CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Discussienota Koerbepaling restafval- en grondstoffeninzameling

Raadscommissie 15 september 2025, gemeente HeerdeBij agendapunt: Koersbepaling restafval- en grondstoffeninzameling5.323 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Discussienota commissie Commissie:

15 september 2025

Agendapunt: Onderwerp:

7. Koersbepaling restafval- en grondstoffeninzameling

Afdeling: Opsteller: Telefoonnummer: E-mailadres

ROW Robinia Perlot 0578-699494 r.perlot@heerde.nl

Portefeuille: Programma:

S.J.L. Nienhuis Volksgezondheid en milieu

De commissie geeft haar opvatting over het volgende: 1. Het uitgangspunt voor lokaal beleid en maatregelen is in 2030 85 kg restafval (fijn en grof) restafval per inwoner en een recyclepercentage van 65%. 2. Om dit te bereiken kunnen -stapsgewijs- de volgende veranderingen in de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen worden doorgevoerd: 2.1 het verlagen van de inzamelfrequentie van het restafval verzameld in minicontainers naar 1x per 8 weken (nu 1x per 6 weken). 2.2 Het invoeren van de inzameling van groente, fruit- en tuinafval (GFT) bij hoog- en gestapelde bouw. 2.3 Het 1x per twee weken plaatsen van een Grondstoffen InzamelPunt, een zogenaamde GRIPwagen, in de kernen van Heerde en Wapenveld. 3. De inzameling van oud papier en karton (OPK) de inzameling door maatschappelijke organisaties, naast de huis- aan huisinzameling door ROVA, voor nu in stand te houden omdat mogelijke besparingen op dit moment van teveel externe variabelen afhankelijk zijn. Aanleiding We zetten ons in voor een 100% circulaire economie in 2050 In onze omgevingsvisie geven we aan dat we als Cittaslow-gemeente gaan voor een economie zonder afval, waarbij alles draait om herbruikbare grondstoffen. We hebben als gemeente vanuit onze zorgplicht vooral invloed op huishoudelijk afval. Ons doel is (rest)afval zoveel mogelijk te voorkomen.

Dit doen we door restafval en grondstoffen gescheiden in te zamelen. Dit pakken wij als gemeente samen met onze inzameldienst ROVA op. Waar staan we als gemeente nu? Inwoners van de gemeente Heerde doen hun best om grondstoffen goed te scheiden. Dit blijkt uit de resultaten van de afvalinzameling over het jaar 2024. Zie hiervoor de zogenaamde grondstoffenmonitor die door ROVA is opgesteld (bijlage 1). Maar liefst 83% procent van de grondstoffen wordt gescheiden ter inzameling aangeboden. En de afgelopen jaren zagen we dat Heerde elk jaar minder restafval aanbod en meer grondstoffen uit afval scheidde. In 2023 haalden

1 / 11

we voor eerst de VANG-norm (Landelijk programma Van Afval Naar Grondstof - Huishoudelijk Afval) voor het jaar 2020: 100 kilogram fijn en grof restafval per persoon. In 2024 kwam hier helaas een verandering in. Voor het eerst in de afgelopen 10 jaar boden inwoners meer restafval aan. 109kg aan afval per inwoner in 2024 tegenover 100kg per inwoner in 2023. Inwoners hebben meer restafval, maar ook meer grondstoffen aangeboden. Dit is een trend die we ROVA-breed en landelijk terug zien. Over het jaar 2024 hebben veel Nederlanders meer geconsumeerd en daarmee meer afval geproduceerd. Ook zien we helaas dat meer apart ingezamelde grondstoffen zijn afgekeurd. Dit omdat ze te vervuild zijn om te worden hergebruikt. Ook dit zien we niet alleen in Heerde terug. Dit komt onder andere door strengere eisen van verwerkers aan de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen. Afkeur is zonde: de grondstoffen worden niet hergebruikt, maar gaan als restafval de verbrandingsoven in. Afkeur kost ons als gemeente en daarmee onze inwoners geld. Over 2024 is voor ongeveer € 10.000,- aan grondstoffen afgekeurd. Dat is meer dan een euro per aansluiting. Meer afval samen met meer afkeur van grondstoffen resulteert in een hoger aantal kilogrammen fijn en grof restafval per inwoner, namelijk 109kg per inwoner over 2024. Dat betekent dat Heerde de VANG norm van 2020 van 100kg niet meer haalt.

