot zal als gevolg van het plan niet wijzigen. Waterkeringen Aan de zuidzijde van het plangebied ligt de waterkering, de IJsseldijk. Deze waterkering zal niet wijzigen als gevolg van het plan. Het beheer van de waterkering blijft ook op dezelfde manier als in de bestaande situatie mogelijk. Voor de bescherming van de dijk is in de regels de dubbelbestemming waterstaat – waterkering opgenomen. Wanneer werkzaamheden in of op de kering uitgevoerd worden dient eerst toestemming aan het waterschap gevraagd te worden. Digitale watertoets Het plan is ingevoerd in de digitale watertoets. De conclusie van de watertoets is dat er geen waterbelang speelt bij het plan. De resultaten van de watertoets zijn opgenomen in bijlage 6.
4.9
Verkeer en parkeren
Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur en het parkeren in en rondom het plangebied.
Pagina 29 Bestemmingsplan IJsseldijk 83 en 83a te Veessen, gemeente Heerde
Planspecifiek De IJsseldijk is geschikt om het verkeer van en naar het plangebied af te wikkelen. De verkeersintensiteit zal op als gevolg van het plan afnemen. Zwaar vrachtverkeer naar de loods komt te vervallen. In de feitelijke situatie worden beiden woningen reeds bewoond. Dit heeft niet geleid tot een stagnatie van het verkeer op de IJsseldijk. Voor de woning van nummer 83a is een recht van overpad vastgelegd om de woning via het perceel van nummer 83 te kunnen bereiken. Dit is overeenkomstig de bestaande situatie. Op eigen terrein is meer dan voldoende ruimte om de parkeerbehoefte op te lossen. Vanuit het aspect verkeer en parkeren vloeien geen aanvullende randvoorwaarden voort die van toepassing zijn op het plan.
5 Juridische planbeschrijving 5.1
Plansystematiek
Het bestemmingsplan ‘IJsseldijk 83 en 83a’ heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor de bebouwing en het gebruik van de gronden binnen het plangebied. Het bestemmingsplan is gericht op het mogelijk maken van het wijzigen van de bestemming Bedrijf naar Wonen. Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij het vigerend bestemmingsplan, de Wet ruimtelijke ordening en de in het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Gestreefd is naar uniformering en standaardisering van bestemmingen en planregels. De Wet ruimtelijke ordening biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer gedetailleerd tot zeer globaal. Voor iedere bestemming is een toegesneden bebouwingsregeling opgenomen. In het kader van de landelijke uniformering en standaardisering voldoet het plan aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012.
5.2
Opzet van de regels
Overeenkomstig de SVBP2012 zijn de regels van voorliggend bestemmingsplan onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingsregels opgenomen. Hoofdstuk 3 en 4 bevatten de algemene regels respectievelijk de overgangs- en slotregels. Hierna wordt de inhoud van de regels per hoofdstuk kort toegelicht. In paragraaf 6.3 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Hoofdstuk 1 - Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van het plan. Het tweede artikel betreft de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn regels gegeven voor de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen, zoals die zijn aangegeven op de verbeelding. Per bestemming zijn in de bestemmingsomschrijving de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. Daarnaast is per bestemming bepaald welke vormen van bebouwing zijn toegestaan. In beginsel zijn hoofdgebouwen uitsluitend toegestaan binnen
Pagina 30 Bestemmingsplan IJsseldijk 83 en 83a te Veessen, gemeente Heerde
de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken, waarbij dient te worden voldaan aan de voorgeschreven maatvoering (met name de maximale goot- en/of bouwhoogte). De verschillende bestemmingen bevatten, indien nodig, specifieke gebruiksregels. Per bestemming is daarnaast bepaald in welke gevallen burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bestemmingsplan. In paragraaf 6.3 wordt nader ingegaan op de afzonderlijke bestemmingen. Hoofdstuk 3 - Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels: • de anti-dubbeltelbepaling; • algemene bouwregels; • algemene aanduidingsregels; • algemene afwijkingsregels; • algemene wijzigingsregels; • overige regels. Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 van de regels bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald.