Dit in tegenstelling tot het jaar 2023 waarin Heerde de VANG norm wel haalde. Bewonerstevredenheidsonderzoek najaar 2024 ROVA heeft in het najaar van 2024 een bewonerstevredenheidsonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek laat ROVA elke twee jaar uitvoeren. Uit dit onderzoek komt naar voren dat onze inwoners tevreden zijn over de dienstverlening van ROVA. Uit het onderzoek komen ook aandachtspunten en mogelijke verbeterpunten naar voren. De input uit dit bewonersonderzoek nemen we mee. Kijkend naar de afvaldriehoek lijken onze inwoners milieuwinst op 1 te zetten, direct gevolgd door lage(re) kosten. Aan een zo hoog mogelijke service lijken onze inwoners minder waarde te hechten (zie bladzijden 13 en 14 van het onderzoek, bijlage 2). Omdat dit onderzoek een andere insteek kent dan de vorige bewonerstevredenheidsonderzoeken van ROVA is een vergelijk met eerdere resultaten niet mogelijk (bijlage 2). Financiële stand van zaken Over 2024 betaalde een huishouden in Heerde gemiddeld € 231,- aan afvalstoffenheffing. Dit bedrag is opgebouwd uit een deel vastrecht en een deel variabel recht. Een huishouden in Heerde betaalde over 2024 iets minder dan een huishouden in ROVA-gebied en veel minder dan het gemiddelde over alle Nederlandse gemeenten (zie blz. 9 van de grondstoffenmonitor, bijlage 1).

Het vastrecht bedraagt met ingang 1 januari 2025 € 202,20 voor huishoudens die met een minicontainer restafval en GFT aanbieden. Huishoudens die geen minicontainers hebben betalen € 181,20 aan vastrecht. Omdat zij GFT niet kunnen scheiden, bieden zij meer restafval aan. Daar is rekening mee gehouden bij het bepalen van de hoogte van het vastrecht. De voorlopige afrekening van alle kosten en uitgaven over 2024 is positief. Een bedrag van € 40.000,- vloeit vooralsnog in de reserve. Dit positieve bedrag komt onder meer door een hogere opbrengst voor OPK en PMD (plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons) dan begroot. De stand van de reserve bedraagt daarmee per 1 januari 2025 € 240.000,-. De definitieve cijfers volgen eind Q2 2025. Met ingang van 1 januari 2026 betalen we als gemeente ongeveer € 90.000,- meer voor de inzameling zoals wij deze nu kennen. De reden hiervoor is een nieuw verrekenmodel dat ROVA op verzoek van de gemeenten heeft opgesteld. Het oude model dateerde nog van de oprichting van

2 / 11

ROVA (1996) en was toe aan vernieuwing. Het nieuwe model is een uniform model voor alle gemeenten gebaseerd op collectiviteit. Het biedt meer transparantie en inzicht nu sprake is van (waar mogelijk) geharmoniseerde en uniforme tarieven. Onder de streep veranderen de totale kosten van ROVA voor alle gemeenten niet, maar wel de verdeling ervan. Het model is vastgesteld door de directie van ROVA; gemeenten hebben via ambtelijke overleggen en een klankbordgroep inspraak gehad. Daarnaast zien we dat het inzamelen en verwerken van afval duurder wordt. Dit geldt zeker voor de stroom restafval. De grafiek op bladzijde 3 van het advies van ROVA (bijlage 4) laat dat goed zien. Aanleidingen opstarten koersbepaling restafval- en grondstoffeninzameling Een belangrijke aanleiding om samen met ROVA te verkennen waar op in te zetten met onze restafval- en grondstoffeninzameling vormde het doel opgenomen in het coalitieakkoord ‘Samen leven, samen doen’: materialen nog vaker opnieuw gebruiken. En dan specifiek toegespitst op plastic: meer plastic inzamelen en laten verwerken.

Andere aanleidingen vormden onder meer: de financiële gevolgen van de invoering van het nieuwe boxenmodel per 1 januari 2026, de toenemende producentenverantwoordelijkheid en de gevolgen daarvan voor ons als gemeente, de verplichting tot het inzamelen van GFT bij hoogbouw en een toenemend belang van een goede kwaliteit van de gescheiden ingezamelde grondstoffen. U bent over deze verkenning geïnformeerd in de actieve raadsinformatie van december 2023 met nummer 2023-94 (zie bijlage 3). Themaraad Koersbepaling afval- en grondstoffeninzameling Op 30 september 2024 bent u in een themaraad geïnformeerd over waar we als Heerde op dat moment stonden en uitdagingen waar we mee worden geconfronteerd. Ook hebben we drie mogelijke scenario’s geschetst voor de toekomst van onze restafval en grondstoffeninzameling: een pas op de plaats, een stap vooruit en een sprong vooruit. Voorbereiding, inhoud van de discussienota Deze discussienota is het vervolg op de themaraad en daarmee een tussenstap om te komen tot besluitvorming door uw raad later dit jaar. Daarmee willen we een volgende stap zetten voor wat betreft huishoudelijke afval- en grondstoffen op weg naar een 100% circulaire economie in 2050.

Overwegingen Inleiding Samen met ROVA hebben we verkend waar we ons als gemeente op kunnen en willen richten met de restafval- en grondstoffeninzameling en welke maatregelen daarvoor passend zijn. Uitgangspunt voor deze verkenning zijn de ontwikkelingen en wensen geweest die wij met u hebben gedeeld in de actieve raadsinformatie van december 2023 (zie bijlage 3). ROVA heeft op ons verzoek een advies opgesteld. Hierin geeft ROVA aan waar we als gemeente Heerde staan en de kaders waarbinnen we ons als gemeente bewegen. ROVA geeft advies over waar we ons als gemeente tot 2030 op kunnen inzetten en maatregelen die we kunnen toepassen om onze -nieuw te stellen- doelen te behalen. ROVA geeft per mogelijke maatregel de voor- en nadelen en financiële gevolgen (investeringen en ook impact op de afvalstoffenheffing) aan. Dit advies treft u als bijlage 4 bij deze discussienota aan. Als college willen wij u voorstellen een stap vooruit te zetten. Kijkend naar de mogelijkheden die ROVA in haar advies schetst. De door ons voorgestelde maatregelen bieden een goede balans tussen milieubelangen, kostenbeheersing en dienstverlening (de afvaldriehoek) te bieden voor de komende jaren. We denken met deze “stap vooruit” onze inwoners aan te moedigen om grondstoffen nog

3 / 11

meer en beter uit het restafval te scheiden. En hiermee een goede stap op weg naar het nieuw af te spreken doel voor 2030. Ten aanzien van PMD adviseren wij u dit moment een pas op de plaats te maken. De reden hiervoor is dat op dit moment nog niet duidelijk is hoe de producentenverantwoordelijkheid voor verpakkingen de komende jaren wordt vormgegeven. En welke gevolgen dit voor ons als gemeente gaat hebben. De Vereniging Nederlandse Gemeenten is samen met de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor afval- en reinigingsdiensten in overleg met Verpact (vertegenwoordiger van producenten en importeurs) om te komen tot nieuwe afspraken. We willen de uitkomsten hiervan afwachten. Hierna treft u per uitgangspunt/maatregel een toelichting met argumenten en kanttekeningen, een kostenoverzicht en eventuele alternatieven. Hiermee geven wij u input om in de commissie -met de afvaldriehoek (service-milieu-kosten) in gedachten- een goede discussie te kunnen voeren over waar wij als gemeente voor wat betreft onze afvalinzameling naar streven tot 2030 op weg naar een circulaire economie in 2050. En in aansluiting daarop hoe u als raad de restafval- en grondstoffeninzameling de komende jaren vorm wilt geven. Hiermee geeft u vervolgens ons als college richting voor het hierna volgende besluitvormingstraject.

Op mogelijke verbeteringen van onze al bestaande inzameling, zoals het invoeren van een ja/ja sticker voor ongeadresseerd reclamedrukwerk of een tweede GFT-container, wordt in deze discussienota niet ingegaan. Deze “optimalisaties” komen bij het vaststellen van de nieuwe Afvalstoffenverordening (ja/ja sticker) dan wel het nieuwe uitvoeringsbesluit afvalstoffen (een collegebesluit, tweede GFT container) aan de orde. 1.

Doelstelling afval- en grondstoffenbeleid: 85 kg fijn en grof restafval per inwoner per jaar en een recyclepercentage van 65% in het jaar 2030

1.1 Streven naar beter scheiden past in ons streven naar een circulaire samenleving Als gemeente zetten we in op een circulaire economie in 2050. Onderdeel daarvan is een circulaire afvalinzameling. Dat betekent dat we inzetten op het terugdringen van de hoeveelheid (rest)afval, het terugwinnen van grondstoffen uit afval en het verbeteren van de kwaliteit van grondstoffen voor recycling. Landelijk wordt daarom het accent gelegd op een recycledoelstelling. Door het stellen en behalen van tussendoelstellingen werken we als gemeente samen met onze inwoners stapsgewijs toe naar een circulaire afvalinzameling. 1.2 Streven naar beter scheiden past ons als Cittaslow-gemeente Het is passend als gemeente die kwaliteit van leven, een gezond milieu en een gezonde leefomgeving hoog in het vaandel heeft staan om een stap meer te zetten dan wat Europees en landelijk van ons wordt verlangd. 1.3

Meer/beter scheiden grondstoffen betekent een beperking van de stijging van de afvalstoffenheffing Het inzamelen en verwerken van het afval dat wij met zijn allen produceren kost sowieso geld. Maar in verhouding kost het verwerken van restafval het meest. En het wordt de komende jaren alleen maar duurder. Dit komt door de stijgende verbrandingsbelasting en CO2 heffing. Inzetten op het terugdringen van restafval helpt de kosten te drukken en de afvalstoffenheffing nu én in de toekomst betaalbaar te houden voor onze inwoner.