5.3
De bestemmingen
In het plangebied zijn verschillende bestemmingen weergegeven. Hieronder wordt een nadere beschouwing gegeven van deze bestemmingen. Bestemming Wonen De bestemming ‘Wonen’ is opgenomen om de woningen op de planlocatie planologisch toe te staan. De regels voor de bestemming zijn overgenomen uit het vigerend bestemmingsplan Buitengebied Oost. In het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die regelt dat het in gebruik nemen van nummer 83a enkel is toegestaan wanneer de bestaande bedrijfsloods wordt gesloopt en de landschappelijke verbetering zoals beschreven in de bijlage bij de regels is aangeven uitgevoerd zijn. Onder deze vooraarden wordt de transformatie toegestaan. Dubbelbestemmingen Lage en Hoge waarde – Archeologie Het bestemmingsplan bevat tevens de dubbelbestemmingen ten behoeve van de bescherming van archeologische (verwachtings)waarden. De regels voor de bestemming zijn overgenomen uit het vigerend bestemmingsplan Buitengebied Oost Dubbelbestemming Waterstaat – waterkering Het bestemmingsplan bevat tevens de dubbelbestemmingen ten behoeve van de bescherming van de aanwezige waterkering. Bouwwerken en werkzaamheden binnen deze dubbelbestemming zijn alleen toegestaan na goedkeuring door het waterschap. De regels voor de bestemming zijn overgenomen uit het vigerend bestemmingsplan Buitengebied Oost
Pagina 31 Bestemmingsplan IJsseldijk 83 en 83a te Veessen, gemeente Heerde
6 Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid Naast ruimtelijke uitvoerbaarheid wordt de beoogde ontwikkeling van het plangebied ook getoetst aan economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.1
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van de Grondexploitatiewet dient een exploitatieplan te worden vastgesteld bij het vaststellen van het bestemmingsplan of ander ruimtelijk plan, tenzij de economische uitvoerbaarheid anderszins is gegarandeerd, De procedurekosten voor het plan worden middels de gemeentelijke legeskosten op initiatiefnemer verhaald. Tevens wordt een anterieure overeenkomst en of een planschadeovereenkomst gesloten met de initiatiefnemer van het plan. Hiermee zijn kosten en risico’s verdeeld. Vanuit het plan vloeien geen overige kosten of risico’s voort die voor rekening van de gemeente zijn. De economische uitvoerbaarheid van het plan is daarmee verzekerd.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het voorontwerpbestemmingsplan is in het kader van artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voor zover relevant voorgelegd aan de betrokken diensten van het rijk, waterschap en gemeente. Het plan is gedurende de ontwerpfase in het kader van art 3.8 Wro en volgens afdeling 3.4 van de Awb ter inzage gelegd. Het plan heeft van 20-12-23 tot en met 30-01-24 ter inzage gelegen. Een ieder is gedurende deze periode in de gelegenheid gesteld een zienswijze op het plan in te dienen. Er zijn geen zienswijzen ingediend op het plan. Als onderdeel van de voorbereiding op de bestemmingsplanprocedure is bestemmingsplan toegelicht aan omwonenden. De omgeving is uitgenodigd voor een buurtbijeenkomst op 15 september 2019. De bewoners van IJsseldijk 75, 77, 79, 81, 83 en 83a zijn langsgekomen en geïnformeerd. Er zijn geen bezwaren tegen het plan kenbaar gemaakt.
Pagina 32 Bestemmingsplan IJsseldijk 83 en 83a te Veessen, gemeente Heerde
7 Bijlagen 1. Landschappelijk inpassingsplan IJsseldijk 83, 83a, Wolbert van Dijk / Landscape Urbanism, 9 januari 2023 2. Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder – IJsseldijk 83 en 83A te Veessen, Weel geluidadvies, Referentie: PLA.19.05, 9 april 2019 3. Quickscan Flora en Fauna IJsseldijk 83a te Veessen, Laneco, Projectnummer: 77.19.02, 8 maart 2019. 4. Nader onderzoek huismus IJsseldijk 83a te Veessen, Laneco, Projectnummer: 77.19.02, 11 september 2023. 5. Verkennend (asbest) bodemonderzoek, IJsseldijk 83/83a Veessen, Inventerra, 18-2393R01AvH, 1 mei 2019 6. Digitale watertoets, waterschap Vallei – Veluwe. Dossiercode 20190925-10-21472, 25-92019
Pagina 33 Bestemmingsplan IJsseldijk 83 en 83a te Veessen, gemeente Heerde