4 / 11

1.4 Een doelstelling vraagt om een evaluatie Een evaluatie begin 2028 is, ongeacht tot welke doelstelling uw raad te zijner tijd besluit, gewenst. Gekeken kan dan worden of de doelstelling bereikt wordt met de maatregelen die zijn genomen. Of dat aanvullende maatregelen gewenst of nodig zijn. In dit geval is de doelstelling scherp gesteld: de voorgestelde maatregelen kunnen voldoende zijn om de doelstelling te bereiken, maar zeker is dit niet. 1.a. Kanttekeningen doelstelling 1.a.1 We zijn voor het realiseren van een circulaire afvalinzameling afhankelijk van marktpartijen Niet alleen voor duurzame productie van materialen, maar ook voor de afzet van gescheiden ingezamelde grondstoffen. Er is sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid van producenten en gemeenten. Het is aan producenten om bijvoorbeeld verpakkingen te maken die beter gerecycled kunnen worden. En om technieken voor recycling te ontwikkelen en te verbeteren. Het is aan ons als gemeenten en onze inzameldiensten om onze inwoners zo goed mogelijk te informeren, faciliteren en motiveren om afval goed te scheiden. 1.a.2 Kwaliteit van de ingezamelde grondstoffenstromen wordt steeds belangrijker Schonere grondstoffen kunnen beter gerecycled worden. Door verwerkers worden daarom (hogere) eisen gesteld aan de kwaliteit van de grondstoffen die wij terugwinnen uit afval.

Inzetten op minder restafval mag daarom niet ten koste gaan van de kwaliteit van de grondstoffen die wij terugwinnen. Van belang daarnaast is dat vervuiling in de grondstoffenstroom kan leiden tot afkeur. Afgekeurde grondstoffen worden als restafval verbrand. En de verbranding van restafval is duurder dan het verwerken van grondstoffen. 1.a.3 Inzetten op kwaliteit van grondstoffen beperkt het effect van maatregelen om restafval terug te dringen Gescheiden ingezamelde grondstoffen bevatten regelmatig vervuiling. Door in te zetten op schonere grondstoffenstromen daalt de hoeveelheid restafval in de grondstoffenstroom maar neemt de hoeveelheid dus restafval toe. 1.b. Alternatieve doelstellingen 1.b.1 Pas op de plaats We nemen de landelijke doelstellingen als uitgangspunt voor ons beleid: 100 kg per inwoner per jaar voor 2030 en 60% recycling. Dat betekent dat we voor nu geen wijzigingen aanbrengen in onze wijze van inzamelen. Het betekent ook dat de afvalstoffenheffing meer stijgt dan wanneer we als gemeente inzetten op het verlagen van de hoeveelheid restafval. Dit komt omdat het verwerken van restafval elk jaar duurder wordt door stijgende CO2 heffing en verbrandingsbelasting. Maatregelen als het verlagen van de frequentie van de restafvalinzameling of het apart inzamelen van GFT zijn op dit moment niet nodig om de landelijke doelstelling van 60% recycling te halen.

Inzetten op flankerend beleid (inzetten GRIP-wagen of actie om de kwaliteit van de grondstoffenstromen te verbeteren) is wel wenselijk omdat we hiermee de kwaliteit van onze grondstoffen behouden en bevorderen. 1.b.2 Een sprong vooruit Als Cittaslow gemeente nemen we onze verantwoordelijkheid en stellen we een doelstelling die past bij waar wij voor staan, bijvoorbeeld: Een reductie van 50% te verbranden restafval en grondstoffen ten opzichte van referentiejaar 2023 door in te zetten op: ▪ 60 kg fijn en grof restafval per inwoner per jaar, en ▪ 70 % recycling huishoudelijke afvalstoffen

5 / 11

Een dergelijke doelstelling doet ook het meest recht aan onze huidige doelstelling, namelijk het streven naar een 100% circulaire afvalinzameling in 2025. Om een dergelijke doelstelling te behalen moeten we inzetten op het afschaffen van de minicontainer voor restafval (het zogenaamd omgekeerd inzamelen, zie meer hierover onder kop 2.1 Invoeren lagere frequentie restafvalinzameling) en ook de inzameling van GFT bij hoogbouw. Uiteraard is dan ook flankerend beleid nodig om de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen te behouden. Dit alles tezamen vraagt om een forse investering. Dit raden wij u nu niet aan. 2.1

Invoeren lagere frequentie restafvalinzameling: van 6 naar eens in de 8 weken

2.1.1 Aanpassing inzameling restafval nodig om doelstelling afvalbeleid te halen De laatste wijziging van onze restafvalinzameling vond plaats in 2019. De stap om de restafvalinzameling te verlagen van 4 naar 6 weken is nu uitgewerkt (zie ook het advies van ROVA, blz. 1, bijlage 4). ROVA schat in dat het invoeren van deze maatregel een reductie van ons restafval oplevert van ongeveer 5%, tussen de 2,5 en 5 kilogram per inwoner per jaar. 2.1.2 We zetten in op milieuwinst door inwoners aan te moedigen grondstof nog beter uit restafval te scheiden Hoe meer grondstof uit afval gescheiden kan worden, hoe meer gerecycled kan worden. Hergebruik is beter voor ons milieu dan het gebruiken van nieuwe grondstoffen. En uit de sorteeranalyse in de grondstoffenmonitor volgt dat nog veel grondstoffen uit restafval gescheiden kunnen worden (bladzijde 7, bijlage 1). 2.1.3 Verlaging inzamelfrequentie helpt de kosten in te perken Door het invoeren van een verdere verlaging van de frequentie van de afvalinzameling dalen de totale kosten per jaar met € 12.000,- tot € 19.000,-. Dit komt doordat er minder restafval verwerkt hoeft te worden. Zie voor een uitwerking van de kosten blz. 10 van het advies van ROVA.

2.1.4 De ruimte om de inzamelfrequentie te verlagen bestaat Een zorgpunt van u als raad bij de eerdere frequentieverlaging van 4 weken naar 6 weken was of huishoudens hiermee wel uit zouden kunnen. Uit cijfers van ROVA blijkt dat dit het geval is. Twee derde van de huishoudens biedt de container 6 of minder keer per jaar aan. Bij een inzamelfrequentie van eens in de 8 weken kan een huishouden de container 6 of 7 keer per jaar aan de weg zetten. Het merendeel van de huishoudens kan nu al uit met een inzamelfrequentie van eens in de 8 weken. En mocht een huishouden niet uitkomen kan tegen betaling restafval gestort worden in ondergrondse verzamelsystemen. 2.1.5 We ondersteunen inwoners met structureel extra afval door ziekte of handicap Als een inwoner door ziekte of handicap structureel extra afval heeft verstrekken we op aanvraag een extra restafvalcontainer. De inwoner kan naast een tweede restafvalcontainer uiteraard ook restafval aanbieden bij 1 van de ondergrondse containers. De gevolgen van een frequentieverlaging zijn daarmee voor deze groep inwoners beperkt. Deze groep inwoners maakt extra kosten voor het aanbieden van restafval. We bieden als gemeente al sinds 1999 een teruggave op de afvalstoffenheffing om aan deze extra kosten tegemoet te komen. De teruggave kan aangevraagd worden bij STIP en wordt na afloop van het jaar verstrekt.

Als een inwoner aan de voorwaarden voor teruggave voldoet, krijgt deze de kosten van ongeveer 5 containers van 240 liter of 32 zakken van 40 liter terug. 2.1.6 Laag frequent kent voordelen ten opzichte van omgekeerd inzamelen fase 2: Inwoners met een grondgebonden woning behouden hun restafvalcontainer. Bij omgekeerd inzamelen fase 2 wordt de restafvalcontainer in de bebouwde kom ingenomen. Huishoudens

6 / 11

-

-

brengen hun restafval dan naar een ondergronds verzamelsysteem. Dit laatste kan ervaren worden als een serviceverlaging. Er hoeven geen ondergrondse systemen voor de inzameling te worden bijgeplaatst waarbij het maar de vraag is of deze in een circulaire economie nog een rol spelen. Inzet is immers verlaging van het restafval, het terugwinnen van grondstoffen en hergebruik daarvan. Bij het terugwinnen van grondstoffen is het inzetten van ondergrondse verzamelsystemen (steeds meer) ongewenst. Dit omdat grondstoffen uit ondergrondse verzamelsystemen vaker én ernstiger vervuild zijn. ROVA schat in dat voor omgekeerd fase 2 25 extra ondergrondse systemen geplaatst moeten worden. Dat vraagt om een eenmalige investering van € 125.000,-. Voor de invoering van een verdere verlaging van de frequentie is veel minder ambtelijke capaciteit (grove schatting 100 uur) nodig dan voor het invoeren van omgekeerd fase 2 (grove schatting 400 uur).

2.1.a Kanttekeningen frequentieverlaging van 6 naar 8 weken 2.1.a.1 De frequentieverlaging kan worden ervaren als een serviceverlaging Deze serviceverlaging is al deels ondervangen door het bieden van de mogelijkheid om met de milieupas restafval aan te bieden bij een ondergrondse verzamelsysteem. 2.1.a.2 Frequentieverlaging is een tussenstap Twee derde van onze inwoners zetten de minicontainers al 6 keer per jaar of minder aan de weg. Een verdere verlaging spoort hen beperkt aan om nog beter grondstoffen uit restafval te scheiden. Uiteindelijk zal een andere maatregel, bijvoorbeeld het invoeren van Omgekeerd inzamelen fase 2 (afschaffen restafvalcontainer in de bebouwde kom) nodig zijn om te komen tot een verdergaande verlaging van het restafval per inwoner. 2.1.a.3. De wens, of zelfs noodzaak, tot flankerend beleid Stappen om restafval te verlagen kan leiden tot meer vervuiling van grondstoffenstromen. Om dit te voorkomen wordt sowieso ingezet op communicatie over het belang van het goed scheiden van grondstoffen uit afval. Daarvoor dient een budget beschikbaar te worden gesteld. Daarnaast kan een GRondstoffen InzamelPunt (GRIP-wagen) ingezet worden. Hoewel ROVA het inzetten van de GRIPwagen vooral ziet als een serviceverhogende maatregel, draagt deze ook bij aan draagvlak van en kennis over afvalscheiding bij inwoners.

Dit omdat de medewerker van ROVA het belang van goed scheiden en ook hoe te scheiden kan uitleggen. En ook kan de gemeente gebruik maken van de zogenaamde kernelementenaanpak (structurele inzet op kwaliteit van grondstoffen) van ROVA. Bij dat laatste wordt ingezet op een combinatie van communicatie en voorlopen (het controleren van containers door zogenaamde voorlopers en vervuilde containers met uitlegkaart laten staan). 2.1.b Alternatief 1 Invoeren omgekeerd fase 2 2.1.2. Invoeren omgekeerd fase 2 leidt tot een grotere verlaging van het restafval Het afschaffen van de minicontainer in de bebouwde kom bij ongeveer 6400 aansluitingen leidt tot een reductie van het restafval met 10 tot 15 kilogram per inwoner per jaar. Dat is een reductie van 8 tot 18% (zie advies ROVA, bladzijde 10, bijlage 4). 2.1.b.2 Invoeren omgekeerd fase 2 leidt tot lagere structurele kosten ROVA schat in dat de jaarlijkse kosten dalen met € 8.000,- tot € 33.000,- (zie advies ROVA, bladzijde 11, bijlage 4). 2.1.b.3 Omgekeerd fase 2 vraagt om een aanzienlijke incidentele investering Voor de invoering van omgekeerd fase 2 zijn 25 nieuwe ondergrondse verzamelcontainers nodig. Dit kost incidenteel € 125.000,-. Het bepalen van de locaties en het aanwijzen van deze extra locaties

7 / 11

kost veel ambtelijke capaciteit (grove schatting: 400 uur). Ook wat betreft communicatie is meer nodig voor de invoering van omgekeerd inzamelen fase 2. 2.1.b.4 Het afschaffen van de restafval container biedt ook mogelijkheden Overwogen kan eventueel worden om de restafvalcontainer te vervangen door een container voor OPK of PMD. Een dergelijke maatregel staat los van de keuze voor hoe verder te gaan met de restafvalinzameling. En vergt ook een nadere uitwerking en afweging van voor- en nadelen. 2.2

Invoeren GFT inzameling hoogbouw

2.2.6 We zijn gehouden tot het inzamelen van GF(T) bij alle percelen Dit op grond van Europese (Kaderrichtlijn afvalstoffen) en landelijke regelgeving (Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen) zijn we als gemeente in principe gehouden tot het apart inzamelen van GFT. Daar kan enkel van afgeweken worden indien gescheiden inzameling technisch niet haalbaar is of buitensporig hoge economische kosten met zich brengt. Daar zal niet snel sprake van zijn. ROVA adviseert dan ook om de inzameling van GF bij hoog- en gestapelde bouw in te voeren (advies ROVA, bladzijde 11, bijlage 4). 2.2.7 Gescheiden inzameling bij hoogbouw draagt bij aan de recycledoelstelling GFT dat gescheiden wordt ingezameld kan hergebruikt worden. Uit de sorteeranalyse (grondstoffenmonitor bladzijde 7, bijlage 1) blijkt dat nog veel GF (22%) in het restafval zit. Door het aanbieden van de mogelijkheid van het scheiden van GF door hoog- en gestapelde bouw kan het aandeel GF in het restafval afnemen. 2.2.8 De hoeveelheid restafval per inwoner daalt ROVA schat dat invoering van deze maatregel leidt tot een daling van het restafval. De exacte hoeveelheid is lastig in te schatten. Dit is afhankelijk van bijvoorbeeld hoeveel inwoners daadwerkelijk GF gaan scheiden. In potentie kan het een daling opleveren van tussen de 5 en 10 kilogram per inwoner per jaar (advies ROVA, bladzijde 12, bijlage 4).

2.2.9 Het serviceniveau is voor iedereen gelijk Als de inzameling van GF bij hoog- en gestapelde bouw wordt ingevoerd, krijgt elke inwoner de mogelijkheid GFT gescheiden aan te bieden. 2.2.a Kanttekeningen invoeren GFT inzameling hoogbouw 2.2.a.1 De korting van € 20,- op de afvalstoffenheffing vervalt Bij het invoeren van de mogelijkheid tot het scheiden van GF bij hoogbouw vervalt de reden voor een verlaagd tarief als compensatie voor het niet kunnen scheiden van GF. Alle aansluitingen betalen hetzelfde tarief. Het voordeel van één tarief is dat het gemakkelijker is in de uitvoering, goed uitlegbaar en duidelijk is. 2.2.a.2 Het invoeren van GFT bij hoogbouw kost geld Eenmalig is voor de invoering een budget van ongeveer € 20.000,- nodig voor onder andere kosten plaatsing, communicatie (exclusief een startpakket GFT scheiden). Wat betreft ambtelijke capaciteit schatten we grofweg dat voor het invoeren hiervan 300 uur benodigd is. Structureel is een extra budget nodig van € 46.000,- (zie bladzijde 13 advies ROVA). 2.2.a.3 Invoering vraagt maatwerk Het invoeren van de GFT inzameling bij onze hoogbouw is arbeidsintensief. Het vraagt onder meer om het uitzoeken en aanwijzen van locaties voor de inzamelmiddelen en uitgebreide

8 / 11

informatievoorziening aan de inwoners die het aangaat. Ook vraagt na invoering om nazorg: monitoring en zo nodig actie bij vervuiling. Voor dat laatste is jaarlijks aanvullend budget nodig; de kosten voor monitoring zijn onderdeel van de hierboven genoemde structurele kosten. 2.3

Invoeren tweewekelijks Grondstoffen InzamelPunt in Wapenveld en Heerde

2.3.1 Invoering van de GRIP-wagen is een serviceverhoging Het biedt inwoners van onze gemeente de mogelijkheid om dicht bij huis een boodschappentas vol recyclebare grondstoffen zoals bijvoorbeeld lampen, piepschuim en vlakglas aan te bieden. 2.3.2 De GRIP-wagen draagt bij aan draagvlak voor afvalscheiding De inzameling wordt begeleid door een ROVA-medewerker die informatie kan geven over waarom we afval scheiden. En wat met de gescheiden ingezamelde grondstoffen worden gedaan. Ook kan de medewerker vragen beantwoorden over wat wel of niet bij een bepaalde grondstoffenstroom (denk aan GFT of bijvoorbeeld PMD) mag. 2.3.3 We onderzoeken of de GRIP-wagen kan worden ingezet voor het verstrekken van PMD-zakken We hopen daarmee tot een verlaging van de kosten van de distributie van inzamelzakken voor PMD te komen. 2.3.4 Inwoners leveren bij een GRIP-wagen naar verwachting tussen de 1,5 tot 5kg aan grondstoffen in Het inleveren van deze grondstoffen bij de GRIP-wagen leidt niet 1 op 1 tot een daling van de hoeveelheid restafval per inwoner per jaar. Dit omdat grondstoffen die bij de GRIP-wagen worden ingeleverd niet per definitie bij het restafval belanden. Bij de gemeente Zwolle leidde de invoering van de GRIP-wagen tot een reductie van ongeveer 0,7kg per inwoner per jaar (zie advies ROVA, bladzijde 14, bijlage 4).

2.3.a Kanttekening invoeren Grondstoffen InzamelPunt 2.3.a.1 Het invoeren van de GRIP-wagen kost € 20.000,- per jaar (prijspeil 2025, advies ROVA, bladzijde 15). Dit is uitgaande van 1 keer per 2 weken een GRIP-wagen (dieselvoertuig) in Heerde en Wapenveld. 2.3.a.2. Advies ROVA is alleen GRIP-wagen in kernen Heerde en Wapenveld ROVA adviseert de GRIP-wagen in te zetten in kernen met 3.000 en meer inwoners. De verhouding kosten, milieuwinst en service is dan het optimaalst. Zie hierover ook blz. 14 van het advies van ROVA, bijlage 4. 2.4

In stand laten inzameling papierinzameling maatschappelijke organisaties

2.4.1 Het afschaffen leidt op dit moment niet tot een structurele kostenbesparing voor de gemeente In Heerde zamelen naast de huis- aan huisinzameling door ROVA maatschappelijke organisaties OPK in. In de themaraad is aan u aangegeven dat het afschaffen van de OPK inzameling door maatschappelijke organisaties een kostenbesparing kan opleveren. Dit blijkt zeer afhankelijk te zijn van diverse variabelen. Dit heeft onder meer te maken met een groter aanbod van OPK bij de huisaan huisinzameling als de inzameling door maatschappelijke organisaties stopt. Een calculatie over 2023 en 2024 laat zien dat we, afhankelijk van de hoogte van de marktprijs voor OPK, het ene jaar wat toeleggen (2024) en het andere jaar (2023) juist wat besparen door te werken met de huidige twee inzamelsystemen. Per saldo heeft het op dit moment geen financiële meerwaarde om de huidige inzameling te wijzigen.

9 / 11

In theorie is het ook een mogelijkheid om de inzameling alleen door maatschappelijke organisaties te laten plaatsvinden. Maar het college raadt dit uw raad niet aan. Hiervoor zijn diverse redenen aan te dragen. We noemen hier een aantal: - Afschaffen van de huis- aan huisinzameling leidt tot een aanzienlijke serviceverlaging voor de inwoners van onze gemeente omdat zij hun papier dan moeten gaan wegbrengen. - De huidige inzameling door maatschappelijke organisaties kan het extra aantal tonnages niet aan. - De inzameling door organisaties vraagt inzet van vrijwilligers. Het is voor sommige organisaties nu al een uitdaging om voldoende vrijwilligers te vinden. - Risico op minder goed scheiden van OPK uit restafval waardoor de hoeveelheid restafval toeneemt. Dat is vanuit milieu- en ook vanuit kostenoogpunt onwenselijk. 2.4.a Kanttekening in stand laten papierinzameling maatschappelijke organisaties 2.4.a.1. Onvoldoende vrijwilligers voor de inzameling De inzameling van OPK door maatschappelijke organisaties wordt begeleid door vrijwilligers. Zij zorgen voor een veilige en verantwoorde inzameling en dat alleen OPK afkomstig van huishoudens (en niet afkomstig van bedrijven) wordt ingezameld. Zij zorgen er ook voor dat de locatie waar de containers staan die voor de inzameling worden gebruikt schoon is en blijft.

We merken nu al dat het voor sommige maatschappelijke organisaties moeilijk is om voldoende vrijwilligers te vinden om de inzameling te begeleiden. Dit kan ertoe leiden dat een organisatie uiteindelijk stopt met het inzamelen van OPK. Zo is bijvoorbeeld Christelijk Mannenkoor De Lofzang met ingang van 1 januari 2025 gestopt met het inzamelen van OPK in onze gemeente. 2.4.a.2 Afvalinzameling is primair een taak van de gemeente De gemeente is verantwoordelijk voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen, zoals bijvoorbeeld OPK. Deze zorgplicht is neergelegd in de Wet milieubeheer. Een principiële vraag die gesteld kan worden is hoe deze zorgplicht zich verhoudt tot de rol die maatschappelijke organisaties in onze gemeente nu spelen bij de inzameling van OPK. Hierbij moet dan ook meegewogen worden dat de inzameling door maatschappelijke organisaties door vrijwilligers wordt gedaan. De inzameling dient op een voor hun veilige en verantwoorde wijze plaats te vinden. In Epe is onder andere om deze reden de inzameling door maatschappelijke organisaties beëindigd. Mocht er aanleiding toe zijn dan komt het college bij uw raad terug op de inzameling door maatschappelijke organisaties in onze gemeente.

Vervolg 1.

Aan de hand van de uitkomst van de behandeling van deze discussienota in de commissie wordt een concreet raadsvoorstel uitgewerkt. Dit om te komen tot een besluit over de doelstelling(en) van ons afvalbeleid tot 2030. En ook om te komen tot een besluit over aanpassingen aan onze inzameling van bepaalde stromen van huishoudelijk afval/grondstoffen. Het streven is om in het derde kwartaal van dit jaar een raadsvoorstel aan te brengen.

2.

Als uw raad later dit jaar besluit om bepaalde maatregelen in te voeren wordt de invoering daarvan projectmatig opgepakt. Dit gebeurt in een samenwerking van gemeente en ROVA. De technische en juridische aspecten worden verwerkt in de Afvalstoffenverordening en/of het Uitvoeringsbesluit afvalstoffen gemeente Heerde 2023. Financiële effecten worden meegenomen in de calculatie van de afvalstoffenheffing voor het jaar waarin dit gaat spelen. De uiteindelijke planning is afhankelijk van de keuzes van uw raad en ook de uitvoeringscapaciteit bij ROVA en de gemeentelijke organisatie.

10 / 11

3.

De effecten van het invoeren van de gekozen maatregelen worden aan de hand van kwartaalen jaarcijfers via het zogenaamde dienstverleningsrapportage (kwartaalcijfers) en de grondstoffenmonitor (jaarcijfers) in beeld gebracht. Aan de van de jaarlijkse grondstoffenmonitor kan worden beoordeeld of we op koers liggen om de doelstellingen van ons afvalbeleid te halen of dat verdere aanpassing van beleid en uitvoering noodzakelijk of gewenst is. De jaarlijkse grondstoffenmonitor wordt elk jaar met de raad gedeeld.

Bijlagen: 1. Grondstoffenmonitor 2024 1a. Data monitor Heerde 2024 1b. Samenstelling restafval Heerde 2024 2. Bewonersonderzoek 2024 3. Actieve raadsinformatie 2023-094 4. Advies ROVA 5. Presentatie themaraad 30 september 2024

11 / 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=b3a6afdd-e590-4c39-a363-0168d18924d7